De rechtse retoriek hakt er dagelijks op in en heeft een effect, ook op onze collega’s en familie. Werklozen en zieken worden als profiteurs bestempeld, militarisering als de enige optie. Dat hoeft niet zo te zijn. De massale betoging van 14 oktober toonde hoe breed gedragen het verzet tegen het beleid van de rechtse regeringen is.
Het paasakkoord was nog niet verteerd of het zomerakkoord was er al. Elk seizoen lanceert Arizona een nieuwe reeks aanvallen op onze levensstandaard. Als we deze trend niet kunnen keren, zal de lawine alleen maar groter worden, net als de sociale chaos die daarmee gepaard gaat. Velen van ons kunnen het niet meer aan, de onzekerheid en angst zijn groot. Er is een massale strijd nodig om een einde te maken aan dit asociale beleid, om de angst van kant te doen veranderen en om eindelijk nieuwe overwinningen te behalen met de arbeidersklasse in al haar diversiteit.
Moeten er besparingen worden doorgevoerd?
Het regeerakkoord had al een begrotingsinspanning van 23 miljard euro vooropgesteld, waaraan nu nog eens 10 miljard euro wordt toegevoegd tegen 2029. Voor George-Louis Bouchez is zelfs dat niet genoeg: er moet volgens hem 20 miljard euro extra worden gevonden om “de begroting weer op orde te brengen”.
Volgens deze regering moeten we allemaal een inspanning leveren, en de aanvallen komen van alle kanten: de pensioenmalus, afschaffing van toeslagen voor nachtwerk, uitbreiding van de mogelijkheden voor overuren, beperking van de opzegtermijn, moeilijkere toegang tot eindeloopbaanmaatregelen, aanvallen op de werklozen, besparingen in het openbaar vervoer, besparingen in het onderwijs… Dit zijn slechts enkele van de meest recente maatregelen.
Om geld te vinden is de regering bereid om elke vorm van sociale bescherming uit te hollen en de beperkte inspanningen op te geven rond klimaat en milieu, ontwikkelingshulp, anti-discriminatie (bijvoorbeeld UNIA), vrouwen- en LGTBIQ+-rechten. Volgens hen is er geen alternatief.
In een nieuw rapport onthult de Nationale Bank van België dat er nog nooit zoveel subsidies aan bedrijven zijn toegekend: België besteedt jaarlijks 25 miljard euro aan subsidies en investeringssteun, ofwel 4,1 % van het bbp, bijna het dubbele van het niveau van 2000. En terwijl Arizona nog harder wilbesparen, deinzen ze er niet voor terug om in de inkomsten te snijden door de belastingen voor de rijksten te verlagen. Zo heeft de regering in juli in alle discretie gestemd voor vrijstelling van werkgeversbijdragen voor lonen van meer dan 85.000 euro bruto per kwartaal. Dat betekent dat als je meer dan 30.000 euro per maand verdient, je geen belasting hoeft te betalen op het surplus… dat geldt voor ongeveer 1700 superrijken in België! Terwijl de rijken cadeaus krijgen, moet de arbeidersklasse de broekriem aanhalen: geen plaats in de crèche, geen leerkrachten op school, geen degelijk loon voor wie werkt, geen vervroegd pensioen voor zware beroepen, geen betaalbare rusthuizen…
Er is een alternatief: haal het geld waar het zit: in de zakken van de aandeelhouders en de superrijken!
Lonen onze acties wel?
Na de historische betoging van meer dan 150.000 mensen in Brussel hebben de politici van Arizona hun oren dichtgestopt en de duidelijke oppositie tegen hun sociale afbraakpolitiek genegeerd.
Toch voelde de regering de druk en ontstond er interne onenigheid. De stemming over de begroting werd uitgesteld en de toon van de discussies in de media veranderde na de betoging. De oppositie voelde zich gesterkt en durfde de regering kritischer te benaderen. Ook de vakbonden werden aangemoedigd en kondigden verdere mobilisatie aan..
De betoging had een belangrijk effect op de krachtsverhoudingen in de samenleving tussen onze klasse en de politici die in dienst staan van de superrijken. Maar dat is nog niet genoeg: zolang deze regering aan de macht is, zal zij niets anders voorstellen dan een beleid van sociale afbraak en cadeaus aan de banken en de grote bazen. Ons doel moet duidelijk zijn: we willen geen Arizona-beleid meer, deze regering moet vallen!
Om dit te bereiken, moeten we ons organiseren met een zorgvuldig voorbereid actieplan. Een actieplan kan starten met een informatiecampagne op de werkplekken en personeelsvergaderingen om onze collega’s te overtuigen om deel te nemen aan de komende acties en om steeds talrijker te worden. Het moet zich ook richten op een breder publiek om hun sympathie te winnen en hen te overtuigen om met ons mee te betogen.
Wij vechten voor iets beter!
We hebben ook een mobiliserend programma nodig, dat mensen zin geeft om te vechten. We weten al wat we niet willen: de maatregelen van de regering van Arizona. Maar we moeten ook duidelijk maken wat we in plaats daarvan wél willen:
In plaats van de armsten te laten betalen, halen we het geld waar het zit, bijvoorbeeld bij de multinationals of met een vermogensbelasting. Als het kapitaal protesteert, nemen we het in publieke handen. Het zijn de werknemers die welvaart creëren, en die welvaart is van hen en hun gezinnen, net als de democratische controle die daarbij hoort.
De pensioenleeftijd als eerste stapterugbrengen naar 65 jaar en vervolgens verder verlagen. Vervroegd pensioen vanaf 60, eindeloopbaanmaatregelen vanaf 55 jaar. Het minimumpensioen moet leefbaar zijn: 1500 euro per maand is niet genoeg, het moet worden verhoogd tot minstens 2300 euro, de gemiddelde kosten van een bejaardentehuis.
De werkweek terugbrengen tot 30 uur zonder loonverlies en extra personeel aannemen om de druk op het werk te verminderen. Voor vrije onderhandelingen om de lonen te verhogen. Wanneer de productiviteit stijgt, zijn het niet de aandeelhouders, maar de werkenden en hun sociale kamp die daarvan moeten profiteren.
Het systeem van openbare diensten moet uitgaan van de behoeften, niet van beperkte budgetten gedicteerd door neoliberale dogma’s. In plaats van een systematische uitholling en ontmanteling hebben we juist behoefte aan een uitbreiding van de openbare diensten — gezondheidszorg, onderwijs, openbaar vervoer, enz. — met betere arbeidsomstandigheden: voldoende personeel, hogere lonen, werkbare werkdruk.
Een nationaal publiek plan opstellen om de klimaatcrisis aan te pakken, met nuluitstoot tegen 2035, waarbij de industriële productie en de werkgelegenheid behouden blijven.
Als deze eisen in strijd zijn met financiële belangen, dan zijn het niet onze eisen die het probleem vormen. Het kapitalisme moet verdwijnen om plaats te maken voor iets veel democratischer: een socialistische samenleving waarin de economie democratisch wordt gepland in het belang van mens en planeet!
Vrouwen, eerste slachtoffers van antisociaal beleid
De Arizona-maatregelen ondermijnen de financiële onafhankelijkheid van kwetsbaardere groepen nog verder. Vrouwen zijn in grotere getale vertegenwoordigd in essentiële maar onderbetaalde banen, in de zorg, de schoonmaak, de horeca en het onderwijs. Ze vormen de meerderheid onder de onvrijwillige deeltijdwerkers en de laagbetaalden. Zij zijn dan ook de eersten die de antisociale hervormingen, bijvoorbeeld de pensioenmalus, ondervinden.
Volgens het IWEPS is in België bijna een op de drie vrouwen minstens één keer in haar leven slachtoffer geweest van psychologisch, fysiek of seksueel geweld door een intieme partner. Volgens Amnesty is één op de vijf vrouwen slachtoffer geweest van verkrachting. Deze schokkende cijfers tonen aan dat het probleem structureel is en een maatschappelijke aanpak vereist.
In die context bieden de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG) multidisciplinaire zorg en veiligheid voor slachtoffers, maar er zijn er te weinig. De Arizona-regering voorziet geen uitbreiding van die centra om aan de reële noden tegemoet te komen. Het gebrek aan middelen is nog erger op vlak van fysieke, psychologische, sociale en juridische begeleiding op langere termijn. Bovendien hebben vrouwen en genderminderheden, om ervoor te kunnen kiezen om een gewelddadige gezinssituatie te verlaten, niet enkel voldoende opvangplaatsen nodig, maar vooral toegang tot degelijke en betaalbare huisvesting. Toch ontbreken die maatregelen in het programma van de Arizona-regering.
De feministische eisen – gelijk loon, bescherming tegen geweld, sterke openbare diensten, recht op gezondheidszorg, herwaardering van zorgwerk – zijn ook de eisen van de hele arbeidersklasse. Veel vrouwen hebben zich gemobiliseerd en georganiseerd voor de demonstratie van 14 oktober. Laten we de feministische eisen blijven uitdragen in het vervolg van de beweging om de regering ten val te brengen!
Minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot (Les Engagés), kan niet beloven dat er geen extra belastingen zullen volgen na het begrotingsakkoord. Dat zegt hij zondagmiddag in een studiogesprek met VTM NIEUWS.
“Ik wil een duidelijk signaal geven: tot het einde van deze regering aanvaard ik geen enkele belasting meer”, verklaarde Georges-Louis Bouchez (MR) over de begrotingsdeal in ‘De Morgen’. Maar dat zal misschien toch moeten, aldus Prévot zondagmiddag in VTM NIEUWS. “Ik moet eerlijk zijn, en ik kan niet vandaag beloven dat er in de vier komende jaren geen extra inkomsten zullen komen”, zegt de minister van Buitenlandse Zaken.
Of er eventueel nieuwe belastingen volgen, zal volgens de minister afhangen van de toekomstige economische en geopolitieke situatie. Extra besparingen zullen in de toekomst misschien noodzakelijk zijn. “Eerlijk gezegd kan ik dus niet beloven dat er geen extra belastingen zullen volgen”, aldus de minister. Hij voegt daar aan toe dat die extra belastingen niet de bedoeling zijn. “Eerst moeten de verschillende uitgaven van de regering en administratie verminderd worden.”
De begrotingsoefening bestaat voor een derde uit extra belasting, waarvan de middenklasse (mensen vanaf 2.600 euro netto) het grootste deel betaalt. “We hebben maatregelen genomen die niet altijd aangenaam zijn, dat weten wij. Maar we hebben de koopkracht van de middenklasse, en zeker kwetsbare gezinnen, kunnen beschermen.” Een algemene indexsprong is vermeden, dus vindt Prévot dat de middenklasse werd gespaard.
De minister reageert ook op het dossier rond de Russische tegoeden die bij Euroclear in Brussel geblokkeerd staan. De discussie draait om ruim 210 miljard euro. Meer dan 180 miljard daarvan staat geparkeerd bij Euroclear in Brussel. Europa wil die gebruiken om Oekraïne te helpen. Premier De Wever heeft zich daar hard tegen verzet. Hij wil eerst harde garanties dat de verantwoordelijkheid gedeeld wordt moest het mislopen.
Zolang die garanties ontbreken, vindt Prévot het “opmerkelijk” dat er in de Kamer “urenlang wordt gediscussieerd over de prijs van frieten, maar geen enkel debat plaatsvindt over het zwaard van Damocles dat boven ons hoofd hangt”. “Er bestaat een gigantisch risico. Ik heb het gevoel dat niet iedereen dat begrijpt”, aldus de minister.
Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz.
Hierbij een kort overzicht.
Honorarium voor uitvoeren euthanasie
Vanaf 1 november wordt het uitvoeren van euthanasie terugbetaald door de mutualiteit, zo meldt het riziv. Voor de patiënt zal de kost wegvallen.
“Binnen de verplichte ziekteverzekering bestond er voorheen geen vergoeding voor het uitvoeren van een euthanasie”, legt Elke Mostinckx van het Riziv uit. Tot nog toe werd de kost niet vergoed, waardoor de patiënt en zijn naasten de rekening gepresenteerd kregen. Door het uitvoeren van euthanasie aan de nomenclatuur van de ziekteverzekering toe te voegen, kan de kost volledig gedekt worden door de mutualiteit.
In totaal voorziet het Riziv een ereloon van 180,24 euro voor de artsen als ze een euthanasie uitvoeren. Daaronder vallen de kosten van het materiaal, het uitvoeren van de euthanasie, het vaststellen van het overlijden en het invullen van de overlijdensakte.
Deadline belastingaangifte ‘specifieke inkomsten’
De overheid heeft eerder deze week de aangiftetermijn voor digitale belastingaangifte met ‘specifieke’ inkomsten voor de tweede keer verlengd. De nieuwe deadline is 7 november.
Aanvankelijk lag de deadline lag op 16 oktober, maar die werd al eerder verlegd naar 31 oktober. De minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) heeft beslist om de aangiftetermijn opnieuw te verlengen “omdat er enkele technische problemen waren met Tax-on-web en na overleg met het fiscale middenveld.”
De fiscus schat dat er nog ongeveer 230.000 aangiftes moeten worden ingediend.
Geen verplicht voorschrift meer voor medische handelingen door thuisverpleegkundigen
Tot nog toe hadden patiënten een voorschrift nodig voor medische handelingen door thuisverpleegkundigen, zoals injecties, wondzorg of sondages, om die te laten vergoeden door de mutualiteit. Vanaf 1 november valt die verplichting weg.
Iedere behandeling wordt nog steeds opgesteld door de arts, maar verpleegkundigen hebben geen voorschrift meer nodig voor elke individuele handeling. Medicatie moet wel nog steeds door een arts worden voorgeschreven.
De maatregel moet een antwoord geven op de hoge werkdruk in de zorg. “We zorgen ervoor dat zorgverleners binnen de thuiszorg hun tijd maximaal kunnen besteden aan hun patiënten zelf”, zei minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Frank Vandenbroucke in april toen de maatregel werd goedgekeurd. “Dagelijkse administratieve rompslomp bouwen we verder af. Dat maakt de zorg opnieuw werkbaar.”
Laatste kans om kortlopende termijnrekening bij ING te openen
De grootbank ING pakte eerder deze maand uit met een tijdelijk aanbod. Je kunt nog tot en met 28 november termijnrekeningen met een looptijd van zes of twaalf maanden openen. Beide formules brengen 2,1 procent bruto op. Na betaling van de roerende voorheffing (30%) blijft er netto 1,47 procent over.
Het tijdelijk aanbod is enkel geldig voor nieuw geld dat bij de bank geplaatst wordt (via de ING-zichtrekeningen, ING-spaarrekeningen, ING Termijnrekeningen of ING Invest Accounts).
Je kunt minimaal 250 euro en maximaal 2,5 miljoen euro op de termijnrekening parkeren.
De begrotingssanering zal slechts succes hebben als een groot deel van de bevolking vertrouwen heeft dat de regering de kosten van die sanering over de hele bevolking spreidt en zo mogelijk die spreiding naar draagkracht organiseert. U weet wel: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.
Het is vandaag duidelijk dat dit draagkrachtsprincipe niet of heel gebrekkig wordt toegepast. Waarom zeg ik dit? Er zijn nogal wat groepen mensen die ontsnappen aan de begrotingssanering. Hier zijn die groepen.
Top 5 procent
Eén: de modale Belg staat 43 procent van zijn inkomen af aan de staat in de vorm van directe en indirecte belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. Voor de top 5 procent van de inkomens is dit percentage 37 procent en voor de top 1 procent nauwelijks 23 procent
Met andere woorden: de top 5 procent en vooral de top 1 procent in de inkomensverdeling genieten van een enorm privilege. De gelukkigen in die inkomensklassen hebben een inkomen dat een veelvoud is van het inkomen van de modale Belg (vijftienmaal meer voor de top 1 procent) en de overheid vertelt die mensen dat omdat ze zoveel verdienen, de belastingdruk die ze moeten dragen significant lager zal zijn dan de belastingdruk die de modale Belg torst. Die ongelooflijke situatie is ontstaan omdat de top 1 procent (en ook de top 5 procent) het grootste deel van hun inkomen uit kapitaal (vermogen) halen en/of hun inkomen verwerven via ingewikkelde vennootschapsconstructies (managementvennootschappen bijvoorbeeld). Ik heb er geen problemen mee dat sommige mensen veel meer verdienen dan anderen. Dat zit ingebakken in het vrijemarktsysteem en ik blijf daar een voorstander van. Ik, en vele anderen, hebben wel een probleem wanneer die rijke mensen bovendien genieten van extra lage belastingtarieven, gewoon omdat ze rijk zijn. Ik heb in de begrotingsvoorstellen die nu voorliggen geen serieuze poging gezien om dit ongelooflijk privilege van de hele rijke mensen ernstig aan te pakken. Ja, Vooruit heeft een schuchtere poging gedaan om door een minuscule miljonairstaks de vermogenden te dwingen iets meer belastingen te betalen. Maar zelfs die minuscule belasting geraakt niet door de onderhandelingen.
Tweede pijler
Twee: de meerderheid van de mensen moet het stellen met het wettelijke pensioen (de eerste pijler). Er bestaat ook nog een tweede pijler. Die zit volgestouwd met fiscale en parafiscale voordelen (minder bijdragen aan sociale zekerheid, nauwelijks belasting op gerealiseerde rendementen). De eerste pijler werd door de huidige regeringscoalitie hard aangepakt. De tweede pijler nauwelijks. Daar zitten vooral mensen met hoge inkomens in. Die genieten dus van fiscale privileges die hun pensioen veiligstellen. Opnieuw geen probleem dat sommige mensen een hoger pensioen hebben. Wel een probleem als dat hogere pensioen gerealiseerd werd door geschenken van de overheid.
Bedrijfssubsidies
Drie: er worden massaal subsidies gegeven aan het bedrijfsleven. Die bedragen volgens de Nationale Bank 25 miljard euro. Dat is meer dan de totale uitgaven voor onderwijs in België (24 miljard euro). Daar komen nog de miljarden aan subsidies bij die de Nationale Bank uitreikt aan de banken. Sommige van die subsidies kunnen zinvol zijn, bijvoorbeeld subsidies voor innovatie. Een groot deel is dat niet en komt uiteindelijk terecht in de zakken van de aandeelhouders van de bedrijven. Ons systeem werd dus volgepropt met privileges, die toevallig of niet vooral de hogere inkomens ten goede komen. Dat doet denken aan het ancien régime waar bepaalde bevolkingsgroepen (de aristocratie en de clerus) geen of weinig belastingen betaalden.
Privileges
Het wegwerken van die privileges zou het begrotingstekort snel doen dalen. De top 5 procent van de inkomens onderwerpen aan hetzelfde belastingtarief als dat van de modale Belg zou ons in de buurt van een begrotingsevenwicht stuwen. Het gelijkschakelen van de fiscaliteit op de eerste en tweede pijler zou miljarden opbrengen. Het uitkuisen van de subsidiestal zou hetzelfde bereiken. In plaats van die privileges aan te pakken liggen nu voorstellen ter tafel die aan het grootste deel van de bevolking vraagt om voor de privileges van de happy few te betalen in de vorm van btw-verhogingen, indexsprongen en pensioeninleveringen. Die maatregelen, als ze doorgang vinden, zullen het vertrouwen van de bevolking in de eerlijkheid van de begrotingsoperatie volledig ondermijnen. Zo zal ook het vertrouwen in de politiek verder geërodeerd worden. Paul De Grauwe: De auteur is professor economie aan de London School of Economics; Zie hier verder
Tax the rich. Het idee wint terecht wereldwijd terrein. De rijkdom van de rijksten groeit aan explosief tempo maar ontsnapt aan de fiscus. Een vermogensbelasting is technisch mogelijk en maatschappelijk noodzakelijk.
Het werd een historische gebeurtenis: voor de eerste keer sinds vele jaren ondertekenden de ministers van Financiën van de G20, onder wie die van landen als China, de Verenigde Staten, de Europese Unie en Rusland, bij consensus een document. Dat document stelt: “ Met volledig respect voor de fiscale soevereiniteit zullen we samenwerken om ervoor te zorgen dat de allerrijksten effectief worden belast.”
De verklaring blijft weliswaar vaag en heeft alleen symbolische waarde, aangezien er geen bindende component is, maar als de G20 erover praat, is dat omdat het belasten van de rijkdom van de rijkste mensen een niet langer te vermijden agendapunt is geworden. Ook in België kwam het onderwerp opnieuw in het nieuws tijdens de laatste verkiezingscampagne. In ons land zijn er mensen die honderden miljoenen of zelfs miljarden euro’s aan vermogen bezitten.
Maar of het nu in België is of elders in de wereld, zodra de kwestie van het belasten van de grootste vermogens ter sprake komt, hoor je altijd opnieuw dezelfde argumenten: een vermogensbelasting vernietigt de economische activiteit, ze voert een dubbele belasting in – en is dus oneerlijk omdat inkomen uit arbeid al belast wordt – België is al wereldkampioen inzake belastingen, een belasting op grote fortuinen doet de rijksten op de vlucht slaan en brengt dus niet veel op, ze ontmoedigt investeringen … En tot slot is het bezit van de rijksten geheim en moeilijk in te schatten, en dus onmogelijk om te belasten.
Grote fortuinen ontsnappen aan belasting
Laten we beginnen met de kwestie van de oneerlijke dubbele belasting die deze belasting zou creëren. Alle ontwikkelde landen hebben een inkomstenbelasting: je kunt dus zeggen dat ook de superrijken al belasting hebben betaald en dat een vermogensbelasting daarom betekent dat eenzelfde bedrag twee keer belast wordt.
Dit zou waar zijn als rijkdom het resultaat zou zijn van het accumuleren van spaargeld afkomstig van arbeidslonen. Zo werkt het voor de overgrote meerderheid van de bevolking die door te sparen op een loon dat al belast wordt, een vermogen opbouwt en daarmee een auto of een huis koopt, of zich een vakantie gunt. Maar voor de meeste gefortuneerden werkt het niet op die manier. Boven een bepaalde vermogensgrens is het niet meer spaargeld uit arbeidsinkomen waardoor je miljardair of multimiljonair wordt: 100 miljoen euro is het equivalent van 3.300 jaar onafgebroken werken en elke maand 2.500 euro opzijzetten. Het is dus totaal uitgesloten dat je met een arbeidsloon heel rijk kan worden!
Het belasten van het vermogen van de steenrijken is een onvermijdelijk discussiepunt geworden.
Het leeuwendeel van het inkomen van de rijken komt uit het bezit van land, onroerend goed, bedrijven of aandelen, gekocht of geërfd. En als je een bedrijf hebt dat in waarde stijgt door het werk van zijn werknemers, hoef je niet eens te werken. In 2021 toonde de krant Propublica aan dat Jeff Bezos, toen de rijkste man ter wereld, verhoogde kinderbijslag kon krijgen omdat zijn aangegeven arbeidsloon … nul dollar, nul cent bedroeg! Kapitaal wordt niet belast door inkomstenbelasting, omdat inkomstenbelasting in wezen arbeid belast. En het fortuin van de rijkste mensen komt niet voort van hun werk.
In werkelijkheid leven de rijksten voornamelijk door te lenen. Wanneer je miljarden aan activa hebt, zijn banken altijd bereid om je een paar miljoen te lenen om je dagelijkse uitgaven te financieren. Ze kunnen er zeker van zijn dat ze op tijd terugbetaald worden. “Is het terecht dat miljardairs minder belasting betalen dan hun chauffeurs?” Gabriel Zucman vroeg het zich op 25 juli 2024 af in een interview in Le Soir. Een terechte vraag, want deze situatie leidt ertoe dat de rijkste 1%, de rijkste 0,1% of zelfs de 0,01% rijksten uiteindelijk in verhouding tot hun rijkdom minder belasting betalen dan de middenklasse of zelfs de armsten.
Het resultaat is dat het deel van de rijkdom in handen van de zeer rijken blijft stijgen, net als de ongelijkheid, omdat de mazen in het belastingstelsel worden uitgebuit door zeer rijke individuen. En toch is er niets illegaals aan deze ontwijking. Dit is belastingoptimalisatie, geen fraude. Je kunt ook niet zeggen dat dergelijk gedrag immoreel is. In zijn boek Le Capital au XXIᵉ siècle laat Thomas Piketty duidelijk het mechanisme van deze accumulatie zien: hoe rijker iemand is, hoe hoger het rendement van zijn investering doorgaans is.
De rijkdom van de top 0,0001 procent van de wereld ( als percentage van het mondiale bbp ).
Bron: “A blueprint for a coordinated minimum effective taxation standard for ultra-high-net-worth individuals” , Gabriel Zucman.
Dit wordt zo’n groot probleem dat zelfs regeringen zoals die van de Europese Unie en de Verenigde Staten zich er zorgen over beginnen te maken. De G20 heeft een wereldwijde minimumbelasting voor miljardairs voorgesteld van ongeveer 2 procent: elk jaar willen ze de omvang van hun vermogen onderzoeken en als het bedrag van hun belasting lager ligt dan 2 procent van hun vermogen, gaat het verschil naar de fiscus.
Het is onwaarschijnlijk dat de G20 een dergelijke belasting zal invoeren, gezien het politieke gewicht dat miljardairs in veel landen in de publieke sfeer hebben. En economische macht geeft politieke macht. Toch is deze verklaring een stap in de goede richting. Net als bij de kwestie van het belasten van multinationals is het plan om de rijksten te belasten niet ambitieus, maar niemand kan nog ontkennen dat er een probleem is.
Een gapend gat in België: geen meerwaardebelasting
Wanneer in België het onderwerp vermogensbelasting ter sprake komt, is een van de eerste tegenargumenten dat het belastingniveau in het land al erg hoog is. Alle Belgen weten dit: arbeid wordt in België inderdaad zeer zwaar belast. Zoals alle West-Europese landen, belast België arbeid zwaar en kapitaal summier.
België heeft nog een andere bijzonderheid: het belast dividenden op aandelen, maar niet de meerwaarde op aandelen. Stel dat twee bedrijven in één jaar 1.000 euro winst boeken. Het ene bedrijf besluit één euro dividend uit te keren aan elk van zijn 1000 aandeelhouders. Ze worden dan belast tegen 30 procent. Het andere bedrijf besluit om de 1.000 euro op een bankrekening te zetten, waardoor de waarde van elk aandeel met één euro stijgt. Als aandeelhouders deze meerwaarde willen verzilveren, verkopen ze hun aandelen … en worden ze niet belast op de winst die ze daarmee maken. Economisch is dat twee keer hetzelfde, maar niet in de ogen van de fiscus. Kapitaalinkomsten worden in België in theorie belast tegen 30 procent, in de praktijk hoef je alleen de meerwaarden te realiseren om dit tarief te vermijden. Vermogen en inkomsten uit vermogen worden dus helemaal niet “twee keer belast”.
De rijkdom van de rijksten komt niet van hun werk.
Dit is des te problematischer omdat, zoals we hebben gezien, sommige zeer rijke huishoudens hun spaargeld in beleggingsfondsen stoppen die hen geen dividend uitkeren: ze worden dus niet belast. Daarna hoeven ze alleen nog maar te leven bij gratie van leningen, bij voorkeur van hun fonds. Canada, Japan en veel andere landen heffen wel een belasting op meerwaarde van aandelen. Zij doen dus beter dan België, maar dat is dus niet genoeg. Het enige wat je hoeft te doen is het geld in het beleggingsfonds laten zitten en naar de bank gaan om geld te lenen voor dagelijkse uitgaven. Zolang de aandelen niet worden doorverkocht, is er geen meerwaarde en dus ook geen belasting.
Kapitaalvlucht: een bestudeerd en beperkt fenomeen.
Het idee is zo oud als de straat: als we de rijksten belasten, gaan ze naar waar het gras groener is en de fiscaliteit gunstiger ; het kapitaal zal “verdampen” en uit het land verdwijnen. Het is een mythe. In Europese landen zijn al experimenten opgezet met vermogensbelasting. Bijvoorbeeld in Frankrijk. Er is veel onderzoek gedaan naar het langetermijneffect in Frankrijk.
De conclusie? Vermogensbelasting veroorzaakt amper kapitaalverplaatsing.
Wanneer een vermogensbelasting wordt ingevoerd, leidt dit wel tot een kapitaalvlucht in de korte tijd die daar onmiddellijk op volgt. In de economische literatuur over dit onderwerp wordt dit effect geschat op 7 tot 17 procent van het belaste kapitaal per procentpunt belasting.
Wanneer een vermogensbelasting wordt ingevoerd, leidt dit wel tot een kapitaalvlucht in de korte tijd die daar onmiddellijk op volgt. In de economische literatuur over dit onderwerp wordt dit effect geschat op 7 tot 17 procent van het belaste kapitaal per procentpunt belasting.
Als we, zoals Zucman voorstelt, het vermogen van miljardairs met 2 procent belasten, dan zou in eerste instantie tussen 14 en 34 procent van het vermogen van miljardairs verdwijnen, hetzij door belastingontduiking, hetzij door andere effecten zoals veranderingen in spaargedrag.
Maar andere studies tonen aan dat na deze initiële schok een groot deel van het kapitaal terugkeert naar het land van herkomst, zoals het geval was in Frankrijk. Het lijkt erop dat naast het principe van “als ze me belasten, ben ik weg”, er nog een ander belangrijk principe is, namelijk dat ze dicht bij wie en wat ze kennen willen blijven. Ook rijke mensen geven om hun familie, hun naasten, hun netwerk … Een Deens onderzoek toont aan dat voor Deense ondernemers de prioriteit bij het kiezen van een woonplaats de nabijheid van hun familie is.
Wereldwijd woont slechts 10 procent van de miljardairs niet in hun eigen land en dit cijfer is door de decennia heen stabiel gebleven.
Welke impact op de economie?
Tijdens de Belgische verkiezingscampagne van 2024 maakte het Federaal Planbureau in het kader van de kostenberekening van verkiezingsprogramma’s verschillende ramingen van de opbrengsten uit een mogelijke vermogensbelasting. Dit alarmeerde de superrijken en leidde tot een opiniestuk dat door 400 ondernemers werd ondertekend.
Hun belangrijkste punt: het vermogen belasten zal onvermijdelijk tot lagere groei leiden. Laat de ultra rijken dus maar zelf beslissen wat ze met hun vermogen doen. De logica is duidelijk: ondernemers investeren hun spaargeld op een efficiënte manier, terwijl de staat dat deel van het inkomen toch maar gebruikt voor iets anders dan investeringen te financieren. Resultaat: minder investeringen en dus minder groei.
Wat is daarvan aan? Is dit gebeurd in landen die een vermogensbelasting hebben geprobeerd? Verschillende recente onderzoeken vertellen een ander verhaal.
Door het vermogen te belasten, activeren we juist dat vermogen voor investeringen. Stel dat een lijfrentetrekker een stuk grond bezit dat hij niet bewerkt. Als hij belast wordt op deze grond, heeft hij er alle belang bij om die te verkopen aan iemand die de grond zal uitbaten, of om hem zelf uit te baten zodat de inkomsten ervan de belasting compenseren. In werkelijkheid verliezen dus niet de ondernemers het meest bij van een vermogensbelasting, maar de renteniers die kapitaal hebben dat ze niet investeren in een productieve activiteit. Denk aan landeigenaren, speculanten enzovoort.
Ten tweede pakt het beoogde tarief de rijkste individuen helemaal niet hard aan. Financiële activa groeien gemiddeld met 5 tot 10 procent per jaar, een belasting van 2 procent op deze activa is in feite slechts gelijk aan een belasting van 20-40 procent op de inkomsten uit deze activa. Met andere woorden, iets minder dan wat de algemene bevolking betaalt op haar inkomen uit arbeid.
Hoe zit het met de impact op de groei? Een onderzoek van een vermogensbelasting in Zweden lijkt erop te wijzen dat een vermogensbelasting van 1 procent tot 0,03 procent minder toegevoegde waarde leidt.
Dit is natuurlijk maar één onderzoek, maar het laat zien dat er geen wetenschappelijke consensus is over dit onderwerp.
In heel deze discussie over de economische impact wordt de olifant in de kamer natuurlijk over het hoofd gezien: een vermogensbelasting dient niet om de economische activiteit te verhogen, maar om een zekere fiscale rechtvaardigheid te garanderen, een rechtvaardigheid die momenteel zoek is. Het herverdelingseffect van een dergelijke maatregel zou een positief effect hebben op de samenleving. Verschillende sociologen benadrukken dat egalitaire samenlevingen beter presteren op een hele reeks sociaaleconomische indicatoren, zoals geestelijke gezondheid, welzijn van kinderen en geweld.
De inkomsten uit een vermogensbelasting, geherinvesteerd in volksgezondheid of onderwijs, zouden deze indicatoren verbeteren.
Erfgoed gaat niet over Picasso’s
Het belasten van kapitaal is allemaal goed en wel, maar hoe belast je activa waarvan je de waarde moeilijk kunt inschatten? Moet de fiscus wijnkelders bezoeken, postzegelverzamelingen of kostelijke fietsen inventariseren? Dit is nog een argument dat je vaak hoort: we weten niet waar het kapitaal van de rijkste mensen zit of hoeveel het waard is.
In feite bestaat het overgrote deel van het fortuin van rijke mensen uit aandelen in bedrijven en onroerend goed. Voor miljardairs zou de helft van deze aandelen uit beursgenoteerde bestaan en de andere helft uit niet-genoteerde. Volgens statistieken van de Nationale Bank van België vormen financiële en vastgoedactiva in België het leeuwendeel van de rijkdom van de topklasse. Het hoogste deciel van rijke mensen zou 470 miljard aan onroerend goed bezitten en 65 miljard aan beursgenoteerde aandelen.
België belast arbeid zwaar , maar kapitaal summier.
Dit fortuin is dus gemakkelijk in te schatten. Om beursgenoteerde aandelen te waarderen, kijk je gewoon naar de marktprijs. Voor niet-beursgenoteerde aandelen zijn er verschillende boekhoudmethoden. Met onroerend goed is het iets ingewikkelder, maar er bestaan wel methodes voor, zoals die in zwang bij erfenissen. Het is misschien moeilijk om de waarde van het Picasso-schilderij in de woonkamer van een of andere ondernemer in te schatten, maar hoeveel van zijn vermogen bestaat uit kunstwerken? En waarom niet gewoon de aankoopprijs nemen of de waarde waartegen het werk verzekerd is? En er zijn nog veel meer methoden.
Het debat over methoden mag ons in geen geval afleiden van het hoofddebat over fiscale rechtvaardigheid. Belasting op rijkdom is geen kwestie van kunnen meten, maar een politieke kwestie.
Een noodzakelijke keuze
Onlangs koos de Europese Commissie ervoor om de strenge criteria voor begrotingstekorten en overheidsschulden opnieuw te gaan toepassen. Voor België betekent het realiseren van het begrotingstekort en het terugdringen van de schulden dat het 30 miljard moet vinden tussen nu en 2030. Maar tegelijkertijd hebben we dringend behoefte aan massale investeringen, zoals in het koolstofvrij maken van de economie, het verbeteren van sociale programma’s en openbare infrastructuur.
Voor de meeste politici is de keuze snel gemaakt: om aan de Europese criteria tegemoet te komen moeten de overheidsuitgaven worden verlaagd en zal er dus fors moeten worden bespaard. Maar zelfs als je dit budgettaire keurslijf zou aanvaarden, dan is bezuinigen niet de enige optie. We kunnen ook de belastinginkomsten verhogen. De vermogensbelasting is een van de manieren om dit te bereiken, en niet de minste.
Slechts 10 procent van de miljardairs woont in een ander dan hun eigen land.
Mijn onderzoek, gepubliceerd in mei 2024, toont aan dat de invoering van een vermogensbelasting jaarlijks tussen 8,9 en 13,2 miljard euro kan opbrengen voor de Belgische staat. De mogelijke belastingontwijking die dit zou meebrengen, kun je bestrijden met maatregelen zoals het afschaffen van bepaalde belastingniches. Met een vermogensbelasting kunnen we in ieder geval terugkeren naar een evenwichtige begroting, zonder dat degenen die werken de rekening betalen.
Afbraak van openbare diensten door geldgebrek en werkende mensen die steeds meer belasting betalen – dit is geen onvermijdelijk scenario, maar een politieke keuze. Zij die opkomen voor degelijke openbare diensten en eerlijke belastingen moeten ervoor vechten dat de volgende regering deze keuze niet meer maakt. Nu ook de ministers van Financiën van de G20 overwegen om de rijksten een bijdrage te laten leveren, is dit heel goed mogelijk! De belangrijkste argumenten tegen deze maatregel zijn niet gebaseerd op feiten of wetenschappelijke literatuur. Aangezien het idee van een vermogensbelasting steeds weer opduikt bij elke begrotingsbeslissing, zal die niet snel uit het nieuws verdwijnen. Er is steeds meer steun voor de invoering ervan, ook van niet-links, en bijna niemand anders dan zij die eraan onderworpen zouden worden, verzetten zich ertegen. Waarom voeren we ze dan niet in?
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.