De besparingspolitiek van de regering wordt vaak verdedigd met argumenten dat de maatregelen zogezegd “onvermijdelijk” en “rationeel” zouden zijn. Maar wie profiteert er echt van? Wie betaalt de prijs? Laten we enkele van de meest gehoorde tegenargumenten ontkrachten.
Artikel door Nick (Antwerpen) uit maandblad De Linkse Socialist
1. “We leven langer, dus is langer werken normaal”
Feit: De stijging van de levensverwachting geldt vooral voor de hogere inkomens. Werkenden in zware beroepen en de armere lagen van de bevolking zien hun levensverwachting nauwelijks stijgen of zelfs dalen. Bovendien zegt een hogere levensverwachting niets over de gezondheid op latere leeftijd. Veel arbeiders en zorgpersoneel kampen op hun zestigste al met rugproblemen, hart- en vaatziekten en chronische pijn. Hen verplichten langer te werken, is niets minder dan een aanslag op hun gezondheid. Als er vandaag meer langdurig zieken zijn, komt dat onder meer door de maatregelen die iedereen verplichten om langer te werken.
2. “We moeten besparen om de pensioenen betaalbaar te houden”
Feit: De pensioenkosten zijn slechts een excuus voor een bewust beleid dat ten dienste staat van de grote vermogens. De regering beweert dat er geen geld is voor waardige pensioenen, terwijl ze miljarden uitgeeft aan belastingverlagingen voor bedrijven en de rijken. De belastingverlaging voor vennootschappen in 2017 kostte de staatskas jaarlijks 8 miljard euro.
3. “Nacht- en flexwerk zijn nodig om onze economie draaiende te houden”
Feit: Nachtwerk en extreme flexibiliteit zorgen niet alleen voor uitbuiting, maar ook voor een gezondheidscrisis. Werknemers in nachtdiensten hebben een veel hoger risico op slaapstoornissen, depressies en hart- en vaatziekten. Toch worden bedrijven niet verantwoordelijk gesteld voor deze gevolgen. In plaats daarvan belanden nachtarbeiders in een zorgsysteem dat steeds meer uitgehold wordt. Dit is een typische vorm van sociale kosten afschuiven: de bedrijven maken winst, de samenleving betaalt de prijs.
De Arizona-regering wil nachtarbeid vergemakkelijken door enkel werkuren na middernacht nog als nachtarbeid te beschouwen. Dit betekent dat premies voor nachtarbeid verdwijnen voor de vier uren tussen 20u en middernacht. Voor een logistiek arbeider in de voedingshandel betekent dit een verlies tot 434 euro per maand aan nachtpremies – een brutale aanval op de koopkracht van werkenden. Dit beleid zorgt niet alleen voor dalende lonen, maar zet de deur open voor verdere flexibilisering en onzekere werkvoorwaarden.
4. “Een activeringsbeleid is nodig om mensen uit de werkloosheid te halen”
Feit: De regering presenteert haar werkloosheidsmaatregelen als “activerend”, maar in realiteit is het gewoon een bestraffingsmechanisme. Werkzoekenden worden opgejaagd, zonder dat er voldoende fatsoenlijke jobs zijn. Flexi-jobs en precaire contracten nemen toe, terwijl stabiele voltijdse banen verdwijnen. Vooral jongeren en vrouwen worden getroffen: zij worden gedwongen in onzeker werk zonder sociale bescherming, wat hun gezondheid en toekomstkansen ondermijnt.
5. “Zieken moeten sneller geactiveerd worden”
Feit: De jacht op zieken is in volle gang. Werkgevers kunnen al vanaf de eerste ziektedag een re-integratietraject starten, en wie langdurig ziek is, wordt gedwongen zich in te schrijven als werkzoekende. Dit terwijl de werkdruk en burn-outs de pan uitrijzen. De regering bespaart op gezondheidszorg en preventie, terwijl ze tegelijk de sociale zekerheid ondergraaft. Dit zal leiden tot meer zieken, meer armoede en een grotere druk op de zorgsector.
6. “Niet besparen is de schuld doorschuiven naar toekomstige generaties”
Feit: Dit is de ultieme hypocrisie. Het argument van de ‘toekomstige generaties’ wordt al sinds de jaren 1980 gebruikt en telkens weer gerecycleerd. De echte erfenis die we doorgeven, is een samenleving waarin winst primeert op gezondheid en sociale bescherming. Eens jongeren afgestudeerd zijn in een ondergefinancierd onderwijsstelsel, worden ze geconfronteerd met slechtere arbeidsvoorwaarden, langere loopbanen en een onbetaalbare zorgsector. De regeringen van vandaag maken bewust keuzes die de ongelijkheid vergroten en de sociale zekerheid uithollen. Dit is geen financiële noodzaak, maar klassenpolitiek.
De echte oplossing: strijd en herverdeling van de rijkdom
Als we een gezonde toekomst willen garanderen, moeten we breken met het beleid van sociale afbraak. We hebben nood aan:
Massale investeringen in de zorgsector in plaats van besparingen en privatisering.
Arbeidsduurverkorting zonder loonverlies met bijkomende aanwervingen en verlaging van de werkdruk, zodat mensen gezonder kunnen werken.
Haal het geld bij de grote vermogens in plaats van lastenverlagingen aan bedrijven te geven.
Sterke sociale zekerheid, zodat werkenden niet tot hun laatste krachten moeten werken.
Dit zullen we niet cadeau krijgen, we zullen ervoor moeten strijden. In die strijd stellen we de volledige maatschappelijke organisatie in vraag. Om met de meerderheid van de bevolking over onze toekomst te beslissen, moeten we immers de macht van de kleine groep superrijke kapitalisten breken.
Hieronder enkele cijfers die we haalden vanop een toelichting op een personeelsvergadering aan de UGent. Daarop waren een 400-tal aanwezigen om toelichting te krijgen bij de harde besparingsplannen en de gevolgen ervan voor het UGent-personeel. Op het einde werd geantwoord op de illusie dat er ‘geen alternatief’ zou zijn voor de besparingen of dat dit de enige manier is om onze sociale zekerheid betaalbaar te houden.
De bedrijfswinsten in ons land stegen tussen 1999 en 2024 van gemiddeld 35% naar gemiddeld 45% van de toegevoegde waarde in ons land. In 2024 bedroeg die 507 miljard. Als bedrijven tevreden zouden zijn met de winstmarges die ze 25 jaar geleden maakten, zou er 50,7 miljard extra beschikbaar zijn voor lonen, uitkeringen, sociale zekerheid en openbare diensten. Daar kan je al wat mee, niet?
In diezelfde periode stegen de lastenverlagingen – wat bedrijven uitsparen aan bijdragen tot de sociale zekerheid – van 1,6 miljard per jaar naar 16 miljard euro per jaar: een vertienvoudiging. Dat is 3 keer de totale besparing op pensioenen en werkloosheidsuitkeringen die Arizona plant. Met dat bedrag kan je dus niet alleen die besparingen teniet doen, je heb ook nog 11 miljard over, waarmee je de uitkeringen kan optrekken tot boven de armoedegrens, of de pensioenen in de privé “harmoniseren” naar boven tot het niveau van de ambtenarenpensioenen.
In 2024 ging er 383 miljard euro uit België naar belastingparadijzen. Sinds 2010 zijn bedrijven verplicht die transfers te melden als ze meer dan 100.000€/jaar bedragen. Opvallend: die 383 miljard aan transfers werd door slechts 765 Belgische bedrijven uitgevoerd (0,21% van de bedrijven in ons land). Een kleine toplaag aan superrijken en multinationals wist dus een bedrag dat 84% van ons BBP bedraagt over te maken naar belastingparadijzen. Nog opvallender: het grootste “transferland” is Dubai.
Waarom? Enkele jaren tekende Didier “Lottofraudeur” Reynders een belastingverdrag met dat land dat stipuleert dat Belgisch geld dat langs Dubai passeert, en daar wordt belast (met een minimale belasting) bij terugkeer in ons land vrij is van verdere belastingen. Met andere woorden: er is een massale route voor belastingontwijking gecreëerd die door de grootste bedrijven op grote schaal wordt gebruikt. Dus: sluit deze en andere “sluipwegen” van belastingontduiking: hou het geld in België, en belast het zoals alle andere inkomsten…
Vorig jaar stegen de financiële vermogens van “de Belgen” tot 1.230 miljard euro, opnieuw een record. Afhankelijk van de schatting zou 300 à 400 miljard daarvan in handen zijn van de rijkste 1% in ons land, die dus elk gemiddeld een financieel vermogen hebben van 3 à 4 miljoen. Opgelet: dit gaat enkel over de financiële vermogens: immobiliën etc. zitten hier niet in… Die 1% rijken kunnen perfect meer bijdragen. Een miljonairstaks van 1% op hun vermogens zou meteen 3 à 4 miljard per jaar opleveren.
Arizona wil 96% van de besparingen doorvoeren op lonen, uitkeringen en pensioenen. Slechts 4% komt op de “sterkste schouders”. Hoewel: wie gelooft echt dat het de rijksten zullen zijn die de “meerwaardebelasting” zullen ophoesten: zullen zij niet snel een achterpoortje vinden?
Dit is geen wetmatigheid, geen noodzaak. Het is een politieke keuze om de tendens waarin de rijken rijker worden, en de meerderheid daarvoor de prijs betaalt gewoon verder te zetten. Om dat te keren is strijd nodig, veel strijd, ideologische duidelijkheid en een heldere strategie om te winnen.
Nu donderdag 13 februari zetten we de eerste stap. Laten we daar massaal aanwezig zijn. En er zal nog actie volgen!
Amper vier van de vijftien ministers van de federale regering-De Wever zijn vrouwen. Het kernkabinet bevat er zelfs geen enkele. Die kern, het beslissingsorgaan van de federale regering, zal dus onder mannen beslissen over maatregelen als abortus, minimumpensioen, gelijkgestelde periodes en andere zaken die vrouwen aanbelangen.
door Katarina (Gent) uit maandblad De Linkse Socialist
Bij de eerste groepsfoto van de regering-De Wever moest men ‘waar is Wally’-gewijs gaan zoeken naar de vrouwelijke ministers. Zij werden ongelukkig achteraan in de schaduw weggestoken. Een foto en een samenstelling van een regering zeggen natuurlijk niet alles. Heeft deze Arizona-regering met een hoog witte-mannen-gehalte oog voor vrouwenthema’s en zet ze vrouwen en genderminderheden centraal in het geplande beleid? Of valt de vrouwonvriendelijke lijn door te trekken naar het beleid? We nemen enkele elementen uit het regeerakkoord onder de loep.
We gingen toch meer verdienen?
De partijen die deel uitmaken van Arizona beloofden ons dat we meer zouden gaan verdienen. Dit regeerakkoord bewijst het tegenovergestelde. De loonnormwet blijft onveranderd, de index is niet gered en komt tegen eind 2026 opnieuw op tafel te liggen. De BTW op bepaalde goederen wordt opgetrokken. Wanneer één van beide partners niet werkt of een beperkt inkomen ontvangt, krijgen gezinnen een fiscaal voordeel, de huwelijksquotiënt. Deze wordt afgebouwd. Aangezien vrouwen veel vaker een deel van hun loopbaan opgeven voor onbetaalde zorgarbeid, betekent dit een daling van hun inkomen.
De welvaartsenveloppe wordt afgeschaft, wat betekent dat er geen systemische optrekking meer is van de laagste uitkeringen en pensioenen. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in die laagste uitkeringen en pensioenen. Hierdoor zullen veel mensen onder de armoedegrens belanden.
De minimumlonen zullen gedurende de legislatuur tweemaal met 20 euro netto per maand worden opgetrokken. Dat is wel een heel beperkte ambitie. Ook dit treft veel vrouwen, aangezien velen werken in sectoren met de laagste inkomens.
De Arizonaregering plant hard te snoeien in openbare diensten en de publieke arbeidsstelsels. Het zijn vooral vrouwen die gebruikmaken van publieke diensten en er ook in werken.
Flexibel werk nog flexibeler?
40% van de vrouwen werkt deeltijds. De meerderheid ervan koos er niet vrijwillig voor, maar doet dit om de zorg op te nemen voor de kinderen en andere afhankelijke personen. Velen doen het omdat ze geen voltijds werk vinden of omdat ze werken in sectoren die vooral deeltijdse jobs aanbieden. Arizona wil de mogelijkheden voor deeltijds werk vergroten, dit zou voortaan kunnen met contracten vanaf 3 uur per week.
De verplichte sluitingsdag en de zondagsrust staan op de helling. Het verbod op nachtarbeid wordt opgeheven. Het wordt gemakkelijker om de arbeidstijd niet langer per week of maand in te vullen, maar per jaar. Annualisering van de arbeidstijd is dat. Stel dat je 24 uur per week werkt, dan kan de werkgever in rustige maanden 12 uur per week inplannen en in drukke maanden 36 uur per week. Daarnaast worden de overurenstelsels herbekeken en overuren zonder compensatie worden nog meer mogelijk.
Werknemers worden alsmaar meer in flexibelere arbeidsregimes geduwd met directe negatieve gevolgen voor de work-life balans en voor de gezondheid.
Gemiddeld werkt een vrouw na haar werk nog eens 33 uur aan onbetaalde arbeid thuis per week. De zogenaamde dubbele shift. Nu worden twee op de drie tijdskredieten opgenomen door vrouwen. De regering wil het systeem van zorg- en tijdskredieten vereenvoudigen en samenbrengen in een familiekrediet. Er wordt gevreesd dat dit in de realiteit zal leiden tot strengere voorwaarden.
Pensioen onbereikbaarder voor vrouwen
Naar schatting heeft 26,7% van de werknemers bij pensionering geen loopbaan van 35 jaar effectieve tewerkstelling. De gemiddelde effectieve loopbaan van een vrouw bedroeg in 2019 31,6 jaar tegenover 35,4 jaar voor een man.
Elke toegang tot vervroegd pensioen wordt zo goed als onmogelijk. SWT, het vroegere brugpensioen, verdwijnt (met uitzondering van SWT wegens medische redenen). De voorwaarden voor landingsbanen worden opgetrokken, met strenge loopbaanvereisten waarin onder meer ziekte niet wordt meegerekend. De loopbaanvereiste voor vervroegd pensioen (bijvoorbeeld op 60 jaar na een loopbaan van 44 jaar) wordt strenger.
Voor een pensioen is een minimale loopbaan van 35 jaar vereist, waarvan elk jaar minstens de helft effectief moet gepresteerd worden (156 dagen in een zesdaagse werkweek). Gelijkgestelde periodes (ziekte, werkloosheid, tijdskrediet, moederschapsrust …) mogen maar tot 40% van de loopbaan tellen vanaf 2027, wat al gauw daalt tot 20% in 2031. Vrouwelijke werknemers komen gemiddeld aan 39% gelijkgestelde periodes. Oh ja, voor de gelijkgestelde periodes geldt een beperking van het fictief loon zodat het pensioenbedrag lager ligt.
De invoer van een pensioenmalus heeft het perverse effect deeltijds werkenden te straffen. Vier op vijf deeltijdse jobs worden uitgevoerd door vrouwen.
Stelsels als het overlevingspensioen en het echtscheidingspensioen worden afgebouwd. Dit zijn stelsels waarvan vooral vrouwen de begunstigden zijn. Vaak gaat dit over vrouwen die thuisbleven voor het gezin.
De pensioenmaatregelen van de Arizonaregering zouden de pensioenkloof tussen vrouwen en mannen doen oplopen tot 42%.
Jacht op zieken en werklozen
Ruim een half miljoen werknemers en zelfstandigen in België is langdurig ziek. 54,7% van deze mensen zijn vrouwen. 60% van de langdurige zieken met burn-out, spier- en skeletaandoeningen zijn vrouwen. Dit is te wijten aan het feit dat ze werken in sectoren met veel mentale en fysieke belasting, maar ook aan de dubbele dagtaak van werk en gezin. De Arizonaregering wil een snellere activering van zieken. Dat wil ze doen door herintegratietrajecten dwingender te maken. Maar Arizona investeert niet in werkbaar werk en haalbaardere progressief werksystemen.
De regering-De Wever maakt een prioriteit van een aanval op de werklozen, met onder meer een snellere degressiviteit en een beperking van de uitkering in de tijd. Er zijn ongeveer evenveel mannen als vrouwen werkloos, onder langdurig werklozen zijn er iets meer vrouwen. Eén van de redenen hiervoor is dat vrouwen meer in precaire arbeidssystemen zitten. Daarnaast is een terugkeer naar de arbeidsmarkt vaak moeilijker door vooroordelen en door de aangepaste rolverdeling in het huishoudelijk werk.
Abortusrechten en strijd tegen gendergerelateerd geweld naar de koelkast verwezen
Abortus in België is heden ten dage toegestaan tot 12 weken zwangerschap. Daarbovenop is er de verplichte bedenktijd van vijf dagen en staat abortus nog steeds in het strafwetboek. Ondanks het jarenlange werk van expertisebureaus en populaire steun om abortus te decriminaliseren en de termijn te verlengen, werd het abortusdossier steevast gebruikt als pasmunt voor andere politieke dossiers. Het resultaat was dat er niets veranderde.
Dat zal wellicht ook nu niet gebeuren. Het regeerakkoord stelt: “We zetten het maatschappelijk debat rond de vrijwillige zwangerschapsafbreking verder op basis van het rapport van de expertencommissie. Na consensus tussen de meerderheidspartijen, passen wij de huidige abortuswetgeving aan.” De meerderheidspartijen houden er te verschillende standpunten op na om tot een consensus over een verlenging van de abortustermijn te komen. In realiteit betekent dit dus geen wetsaanpassingen.
Over preventie van gendergerelateerd geweld bevat het regeerakkoord maar één zinnetje. De verdere uitrol van Zorgcentra na Seksueel Geweld is positief, maar het blijft beperkt tot wat eerder al was beslist (drie nieuwe centra) terwijl de noden veel groter zijn.
De plaats van vrouwen is in de strijd!
Arizona is een ernstige bedreiging voor de welvaart en het welzijn van iedereen. Vrouwen worden erg hard getroffen door de voorgestelde maatregelen. Diensten en stelsels waar veel vrouwen gebruik van maken dreigen te verdwijnen of worden verder kapot bespaard. Arbeidstijd en -regimes van werkneemsters dreigen te worden verlengd met een steeds grotere flexibiliteit, zonder enige erkenning van de onbetaalde arbeid die zij op zich nemen.
Strijd tegen deze regering is noodzakelijk om onze rechten en eisen uit de schaduw te halen. Sterke en strijdbare betogingen op 8 maart, de internationale vrouwendag, kunnen onze eisen hoog op de agenda plaatsen. Daarmee versterken we de mobilisatie naar de algemene staking van 31 maart en het actieplan dat hierna noodzakelijk is.
Na jaren van tekorten werkt niets nog naar behoren bij De Lijn. De malaise is algemeen. Het personeel staakt op 12 maart. Sommige reizigers voelen zich bij een staking nog meer in de steek gelaten, maar beseffen meestal ook wel dat de chauffeurs gelijk hebben als ze protesteren. De schandalige afbouw van dienstverlening is immers niet de schuld van de chauffeurs, maar van een beleid dat al jarenlang te weinig investeert.
Vanaf 1 juli nog minder aanbod
De concrete aanleiding voor de staking is de invoering van de basisbereikbaarheid. Vanaf 1 juli volgt een vermindering van het aanbod en een verdere verpachting van ritten. De Lijn werkt voor heel wat ritten met externe bedrijven, pachters. Daar gelden andere arbeids- en loonvoorwaarden. Het gaat om private bedrijven, wat betekent dat een deel van de dienstverlening niet langer in publieke handen is.
De invoering van de basisbereikbaarheid komt neer op een aanpassing van het hele net. De focus ligt daarbij op vraaggestuurd openbaar vervoer, waarbij vooral ingezet wordt op de meest rendabele gebieden en lijnen. Drukke lijnen krijgen daarbij meer dienstverlening ten koste van lijnen waar minder gebruik van wordt gemaakt. Hierdoor dreigen meer afgelegen gebieden ‘vervoersarm’ te worden.
De hele hervorming moest immers budgetneutraal gebeuren. Met het tekort aan chauffeurs en aan materieel, zoals bussen waarmee effectief kan gereden worden (geen overbodige luxe in deze sector), zijn er sowieso meer middelen nodig. Zelfs het Rekenhof stelde in zijn conclusie van 28 maart 2024 dat “het beschikbare budget niet strookt met de intentie de openbaarvervoervraag te laten toenemen in het kader van de modal shift”. De directie van De Lijn kan niet zeggen dat ze niet op de hoogte is van de noden, vorig jaar stelde ze zelf dat er 370 miljoen euro extra nodig is om de taken naar behoren uit te voeren.
Om de hervorming tegen begin januari rond te krijgen werden er last-minute in het wilde weg ritten geschrapt. Dat leidde tot heel wat spontane stakingen. Nu volgt een structurele vermindering van het aanbod en een verdere verpachting. Ongeveer 2% van het aanbod wordt geschrapt.
Aanvallen op personeel
De vermindering van het aanbod zal sommige regio’s harder treffen dan andere. In de hardst getroffen regio’s zijn de gevolgen voor zowel reizigers als personeel rampzalig. Voor de reizigers betekent het minder dienstverlening. Voor het personeel een aanpassing van de dienstroosters waarbij nog meer flexibiliteit wordt geëist. Meer gesplitste diensten (bijvoorbeeld ’s ochtends vier uur rijden, nadien een onderbreking van enkele uren en dan nog de avondspits) en ook minder vaste uurroosters, maken de job minder aantrekkelijk. Met de huidige omstandigheden zijn de chauffeurs al bijzonder flexibel, hoeveel meer willen ze eigenlijk van ons?
Voor veel collega’s is de staking van 12 maart een protest tegen de algemene malaise. Er is een tekort aan alles. Terwijl de chauffeurs er alles aan doen om toch wat dienstverlening aan te bieden, zijn ze bovendien ook nog eens het eerste aanspreekpunt voor ontevreden reizigers. Die ontevredenheid is het gevolg van dezelfde malaise waartegen de chauffeurs protesteren.
De aankondiging van de minister om zo snel mogelijk flexijobs in te voeren en samen te werken met private veiligheidsdiensten in plaats van de eigen controleurs, doet nog een schep bovenop de woede van het personeel. Voor dit jaar wordt geschat dat er een tekort zal zijn dat kan oplopen tot 50 miljoen euro. Er zal binnen alle afdelingen en ook bij de bedienden geschrapt en bespaard worden.
Meer betalen voor minder dienstverlening
Reizigers denken misschien dat er verbetering op komst is nu de nieuwe regering heeft aangekondigd dat er vanaf 2026 jaarlijks 50 miljoen en vanaf 2027 zelfs 70 miljoen euro bijkomt. Het gaat om broodnodige middelen, die niet volstaan om degelijke dienstverlening aan te bieden.
Wat de Arizona-regering er in de aankondigingen niet bij vertelde, was waar dat geld vandaan zal komen. Op de ondernemingsraad van De Lijn werd verteld dat er in feite een verlaging van de dotatie is. Anders gezegd: De Lijn moet dit geld grotendeels zelf ophalen onder de reizigers… Het gaat om onrealistisch hoge bedragen en eigenlijk om een verkapte besparing.
Op 1 april dit jaar gaat een eerste prijsverhoging van start. De tarieven stijgen met gemiddeld 18%. Een enkel ticket zal 3 euro kosten in plaats van 2,5, een tienrittenkaart zal 21 euro kosten in plaats van 17. De directie stelt dat dit “nog steeds voordelig geprijsd is”. Dat is een voorbereiding op nog meer prijsstijgingen.
Het huidige beleid kan voor de reizigers als volgt samengevat worden: meer betalen voor minder dienstverlening.
Strijd organiseren, nood aan programma en plan
Na jaren van verslechtering wil de regering op hetzelfde pad verdergaan. De Lijn dreigt het met minder middelen te moeten doen, alleszins komt er geen investering aangepast aan de noden inzake mobiliteit en milieu.
Het ongenoegen is groot en leidde al tot heel veel acties. Toch is er weinig idee over hoe we onze strijd zo efficiënt mogelijk kunnen voeren. Het volstaat niet om telkens te reageren op wat verkeerd loopt, we hebben nood aan een eigen programma van beter openbaar vervoer. Met een duidelijk standpunt tegen de verhoging van de tarieven kunnen we reizigers betrekken en mobiliseren.
Rond een programma voor beter openbaar vervoer in het belang van zowel het personeel als de reizigers is het mogelijk om een campagne op te zetten die opbouwt naar acties, van petities over betogingen tot staking
Brief van het gemeenschappelijk vakbondsfront aan de minister van Mobiliteit bij haar bezoek aan de stelplaats in Mortsel (25 februari)
Vandaag bezoekt u onze stelplaats—een moderne locatie, maar met een pijnlijk tekort aan rijvaardige bussen. Vandaag zal dat tekort misschien minder opvallen, omdat er tijdelijk extra bussen uit andere regio’s zijn overgebracht. Maar de realiteit blijft: er zijn te weinig bussen en de dienstverlening kreunt onder jarenlange besparingen.
In het Vlaams Parlement beweert u dat het “riedeltje” dat De Lijn kapot bespaard werd niet klopt. Wij denken daar anders over. En wij niet alleen. Uw partijgenoot Marc Descheemaecker, voormalig voorzitter van De Lijn, zegt in zijn boek Dood spoor letterlijk dat De Lijn kapot bespaard is. In Het Nieuwsblad (21/02/2021) verklaarde hij al dat er in tien jaar tijd 20% van de werkingsmiddelen verdwenen zijn. Dit zijn geen loze kreten van vakbonden, maar de feiten, bevestigd door iemand uit uw eigen partij.
Maar het probleem stopt niet bij besparingen alleen. Terwijl cruciale middelen verdwijnen, stijgen andere kosten. Miljoenen gaan naar externe consultants en bij techniek betalen we nu de prijs van eerdere reorganisaties. De beschikbaarheidsvergoedingen voor PPS-projecten, zoals stelplaatsen en infrastructuur, slorpten vorig jaar 46 miljoen euro op en zullen de komende jaren nog stijgen. PPS is op lange termijn een peperdure constructie die de werkingsmiddelen onder druk zet —ook dat bevestigt uw partijgenoot Descheemaecker.
En wat stelt u daar tegenover? 400 miljoen euro voor nieuwe bussen en trams. Dat klinkt goed, maar het is onvoldoende om de vergroening door te voeren. Daarnaast kondigt u een “groeipad” aan van 125 miljoen extra werkingsmiddelen, verspreid over vier jaar. Maar in de begroting zien we iets anders: vanaf 2026 worden de inkomsten uit openbaar vervoer met 50 miljoen verhoogd, vanaf 2027 zelfs met 70 miljoen per jaar. Op onze ondernemingsraad kregen we te horen dat dit in feite een verlaging van de dotatie betekent. Met andere woorden: De Lijn moet deze middelen grotendeels zelf ophalen bij de reizigers. Niet alleen zijn de bedragen onrealistisch hoog, dit is eigenlijk een verkapte besparing.
Wij eisen:
Dringend extra middelen en een serieus investeringsplan. Zonder structurele financiering blijft openbaar vervoer een lege belofte.
Respect voor het personeel. Degelijke arbeidsomstandigheden en sociaal overleg moeten een evidentie zijn.
Stopzetting van de privatisering. Openbaar vervoer is een basisrecht, geen verdienmodel.
De huidige dienstverlening is een schande. En straks moeten reizigers hier nog heel wat extra voor betalen. Het schaamrood komt ons op de wangen.
Wij zullen niet rusten tot er een sterk, degelijk openbaar vervoer staat, met respect voor zowel reizigers als personeel.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.