Pacifisme gezocht

Pacifisme gezocht

Ruben Mooijman in De Standaard
Vergeet liberalisme en socialisme. Met pacifisme creëer je pas echt welvaart

Hoeveel rijker zou de wereld zijn zonder oorlog? Het IMF maakte de denkoefening. Deze week zijn al liters inkt gevloeid over de oorlog in Iran. Eén zaak bleef relatief onderbelicht: wat doet een oorlog met de economie van een land dat wordt aangevallen? Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vatte deze week de kennis daarover samen. Het dook diep in zijn database met macro-economische gegevens.

Niet verrassend: in landen waar zich een gewapende strijd afspeelt, daalt de omvang van de economie. De schade loopt op naarmate het conflict langer duurt. Na vijf jaar produceert een land gemiddeld 7 procent minder dan waartoe het in vredestijd in staat was. In economisch opzicht richt wapengekletter gemiddeld meer schade aan dan een natuurramp of een financiële crisis. De economie van Oekraïne kromp vlak na de Russische inval met een derde. Zodra een conflict meer dan duizend levens eist, verergeren de gevolgen. Er gaat zoveel geld naar wapentuig, soldatenlonen en weduwepensioenen dat er elders zwaar bezuinigd moet worden. De schuldgraad neemt gewoonlijk sterk toe, terwijl de mogelijkheden om belasting te innen afnemen door de dalende productie. De export krijgt zware klappen, wat de handelsbalans uit het lood doet slaan. De nationale munt verliest aan waarde, de valutareserves smelten weg, de inflatie neemt toe.

Ook voor ons, Europeanen die verwend zijn met acht decennia vrede, zijn die vaststellingen van belang. De Oekraïense economie blijft alleen boven water dankzij Europese financiële injecties. In vier jaar tijd bedroegen die zo’n 150 miljard euro, berekende het Kiel Institute for the World Economy. Het is goed besteed geld, daar niet van, maar zonder Russische agressie zou het voor Europese scholen, ziekenhuizen, sociale woningen en fietspaden aangewend kunnen zijn.

Door een puur economische bril bekeken is defensie niet zo’n productieve besteding, merkt het IMF op. Belastinggeld uitgeven aan geweren maakt het voor de wapenfabrikant mogelijk om personeel en aandeelhouders te vergoeden, maar daar blijft het bij. Er is geen multiplicator-effect, zoals economen zeggen. Dat is er bij scholen wel: een beter opgeleide bevolking heeft een directe economische meerwaarde. Goedkope huizen voor gezinnen met lage inkomens ook, want armoede verkleint de economische mogelijkheden van huishoudens.
Het is verleidelijk om de vraag te stellen hoeveel welvarender de wereld zou zijn zonder gewapende conflicten. In 1995 waagden enkele IMF-economen zich aan een simulatie waarin vrijwel alle defensie-uitgaven geschrapt werden. Hun conclusie: dankzij het vredesdividend zou de capaciteit om welvaart te creëren in de geïndustrialiseerde wereld op lange termijn tot 20 procent hoger kunnen liggen. Ik vrees dat de paper niet is doorgedrongen tot het   Kremlin. 

Bron: De Standaard
Onderwijskwaliteit blijft onder druk

Onderwijskwaliteit blijft onder druk

Eén op vijf scholen krijgt ongunstig advies onderwijsinspectie. De onderwijskwaliteit in Vlaanderen staat nog altijd fors onder druk. Bijna een op de vijf doorgelichte scholen kreeg een ongunstig advies in het schooljaar 2024-2025. In het secundair onderwijs loopt dat op tot bijna een op de vier. Dat blijkt uit de Onderwijsspiegel 2026, het jaarrapport van de Vlaamse onderwijsinspectie.

De inspectie voerde 621 pedagogische doorlichtingen uit. Daarvan kregen 236 scholen (38 procent) een gunstig advies zonder meer. Nog eens 272 scholen (43,8 procent) kregen een gunstig advies, maar met de verplichting aan hun tekorten te werken. Bij 113 scholen (18,2 procent) viel het advies ongunstig uit. Bij drie scholen dreigt de erkenning definitief ingetrokken te worden

In het secundair onderwijs zijn de cijfers het slechtst: van de 114 doorgelichte scholen kreeg bijna een kwart een ongunstig advies. In het basisonderwijs, waar 363 scholen werden doorgelicht, gaat het om ongeveer 18 procent. Dat is een verslechtering tegenover het schooljaar 2023-2024, toen 15 procent van de doorgelichte instellingen een ongunstig advies kreeg.
 
‘De cijfers zijn slechter dan vorig jaar. Daar mogen we de ogen niet voor sluiten’, zegt Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA). ‘Bij mijn aantreden stelde ik vast dat de tanker niet gekeerd is. Ondertussen moet ik die beeldspraak bijstellen: het onderwijs is geen tanker, maar een vloot. En een vloot is net zeer behendig. Maar het vraagt ook de nodige tijd en kalmte om te kunnen manoeuvreren.’
 
De inspectie stelt een aantal hardnekkige problemen vast. Schoolbeleid werkt te weinig door tot in de klas: veel scholen slagen er niet in hun pedagogische visie te vertalen naar de dagelijkse klaspraktijk. Daarnaast zijn er grote verschillen tussen leraren onderling, gebruiken scholen te weinig data om bij te sturen en is de leerlingenbegeleiding niet altijd doelgericht.
 
Het jaarverslag duikt ook dieper in de verschillen tussen het kleuter, lager en secundair onderwijs. Daarbij valt op dat de kleuterevaluatie een werkpunt is: bij bijna de helft van de kleuterscholen scoort die onder of net op de verwachting.
 
Voor Nederlands in het lager onderwijs zijn de resultaten wisselend. De manier waarop lesgegeven wordt, voldoet in de meeste scholen, maar de begeleiding op maat schiet tekort: bij zo’n twee derde van de scholen haalt die net of niet de lat. Ook de manier waarop leerlingen geëvalueerd worden, blijft een knelpunt. Opvallend: voor Nederlands in het secundair onderwijs haalt bij ongeveer twee derde van de doorgelichte scholen de instructie slechts de ondergrens, en ook de feedback aan leerlingen scoort zwak.

Voor wiskunde ziet de inspectie een vergelijkbaar beeld in het lager onderwijs: bij de helft van de scholen benadert de begeleiding op maat hooguit de verwachting. In het secundair onderwijs is dat nog uitgesprokener: bij meer dan acht op de tien scholen haalt de begeleiding op maat voor wiskunde niet de lat.
 
Ook opmerkelijk is dat het onderwijskundig beleid hét grootste pijnpunt blijft. Bij 46 van de doorgelichte scholen scoorde dat beneden de verwachting, bij nog eens 315 benaderde het de verwachting. Ook een betrouwbare evaluatie van de eigen onderwijskwaliteit blijft een groot werkpunt.
 
De resultaten liggen in lijn met internationale onderzoeken als PISA en TIMSS. Demir wijst erop dat het beleid om de trend te keren nu pas echt wordt uitgerold. ‘Nieuwe minimumdoelen, een sterkere lerarenopleiding, meer focus op orde en rust in de klas en op effectieve didactiek: die ingrepen komen nu in stelling’, aldus de minister. Ze verwacht dat het effect daarvan pas de komende jaren zichtbaar wordt.
 
Naast de pedagogische doorlichtingen voerde de inspectie ook 138 doorlichtingen uit op het vlak van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne (BVH), een forse stijging tegenover 93 het schooljaar ervoor. Ruim een derde van de scholen kreeg daarbij een ongunstig advies.

Scholen met een ongunstig advies krijgen verplichte begeleiding, gericht op de vastgestelde problemen, en een herbezoek van de inspectie.
Inspecteur-generaal Katrien Bonneux benadrukt dat de overgrote meerderheid van de scholen wel een gunstig advies kreeg. ‘De situatie is ernstig. Dat moet je durven benoemen. Maar samen met leerkrachten en directies gaan we dit keren’, zegt ze. 

Bron: Knack
Hogere maaltijdscheques

Hogere maaltijdscheques

Meer dan 700.000 werknemers krijgen hogere maaltijdcheques. Dat zijn officiële cijfers van Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid.. Volgens voorzichtige berekeningen van onze redactie gaat het zeker om meer dan 1 miljoen werknemers in de privé. Ongeveer zeven op de tien werknemers in de privé krijgen elke maand maaltijdcheques. Het bedrag per cheque verschilt van bedrijf tot bedrijf en van sector tot sector. Tot voor kort lag het maximumbedrag op 8 euro, maar regering en parlement beslisten begin dit jaar om dat op te trekken naar 10 euro. Later volgt zelfs een tweede verhoging met nog eens 2 euro. Het is sinds 2016 geleden dat het bedrag nog de hoogte in ging. Een indexering van de maaltijdcheques bestaat niet.

  Nog veel meer sectoren
Bedrijven beslissen zelf over de hoogte van de maaltijdcheques, of volgen de afspraken die daarover binnen een sector in een paritair comité worden gemaakt. En nu de overheid het mogelijk maakt om de waarde op te trekken, doen veel sectoren dat ook. Volgens de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid hebben vakbonden en werkgevers ondertussen in 42 paritaire comités of subcomités al een cao afgesloten waarin een verhoging is afgesproken. In totaal goed voor 712.000 werknemers.  

In 16 sectoren waar tot nu toe nog geen maaltijdcheques bestonden, worden er nu toch aan de werknemers gegeven. In iets meer dan de helft van de sectoren (67) bedraagt de verhoging 2 euro. In 46 sectoren gaat het om 1 euro extra. In één sector komt er zelfs meteen 5 euro bij: die van de technische land- en tuinbouwwerken, waar een kleine 2.000 jobs bestaan. Volgens gegevens van minister van Werk David Clarinval (MR) bedraagt een gemiddelde maaltijdcheque 6 euro.  

Dat veel werkgevers hun mensen iets meer gunnen, heeft niet alleen met filantropie te maken. Arizona verhoogde de fiscale aftrek van de maaltijdcheques ook van 2 naar 4 euro. De overheid neemt dus een deel van de kost op zich.

Maaltijdcheques | Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid – Arbeid en Sociaal Overleg

Vlaanderen wil  56.000 sociale woningen bijbouwen

Vlaanderen wil  56.000 sociale woningen bijbouwen

Vlaanderen wil tegen 2042 zo’n 56.000 sociale woningen bijbouwen: hoeveel moeten erbij komen in jouw gemeente?
De wachtlijst is  aangegroeid tot 215.337 gezinnen. “Massaal sociale woningen bijbouwen, is onze topprioriteit. Daarbij is het belangrijk dat elke gemeente zijn deel doet en dat we gemeenten ook voldoende ondersteunen. Want of je nu in Aalter of Zaventem woont, iedereen heeft recht op een betaalbare woning”, benadrukt Bonte, minister van huisvesting. Er werden 45.000 woningen toegewezen aan de 285 Vlaamse gemeenten. Daarnaast is er nog een extra budget voorzien voor 11.000 sociale woningen waar gemeenten vrijwillig op kunnen intekenen. Gent en Antwerpen gaven al eerder aan hier gebruik van te willen maken. “Bovendien worden gemeenten die in het verleden achterop raakten, gestimuleerd om de achterstand in te halen”, zegt Bonte. Om die extra woningen te bouwen en te renoveren, voorziet de Vlaamse regering deze legislatuur een budget van meer dan 1 miljard euro per jaar. Om het bouwtempo te versnellen, kunnen de woonmaatschappijen rekenen op een voordelige lening. Zo verlaagde de Vlaamse regering de rente van -1 procent naar -2 procent. “Zo maken we de investering voor woonmaatschappijen een vijfde goedkoper”, aldus Bonte. 

Hoeveel sociale woningen moeten er in jouw gemeente bijkomen?
Als lokale besturen niet willen meewerken, dreigt een sanctie. “Die besturen zullen een bijdrage moeten betalen in het huursubsidiesysteem”, legt de minister uit. “Mensen die veel te lang op die wachtlijst staan, hebben recht op zo’n subsidie. Voor de financiering daarvan zal er een bijdrage gevraagd worden aan lokale besturen die niet meewerken.” Zo’n bijdrage kan oplopen tot 4.000 euro per jaar.

Private woonmarkt
Als er in 2042 effectief 56.000 extra sociale woningen zouden zijn bijgekomen, is er nog steeds een wooncrisis. Meer dan 200.000 mensen wachten namelijk nu al op een sociale woning.
En de situatie wordt er niet makkelijker op, zegt de minister. De bevolking groeit en steeds meer mensen gaan alleen wonen. Sociale woningbouw kan die toenemende nood aan appartementen en huizen niet alleen opvangen, klinkt het.
“Het is niet zo dat we alle heil kunnen verwachten van sociale woningen. We moeten ook kijken naar de private woonmarkt”, maakt Bonte duidelijk. “Ook daar zijn gesprekken lopende.”
Bron:  Vlaanderen wil tegen 2042 zo’n 56.000 sociale woningen bijbouwen: hoeveel moeten erbij komen in jouw gemeente? | VRT NWS Nieuws
Volgens Neutr-On is dat plan te slap: het komt neer op nog geen 3500 woningen per jaar, daarmee is het probleem binnen 60 jaar nog niet opgelost.
Groot tekort aan  sociale woningen

Groot tekort aan  sociale woningen

De wooncrisis in Vlaanderen wordt steeds groter. Vooral het tekort aan sociale woningen is een ernstig probleem dat duizenden mensen treft. Steeds meer gezinnen hebben recht op een betaalbare woning, maar vinden er geen. Hierdoor groeien de wachtlijsten en nemen de wachttijden toe. Het meest opvallende probleem is de enorme wachtlijst. In 2025 stonden meer dan 209.000 huishoudens ingeschreven voor een sociale woning in Vlaanderen. Dat is een historisch record. Ter vergelijking: in 2022 waren dat nog ongeveer 176.000 huishoudens. De stijging gaat dus snel. Bovendien moeten veel mensen extreem lang wachten. In sommige gevallen loopt de wachttijd op tot meer dan 10 jaar. Het probleem ligt vooral bij het aanbod. Vlaanderen telt ongeveer 177.000 sociale huurwoningen, terwijl er bijna evenveel of zelfs meer mensen op de wachtlijst staan. Dat betekent dat er simpelweg te weinig woningen zijn om iedereen te helpen. In feite zou het aantal sociale woningen bijna moeten verdubbelen om de wachtlijst volledig weg te werken.

Oorzaken van het tekort:
Er zijn verschillende redenen waarom het tekort zo groot is:
Te weinig bouw van nieuwe woningen: jarenlang werd er onvoldoende geïnvesteerd in sociale huisvesting.
Stijgende huurprijzen op de private markt, waardoor meer mensen afhankelijk worden van sociale woningen.
Bevolkingsgroei en verarming: steeds meer mensen voldoen aan de voorwaarden voor een sociale woning.
Administratieve problemen: bijvoorbeeld vertragingen in systemen en procedures.
De corruptie in de bouwsector: denk maar aan de hoge prijzen voor de architect en de bouwproducten; prijsafspraken. Het wordt tijd dat de bouwsector eens doorgelicht wordt.

Gevolgen voor de samenleving
Het tekort heeft grote gevolgen:
Mensen moeten vaak te duur huren op de private markt
Sommige gezinnen komen in armoede of schulden terecht
Jongeren blijven langer thuis wonen, Hotel Mama
Dakloosheid en woononzekerheid nemen toe
Betaalbaar wonen is nochtans een basisrecht. Wanneer dat niet gegarandeerd wordt, ontstaan er grotere sociale problemen.

Mogelijke oplossingen
De Vlaamse overheid probeert het probleem aan te pakken met verschillende maatregelen:
Investeren in nieuwe sociale woningen
Gemeenten verplichten om een minimum aantal woningen te bouwen
Snellere procedures voor bouwprojecten
Renovatie van bestaande woningen

Toch zeggen experts dat deze maatregelen nog onvoldoende zijn om het probleem snel op te lossen.

Conclusie
Het tekort aan sociale woningen in Vlaanderen is een van de grootste maatschappelijke uitdagingen van dit moment. Met meer dan 200.000 wachtenden en lange wachttijden is duidelijk dat er dringend actie nodig is.
Zonder extra investeringen en snellere oplossingen dreigt de wooncrisis alleen maar groter te worden. Betaalbaar wonen moet opnieuw een prioriteit worden, zodat iedereen recht heeft op een degelijke woning.