Bert Engelaar ‘Dit is The Truman Show van Bart De Wever’

“Dit is The Truman Show van Bart De Wever,” zegt Bert Engelaar over Arizona. “Het piekfijne decor zegt ‘modernisering’, ‘activering’ en ‘noodzakelijke sanering’, maar zodra je naar de randjes kijkt, zie je wat het echt betekent voor mensen aan het einde van de maand, voor wie ziek wordt, voor wie in ploegen of nachten werkt, voor wie niet in een perfecte loopbaanlijn past.” Die randjes zichtbaar maken is precies de taak van vakbonden, aldus de ABVV-voorzitter.

Sinds januari is Bert Engelaar (46) voorzitter van het ABVV. Eerder was hij voorzitter van de Algemene Centrale Brussel Vlaams-Brabant, waar hij het ledenaantal fors opkrikte. Op 1 januari 2025 werd hij algemeen secretaris van het ABVV en nu is hij dus voorzitter. We spreken hem in de aanloop naar de grote nationale betoging op 12 maart. “Ik heb een beetje een vrijdaggevoel, onze telewerkdag,” stelt Bert Engelaar lachend in de grotendeels verlaten gebouwen van het ABVV tijdens de krokusvakantie. Bang voor perceptie is hij duidelijk niet, zelfbewust en energiek des te meer. “Ikzelf ga alleen in de zomer op vakantie. En zelfs dan sta ik niet ‘uit’. Vorige zomer schreef ik op reis mijn boek ‘Kort door de bocht. Over het verdraaien van woorden’.”

Bert Engelaar gaat soms snel voor zijn eigen organisatie. Intern vecht hij tegen oude ABVV-structuren. Extern spreekt hij zich uit over een brede waaier aan thema’s. Uiteraard over sociale thema’s, zoals het een voorzitter van het ABVV betaamt, maar op zijn sociale media evenzeer over voor vakbonden moeilijker thema’s als migratie en antiracisme. Steevast ondertekend met ‘Uw vakbondsvriend met rendement en humor’. Een atypisch profiel dus. Jong naar de normen van een ABVV-voorzitter. Fan van Duvel, voetbal, kleurrijke kostuums en film – in dit gesprek zal hij er een sport van maken te verwijzen naar zijn lievelingsfilms.

“Ik zou graag eens met pensioenminister Jambon of premier De Wever in debat gaan,” verzucht hij. “Ikzelf zeg tegen geen enkele debataanvraag neen, maar zij lijken de boot af te houden. Dat is jammer. Een inhoudelijk debat over het regeerakkoord zou interessant zijn voor de kijker.” Engelaar bokste het ABVV eigenhandig in het politieke gevecht met Arizona. Hij werd daarbij geholpen door de omstandigheden, geeft hij toe. “Het is lang geleden dat een regering zo hard heeft ingehakt op de sociale zekerheid en het arbeidsrecht. Voor mij is dat een ‘cadeau’. Ik breng onze boodschap in mijn eigen stijl en die was algemeen bekend in het ABVV voor ik eraan begon. Ze hebben er deels ook voor gekozen. Na een jaar mag ik zeggen dat dit werkt.”

Is de regering-De Wever voor u echt zo’n trendbreuk?

“Absoluut. De regering-De Croo nam ook maatregelen waar we niet mee akkoord waren, maar toen hadden we bijvoorbeeld met de minister van Werk (Pierre-Yves Dermagne van de PS, wv) wel een rechtstreekse lijn. Deze regering is fundamenteel anders. De beperking van de werkloosheid in de tijd, het opjagen van zieken, het terugschroeven van opzegtermijnen, het opnieuw invoeren van de proefperiode, het versoepelen van de flexibiliteit, het invoeren van de overuren, het omhoogtrekken van de studentenarbeid, … Ik moet De Wever gelijk geven: er in de laatste dertig jaar nooit zo ‘hervormd’. Al noem ik het ‘afgebroken’. Het huidige beleid verlegt de risico’s weg van het collectief en duwt ze richting het individu. Dat betekent: onzekerheid wordt individueler, en bescherming wordt selectiever en strenger.

Dit is The Truman Show van Bart De Wever, nochtans mijn lievelingsfilm: het piekfijne decor zegt ‘modernisering’, ‘activering’ en ‘noodzakelijke sanering’, maar zodra je naar de randjes kijkt, zie je wat het echt betekent voor mensen aan het einde van de maand, voor wie ziek wordt, voor wie in ploegen of nachten werkt, voor wie niet in een perfecte loopbaanlijn past. Die randjes zichtbaar maken, is precies de taak van vakbonden.”

Geeft u eens een voorbeeld van die randjes?

“De beperking van de werkloosheid in de tijd heeft veel van die randjes. Eerst was er het kunstenaarsstatuut, dan de knelpuntberoepen, nu de mantelzorg. Dat was allemaal niet geregeld, maar de beperking van de werkloosheid in de tijd moest er wel absoluut meteen komen.”

Met deze besparingen worden we eindelijk een ‘normaal Noordwest-Europees land’, stelt De Wever.

“Dat is nogal selectief. In die landen is er inderdaad een beperking van de werkloosheid in de tijd, maar bestaat er ook een vermogensbelasting die geld opbrengt en zijn de pensioenen een pak hoger dan bij ons. Maar dat wil De Wever dan weer niet.

Ik heb grote moeite met de manier waarop deze sanering wordt geframed. Dat is weer The Truman Show. ‘We beschermen koopkracht’ is het decor; de afgetopte index het spotlicht dat valt. De realiteit wordt zichtbaar zodra je naar de winkelkar en de energiefactuur kijkt.”

Neem de beperking van werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Voor ons een zeer problematische maatregel. Via sociale actie konden we correcties afdwingen die het verschil maken. Nu tellen periodes zoals moederschapsrust en tijdelijke werkloosheid wel mee voor werkloosheidsrechten. We konden bij ziekte en arbeidsongevallen zorgen voor verlenging in bepaalde situaties. En de ondersteuning voor lokale besturen kwam na onze druk vroeger.

Ook bij pensioenen heeft sociaal protest bijsturingen afgedwongen. Zo worden periodes van ziekte en invaliditeit nu wel gelijkgesteld voor onderdelen van de pensioenmalus, waardoor het aantal mensen dat gestraft wordt met een derde daalt. Bij vrouwen is de impact nog groter: daar zou eerst 1 op 2 geraakt zijn door de Jambonmalus, maar dat gaat naar 1 op 3. Nog steeds schandalig en veel te veel, maar wel een wezenlijk verschil.”

Vooruit zegt daarover: ‘we hebben de vakbonden niet nodig om te weten dat ziekte moet meetellen bij pensioenen’.

“Tja, ze zetten nochtans wel hun handtekening onder het regeerakkoord. Wat eerst in stilte zou passeren, wordt nu onderwerp van debat, van bijsturing en vertraging, of correctie. Inzake pensioenen hebben we nog andere bijsturingen afgedwongen. Het eerste loopbaanjaar telt opnieuw mee vanaf een minimum aantal dagen, wat belangrijk is voor mensen met een grillige instap op de arbeidsmarkt. Moederschapsrust wordt meegeteld om toegang te krijgen tot vervroegd pensioen, waardoor zorgperiodes niet langer automatisch worden afgestraft. En de timing van bepaalde pensioenmaatregelen schuift op, wat ruimte creëert voor verder debat.

Hier is Forrest Gump een mooie metafoor: een mensenleven is geen rechte lijn. Mensen worden ziek, zorgen, vallen uit, herstarten. Pensioenregels die doen alsof iedereen een perfecte, ononderbroken loopbaan heeft, straffen de realiteit en zeker wanneer ze retroactief ingrijpen op periodes uit het verleden. Met Vooruit hebben we een partner met wie we hierover in gesprek kunnen gaan. Het is jammer dat dit bij de pensioenminister zelf niet mogelijk is.”

U heeft nog geen uitnodiging ontvangen van het kabinet-Jambon?

“Jawel, één keer. Op 14 oktober 2025, de dag van de grote vakbondsmanifestatie, werden we om 16u op het kabinet verwacht. Plots kregen we bericht dat dit ‘door onvoorziene omstandigheden’ niet kon doorgaan en werden we uitgenodigd om 9u ’s morgens. Eén uur voor de start van de betoging! Dat ging natuurlijk niet. We vroegen om te verleggen, maar kregen daarop nooit reactie.

Ook op het vlak van arbeidsmarktbeleid zou ik graag samenkomen met de bevoegde ministers én de sociale partners. Want de beperking van de werkloosheid moest snel worden uitgevoerd, maar op maatregelen rond een passende dienstbetrekking is het nog altijd wachten. Hoe gaan we al die langdurig werklozen effectief aan een job helpen? Laat ons daarover samenzitten. Maar het is blijkbaar niet mogelijk.”

En dus volgt op 12 maart een nieuwe grote nationale betoging?

“Als je geen stem aan tafel krijgt, is sociaal protest meestal de volgende stap. Toen in april 2025 de spoorbonden met de bevoegde minister, Jean-Luc Crucke, rond de tafel zaten, werden alle acties opgeschort om het overleg een kans op slagen te geven. Pas toen dat overleg afsprong, kwamen nieuwe acties. (fijntjes) En toen was de pers daar natuurlijk plots weer.”

“Deze kant van de Wetstraat is een verboden zone. Ik zit hier in alle rust en kalmte,” zei De Wever over de protesten van de vakbonden.

“Ook met hem is helaas geen overleg mogelijk. Het woord ‘sociaal overleg’ staat verschillende keren in het regeerakkoord, maar wordt niet toegepast. Net na de eedaflegging mochten we met de Groep van 10 bij hem op de foto. Dat duurde hoop en al tien minuten.

Ik vond zijn boek Over welvaart teleurstellend. Hij toont er zich fan van het Rijnlandmodel, maar daar spelen vakbonden wel een fundamentele rol. ‘Niet stakers maar makers zullen ons redden’, lees ik daarin. Maar als die makers collectief actie voeren, kampen ze blijkbaar wel met een gebrek aan verantwoordelijkheidszin. De Wever meent dus niet wat hij schrijft. En ook zijn huiswerk als premier is niet gemaakt: straks moet er weer 3 à 4 miljard extra bespaard worden.”

Waar zou u de miljarden halen?

“Er is wel degelijk een alternatief. Ook in het decor van The Truman Show zit een deur. Het gaat niet over ‘meer uitgeven’, maar over het stoppen van lekkages en het herstellen van rechtvaardigheid.

Concreet kan je 500 miljoen besparen wanneer je de RSZ-korting op de eerste aanwerving schrapt; daarvan zeggen ook werkgevers al jaren dat ze niet effectief is en haar doel voorbijgaat. Je kan de blanco Arizona-cheque van 1,5 miljard ‘competitiviteitsenveloppe’ herbekijken, want daar wordt geen enkele aanwerving of investering tegenover gesteld. Je kan nog eens 500 miljoen vinden door het gewaarborgd loon door werkgevers op te trekken naar twee maanden; dat is een besparing voor het RIZIV en een incentive voor werkgevers naar werkbaar en gezond werk. Je kan 1 miljard uitsparen via een eerlijke prijszetting van geneesmiddelen; de Fair Price Calculator van Solidaris toont aan dat de winsten van big pharma niet meer te verantwoorden zijn. Je kan werknemers hun productiviteit uitbetalen via eerlijke loononderhandelingen in plaats van de onnatuurlijke begrenzing door de Wet van ’96; dat zorgt voor 500 miljoen extra inkomsten voor de begroting en tegen 2030 zelfs voor 1 miljard.”

Er is dus een alternatief. En u spreekt daarbij zelfs nog niet over een meerwaardebelasting?

“Precies. Daarvoor stond 500 miljoen ingeschreven in de begroting, maar specialisten zeggen dat we dat niet halen. Trouwens, 7 op 10 Vlamingen wil een vermogensbelasting, maar er wordt enkel een kadaster van sociale rechten opgesteld. Je kan via het KBO-register nochtans perfect een vermogensbelasting uittekenen die wél voor de nodige inkomsten zorgt.

Ook de managementvennootschappen swingen de pan uit. België heeft 5 à 6 keer zoveel vennootschappen als Duitsland, het beloofde land van De Wever. Een groot deel van het hoger kader steekt zijn loon in vennootschappen. Zogezegd omdat de lasten hoog zijn. Het probleem is dat de gewone bediende of arbeider deze systemen niet kan opzetten. Daar zit de ongelijkheid. Eigenlijk willen die kaderleden dus niet meer solidair zijn met het systeem. Sociale zekerheid is nochtans één van de mooiste collectieve systemen die er is.”

Waarom trekken die kaderleden zich terug uit het systeem?

“Ik vergelijk het met Bowling for Columbine, die toont hoe in de VS een klimaat van angst en repressie wordt gecreëerd. Ook de regering-De Wever verkoopt haar beleid met angstframes: ‘we moeten hard zijn tegen misbruik van profiteurs’. ‘We dragen al genoeg bij’. ‘We moeten niet solidair zijn met het profitariaat’. ‘Als iemand extra geld nodig heeft, moet die maar een extra flexi-job doen in het weekend’. Die toon is overal aanwezig.”

Wat verwacht u van de nieuwe besparingsronde?

“Ik vrees het ergste. Axel Ronse stelde al dat er nog geld te vinden is in de sociale zekerheid. Van Georges-Louis Bouchez weten we dat hij geen extra belastingen wil. Ik vrees dat ze het geld opnieuw zullen halen bij diegenen die het al moeilijk hebben. Onder noemer van ‘verantwoordelijkheid’ breekt men een sociaal model af. Het is aan de vakbonden om te tonen dat er alternatieven bestaan.”

Zijn er contacten met Vooruit in de aanloop naar die nieuwe besparingsronde?

“De lijnen zijn altijd open geweest. De media herleiden dit vaak tot één scène: ABVV tegen Vooruit. Maar het verhaal is groter: dit gaat over sociale zekerheid, koopkracht, arbeidsmarkt en democratische tegenmacht. Wie enkel één scène uitlicht, mist het geheel. Als het ABVV nu niet reageert, verliest het zijn bestaansreden. Ik weet ook wel dat veel maatregelen er niet komen op vraag van Vooruit. Ze vertegenwoordigen slechts 14%. We wisten dat het moeilijk ging worden en dat we elk soms in een andere hoek van de boksring zouden staan. Maar het is belangrijk dat we in de Gemeenschappelijke Socialistische Actie blijven spreken.”

Volgens Conner Rousseau moet het ABVV opletten dat het niet het studiewerk doet en dat PVDA in het parlement met de eer gaat lopen.

“Dat is een compliment voor onze uitstekende studiedienst. Vooruit en PVDA kunnen maar weinig positiefs over elkaar zeggen, merk ik. Ze zouden dat beter wat meer doen. Op je eigen nieuwjaarsreceptie op elkaar zitten kappen, vind ik triest. Op rechts gebeurt dit veel minder. In de politiek is het een sport om elkaar niets te gunnen. Daarom ook dat ik nooit in de politiek zou kunnen functioneren.”

Is het ABVV geïnfiltreerd door PVDA, zoals we soms horen?

“Mensen van PVDA zijn vaak aanwezig op onze acties, net zoals mensen van Vooruit, Groen en zelfs cd&v. Het is simplistisch om het ABVV op dezelfde lijn te zetten als PVDA. Een aantal medewerkers hier in het gebouw (van het ABVV, wv) staat zelfs op Vooruit-lijsten. Wij zetten onze eigen lijn uit. PVDA mag ons daarin volgen, geen probleem. Dat maakt van mij geen PVDA’er. Ik ben het niet eens met veel van hun standpunten. Hun framing is vaak antipolitiek.”

Wat is de meest onjuiste framing over het ABVV die u wil ontkrachten?

“Dat we alleen werklozen vertegenwoordigen. Terwijl 75% van ons leden werkenden zijn, slechts 10% werklozen en 15% gepensioneerden. We doen wel wat meer dan de werkloosheid uitbetalen: we geven sollicitatietraining, doen aan loopbaanadvies en -begeleiding, organiseren vormingen, vullen belastingbrieven in, geven juridisch advies, … We zijn een organisatie die opgebouwd is uit solidariteit. Iedereen kan bij ons terecht.”

Is het probleem vandaag ook niet dat het sociaal overleg zo stroef loopt?

“De werkgevers zitten momenteel in een zetel. Nochtans is het voor hen belangrijk om tot akkoorden te komen met de werknemers. Werkgeversorganisaties hebben baat bij sociaal overleg. Nu wentelen ze zich in het gemak dat de regering dossiers voor hen oplost. Maar ze zetten zichzelf hiermee buitenspel.

Tegen eind 2026 moeten we samen standpunten innemen rond de Wet van ‘96, de index, de harmonisatie arbeiders-bedienden en andere dossiers. Maar als de regering onderweg constant de spelregels verandert en zelf komt met zoiets als een ‘centenindex’, een indexsprong light, wordt het voor de sociale partners heel moeilijk om tot akkoorden te komen.

De manier waarop de Groep van 10 vandaag werkt, is één van mijn grootste ontgoochelingen sinds ik deze functie bekleed. Jarenlang kon ik in de bouwsector tot moeilijke akkoorden komen. Op dit niveau blijkt dat niet mogelijk. Het is zoals in Indiana Jones and the Last Crusade. Als je uit de verkeerde beker drinkt, word je herleid tot as. Die indruk heb ik nu soms. Vakbonden hebben blijkbaar te lang van de verkeerde beker gedronken. Tijd voor een nieuwe cantus. Schol!”

Bron: sampol.be

Federale regering zoekt 10 miljard euro voor begroting, maar biedt tot 7,4 miljard euro overheidssteun aan grote vervuilers

Terwijl de federale regering op zoek is naar zo’n 10 miljard euro om de begroting weer op koers te brengen, biedt het jaarlijks zo’n 5,7 tot 7,4 miljard euro aan overheidssteun voor sterk vervuilende industrieën. Dat blijkt uit een nieuw rapport van Greenpeace België, dat oproept ermee te stoppen.

De federale regering zoekt 10 miljard euro om de begroting weer op de rails te krijgen. “Maar elk jaar besteden ze een groot deel van dat bedrag aan sterk vervuilende industrieën”, stelt Mathieu Soete, verantwoordelijke energietransitie bij Greenpeace België. 

Overheidssteun aan vervuilende industrie

Tijdens de begrotingsdebatten moet de regering daarom volgens de milieuorganisatie eerst kijken naar de overheidssteun die het vandaag aan de Belgische industrie biedt. Het gaat hierbij om financiële voordelen die de federale regering biedt aan bedrijven waardoor de regering inkomsten van hen mist.

Zo ontving de Belgische industrie tussen 2021 en 2025 voor ongeveer 10 miljard euro aan gratis emissierechten en daarvan ging 7,85 miljard euro naar slechts vijftien bedrijven, verspreid over 33 sites in ons land, zo blijkt uit een nieuw rapport van Greenpeace België. Een derde van de onderzochte installaties kreeg zelfs meer gratis rechten toegewezen dan hun daadwerkelijke CO2-uitstoot. “Dat is alsof de overheid aan jou belastingen betaalt en daar nog eens een mooie som bovenop geeft”, aldus Soete dinsdag 14 juli in De Ochtend op Radio 1.

ArcelorMittal is de grootste ontvanger met 2,6 miljard euro in de laatste vijf jaar. Dat is meer dan 80 procent dan wat zij uitstoten. TotalEnergies en Exxon, die raffinaderijen hebben in de haven van Antwerpen, krijgen samen meer dan 1,26 miljard euro aan gratis emissierechten. 

Enerzijds worden miljarden euro’s aan belastinggeld volgens Greenpeace verkeerd ingezet, zonder dat ze leiden tot een wezenlijke daling van de uitstoot van broeikasgassen. “Want die bedrijven worden zo veel minder aangezet om te investeren in het terugdringen van hun uitstoot”, verklaart Soete. Anderzijds zorgt de overheidssteun ervoor dat onze industrie bijzonder afhankelijk blijft van fossiele brandstoffen. 

“Door zwaar vervuilende industriële activiteiten massaal te blijven ondersteunen, stellen overheden de noodzakelijke investeringen in de transformatie van de Belgische economie uit. De huidige klimaatproblematiek dwingt ons die overheidssteun stop te zetten, of het nu gaat om gratis emissierechten, compensatie voor indirecte kosten, of fiscale voordelen voor fossiel gas, aldus Greenpeace.

“Als ons land de grootste vervuilers blijft steunen, zal het niet alleen blijven bijdragen aan de klimaatproblematiek, aan de steeds intensere hittegolven die onze samenleving naar adem doen happen, maar ook de Belgische industrie verzwakken in plaats van haar voor te bereiden op de toekomst”, zegt Soete. “Publieke middelen dienen niet om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in stand te houden, maar moeten aangewend worden als investering in een duurzame industrie, toekomstgerichte jobs en een rechtvaardige transitie voor Belgische gezinnen.”

Fiscale ongelijkheid tussen gezinnen en grote industriële verbruikers

Uit het rapport blijkt ook dat gezinnen tot vijftien keer meer accijnzen op fossiel gas moeten betalen dan de grote industriële verbruikers. In het kader van de federale taxshift zullen de accijnzen voor gezinnen stijgen naar 14,45 euro per MWh tegen 2029, terwijl energieverslindende bedrijven zullen blijven genieten van voordelige tarieven tussen 0,69 en 1,66 euro per MWh. 

“Dat verschil valt niet te verantwoorden”, zegt Soete. “Het zijn vooral burgers die geconfronteerd worden met stijgende energiekosten, de gevolgen van de klimaatcrisis en besparingen op het overheidsbeleid. De regering kan burgers niet vragen de broeksriem aan te halen, terwijl ze tegelijkertijd bijzonder gunstige fiscale regimes voor de grootste verbruikers van fossiel gas in stand houdt. Het geld is er. De overheid besteedt het momenteel gewoon verkeerd.”

‘Anders vertrekt het bedrijf naar een ander land’ of ‘hogere energiekosten gaan ten koste van de werkgelegenheid’, klinken vaak als argument. Maar “uit onderzoek blijkt dat de uitstootkost een kleine rol speelt in de beslissing van bedrijven om wel of niet hier te blijven”, stelt Soete. “Ook hebben bedrijven zoals TotalEnergies en ExxonMobil het afgelopen jaar wereldwijd samen bijna 40 miljard euro winst gedraaid. Een groot deel daarvan gaat gewoon naar de aandeelhouders.”

Het klopt volgens Soete dus niet volledig dat de industrie het slecht doet en deze steun nodig heeft. “Er zijn hier in België bedrijven die enorme gunsten krijgen via het beleid en tegelijkertijd enorme winsten genereren voor de aandeelhouders. Als samenleving verarmen we daardoor. Zo zijn er juist minder beleidsmiddelen voorhanden om de transitie voor bijvoorbeeld gezinnen en kmo’s te ondersteunen.”

Kortom, “vooraleer onze regeringen nieuwe inspanningen vragen van de gezinnen, moeten ze snoeien in de cadeaus aan grote vervuilers en dat geld inzetten voor een rechtvaardige transitie”, benadrukt Soete verder. Greenpeace roept de federale en regionale regeringen daarom op om het geweer van schouder te veranderen. 

“Bouw de overheidssteun aan fossiele en vervuilende activiteiten geleidelijk af. Koppel elke vorm van steun aan bedrijven aan een geloofwaardige strategie om te decarboniseren. En heroriënteer de beschikbare middelen naar investeringen waar gezinnen, werknemers en de Belgische economie baat bij hebben.”

Met de vrijgekomen middelen kunnen volgens Greenpeace concrete maatregelen worden gefinancierd. Denk aan betaalbare elektriciteit voor gezinnen, de renovatie van gebouwen, een robuustere energie-infrastructuur, duurzame mobiliteit, de circulaire economie, opleidingen voor de jobs van de toekomst en een industrie in lijn met de klimaatdoelstellingen.

“We zien vandaag blinde steun”, zegt Soete, “maar wij zijn voorstander van gerichte steun. We kunnen absoluut de industrie helpen, maar dan moet het gericht zijn en gekoppeld zijn aan strikte voorwaarden, bijvoorbeeld voor het terugdringen van de uitstoot.”

“Daarnaast willen we dat er een taxshift komt voor de industrie, zoals de regering die vandaag ook begint door te voeren voor de gezinnen”, stelt Soete. “De taxen op gas en fossiele brandstoffen stijgen, terwijl die op elektriciteit dalen. Maar vandaag wordt de industrie er telkens van uitgezonderd, waardoor het voor bedrijven financieel totaal niet interessant is om over te schakelen naar elektriciteit en duurzame energie.”

Gesprekken rond emissiehandelssysteem

Op 17 juli start de Europese Commissie nieuwe gesprekken rond het emissiehandelssysteem (ETS). Daarbij ligt de geleidelijke uitdoving van gratis emissierechten, waarvan verschillende grote vervuilende sectoren vandaag nog sterk profiteren, opnieuw op tafel. Greenpeace eist dat België zich verzet tegen elke vertraging van deze afbouw en pleit ervoor om de meest vervuilende sectoren, zoals de chemie en de petrochemie, een strakker tijdschema op te leggen.

“Het gaat er ons niet om industrie en klimaat tegen elkaar uit te spelen. Het debat moet draaien om welke industrieën nog overheidssteun mogen krijgen: de industrie die de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verlengt, of de industrie die de jobs en de economie van morgen voorbereidt”, besluit Mathieu Soete.

Bron: dewereldmorgen.be

België sterft: de rekening van het dodelijke PFAS wordt weer naar de burger gestuurd

Onderzoeksjournalist Yunus Aslan onderzocht wie opdraait voor de miljardenkosten van de PFAS-vervuiling. Terwijl vervuilende bedrijven buiten schot blijven, betaalt de bevolking de rekening via haar waterfactuur, belastingen én gezondheid.

De illusion van welvaart in het hart van Europa is definitief doorprikt. De Belgische bevolking bevindt zich in een wurggreep van onzichtbare, geurloze en meedogenloze ‘forever chemicals’ (PFAS) – achtergelaten door de industrie en dikwijls achtergehouden in de rapporten over onze leefomgeving. Terwijl gezondheidsautoriteiten en regeringspartijen geregeld een muur van stilte optrekken, spreken de data een ijzingwekkende waarheid: België kampt met een ongekende ecologische crisis, en de miljardenfactuur voor deze stille vervuiling wordt schaamteloos naar de slachtoffers doorgeschoven. 

Officiële verslagen en studies leggen de astronomische economische omvang van deze ecologische crisis bloot. Volgens ramingen bedragen de maatschappelijke kosten van de PFAS-vervuiling in België – waaronder de sanering van bodem en water, de chronische gezondheidszorg en de daarmee gepaard gaande verloren levensjaren – op termijn vele miljarden euro’s. Alleen al op federaal niveau worden de totale kosten voor de komende 20 jaar geschat op zo’n 6 miljard euro. Door haar zware industriële verleden en decennialange politieke passiviteit is België vandaag een van de chemische ‘hotspots’ van Europa geworden. 

“Een asymmetrische en onverantwoorde geldtransfer” 

De sociaaleconomische achtergrond van deze crisis getuigt van een systeem waarin de vervuilers systematisch de hand boven het hoofd wordt gehouden, terwijl de gemeenschap opdraait voor de schade. Mike Van Acoleyen, expert bij de milieuorganisatie Bond Beter Leefmilieu (BBL), reageerde exclusief in ons onderzoek en omschrijft het huidige model als een structurele plundering. Van Acoleyen benadrukt dat de waterfactuur slechts een van de vele kanalen is die misbruikt worden om de kosten van industriële schade op de consument af te wentelen: 

“De waterfactuur is maar één van de kanalen om de rekening van de vervuiler door te schuiven naar de maatschappij of de consument, en PFAS is daar slechts één voorbeeld van. Uiteraard is zo’n afwenteling ethisch onverantwoord, zéker als het verantwoordelijke bedrijf winst blijft maken en dividenden blijft uitkeren. De kosten vallen op de schouders van de burger, rechtstreeks via diverse water- of doktersfacturen, of onrechtstreeks via de belastingen. De baten gaan naar de vervuiler. Dat is een onverantwoorde geldtransfer.” 

Deze harde kritiek van het milieumiddenveld wordt officieel en zwart-op-wit bevestigd door de grootste watermaatschappij van Vlaanderen. In een exclusieve reactie aan onze redactie geeft Kathleen De Schepper, directeur Markt en Relatiebeheer en tevens woordvoerder van De Watergroep, openlijk toe dat de burger inderdaad voor de kosten opdraait:

“Als waterbedrijf krijgen wij geen subsidies of andere externe tussenkomsten in onze investeringen. Dit betekent dat alle investeringen die wij uitvoeren worden gefinancierd vanuit de waterfactuur.” 

Met andere woorden: de consument betaalt via zijn drinkwaterfactuur rechtstreeks voor de peperduure filtersystemen die de giftige resten van winstgevende multinationals uit de kraan moeten houden. 

Waalse en federale realiteit: “De burger betaalt twee keer” 

Niet alleen in Vlaanderen, maar ook in Wallonië en op federaal niveau klinkt de kritiek op deze gang van zaken steeds luider. Federaal parlementslid Éric Thiébaut (PS) legt de vinger op de zere plek wat betreft de financiering van de waterzuivering. Hij herinnert eraan dat de bevoegdheid voor waterdistributie en kwaliteitsbewaking bij de gewesten ligt, maar waarschuwt voor de financiële valstrik die voor de burgers is opgezet: 

“Vandaag moeten we vaststellen dat een zeer groot deel van de kosten verbonden aan de PFAS-vervuiling door de samenleving wordt gedragen. De investeringen die openbare wateroperatoren moeten doen voor filtersystemen en kwaliteitsmonitoring worden in Wallonië via het wettelijke mechanisme van de ‘coût-vérité’ (de werkelijke kost van water) rechtstreeks doorgerekend in de factuur van de eindgebruiker. Burgers betalen dus niet alleen met hun gezondheid, maar ook met hun portemonnee. Het is onaanvaardbaar dat de bevolking twee keer moet boeten voor een vervuiling waar zij niet verantwoordelijk voor is.” 

Thiébaut onthult ook hoe de pogingen om de miljardenfactuur naar de werkelijke verantwoordelijken te sturen, stuiten op een muur van ambtelijke en politieke inertie. In antwoorden op parlementaire vragen vanuit de socialistische hoek gaf de regering op federaal niveau toe dat het toepassen van het ‘de vervuiler betaalt’-principe juridisch complex is vanwege de zogenaamde “historische vervuiling”. In plaats daarvan wordt er vaak gewezen naar een “algemeen solidariteitsmechanisme” – wat er in de praktijk op neerkomt dat de PFAS-kosten collectief door de burger worden gedragen in plaats van door de vervuilers. 

Ook Waals parlementslid Anne Lambelin (PS) trekt fel van leer tegen het huidige beleid in het zuiden van het land. Zij diende onlangs een concreet wetsvoorstel in om van milieugezondheid een absolute prioriteit te maken in Wallonië, met concrete maatregelen om vervuiling aan de bron te verminderen, burgers beter te informeren en kwetsbare groepen te beschermen. Dit voorstel werd echter weggestemd door de regerende meerderheid van MR en Les Engagés. Lambelin reageert scherp op de sociale onrechtvaardigheid: 

“Het kan niet dat de Waalse gezinnen twee keer betalen: een eerste keer via de aantasting van hun leefomgeving en gezondheid, and een tweede keer via een stijgende waterfactuur. Het principe ‘de vervuiler betaalt’ moet onvoorwaardelijk worden toegepast. Bovendien zien we dat de Waalse regering haar belofte uit de regeerakkoorden om het medisch toezicht en bloedonderzoeken voor burgers in getroffen zones vooraf te financieren, volledig lijkt te zijn vergeten. Minister van Milieu en Gezondheid Yves Coppieters schuift de hete aardappel nu door naar het federale niveau, waardoor de zwaarst getroffen burgers in de kou blijven staan.” 

Historische daders en de fabel van het “PFAS-fonds”

De historische schuldigen van de meest hardnekkige PFAS-vervuilingen zijn nochtans goed bekend en gedocumenteerd. BBL-expert Mike Van Acoleyen trekt een parallel met andere historische gezondheidsschandalen: 

“De bronbepaling is voor een stof als PFOS heel eenvoudig: vrijwel alle PFOS die historisch in omloop is gebracht, is geproduceerd door één bedrijf dat het patent bezat: 3M. Net zoals we voor asbest direct kunnen verwijzen naar Eternit, of naar DuPont (nu Chemours) voor PFOA. Deze historische vervuilers, die zijn blijven doorgaan met hun industriële activiteiten en emissies toen de wetenschappelijke alarmsignalen allang rood kleurden, moeten wettelijk verplicht worden om in te staan voor de volledige sanering.” 

De politieke realiteit hinkt hier echter ver achterop. De Watergroep stelt in haar reactie weliswaar “vragende partij” te zijn voor het principe ‘de vervuiler betaalt’ en verwijst naar het Strategisch Plan Waterbevoorrading van de Vlaamse Regering. Daarin is de ambitie uitgesproken om een PFAS-fonds op te richten zodat private partijen en de chemische sector financieel bijdragen aan de zuiveringskosten. Maar de concrete uitwerking daarvan bevindt zich, jaren na het losbarsten van de crisis, nog steeds in een embryonale ‘studiefase’ op federaal niveau. Terwijl de overheid studeert, betaalt de burger de filters aan de kassa van de watermaatschappij. 

Politieke blokkade en de strijd om de landbouw 

In Vlaanderen – het industriële epicentrum van de PFAS-crisis – is het debat inmiddels uitgemond in een bittere politieke strijd. Vanuit de politieke oppositie wordt al geruime tijd intensief campagne gevoerd voor een absolute nultolerantie op PFAS-lozingen. In het parlementaire debat wordt er met klem op gewezen dat de volksgezondheid altijd moet primeren op de winstmarges van multinationals. 

De partij Groen benadrukt in haar officiële standpunten en alternatieven dat deze hormoonverstorende chemicaliën zich opstapelen in het menselijk lichaam, het immuunsysteem ernstig kunnen beschadigen en in verband worden gebracht met onvruchtbaarheid en kanker. De volledige visie en de voorgestelde oplossingen van de partij zijn gedetailleerd terug te vinden op hun PFAS-dossierpagina (groen.be/pfas), waar zij pleiten voor een gecoördineerde en snelle uitfasering van deze schadelijke stoffen, met oog voor de bescherming van zowel burgers als landbouwers. 

De bezorgdheid over pesticiden met PFAS-verbindingen wordt ook gedeeld door de Franstalige socialisten. Anne Lambelin (PS) wijst op de enorme risico’s voor ons drinkwater: 

“Pesticiden die PFAS bevatten, vormen vandaag een van de grootste bronnen van diffuse, langdurige verontreiniging van onze bodem en ons drinkwater. Ze breken onder meer af tot TFA, een extreem mobiele en persistente stof die we nu al overal in de waterlopen terugvinden. Toch reageert de politiek veel te timide. Het verbieden van PFAS-pesticiden voor louter niet-professioneel gebruik is een veel te kleine stap. Voor de professionele landbouw moeten we snel naar veilige alternatieven toe, in nauw overleg met de sector, om te voorkomen dat we de komende decennia de kraan open laten staan terwijl we proberen te dweilen.” 

De huidige bevoegde Vlaamse instanties en milieudiensten (zoals OVAM en de VMM) houden momenteel echter vast aan een stapsgewijze, aan de Europese REACH-procedures gekoppelde uitfasering. Dit betekent in de praktijk dat een definitieve ban op PFAS pesticiden in de Vlaamse landbouw pas tegen 2036 volledig rond zal zijn. Een hele generatie 

zal dus nog jarenlang worden blootgesteld aan deze stoffen via diffuse landbouwtoepassingen alvorens er sprake is van een algeheel verbod. 

BBL-expert Mike Van Acoleyen reageert kritisch op dit uitstelbeleid. Wachten op de trage Europese REACH-kalender noemt hij een vorm van administratieve passiviteit: “We moeten strenger durven zijn dan Europa. Dat is geen overijver, maar een noodzakelijke aanpassing aan de uitzonderlijke crisissituatie waarin onze regio’s zich bevinden.” 

Globale hypocrisie: Gifexport naar het Zuiden 

De politieke tegenstrijdigheid blijkt bovendien uit parlementaire stemmingsverslagen. Wetsontwerpen die niet alleen het gebruik van PFAS-pesticiden op de eigen markt wilden verbieden, maar ook de export van deze schadelijke chemicaliën naar derdelanden (buiten de EU) wilden aanpakken, stuitten in de bevoegde commissies op felle weerstand en werden door de meerderheid weggestemd. Critici wijzen erop dat men hiermee enerzijds de eigen burgers onvoldoende beschermt, maar anderzijds wel toestaat dat de winstgevende export van deze chemische stoffen naar kwetsbare regio’s in het Globale Zuiden wettelijk gevrijwaard blijft. 

Wetenschappelijke consensus en de juridische strijd 

Wanneer de ecologische data worden gekoppeld aan medische inzichten, wordt de urgentie van de PFAS-crisis pas echt duidelijk. Onafhankelijke wetenschappelijke studies en officiële toxicologische rapporten waarschuwen al jaren voor de sluipende gevaren van deze stoffen. PFAS-verbindingen breken nauwelijks af in de natuur en stapelen zich op in de voedselketen en in het menselijk weefsel. Volgens de uitgebreide risicobeoordelingen van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) kan langdurige blootstelling aan verhoogde PFAS-waarden leiden tot een verstoorde hormoonbalans, een verminderde immuunrespons (met name een lagere antilichaamreactie op vaccinaties) en verhoogde cholesterolwaarden. Daarnaast heeft het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) specifieke PFAS-varianten, zoals PFOA, inmiddels officieel geclassificeerd als “kankerverwekkend voor de mens” (Groep 1). 

De crisis is dan ook al lang geen lokaal milieutopic meer, maar een internationale mensenrechtenkwestie geworden. De juridische milieuorganisatie ClientEarth heeft de Belgische staat officieel in gebreke gesteld bij het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR). De organisatie argumenteert dat de overheid al jarenlang over gedetailleerde rapporten beschikte over de verhoogde PFAS-waarden in de buurt van industriële sites, maar naliet om de omwonenden proactief en transparant te informeren. Juristen benadrukken dat overheden hierbij flagrant hebben verzaakt aan hun fundamentele zorgplicht om de gezondheid en de fysieke integriteit van hun burgers te beschermen. 

Conclusie: De as van de verantwoording 

Terwijl De Watergroep in haar reactie stelt dat zij met de bestaande, geavanceerde zuiveringsinstallaties momenteel ruimschoots voldoen aan de geldende PFAS-normen, geven zij tegelijkertijd toe dat er de komende jaren extra, miljoenenverslindende investeringen nodig zijn om te voldoen aan de strengere EFSA-streefwaarden die vanaf 2028 van kracht worden. Dat al deze investeringen puur via de drinkwaterfactuur van de burger worden gefinancierd, bewijst het structurele falen van het ‘de vervuiler betaalt’-principe in dit land.

De politieke inertie die toestaat dat de miljardenfactuur via achterpoortjes en gewestelijke tarieven op de burger belandt, die de uitfasering van schadelijke pesticiden jarenlang voor zich uit schuift, en die de aansprakelijkheid van de chemische industrie parkeert in eindeloze federale studies, is vandaag op heterdaad betrapt. Of de Belgische overheden kiezen nu voor een daadkrachtig, gecoördineerd en radicaal verbod op PFAS-lozingen aan de bron, of ze kijken willens en wetens toe hoe de gezondheid en de portemonnee van toekomstige generaties verder worden opgeofferd. 

Yunus Aslan is een onafhankelijke onderzoeksjournalist.

Journalistiek Schild (Recht van Antwoord) 

In het kader van de journalistieke deontologie en hoor en wederhoor hebben wij onze vragen over de PFAS-problematiek voorgelegd aan de betrokken partijen. 

∙ De Watergroep reageerde via directeur Kathleen De Schepper officieel aan onze redactie. Zij benadrukt dat de watermaatschappij momenteel ruimschoots voldoet aan de wettelijke PFAS-normen en extra investeringen plant om te anticiperen op de strengere streefwaarden van 2028. Tevens bevestigt zij dat De Watergroep geen subsidies ontvangt en alle investeringen noodgedwongen volledig worden gefinancierd via de waterfactuur van de burger. De Watergroep verklaart vragende partij te zijn voor het ‘de vervuiler betaalt’-principe en wijst op een lopende federale studie naar een PFAS-fonds, evenals de geplande Vlaamse uitfasering van PFAS pesticiden tegen 2036. 

∙ Chemiegigant 3M hield zich binnen de gestelde termijn onbereikbaar voor commentaar en verkoos tot aan de publicatie te zwijgen.

Bron: dewereldmorgen.be

Wat verandert er in juli 2026

Wat verandert er in juli 2026

Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz. Hierbij een kort overzicht.

Flexi-jobs uitgebreid naar alle sectoren
Flexi-jobs worden vanaf 1 juli uitgebreid naar zo goed als alle sectoren.  
Via flexi-jobs kunnen werknemers die minstens 4/5e werken en gepensioneerden, een centje bijverdienen. Het systeem, dat in 2015 voor de horecasector werd ingevoerd en nadien geleidelijk werd uitgebreid, is belastingvrij tot 18.440 euro per jaar. Werkgevers betalen een bijdrage van 28 procent.
Vanaf 1 juli mag het dus zo goed als overal. Voor sommige beschermde beroepen en bepaalde zorgfuncties kan het niet, en de sociale partners hebben de mogelijkheid om flexi-jobs op sectorniveau af te wijzen of te reguleren.

Zelfstandigen mogen 15 weken moederschapsrust opnemen
Zelfstandigen kunnen aanspraak maken op 15 weken moederschapsrust. Zo wordt de periode gelijkgetrokken met die van werknemers. Tot nu toe konden zelfstandigen maximaal 12 weken moederschapsrust opnemen.
De maatregel treedt in werking op 1 juli voor elk zwangerschapsverlof dat vanaf die datum ingaat. Vrouwen die de 3 extra weken liever niet opnemen, kunnen vanaf de 13e week met dienstencheques gezinshulp aanvragen. De regering maakt er jaarlijks 8 miljoen euro voor vrij.

Mantelzorgers kunnen flexibeler en langer vrij nemen
Mantelzorgers kunnen vanaf 1 juli per zorgbehoevende persoon 6 in plaats van 3 maanden mantelzorgverlof opnemen.
Ze kunnen ervoor kiezen om 6 maanden volledig te stoppen met werken, 12 maanden lang halftijds aan de slag te gaan, of 30 maanden lang 1/5e minder te werken.
Naast de verlenging wordt het verlof ook een stuk flexibeler. Wie een akkoord heeft met zijn werkgever, hoeft de periode niet meer in 1 stuk op te nemen. De voltijdse werkonderbreking kan vanaf nu worden opgesplitst in losse weken, en de halftijdse vermindering in losse maanden.

Heffing van 3 euro op pakjes van buiten de EU
Wie online producten van minder dan 150 euro bestelt van buiten de Europese Unie, betaalt vanaf 1 juli een heffing van 3 euro.
De maatregel moet de invoer van goedkope producten uit onder meer China ontmoedigen en oneerlijke concurrentie en fraude tegengaan. De pakjestaks is tijdelijk, in afwachting van een structurele oplossing tegen midden 2028.
De heffing geldt per productcategorie. Zitten er meerdere categorieën in 1 pakket, dan betaal je 3 euro per categorie. Voor 2 broeken betaal je dus 3 euro; voor een broek, een paar schoenen en een paar oorbellen 9 euro.
De federale overheidsdienst FOD Financiën verwacht dat in 95 procent van de gevallen de webwinkels de kosten automatisch zullen verrekenen. 

Koeriers mogen maximaal 9 uur per dag pakjes bezorgen
Vanaf 1 juli is er voor pakketbezorgers een maximale zogenoemde pakketdistributietijd.
Het principe is dat ze maximaal 9 uur per dag pakjes mogen bezorgen. 2 keer per week kan dat aantal uren wel opgeschroefd worden tot 10 uur. Op weekbasis mogen de koeriers maximaal 56 uur pakjes bezorgen, en per 2 weken hoogstens 90 uur. 

Kinesisten en verloskundigen mogen videoconsultaties aanbieden
Niet enkel dokters, maar ook kinesitherapeuten en vroedkundigen kunnen hun patiënten vanaf 1 juli zien via een videoconsultatie.
Er zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden.
De patiënt moet de kinesist al minstens 1 keer in levenden lijve hebben gezien. Er kunnen ook maximaal 2 achtereenvolgende online afspraken zijn, de daaropvolgende consultatie moet opnieuw fysiek plaatsvinden. De keuze is ook steeds aan de patiënt om al dan niet voor een videoconsultatie te gaan. 
Bij zwangere vrouwen kan enkel de prenatale voorbereiding en postnatale zorg vanop afstand. Technische handelingen zullen vanzelfsprekend nog steeds fysiek moeten worden uitgevoerd. Ook hier gelden dezelfde voorwaarden als voor videoconsultaties bij de kinesist. 

Sociaal tarief voor aardgas 15 procent hoger
Aardgas wordt voor consumenten met het sociaal tarief vanaf 1 juli 15 procent duurder. De sociale tarieven voor elektriciteit stijgen dan weer met gemiddeld 1,4 procent.  
Een half miljoen Belgen komt in aanmerking voor de sociale tarieven voor energie. Zij zullen dus meer moeten betalen, al blijven ze volgens de regulator een stuk goedkoper af dan consumenten met een “gewoon” contract, ook als dat zou gaan om een vast jaarcontract dat werd afgesloten voor de forse prijsstijging door de oorlog in Iran.

NMBS verkoopt geen tickets meer op de trein
Treinreizigers kunnen vanaf 1 juli geen ticket meer kopen aan boord van de trein. De huidige regeling waarbij een ticket bij de treinbegeleider 9 euro extra kost, verdwijnt.
“Er is 1 duidelijke regel: elke reiziger moet voor het instappen een geldig vervoerbewijs op zak hebben en dat kunnen tonen bij controle”, aldus de NMBS. 
Wie zonder geldig ticket reist en pas bij controle wil betalen, riskeert een boete tot 500 euro. Er zijn wel regularisatiemogelijkheden, als een reiziger bijvoorbeeld zijn abonnement vergeten is of als er in het vertrekstation geen loket is en de ticketautomaat niet werkt. 
De stopzetting van de ticketverkoop aan boord geldt voor alle treinen die in België rijden en voor de meeste grensoverschrijdende verbindingen. Er zijn uitzonderingen voor een aantal internationale verbindingen. 

Aanpassingen aan 1 op de 3 lijnen van De Lijn 
De Lijn voert op 1 juli aanpassingen door aan ongeveer 1 op de 3 lijnen in Vlaanderen. Meer dan 40 lijnen worden geschrapt. Over de 15 vervoerregio’s heen zullen er aanpassingen zijn aan meer dan 320 van de zowat 1.000 lijnen. Daarbij worden vooral lijnen en ritten met een lage bezetting geviseerd.
De aanpassingen zijn heel divers: van volledig geschrapte lijnen tot lagere frequenties, het schrappen van bijvoorbeeld ochtend- of avondritten, of een andere reisweg. Sommige lijnen worden uitgebreid om andere aanpassingen op te vangen en occasioneel komt er ook een lijn bij.
Procentueel zijn er de meeste aanpassingen in de vervoerregio’s Gent (37 van de 86 lijnen), Kortrijk (17 van de 31), Midwest (13 van de 25), Oostende (9 van de 19), Vlaamse Ardennen (23 van de 46) en Waasland (13 van de 21).
In de grote vervoerregio’s liggen de aantallen het hoogst, met in Limburg aanpassingen aan 76 lijnen (van de 214), in Leuven aan 42 lijnen (van de 138) en in Antwerpen aan 23 lijnen op 128. 

Verkeersboetes 10 procent duurder 
Verkeersboetes worden vanaf 1 juli 10 procent duurder. Het is de eerste aanpassing van de onmiddellijke inningsbedragen voor verkeersovertredingen sinds 2017.
Een boete van de eerste graad, bijvoorbeeld voor een kleine snelheidsovertreding in de bebouwde kom, stijgt van 68 naar 74 euro.
Boetes van de tweede graad, zoals de gordel niet dragen, gaan van 126 naar 138 euro.
Wie betrapt wordt op bellen achter het stuur (een overtreding van de derde graad), zal 201 euro moeten ophoesten, tegen 184 euro nu. 
Ook de boetes voor wie dronken achter het stuur zit, gaan omhoog. Zo zal wie net boven de alcohollimiet van 0,5 promille zit, 207 euro moeten betalen (in plaats van 189 euro). Boven de 0,8 promille wordt dat 472 euro (in plaats van 430 euro). 

Altijd rijverbod van 12 uur na positieve alcoholtest
Bestuurders die dronken achter het stuur worden betrapt, krijgen vanaf juli steeds een tijdelijk rijverbod van 12 uur.
Op dit moment kunnen tijdelijke rijverboden na een positieve alcoholtest nog 2, 3, 6 of 12 uur bedragen.
Door het rijbewijs steeds voor 12 uur in te trekken, wil men “een krachtig signaal afgeven dat de dodelijke combinatie van rijden en alcohol niet langer door onze samenleving wordt getolereerd”, klinkt het.
 
Meer auto’s moeten maar om de 2 jaar naar de keuring
De tweejaarlijkse autokeuring wordt vanaf 1 juli uitgebreid naar personenwagens die tot 10 jaar oud zijn en minder dan 160.000 kilometer op de teller hebben. Sinds juli 2024 gold die regeling voor auto’s tot 6 jaar oud, vorig jaar werd dat 8 jaar en nu komt daar dus opnieuw 2 jaar bij.
Personenauto’s moeten een eerste keer gekeurd worden 4 jaar na de datum van eerste inschrijving. Lange tijd moesten ze vanaf dan elk jaar opnieuw naar de keuring, maar de vorige Vlaamse regering besliste om een deel van de auto’s maar om de 2 jaar terug naar de keuring te sturen, om zo de druk bij de keuringscentra te verminderen. 

Boetes mogelijk in Brusselse lage-emissiezone
De Brusselse belastingdienst zal vanaf 1 juli boetes uitschrijven voor overtredingen van de lage-emissiezone (LEZ).
Bestuurders van euro 5-diesel- en euro 2-benzinevoertuigen die eerder dit jaar al een waarschuwing kregen, riskeren vanaf dan een boete van 350 euro. Het gaat om ruim 13.000 voertuigen.

Ook bepaalde bestelwagens moeten tachograaf hebben
Vanaf 1 juli moeten ook een aantal bestelwagens een digitale tachograaf hebben die de rij- en rusttijden controleert. Het gaat om voertuigen met een maximaal toegestane massa (MTM) tussen 2,5 en 3,5 ton die worden gebruikt voor internationaal goederenvervoer.
De digitale tachograaf (‘slimme tachograaf versie 2’) is nu al verplicht voor vrachtwagens met een MTM vanaf 3,5 ton. Daar komen nu dus ook lichtere vrachtvoertuigen bij. 
De chauffeurs van de betrokken bestelwagens moeten zich aan de Europese regels rond rij- en rusttijden houden, met onder andere een dagelijkse rittijd van normaal maximaal 9 uur, maximaal 56 uur rijtijd per week, voldoende pauzes en voldoende ononderbroken rust. Wie zich daar niet aan houdt, riskeert een boete.
Er is een uitzondering op de tachograafverplichting als de bestelwagens goederen vervoeren voor eigen rekening van de bestuurder of het bedrijf, en het rijden niet de hoofdactiviteit van de bestuurder is.

Vlaanderen voert CO2-toeslag in op kilometerheffing vrachtwagens
Sinds april 2016 betalen vrachtwagens van meer dan 3,5 ton een kilometerheffing op de Belgische wegen. De heffing hangt momenteel af van het gewicht, de euronorm en de regio waarin het voertuig rijdt.
Daar voegt Vlaanderen vanaf juli een nieuwe parameter aan toe: de CO2-emissieklasse. Hoe milieuvriendelijker de vrachtwagen, hoe lager het tarief.  
De nieuwe emissieklassen lopen van 1 tot 5. Vrachtwagens in klasse 1 stoten de meeste koolstofdioxide uit, terwijl klasse 5 voor emissievrije voertuigen (ZEV) is. Voertuigen die voor 1 juli 2019 voor het eerst zijn ingeschreven, vallen automatisch in de eerste klasse.
Wallonië en het Brussels gewest voeren de CO2-toeslag nog niet in, maar zij verhogen vanaf juli wel de tarieven van de kilometerheffing. In Brussel gaat het om een indexering, Wallonië verhoogt de heffing met gemiddeld 5,7 procent ten opzichte van januari dit jaar. 

Nederland voert kilometerheffing voor vrachtwagens in
Nederland voert op 1 juli een kilometerheffing voor vrachtwagens in. Die is van kracht op snelwegen en op sommige provinciale en gemeentelijke wegen.
Eigenaars van vrachtwagens van categorieën N2 (3,5 tot 12 ton) en N3 (zwaarder dan 12 ton) moeten een heffing betalen per gereden kilometer, net zoals in België.
Hoe lager de uitstoot en het gewicht van de vrachtwagen, hoe lager het te betalen bedrag per kilometer.

Vakbondsactie in Brussel

Wie vorige maandag met de tram of bus in Brussel reisde, moest rekening houden met ernstige hinder door een vakbondsactie bij de MIVB. De socialistische vakbond voerde filterblokkades uit aan verschillende stelplaatsen uit protest tegen een aanwervingsstop die door de Brusselse regering was opgelegd. Vooral het tram- en busverkeer ondervond zware gevolgen, terwijl de metro normaal bleef rijden.
De vakbondsactie duurde slechts één dag. In de loop van de namiddag verbeterde de situatie geleidelijk: steeds meer buslijnen reden opnieuw uit en tegen ongeveer 20.00 uur verliep het tramverkeer weer volgens de normale dienstregeling. De metro had de hele dag zonder onderbreking gereden. De vakbond bereikte geen onmiddellijke opheffing van de aanwervingsstop; de actie diende vooral om druk uit te oefenen op de Brusselse regering.

Bron: bruzz