Werkgevers en media, hartelijk dank voor de promotie van deze stakingsdag

Opinie – Lode Vanoost

De eensgezinde bashing van bereidwillige stakers door media en werkgeversorganisaties bereikte de voorbije dagen een moreel dieptepunt. Hun uitlatingen hebben een averechts effect, maar toch gaan ze er onverminderd mee door. Daar hebben ze goede redenen voor.

Een van de (weinige) voordelen van een dagje ouder te worden is dat je een hele geschiedenis hebt om op terug te kijken. Die kennis maakt het mogelijk wat vandaag gebeurt in een ruimere context te plaatsen. Daarom even dit ter geruststelling van stakers en hun sympathisanten.

De eensgezinde bashing van de bereidwillige stakers door media en werkgevers kan voor een jonge beginnende werknemer of werkzoekende brutaal overkomen.

Deze eenzijdige kijk op sociale conflicten van media en werkgevers is echter allesbehalve nieuw. Het ging net zo tijdens de grote stakingsgolven van de jaren 1980, die veel ingrijpender waren dan wat vandaag aan de gang is.

De tactiek is steeds dezelfde: selectie van opinies van ‘de mens in de straat’ tegen de stakers, verwijzen naar de schitterende toekomst als de ‘noodzakelijke hervormingen’ er komen. Die ‘maatregelen zullen wel even pijn doen’, maar ‘we moeten toch ook aan onze kinderen en kleinkinderen denken’.

Bovendien, ‘stakingen beschadigen de economie’. Meer nog, ‘die stakers staken alleen maar voor zichzelf’ en ‘de gewone mens is weer eens het slachtoffer’.

Ik citeer hier niet uit berichten in de media van de voorbije dagen. Ik herhaal uitdrukkingen die door diezelfde media en dezelfde werkgeversorganisaties werden rondgeslingerd in de jaren 1980.

Het einde van de tunnel is in zicht

De slogan was toen ‘Het einde van de tunnel is in zicht’. De ‘inspanning’ zou maar even duren. Die kwam uit het brein van adviseurs van toenmalig eerste minister Wilfried Martens (toen CVP, nu CD&V). Hij was eerste minister van (toen nog niet federaal georganiseerd) België van 1979 tot 1992.[1]

Niet Bart De Wever, maar Wilfried Martens was de eerste Vlaams-nationalist die eerste minister werd van België. Net als De Wever nu was zijn radicaal Vlaams-nationalisme slechts een startmiddel voor zijn politieke carrière.

Martens koos echter voor de zekerheid van de CVP, niet voor de Volksunie (de voorloper van de N-VA). (zie het hoofdstuk Militant in zijn WikiPedia-pagina). Net als Bart De Wever nu liet hij al zijn Vlaams-nationalistische bravoure vlot varen om zich te ontpoppen tot een vlijtig ondergraver van de sociale welvaartsstaat (de term neoliberalisme was nog geen gemeengoed).

Wie alleen de mainstream media gebruikt als bron van informatie, krijgt de indruk van een eensgezind land tegen de stakers – een kleine geïsoleerde enclave van ‘egoïsten’ (dixit vermogensbeheerder Geert Noels).

Op Radio Een kwam een woordvoerder van het VBO uitleggen hoe schadelijk stakingen zijn voor de economie. Daarmee bevestigde ze ongewild dat het wel degelijk de werkende mensen zijn en niet de bedrijfsleiders, niet de aandeelhouders die de economie doen draaien.

Deze mensen zijn niet dom. Zij weten ook wel dat hun argumenten de stakers niet overtuigen. Dat is ook hun bedoeling niet. De echte doelstelling zien zij op lange termijn.

Door te blijven hameren op de volgens hen geïsoleerde plaats van de stakers willen zij twee zaken bereiken: de minderheid die alle baat heeft bij deze ‘hervormingen’ nog fanatieker maken en de meerderheid die deze ‘hervormingen’ zal ondergaan zoveel mogelijk ontmoedigen.

Mijn advies aan de stakers: gebruik nooit meer de term ‘hervormingen’ in je gesprekken, toespraken, interviews, debatten, zeg altijd en overal ‘sociale inleveringen’.

Laat u niet kisten door de negatieve berichten: zij vertegenwoordigen u niet. Sociale actie is altijd zinvol. Dat bewijst de geschiedenis. Niet staken biedt alleen de zekerheid dat het niet beter wordt. Wél staken houdt minstens de mogelijkheid open van verbetering.

Bron: DeWereldMorgen.be

Waar de media de bal misslaan over de nationale staking

Waar de media de bal misslaan over de nationale staking

Terwijl de grote media er alles aan doen om de burgers zich slachtoffer te laten voelen van de staking, laten we stakers aan het woord die uitleggen hoe we allemaal slachtoffer zijn van de plannen van de regering.

“Een groot deel van de kiezers heeft gekozen voor deze regering, en dus voor verandering”, zo schrijft De Standaard. “De grondstroom steunt het principe dat er hervormd moet worden.”

Als we de kranten mogen geloven, dan wordt er enkel gestaakt door een kleine minderheid die enkel aan zichzelf denkt en steunt verder zo ongeveer iedereen die opkomt voor het algemeen belang de regering. Artikels over de nationale staking focussen op de zogenaamde hinder, reizigers die de dupe zouden zijn en de economische schade.

In de aanloop naar de staking werd Geert Noels opgetrommeld in De Zondag om te vertellen dat de meeste stakers egoïsten zijn. Jinnih Beels (Vooruit) trok naar Doorbraak om uit te leggen dat de stakers vooral schade toebrengen. En ga zo maar door.

Zo ongeveer alle opiniemakers in de grote media hebben op hun manier hun duit in het zakje gedaan om de bevolking op te zetten tegen de staking. Om vervolgens straatinterviews te kunnen doen bij verdwaalde treinreizigers die zich ‘de dupe’ voelen en te kunnen aantonen dat ‘de gewone mensen op straat’ niet staken.

De realiteit is anders. Uit een peiling van onderzoeksbureau Ipsos blijkt dat achtenzestig procent van de ondervraagden zegt dat de regering De Wever te veel bespaart ten koste van de Vlamingen. Ondanks de grote anticampagne staat ongeveer de helft van de Vlamingen ook achter de acties, maar die helft wordt veel minder aan het woord gelaten.

Contractbreuk

In elke provincie van ons land waren vandaag zo’n 100 tot 200 bedrijven waar piketten stonden. Dat is bijzonder veel. Hoe het komt dat de stakingsbereidheid zo groot lijkt te zijn, die vraag wordt in de praatprogramma’s eigenlijk niet echt gesteld. Met DeWereldMorgen brachten we een bezoek aan verschillende piketten om precies dit te onderzoeken.

Aan het piket bij AB InBev in Leuven spraken we met Sander Mouton, secretaris van ACV Voeding en Diensten. We vroegen hem wat hij vindt van het verwijt van Geert Noels, die in De Zondag verklaarde dat de meeste stakers egoïsten zijn. “De meeste werkgevers zijn egoïsten”, zo antwoordt hij spontaan. “Waarom starten zij een bedrijf? Om winst te maken toch.”

“Waarom komen wij vroege, late, nachtshiften werken in hun bedrijf? Om geld te verdienen waarvan we kunnen leven. Dat kan je ons toch moeilijk verwijten. Als wij er niet genoeg meer voor krijgen om van te leven, dan komen we niet werken. Dan staken we dus. Dat lijkt me de logica zelf.”

“Wat er nu met deze regering gebeurt”, legt Mouton uit, “is eigenlijk contractbreuk. We bouwen minder pensioen op. Het wordt mogelijk gemaakt om meer dan 38 uur per week te werken. Zogezegd vrije keuze, maar iedereen weet dat als er iemand anders wel 42 uur komt werken en jij maar 38 uur, dat jij het dan kan schudden.”

De toekomst van onze kinderen

In Borsbeek ontmoeten we Sandra Van De Walle, die werkt voor Carrefour. Haar leggen we het verwijt voor dat Jinnih Beels (Vooruit) maakte, namelijk dat de stakers niet aan de toekomst van hun kinderen zouden denken. “Waar ik mij vooral zorgen over maak”, vertelt Sandra, “is dat mijn kinderen in de toekomst met allerlei flexi-jobkes hun brood zullen moeten verdienen, in plaats van met degelijke vaste contracten te kunnen werken.”

“In de plannen van de regering-De Wever zijn het steeds de werknemers die moeten betalen. Het gaat niet enkel over de pensioenen, maar ook over het afschaffen van zon- en feestdagen en van nachtwerk. De regering wil ook het gebruik van flexi-jobs versoepelen, en voor de werknemers in de retailsector heeft dat grote gevolgen.”

“De meesten werken hier deeltijds en doen dat niet uit vrije wil”, legt Sandra uit. “De werknemers vragen al jaren om hun contracten te verhogen tot minstens 28 uur. Als de regering nu toelaat om flexi-jobbers in te schakelen in de winkels, dan zullen de werknemers met vaste contracten nooit de kans krijgen om hun aantal uren uit te breiden, omdat die flexi-jobbers veel goedkoper zijn voor de werkgever.”

“Een regeerakkoord, dat is een plan”, vult Dirk Van den Berg, secretaris van BBTK Carrefour Borsbeek, aan. “Wij willen dat daar deftig over onderhandeld wordt, net zoals dat in het verleden is gebeurd. Als de regering niet wil luisteren, dan zullen er nog acties volgen.”

Iedereen maximaal aan het werk

Op het Muntplein in Brussel kwam de cultuursector massaal samen om actie te voeren tegen het federale regeerakkoord. Het volledige plein stond vol met kunstwerkers, studenten en ook leerkrachten van kunstscholen.

“Je ziet aan het aantal mensen dat vandaag afgekomen is, dat het voor de kunstwerkers concreet heel belangrijk is dat de huidige maatregelen die nu op tafel liggen, worden geschrapt”, vertelt Saïda Isbai, vakbondsverantwoordelijke bij ACV Puls.

De sector dreigt hard te worden getroffen aangezien de pensioenen, de kunstwerkuitkering en ook de lonen worden aangepakt.

“Kunstwerkers werken vaak kort aan een project, een toneelvoorstelling of de productie van een serie bijvoorbeeld. Daarnaast combineren zij dit met een uitkering omdat die opdrachten tijdelijk zijn en vaak niet goed betaald worden. Die uitkering zorgt er dus voor dat ze een leefbaar loon behouden”, legt Saïda uit. “Het is de drang van deze regering om iedereen maximaal aan het werk te krijgen, maar voor kunstenaars is dat niet realistisch.”

Daarnaast zorgen die tijdelijke opdrachten ook voor een onzeker pensioen. “Om een volwaardig pensioen te ontvangen, wil de regering nu dat je effectief 156 dagen per jaar hebt gewerkt. Dat is voor kunstwerkers vaak onmogelijk, waardoor hun pensioenopbouw echt problematisch wordt. De regering duwt kunstwerkers hiermee actief in de onzekerheid.”

Besparingen in de sector zijn helaas niet nieuw, en veel kunstwerkers leven al in onzekerheid. “Het is al ontzettend moeilijk om rond te komen als kunstenaar”, legt Rik uit, een kunstenaar in Brussel. “De plannen van deze regering gaan dat alleen maar lastiger maken. Dat werkt ontmoedigend.”

Saïda benadrukt tot slot dat kunst en cultuur voor iedereen van belang zijn. “Een regering die inperkt op de sectoren die net verbinding maken en voor samenhang zorgen in de samenleving, is echt geen goede zaak.”

Solidariteit

Aan het piket aan het Welzijnshuis in Sint-Niklaas ontmoeten we Patric Gorrebeeck, die een vredesvlag mee heeft genomen. “Deze morgen las ik nog in de krant dat sommige politici pleiten voor het vrijmaken van financiële middelen in onze sociale zekerheid om extra te besteden aan defensie”, zo vertelt hij. “Het gaat hier om miljarden. Dit zou onze sociale zekerheid op de helling zetten en de armoede in ons land doen stijgen.”

“Wapenstilstand en vredesonderhandelingen zullen toch eens nodig zijn”, gaat Patric verder. “Waarom daarop wachten, waardoor ondertussen nog zoveel slachtoffers vallen. Hier wordt onvoldoende bij stilgestaan door de machtigen en oorlogszuchtigen.”

Er zijn duizend en één redenen om te staken, maar er is één constante in de gesprekken die we hebben met de mensen aan de piketten: ze weten dondersgoed waarom ze daar staan. Ze staan daar niet omdat ze niet goed geïnformeerd zijn of uit egoïsme, zoals de krantencommentaren schrijven. Ze staan daar omdat ze geloven in een ander samenlevingsmodel dan dat van de regering De Wever, een samenlevingsmodel waarin solidariteit centraal staat. 

Bron: DeWereldMorgen.be

Dossier: de plannen van de regering De Wever

Dossier: de plannen van de regering De Wever

In dit uitgebreide dossier analyseren we het federale regeerakkoord tot op het bot. We doen dat samen met experten, mensen uit de vakbeweging en het brede middenveld. Waar komt dit beleid vandaan? Wat komt er op ons af, wat kunnen we er aan doen en is er een alternatief.

Een regeerakkoord beoordeel je natuurlijk op de inhoud, die hieronder ook uitgebreid wordt geanalyseerd. Maar eerst moet toch ook iets gezegd worden over de vorm.

Maandenlang werd er onderhandeld en heronderhandeld, maar wanneer het gaat over de presentatie van het akkoord, dan lijkt het alsof het niet snel genoeg kon gaan. Bij de voorstelling van de regering in het parlement leek De Wever er al niet veel zin in te hebben, en de manier waarop het akkoord zichzelf presenteert, geeft precies diezelfde indruk.

Op het korte voorwoord van De Wever en hier en daar een korte inleiding voor een hoofdstuk na, lijkt er geen enkele moeite te zijn gedaan om van het akkoord een geheel te maken. Het regeerakkoord is een eindeloze opsomming van bulletpoints die willekeurig achter elkaar lijken te zijn geplaatst.

Aan de lezer om te proberen er een logica in terug te vinden, en die wordt niet bepaald geholpen. Zo staat de beslissing om de leerplicht te vervroegen naar 3 jaar onder het titeltje ‘200 jaar België’. Wie zich door die draak van een tekst worstelt, krijgt steeds sterker de indruk: dit is een regeerakkoord dat niet gelezen wil worden.

Deze regering wil niet dat de burgers haar beslissingen volledig begrijpen. Ze wil haar beleid zonder al te veel debat kunnen doorduwen. Net daarom is het democratisch gezien belangrijk om het akkoord wél te bestuderen. Daarom stelt DeWereldMorgen samen met mensen uit de vakbeweging, experten en het brede middenveld dit uitgebreide dossier op.

In het eerste deel gaan we op zoek naar waar het beleid dat wordt voorgesteld vandaan komt. De grote besparingsoperatie van de regering wordt voorgesteld als noodzakelijk, maar is dat wel zo?

In het tweede deel gaan we dieper in op de belangrijkste maatregelen die deze regering wil nemen op vlak van sociale zekerheid, pensioenen, publieke diensten, migratie, defensie, klimaat en democratische rechten.

Al die maatregelen staan voorlopig alleen maar op papier, het zijn nog geen wetten. Daarom gaan we in het derde deel dieper in op hoe er tegenover de macht ook een tegenmacht kan worden opgebouwd en welke rol de vakbonden en het brede middenveld daarin spelen. Tenslotte staan we ook stil bij hoe een ander beleid er uit zou kunnen zien, waarin wel geïnvesteerd wordt in de sociale, ecologische en democratische noden van onze samenleving.

Leer hier het volledige dossier als PDF.

1. Waar komt dit regeerakkoord vandaan? (Seppe De Meulder, DeWereldMorgen)

1.1 Waarom is er geen debat over de Europese begrotingsregels? 
1.2 Wat is de staatsschuld, waar komt ze vandaan en wie profiteert ervan?
1.3 Het doemdenken van Bart De Wever
1.4 De verrechtsing van het politieke debat

2. Wat staat er ons te wachten?

2.1 Een begroting op maat van grote bedrijven (Seppe De Meulder, DeWereldMorgen)
2.2 Jef Maes (ABVV) over afbraak sociale zekerheid (Kristien Merckx)
2.3 Vruchteloos zoeken naar werkbaarheid in de Arizona-woestijn (Raf De Weerdt & Lander Vander Linden, ABVV)
2.4 Openbare diensten: eerst uithongeren, dan verkopen? (Chris Reniers, ACOD)
2.5 Competitiviteit van bedrijven krijgt voorrang op klimaatambities (Greenpeace)
2.6  Federaal regeerakkoord dreigt meer mensen dieper in armoede te drijven (Vlaams Netwerk tegen Armoede & het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding
2.7 De impact van de nieuwe federale regering op vrouwen (Fauve Peirelinck & Matilde De Cooman, Collectief 8 maars)
2.8 Het strengste asiel- en migratiebeleid ooit uitgelegd (Pascal Debruyne, migratie-expert)
2.9 Miljarden sociale uitgaven doorgesluisd naar leger en wapenfabrikanten (Ludo De Brabander, Vrede vzw)
2.10 Democratische rechten onder druk in het federale regeerakkoord (Toon Danhieux)

3. Macht en tegenmacht

3.1 Wij zijn de motor van dit land (Bert Engelaar, ABVV)
3.2 Verzet tegen regeerakkoord: “De volgende 12 maanden zijn doorslaggevend” (Lieveke Norga, AVC Puls)
3.3 De kracht van samenwerking (Fatiha Dahmani, union organiser)
3.4 Ja, er is een alternatief voor de plannen van De Wever (Joris Van Gorp)
3.5 Naar een nieuw realisme (Seppe De Meulder, DeWereldMorgen)

Samenvatting: Het federale regeerakkoord doorgelicht

Bron: DeWereldMorgen.be

Er is een weg naar vrijheid, maar hoe die te realiseren?

Er is een weg naar vrijheid, maar hoe die te realiseren?

Boekrecensie – Wil Heeffer

Nobelprijs economie (2001) Joseph Stiglitz pleit voor een verandering in het verhaal over wat economie werkelijk betekent om politiek, economie en samenleving terug in evenwicht te brengen. Hij is een van de meest gezaghebbende economen ter wereld. Desondanks hoor je zijn stem te weinig. Hij schreef ‘De weg naar vrijheid, economie en de goede samenleving’.

Net als zijn collega’s Daron Acemoglu en Simon Johnson – evenals Stiglitz winnaars van de Nobelprijs economie – pleit hij voor een ideologische omslag in het denken: een verandering in het verhaal over wat economie werkelijk betekent om de relatie tussen politiek, economie en samenleving in balans te brengen. Hij schreef er het boek De weg naar vrijheid, economie en de goede samenleving over.

Dat de mens gedreven wordt door zelfzucht, dat hij/zij zich richt op realisatie van eigenbelang, is een stelling die Stiglitz in alle toonaarden afwijst. Ook verzet hij zich tegen de opvatting van neoliberale economen dat voor het maatschappelijke welzijn een kleine overheid beter is dan een grote.

Economie is geen natuurwetenschap zoals fysica, waarin een wet, gezien de aardse gegevenheden, in alle omstandigheden opgaat: zoals ‘de appel valt altijd naar beneden’.

“De economische wetenschap heeft onze blik op wat voor soort economie en samenleving wenselijk zijn vernauwd door de relevantie van empathie te ontkennen en niet te zien dat de mate waarin die bestaat zelf door het economische systeem kan worden beïnvloed, Deze twee perspectieven – enerzijds het streven naar sociale rechtvaardigheid omdat dat, in enge zin, in je eigen belang is en anderzijds, in bredere zin omdat dat diep in onze identiteit verankerd zit – zijn normaal gesproken natuurlijk met elkaar verweven en lastig te scheiden.”

Externaliteiten

In de moderne economie staan twee begrippen centraal: externaliteit en trade-offExternaliteiten – onvoorziene omstandigheden – zijn er sinds mensenheugenis geweest en zullen er altijd zijn. Trade-off staat voor het uitwisselen van het een voor het ander, oftewel het opgeven van een voordeel voor een nog groter voordeel.

Zolang het niveau van aanpassing volstaat, verloopt ons gedrag als vanzelfsprekend en vallen die twee zaken buiten zicht. De centrale vragen in zowel filosofie, economie als politiek zijn echter: ‘Waarom gedragen we ons zoals we ons gedragen, waartoe gedragen we ons zoals we ons gedragen en door welk ideeëngoed wordt dat ondersteund?’

In feite zijn het vragen met morele of ethische implicaties. De roep om een andere aanpassing ontstaat pas als zich een crisis voordoet die ook als crisis wordt ervaren. Dan zijn we meestal op elkaar aangewezen. Iets dat we al te gemakkelijk vergeten.

Goed politiek bestuur is inspelen en acteren op die externaliteiten: het ontmoedigen van activiteiten waarbij schade wordt aangericht en het aanmoedigen van activiteiten die positieve externaliteiten opleveren, zo stelt Stiglitz.

De vrijheid van de een moet niet de onvrijheid van de ander betekenen, luidt de centrale stelling van zijn boek. Het falen van rechts zit in het niet inzien van wat dat impliceert:

“In een geïntegreerde samenleving kunnen we simpelweg niet naar de vrijheid van een individu kijken, zonder naar de gevolgen van die vrijheid voor anderen te kijken.”

We tolereren overtuigingen van de een zolang die niet tot daden leiden die anderen kwaad berokkenen. Vrijheid van denken staat daarbij in een ander licht dan vrijheid tot handelen omdat handelingen een nadelig effect kunnen hebben op de vrijheid van anderen.

Hoe die vrijheden zich tot elkaar verhouden, daar gaat politiek over. Regeringen zullen een antwoord moeten geven op de vraag: ‘Veroorzaakt economische vrijheid van private personen niet de onvrijheid van vele anderen in de publieke sfeer?’

De invloed die de bezitters van grote vermogens hebben op politieke besluitvorming is vele malen groter dan die van het ‘klootjesvolk’. Het aangaan van schulden door de overheid kan leiden tot een grote mate van onvrijheid bij toekomstige generaties. Zeker wanneer het ontbreekt aan een goede openbare dienstverlening.

De kloof tussen arm en rijk

Niemand van ons heeft voor de geboorte een keuze kunnen maken in welke wereld hij of zij ter wereld wordt gebracht. Het werpt de vraag op over kansengelijkheid in relatie tot keuzevrijheid: zijn je eigen verdiensten doorslaggevend of zijn sociaal-economische verhoudingen bepalend voor hoe je opgroeit en wat je mogelijkheden zijn?

We groeien allen op in een wereld waarin we tot elkaar veroordeeld zijn in positieve zin. Dat vraagt om na te denken over wat vrijheid inhoudt en hoe de vrijheid van de een zich tot de vrijheid van de ander verhoudt.

Door het hele boek heen lees je dat Jospeh Stiglitz een pleitbezorger is van sociale rechtvaardigheid en opkomt voor een goed openbaar gefinancierd politiek systeem waarin het publieke voorrang heeft op het private.

Herhaalde malen stelt hij zich de vraag naar de herkomst van grote vermogens waardoor mensen zowel in staat zijn tot vergaande vormen van privatisering als tot machtsuitoefening en machtsmisbruik.

Het werpt de vraag op of politieke systemen het ontstaan en behoud van grote vermogens faciliteren en hoe de morele rechtvaardiging daarvan wordt gelegitimeerd, hoe en waartoe een politiek systeem een belastingstelsel inricht.

We lezen, in aansluiting op wat hij onder verwijzing naar het slavernijverleden schrijft over een moreel  onrechtmatig verkregen vermogen:

“Wanneer onrechtmatig verkregen vermogen wordt doorgegeven van generatie op generatie, blijft het ook honderden jaren later onrechtmatig (ook al doen samenlevingen nog zo hun best om een slecht geheugen te bevorderen). Zelfs wanneer dit soort vermogen vele malen is nagelaten, ontbeert de vermogensongelijkheid die uiteindelijk is ontstaan morele legitimiteit.”

En verderop: “Ondernemerstalent alleen is simpelweg niet genoeg. Ben je geboren in de verkeerde omgeving, dan hebben dat soort eigenschappen niets te betekenen. Dat ze deze opbrengsten (grote vermogens) opleveren, is enkel en alleen een gevolg van de sociaal-economische omgeving waarin we leven…”

“Daarom is het ook volledig gerechtvaardigd dat er ook in een perfect competitieve economie, waarin vermogens worden verworven op moreel volstrekt legitieme manieren, hoge belastingen worden geheven op hoge inkomens…”

“Ook in een competitieve economie is er geen enkele reden om te veronderstellen dat wet- en regelgeving op een billijke manier zijn ingericht. Integendeel zelfs, aangezien politieke macht gekoppeld is aan economische macht, en economische macht is gekoppeld aan de economische regels die binnen politieke processen worden vastgesteld.”

Stiglitz laat op erg inzichtelijke en informatieve wijze zien hoe marktmacht werkt en hoe door een gebrek aan, of een belemmering van belangengroepering van mensen aan de onderkant van de samenleving – en denk daarbij ook aan vakbonden – aan die onderkant verarming optreedt.

Dit is een verarming waarbij een politiek-juridisch systeem de handen wast omdat aan het streven naar monopolieposities en het ontwijken van belastingbetaling door vermogenden geen halt wordt toegeroepen. Het leidt hem vervolgens tot een onderzoek naar een antwoord op de vraag: ‘Hoe vormt ons economisch systeem mensen?’

Inzicht verwerven

Een belangrijke les die voortkomt uit Stiglitz’ analyse van de marktwerking en de invloed die dat heeft op ons gedrag is dat wij mensen nogal kneedbaar zijn. Ofschoon economen het doen voorkomen dat onze beslissingen weloverwogen en rationeel zijn, zijn ze beïnvloedbaar en manipuleerbaar.

De nu levende generatie is gevormd door het neoliberale denken waardoor we handelen naar de geest van mensen die over geld en macht beschikken. Het heeft ertoe geleid:

“dat het mondiaal onbegrensde materialisme resulteert in een wereldeconomie die zich absoluut niet houdt aan de grenzen die worden gesteld door de hulpbronnen van de aarde. En toch blijven we maar niet in staat om de sociale en politieke cohesie te verwezenlijken die nodig is om het materialisme voldoende te beperken, zodat we kunnen terugkeren binnen die grenzen.”

Dat kneedbare uit zich vooral in de manier waarop de media op ons inwerken. We spreken over onze belangrijkste vrijheid – de vrijheid van meningsuiting – maar zien niet hoe die wordt ingeperkt door volgzaam gedrag en door zelfcensuur.

Zo mag je wel Brand! roepen, maar roep je zonder dat daar aanleiding toe is Brand! in een volle theaterzaal, dan wordt je daarvoor gestraft. Vrijheid is dus zo blijkt weer eens, een rekbaar begrip.

We zien bijvoorbeeld nu hoe onze hersenen worden gemasseerd door oorlogsretoriek, hoe defensie meer bewapening betekent in plaats dat alles wordt ingezet op vrede en het sparen van jonge mensenlevens. Dit is iets dat Stiglitz ook terugziet in de wapenlobby in zijn land, de VS.-

Opnieuw zetten regeringen in op een wapenwedloop die voor bedrijven een winstwedloop is. Influencers en social media krijgen alle ruimte, ongeacht de negatieve werking op wat we vrijheid noemen.

Wanneer bij een groot aantal likes de ‘vreugdekreet’ viraal klinkt, beseffen we eenvoudig niet langer dat het woord viraal verwijst naar een niet levend organisme dat onze gezondheid en ons leven bedreigt! Zoals Stiglitz schrijft:

“De balans tussen maatschappelijke gunstige en nadelige effecten slaat tegenwoordig te vaak uit naar de kant van de nadelen…Bedrijven gebruiken hun geld om te bepalen wat burgers zien en horen en met wat zij zien en horen bepalen zij de samenleving.”

Mediaplatforms hebben met het aanzetten tot polarisatie een voor hen winnende strategie uitgebouwd die rampzalig is voor de samenleving. Stiglitz noemt dat “betrokkenheid door woede”.

Het zet bijvoorbeeld stemmers aan om een tegenstem te laten horen omdat ze het vertrouwen in politici verloren zijn. Het gevolg is dat figuren als Trump aan ongeremde macht zijn geholpen, waardoor juist het omgekeerde gebeurt van waarop de stemmer hoopte.

Het goede leven

Al sinds de oudheid rijst de vraag naar wat het goede leven en de goede samenleving inhoudt. Het is opnieuw deze fundamentele vraag die Stiglitz aanzette tot het schrijven van dit boek. Het was tevens ooit de vraag die hem deed kiezen voor de studierichting economie. ‘Welk economisch systeem draagt het meest bij aan een goede samenleving?’

Economen deinzen terug voor vragen over sociale rechtvaardiging van wat bedrijven in maatschappelijk opzicht doen. Neoliberale economen willen niet spreken over inperking van het recht om inkomen te privatiseren. Zij sluiten de ogen bij de vraag naar de achtergrond van het verwerven van grote inkomens. Alles is ‘eigen verdienste’ en ‘de ongebreidelde kracht van de markt’.

Inkomensverdeling is echter een zaak van de politiek en niet van technocratische economen, zo lezen we. Wie wij zijn, wordt beïnvloed door ons economisch systeem. In de opvatting van Stiglitz dient een economie dienstbaar te zijn aan een samenleving. Een goede economie helpt een goede samenleving te creëren. Maar, wat is dat ‘een goede samenleving’?

Stiglitz zegt daarover dat het intuïtief duidelijk is dat een samenleving met meer gelijkheid beter is dan een samenleving die gekenmerkt is door enorme verschillen, en dat samenwerking en tolerantie fundamenteel beter zijn dan hebzucht, egoïsme en intolerantie. Hij schrijft:

“Het neoliberalisme heeft van obscure economen afkomstige doctrines omarmd in een poging marktwerking te verdedigen en overheidsingrijpen tegen te gaan.” Daarom zitten we nu met de gebakken peren omdat de publieke zaak door neoliberaal opererende politici is uitgehold en er een verlies is aan sociale cohesie.

Dan komt de grote vraag: ‘Hoe dat te veranderen?’ Stiglitz pleit voor een progressief kapitalisme en een goed functionerende sociaal-democratie.

Doch daar loopt zijn verhaal enigszins vast. Want, hoe bouw je de veelal semi-private instituties om tot instituties die een publiek goed zijn als bijvoorbeeld nationalisatie wordt afgewezen als middel?

Het toverwoord is ‘macht’

Hoe krijg je grip op banken en verzekeringen, hoe breng je juridische zetels van multinationals terug binnen eigen land en eigen zeggingsmacht? Kan een economie die gebaseerd is op concurrentie ooit nog in harmonieus evenwicht worden gebracht?

Het toverwoord lijkt dan, zoals zo vaak, macht te zijn. Machtsverhoudingen zijn belangrijk voor een juist begrip van de economie, de politiek en de maatschappij, zo schrijft hij. Maar dat is een dooddoener, want dat weet zowat iedereen. Als oplossing luidt het dan:

“Progressief kapitalisme zal een betere balans creëren door de bedrijfsmacht in te perken, door te stimuleren dat nieuwe bedrijven de markt betreden (door financiën en technologie breder beschikbaar te stellen) en door werknemers meer rechten te geven, onder meer door aansluiting bij een vakbond aan te moedigen.”

Maar hoe krijg je dat gerealiseerd binnen ons systeem van een representatief democratisch stelsel wanneer kiezers zich laten beïnvloeden door rattenvangers als Trump? Hoe stel je een grens aan het aandeelhouderskapitalisme zoals dat in het geopolitiek gelauwerde neoliberalisme centraal is komen te staan? Hoe doe je dat als de gewapende macht demonstrerende burgers blijft neerschieten en de kant van de overheid kiest?

Vandaar dat Stiglitz – en ik denk met een machteloze verzuchting – schrijft:  “moeten we ons economisch en juridisch systeem wet voor wet, regel voor regel, institutie voor institutie heropbouwen.”

En zeker, hij droeg daartoe in dit boek voorbeelden aan. Maar hoe realiseer je dat in een wereld waarin autocraten rechters naar hun hand zetten? Hoe kom je af van Poetin, Trump, Netanyahu en Erdogan, om er maar eens enkelen te noemen?

Stiglitz pleit voor collectief handelen. Maar het is niet meer dan een hopeloze zucht. Want wie zijn boek moet lezen, zal dat niet doen. En wie het leest, lukt het (nog altijd) niet om een tegenmacht te organiseren.

Het probleem van erg goede boeken zoals dit van Stiglitz is dat je niet de mensen bereikt die gevangen zitten in de neoliberale waan, wanneer er geen tegenmacht is die de kwalijke invloed van sociale media tot zwijgen brengt.

En zo stevenen we af op de apocalyps.

Joseph E.Stiglitz. De weg naar vrijheid, economie en de goede samenleving, Querido Facto, Amsterdam, 2024, pp. ISBN 978 9021 4986 45

Bron: DeWereldMorgen.be

De Europese waanzin van 800 miljard euro voor oorlogstuig

Europa draagt historisch gezien een zware verantwoordelijkheid voor veel wereldwijd leed, en vandaag offert een neoliberale, militaristische elite haar burgers op via sociale afbraak en miljardenuitgaven aan oorlog. Tegelijk groeit voorzichtig een vredesbeweging die deze oorlogslogica en het zaaien van angst wil doorbreken.

In het DNA van de leidende Europese elite zit al eeuwenlang oorlog, veroveringen, kolonialisme, racisme en plunderingen ingebakken. Vandaag is het terug. De retoriek van angst, de cultus van intense bewapening, de race om militaire investeringen, maar wel strikte financieringsnormen voor sociaal- en ecologisch beleid. Dat is het gezicht van het Europa van vandaag.

Dat belet niet dat de Europese elite van zichzelf denkt dat ze de good guys zijn. Dat ze de boodschappers van het goede zijn, de erfgenamen van de verlichting, die democratie en mensenrechten over de planeet verspreidde. Zelfs als daarvoor raketten duizenden mensen doden en landen in puin veranderen.

Gelukkig trappen vele ex-kolonies in het zuiden niet in die valstrik, zich herinnerend hoe in naam van de westerse beschaving, hun landen brutaal en bloedig werden gekoloniseerd en beroofd gedurende eeuwen door de ‘good guys’.

Schulden voor oorlogstuig, niet voor sociaal beleid

Voor de 800 miljard euro moordwapens moeten dus de strikte normen van het Stabiliteitspact sneuvelen. Er kan met geld gesmeten worden als het over oorlogstuig gaat. Wel heeft de Europese Unie decennialang een draconische bezuinigingspolitiek opgelegd. Publieke voorzieningen, gezondheidzorg, onderwijs en sociale voorzieningen werden uitgehold. Het geval van Griekenland enkele jaren geleden is in dit verband gruwelijk.

Er zou wel eens een innig verband kunnen zijn tussen oorlogskoorts en sociale afbraak. Immers, welvarende en ontwikkelde volkeren hebben geen zin om oorlog te voeren. Nihilistische, door sociale media met hersenrot aangetaste jongeren zullen vatbaarder zijn voor propaganda en het slagveld. De media spelen ook hier hun giftige rol (bijv. kamp Waes).

Sociale afbraak van welzijn en welvaart èn militarisering gaan hand in hand. Het is oorlogskapitalisme.

We geven al genoeg geld uit

Los van de cynische hypocrisie, zijn deze extra miljarden voor de productie en aankoop van moordend oorlogstuig niet eens verstandig. Ze dienen tot niets als er in Europa versnippering blijft.  Zoals Prof. Paul De Grauwe van de London School of Economics in het VRT-programma de ‘Afspraak’ (vrijdag 21 maart) terecht stelde.

“De EU geeft jaarlijks 350 miljard dollar uit aan bewapening. De Russen, 150 miljard. Er is dus geen enkel financieel argument om 800 miljard extra uit te geven in Europa. Het zal de versnippering en inefficiëntie van de legers in Europa niet oplossen”.

Een ex-Belgische generaal stelt dat we na een paar uren “met stenen zullen moeten gooien bij gebrek aan munitie”. Het is lachwekkend. Een karikatuur waardig. De demagogie van de ex-generaal is indirect een schuldbekentenis over het wanbeleid dat jarenlang is gevoerd bij defensie. Erg is, dat in de media dit zomaar passeert.

In feite leven we vandaag in een verstikkende kaasstolp van psychologische oorlogsvoering, een soort propagandistische staat van beleg. Kolonels en generaals van de NAVO, en hun ingelijfde ’embedded’ journalisten en academici, dicteren het narratief in de pers en studio’s.

Naar een grote Europese oorlog?

We kunnen niets anders dan ons afvragen: Verbergt de 800 miljard extra bovenop de 350 miljard, die nu al jaarlijks uitgegeven wordt, een agenda om een grote Europese oorlog tegen Rusland voor te bereiden?

Dat is niet zo denkbeeldig. In Oost-Europa zijn uit het fascisme afkomstige krachten, revanchistische krachten, aan het bewind die de nederlaag tegen de Sovjet-Unie nooit verteerd hebben. Kleinkinderen van fascisten zijn met steun van het Westen minister in Oost-Europa geworden. Ze bezetten de hoogste functies in de EU. Ze denken dat hun tijd gekomen is om af te rekenen met Rusland.

Ook in Duitsland. Wehrmacht kolonel Waldemar Baerbock grootvader van Annalena Baerbock, vorig hoofd van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, vocht aan de zijde van nazi-Duitsland. Ze neemt geen ideologische afstand van zijn gedachten en bewondert hem.

EU-Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen is opgegroeid in een milieu waarin het gezin de hartelijkste betrekkingen onderhield met nazi’s. Het is dus niet verwonderlijk dat ze geen enkel probleem heeft met de gruwel, moorden, vernieling van huizen, die door de zionistische staat worden aangericht in Gaza tegen de Untermenschen, de Palestijnen.

Die houding van de elites in Europa ten aanzien van Gaza is een gevaarlijk voorteken voor hun oorlogszucht. En tot wat ze in staat zouden kunnen zijn in Europa met de 800 miljard extra uitgaven voor oorlog

Daarenboven heeft het weinig zin 800 miljard uit te geven aan extra conventionele wapens, aangezien een grote Europese oorlog desgevallend snel zal overgaan in een nucleaire storm die alle conventionele troepen en grote steden zal wegvagen en een radioactieve woestijn zal achterlaten.

Elke redelijke mens pleit voor een efficiënte militaire verdediging van Europa. De vandaag jaarlijks uitgegeven middelen van 350 miljard per jaar (zonder de Amerikanen te rekenen) zijn ruim voldoende. Op voorwaarde dat de middelen efficiënt worden besteed en defensie centraal staat en niet de aanschaf van dure aanvalswapens zoals het Amerikaanse gevechtsvliegtuig F-35.

Duitsland

Zorgwekkend is de houding van het economisch sterkste Europees land: Duitsland. De christendemocratische leider en kanselier Friedrich Merz neemt het voortouw in de Europese bewapening. Ze roept nare herinneringen op van de bewapening in de geschiedenis van het Duitse naziregime. En al zeker bij de Russen die in een bloedige strijd met 27 miljoen dode Sovjetburgers, het Duitse naziregime overwonnen hebben, 80 jaar geleden.

De 800 miljard-bewapening van Europa past perfect in het Atlantisch-Amerikaans schema. De bewapening zal ruimte vrijmaken voor de Amerikanen om in het Verre Oosten China te bedreigen en Europa een oostfront te laten openen tegen Rusland.

De Deutsche Kommunistische Partei (DKP) veroordeelt de bewapeningsvoorstellen van F. Merz.

De DKP: “De oorlogseconomie vergroot niet alleen de kloof tussen rijk en arm, maar draagt ook bij tot een verdere militarisering van de samenleving. De veiligheid van de burgers wordt onderworpen aan de logica van de oorlogswinst”.

“Investeringen in militaire technologie en herbewapeningsinfrastructuur leiden niet tot stabiele jobs en het verbeteren van de openbare dienstverlening, maar tot een verscherping van de economische- en sociale onzekerheid van het volk. De staat wordt herleid tot een instrument van de financiering van de wapenwedloop. De regering Merz wordt een ‘dodelijke’ val voor de democratie en voor de toekomst van het land.”

Duitsland is een trouwe lakei van de politiek van Washington. In Duitsland zijn 75.000 Amerikaanse militairen gelegerd, op bases die ontsnappen aan de jurisdictie van de Duitsers (Ramstein, Wiesbaden…). Er zijn Amerikaanse kernwapens aanwezig.

Zonder enig protest van de Duitsers werd de gaspijpleiding Nord Stream 2, naar algemeen aanvaard wordt, vernietigd door de Amerikanen. Het was een zelf kwellende buiging van een vazal tegenover zijn meester.

Rheinmetall

Vaak wordt er gesproken over het grote Duitse wapenconcern Rheinmetall. Het boekt nu nooit geziene winsten. Volgens een artikel in de Berliner Zeitung (2023) vloeien de recordwinsten weg naar Amerikaanse investeerders en aandeelhouders.

Volgens de gegevens van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission zijn meer dan 280 aandeelhouders van het concern geregistreerd in de Verenigde Staten. De grootste daarvan zijn (investeringsfondsen) Blackrock, Wellington, Fidelity. Reinmetall is misschien wel formeel, maar verre van een Duits bedrijf. We herinneren eraan dat de huidige kanselier Friedrich Merz, als zakenadvocaat jarenlang in dienst was van Blackrock, de grootste Amerikaanse investeringsmaatschappij.

De bijzondere band van Rheinmetall met de Verenigde Staten blijkt ook uit het feit dat het grootste aantal buitenlandse ondernemingen en vestigingen van het concern, namelijk 10 entiteiten van het bedrijf, in de Verenigde Staten zijn gevestigd.

Het bedrijf ontwikkelt zijn meest geavanceerde militaire technologieën op basis van Amerikaanse dochterondernemingen. Zo wordt er samen met Amerikaanse militaire bedrijven als Textron, Raytheon, Allison, een nieuwe generatie infanterievoertuigen ontwikkeld uitgerust met een artificieel intelligentiesysteem.

Union Sacrée

Het grootste deel van politiek links en aanverwanten in Europa zitten mee op de kar van de bewapening en steunen de extra 800 miljard voor de oorlogsindustrie.

Dat is niet nieuw. Wie terugkijkt in de recente geschiedenis ziet de “Union Sacrée” van socialisten en de heersende klasse voor en in de Eerste Wereldoorlog.

In voorbereiding van de Eerste Wereldoorlog stemden de in Duitsland de  sociaaldemocratische partij SPD voor de oorlogskredieten en oorlogswetten. Slechts veertien SPD-ers stemden tegen onder wie Rosa Luxemburg (1871-1919, vermoord), Karl Liebknecht (1871-1919, vermoord), Franz Mehring (1846-1919) en Hugo Haase (1863-1919). We verwijzen ook naar de Franse socialist Jean Jaurès die zich verzette en werd vermoord (1859-1914).

In België stemden de socialisten ook voor de oorlogskredieten. Emile Vandervelde stelde dat: “De oorlog een heilige oorlog is voor het recht de vrijheid en de beschaving en voor het recht op zelfbeschikking van de volkeren”.

Er is ook een recente versie van de ‘Union Sacrée’ Zo steunden bijv. de sociaaldemocraten,  Dominique Voynet (Frankrijk, groen) Joschka Fischer (Duitse groenen) en Marie-Georges Buffet (PCF) de NAVO en Clinton toen die, zonder enig mandaat van de Verenigde Naties, Joegoslavië bombardeerde in de jaren negentig van vorige eeuw.

Toen in de zomer van 1914 het socialisme zichzelf uitschakelde door de oorlogskredieten te stemmen, lag de weg open voor het vreselijkste alternatief, de barbarij en de bloedstromen in een ongeziene Eerste Wereldoorlog. Zal dit vandaag ook gelden, 100 jaar later?

Lichtpuntjes

2025. Toch zijn er lichtpuntjes. Vandaag wijzen sommige Europese politici de gekke, gevaarlijke bewapeningsstrategie van 800 miljard af. Zowel van verstandig rechts als links.

De eerste-minister van Spanje, de sociaaldemocraat Pedro Sanchez, verzet zich openlijk tegen de bewapeningskoorts. “Er zijn voor hem belangrijker veiligheidsdreigingen in Europa dan de zogeheten oprukkende Poetin”, zegt hij.

In Europa is er een pril begin van een vredesbeweging die weigert extra 800 miljard oorlogskredieten en de stijging van NAVO-bijdragen, op Amerikaans bevel, te aanvaarden.

Een vredesbeweging moet in tegenstroom voor de-escalatie, diplomatie en een grote rol van de OVSE (Organisatie voor Samenwerking en Ontwikkeling in Europa), als alternatief voor de NAVO, pleiten. Waarin Rusland en Europa in dialoog gaan over wederzijdse veiligheid en sociaaleconomische ontwikkeling.

PvdA-voorzitter en volksvertegenwoordiger Raoul Hedebouw verwijst naar de vroegere Belgische christendemocratische minister van Buitenlandse Zaken, Pierre Harmel (1911-2009) die, in volle Koude Oorlog, militaire veiligheid en diplomatiek overleg combineerde in een geest van de-escalatie en ontspanning.

De 800 miljard en extra geld voor de NAVO is verspilling en dient alleen de winsten van de wapenbedrijven. Datzelfde geld is nodig voor de interne veiligheid van onze landen, die steeds fragieler wordt. Dat wil zeggen: hogere budgetten voor welzijnswerk, behoud van onze pensioenen, hogere lonen, uitbouw sociaal wonen, strijd tegen verarming, tegen racisme en belastingfraude.

Interne veiligheid kost ook geld voor: het uitroken van de drugsmaffia en illegale wapenhandel, het opsluiten van recidiverende verkeerscriminelen, de strijd voor het leefmilieu en democratische regels die de greep van het grootkapitaal en het militair-industrieel complex op de politiek verkleint.

Dààr ligt het volk van wakker en niet van het fantasma van een naar Brussel oprukkende Poetin, zoals de Spaanse eerste minister terecht stelt.

Bron: DeWereldMorgen.be