by admin | aug 8, 2026 | Economie
De vraag naar speculooskoekjes en -pasta van Lotus Bakeries blijft stijgen, zo blijkt vrijdag uit de halfjaarresultaten. Het bedrijf uit Lembeke in Oost-Vlaanderen wil daarom verder investeren in de uitbreiding van zijn productiecapaciteit.
Tussen nu en 2030 investeert Lotus Bakeries “minstens” 500 miljoen euro in drie locaties: België (Lembeke), de Verenigde Staten (Mebane) en Thailand (Chonburi). Volgens Lotus gaat het om “het grootste investeringsprogramma ooit voor Biscoff”.
Het verhaal van Lotus Bakeries is er een van aanhoudende groei, zo bleek vrijdag nog maar eens uit de halfjaarresultaten. De omzet steeg de eerste zes maanden tot bijna 750 miljoen euro, 14 procent meer op jaarbasis. De operationele winst steeg met 23 procent tot 130 miljoen euro. Netto bleef er ruim 98 miljoen euro winst over.
Bij het merk Biscoff was er een omzet- en volumestijging van minstens 20 procent. De groei was volgens het bedrijf breed gedragen, “over nagenoeg alle landen en alle continenten”, met de grootste stijging in Europa. In de Verenigde Staten is Biscoff het snelst groeiende merk in de sector. Naar schatting koopt een op de tien huishoudens de speculooskoekjes.
CEO Jan Boone bevestigt dat hij van Biscoff het op twee na grootste koekjesmerk ter wereld wil maken. Er wordt dan ook massaal geïnvesteerd om te kunnen blijven groeien. Tot 2030 gaat het om minstens een half miljard euro, verspreid over drie continenten.
Drie locaties
Concreet werd in Lembeke in mei van dit jaar al een symbolische eerste spadesteek gegeven voor een bijkomende productiehal. De vergunningen zijn in orde en de werken zijn gestart.
Ook in de VS komt er een nieuwe productiehal voor zowel speculooskoekjes als -pasta. Tegen 2029 zou die extra capaciteit beschikbaar moeten zijn. In Thailand, waar Lotus Bakeries nog maar pas een nieuwe fabriek heeft geopend, gaat men nu al uitbreiden. De grondwerken voor een tweede productiehal zijn gestart, de ingebruikname van een eerste nieuwe productielijn wordt verwacht tegen 2027.
Plannen in Brazilië
Daarnaast voert Lotus gesprekken met partner Mondelez om een businessplan uit te werken voor Brazilië, naar het succesvolle voorbeeld van India. Latijns-Amerika is momenteel nog maar een nichemarkt voor Biscoff.
Bron: HLN
by admin | aug 8, 2026 | Economie
De voedselprijzen zijn in juli wereldwijd gestegen tot het hoogste niveau in meer dan drie jaar. Vooral granen, suiker en plantaardige oliën werden duurder, aangewakkerd door zorgen over droogte en de oorlogen rond de Zwarte Zee en de Perzische Golf. De verwachting is dat de prijzen verder zullen stijgen.
Dat maakte de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) vrijdag bekend. De FAO-prijsindex steeg op maandbasis met 0,6 procent tot 131,1 punten, het hoogste peil sinds januari 2023.
In de index wordt rekening gehouden met de prijzen op de internationale grondstoffenmarkten. De prijs van tarwe steeg bijvoorbeeld met 5,8 procent naar het hoogste niveau in twee jaar, doordat de gevechten tussen Rusland en Oekraïne, een belangrijke graanregio, weer zijn opgelaaid.
Extreem weer
Daarnaast speelt ook het extreme weer in Europa een rol. De hitte en droogte zullen al zeker heel wat oogsten negatief beïnvloeden. De suikerprijs steeg op maandbasis met 5,6 procent. In de VS bedreigt droogte de opbrengst van maïs en soja.
Daarnaast kampt de landbouw door de oorlog in het Midden-Oosten met hogere energieprijzen en duurdere meststoffen. Vlees werd in juli wel goedkoper (-2,8 procent), maar de prijzen komen dan ook van een recordhoogte. Ook zuivel werd iets goedkoper (-0,7 procent).
De hoofdeconoom van de FAO, Máximo Torero, noemde het vrijdag bij persagentschap Reuters “een perfecte storm” voor de voedselinflatie, door het weerfenomeen El Niño en escalerende geopolitieke conflicten. Hij verwacht de komende maanden nog verdere prijsstijgingen.
In maart 2022, na de invasie van Rusland in Oekraïne, stegen de internationale voedselprijzen ook sterk. De FAO-index staat nu nog altijd ruim 18 procent lager.
Bron: HLN
by admin | aug 6, 2026 | Sectoren
“Hij wil landbouwer worden? Over tien jaar is dit allemaal haven!” Dat kreeg de 12-jarige Guido Van Mieghem te horen op het bedrijf van zijn grootouders in Doel. Aan het woord was een commissaris, belast met onteigening. Decennia later is het Antwerpse havenproject nog niet voltooid, maar in 2015 is de familie Van Mieghem dan toch onteigend. Guido (nu 71) en zijn zoons Filip en Bert ruilden hun vleesvee- en varkensbedrijf om voor melkvee in het Oost-Vlaamse Velzeke. “De grond waar de koeltorens op staan, heb ik nog omgeploegd.”
Een kleine tien jaar nu leeft Van Mieghem uit de schaduw van de koeltorens van Doel. Na de onteigening kocht de familie een melkveebedrijf in het Oost-Vlaamse Velzeke aan de Paddestraat: de iconische kasseistrook uit de Ronde Van Vlaanderen. Het uitzicht is een verbetering: Van Mieghem kijkt uit op zijn glooiende landerijen. Voorin is er een tuin met wilde bloemen, een strook pompoenen en een beginnende haag die aan groeipijnen lijdt door de hitte. “Aangelegd voor de privacy, want tijdens de koers stond het volk tot tegen mijn gevel te supporteren”, zegt Van Mieghem. “Maar door de droogte wil hij niet mee.”
Een mensenleven in onzekerheid
Na decennia vol stress en onduidelijkheid, is het leven voor Van Mieghem vandaag vrij zorgeloos. Terwijl echtgenote Lutgarde Rooms bloemkool met ribbetjes bereidt, vertelt Van Mieghem aan zijn keukentafel hoe het Doeldossier decennialang hun leven heeft beheerst. Hij toont een foto van een boerenprotest. “Zie je het jaartal staan? 1967, op de markt van Sint-Niklaas. Ik was toen een manneke van twaalf jaar. Toen sprak men al van onteigeningen voor de kerncentrale en de haven.”
Datzelfde jaar werd het Paardenschor onteigend. Op grond die Van Mieghem als kind nog had omgeploegd, zou de kerncentrale van Doel worden gebouwd. Maar in 1978 werden de expansieplannen van de haven teruggeschroefd. Niet per boot, maar per helikopter kwam staatssecretaris voor Streekeconomie Mark Eyskens (toen CVP) naar het dorp om aan te kondigen dat Doel definitief zou mogen blijven bestaan. Op het gewestplan van 7 november 1978 werd de uitbreidingszone voorlopig beperkt tot het zuidelijke deel van de Scheldepolders.
“Toen kregen we dus te horen dat we nog even mochten blijven boeren. Maar in 1998 zei men dat het Deurganckdok er zou komen. Wij hebben daartegen gevochten omdat ze bij ons een hoek gingen innemen voor natuurcompensaties. In 2013 zijn we naar de Raad Van State getrokken tegen de Sluis van Kallo. Maar alles was al beslist.”
“Het was met ups en downs”, zegt Van Mieghem. “De bouwstop, Eyskens die het opheft, het dok,… In 1967 zei men dat het snel zou gaan, maar uiteindelijk zijn we er blijven wonen tot 2014. Een mensenleven lang.”
Zo ging het nog even door. De havens breidden uit en Van Mieghem ging telkens weer in verzet. “Het was geen proces van efkes. Heel mijn carrière hebben we gevochten tegen dat onteigeningsproces.”
Weg uit Doel
In 2014 besloten de Van Mieghems dan toch om een nieuwe weg in te slaan. Tijdens hun deelname aan de Dag van de Landbouw kondigden ze hun afscheid aan. “De raming, de onderhandelingen,… ik heb me daar zo weinig mogelijk mee gemoeid. Boerenbond-consulent Jan De SaedeIeer heeft toen voor ons onderhandeld. Ik vertrouwde hem daarin. Voor mij was het te emotioneel om me ermee te moeien. Ik heb gezegd tegen de onteigeningscommissaris: ‘als jij tegen het einde nog in mijn ogen durft kijken, dan heb je correct gehandeld’. De ambtenaren van VLM zijn uiteindelijk wel correct geweest. Nu ja, correct… als iemand morgen tegen u zegt dat ze uw huis, uw thuis en uw broodwinning afpakken, wat zou u daarvan vinden?”
Het opgeven van het bedrijf waar Van Mieghems grootvader ooit nog met de handen in de aarde zat, viel zwaar. Als Van Mieghem verder wou boeren zou hij zelf op zoek moeten naar een nieuwe stek. Ook hier staken de beroepsgilden een handje bij. Na een lange zoektocht vond Van Mieghem, met hulp van Boerenbond, een stoppend melkveebedrijf met stallen in Velzeke en Erwetegem. “We hadden het geluk al decennialang te hebben geboerd en zo een spaarpotje te hebben opgebouwd. Want hoewel we een vergoeding kregen voor de onteigening, hadden we zonder eigen middelen daarbovenop deze verhuis niet kunnen bekostigen.”
Stallen ontmantelen en heropbouwen
Een landbouwbedrijf verhuizen, kost niet alleen veel centen, het is ook een logistieke opgave. “Onze varkensstallen in Doel waren zes jaar oud. Alles wat nog bruikbaar was, hebben we ontmanteld en meegenomen”, zegt Van Mieghem. “De isolatie bijvoorbeeld. En in de loop van juni, toen ons vleesvee buiten kon, hebben we ook hun stallen ontmanteld. Verhuisd met de tractor en de wagen, heen en weer. Onze silo’s voor de varkens hebben we ook verhuisd. Die waren al gebouwd op meeneembasis, los op de grond, en hebben we met een camion vervoerd. Een nacht gereden met vijf camions, met van die grote ‘legoblokken’ achteraan. Onze laatste zeugen in Doel hebben gebigd in juni 2026. En die winter hebben we heel wat jongvee gekocht bij boeren in Nederland: Holsteins. Het was draaien en keren. In 2016 hadden we onze eerste vaarzen die kalfden, maar de verhuis was nog niet rond.”
De shift naar een nieuw verdienmodel ging gepaard met een leerproces. Zoon Bert was enkele maanden voor de verhuis ingetrokken bij de stoppende familie in Velzeke om de melkveestiel te leren. “Bert heeft hier op vier maanden tijd veel geleerd. Koeien melken hadden we nog nooit gedaan. Zelfs de grond is hier anders: niet meer van die zware polderklei. We zijn de vorige boer heel dankbaar voor alles wat hij ons heeft geleerd. En als jonge kracht was onze Bert ook een goede hulp voor hem.”
2,5 uur tractorpendelen
Vandaag behoren deze eerste, chaotische jaren tot een ver verleden. Vader Guido en zoons Bert en Filip zijn inmiddels volleerde melkveehouders met 150 koeien, verdeeld over Velzeke en Erwetegem. En het jongvee? Die grazen nog steeds in Doel. Met de wagen is dat meer dan een uur rijden. “En 2,5 uur met de tractor”, zegt Van Mieghem. “Ik doe dat meermaals. Inmiddels is het er overwoekerd met bomen. Het huis is onbewoond. Heel de boel is nu van de overheid, en wij huren onze oude gebouwen. 25 hectare grond gebruiken we er nog.”
Wat ook mee verhuisd is, zijn de NERs. Of toch gedeeltelijk. “Wij hebben zoals bij alle overnames een vierde van onze NERs moeten afgeven”, zegt Van Mieghem. “Maar we hadden er nog zodanig veel sinds de overgang van varkens naar rundvee, dat we zwommen in de NERs. Ik doe het bedrijf met mijn twee zoons, en we hebben geen ambitie om uit te breiden naar een proportie waar we personeel moeten inschakelen. We zijn nu zelfvoorzienend qua voer en mestafzet. Ik ga zelf nog niet met pensioen, maar intussen wil ik ook wel eens rustig in de zetel kunnen zitten.”
Beter in Velzeke
Inmiddels heeft de familie als inwijkeling in Velzeke de draai gevonden. “Zonder mijn zoons was ik waarschijnlijk gestopt. Dat kozen de meesten. Wie werken wil kon goed zijn boterham verdienen in de haven. Als tien procent van de boeren in Doel de landbouw niet verlaten heeft, zal het veel zijn.”
“Of we Doel missen? Het dorp bestaat al sinds 2003 niet meer. Maar onze beste buur leeft er wel nog. Met hem hebben we jaren patatten geladen. Ik bij hem, hij bij ons, tot diep in de nacht. Hij mist ons het meest. Ze hebben hem nog altijd niet kunnen onteigenen. Wij hadden er ook nog kunnen blijven, tot vandaag. Maar ik wilde verder gaan, voor mijn zoons. Weg van de onzekerheid. Binnen de bedrijfsgilden, de Landelijke Gilden, zijn we hier goed ontvangen. De kinderen van mijn zoon Filip gaan hier nu naar het school. Zijn vrouw zit in het oudercomité. Zij hebben inmiddels ook hun contacten in het dorp. We zijn niet in een doosje gekropen. En eerlijk, het uitzicht is hier veel mooier, dan te moeten kijken op die koeltorens. Het waren jaren vol stress, maar we hebben onze situatie verbeterd.”
Bron: vilt.be
by admin | aug 6, 2026 | Economie
Captatieverboden op waterlopen halen bij droogte vaak veel aandacht. Maar voor tal van land- en tuinbouwers ligt de grootste bezorgdheden echter bij grondwater, de belangrijkste waterbron voor de sector. Door de opeenvolgende droge jaren en de dalende grondwaterstanden worden aanvragen voor een grondwatervergunning steeds kritischer beoordeeld. Wie vandaag grondwater wil oppompen, moet zich daarom vaak door lange procedures en lijvige dossiers worstelen.
Water is een onmisbare grondstof voor de land- en tuinbouw. Het wordt gebruikt om gewassen te irrigeren, vee van drinkwater te voorzien, oogsten te wassen maar ook om stallen en machines te reinigen. Uit een recente bevraging van Boerenbond blijkt dat ongeveer de helft van de landbouwers regenwater opvangt op het eigen bedrijf.
Volgens de enquête is ongeveer een kwart van het waterverbruik van de leden afkomstig van regenwater. De officiële cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) gaan uit van een iets lager aandeel (6%)
Naast hemelwater is ook oppervlaktewater een mogelijke waterbron voor de sector. Jaarlijks wordt zo’n zes procent van het waterverbruik uit bevaarbare en onbevaarbare waterlopen onttrokken in de sector. Dat aandeel ligt relatief laag omdat niet elk perceel grenst aan een waterloop met voldoende debiet en een goede waterkwaliteit. Vandaag kunnen landbouwers enkel nog water onttrekken van de bevaarbare waterlopen, uitgezonderd van de IJzer.
Ook leidingwater wordt gebruikt in de land- en tuinbouwsector. Volgens Boerenbond komt 15 procent van het waterverbruik uit de leiding, de cijfers van VMM duiden op tien procent.
Belangrijkste waterbron lang niet meer zo zeker
Het grootste deel van het waterverbruik in de land- en tuinbouw komt echter uit zelf opgepompt grondwater. Volgens de Vlaamse Milieumaatschappij zou dit 75 procent van het volledig waterverbruik innemen. De resultaten van de Boerenbond-bevraging komen uit op een lager aandeel: bij hun leden is 51 procent van het waterverbruik afkomstig van grondwater. Dit grondwater wordt vooral door veehouders gebruikt als drinkwater voor hun dieren. Voor irrigatie gaat de voorkeur meestal uit naar regenwater. “Al zuiveren steeds meer veehouders het regenwater verder op, zodat het ook als drinkwater voor de dieren kan dienen”, vertelt waterexpert bij Boerenbond, Joris De Nies.
Grondwater is al jaar en dag een stabiel reservoir voor land- en tuinbouwers. “Deze ondergrondse reservoirs vertonen op korte termijnen niet zo snel een tekort. Voor een captatieverbod op grondwater moet er dus geen schrik zijn”, geeft De Nies mee. Op lange termijn is dit een ander verhaal. Verschillende grondwaterlagen in Vlaanderen staan onder druk door droogte, klimaatverandering en hoge onttrekkingen. “In vergelijking met tien jaar geleden worden daarom minder snel oppompvergunningen afgeleverd voor de diepere lagen”, klinkt het bij Boerenbond.
Ook bij SBB Accountants & Adviseurs merken ze die evolutie op. “Grondwater is de voorbije jaren uitgegroeid tot een belangrijk thema binnen het Vlaamse waterbeleid”, zegt Gert Van Thillo, business manager landbouw bij SBB. “Er wordt steeds kritischer gekeken naar de impact van de grondwaterwinning op de omgeving. Via de zogenoemde grondwatertrein implementeerde Vlaanderen in 2024 ook een aangepast pakket maatregelen dat het gebruik van grondwater beter moet opvolgen en verduurzamen.”
Oppompvergunning niet louter meer een formaliteit
Landbouwers mogen niet zomaar ongelimiteerd gratis grondwater oppompen. Voor grondwater moeten ze betalen, een kost die elk jaar duurder wordt. Bovendien hebben ze een vergunning nodig als het grondwater in het bedrijf wordt gebruikt. Waar dit vroeger vaak een formaliteit was, vraagt het vandaag een uitgebreid en goed onderbouwd dossier waarbij vaak adviesbureaus geraadpleegd worden.
“Land- en tuinbouwers moeten aantonen waarom grondwater noodzakelijk is en bewijzen dat ze eerst alle alternatieve waterbronnen hebben onderzocht. Voor de tuinbouw is de eerste piste altijd het opvangen van hemelwater of het hergebruik van water op het eigen bedrijf”, legt Van Thillo uit. “Pas dan kan grondwaterwinning in beeld komen. Daarnaast moet in de aanvraag ook worden aangetoond welke impact de grondwaterwinning heeft op het milieu en op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden.”
Om het risico op verdroging van kwetsbare natuur aan te tonen zijn screening- en simulatortools van de overheid voor handen. Al volstaan deze niet vaak niet voor de vergunningverlener. “In veel dossiers moeten we beroep doen op een milieustudiebureau dat een meer nauwkeurige impact moet schetsen of welke impact er kan zijn”, aldus Van Thillo.
Zeer regio-afhankelijk
Boerenbond en SBB benadrukken dat het vergunningsproces erg afhankelijk is van regio tot regio. Elke regio heeft zijn eigen karakteristieken. “In West-Vlaanderen kennen ze bijvoorbeeld problemen met verzilting bij dieptegrondwaterwinning”, aldus De Nies. “En in de ruime regio van Sint-Niklaas hebben ze te maken met een ‘depressietrechter’, ontstaan in diepere grondwaterlagen door intensieve onttrekking van onder meer industrie, drinkwaterproductie en landbouw. Omdat de waterlagen door klei afgesloten zijn, kan het systeem er maar traag herstellen. Daardoor worden vergunningen om grondwater op te pompen er niet of slechts zeer beperkt toegekend. Een effect dat zich tot in de Mechelse regio laat voelen.”
“De beoordeling is sterk afhankelijk van de toestand van de grondwaterlaag. Om welke soort bodem en reservoir het gaat, of de waterlagen al zwaar belast zijn”, bevestigt Van Thillo. “Maar evengoed of er kwetsbare natuur in omgeving is.”
Groeiende complexiteit, maar nog geen grondwaterstop
Net als bij de stikstofdossiers neemt de complexiteit rond oppompvergunningen toe. De bewijslast wordt steeds zwaarder en impactstudies worden belangrijker. “Er zijn ook meerdere overheidsdiensten bij de beoordeling betrokken, waaronder de VMM, het Agentschap Natuur en Bos en lokale besturen. Waar ze in het verleden eerder flexibeler waren, handhaven ze nu een eigen strengere visie”, aldus Van Thillo. “De algemene complexiteit rond de vergunningen geeft veel land- en tuinbouwers vandaag kopzorgen.”
Dat vergunningen minder vanzelfsprekend zijn geworden, betekent echter niet dat er een algemene ‘grondwaterstop’ geldt. “Afhankelijk van de regio worden zeker nog oppompvergunningen verleend”, geeft Van Thillo mee.
Nieuwe tendens: meer bufferbekkens
Doordat ook grondwater onder druk staat, merken zowel SBB als Boerenbond een stijgende interesse in bufferbekkens op. “Die evolutie zagen we eerst in West-Vlaanderen, waar de verziltingsproblematiek al langer speelt. Intussen groeit de belangstelling ook in de andere provincies”, zegt De Nies. “Daarnaast zien we ook steeds meer initiatieven waarbij landbouwers samenwerken om water op te slaan en te gebruiken.”
Ook bij SBB leeft het thema steeds sterker. “Onze klanten zijn zich almaar bewuster van de uitdagingen rond water. Ze maken zich zorgen over de vergunningsverlening, maar ook over de stijgende kostprijs van grondwater”, vertelt Van Thillo. “Bufferbekkens kunnen in de toekomst zeker een deel van de oplossing zijn.”
Toch zijn ook bufferbekkens geen evidentie, merkt De Nies op. “Voor de aanleg van bufferbekkens is vaak eveneens een vergunning nodig en ook die procedures verlopen niet altijd vlot. Bovendien vragen zulke investeringen een aanzienlijk budget. Daar zien we een duidelijke faciliterende rol voor de overheid.”
Bron: vilt.be
by admin | aug 6, 2026 | Varia
België vraagt zes maanden extra uitstel voor de omzetting van de Europese richtlijn inzake loontransparantie. Nochtans is dit niet zomaar een verplichting vanuit de EU, maar de sleutel om de loonkloof eindelijk zichtbaar te maken én aan te pakken.
Nog geen maand geleden liet een jonge vrouw, de CEO van Payflip, haar eigen brutoloon van 10.000 euro op een gigantisch reclamebord in Antwerpen plaatsen. Niet uit provocatie, maar om een debat open te breken dat veel te lang taboe is gebleven: loontransparantie. Haar uitspraak was raak. Vandaag praten we nog vaak over loon zoals vorige generaties over seks praatten: ongemakkelijk, fluisterend en liefst achter gesloten deuren.
Nochtans zijn de cijfers over de loonkloof tussen vrouwen en mannen al jaren overduidelijk. Die loonkloof is in België nog steeds een realiteit. Ze bedraagt vandaag volgens het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen 7%. Voor arbeidsters lopen de verschillen nog verder op, tot wel 20%. Daar komt nog eens bij dat vrouwen in bepaalde sectoren gemiddeld minder verdienen dan mannen.
Eén van de redenen waarom die ongelijkheid zo hardnekkig blijft bestaan, is dat ze zich vaak verschuilt achter gesloten deuren. Wat niemand ziet, wordt zelden gecorrigeerd. Zonder transparantie weten werknemers niet of ze correct worden verloond. Zonder transparantie kunnen werkgevers zichzelf wijsmaken dat er geen probleem is. En zonder transparantie blijft discriminatie vaak onzichtbaar.
Die ongelijkheid is een structureel probleem. Wie minder verdient, bouwt minder sociale rechten op, spaart minder pensioen op en heeft minder financiële onafhankelijkheid. Ongelijke lonen vandaag, betekenen ongelijke kansen morgen. Dus ja, loontransparantie verdient een serieus en open debat.
Het antwoord op de loonkloof: loontransparantie
Sinds deze maand geldt de Europese richtlijn inzake loontransparantie. Toch vraagt ook ons land zes maanden extra uitstel voor de omzetting van deze wetgeving. Voor Vooruit is het duidelijk: uitstel mag geen afstel zijn. De omzetting van de richtlijn inzake loontransparantie is erg belangrijk. Ze zorgt ervoor dat loonverschillen zichtbaar worden, dat werkgevers hun beleid objectief moeten kunnen verantwoorden en dat werknemers eindelijk over de nodige informatie beschikken om hun rechten af te dwingen. Dat is geen revolutie opgelegd vanuit de EU. Dat is de ondergrens van een eerlijke arbeidsmarkt.
Loontransparantie is geen technische oefening voor juristen en evenmin een administratieve last die ondernemingen zomaar wordt opgelegd. Ze raakt de kern van wat een rechtvaardige arbeidsmarkt hoort te zijn: gelijk loon voor gelijk werk, zoals al die moedige vrouwen voor de fabriek van FN Herstal al vroegen in 1966. Gelijk loon voor gelijk werk: een principe waar iedereen het in theorie over eens is, maar dat in de praktijk nog altijd te vaak wordt geschonden. Net daarom is de Europese richtlijn zo belangrijk.
En uiteraard begrijp ik dat er vragen rijzen over de uitvoering. Die zijn logisch. Elke hervorming roept praktische en juridische uitdagingen op. Maar wat ik niet begrijp, zijn de drogredenen die N-VA nu aanhaalt om de omzetting van deze richtlijn te dwarsbomen. Alsof iedereen straks exact weet wat elke collega verdient. Alsof privacy verdwijnt. Alsof ondernemingen geen ruimte meer hebben om prestaties, ervaring of anciënniteit mee te wegen. Dat is simpelweg onjuist.
De richtlijn vraagt niet om iedereen identiek te verlonen. Loonverschillen blijven mogelijk. De richtlijn vraagt enkel dat loonverschillen objectief kunnen worden uitgelegd. Als een werkgever objectief kan aantonen dat die verschillen gerechtvaardigd zijn, is er helemaal geen probleem. Dus ja, een vrouw met bakken ervaring die goed presteert, kan en mag dan meer verdienen. Maar dit voorbeeld uitlichten, doet deze discussie onrecht aan. Nog veel meer vrouwen en ook andere collega’s zullen via de omzetting van deze richtlijn eindelijk net een eerlijk zicht krijgen op wat collega’s van hen in eenzelfde functie verdienen. Want ja, die verschillen zijn er nog steeds. Soms gerechtvaardigd, vaak ook niet. Dat tonen praktijktesten aan: ook op leeftijd en migratieachtergrond wordt er nog steeds gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. Door loontransparantie worden die verschillen net zichtbaar.
60 jaar later dezelfde strijd: gelijk loon voor gelijk werk
Meten is weten. En kennis is macht. Taboes beschermen zelden de mensen met de minste macht. Ze beschermen meestal degenen die voordeel halen uit de onduidelijkheid.
En dat is de kern van de discussie rond loontransparantie: de vraag wie informatie heeft en wie niet. De vraag of werknemers het recht hebben om te weten hoe hun loon tot stand komt. De vraag of werkgevers bereid zijn hun beleid te verantwoorden wanneer verschillen niet objectief verklaarbaar zijn.
Opvallend genoeg tonen steeds meer ondernemingen zelf aan dat transparantie geen bedreiging hoeft te zijn. Kijk maar naar de jonge CEO die haar loon te kijk hing.
Dat is niet gek, want ook economisch is meer openheid gewoon verstandig beleid. Werknemers verwachten vandaag eerlijkheid, duidelijkheid en respect. Bedrijven die transparant zijn over hun loonbeleid winnen vertrouwen, trekken makkelijker talent aan en bouwen sterkere organisaties uit. In een arbeidsmarkt waar werkgevers vechten voor gekwalificeerde medewerkers is dat net een troef.
Daar komt nog bij dat artificiële intelligentie steeds vaker wordt ingezet bij aanwerving, promotie en evaluatie. Wanneer beslissingen meer en meer door algoritmes worden ondersteund, wordt controle net belangrijker.
Dus laat het duidelijk zijn: transparantie is geen rem op innovatie. Het is een noodzakelijke bescherming tegen verborgen vooroordelen, taboes en historische ongelijkheden.
De omzetting van deze richtlijn is daarom geen verplicht huiswerk uit Europa. Het is een kans om eindelijk werk te maken van een arbeidsmarkt die haar eigen principes serieus neemt.
Loontransparantie gaat niet over formulieren, rapportering of juridische definities. Loontransparantie gaat over rechtvaardigheid, over respect. En over de eenvoudige vraag waarom twee mensen die hetzelfde werk doen soms nog altijd niet hetzelfde worden beloond.
Dus 60 jaar later voeren we dezelfde strijd als de vrouwen aan FN Herstal in 1966: gelijk loon voor gelijk werk, met loontransparantie.
Want alleen wat zichtbaar wordt, kan ook eerlijk worden gemaakt.
Bron: sampol.be