Een derde van het zorgpersoneel draait wekelijks overuren

Het zorgpersoneel draait structureel overuren, blijkt uit een grote bevraging van het ACV. Door personeelstekorten gaat de helft van de werknemers ook “vaak” of “altijd” werken als ze ziek zijn. “Sommigen hebben honderden overuren op de teller.”
“Zelfs op een verlofdag heb ik het gevoel dat ik altijd stand-by moet staan”, schrijft een verzorger uit de gehandicaptenzorg. “Er wordt verwacht dat je continu meedenkt en een oplossing biedt bij een personeelsprobleem. Dat leidt tot constante stress.” Een collega uit dezelfde sector heeft het over “een probleem dat nooit lijkt opgelost te worden”. “De ene maand is een collega ziek, de andere maand is iemand zwanger en het duurt weken voor er versterking is. We maken overuren, maar er komt nooit een moment om die op te nemen.” Een verpleegkundige uit het ziekenhuis geeft dan weer aan dat al hun tellers net voor de zomer al op 100 à 200 overuren stonden. “En ze blijven oplopen, omdat we twee fulltimers te kort hebben.”

Het is maar een kleine greep uit honderden anonieme getuigenissen uit de zorgsector. De voorbije drie maanden hield de vakbond ACV Puls een ‘overurenbevraging’ onder zijn leden en dat raakte duidelijk een gevoelige snaar. “De antwoorden stroomden binnen”, zegt vakbondsverantwoordelijke Michael Vandenbroucke. Uiteindelijk reageerden iets meer dan 5.000 medewerkers uit de zorg.
Die reacties vanuit het werkveld schetsen een duidelijk beeld: 35 procent van het bevraagde zorgpersoneel geeft aan elke week overuren te draaien. Nog eens 40 procent moet meerdere keren per maand inspringen. Per maand werken ze zo vijf tot zelfs veertig uur extra. De voornaamste redenen voor die overuren? Ziekte of afwezigheid van collega’s, structureel personeelstekort en onverwachte crisissituaties.

Verplicht of verwacht
Opvallend: 18 procent geeft aan dat de overuren “in de praktijk verplicht” zijn. Bijna de helft zegt dat ze “niet verplicht zijn, maar wel verwacht” worden door de werkgever. Volgens de vakbond toont het aan hoe de overuren al lang geen instrument meer zijn om plotse piekmomenten op te vangen. “Het blijkt een terugkerend en structureel onderdeel van het werk.”
“Het is een vicieuze cirkel”, zegt vakbondsverantwoordelijke Vandenbroucke. “Personeelstekorten leiden tot meer overuren. Dat leidt tot uitputting, uitval en uitstroom uit de zorg. En dat vergroot dan weer de tekorten, waardoor opnieuw meer overuren nodig zijn. Het is een mechanisme dat zichzelf versterkt en moeilijk te doorbreken is. We horen dat sommige medewerkers intussen al honderden overuren op de teller hebben staan.”
Het overgrote merendeel van de bevraagden geeft wel aan dat die overuren netjes geregistreerd worden. Meer dan de helft kan ze meestal tijdig, binnen de afgesproken periode, recupereren. Maar voor een vijfde van de bevraagden is dat expliciet niet het geval.
Toch werken bij ziekte
Uit de getuigenissen blijkt geen gebrek aan goede wil of flexibiliteit, maar het komt wel onmiskenbaar met een prijs. “Slecht slapen”, “humeurig”, “sociaal leven gekraakt”, “het gezinsleven lijdt eronder”, “het verziekt de sfeer tussen collega’s”. De anonieme reacties schetsen een weinig fraai beeld van de gevolgen.
De helft van de bevraagden zegt ook ondanks ziekte “vaak” of “altijd” te gaan werken door de werkdruk of het personeelstekort. En niet onbelangrijk: meer dan de helft zegt soms minder alert te zijn op het werk door vermoeidheid en geeft toe dat het soms een negatieve invloed heeft op de kwaliteit van de zorg en de ondersteuning. Bovendien blijken de 26- tot 35-jarigen de slechtste scores op te tekenen op het vlak van overuren, uitputting en de intentie om de sector te verlaten. “Dat is opvallend en zorgwekkend: net zij moeten straks de toekomst van de sector dragen”, zegt Vandenbroucke.
Vier op de tien zegt expliciet te overwegen of te twijfelen om een andere job te zoeken, al wil het merendeel wel in de zorg blijven. Die liefde voor de job toont volgens de vakbond dat er nog altijd veel potentieel is om mensen naar de sector te halen. “Maar dan zijn betere loon- en arbeidsvoorwaarden noodzakelijk”, benadrukt Vandenbroucke. “Nog meer flexibiliteit, waar de federale en Vlaamse regering op aansturen, is niet de oplossing.”
Het ACV haalde voor de bevraging onder meer de inspiratie bij het succes van de Zweedse vakbond voor het zorgpersoneel. Na jaren van personeelstekort beslisten ze daar in 2024 om gedurende 78 dagen geen vrijwillige overuren meer te presteren, gevolgd door een nationale staking van drie weken. Ze haalden uiteindelijk een stevige loonsverhoging binnen.
Nu de regeringen zich over de begrotingen buigen, dringt Vandenbroucke aan op actie. “Anders gaan wij ook wel overwegen om onze reactie op te schalen. En dan kan Zweden een voorbeeld zijn.”

Federale regering debatteert verder over overuren

Terwijl de zorgmedewerkers aangeven dat ze worstelen met hun overuren, discussieert de federale regering juist over een verdere flexibilisering van de werktijd. Daarbij dreigt ook loonverlies volgens de vakbond. Vooruit eist op zijn minst een compensatie. De federale discussie gaat voor alle duidelijkheid niet alleen over de zorg, maar in het algemeen over de ‘annualisering’ van de arbeidstijd, een van de beloften in het federale regeerakkoord. Dat gaat over de mogelijkheid voor werkgevers om hun personeel meer overuren te laten draaien in drukke periodes, in ruil voor vrije dagen in luwere periodes, zolang de totale werktijd op het einde van het jaar hetzelfde blijft. Die maatregel ligt gevoelig bij de vakbonden, die juist vrezen voor de gevolgen van nog meer flexibiliteit. Volgens het ABVV is er ook sprake van koopkrachtverlies, aangezien de klassieke overuren mét overloon in dit systeem kunnen verdwijnen. Ook regeringspartij Vooruit blijft daarom op de rem staan en eist ter compensatie een hogere premie voor de overuren. “Dit gaat zelfs niet over extra’s voor die mensen, maar over het beschermen van hun financiële situatie”, klinkt het bij Vooruit. “Die bescherming van koopkracht is belangrijk, ook in de zorg. Net daarom moeten ook zij bij die annualisering een vergoeding kunnen krijgen voor hun overuren. Anders zou hun situatie juist slechter worden in plaats van beter.”

Betere nacht- en weekendverloning
Nog los van de discussie over de annualisering staan de koepels van de werkgevers in de zorg wel open voor een grondige discussie over de loon- en arbeidsvoorwaarden. “Het systeem van extra prestaties is aan een update toe”, zegt Candice De Windt (Vlozo). “Tegelijk zouden we meer andere profielen dan de schaarse zorg- en verpleegkundigen moeten kunnen inzetten.” Zorgnet-Icuro wil dan weer nadenken over het beter vergoeden van weekend- en nachtshiften. “Daar zijn de premies nog laag in vergelijking met de buurlanden”, zegt ceo Margot Cloet.

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) werkt intussen aan een nieuw sociaal akkoord voor de zorgsector, waarin ook een betere vergoeding voor onregelmatige prestaties voorzien zou worden. 

Bron: DS

Rijkentaks in Californië

Rijkentaks in Californië

In Californië lijkt het de goede weg op te gaan om de rijken meer belastingen te laten betalen.
Alles hebben ze gedaan om het initiatief tegen te houden, tot en met het inschakelen en betalen van daklozen om te beletten dat handtekeningen werden ingezameld. Ze hebben het niet gehaald! Het zit zo: toen Donald Trump in juli 2025 zijn ‘One Big Beautiful Bill Act’ aankondigde met een drastische korting op de Medicaid begroting, sprong de vakbond SEIU-UHW meteen in actie. Er werd een campagne opgezet om een referendum te organiseren over een uitzonderlijke 5 % belasting op de miljardairs van Silicon Valley. Dit zou 100 miljard US$ kunnen opbrengen! Er waren één miljoen handtekeningen nodig, vóór 18 juni, om het referendum samen met de verkiezingen van november 2026 te kunnen organiseren. Het is gelukt! De techmiljardairs hebben nochtans kolossaal veel geld geïnvesteerd om het initiatief te boycotten, tot de laatste minuut. Ook de gouverneur van Californië, Gavin Newson deed er achter de schermen alles aan om het te laten mislukken.  Op 3 november zullen de kiezers zich kunnen uitspreken. Wil men een belasting van 5 % op de vermogens van 200 mensen, zoals Mark Zuckerberg, om op die manier 100 miljard US$ te kunnen besteden aan onderwijs en  gezondheidszorg voor miljoenen mensen in Californië?   Welk land volgt dat voorstel?  

Bron: Uitpers

De ongelijkheid in de wereld

Het rapport over de ongelijkheid in de wereld dat  door het Inequality Lab werd gepubliceerd, kreeg niet zoveel aandacht. Begrijpelijk, het zijn de rijken die de media in handen hebben, zij vinden het niet zo prettig als de gevolgen van hun onverantwoord gedrag aan de grot klok worden gehangen. Want we zijn wel degelijk op weg naar een geheel andere samenleving, naar een geheel andere wereld. Het is nauwelijks bij te houden. De gevolgen van het neoliberalisme worden elke dag duidelijker en moeilijker te verteren. Ondertussen is men bezig om dat systeem precies daarom ook om te buigen in autoritarisme, want niemand weet beter dan zijzelf dat het niet houdbaar is. VS-president Donald mag dan een halve of hele hedonistische gek zijn, hij zet de deur wel wijd open voor al diegenen die paal en perk willen stellen aan vrijheden en rechten. Alle remmen zijn weg, verlichtingswaarden zijn ‘woke’ en de rechtsstaat is paternalistisch. In dit artikel wil ik twee punten bespreken die duidelijk thuishoren in het neoliberale tijdperk en de weg vrijmaken voor wat aan het gebeuren is: de erfenissen en de vennootschapsbelasting. Het is een miljardenstroom van overheden en gewone mensen naar zij die al veel te veel bezitten.

Erfenissen
We lezen het met een open mond vol verbazing en weerzin: de vele nullen van de inkomens en vermogens van de superrijken. Maar eigenlijk is 500 miljoen of 1 miljard US$ al genoeg. Wat doe je daarmee? Hoe geef je dat uit? Hoeveel vliegtuigen of yachts of buitenverblijven wil je kopen? Het is meteen duidelijk: je kan dat in je hele leven niet uitgeven. Al die dingen blijven na je dood trouwens ook bestaan: ze gaan naar je erfgenamen. Het is de nieuwe ‘trickle down’ naar jonge mensen die nauwelijks gewerkt hebben in hun leven maar wel miljardair zijn.
In Frankrijk gaat elk jaar 400 miljard US$ naar erfgenamen, dat is evenveel als wordt uitgeven aan pensioenen. Men schat dat dit in de komende vijftien jaar kan oplopen tot 9.000 miljard US$. En dankzij de vele vrijstellingen en uitzonderingen wordt dit mooie bedrag slechts gemiddeld voor 5 % belast.
Dat betekent ook het einde van een samenleving waarin, theoretisch gezien, iedereen dezelfde kansen heeft. Want wie erft staat meteen bovenaan de ladder, wie werkt kan er niet van dromen daar ooit te geraken. Het is de erfenis die je sociale positie bepaalt. En wie bovenaan staat hoeft zich niet langer te bekommeren om wie onderaan staat. Einde verzorgingsstaten. Einde democratie. In de beste hypothese: leve de filantropie.

Vennootschapsbelasting
Het was tekenend voor het neoliberale tijdperk. Bovenaan de agenda stond verandering, concurrentie, rendement, innovatie, dynamiek… Daarvoor moest de vennootschapsbelasting naar omlaag en die beweging heeft zo’n 20 jaar lang geduurd.
Gemiddeld was de vennootschapsbelasting in 2000 nog 28 %, in 2019 nog 21,8 %, berekende de OESO.
De meeste West-Europese landen zitten nog tussen 25 en 30 %.
De daling mag dan wel zijn stopgezet, er zijn nieuwe vluchtwegen uitgevonden.
“Innovatie” is de belangrijkste. In 33 op de 38 OESO-landen kunnen bedrijven belastingvrij investeren in ‘onderzoek en ontwikkeling’. Het effectieve belastingpercentage vermindert daardoor met 7,3 procentpunten.
Het tweede mechanisme blijven de belastingparadijzen. Franse multinationals delocaliseren nog steeds 18 % van hun jaarlijkse winst en dat betekent een verlies voor de staatskas van 3,7 miljard €. De gevolgen zijn trouwens niet enkel voor de overheid. Er werd berekend dat zonder die belastingparadijzen de lonen met zo’n 4 % gemiddeld zouden kunnen stijgen.
Een derde mechanisme tenslotte is de belasting op intellectuele eigendom. Stel, je koopt een duur polshorloge van je al belaste inkomen. De verkoper zal echter geen belasting betalen op zijn winst, want die wordt toegeschreven aan een patent dat steevast ook in een belastingparadijs werd neergelegd. Dat komt erop neer, aldus Tax Justice Network alsof een werknemer gedurende zeven maanden van het jaar geen belasting moet betalen. Staten geven op die manier voor 29 miljard US$ per jaar weg.
Het zijn bedragen waarmee je erg veel sociale rechten effectief zou kunnen toepassen. Want wat er in al dit gesnoei niet mag vergeten worden: die sociale rechten bestaan, mensen hebben er alleen geen toegang meer toe. Onder het mom van ‘besparen’ en ‘gat in de begroting’ sluizen regeringen miljarden door naar wie het niet nodig heeft. Het komt er vandaag dus niet langer op aan te vechten voor de toekenning, maar wel voor de toegang tot die rechten. Die strijd moet dringend gevoerd worden, mondiaal, want de sociale ambitie in de wereld is weg. Mensen blijven bekaaid achter. Er moet van wie bovenaan staat niet veel verwacht worden.

Bron: Uitpers

Het totale vermogen van de miljardairs op aarde is vorig jaar met meer dan 16 procent toegenomen. Dat stelt Oxfam bij de start van het World Economic Forum in Davos. De organisatie, die strijdt tegen armoede en onrechtvaardigheid, waarschuwt dat de toenemende ongelijkheid een bedreiging vormt voor de samenleving en de democratie.
De gezamenlijke rijkdom van miljardairs is vorig jaar met 2.500 miljard dollar gestegen naar een recordhoogte van 18.300 miljard dollar. In België zijn de 17 miljardairs op de Forbes-lijst rijker dan 31 procent van de bevolking – dat zijn bij elkaar 3.639.017 Belgen. (lees verder onder de video)
Het aantal miljardairs wereldwijd overschreed vorig jaar voor het eerst de grens van drieduizend, terwijl de rijkste miljardair, Elon Musk, als eerste persoon ooit de kaap van vijfhonderd miljard dollar rondde

Duidelijke waarschuwing
De sterke toename van het vermogen van miljardairs valt samen met het beleid van de Amerikaanse regering-Trump. Die heeft de belastingen voor de superrijken verlaagd, internationale inspanningen om grote bedrijven te belasten ondermijnd en maatregelen tegen oligarchie teruggeschroefd.
Voor Oxfam is het Trump-beleid een duidelijk waarschuwing voor de macht van de ultrarijken. In het rapport argumenteert de organisatie dat de opkomende oligarchie niet alleen een Amerikaans fenomeen is, maar maatschappijen wereldwijd ondermijnt. De groeiende ongelijkheid bedreigt volgens Oxfam ook de democratie. “De kans op democratische achteruitgang door bijvoorbeeld de uitholling van de rechtsstaat of de ondermijning van verkiezingen is zeven keer groter in landen met grote ongelijkheid”.
“Onze samenlevingen voelen vandaag de dag giftiger aan omdat ze dat aantoonbaar ook zijn, maar niet altijd om de redenen die ons worden verteld”, zegt Oxfam-directeur Amitabh Behar. “De buitensporige invloed van superrijken op onze politici, economieën en media heeft de ongelijkheid vergroot en ons ver van het pad afgebracht om armoede aan te pakken.”    Regeringen zouden volgens Behar meer moeten luisteren naar de behoeften van de mensen op het gebied van gezondheidszorg, maatregelen tegen de klimaatcrisis en belastingrechtvaardigheid.     

Bron: Oxfam

De economische betekenis van toerisme

Wie vakantie heeft kan op reis gaan. Veel mensen werken in de toerismesector. En die heeft heel wat mogelijkheden.  Hierbij wat info. Het toerismeonderwijs in Vlaanderen bereidt leerlingen en studenten voor op een carrière in de toeristische sector,  evenementen en onthaal. Secundair onderwijs Sinds de modernisering van het secundair onderwijs is Toerisme een studierichting binnen het studiedomein Taal en Cultuur, met een dubbele finaliteit. Dat betekent dat leerlingen zowel kunnen doorstromen naar het hoger onderwijs als rechtstreeks kunnen starten op de arbeidsmarkt. (Secundair Stedelijk Onderwijs)

Leerlingen krijgen onder meer vakken zoals:
toerisme en recreatie;
aardrijkskunde en cultuur;
economie en marketing;
communicatie en onthaal;
talen (Nederlands, Frans, Engels en vaak Duits);
digitale vaardigheden en onderzoekscompetenties. (Secundair Stedelijk Onderwijs)
Hoger onderwijs
Wie verder wil studeren, kan kiezen voor een professionele bachelor Toerisme- en Recreatiemanagement. Deze opleiding richt zich op:
toeristisch management;
bestemmingsontwikkeling;
evenementenorganisatie;
marketing;
duurzaam toerisme;
internationale communicatie. (Vlaanderen.be)

Verschillende Vlaamse hogescholen bieden deze opleiding aan, waaronder:
Erasmushogeschool Brussel
Howest
PXL
Thomas More
VIVES.
Volwassenenonderwijs
Ook volwassenen kunnen zich omscholen via centra voor volwassenenonderwijs (CVO). Er bestaan opleidingen zoals:
toerisme en onthaal;
toeristisch receptionist;
reisconsulent. Deze opleidingen zijn modulair opgebouwd en kunnen vaak gecombineerd worden met werk. (Vlaanderen.be)

Beroepsmogelijkheden
Afgestudeerden kunnen aan de slag als:
reisadviseur;
onthaalmedewerker;
toeristisch medewerker;
eventcoördinator;
medewerker bij een toeristische dienst;
medewerker in hotels, vakantieparken of recreatiebedrijven;
gids (na eventuele bijkomende opleiding). (eindtermen.vlaanderen.be)
Door de internationale aard van de sector legt het toerismeonderwijs in Vlaanderen veel nadruk op talenkennis, klantgerichtheid, digitale vaardigheden, interculturele communicatie en duurzaamheid. (Secundair Stedelijk Onderwijs)

Een Satellietrekening Toerisme of TSA (Tourism Satellite Account) is een internationaal erkend instrument ontwikkeld door de OESO, Eurostat en UNWTO. Aan de aanbodzijde brengt een satellietrekening de verschillende noodzakelijke met toerisme verbonden functionele onderdelen van de nationale rekeningen samen. Tegelijkertijd zorgt de satellietrekening ervoor dat dit aanbod verbonden wordt met de vraagzijde en dus met de werkelijke toeristische consumptie. Het rapport schetst de economische betekenis van toerisme in Vlaanderen als resultaat van de berekeningen van de Satellietrekeningen Toerisme in het Vlaamse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Het eerste deel geeft een beeld van de consumptieve bestedingen van toeristen. In het tweede deel komen de economische indicatoren aan bod: de bruto toegevoegde waarde van de toeristische bedrijfstakken, de directe bruto toegevoegde waarde van toerisme en de tewerkstelling in de toeristische sector. Statistiek Vlaanderen maakt deze satellietrekening tweejaarlijks op. Enkel over het jaar 2020 werd omwille van de covid-pandemie beslist geen TSA op te maken.
Lees de brochure:
De economische betekenis van toerisme in Vlaanderen | Vlaanderen.be