‘Het succes van de staatsbon is een pijnstiller, erachter schuilt een lamentabel begrotingsbeleid’

Federaal fractieleider voor N-VA Peter De Roover heeft vraagtekens bij ‘het promopraatje’ rond de staatsbon.

De staatsbon werd vannacht afgesloten en de intekening zou afklokken op vermoedelijk 20 miljard euro. Dat wordt een groot succes genoemd en naar opbrengst is het dat zeker ook. Ons Agentschap voor de Schuld levert dan ook al jaren puik werk. Als schuldbeheerder van een schuldenziek België kan dat vanzelfsprekend bogen op ruime ervaring, maar ze verdient alleszins een pluim voor het geleverde werk.

De ruime inschrijving zou bewijzen dat er nog groot vertrouwen heerst in de Belgische staat, beweert premier Alexander De Croo (Open VLD) jubelend, waarmee hij de lat om vertrouwen te meten wel heel laag legt. Dat mensen ervan uitgaan dat de Belgische staat volgend jaar haar verplichtingen als lener nog zal nakomen, is wel iets anders dan ‘groot vertrouwen’ hebben.

Die bewering gaat dan ook voorbij aan het banalere en wélbepalende feit dat de spaarder kan tellen. Die 20 miljard aan 2,805% netto-rente verplicht de overheid volgend jaar op de vervaldag tot een rente-uitbetaling van 561 miljoen euro. Die moet worden opgehoest door de belastingbetaler, dus kan je als medebetaler door inschrijving best ook mee aanschuiven bij de ontvangers van die rente.

De sterk gemediatiseerde uitgifte veroorzaakte wel één rimpel. Het gerucht deed de ronde dat de grootbanken met de overheid hadden afgesproken de rente op de spaarboekjes tijdens de uitgifteperiode niet te verhogen. De waarheid bleek genuanceerder. Het contract met de grootbanken bepaalde dat ze tijdens de uitgiftetijd geen concurrerende kasbons zouden uitgeven.

Dat is gebruikelijk bij de uitgifte van staatsbons maar in dit geval opmerkelijk. Was het niet juist de bedoeling dat de staatsbon de banken moest aanzetten tot hogere rentezetting? Alvast, zo klonk het promopraatje.

Nochtans is de kasbon het bankenproduct dat vergelijkbaar is met de staatsbon, niet de altijd opvraagbare spaarrekening. De grootbanken mochten dus niet concurreren met de staatsbon via een vergelijkbare formule. Opmerkelijk detail toch.

Eigenlijk is het slechts opmerkelijk en pas een detail voor wie de windowdressing van de regering geloofde. De bewering dat de staatsbon de banken moest aanzetten om wakker te worden uit hun zomerrenteslaap, is natuurlijk praat voor de tribune. Dat effect was trouwens minimaal en vermoedelijk uitdovend.

Een staatsbon, en deze vormde daarop geen uitzondering, dient om de overheid in staat te stellen haar tekorten te financieren. De hype rond deze uitgifte en de hoge rente zorgden voor de hoge inschrijving maar dat is maar goed ook voor vadertje staat. Alleen al de rente die betaald moet worden op de overheidsschuld bedraagt zowat negen miljard en daarnaast wordt dit jaar een bijkomende schuld opgebouwd door de federale regering ter waarde van ruim 20 miljard. Nieuwe schuld en rente samen kunnen niet eens betaald worden met de opbrengst van deze staatsbon.

Stel je voor dat de grootbanken een concurrentiële kasbon hadden mogen uitgeven én dat ook gedaan hadden – wat zogezegd de bedoeling was van deze operatie – dan was dat eigenlijk een zware streep door de rekening van de overheid geweest. Dan had het Agentschap voor de Schuld op zoek moeten gaan naar andere bronnen om de rekeningen te kunnen laten betalen en te vermijden dat de spreekwoordelijke deurwaarder aan de federale overheidspoort zou komen aankloppen. 

Deze bon vormt dus een tijdelijke pijnstiller die niet mag doen vergeten dat we blijven wachten op hét medicijn: het intomen van de uitdijende overheidsschuld door de begrotingstekorten te verminderen. Met een totale overheidsschuld van 500 miljard zou een financiering met staatsbonnen à 2,805% rente neerkomen op een totale rentelast van ruim 14 miljard.

In hoeverre doet de overheid daarvoor in de toekomst verder beroep op staatsbonnen – deze moet volgend jaar weer worden hernieuwd, wellicht aan hogere rentes maar de schuldenhonger zal tegen die tijd weer hoger zijn – is een interessante vraag. Want de ruime spaarpot van onze inwoners is ook weer niet onuitputtelijk en blijkbaar moet de armlastige federale staat er nu al beroep op doen.

Kortom, het succes van de pijnstiller die zo’n staatsbon blijft, mag niet doen vergeten dat daarachter een lamentabel begrotingsbeleid schuilt, waarvoor geen geneesmiddelen worden toegepast. Daar ligt de kern van het probleem dat niet wordt opgelost door steeds meer geld te lenen bij de burgers.

Bron: Knack

‘Kinderen 3 uur per dag op de bus naar school? Lydia Peeters legt de lat zo laag dat ze er niet meer onder kan’

‘Chaos in het leerlingenvervoer en afgeschafte ritten: het is niet toevallig. De Vlaamse Regering, met rechtse partijen als N-VA, Open VLD en CD&V verwaarloost ons openbaar vervoer al jarenlang’, schrijft Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn Bex (Groen). Hij reageert op het interview met Lydia Peeters over het leerlingenvervoer.

Elk jaar bij de start van het schooljaar duiken ze op: schrijnende verhalen van kwetsbare kinderen, zoals Louis, die urenlang onderweg zijn naar school. En elk jaar zoekt de Vlaamse Regering (na veel media-aandacht) nieuwe halfslachtige en tijdelijke oplossingen. Dit jaar betekent 1 september ook voor de andere reizigers extra chaos. Want op 1 september, morgen dus, moet De Lijn bussen schrappen. Niemand kan precies zeggen waar en wanneer. Vlak voor de start van het schooljaar weten duizenden Vlamingen dus nog niet hoe ze morgen op hun werk of school moeten geraken.

Eerst en vooral het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs. Al 10 jaar klaagt het Kinderrechtencommissariaat aan dat kwetsbare kinderen onmenselijk lang op de bus zitten. Na corona bleek dat bij een aantal tot meer dan zes uur (!) op te lopen. Elke dag. Het leidde terecht tot bijzonder veel verontwaardiging. Na de media-aandacht konden de Vlaamse Regering en minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) het probleem niet langer negeren. Met veel bombarie werd aangekondigd dat ze de schrijnende situaties zouden oplossen. Maar zoals minister Peeters toegeeft aan Knack, wordt er vooral elk jaar meer geld uitgegeven.  De teller staat nu al op 137 miljoen euro, of een verdubbeling op enkele jaren. Maar het probleem wordt niet structureel aangepakt, en er loopt nog steeds verschrikkelijk veel fout.

Kijk naar Louis, hij kreeg (opnieuw dankzij de media-aandacht) een “oplossing”. Elke dag bijna 3 uur onderweg. Daar moeten hij en zijn ouders blij mee zijn. Met een maximale reistijd van 90 minuten heeft de Vlaamse regering de lat voor zichzelf onmenselijk laag gelegd. We hebben een andere aanpak nodig. Proefprojecten hebben al aangetoond dat het anders kan. Veel kinderen zouden op een centraal punt kunnen opstappen of mits wat begeleiding ook zelfstandig naar school gaan. Kinderen als Louis kunnen dan een individuele taxi krijgen, en maximaal een uur onderweg zijn, zoals Groen én het Kinderrechtencommissariaat vraagt. Maar dan heb je wel ministers nodig die beleid voeren in plaats van naar elkaar te kijken, zoals minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) en Peeters.

En ook de andere reizigers laat de Vlaamse Regering in de kou staan. Op 25 augustus kondigde De Lijn aan dat ze op 1 september busritten schrapt in vervoersregio’s Antwerpen, Gent, Kempen, Kortrijk, Limburg, Mechelen en Vlaamse Rand. We zijn vandaag 31 augustus. Een dag voordien weet nog niemand welke ritten precies wegvallen. De Lijn zegt op haar website dat reizigers bij de start van het nieuwe schooljaar op 1 september zelf zullen moeten uitzoeken of hun bus rijdt. Hallucinant.

Had De Lijn beter kunnen doen? Wellicht. Maar ze moet ook roeien met de riemen die ze heeft. De Lijn werd “hervormd” maar vooral kapot bespaard door de vorig minister van Mobiliteit, Ben Weyts. En zoals veel hervormingen van Weyts, hing ook deze met haken en ogen aan elkaar.

Deftig openbaar vervoer is echt geen rocket science

Chaos in het leerlingenvervoer en afgeschafte ritten: het is niet toevallig. De Vlaamse Regering, met rechtse partijen als N-VA, Open VLD en CD&V verwaarloost ons openbaar vervoer al jarenlang. Het is dan ook geen verrassing dat de Vlaamse minister van mobiliteit Peeters in Knack zegt dat ze zelf pas in september 2021 ontdekte hoe groot de problemen waren bij het leerlingenvervoer voor het buitengewoon onderwijs. Steeds besparen op De Lijn en pas als er media-aandacht komt, kijken naar oplossingen en extra middelen voor het leerlingenvervoer. Het toont het gebrek aan visie en beleid van de Vlaamse Regering. En dat gebrek wreekt zich. Leerlingen en werknemers weten letterlijk niet hoe ze op 1 september op school of hun werk moeten geraken.

De problemen zijn duidelijk, maar de oplossingen ook. Het volstaat naar Brussel te kijken, waar groenen mee besturen. Investeer eindelijk in De Lijn en het openbaar vervoer. Kinderen die maximaal een uur onderweg zijn naar school en duidelijkheid voor de Vlaamse reiziger: het is echt geen rocket science.

Bron: Knack

The place to be: ManiFiesta, grootste solidariteitsfeest van België

The place to be: ManiFiesta, grootste solidariteitsfeest van België

Op 9 en 10 september vindt de dertiende editie plaats van ManiFiesta. Dit grootste solidariteitsfeest van België is in veel opzichten uniek. Blikvangers dit jaar zijn o.a. Axelle Red, Metejoor, Coely, Jeremy Corbyn en Chris Small, de oprichter van de vakbond van Amazon in de VS. Om meer over deze editie te weten gingen we langs bij Mario Franssen, directeur programmatie.

Hoe is ManiFiesta ontstaan en wie zijn daar de trekkers van?

Mario Franssen: “ManiFiesta is een initiatief van Geneeskunde voor het Volk en Solidair, het maandblad van de PVDA. De eerste editie was in 2010. De bedoeling was om een groot solidariteitsfeest te organiseren waar al wie progressief is in België zijn plaats en rol kan krijgen.”

“Het is dan ook een heel participatief feest. Naast de twee initiatiefnemers nemen zo’n honderdtal organisaties deel, gaande van vakbonden en mutualiteiten tot vredesorganisaties, sportclubs en jongerenverenigingen. Zij nemen heel diverse initiatieven: debatten, tentoonstellingen, een schaaktornooi, een boekenforum, … Te veel om op te noemen.”

“Het feest gaat door op de Wellingtonrenbaan in Oostende. Daar hebben de vakbonden hun eigen plein. ACV en ABVV werken er samen en voorzien een rijk gevuld programma, met onder andere debatten. Er is een jongerenplein waar veel aan sport wordt gedaan en waar debatten plaatsvinden.”

“Ook Geneeskunde voor het volk heeft een eigen plein met heel wat activiteiten. En er is het plein van internationale solidariteit. Daar vind je de tent van Che Presente, veel andere organisaties zoals Intal, Vrede, en tal van standjes van landen uit het Zuiden.”

“Er is voor de eerste keer een cultuurtent met een heel divers aanbod: klassieke muziek, jazz, theater, stand up, boombal, … Uiteraard zijn er ook nog verschillende podia met muziekoptredens. Het is een solidariteitsfeest, maar tezelfdertijd is het ook een groot festival.”

“We hebben tenslotte ook twee mediapartners: DeWereldMorgen en de Oostendse radiozender Melinda FM die met ons samenwerken in Radio ManiFiesta.”

Zoveel activiteiten, dat vergt ongetwijfeld een gigantische organisatie?

“Zeker. Wij zijn daar met een equipe van acht mensen een heel jaar mee bezig. Daarnaast steunt het feest op zo’n 2000 vrijwilligers, waarvan er een deel doorheen ook al tijdens het jaar actief zijn.”

“In tegenstelling tot veel andere festivals is de infrastructuur bij ons voor een groot deel het werk van vrijwilligers. De opbouw bijvoorbeeld is al begonnen op 29 augustus, met tientallen vrijwilligers. Voor een feest met 300 activiteiten en 15.000 aanwezigen is dat wel nodig.”

Wie zijn de blikvangers dit jaar?

éWe hebben een aantal heel interessante internationale sprekers. Zo bijvoorbeeld Chris Smalls, oprichter en ook voorzitter van de vakbond van Amazon in de VS. Jeremy Corbyn, de voormalige voorzitter van Labour in Groot-Brittannië en zijn landgenote Allyson Pollock. Zij is experte en activiste op vlak van gezondheidszorg. Er zijn daarnaast een heel reeks sprekers uit verschillende landen van Afrika, Cuba, China, …é

“Bekende sprekers uit ons eigen land zijn Marc Leemans en Thierry Bodson, de voorzitters van de groene en rode vakbond. Topjournalist Paul Goossens komt zijn boek voorstellen. Verder zijn er bijvoorbeeld nog Milo Rau, artistiek directeur van NT Gent, zuster Jeanne Devos en Raoul Hedebouw en Peter Mertens van PVDA.”

“De toppers dit jaar op muzikaal vlak zijn Axelle Red, Metejoor en Coely. Maar er zijn ook nog veel andere pareltjes zoals de rapper Manza Abdeslam of de West-Vlaamse band Turf.”

DWM: Wat de voorbije jaren opviel is dat het feest bijzonder divers en kleurrijk is.

“Ja, voor ons is dat heel belangrijk. Mensen van over heel België, over de taalgrens heen, komen naar hier. Jong en oud en mensen met zeer diverse achtergronden. Voor elk debat is er vertaling voorzien in de twee talen. Die vertaling wordt geleverd door tientallen tolken.”

“In de debatten streven we ernaar om een gelijke man/vrouw verdeling te hebben. Dat doen we ook voor de muziekoptredens en die zin zijn we uniek in vergelijking met de grote muziekfestivals, waar het vooral de mannen zijn die op de podia staan. Daar zijn we fier op.”

“Internationale gasten die hier komen spreken vertellen ons regelmatig dat hen de grote diversiteit van ManiFiesta opvalt. Voor ons is het een doelbewuste politiek. Met die veelkleurigheid en diversiteit willen we laten zien dat als je samenwerkt je heel veel kan bereiken.”

 In vergelijking met andere festivals zijn de inkomprijzen zeer goedkoop. Is dat een bewuste politiek?

“Inderdaad. Een dagticket kost 19 euro en een weekendticket 34 euro. Voor mensen die willen steunen is er ook nog de mogelijkheid om een solidariteitsticket te kopen van 70 euro. We kunnen de prijzen ook laag houden omdat we kunnen steunen op veel vrijwilligers.”

“Dat is een bewuste politiek om zo breed mogelijk te gaan en zoveel mogelijk mensen de kans te geven om te komen. De meeste festivals zijn heel duur en daardoor niet altijd toegankelijk voor een deel van de bevolking. Wij houden daarom onze prijzen beperkt en daar krijg je een programma voor van 300 activiteiten.”

Wat is voor jou de belangrijkste reden waarom iemand naar ManiFiesta zou moeten komen?

“(lacht) Er zijn veel redenen, maar de belangrijkste is volgens mij de volgende: Je ontmoet er gelijkgezinde mensen met progressieve ideeën. Je komt er mensen tegen die goed gezind en enthousiast zijn. Je ontmoet er mensen die je mogelijk bent tegengekomen op een betoging het afgelopen jaar, als je vrijwilligerswerk hebt gedaan in Verviers of als je meewerkt aan een lokaal progressief theaterstuk.”

“Kortom, het is een echte ontmoetingsplek. Er is voor elk wat wils. Daarom is het geen festival in de klassieke zin en daarom noemen we het ook een feest van de solidariteit.”

“We steken er met de vele vrijwilligers veel energie in vooraf, maar het feest geeft je ook veel energie. We hadden net een voorbereidingsdag met 80 vrijwilligers. Die liepen er allemaal met een smile rond. Die weten dat het de komende twee weken zwaar zal worden, maar die weten ook dat ze de weken daarna met volle energie weer aan de slag zullen kunnen gaan omdat ze ManiFiesta hebben meegemaakt.”

Het programma van ManiFiesta vind je hier.

De verkoop van tickets gebeurt online (of ter plaatse aan de kassa). Je hier tickets bestellen.

DeWereldMorgen zal er ook staan met een standje. Kom gerust eens lang, of als je wil helpen, mail dan naar redactie@dewereldmorgen.be.

Bron: De Wereld Morgen

Acht vrouwen reageren op Van Quickenborne: Laat de feministen eens ‘een kat een kat noemen’

Acht vrouwen reageren op Van Quickenborne: Laat de feministen eens ‘een kat een kat noemen’

Opinie – Els Four (Furia vzw), Ida Dequeecker (BOEH!), Isa Verlaenen (Rebelle), Meron Knikman (Vrouwenraad), Sarah De Coster (Femma), Sarah Scheepers (Ella vzw), Heleen Struyven (Crisiskabinet Kinderopvang) Nina Henkens

Acht vrouwen, actief binnen diverse organisaties, reageren op de uitspraak van Vincent Van Quickenborne over thuisblijvende vrouwen. De ondertekenaars: Els Flour, bestuurslid Furia; Ida Dequeecker, kernlid BOEH!; Nina Henkens, coördinator Kif Kif vzw; Isa Verlaenen, nationaal verantwoordelijke Rebelle; Meron Knikman, voorzitter vrouwenraad; Sarah De Coster, expert gender en diversiteit Femma; Sarah Scheepers, coördinator Ella vzw; Heleen Struyven, Crisiscabinet Kinderopvang.

Als een toppoliticus de aandrang voelt om ‘een kat een kat te noemen’ kan je al vermoeden dat er een racistische oprisping volgt. Vincent Van Quickenborne (Open Vld) is hierop geen uitzondering. In een interview in Humo (en De Morgen, 14/8) toont hij in negen zinnetjes zo’n minachting voor vrouwen en het opvoeden van kinderen en spreekt hij zo stigmatiserend over vrouwen (en mannen) met migratieroots dat een feministisch antwoord niet kan uitblijven.

Kern van zijn betoog: huismoeders met een werkloosheidsuitkering moeten worden geactiveerd door een deel van hun uitkering af te nemen, en dat geldt met name voor huismoeders “van allochtone afkomst”. Het is te zeggen: aangezien de overgrote meerderheid van de huismoeders geen enkele uitkering ontvangt, wil hij de werkloosheidsuitkering van hun partners aanpakken. Huismoeders van allochtone afkomst hebben – het spreekt blijkbaar voor zich – een werkloze man. Een langdurig werkloze man zelfs, want de manier waarop Van Quickenborne wil snoeien in de uitkeringen, kan alleen bij wie langdurig werkloos is.

Om te verklaren waarom deze groep vrouwen weinig tewerkgesteld is, laat hij pro forma even het woord ‘racisme’ vallen, meteen gevolgd door het riedeltje van de ‘twee culturen’. Volgens Van Quickenborne hebben wij “hier” de “vrouw-aan-de-haard-cultuur” (jazeker, het kostwinnersmodel was/is geen beleid, maar een cultuur) al lang achter ons gelaten en wordt het hoog tijd dat vrouwen van een andere cultuur dat ook eens gaan doen. Zij vormen immers de meerderheid van de thuisblijvende moeders voor wie hun partners “een hogere werkloosheidsuitkering krijgen”, zo vervolgt hij. Het woord profiteurs valt net niet, maar goede verstaanders hoeven geen expliciete uitspraken: de suggestie is dat vrouwen met migratieroots niet willen werken én dat zij en hun echtgenoten daar nog voor worden beloond ook. Beleefd en beschaafd gebracht racisme vreet de samenleving misschien meer aan dan de grofgebekte variant.

Plaats van zorg

Om zijn verhaal te normaliseren, orakelt Van Quickenborne dat vrouwen thuis mogen blijven voor hun kinderen maar “niet op kosten van de maatschappij”. Nog los van het feit dat 92 procent van deze vrouwen geen enkel vervangingsinkomen ontvangt, zegt dit veel over zijn visie op de rol van vrouwen en de plaats van zorg in de samenleving. De minister lijkt ervan uit te gaan dat de zorg voor kinderen een vrouwenzaak is. De druk die vrouwen ervaren door de combinatie van zorg en werk is zeker niet zijn probleem. Dat die druk des te zwaarder weegt voor vrouwen die deeltijds en met onmogelijke uurroosters werken aan heel lage lonen, in allesbehalve riante werkomstandigheden, is dat al evenmin. Dat dit soort werk heel vaak weggelegd is voor vrouwen van kleur ook niet. Laat staan dat hij zou beseffen dat sociale omstandigheden de keuzes bepalen die vrouwen maken en hoe verscheurend die zijn, met name voor alleenstaande moeders.

En wat kan hem die dubbele dagtaak schelen, vermits in zijn ogen zorg voor kinderen niet alleen een pure privézaak is, maar in wezen ook geen werk. En dat lezen we net na de coronacrisis, die ons zo duidelijk heeft gemaakt dat zorgend werk (en alle reproductieve werk), te beginnen met de zorg voor kinderen maar ook de zorg voor de samenleving, het begin en het einddoel is van samenleven en niet het afromen van winsten, gegenereerd door de loonarbeid van al diegenen die “de kost moeten verdienen”.

Als Van Quickenborne zich in volle structurele crisis van de kinderopvang laat ontvallen: “laat hen in de kinderopvang werken, dan kunnen ze hun eigen kinderen meenemen”, is dat tegelijk een racistische sneer én een ontkenning van zowel de ernst van de situatie in de kinderopvang als van de complexiteit van de puzzel die gezinnen dagelijks moeten leggen.

Van een minister verwachten wij beter. Laten wij eens “een kat een kat noemen”. Feministen komen op voor het recht op werk, omdat het een zekere zelfstandigheid en een zekere graad van zelfbeschikking kan verzekeren. Maar feministen weten ook dat betaald werk in onze maatschappij zeker niet de hemel op aarde verzekert. Vaak integendeel. Weinigen kunnen zich de luxe permitteren om echt te kunnen kiezen welk werk ze aanvaarden en hoe ze de combinatie zorg/werk organiseren. Velen vinden gewoon geen betaald werk. In laatste instantie komt de gezinszorg nog steeds op de schouders van vrouwen terecht. Gratis! Vrouwen verplichten om buitenshuis te gaan werken op straffe van de vermindering van de uitkering van hun partner, betekent niet alleen vrouwen straffen voor structurele scheeftrekkingen in de samenleving maar ook de structureel seksistische, racistische en sociale ongelijkheid vergroten.

Bron: De Wereld Morgen

De Vlaamse doos van Pandora

Opinie – Steve Van Hessche .

Mensen stemmen niet op extreemrechts omdat ze het ideologisch eens zijn, maar omdat ze boos zijn. Waarom zijn mensen boos? Ze voelen zich niet gehoord en/of geholpen. Dit is geen individueel en psychlogisch probleem, maar een collectief gevoel van wantrouwen en isolatie. De oorzaak is een maatschappelijk vangnet dat enkel nog een gigant zoals INEOS kan strikken.

Een sterke publieke dienstverlening is dus geen prioriteit voor de Vlaamse Regering en dat is nog zacht uitgedrukt. Een personeelstekort op een bedje van ellenlange wachtlijsten is dé Vlaamse specialiteit van het moment. Het verbaast niet dat een peperduur culinair centrum nodig was om te kunnen excelleren in de haute cuisine van de afbraakpolitiek. Vergeef me mijn cynisme.

Het personeelstekort bij De Lijn is een van de laatste recepten die ze uit hun grote chefhoed toveren. Dagelijks rekenen mensen op het openbaar vervoer. Kinderen en jongeren moeten naar school of de opvang. Daar vinden ze met geluk een overwerkte leerkracht of begeleider in een klas of crèche. Bijkomend is de eerstelijn van jeugdwerk en jeugdhulp dermate uitgehold dat ze zelfs zonder kluitje in het riet worden gestuurd. Het toenoemend pestgedrag en de toxische groepsdynamiek bij jongeren kan toch louter de schuld van de ouders zijn. Die ouders profiteren enkel van OCMW’s en andere diensten van steden en gemeenten, waar ook al geen kat te vinden is.

Enkele politieke partijen hebben zo een antwoord om dit allemaal recht te zetten, namelijk de zondebokstrategie met een ‘sterk’ uitgekiend narratief. Anekdotiek en storytelling regeert het publiek en politiek debat. Wie zijn de hoofdrolspelers? Huismoeders met een migratie-achtergrond, leefloners van het profitariaat, vluchtelingen en andere gelukzoekers, amokmakende dak- en thuislozen en krakers, sociaal frauderende huurders met een patatten-veldje in Turkije, etc … Het zijn slechts enkele stereotiepe en stigmatiserende beelden die politici schetsen om de hete aardappel door te schuiven. Extreemrechts verwelkomt deze Vlaamse doos van Pandora met open armen en trekt die volledig open.

Bron: De Wereld Morgen