Storend gedrag in de klas kost lestijd, leidt tot conflicten en vreet aan de motivatie van leraren. Hoe brengen we weer rust in de klas? Expert Kristof Das: “Wees warm én duidelijk. Met de nadruk op en.”

Kristof Das (docent UCLL en begeleider Campus MAX Middenschool, Tessenderlo): “Zijn leerlingen stouter dan vroeger? Hebben we meer problemen met gezag? De verzuchting over stijgend storend gedrag hoor je bij heel wat leraren. Wat niet toegenomen lijkt: ernstig grensoverschrijdend gedrag, zware feiten. Die uitzonderlijke gevallen bestonden vroeger ook al.”

“Wanneer we kijken naar storend gedrag in de klas, zien we een ander beeld. In het internationale TALIS-onderzoek uit 2024 geven leraren aan dat ze steeds meer tijd spenderen aan klasmanagement en ordehandhaving. We spelen daardoor in de eerste graad secundair per les gemiddeld 14 minuten kwijt. Daarmee bengelen we in Europa achteraan.”

“Of er vroeger meer respect was voor leraren? Het klopt alleszins dat je toen bij je diploma een pakketje autoriteit cadeau kreeg. Leerlingen, ouders, bij uitbreiding de hele maatschappij vond: de juf of meester heeft het bij het rechte eind. En viel er een sanctie op school, dan spelden ze je thuis nóg eens de les. Dat is vandaag niet meer zo. Ouders stellen je gezag in vraag. Leerlingen zijn mondiger. En leraren geven aan dat klasmanagement steeds meer energie vraagt.”

Hoe verklaar je dat storend gedrag in de klas toeneemt? 

Kristof Das: “In dat debat – en in elke lerarenkamer – hoor je vaak 2 geluiden. Aan de ene kant de psychologische insteek. Die vertrekt vanuit een individuele, soms diagnostische benadering: storend gedrag in de klas als iets wat je leerling per leerling bekijkt en probeert op te lossen. Terwijl elke leraar weet dat moeilijk gedrag in de klas best meevalt als je een leerling 1-op-1 hebt, maar iets heel anders is in een hele klasgroep. Als leraar voel je je machteloos wanneer de focus te sterk op een individuele benadering ligt: ‘Zóveel kinderen met bijzondere noden, ik ben daar niet voor opgeleid’.”

“In de andere hoek staat de sociologische, breed maatschappelijke benadering. Die wijst naar gezinnen in armoede, veranderende waarden, kinderen die nooit een nee krijgen. En leraren die het in hun eentje moeten rooien in een samenleving die hen niet meer respecteert. Ook aan die boodschap heb je als leraar weinig. Want ongelijkheid en andere wereldproblemen los je in je klas niet op met een vingerknip.”

“Gelukkig is er iets wat leraren en scholen wél zelf in handen kunnen nemen: hun pedagogische aanpak, de kracht van goed lesgeven. Die stem kreeg in het debat de voorbije jaren te weinig aandacht. Onterecht, want op wat er in je les gebeurt, heb je als leraar wel impact. Goed lesgeven kan ook als de omstandigheden tegenzitten. Of als de noden van individuele leerlingen hoog zijn.”