by admin | apr 2, 2025 | Economie
Wie een leefbaar pensioen heeft krijgt er haast een schuldgevoel bij. Als je hoort hoe onze politici denken en handelen over dat pensioen is het alsof het over een ‘geschenk’ gaat dat zij ons geven en waarvoor wij hen dankbaar moeten zijn. Niets is minder waar. Onze pensioenen zijn van ons, we hebben ze zelf betaald.
Wie een leefbaar pensioen heeft krijgt er een schuldgevoel bij. Als je hoort hoe onze politici denken en handelen over dat pensioen is het alsof het over een geschenk gaat dat zij ons geven en waarvoor wij hen dankbaar moeten zijn. Niets is minder waar.
Ons pensioen is wat er overblijft van wat wij gedurende een gehele loopbaan hebben ‘afgedragen’. Voor een ambtenaar is die afdracht 7,5 % van wat hij verdient en waarvan aan de bron al snel de helft aan belastingen wordt afgehouden. Wat hebben zij die er over hebben beschikt met al dat geld gedaan dat er niets van overblijft?
Johan Vande Lanotte bedacht als federaal minister van Begroting (1999-2005, Vooruit)) in de paarse regering[1] van eerste minister Guy Verhofstadt (1999-2008) de oprichting van een Zilverfonds dat ons pensioen moest veiligstellen. Frank Vandenbroucke (Vooruit) keek er als minister van Pensioenen (1999-2004) op toe.
Zilverfonds, geen origineel idee
Dat Zilverfonds hadden zij niet eens zelf bedacht. Bij onze Noorderburen worden alle pensioenen door om en bij de 150 fondsen beheerd. Nederland heeft de grootste pensioenvermogens ter wereld.
Eind 2011 bedroegen die 138% van het bruto binnenlands product. De gezamenlijke Nederlandse pensioenfondsen hadden eind 2009 €731 miljard aan beleggingen. Eind 2012 was dat opgelopen tot 1007 miljard.
Dat belet niet dat er ook daar een probleem is telkens de kapitaalmarktrente daalt. Daarom moet er volgens de Europese richtlijn een voldoende dekkingsgraad zijn, gewoonlijk van 100%. Er is ook een sanctionering voorzien.
Indexeren van pensioenen gedurende een periode van een dekkingstekort is niet toegestaan. Daar houden de fondsen rekening mee. Het grootste fonds Zorg en Welzijn indexeerde in 2009, 2010, 2011 en 2012 niet. Er werd zelfs van inkorting gesproken.
Er kwam ook een verscherpt toezicht. In 2010 werden zes bestuursleden van een fonds tot ontslag gedwongen en vervangen door beleggingsexperts die geen binding hadden met werkgevers- of werknemersorganisaties.
Sinds de wet van 31 januari 2012 hebben de gepensioneerden verplicht stemrecht in hun fondsen. Fondsen rapporteren ook over de stand van zaken.
“De actuele dekkingsgraad van Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) is in 2024 gestegen van 106,1% naar 109,5%. De beleidsdekkingsgraad is gedaald van 112,0% naar 108,9%. Deze daling komt doordat het gemiddelde van de actuele maanddekkingsgraden in 2024 lager was dan in 2023. De stijging van de actuele dekkingsgraad werd met name veroorzaakt door de beleggingsresultaten. Met de beleggingen behaalde PFZW een jaarrendement van 7,7%. Het totaal belegd vermogen is in 2024 gestegen van € 237,6 miljard naar € 258,6 miljard”(citaat uit de website van Zorg en Welzijn).
Overnames
“Terwijl paars met het Zilverfonds een fata morgana creëerde, werden de echte pensioenfondsen leeggezogen. Geert Noels (Econopolis) spreekt daarbij van ‘monetaire charlatans’. Want in 2003 nam Verhofstadt het pensioenfonds van Belgacom (nu Proximus) over, waarmee de begroting met 5 miljard werd opgesmukt.”
“Daarvoor betalen we straks wel de rekening, want het fonds is leeg en nu moet de overheid de pensioenen van de statutaire ambtenaren van Proximus betalen, tot ze letterlijk uitgestorven zijn.”
“Vanaf 2023 kost dat de overheid jaarlijks zo’n 470 miljoen euro. Paars sloeg trouwens niet alleen het pensioenfonds van Belgacom aan, maar ook die van de Antwerpse haven (236 miljoen), de NMBS (300 miljoen), Belgocontrol en Brussels Airport (samen 130 miljoen). ‘Gewoon schaamteloos’, noemt econoom Ivan Van de Cloot (Itinera) het ‘après nous le déluge’-beleid van paars “(Ewald Pironet – Paarse rekeningen, Knack 13 november 2019).
“We dragen nog steeds de financiële gevolgen van die ‘opsmukoperaties’. De Koninklijke Munt is al dicht, maar volgens zakenkrant De Tijd moeten we nog tot 2021 jaarlijks 635.125 euro huur betalen. En in de Paleizenstraat werken nog amper ambtenaren in een gebouw van de federale overheidsdienst Financiën, waarvoor jaarlijks meer dan 2 miljoen euro aan huur moet worden gestort. Tot 2026.”
Toen Guy Verhofstadt eind 2007 een interim-regering leidde, deed hij een pijnlijke vaststelling: ‘Het geld is op.’ Daar hadden de charlatans, hij en Vande Lanotte, zelf voor gezorgd. Op 27 mei 2016 besliste de Belgische ministerraad om het Zilverfonds te laten uitdoven.
In de argumentatie van die beslissing werd bevestigd dat het hier nooit om reële middelen ging die beschikbaar waren voor de vergrijzing maar om een “lege doos”.
Zelfbediening met een eigen doos
Wie betaalt het parlementair pensioen van Verhofstadt en Vande Lanotte? Dat komt niet uit de grote staatspot van de federale pensioendienst, nog uit één of andere lege doos. Voor hun eigen pensioen hebben onze parlementairen wél een eigen fonds.
Dat is voor de Vlaamse regionale volksvertegenwoordigers niet verschillend van de voorzieningen voor de federale parlementsleden. De vzw Pensioenen van de Vlaamse volksvertegenwoordigers werd opgericht als vereniging zonder winstoogmerk (vzw) op basis van de Wet van 27 juni 1921 (Belgisch Staatsblad 18 juli 1996).
De voorzitter van het Vlaams Parlement is van rechtswege erevoorzitter van de Kas van dit pensioenfonds. Samenstelling, bevoegdheden en werking van de Algemene Vergadering, de Raad van Bestuur en het Dagelijks Bestuur worden geregeld overeenkomstig de statuten van de vzw.
De Kas heeft tot doel renten en pensioenen te verzekeren aan gewezen leden van het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering, aan hun overlevende echtgenoten en hun wezen. Door de bedoelde ‘gewezen leden’ werden tijdens hun mandaat en in de periode van de uittredingsvergoeding pensioenbijdragen gestort in de Kas.
Onze parlementairen hebben dus voor hun eigen pensioen gezorgd: niet uit de federale of de gewestelijke lege kas maar uit hun eigen fondsen.
Waarom?
Waarom hebben onze politici niet gehandeld zoals hun zorgzame collega’s in het buurland Nederland? Waarom deden zij het voor ons niet maar voor hun eigen pensioen wél? Daaruit volgt ook de vraag wat er met al dat geld gebeurde. En deze vraag opent nog een andere.
Zoals iedere fatsoenlijke democratie hadden wij een parlementair systeem met een tweekamerstelsel, een provincie- en een gemeentelijk bestuur. Dat heeft lang goed gewerkt. Vlaanderen kon er ook door verschillende staatshervormingen zijn terechte eisen in kwijt.
Daar zijn nu zes parlementen bij gekomen: het Vlaams Parlement (dat de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest samen vertegenwoordigt), het Waals Parlement (voor het Waals Gewest), het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, het Parlement van de Franstalige Gemeenschap en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap.
België telt momenteel dus zes verschillende regeringsorganen: de Belgische regering of federale regering op federaal vlak (met 21 ministers) en de Vlaamse Regering voor het Vlaams Gewest en de Vlaamse Gemeenschap (10 ministers). Beter is het er niet op geworden.
De directe Vlaamse schuld bedroeg eind 2023 25,786 miljard euro. Dat betekent een stijging met 3,930 miljard euro of 17,98% in relatieve termen ten opzichte van de uitstaande directe schuld eind 2022.
We zijn al meer dan 9 maanden na de verkiezingen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft nog altijd geen nieuwe regering. Intussen loopt het begrotingstekort verder op.
Cliëntelisme
Voor deze vorm van wanbeheer bestaat een duidelijke begripsomschrijving: cliëntelisme. Verhofstadt vergreep er zich aan in zijn eigen partij. Om de tegenstand van de eigen leden te omzeilen deed hij een beroep op de ontevreden mandatarissen uit andere partijen.
Hij maakte ze onderworpen aan zijn eigen gedacht door hen de postjes te geven die hij niet aan zijn eigen verdienstelijke mandatarissen gunde. Omdat ook de oudere en wijze senatoren geregeld een andere gedacht hadden moest de Senaat worden opgedoekt.
Meerdere van die overlopers vonden dan ook hun weg naar het Vlaams parlement. Dat die zelfs nu nog aan de macht verhangen blijven, zie je in de groep van tien die het Open VLD-partijvoorzitster Eva De Bleeker erg lastig maakt.
De onder meer door het schandaal rond Sihame El Kaouakibi van pure schaamte uit de Vlaamse Vlaamse regering naar zijn stad Mechelen weggelopen Bart Somers is erin geslaagd er de voorzitter van te worden.
Cliëntelisme leidt ook naar een ander begrip: graaicultuur. Om het allemaal nog erger te maken moesten ook onze kroonjuwelen, het onderpand voor onze lopende schulden, worden verpast met lease and buy back [2]constructies.
Besparen
Omdat er moet bespaard worden doe je dat best op wat is misgelopen: op het cliëntelisme en op de graaicultuur. Omdat niemand geneigd is aan de tak te zagen waarop hij comfortabel is genest, is de afschaffing van de nodeloze gewestelijke parlementen en regeringen niet mogelijk.
Eerder dan de Senaat af te schaffen doe je dat beter door de provinciale raden (de provinciale ‘parlementen’) en deputaties (de provinciale ‘regeringen’) te vervangen door wat de gewestelijke bestuursniveau’s nu feitelijk zijn: uitvergrote provinciebesturen van de een voorschoot grote regio Vlaanderen.
Wat er met onze pensioenen moet gebeuren is ook evident. Of die nu door een fonds of door een federale dienst worden beheerd is niet doorslaggevend. Het komt er wél op aan om aan ‘goed beheer’ te doen.
Dat houdt in de eerste plaats in dat onze pensioenen worden beschermd tegen de aanslag die Verhofstadt en Vande Lanotte erop pleegden. Ook daar strekt het Nederlandse systeem tot navolging.
Niet zozeer door de eigen fondsen maar vooral door het sterk toezicht én door de sanctionering wanneer het mis loopt. Daarmee zitten wij opnieuw bij het fenomeen dat bij ons zorgt voor een algemene “verloedering”, het ergerlijk gebrek aan handhaving van de eigen wetten, decreten, en regels.
Notes:
[1] De kleur paars verwijst naar de coalitiepartners van deze regering van liberalen (blauw) en sociaaldemocraten (rood).
[2] Een financiële operatie waarbij je een goed dat je bezit verkoopt en vervolgens gaat huren van de nieuwe eigenaar. Het laat je op korte termijn toe over meer financiën te beschikken, maar uiteindelijk kost het veel meer, omdat de huur die je betaalt blijft doorlopen lang nadat je de nominale waarde van je goed aan huurgeld hebt betaald. Op niveau van individuele personen of kleine bedrijven valt daar nog iets voor te zeggen (bijvoorbeeld door de auto die je leaset na verloop van je leasing contract als tweedehandswagen te kopen). Op niveau van de overheid en van overheidsbedrijven is dit een onverantwoorde en kortzichtige vorm van financieel wanbeheer.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | apr 2, 2025 | Sectoren
“Ga daarmee naar de oorlog.” Dat is de titel van het opiniestuk van Jinnih Beels in Doorbraak. Voor wie dat niet weet: Beels is een politica van Vooruit. Doorbraak is een extreemrechtse opiniewebsite. Een socialiste die publiceert bij extreemrechts; inderdaad, ga daarmee naar de oorlog.
Beels zal wel een goede reden hebben om zich in die krochten te begeven, zo zou je denken. Misschien doet ze het om het sociale imago van het Vlaams Belang te doorprikken. Maar neen, Beels vindt in Doorbraak een partner omwille van hun gedeelde afkeer van de vakbonden.
In een poging om uit te leggen waarom de nationale staking van maandag onverantwoord is, haalt Beels in haar opiniestuk alle rechtse clichés boven. Ik moest het een paar keer lezen om het te laten doordringen.
Er zijn verkiezingen geweest, nu moeten de burgers vijf jaar hun mond houden tot aan de volgende verkiezingen, zo luidt de logica. We moeten nu eenmaal allemaal besparen en allemaal langer werken. Het probleem van de werklozen is dat ze niet willen werken. Het moet gedaan zijn met ‘de sinterklaaspolitiek’, dat woord gebruikt ze echt. En ga zo maar door.
Onwaarschijnlijk hoe een politica van een linkse partij een discours kan houden dat zo door en door rechts is. Gewoonlijk probeert men bij Vooruit nog te verdedigen dat dankzij hen de scherpste randjes afgevijld zijn, dat het zonder hen erger geweest zou zijn, maar Beels gaat gewoon vol in de aanval tegen het solidariteitsprincipe waarop de sociale zekerheid zelf is gebouwd. Wil links even groot als rechts worden in Vlaanderen, dan moet het ook even rechts worden, zoiets lijkt de logica. In de realiteit maakt die logica rechts natuurlijk enkel sterker.
Het is een post van Jeroen Olyslaegers die me erop wees dat er misschien nog een andere logica de drijvende kracht is achter deze verrechtsing van links op steroïden. Die logica vind je in de titel ‘Ga daarmee naar de oorlog’. Eigenlijk zegt Beels dus, aldus Olyslaegers: “Niet staken, want straks is ‘t oorlog.”
Ik denk dat hij gelijk heeft; het verklaart in ieder geval veel. Als je oorlog wil voeren, dan is er geen ruimte voor sociale zekerheid; dan wordt dat een luxe die we ons niet kunnen veroorloven. Als je oorlog wil voeren, dan is er geen ruimte voor het democratische principe van macht en tegenmacht. Dan moet iedereen in dezelfde richting meelopen, en wie dat niet doet, is een verrader.
Het is echt geen toeval dat hoe harder onze politici oorlog willen voeren tegen Poetin, hoe harder ze op hem beginnen te lijken. Als je oorlog wil voeren, dan is er geen ruimte voor progressieve ideeën en democratische waarden. Als je oorlog wil voeren, dan heb je een autoritaire samenleving nodig waarin gezag blind gehoorzaamd wordt.
Laat dat nu net voor mij een prima reden zijn om maandag wél te staken. Ik ben namelijk van na de oorlog, en ik zou dat graag zo houden.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | apr 2, 2025 | Varia
NAVO-secretaris-generaal Marc Rutte roept de bevolking op tot het aankweken van een “oorlogsmentaliteit.” De media – vooral de Openbare Omroep VRT – doen hun stinkende best om daaraan mee te helpen met taalgebruik als glijmiddel. Gepensioneerd VRT-journalist Johan Depoortere ziet verontrustende tendensen naar kritiekloos conformisme.
Neem het woord “defensie-uitgaven” waar eigenlijk bedoeld wordt “militaire uitgaven”. Veiligheid is meer dan bescherming tegen het gevaar van buitenlandse agressie, en defensie meer dan alleen militaire afschrikking.
Wat met bescherming tegen de gevolgen van de klimaatcrisis die nu in de media helemaal naar de achtergrond zijn verdreven? Veiligheid van de burgers betekent ook dat jongeren in Brussel de metro kunnen nemen zonder het risico te lopen in een vuurgevecht tussen drugscriminelen te worden neergeschoten. Meer F35 bommenwerpers zullen dat soort veiligheid niet verhogen.
Het is verbijsterend hoe de oorlogstaal wordt genormaliseerd en gebanaliseerd. In het journaal wordt het woord “oorlogsdreiging” roekeloos en achteloos in het dagelijkse taalgebruik geïntroduceerd. Wat die “oorlogsdreiging” precies inhoudt en of ze met de werkelijkheid overeenkomt, daar wordt niet op ingegaan.
Hetzelfde met het woord “herbewapening” – alsof Europa “ontwapend” zou zijn. De werkelijkheid is dat aan de vooravond van de huidige oorlog in Oekraïne de NAVO-landen ongeveer 18 keer meer uitgaven aan bewapening dan Rusland. Zou de econoom Paul De Grauwe gelijk kunnen hebben als hij zegt dat meer uitgeven aan wapens overbodig zou zijn als de huidige middelen op Europees vlak beter zouden worden aangewend?
Tot het dagelijkse taalgebruik in de nieuwsuitzendingen zijn uitdrukkingen gemeengoed geworden als “België de slechtste leerling van de klas” , als het over militaire uitgaven gaat, of: “we bengelen aan de staart van het peloton.” Het bekt lekker maar klopt het ook?
Het zijn stijlfiguren waar niemand nog vragen bij stelt en waarbij wordt vergeten dat België wat die uitgaven betreft in absolute cijfers op de veertiende plaats komt in de rangorde van de 31 NAVO-landen, vóór landen als Portugal of Griekenland. Vergeten wordt ook dat tussen 2017 en 2024 ons militaire budget is verdubbeld tot 7,9 miljard Euro. Hoezo onderfinanciering?
We worden om de oren geslagen met cijfers: 2% van het BNP, 3%, 5%. Wanneer is het genoeg en waar zijn die cijfers op gebaseerd? Niemand kan het zeggen. Maar die magische cijfers blijken voldoende om nu op korte termijn – nog vóór de zomer – zomaar vier miljard euro uit de hoed te toveren waar ons nog maar net drastische besparingen in de pensioenen en de sociale uitgaven door de strot zijn geramd met het argument dat de “begroting ontspoort.”
Woorden doen ertoe. De Amerikaanse linguïst en kenniswetenschapper (cognitive science) George Lakoff leert ons dat woordgebruik het kader van het debat bepaalt.
Van hem is het begrip “framing:” de manier waarop we iets zeggen is vaak belangrijker dan wat we zeggen. Een metafoor als “de slechtste leerling van de klas,” of “de begroting is ontspoord” beïnvloedt ons denken meer dan rationele gegevens als cijfers en logica.
Achtergrondinformatie ontbreekt
Wie zijn informatie uitsluitend bij de gevestigde media betrekt moet de vaste indruk krijgen dat de oorlog in Oekraïne op 24 februari 2022 is begonnen net zoals de genocidaire oorlog van Israël tegen Gaza op 7 oktober 2023 is begonnen. De geschiedenis die aan die gebeurtenissen vooraf is gegaan blijft grotendeels in de schaduw.
Zo wordt zelden het feit in herinnering gebracht dat Rusland na het einde van de Koude Oorlog de bereidheid en het verlangen toonde om opgenomen te worden in een Europese veiligheidsarchitectuur. Dat zowel Boris Jeltsin als Poetin in de beginjaren werden gevierd als staatslieden die het beste voorhadden met hun land en hun bevolking.
Zij waren de lievelingen van het Westen ook al was de economische schoktherapie die een einde maakte aan het communisme een ramp voor de overgrote meerderheid van de bevolking. Dat Poetin de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny tot puin herleidde en wellicht de hand had in bomaanslagen tegen woonblokken in Dagestan en Moskou was daarbij geen probleem.
Poetin was de “goede dictator” – beste vriendjes met onder andere Brits eerste minister Tony Blair die hem zilveren manchetknopen stuurde voor zijn verjaardag – tot hij de “slechte dictator” werd. De omslag gebeurde in 2007 en de breuk werd compleet toen in 2008 onder druk van de Verenigde Staten maar tegen de zin van leiders als Sarkozy en Merkel Oekraïne en Georgië Navo-lidmaatschap werd beloofd.
Dat was in flagrante tegenspraak met de belofte van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker aan Gorbatsjov dat de NAVO “not one inch” zou uitbreiden naar het Oosten. En het is een mythe dat Oekraïne zelf smeekte om lid te worden: in 2008 was een meerderheid van de Oekraïners tegen lidmaatschap van het bondgenootschap.
Een hele rist Amerikaanse beleidsmakers en diplomaten, van George Kennan, de bedenker van de containmentpolitiek van de Koude Oorlog, ambassadeur Matlock, William Burns, de latere baas van de CIA onder Biden, tot Henry Kissinger en talrijke andere Rusland-experts hadden nochtans gewaarschuwd dat lidmaatschap van die buurlanden van Rusland voor Moskou een existentiële bedreiging vormde en dat daarmee de roodste van de rode lijnen zou worden overschreden.
“Njet means njet” voor Moskou had Burns in een mail aan Condoleezza Rice, toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, geschreven en dat de NAVO uitbreiden tot tegen de grenzen van Rusland een roekeloze beslissing was die tot grote problemen moest leiden.
Evenmin horen en lezen we dat Rusland zich niet ten onrechte bedreigd voelt door de raketten die de NAVO in Roemenië en Polen heeft opgesteld die in enkele minuten Sint Petersburg kunnen bereiken of meer nog door de eenzijdige opzegging door de Verenigde Staten van de ontwapeningsakkoorden uit de Koude oorlog: in 2019 het INF-verdrag uit 1987 en in 2002 het ABM- verdrag over de beperking van de intercontinentale kernraketten.
Dat het mogelijke NAVO-lidmaatschap van Oekraïne de directe oorzaak was van de Russische invasie in februari 2022 maakte de voormalige NAVO-baas Jens Stoltenberg overduidelijk in een toespraak tot het Europees Parlement in september 2023.
“Om oorlog te vermijden wilde Poetin ons een document laten ondertekenen waarin we beloven dat Oekraïne geen lid zou worden van het bondgenootschap”, zei Stoltenberg en hij voegde eraan toe: “Natuurlijk hebben we dat geweigerd.”
Zou Poetin ook zonder de Navo-uitbreiding tot de Russische grens Oekraïne zijn binnengevallen? Het is mogelijk maar we zullen het nooit weten. De bewering van de pundits en Facebookexperts die in het hoofd van Poetin kunnen kijken en beweren dat hij dat sowieso zou hebben gedaan is pure speculatie. Wat we wél weten is dat er een grote kans bestaat dat de oorlog zou zijn vermeden als Oekraïne zich als neutraal land zou hebben opgesteld. Wat we ook weten is dat de oorlog al in een vroege fase gestopt had kunnen worden.
Eind maart 2022, een maand na de Russische inval lag door Turkse bemiddeling een ontwerpovereenkomst op tafel die door onderhandelaars van beide partijen was goedgekeurd en de voorwaarden bepaalde om een einde te maken aan de oorlog.
President Zelensky verklaarde zich bereid af te zien van NAVO-lidmaatschap en voor Oekraïne de status van neutraliteit te erkennen. Het verdrag werd gekelderd door de toenmalige Britse premier Boris Johnson die zich naar Kiev spoedde om Zelensky aan te sporen het verdrag te verwerpen en hem ervan te overtuigen dat Oekraïne met behulp van het Westen de oorlog kon winnen.
Doordat Europa noch de VS de afgelopen drie jaar geen enkele poging tot diplomatieke regeling van het conflict hebben ondernomen zijn we nu honderdduizenden doden, catastrofale vernietiging en terreinverlies verder en zit Oekraïne in een veel ongunstiger situatie dan toen. Europa staat met de billen bloot nu Trump een “vrede” naar zijn beeld en gelijkenis Oekraïne door de strot ramt en Macron en Starmer amechtige pogingen doen om bij Trump in het gevlei te komen en een plekje aan de onderhandelingstafel af te smeken.
Geen debat over de grond van de zaak
Het “debat” is een geliefkoosd format voor duidingsprogramma’s als Terzake en De Afspraak. Helaas gaat het “debat” al te vaak voorbij aan de essentie ten voordele van partijpolitiek gekissebis. Erger nog is dat feiten en opinie op gelijke hoogte worden gesteld. Zo moet een wetenschapper die zich beroepshalve met vraagstukken van veiligheid en ontwapening bezighoudt de degens kruisen met iemand die van mening is dat we “moeten herbewapenen” en geld van sociale uitgaven overhevelen naar het militaire apparaat.
Het overkwam Tom Sauer die bij hoge uitzondering in De Afspraak werd uitgenodigd en daar werd geconfronteerd met de (toen nog) toekomstige minister van Oorlog Theo Francken. Een ander voorbeeld was het debat (Terzake 7 maart) tussen NVA-fractieleider in de Kamer Axel Ronse, een hevige pleitbezorger van hogere militaire uitgaven en Gwendolyn Rutten van Open VLD. Opmerkelijk dat een liberale politica die nauwelijks van extreem-linkse of extreemrechtse sympathieën verdacht kan worden als een zeldzame stem vraagtekens zet bij de oorlogshysterie die zich van politiek en media heeft meester gemaakt.
Maar ook hier werd de kernvraag zorgvuldig vermeden, namelijk of meer vliegtuigen, tanks, drones en raketten ook inderdaad meer veiligheid betekenen voor de burger. Want ondanks haar kritiek op het tempo en de hoeveelheid gaat ook Rutten akkoord met de noodzaak aan meer geld voor wapens. “We gaan hoe dan ook meer moeten doen” zei Rutten wat dat betreft, “maar hoe doen we het best en waar halen we het meeste resultaat van”.
Dat wetenschappers en vredesactivisten als Tom Sauer van de Universiteit Antwerpen of Ludo De Brabander van de vzw Vrede slechts uiterst zelden aan bod komen tussen de tsunami aan militaire “experts” en al of niet gepensioneerde kolonels en generaals geeft op zich al te denken.
Bedenkelijker wordt het nog als ze zich in hun zeldzame optredens ook moeten verantwoorden voor hun engagement in de ruime vredesbeweging in tegenstelling tot de “experts” die als nevenactiviteit hand-en spandiensten verlenen aan de militaire lobby. Zo wordt Sauer gevraagd of hij spreekt als “academicus” dan wel als bestuurslid van Pax Christi. Jonathan Holslag wordt nooit gevraagd of hij spreekt als wetenschapper dan wel als reserve-officier van het Belgisch leger en docent aan het Nato Defence College. Michelle Haas wordt niet gevraagd welk petje ze op heeft: dat van de academica of dat van bestuurslid van het Hoger Instituut van Defensie.
Kortom
Het is pijnlijk te zien hoe de Openbare Omroep mee stapt in de oorlogshysterie die de gevestigde media en de publieke opinie dreigt te overspoelen. Zou het niet de taak van de Openbare Omroep zijn om ook tegengeluiden te laten horen in een debat dat nu beheerst wordt door de stemmen van het militaire establishment en de mini-Trumps in regering en politiek.
Wat ontbreekt is helderheid in het debat dat nu te vaak gaat over modaliteiten en partijpolitiek gekissebis maar in een boog om de kern van de zaak heen loopt, namelijk de vraag of meer militaire uitgaven ook werkelijk onze veiligheid verhogen en of “defensie” hetzelfde moet zijn als “afschrikking” door een uiterst gevaarlijke wapenwedloop.
Een sluipende gewenning aan het oorlogsnarratief dreigt door taalgebruik dat meer verhult dan verheldert en door het kritiekloos herhalen van gemeenplaatsen en halve waarheden die de status hebben gekregen van onaantastbare zekerheden die echter maar zelden op controleerbare feiten berusten.
Te vrezen valt dat de ingeslagen weg de betrouwbaarheid, het gezag en de geloofwaardigheid van de openbare omroep als onafhankelijk massamedium aantast.
Bron: De Wereld Morgen
by admin | apr 2, 2025 | Sectoren
Om grote personeelstekorten terug te schroeven, werden enkele sociaal-agogische beroepen erkend als knelpuntberoep. Werkzoekenden die zich in die richting willen omscholen, kunnen daardoor tijdens de opleiding hun werkloosheidsuitkering behouden. De huidige federale regering zet daar de knip in. Hogeschooldocenten (departement Sociaal Agogisch Werk, HOGENT) trekken aan de alarmbel.
Personeelstekort
Het Departement Sociaal Agogisch Werk (HOGENT) en vergelijkbare departementen aan andere hogescholen leiden studenten op tot professionele bachelors in orthopedagogie en sociaal werk. Deze beroepen zijn erkend als knelpuntberoep vanuit een maatschappelijke nood en een aantoonbaar tekort aan arbeidskrachten.
Toch blijft in Vlaanderen de instroom van studenten in deze richtingen dalen. De combinatie van vergrijzing en deze krimpende instroom zorgt voor een ongeziene vervangingsvraag.
Cijfers liegen niet
Om dit tekort tegen te gaan, ondersteunt de VDAB werkzoekenden die zich willen omscholen naar een knelpuntberoep via het behoud van de werkloosheidsuitkering en tegemoetkoming in studiekosten.
Na een grondige screening door VDAB Gent konden in HOGENT al 78 studenten via die weg een opleiding orthopedagogie of sociaal werk starten. De bijdrage van deze – veelal oudere – zij-instromers is belangrijk: ze kiezen bewust voor een nieuwe richting om een waardevolle bijdrage te leveren aan de arbeidsmarkt en de samenleving. Dat engagement loont: deze zij-instromers bereiken een studie-efficiëntie, die afhankelijk van de opleiding 10 tot 15 procent hoger ligt dan bij reguliere studenten. Hun levenservaring is een meerwaarde voor jongere medestudenten en het werkveld.
Desastreuze beslissing
De recente beslissing van federaal minister van Werk David Clarinval om de werkloosheidsuitkering na twee jaar stop te zetten, treft werkzoekenden die een driejarige bacheloropleiding volgen extra hard. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor studenten, het werkveld, en de samenleving in haar geheel.
Een tweedejaarsstudent ervaart dat zo: “Ik heb bewust gekozen voor een knelpuntberoep omdat de overheid dat aanmoedigde en om meer kans te hebben op de arbeidsmarkt. En nu, net voor het laatste jaar, laten ze me vallen.”
Zij-instromers, vaak met gezin en financiële verplichtingen, zullen afhaken door het wegvallen van de uitkering. Dat is niet alleen een persoonlijk drama, maar ook een gemiste kans voor de samenleving. Een eerstejaarsstudent is duidelijk: “Het is absurd om mijn uitkering af te pakken terwijl ik studeer voor een beroep waar de maatschappij zo veel nood aan heeft.”
Stokken in de wielen
Afgestudeerden in het sociaal–agogisch studiegebied zijn opgeleid om mensen te activeren. Via hun professionele tussenkomsten op diverse plaatsen, werken zij eraan om iedereen aan boord te nemen en te houden. De beste manier om werkzoekenden toe te leiden naar de arbeidsmarkt is een goede trajectbegeleiding, door sociaal werkers, orthopedagogen of HR-medewerkers.
Rem je de opleiding van deze studenten af dan zijn er veel benadeelde partijen, onder andere hulpvragers, mensen die op zoek zijn naar een job en verantwoordelijke werkgevers.
Naar het OCMW
Als voor deze groep van studenten de werkloosheidsuitkering na twee jaar stopt, zal dat ook zorgen voor een toename van hulpvragen bij het OCMW. Dat gaat zelf al gebukt onder een nijpend personeelstekort. Ironisch genoeg zullen sociaal werkers in opleiding binnenkort zelf een beroep moeten doen op het OCMW.
Een tweedejaarsstudent getuigt “Samen met mijn partner voelde ik me genoodzaakt om onze financiële situatie opnieuw grondig te bekijken en te berekenen hoe ik mijn derde jaar zou kunnen overbruggen zonder financiële tegemoetkoming. De conclusie was even simpel als pijnlijk: dat lukt niet.”
Besparingslogica
En moet je vandaag een beroep doen op het OCMW, dan is niet zeker of er meteen een oplossing uit de bus komt: het is een publiek geheim dat deze organisaties kampen met een uitermate hoge case-load en een tekort aan sociaal werkers.
Om die druk op te vangen, trok de federale regering 400 miljoen euro uit. Die zal ingezet worden op basis van het aantal mensen die het OCMW activeert. Voor die activering moeten OCMW ‘s dan opnieuw samenwerken met de arbeidsbemiddelaars van de VDAB, die in een hervorming met drastische jaarlijkse besparing terechtkomen.
In deze besparingslogica van het huidige politiek klimaat wordt het recht op werk verengd tot een individuele plicht, en niet meer gezien als een collectieve verantwoordelijkheid van overheid en samenleving.
Beleidsmaatregel zonder realiteitszin
Het argument dat werkzoekenden in opleiding na twee jaar een leefloon kunnen aanvragen, houdt geen rekening met de realiteit. Samenwonenden met een werkende partner komen hier bijvoorbeeld niet voor in aanmerking, wat gezinnen in de problemen brengt. Het is onrechtvaardig om mensen die met de belofte van financiële steun aan een opleiding zijn begonnen, halverwege de rit in de steek te laten. Dit ontmoedigt huidige en potentiële nieuwe studenten.
Het stopzetten van deze maatregel zal de tekorten in het sociaal-agogisch werkveld alleen maar vergroten. Dit is een beleid dat niet alleen sociaal werkers en orthopedagogen in spe treft, maar ook de kwetsbare groepen die zij straks zouden ondersteunen.
Daar ligt ook het engagement van deze tweedejaarsstudent: “De motivatie die ik voel om dit diploma te behalen en sociaal werker te worden is groot. Dit gaat niet alleen om mezelf, maar ook om het toekomstperspectief dat ik straks wil doorgeven aan anderen. Als sociaal werker (in spe) heb ik dat nodig om mensen in kwetsbare posities te inspireren en te versterken.”
Politieke bubbel
Het is tijd voor doortastende antwoorden met oog voor menselijk kapitaal. Dit kan alleen via een doordachte samenwerking tussen werk, onderwijs en welzijn, met het oog op het bouwen aan een geïntegreerd beleid dat de eigen politieke bubbel overstijgt.
Wij roepen de regering op om deze maatregel te herzien. Het is van cruciaal belang dat mensen die zich willen omscholen naar een knelpuntberoep, de nodige financiële steun blijven ontvangen gedurende de volledige duur van hun opleiding. Of zoals een eerstejaarsstudent dat zelf stelt: “Ik voel me student, geen werkloze. Maar deze maatregel dreigt mij binnenkort te reduceren tot iemand zonder uitkering, zonder diploma sociaal werk én zonder toekomstperspectief.”
Bron: Sociaal.net
by admin | apr 2, 2025 | Varia
Discriminatie is een oud zeer op onze huurmarkt. Ondanks een duidelijke regelgeving duiken er regelmatig schrijnende getuigenissen op. Vanuit haar doctoraatsonderzoek bevestigt socioloog Jana Verstraete (KU Leuven) dat de groeimarge groot is: “Er worden veel minder dossiers opgestart dan dat er daadwerkelijk discriminatie plaatsvindt.”
Verhuurders mogen kiezen aan wie ze verhuren, maar ze mogen niet discrimineren. Wat is het verschil?
Jana Verstraete: “Als een woning te huur komt, zijn er bijna altijd meerdere kandidaten. Verhuurders moeten kiezen aan wie ze verhuren. Selectie is dus noodzakelijk. Maar verhuurders moeten wel selecteren op basis van criteria die relevant zijn voor de concrete situatie. Doen ze dat niet, dan is er sprake van discriminatie.”
“Voor het verhuren van een woning, een appartement of een studio is eerst en vooral de hoogte van het inkomen relevant. Heeft iemand voldoende middelen om de huurprijs te betalen en ook de bijkomende kosten zoals elektriciteit en onderhoud?”
“Een ander relevant kenmerk is met hoeveel personen men in de woning wil komen wonen. Een gezin van vijf personen in een kleine studio lukt niet. Een gezin met twee jonge kinderen in een tweeslaapkamerappartement kan wel.”
Op welke kenmerken mogen verhuurders niet selecteren?
“Verhuurders mogen niet selecteren op raciale criteria zoals huidskleur, nationaliteit of migratie-achtergrond. Ook de bron van het inkomen mag er niet toe doen, wel de hoogte. Dus als kandidaten een vervangingsinkomen hebben of een beroep doen op sociale steun, dan mag dat geen rol spelen.”
“Wanneer de woning relatief makkelijk aan te passen is, mag je ook geen mensen met een beperking weigeren. Tot slot speelt gezinssamenstelling ook nog een rol. Verhuurders willen bijvoorbeeld soms niet verhuren aan een gezin met kinderen omdat er gedacht wordt dat die meer schade zullen berokken aan de woning.”
“Er zijn nog een aantal andere kenmerken waarop niet geselecteerd mag worden, maar dit zijn de meest voorkomende discriminaties. In mijn doctoraatsonderzoek zoomde ik in op raciale discriminatie en op discriminatie op basis van vermogen.”
Je onderzocht niet hoeveel discriminatie er is, maar wel waarom er gediscrimineerd wordt.
“Klopt, er is al heel vaak aangetoond dat er veel discriminatie is op de huurmarkt, maar ik wou nagaan hoe dat in de praktijk gebeurt en waarom.”
“Dan stellen we vast dat er om meerdere redenen gediscrimineerd wordt. Kijken we naar discriminatie op basis van afkomst, dan zien we dat sommige verhuurders of makelaars met racistische ideeën de huurmarkt betreden. Bij anderen kan je moeilijk spreken van expliciet racisme. Maar ze discrimineren wel: ze maken keuzes op basis van vooroordelen na negatieve ervaringen of na het horen van verhalen van andere verhuurders. Omdat men vaak de keuze heeft tussen verschillende kandidaat-huurders, verkiest men dan bijvoorbeeld toch iemand die ‘lijkt op henzelf’.”
“Soms gaat het zelfs niet over de personen, maar wel over de beleidsinstrumenten waar ze een beroep op doen. Zo zijn er verhuurders die niet meer willen verhuren aan iemand die zijn huurwaarborg via het OCMW stelt. Niet omdat ze niet aan die mensen willen verhuren, maar wel omdat ze slechte ervaringen hebben gehad met de werking van het OCMW. Als het OCMW op het einde van de huurperiode toch moeilijk doet om tussenkomen als er bijvoorbeeld huurschade is, voelt die verhuurder zich verraden. Maar het zijn uiteindelijk de huurders die zo’n waarborg nodig hebben die er de dupe van zijn.”
“Het is daarom belangrijk dat we naar de ervaring van huurders én verhuurders luisteren. Als we in dit voorbeeld hier de manier van werken bij een OCMW-huurwaarborg kunnen verbeteren, is dat in het voordeel van hen beide.”
Verhuurders of makelaars hoeven niet te zeggen waarom ze iemand niet uitkozen. Kandidaten weten dus vaak niet of ze gediscrimineerd worden. Hoe gebeurt die discriminatie in de praktijk?
“Uit gesprekken met de woningaanbieders blijkt dat op verschillende momenten in het huurproces gediscrimineerd kan worden: vanaf het moment dat er een huuradvertentie wordt geplaatst tot wanneer een huurcontract afgesloten wordt. En zelfs tijdens een huurperiode behandelen verhuurders bewoners soms ongelijk. Ook dan spreken we van discriminatie omdat de huurder bijvoorbeeld een leefloon ontvangt of een zwarte huidskleur heeft.”
“Soms is discriminatie heel openlijk. Een advertentie vermeldt dan bijvoorbeeld heel duidelijk: ‘Enkel voor mensen met werk’. Dat is duidelijk discriminatie, want ook mensen zonder werk kunnen een voldoende hoog inkomen hebben om een pand te huren. Soms wordt het ook wat subtieler aangebracht. Dan wordt er geschreven: ‘Deze woning is ideaal voor jonge starters’. Daardoor zullen sommige kandidaten zich meer aangesproken voelen, terwijl het anderen net zal ontmoedigen om zich kandidaat te stellen.”
“Soms zie je ook dat mensen anders behandeld worden tijdens het verhuurproces. Bij een persoon met een Marokkaanse naam vraagt men bijvoorbeeld om eerst nog een hele hoop papieren in te vullen en te bezorgen, terwijl men dat niet zal vragen aan iemand met een Belgisch klinkende naam. Door drempels in te bouwen, wil men zo die persoon met een Marokkaans klinkende naam ontmoedigen om zijn kandidatuur door te zetten. Een eigenaar zal dan later niet zelf deze kandidaat moeten weigeren.”
“Ook tijdens een plaatsbezoek zien we dat soort verschillen. Sommige kandidaten waarvan men denkt dat het interessante huurders zijn, worden apart uitgenodigd voor een rondleiding. Mensen die minder interessant lijken, worden dan in groep uitgenodigd, zodat verhuurders of makelaars er minder tijd aan moeten besteden. Dat betekent ook dat deze kandidaten minder informatie kunnen krijgen of dat ze minder rustig kunnen rondkijken.”
“Zelfs bij het afsluiten van het huurcontract zien we verschillen. De ene persoon zal een langdurig contract aangeboden krijgen met meer woonzekerheid, de andere een proefcontract van een jaar.”
Dat zijn enkele straffe voorbeelden. Is die discriminatie dan afhankelijk van de specifieke kandidaat die zich aanbiedt of zien we ook makelaars die discriminatie systematisch inbouwen in hun procedures?
“Het buikgevoel is vaak belangrijk, zeker bij particuliere verhuurders. Op basis van een eerste indruk zal men wel wat bijsturen. Maar soms zijn er ook bepaalde gewoontes die discriminerend zijn. Sommige vastgoedmakelaars vragen bijvoorbeeld systematisch extra informatie over de werksituatie bij kandidaten die bellen en het Nederlands niet goed machtig zijn, terwijl ze dat bij anderen niet doen.”
“Makelaars hanteren ook vaak gestandaardiseerde informatiefiches. Daar wordt soms meer informatie gevraagd dan wat mag, bijvoorbeeld over de bron van het inkomen. Die informatie kan ook gebruikt worden om te discrimineren.”
Discrimineren makelaars op andere manieren dan verhuurders die werken zonder makelaar?
“Bepaalde discriminerende technieken worden door zowel particulieren als makelaars gebruikt. Wat wel een belangrijk verschil is, is dat makelaars meer kennis hebben over het thema en professioneel moeten handelen. Ze zijn er zich van bewust dat ze niet mogen discrimineren, maar zitten in een economische logica omdat zij ook klanten moeten vinden en houden.”
“Vraagt een verhuurder aan de makelaar om bepaalde kandidaten te weren, dan zien we dat makelaars het soms moeilijk hebben om hiertegen in te gaan. Want ze willen die klant niet verliezen. Zij gaan dan zelf iedereen zoveel mogelijk gelijk behandelen, maar verzamelen wel extra informatie zoals inkomstenbewijzen of een kopie van de identiteitskaart die ze dan aan de verhuurder doorspelen. Die heeft het laatste woord en kan rekening houden met die extra informatie. Op die manier faciliteren makelaars discriminatie.”
“Dat neemt uiteraard niet weg dat er evengoed makelaars zijn die zelf discriminerend handelen, net zoals er makelaars zijn die zij die hier helemaal niet aan willen meewerken.”
Wat kan een kandidaat-huurder doen die discriminatie ervaart?
“Een kandidaat die een vermoeden van discriminatie heeft, kan klacht indienen bij het Vlaams Mensenrechteninstituut. Dat kan als een particulier of vastgoedmakelaar betrokken is. Vroeger kon dat bij Unia, maar die organisatie is in Vlaanderen niet meer bevoegd voor de thematiek.”
“Als het gaat om vermoedelijke discriminatie door een vastgoedmakelaar, kan je ook een melding maken bij het BIV, dat is het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars.”
Volstaan die klachtenprocedures?
“Het feit dat een vermoedelijk slachtoffer zelf melding moet maken, zorgt voor problemen. Ten eerste omdat een slachtoffer niet altijd weet dat hij gediscrimineerd werd. Voor mensen die wel een vermoeden hebben, is het ook een serieuze stap die veel energie en tijd kost, net op een moment dat de zoektocht naar een woning alle prioriteit heeft. En niet iedereen weet waar je terecht kan om een klacht in te dienen.”
“Er worden veel minder dossiers opgestart dan dat er daadwerkelijk discriminatie plaatsvindt. Klachtenprocedures zoals ze nu georganiseerd zijn, volstaan niet.”
“Er is meer nodig. Via sensibiliseringsacties probeert men verhuurders en makelaars op de hoogte te brengen over welke selectie toegelaten is en welke niet. Dat heeft zeker een meerwaarde, maar het is een pad dat we al lang bewandelen en we moeten vaststellen dat discriminatie toch blijft bestaan.”
“Naast die zachte maatregelen waar er veel bereidheid voor is, is er dus ook een hardere poot nodig waarin de naleving van de regels ook wordt getoetst en desnoods wordt afgedwongen.”
Er is een groot gebrek aan betaalbare, kwaliteitsvolle huurwoningen. Er zijn veel kandidaten van zodra zo’n woning beschikbaar komt. Gedijt discriminatie beter in zo’n context?
“Zelfs al zijn er voldoende goede, betaalbare woningen, dan nog blijft het risico op discriminatie bestaan. Er zijn mensen met bijvoorbeeld een sterk racistische visie die liever hun woning enkele maanden leeg laten staan dat ze te verhuren aan iemand met buitenlandse herkomst.”
“Dat neemt niet weg dat die context van schaarste effectief zorgt voor meer selectie en dus voor meer kans op discriminatie. Hoe meer kandidaten je hebt, hoe makkelijker het is om ook met niet relevante criteria rekening te houden. Daarom is het belangrijk om ook iets aan die schaarste te doen. En ook wanneer verhuurders of makelaars zich correct gedragen en niet discrimineren, zien we dat ze vaker zogenaamd sterkere profielen selecteren. In de praktijk betekent dat voor kwetsbare huurders hetzelfde: ze krijgen moeilijk toegang tot een huurwoning.”
“Veel mensen die in de sociale huurmarkt terecht zouden moeten kunnen, komen bij gebrek aan een sociale woning terecht op de private huurmarkt. Daardoor is er een nog grotere druk op het bestaande aanbod op de private huurmarkt. De sociale huursector moet verder uitgebouwd worden, maar ook de private huursector zal zijn rol blijven spelen. Denk maar aan mensen die onverwacht plots een nieuwe woning moeten zoeken, mensen die naar België verhuizen of mensen die dringend een tijdelijke woonoplossing nodig hebben, bijvoorbeeld bij een scheiding. We moeten dus ook op de private huurmarkt zorgen voor een goede omkadering en ondersteuning voor huurders, maar zeker ook van verhuurders.”
“Een goed uitgebouwd antidiscriminatiebeleid op de huurmarkt is cruciaal, maar moet hand in hand gaan met een beleid dat zorgt voor voldoende woningen die toegankelijk, betaalbaar, kwaliteitsvol zijn en woonzekerheid bieden. Tegelijk mag de schaarste op de huurmarkt geen excuus zijn om het antidiscriminatiebeleid niet verder uit te bouwen. Beide zijn noodzakelijk.”
Bron: Sociaal.net