De inflatie is in augustus voor de tweede maand op rij versneld. In een jaar tijd is het leven 3,97 % duurder geworden, zo becijferde statistiekbureau Statbel. Magere troost: ons land is niet alleen.

Een doorsneegezin dat vorig jaar, in augustus 2025 dus, 100 euro uitgaf, betaalt nu 103 euro en 97 cent voor dezelfde korf producten, bijna 4 euro méér dus op een jaar tijd. Vooral toestellen om data op te slaan (harde schijven, USB-sticks en SD-kaarten) en energie – een gevolg van de situatie in en rond de Straat van Hormuz – werden een pak duurder. En daar konden de prijsdalingen van onder meer powerbanks en smartphones weinig aan veranderen.

Is dit enkel een Belgisch probleem?

Zeker niet. In Spanje is de inflatie opgelopen tot 4,5 procent, het hoogste niveau sinds 2023. Ook Frankrijk zag de inflatie versnellen tot 2,7 procent, het hoogste niveau sinds mei. Volgende week publiceert Eurostat de cijfers voor de hele eurozone. Economen verwachten dat de inflatie in de 21 eurolanden boven de 3 procent zal uitkomen.

Moeten we daar wakker van liggen?

“Bijna 4 procent is écht wel hoog”, zegt UGent-professor Stijn Baert, lid van de indexcommissie, die toeziet op de correcte samenstelling van de index waarop het inflatiecijfer gebaseerd is. “We zitten bijna dubbel zo hoog als de 2 procent waarop de ECB zowat haar hele beleid afstemt.” De Europese Centrale Bank ziet 2 procent als een ideaal compromis tussen ‘deflatie’ (waarbij de economie dreigt stil te vallen) en ‘hoge inflatie’ (waarbij de consument de knip op de beurs houdt).

Ook de versnelling baart de professor zorgen: “In juni zaten we op 3,40 procent, in juli op 3,56 en nu al op bijna 4. Het Planbureau had die 4 procent voorspeld, maar wel pas tegen november of december van dit jaar, wanneer de meeste bedrijven de gestegen energieprijzen zouden hebben doorgerekend. De vraag is nu: deden ze dat gewoon sneller, of zijn ook de komende maanden onderschat en gaan we misschien naar 5 of 6 procent inflatie?”

Dankzij de automatische indexering in ons land stijgen lonen en uitkeringen toch mee?

Ja, zij het met een grote ‘maar’. Ten eerste gebeurt die indexering altijd met vertraging. In ‘PC 200’ bijvoorbeeld, met circa een half miljoen bedienden het grootste paritaire comité van het land, wordt het loon maar één keer per jaar geïndexeerd, in januari. Tot dan wordt de gestegen levensduurte dus niet gecompenseerd.

Bovendien loopt de loonstijging niet één op één gelijk met het inflatiecijfer. “Onze lonen worden aangepast volgens de afgevlakte gezondheidsindex”, zegt Stijn Baert. “Tabak, alcohol, diesel en benzine worden daarin niet meegenomen. En laten diesel en benzine nu net een derde en een vijfde duurder geworden zijn. Daardoor zit die gezondheidsindex dichter bij 3 dan 4 procent.”

En dan is er nog de centenindex, die roet in het eten gooit bij lonen en wedden boven de 4.000 euro en sociale uitkeringen boven de 2.000 euro. Het deel daarboven wordt niet geïndexeerd. De automatische loonindexering compenseert dus lang niet alles.

Zijn er ook gevolgen voor spaarders en beleggers?

Inflatie betekent dat producten en diensten duurder worden. Gevolg: als de waarde van je geld niet meestijgt met de inflatie, wordt je geld dus minder waard en kun je er steeds minder mee kopen. Stijgende inflatie is dan ook slecht nieuws voor spaarders en beleggers in vastrentende producten (zoals de staatsbon), want de rente/coupon die ze krijgen, volstaat niet om de inflatie te compenseren.

Wat valt hiertegen te beginnen?

Doordat de hogere olie- en gasprijzen het leven in heel Europa duurder maken, groeit de kans dat de ECB binnenkort haar beleidsrente optrekt om de inflatie te beteugelen. Lenen wordt duurder, waardoor gezinnen minder kopen en bedrijven minder investeren.

De vraag naar goederen en diensten neemt dan af, wat prijsstijgingen helpt afremmen. Over twee weken komen de Europese centraalbankiers samen voor een nieuwe rentevergadering. Al weten zij ook dat de échte oplossing van het onderliggende probleem – de galopperende energieprijzen – niet in hun handen ligt, maar in die van Trump en de ayatollahs. 

Bron: GVA