by admin | mrt 10, 2025 | Antipestteam
Vier op de tien vrouwelijke werknemers en zelfstandigen in België moeten rondkomen met een pensioen onder de armoedegrens. Dat blijkt uit recente cijfers van de Federale Pensioendienst.
“Het gaat over meer dan een half miljoen vrouwen”, verduidelijkt onze volksvertegenwoordiger en pensioenspecialist Kim De Witte. “Hun pensioen ligt gemiddeld een vierde lager dan dat van hun mannelijke collega’s.”
De genderpensioenkloof weerspiegelt de structurele ongelijkheden op de arbeidsmarkt.
“Factoren zoals de loonkloof, de ongelijke verdeling van zorg- en huishoudelijke taken en het hoge aandeel deeltijdse arbeid bij vrouwen leiden tot een lagere pensioenopbouw. Het pensioenstelsel reproduceert die ongelijkheden”, zegt Kim.
De afgelopen jaren zagen we een positieve evolutie in de genderpensioenkloof, maar die positieve trend zou snel kunnen omkeren. De regering-De Wever plant een besparing die een disproportioneel grote impact heeft op vrouwen.
“Door de pensioenmalus krijgt de helft van de vrouwen een financiële sanctie bij vervroegd pensioen. Daarnaast waarschuwde het Planbureau al voor de inperking van de gelijkgestelde periodes. Zonder die periodes zou de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen stijgen met maar liefst 12 procentpunt”, merkt Kim op. “Het idee dat de kloof zichzelf zou dichten door een nieuwe generatie vrouwen, klopt dus niet. We moeten ons pensioenstelsel wapenen met mechanismen die de zichtbare en onzichtbare arbeid van vrouwen waarderen”, besluit Kim.
Bron: PVDA
by admin | mrt 10, 2025 | Antipestteam
Geweld tegen vrouwen is meer dan alleen fysiek of psychisch geweld. Economisch geweld, zoals niet betalen van alimentatie, is een meer sluipende, maar even verwoestende vorm. Tien vrouwenorganisaties pleiten daarom voor de invoering van een universeel en automatisch alimentatiefonds.
Spread the love
Controle over de financiële middelen, beletten om te gaan werken, het niet betalen van alimentatie en economische afhankelijkheid zijn strategieën die vrouwen in kwetsbaarheid gevangen houden. Dit leidt niet alleen tot materiële onzekerheid, maar ook tot chronische stress en psychische belasting.
Tien vrouwenorganisaties, waaronder Furia en de Vrouwenraad, pleiten voor de invoering van een universeel en automatisch alimentatiefonds naar het voorbeeld van Frankrijk en Québec. Daar wordt alle alimentatie en niet enkel bij wanbetaling zo uitbetaald.
Economisch geweld binnen en na de relatie
Economisch geweld begint vaak binnen de relatie waar geld een machtsmiddel wordt. De dader controleert de uitgaven, verhindert zijn partner toegang tot een bankrekening of om te werken, waardoor zij volledig afhankelijk wordt. Ook na de relatie blijft deze controle vaak bestaan.
In België ontvangt bijna de helft van de vrouwen die recht hebben op alimentatie voor de kinderen deze alimentatie niet of onregelmatig. Te veel vaders gebruiken geld als drukkingsmiddel en weigeren te betalen, waardoor ze hun ex-partner in economische kwetsbaarheid houden.
Deze vaders accepteren niet dat ze de controle over het gezinsbudget verliezen. Ze zijn ervan overtuigd dat hun ex-partner het geld verkeerd zal gebruiken, de kosten voor de kinderen overdrijft en hen een onrechtvaardige financiële bijdrage vraagt.
Om deze financiële conflicten na een scheiding te beperken, is de invoering van een uniforme en verplichte berekening van alimentatiebedragen essentieel. Duidelijkheid over de berekening zal leiden tot betere naleving van de betalingen.
Vereenvoudiging procedures
Onze overheden pleiten voor administratieve vereenvoudiging om de efficiëntie van de openbare diensten te verbeteren. Deze logica moet ook toegepast worden op de Dienst voor Alimentatievorderingen (DAVO), de openbare instelling die instaat voor uitbetaling in geval van wanbetaling.
Dit kan door DAVO directe toegang te geven tot het centraal register van gerechtelijke beslissingen en tot informatie over gezinstoelagen. Dat zou de aanvraagprocedure vergemakkelijken en versnellen, waardoor de administratieve last voor vrouwen vermindert. 92 procent van de aanvragen wordt immers door vrouwen ingediend wat het gendergerelateerd karakter van dit geweld illustreert.
Het is essentieel om deze dienst te versterken en de toegang te vereenvoudigen zodat deze vrouwen niet dubbel worden gestraft: enerzijds door financiële verlating en anderzijds door complexe administratieve procedures. DAVO moet toegankelijk blijven voor alle gezinnen, ook via fysieke kantoren (niet alleen via de OCMW’s) en telefonisch om de digitale kloof te overbruggen.
Meer nog, het is tijd om een universeel en automatisch alimentatiefonds in te voeren naar het voorbeeld van Québec of Frankrijk. Alle alimentatiebetalingen zouden via dit fonds moeten verlopen en niet alleen in geval van wanbetaling. In Québec wordt sinds de oprichting van de dienst in 1995 in 94,5 procent van de dossiers alimentatie geïnd. Frankrijk heeft in 2023 een soortgelijk systeem ingevoerd: alle door de rechtbank bepaalde alimentatie verloopt via een publiek agentschap. In slechts één jaar tijd is het aantal wanbetalingen daar gedaald van 30 procent naar 10 procent.
Het Arizona-regeerakkoord voorziet onderzoek naar een verplicht gebruik van DAVO in geval van intrafamiliaal geweld om de inning van alimentatie te verzekeren en economisch geweld tegen te gaan. Dit is een eerste stap in de goede richting. De regering heeft alle kaarten in handen om een universeel alimentatiefonds op te richten, maar toont voorlopig helaas niet de ambitie om dit te realiseren.
Volgens een recent onderzoek in opdracht van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, is de omvorming van DAVO tot een OPT-OUT-systeem (waarbij alle alimentatiebetalingen automatisch via deze dienst verlopen, tenzij anders gevraagd en onder bepaalde voorwaarden) een doeltreffende oplossing om de regelmatige uitbetaling van alimentatie te garanderen en armoede bij alle eenoudergezinnen te bestrijden.
Toegankelijk DAVO
Momenteel kan men pas na twee niet-betaalde termijnen een beroep doen op DAVO. Dit brengt veel vrouwen al na de eerste gemiste betaling in financiële problemen. Het is daarom cruciaal om de toegang tot DAVO mogelijk te maken vanaf de eerste niet-betaling, zodat er snel kan worden ingegrepen.
Bovendien is het bedrag van de voorschotten die DAVO uitkeert sinds 2003 nooit geïndexeerd en blijft het bedrag beperkt tot 175 euro. Dit bedrag moet onmiddellijk worden geïndexeerd en vervolgens geleidelijk worden verhoogd, om uiteindelijk het plafond volledig af te schaffen. Alleen zo kan er een passend financieel steunpakket voor moeders worden gegarandeerd. Het regeerakkoord van Arizona voorziet in onderzoek naar de afschaffing van deze plafonds en het automatisch toekennen van voorschotten.
Tot slot zou DAVO de betekeningskosten (de uitgaven die gepaard gaan met de officiële overhandiging van de gerechtelijke beslissing door een gerechtsdeurwaarder) moeten voorschieten voor vonnissen over alimentatie. Deze kostelijke, maar noodzakelijke stap vormt een belangrijke financiële drempel voor veel slachtoffers. Door deze kosten te verlagen, wordt de toegang sneller en efficiënter.
Urgentie is nodig om vrouwen te beschermen
Het Verdrag van Istanbul, dat België in 2016 heeft geratificeerd, erkent economisch geweld als een vorm van geweld tegen vrouwen. Toch schieten de maatregelen om dit te bestrijden te kort. Het is hoog tijd dat de Belgische staat zijn beloften nakomt en het beleid versterkt om de financiële zelfstandigheid van vrouwen te waarborgen. Economisch geweld is geen bijkomende schade bij een scheiding. Het is een wapen, een machtsmiddel en een schending van de waardigheid van vrouwen. Het is tijd om dit te stoppen. Op 8 maart laten we onze stem horen tegen dit onzichtbare en onaanvaardbare geweld.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | mrt 10, 2025 | Varia
Volgens een Nederlandse studie is het salarisverschil tussen mannen en vrouwen verder gedaald, maar de loonkloof blijft.
Het verschil tussen wat mannen en vrouwen verdienen is opnieuw kleiner geworden. Wel blijft in het bedrijfsleven het loonverschil nog groot, zo blijkt uit nieuwe cijfers van het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de uurlonen in 2022.
In het bedrijfsleven verdienden vrouwen vorig jaar 16,4 procent minder dan hun mannelijke collega’s. Bij de vorige meting, in 2020, was dit verschil nog 17,3 procent. In harde cijfers verdienden mannen vorig jaar gemiddeld 23,30 euro per uur en vrouwen 18,90 euro.
De verschillen in salaris zijn daarmee nog altijd groot. Wel is het minder dan bij het begin van de tweejaarlijkse metingen in 2014. Toen verdienden vrouwen in het bedrijfsleven nog ruim 19 procent minder.
Bij de overheid zijn de loonverschillen tussen mannen en vrouwen een stuk kleiner dan in het bedrijfsleven. Vorig jaar was het verschil 5,1 procent: 29,70 euro per uur voor vrouwen en 31,30 euro voor mannen. Bij de meting in 2020 was het verschil nog 6,7 procent, in 2014 was het verschil 9,6 procent
Meer aan de top
De grootste loonverschillen zitten overigens bij de hoogste posities op de arbeidsmarkt. Bij bedrijven was vorig jaar jaar het verschil tussen de meest verdienende mannen en vrouwen 23,9 procent. Bij de overheid was dit met 9 procent minder groot. Onder laagverdieners verdienen vrouwen juist iets meer dan hun mannelijke collega’s.
Als de loonverschillen worden gecorrigeerd naar soort werk, functie, opleiding en ervaring, dan blijkt dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen in het bedrijfsleven met 6,9 procent gelijk is gebleven. Bij de overheid daalde het verschil naar 1,8 procent.
Meer aan de top
De grootste loonverschillen zitten overigens bij de hoogste posities op de arbeidsmarkt. Bij bedrijven was vorig jaar jaar het verschil tussen de meest verdienende mannen en vrouwen 23,9 procent. Bij de overheid was dit met 9 procent minder groot. Onder laagverdieners verdienen vrouwen juist iets meer dan hun mannelijke collega’s.
Als de loonverschillen worden gecorrigeerd naar soort werk, functie, opleiding en ervaring, dan blijkt dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen in het bedrijfsleven met 6,9 procent gelijk is gebleven. Bij de overheid daalde het verschil naar 1,8 procent.
In oktober berekenden Intermediair en Nyenrode Business Universiteit dat in 2021 de loonkloof tussen mannen en vrouwen juist groter was geworden. Hierin werden naast het gewone salaris ook het gebruik van een auto van de zaak, tankpas, winstdelingen, dertiende maand en andere vergoedingen meegenomen.
‘Onacceptabel’, vindt de Nederlandse minister
Minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid noemt het onacceptabel dat het gemiddelde uurloon van vrouwen nog altijd lager ligt dan die van mannen. “Iedereen verdient gelijkwaardige kansen op het werk”, schrijft zij in een reactie op het CBS-onderzoek. De minister wil bij bedrijven en overheden meer transparantie over loonverschillen en zwangerschapsdiscriminatie aanpakken, door invoer van een nieuwe Europese richtlijn. “Ik roep zowel werkgevers als werknemers op: ga hierover het gesprek aan, ook al is dat ongemakkelijk. Hoe eerlijk is het bij jou op de werkvloer?” Bron NOS
Extra artikels over de loonkloof vindt u onder deze link.
De strijd voor vrouwenrechten blijft ook vandaag nog razend noodzakelijk.
4 op de 10 vrouwen moeten het stellen met een pensioen onder de armoedegrens. Hun pensioen ligt gemiddeld een kwart lager dan dat van hun mannelijke collega’s. En met wat deze regering van Bart De Wever wordt het nog erger. Door de pensioenmalus krijgt de helft van de vrouwen ook nog een financiële sanctie bij vervroegd pensioen.
by admin | mrt 8, 2025 | Onderwijs
Met de departementen Onderwijs en Werk heeft minister Zuhal Demir (N-VA) de toekomst van Vlaanderen in handen. Maar beide domeinen staan voor gigantische uitdagingen, als onze regio competitief wil blijven met de wereld. Een gesprek over efficiëntie, de VDAB, STEM-richtingen en de Einsteintelescoop. “We hebben een project nodig dat mensen weer doet dromen.”
“Ik hou van duidelijkheid, zeg maar wat ik moet doen voor de camera.” Vlaams minister Zuhal Demir (45) aanvaardt even vlot instructies als dat ze die zelf uitdeelt aan haar administraties. Het doel: ons onderwijs uit het slop halen en de arbeidsmarkt op volle capaciteit doen draaien. “Het mag eindelijk eens vooruitgaan. We hebben twintig jaar verspeeld”, klinkt het fel. “Het is gedaan met wachten op rapporten en aanbevelingen. Onze hersenen zijn onze enige grondstof. Het niveau van onze leerlingen in wiskunde en wetenschappen heeft een dramatisch dieptepunt bereikt. Dat zijn twee heel belangrijke basisvakken voor het STEM-onderwijs (studierichtingen met een focus op exacte wetenschap, technologie, ontwerp en toegepaste wiskunde, nvdr). Daar borduren de belangrijke farmaceutische sector, de havens, de chemie en de petrochemie op voort. Nu de bevoegdheden Onderwijs en Werk in één portefeuille zitten, kunnen we het beleid drastisch over een andere boeg gooien, zodat we niet verder dalen in de wereldwijde rangschikkingen.”
U wilt terug naar de kern van de zaak: kennisoverdracht.
ZUHAL DEMIR. “Ik bezoek wekelijks twee of drie scholen. Ik hoor bij die leerkrachten dat hun emmer vol is. De baan van leerkracht moet weer tot de essentie worden herleid: lesgeven. Ik voer in alle luwte gesprekken met de sociale partners om na te denken over de aantrekkelijkheid van de baan van leraar en schooldirecties. Hopelijk bereiken we voor de zomer een akkoord over de principes. In afwachting verleng ik een aantal maatregelen tegen het lerarentekort. Aan dat pakket voeg ik de aanvangsbegeleiding toe: beginnende leerkrachten worden deels vrijgesteld van lesgeven om vroegtijdige uitval tegen te gaan. Verder zullen we nog meer inzetten op orde, structuur en rust in de klas. In zulke omgevingen vallen leerkrachten minder uit en is de leerwinst groter. Leerlingen voelen zich dan ook beter op school, omdat ze ervaren dat ze iets bijleren. Beslissingen die daartoe bijdragen, zoals het smartphoneverbod in de klas, neem ik gewoon.”
Uw beslissing om gedetacheerde leerkrachten naar de klas terug te halen, stuitte op verzet. En leerkrachten kwamen op straat voor hun pensioen. Hebt u een charmeoffensief klaar om de sector weer in uw hoek te krijgen?
DEMIR. “Ik begrijp de bezorgdheid over de pensioenen, maar iedereen moet ertoe bijdragen om die betaalbaar te houden. Tijdens mijn schoolbezoeken hoor ik vooral bezorgdheid over de aantrekkelijkheid van de baan. Over de gedetacheerde leerkrachten kan ik kort zijn: er zijn bijna 180.000 leerkrachten, van wie een deel in allerlei structuren zit. 150 van hen zitten in mijn administratie. Wiens expertise we daar niet nodig hadden, sturen we terug. In mei zullen de aanvragen weer binnenkomen, maar het komende jaar doe ik zo weinig mogelijk tot geen detacheringen. In deze tijden van nood moet iedereen voor de klas staan. Het echte probleem situeert zich bij de werk- en planlast. Dat pakken we aan.”
Hebt u ooit overwogen om in het onderwijs te stappen?
DEMIR. “Ik sluit dat niet uit. Ik geef graag gastcolleges en ik vind het fijn met mijn dochter te oefenen. Ze moet van mij de tafels vanbuiten leren en dan zegt ze: ‘Mama, dat moet wel niet, hè!’ (lacht). Die kennis is de basis van alles. Als men het mij toestaat, zet ik daar volop op in. Voor het onderwijs wil ik nog een oorlogje voeren.”
Zoals de minimumdoelen voor het basisonderwijs die eind vorige week werden goedgekeurd, voorafgegaan door een storm van protest?
DEMIR. “We hoeven niet tevreden te zijn met middelmatigheid. We moeten weer ambitieus durven te denken. Kleuters zijn sponzen. In andere landen worden hun al getallenkennis en vergelijkingen aangeleerd. Ze mogen spelenderwijs gerust een basis meekrijgen die hun leergierigheid prikkelt. Het staat voor de richting die ik met het onderwijs uit wil: de kwaliteit moet omhoog en het moet snel gaan.
“Ik had goede hoop dat de minimumdoelen en de uitwerking van een kennisrijk curriculum snel zouden worden goedgekeurd. In de politiek is het altijd afwachten, maar dit is een dossier waarin alle partners zich kunnen vinden. Iedereen weet wat nodig is om het niveau op te krikken.”
De sense of urgency is dus voldoende?
DEMIR. “Ik zie op het terrein wat beter kan en moet. Vlaanderen besteedt 19 miljard euro aan onderwijs, maar als we ons vergelijken met andere landen, kunnen we niet tevreden zijn. De onderwijskwaliteit in Vlaanderen is de afgelopen twintig jaar enorm gedaald. Nietsdoen is schuldig verzuim. Het gaat niet alleen over het onderwijs, maar over de toekomst van onze economie. Ik hoop dat iedereen de heilige huisjes loslaat. Daarom hebben we experts in huis gehaald, ook buitenlandse, die buiten de bestaande kaders moeten kijken.”
Die expertcommissie zou te veel buitenlandse stemmen bevatten. Stuurt u nog bij?
DEMIR. “We brengen bijna zeventig mensen samen. Alle stemmen, van leerkrachten en directeurs tot domeinexperts, zijn erin aanwezig. Naar mijn gevoel is de samenstelling voldoende gevarieerd. Ik geloof dat er een goed Vlaams alternatief uit de bus kan komen, mede dankzij die internationale expertise. We wijken niet af van de oplevertermijn eind april.”
Leerlingen krijgen zin in leren door uitdagingen uit ‘het echte leven’, zoals experimenten. Hoe kunnen we scholen daarin ondersteunen?
DEMIR. “Internationale studies tonen aan dat leerkrachten nood hebben aan informatie, opleiding en materiaal. Wij zullen in die opleidingen voorzien en kijken naar het materiaal dat nodig is. Er bestaat al veel, maar dat vindt niet altijd de weg naar de klas. Zo zijn er bussen met rijdende laboratoria die naar de scholen kunnen gaan. Er zijn kennisinstellingen die kunnen helpen.”
Intussen gaan meisjes nog meer achteruit in de STEM-opleidingen dan jongens. Hoe kunnen we dat eindelijk veranderen?
DEMIR. “Onze meisjes doen het slechter dan die in Iran en Saudi-Arabië. Dat is enorm verontrustend voor een Europees land. Het hangt voor een groot deel samen met de opvoeding. Mijn dochter kreeg geen poppen of een speelkeuken. Ze moest ook met auto’s racen en robots ineensteken. Het is de taak van de overheid om die cultuur te doorbreken. Niet elk kind heeft het geluk op te groeien in een gezin waarin meisjes gestimuleerd worden om techniek te studeren. Vrouwelijke rolmodellen naar de scholen brengen, kan daarbij helpen.”
De jongste twintig jaar is het aantal jongeren dat de schoolbanken zonder diploma verlaat gedaald, maar toch zijn het er nog 5 procent.
DEMIR. “Elk kind heeft talent. We moeten ervoor zorgen dat alle 18-jarigen het systeem verlaten met een rugzak vol kennis. Maar zeker in de centrumsteden missen we veel jongeren. De oorzaken zijn altijd dezelfde: ze maken de verkeerde studiekeuze, worden schoolmoe en haken af. Daarom is de juiste eerste keuze zo belangrijk. Vlaanderen heeft talentcenters waar jongeren op een laagdrempelige manier hun talenten kunnen ontdekken. We gaan die nog versterken. Daarnaast zijn er de leerkrachten, die vanaf de eerste rij het potentieel kunnen vaststellen. Het advies van de klassenraad wordt daarom bindend. Doordat ouders dat advies naast zich neerleggen, zitten kinderen niet op de juiste plaats en verliezen we hen. Schoolmoeheid zien leerkrachten meestal al jarenlang aankomen. Dat is extreem pijnlijk, vooral voor het kind. Daarom moeten we ieder kind een diploma, certificaat of getuigschrift kunnen meegeven.”
Duaal leren kan onze economie ondersteunen, maar heeft niet het beste imago.
DEMIR. “Nochtans zit die onderwijsvorm op het snijvlak van mijn twee bevoegdheden. Duaal leren is een win-win voor onze arbeidsmarkt en de bedrijven die talenten zoeken. Ze kunnen via die weg talent scouten en kneden naar hun eigen noden.”
Hoe wil u daar een succesformule van maken? Campagnes zoals die voor de bouwsector leverden weinig op.
DEMIR. “We maken duaal leren aantrekkelijk door alle drempels weg te werken. Dat heeft tot een papieren rompslomp en een verstikkend web van regels geleid. Enerzijds gaan we de administratieve belasting herbekijken, want die neemt bij bedrijven de motivatie weg. Anderzijds poetsen we het imago op. We creëren een heldere formule die de theorie omzet in praktijk, zonder onnozele omwegen. Daarna leggen we het opgefriste concept pas voor aan de ouders.”
Hoe belangrijk zijn prestigeprojecten, zoals de Einsteintelescoop ?
DEMIR. “De Einsteintelescoop (een wetenschappelijk project van 2,3 miljard euro, waarmee wetenschappers zwaartekrachtgolven willen bestuderen, nvdr) is een belangrijk project om binnen te halen. Samen met Nederland en Duitsland kunnen we daar een ecosysteem bouwen waarin STEM-opleidingen en duaal leren een centrale rol innemen. Ik geloof heel erg dat zulke projecten goed zijn voor de economie en de productiviteit, maar ook om STEM een boost te geven.”
Hoe hard wordt gelobbyd om de telescoop hier te krijgen?
DEMIR. “We hebben een project nodig dat mensen weer doet dromen. Het zou een mooi uithangbord zijn. Er wordt daarom heel hard gewerkt aan het voorstel. We zijn ook partnerschappen aangegaan met Nederland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. De telescoop komt op het drielandenpunt, dus alleen zal het niet lukken.
“Het is nu zaak samen het beste plan op tafel te leggen. Dat is niet gemakkelijk. Zo wil ook Italië de telescoop bouwen, op Sardinië. Het voordeel van Limburg en een deel van de Voerstreek is dat de ondergrond daar heel geschikt is. Ook onze kennisinstellingen, de algemene economie en het omringende ecosysteem dragen bij aan de haalbaarheid. Om te tonen hoe serieus we zijn, hebben we in de begroting al een budget vrijgemaakt.”
Uit een rapport van Econopolis blijkt dat daar een flexibeler beleid rond mobiliteit, arbeidsvisa en private investeringen voor nodig zijn.
DEMIR. “Vanuit mijn bevoegdheden zijn dat vooral de arbeidsvisa voor STEM-profielen. Dat wordt meegenomen in het grotere dossier rond de Einsteintelescoop.”
U zet wel een rem op die arbeidsvisa?
DEMIR. “De arbeidsvisa die vandaag worden uitgereikt, gaan niet naar profielen met speciale competenties en kennis. Dat zijn bakkers, slagers en truckchauffeurs. Vlaanderen telt meer dan 200.000 werkzoekenden. Daarnaast is een hoop mensen nog niet ingeschreven bij de VDAB, de niet-beroepsactieven. We vangen de jongste maanden ook nog eens een rist collectieve ontslagen op. Dat zijn allemaal mensen die na een opleiding zulke beroepen kunnen invullen. Voor de arbeidsmarkt hanteer ik een concentrisch model. Eerst kijken we voor vacatures naar Vlamingen, dan naar Brusselaars en Walen. Nadien kijken we naar Europa en pas in laatste instantie naar werknemers van buiten de Europese Unie.”
“We moeten de diploma’s van bepaalde buitenlanders sneller laten erkennen. Dat zijn mensen die onze arbeidsmarkt nodig heeft”
De speciale profielen zullen dus sneller een visum krijgen?
DEMIR. “We gaan die procedure herbekijken en korter maken. Als de twijfelachtige profielen eenmaal uit de wachtlijst zijn verdwenen, zullen de terechte arbeidsvisa hoe dan ook sneller worden toegekend. Dat zal ook nodig zijn voor bepaalde projecten, zoals de Einsteintelescoop, als we competitief willen blijven.
“Daarover gesproken, vind ik dat we de diploma’s van bepaalde buitenlanders sneller moeten laten erkennen. Onlangs hoorde ik een Oekraïense arts op de radio vertellen dat ze hier al drie jaar als poetsvrouw werkt. Ook in die procedure moeten we snelheid pakken, want dat zijn mensen die onze arbeidsmarkt nodig heeft.”
Dat brengt ons bij de werkgelegenheidsgraad van 80 procent in België. Is die haalbaar?
DEMIR. “Het zal moeten. In Vlaanderen zitten we aan 77 procent. Dat neemt niet weg dat het pittig wordt om naar die 80 procent te gaan.”
Een rol voor de VDAB, die al jaren moeite heeft om zoveel mensen aan het werk te krijgen?
DEMIR. “De VDAB zal niet meer alles hoeven te doen. Maar wat hij doet, zal beter moeten. Daarom heb ik een aantal processen strenger gemaakt en ingekort. Wie twee keer niet opdaagt voor een sollicitatie, krijgt een waarschuwing. Die dossiers worden al na twee in plaats van negen maanden aan de controlediensten doorgespeeld. Bedrijven zullen we actief om feedback vragen, zodat we schijnsollicitanten eruit filteren. Wie enkel opdaagt voor een stempel, wordt kordater aangepakt.
“De VDAB telt 5.000 medewerkers, van wie 1.800 bemiddelaars die werkzoekenden matchen aan vacatures en helpen bij het opstellen van het cv. We nemen werkzoekenden bij het handje en toch zijn er die niet willen. Dan mogen we bij de werkonwilligen ingrijpen door hun werkloosheidsuitkering tijdelijk te schorsen. We hopen – samen met de federale beslissing om de werkloosheidsuitkering in de tijd te beperken – dat we richting die 80 procent gaan. Alleen moeten we alert blijven dat die profielen niet in de ziekte-uitkering komen. We zullen dokters en ziekenfondsen moeten responsabiliseren. Wie ziek is, blijft thuis. Wie gezond is en iets kan, moet werken. Dat kan als mantelzorger, als vrijwilliger, als ondernemer, werknemer of ambtenaar, maar iedereen zal wel een bijdrage moeten leveren aan de samenleving. Het systeem is nu al onbetaalbaar.”
Waar liep het de voorbije jaren fout?
DEMIR. “Tot nu werd gewerkt op vertrouwen. Vertrouwen is goed, maar controle is beter. Gedaan met kansen geven tot in het oneindige.”
Dat klinkt als een hogere werklast. Nochtans kampt de VDAB zelf met een hoog ziekteverzuim onder zijn werknemers.
DEMIR. “Ik heb de leidende ambtenaar doelstellingen gegeven. De eerste is mijn beleid uitvoeren, de tweede is het ziekteverzuim aanpakken. Dat ligt inderdaad hoger dan in andere sectoren. Het was typisch voor de politiek alles op de VDAB af te schuiven. Daarom organiseren we een kerntakendebat: hoe kan de overheid moeilijke doelgroepen activeren? Voor sommige werkzoekenden zijn er uitzendkantoren en wervingsbureaus. De moeilijke doelgroep moet je via de VDAB bereiken. Hetzelfde geldt voor opleidingen. Dat zijn er nu meer dan 700. Welke zijn essentieel om als overheid te organiseren? We zullen keuzes maken.
“De dienst moet het ook met 100 miljoen euro minder doen. Er zullen geen echte ontslagen vallen, maar de VDAB moet een performante organisatie worden die klaar is voor de 21ste eeuw. We verliezen massa’s potentieel door inefficiënte beslissingen, betaald met belastinggeld dat beter kan worden besteed. Changemanagement is niet makkelijk. Als overheidsbedrijf zal de VDAB het wel moeten doen.”
Is dat de beste strategie om knelpuntberoepen in te vullen?
DEMIR. “Er zijn drie oorzaken waardoor die niet worden ingevuld: gebrek aan technische kennis, gebrek aan taal en weekendwerk. De VDAB, Syntra en vormen van volwassenenonderwijs organiseren in onze regio meer dan 1.200 opleidingen. Er gaan subsidies naar jan en alleman. We zouden dus geen gebrek aan technische kennis mogen hebben. Toch halen we de slechtste score in levenslang leren in Europa. En er zijn voldoende taalopleidingen, dus dat is ook een non-argument. Vandaar verplicht ik werkzoekenden een basis Nederlands te leren. De rest pikken ze wel op op de werkvloer. Als we in de bestaande opleidingen geen goede vaardigheden kunnen aanleren, denk ik dat het een goed moment is om het systeem ter discussie te stellen.”
Bron: Trends