by Frans Dams | sep 2, 2023 | Onderwijs
Vorig schooljaar maakten 4.697 Vlamingen de overstap van de privésector naar het onderwijs. Dat is 10 procent meer dan in het schooljaar 2021-2022, toen 4.398 zij-instromers werden geteld. “Dit nieuwe record is een lichtpunt in de strijd tegen het lerarentekort”, reageert Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA).
Zij-instromers zijn mensen die eerst werkervaring hebben opgedaan in de privésector en pas op latere leeftijd kiezen voor een carrière in het onderwijs. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) nam de afgelopen jaren enkele maatregelen om zoveel mogelijk zij-instromers aan te trekken. Zo kunnen de meesten van hen 10 jaar anciënniteit meenemen en tot 3 uur per week dienstvrijstelling krijgen met behoud van loon om hun lerarenopleiding te volgen. De Vlaamse regering investeerde ook in aanvangsbegeleiding.
Van de 4.697 Vlamingen die vorig jaar de overstap maakten, kozen er ongeveer 3.000 voor het secundair en iets meer dan 1.000 voor het basisonderwijs. De anderen kwamen onder meer terecht in het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs.
Vooral dertigers en veertigers kiezen voor een carrière in het onderwijs. Zij maken respectievelijk 48 en 29 procent van het totale aantal zij-instromers uit. Slechts 15 procent van de zij-instromers is ouder dan 50 jaar.
Gastleerkrachten
Weyts hoopt dat volgend schooljaar nog meer zij-instromers de overstap naar het onderwijs zullen maken. Daarvoor rekent hij onder meer op gastleerkrachten. Die zullen vanaf 1 september makkelijker kunnen proeven van de job en er nadien mogelijk voor kiezen om de definitieve overstap te maken.
“Je kan op elk moment in je leven de overstap maken naar het onderwijs. Veel mensen willen na hun eerste carrière graag iets doen dat nog tastbaarder en impactvoller is. Er is geen enkel ander beroep dat zo’n grote impact heeft op het leven en de toekomst van kinderen en jongeren als dat van leerkracht. Daarnaast worden steeds meer maatregelen genomen om de job moderner en aantrekkelijker te maken”, aldus Weyts.
Bron: PAL
by Frans Dams | sep 2, 2023 | Onderwijs
Minstens de helft van de tijd die ze op de schoolbanken doorbrengen, zullen leerlingen in de lagere school aan Nederlands en wiskunde spenderen. Dat heeft de Vlaamse regering beslist. Ook komen er voor het eerst minimumdoelen voor de derde kleuterklas.
Nu de zomervakantie voorbij is, moeten niet alleen leerlingen weer aan het werk. Amper drie maanden nadat de minimumdoelen voor de tweede en derde graad secundair onderwijs afgeklopt zijn, schuiven experts, leerkrachten en de onderwijskoepels vanaf september opnieuw samen aan tafel. Ditmaal om te bepalen wat leerlingen moeten kennen en kunnen aan het einde van de eerste graad secundair onderwijs, alsook om de hele oefening voor het basisonderwijs te herhalen. Vooral dat laatste belooft een heus karwei te worden, want de huidige eindtermen dateren nog van 1997.
Opvallend: voor het eerst ligt op voorhand vast hoeveel aandacht er in de minimumdoelen naar bepaalde vaardigheden moet gaan. Minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) sprak met de onderwijsverstrekkers af om in het basisonderwijs minstens de helft van de lestijd te besteden aan Nederlands en wiskunde. De Vlaamse regering keurde dat akkoord goed op de laatste ministerraad voor het zomerreces.
“Om de onderwijskwaliteit op te krikken, moeten we ingrijpen aan de basis: in het basisonderwijs”, aldus Weyts. “Inhoudelijk ligt de focus op Nederlands en wiskunde, want dit zijn de basisvaardigheden – de vakken die alle andere vakken mogelijk maken.”
Sommige experts vragen al een tijd meer aandacht voor basisvaardigheden en kennis in de klas. Die moeten helpen de neergang van Vlaamse leerlingen in internationaal vergelijkend onderzoek te counteren. “Maar ik vraag me af of meer tijd – als dat al het geval is – echt de oplossing is”, zegt professor wiskunde Ann Dooms (VUB). “Veel zal ervan afhangen of die extra tijd op een didactisch kwaliteitsvolle manier wordt ingevuld. Het handboekmateriaal dat men nu gebruikt, is bijvoorbeeld vaak niet van goede kwaliteit.”
De vraag is ook ten koste van welke andere vakken dit zal gaan. Minister Weyts zegt in een interview in deze krant dat het niet zijn bedoeling is om vakken als wereldoriëntatie of geschiedenis uit het lessenrooster te weren. Wel wil hij ze “taliger” maken, door bijvoorbeeld ook bij een aardrijkskundige tekst aandacht te hebben voor begrijpend lezen. Maar hoe dit precies vorm zal krijgen, ligt in handen van de experts die de minimumdoelen ontwikkelen. De timing is in ieder geval ambitieus. Tegen september 2025 zouden de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs ingang moeten vinden.
Tegelijk komen er ook in het kleuteronderwijs voor het eerst minimumdoelen voor Nederlands. Die moeten kinderen tegen het einde van de derde kleuterklas behalen. “De ambitie om weer kennis te stimuleren in de kleuterklas, vind ik heel positief”, zegt expert kleuteronderwijs Hilde Rabaut. “Maar ik denk niet dat dat lukt door eindtermen op te leggen. Als we eens met zijn allen weer duidelijk zouden zeggen wat werkt in de kleuterklas en op die manier les zouden geven, bereiken we volgens mij meer.”
Bron: De Morgen
by Frans Dams | sep 2, 2023 | Onderwijs
Stelt u zich voor: een leerkracht, op drie verschillende scholen werkzaam, verstrikt in de complexiteit van de lessentabelpuzzels. Dit leidt tot een paradox: er is voldoende werk voor mijn vakgebied, maar ik kan niet genoeg uren krijgen. Dus, wat deed ik? Ik stapte over naar het jeugdwerk. Ironisch genoeg verdiende ik daar meer door extra legale voordelen zoals maaltijdcheques en thuiswerkpremies. En nog interessanter, ik gaf workshops in scholen terwijl de reguliere leerkracht aanwezig moest zijn. Mijn klasmanagementproblemen? Die waren er niet. Mijn ervaring in het onderwijs is nu niet meer dan een frustrerende herinnering, een bittere pil die me herinnert aan de onrechtvaardigheden van het systeem.
Collega’s zoals Martine, een toegewijde wiskundeleraar, en Pieter, een leraar geschiedenis, deelden vergelijkbare frustraties. Martine bleef vaak tot laat op school, niet vanwege haar passie voor lesgeven, maar om door de stapel administratief werk op haar bureau te werken. Pieter, aan de andere kant, had moeite om zijn enthousiasme voor geschiedenis over te brengen vanwege te grote klassen en beperkte middelen.
De hervormingszucht van de overheid, vaak abrupt en zonder voldoende overleg, heeft het beroep verder bemoeilijkt. Denk aan de toegenomen zorgnoden van leerlingen, constante betwistingen van beslissingen door ouders, en de afnemende waardering van de maatschappij voor leraren. Het contrast wordt nog duidelijker wanneer je bedenkt dat zelfs Vlaamse ambtenaren met een bachelor extra legale voordelen genieten.
Met het groeiende aantal vacatures op de VDAB en de vele uitdagingen waarmee het onderwijs wordt geconfronteerd, is het geen verrassing dat veel leraren kiezen voor een carrièreswitch. Als we deze trend willen keren, is drastische actie nodig. Een staking op 1 september zou een krachtig signaal zijn aan de samenleving over de diepe problemen in het onderwijs en de dringende behoefte aan verandering.
Terwijl de wereld zich aanpast aan de nieuwe normen die door COVID-19 zijn geïntroduceerd, moeten we het onderwijs heroverwegen. Het is hoog tijd dat we onze leerkrachten de waardering en voorwaarden bieden die ze verdienen. Een staking in september is niet alleen gerechtvaardigd; het is noodzakelijk.
Ben Weyts, de minister van Vlaams onderwijs, heeft al een aantal veranderingen geprobeerd door te voeren. Hoewel zijn inspanningen werden erkend, blijft de verwachte significante impact of “mic drop” uit. Het is duidelijk dat er meer nodig is dan alleen beleidswijzigingen om de diepgewortelde problemen in het onderwijssysteem aan te pakken.
Leerkrachten zijn in veel opzichten ongewaardeerde superhelden. Dag in, dag uit staan ze voor de klas, inspireren ze jonge geesten en dragen ze bij aan de vorming van de volgende generatie. Ze doen dit vaak onder moeilijke omstandigheden, met beperkte middelen en onder waardering.
Daarom is het essentieel dat wanneer leerkrachten hun stem laten horen, ze niet worden overschaduwd. Ze moeten apart staken, zodat hun specifieke eisen en zorgen niet verloren gaan binnen een algemene staking. Alleen dan kan de samenleving de diepte van hun problemen volledig begrijpen en de noodzakelijke veranderingen doorvoeren.
Bron: De Wereld Morgen
by Frans Dams | sep 2, 2023 | Onderwijs
Het is weer zover: 1 september. Met kriebels in de buik worden nu boekentassen gemaakt, zijn schriften met zorg gekaft en boterhamdozen keurig klaargezet voor die eerste ochtendrush. Dit is de eerste schooldag in cijfers.
Sommige leerlingen starten meteen met een dagje vakantie, want omdat 1 september op een vrijdag valt, zijn er scholen die op hun eerste schooldag al een pedagogische studiedag plannen. Maar voor de meeste kleuters, kinderen en tieners is het wél meteen voor echt.
In het middelbaar telt het ASO nog steeds de grootste groep leerlingen, al zijn dat er wel minder dan in de voorbije jaren. De omgekeerde beweging zien we in het technisch en beroepsonderwijs. De eerste graad, waar de opdeling ASO, TSO, BSO en KSO nog niet wordt gemaakt, telt 152.000 scholieren. In OKAN, het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers, waren vorig jaar 8.000 leerlingen ingeschreven.
Tal van scholen zijn ondertussen nog op zoek naar leerkrachten. Momenteel staan 3.137 vacatures open. Dat zijn er 20 procent meer dan vorig jaar en zo een absoluut record. In het technisch en beroepsonderwijs zijn er zelfs scholen met wachtlijsten. Niet omdat er te veel nieuwe leerlingen zijn, wél omdat er onvoldoende leerkrachten zijn. Minister Ben Weyts (N-VA) probeert ondertussen te roeien met de riemen die er zijn. Zo introduceert hij dit jaar gastleraren, mensen die in de privésector werken en enkele uren per week willen lesgeven. Zo zou een ingenieur wiskunde kunnen geven, bijvoorbeeld.
Ook nieuw dit jaar zijn de Vlaamse toetsen. Alle leerlingen in het vierde leerjaar zullen in mei dezelfde toets Nederlands en wiskunde krijgen. In het tweede middelbaar gebeurt hetzelfde, zodat scholen op die manier kunnen zien hoe hun leerlingen het doen ten opzichte van andere scholen. Dit alles moet het niveau van het onderwijs broodnodig omhoog krikken.
Bron: HLN
by Frans Dams | sep 2, 2023 | Onderwijs
1,2 miljoen leerlingen en 208.000 leraren en directeurs trekken in Vlaanderen vandaag voor het eerst weer naar school. Zoals elk schooljaar zijn er ook dit keer heel wat nieuwigheden. Wat verandert er voor leerlingen, leerkrachten en scholen?
1september: de dag dat heel wat leerlingen, leerkrachten en directeurs met een spannend gevoel naar school terugkeren. In Vlaanderen kruipen 1,2 miljoen leerlingen opnieuw achter de schoolbanken in het kleuter-, basis- en secundair onderwijs. Ook 208.000 leraren en directeurs vinden hun weg terug naar de schoolpoort. 1 september gaat bovendien traditioneel gepaard met heel wat veranderingen. VRT NWS somt de belangrijkste op.
Wat verandert er voor leerlingen?
Voor het eerst dit schooljaar worden er centrale Vlaamse toetsen georganiseerd. Leerlingen uit het vierde leerjaar van de lagere school en het tweede jaar secundair zullen een digitale toets Nederlands en wiskunde moeten afleggen. Op het einde van het schooljaar kunnen leerkrachten aan de hand van de resultaten afleiden of de leerlingen de minimumdoelen voor die twee vakken halen.
De modernisering van het secundair onderwijs wordt voortgezet. Na eerdere veranderingen in de eerste en tweede graad, komen er nu ook nieuwe minimumdoelen voor de derde graad en het studieaanbod wordt herbekeken. Zo kunnen leerlingen met een passie voor talen kiezen voor de nieuwe richtingen “Moderne talen” of “Taal en communicatie”.
Middelbare scholen krijgen een kader om interactief afstandsonderwijs te organiseren.Scholen mogen een deel van hun aanbod via de laptop thuis aanbieden. Voor de eerste graad gaat dit om maximaal 20 procent van de tijd, voor de tweede graad is dat 30 procent en de derde graad mag 40 procent van zijn aanbod via afstandsonderwijs aanbieden. Daar horen wel de nodige voorwaarden bij. Zo moeten kwetsbare kinderen altijd de mogelijkheid krijgen om onderwijs op school te volgen.
Alle leerlingen in de derde graad technisch secundair onderwijs, het beroepssecundair onderwijs en alle zevende leerjaren gericht op de arbeidsmarkt gaan per schooljaar 18 halve dagen op stage. Scholen die de stages niet kunnen aanbieden, zetten maximaal in op observatieactiviteiten.
Wat verandert er voor leerkrachten?
Leerkrachten met 10 jaar ervaring in het basis- of secundair onderwijs kunnen aangesteld worden als leraar-specialist voor drie schooljaren. Op die manier wordt er meer perspectief geboden aan leerkrachten die al langer in functie zijn. Ze worden gestimuleerd om verder te specialiseren en krijgen daar een tijdelijke loonsverhoging voor.
Gastleraren met specifieke expertise uit de bedrijfswereld kunnen worden ingezet in het middelbare onderwijs om zo het lerarentekort tegen te gaan. Werknemers die minstens drie jaar werken binnen een bedrijf, kunnen een dienstverleningsovereenkomst afsluiten met een school. Ze blijven wel in dienst van hun werkgever en bouwen dus geen rechten binnen het onderwijs op.
Leerkrachten die beslissingen nemen tijdens de klassenraad, genieten van een “vermoeden van deskundigheid”. Wanneer een leerling of ouder een beslissing van de klassenraad betwist, zal die leerling of ouder zelf moeten bewijzen dat er onwettig werd gehandeld, omdat er vanuit gegaan wordt dat de leerkrachten correct oordelen vanuit hun expertise en ervaring.
Wanneer een leerkracht een inbreuk op de regelgeving, gemaakt door de school, wil aanklagen, wordt ze beschermd tegen bedreigingen of vergelding. Als klokkenluider word je beschermd wanneer je inbreuken meldt via een intern kanaal van de school, de Vlaamse ombudsdienst of regeringscommissarissen.
Wat verandert er voor scholen?
Het CLB (Centrum voor leerlingenbegeleiding) krijgt nieuwe kerntaken. Zo moeten ze meer aanwezig zijn in scholen, het psychosociaal functioneren van leerlingen verhogen en bestaande preventieve projecten laten voortzetten. Ze zullen niet langer verplichte adviezen formuleren over de schoolloopbaan van leerlingen en zullen niet langer meer instaan voor de revalidatie tijdens de lesuren.
Scholen in het basisonderwijs kunnen medewerkers aanstellen als adjunct-directeur.Die persoon kan een eerste evaluator zijn en functioneringsgesprekken afnemen, zodat de druk op de directeur verlaagd wordt.
Dankzij het leersteundecreet zijn er 47 leersteuncentra ingevoerd om het onderwijs te ondersteunen. Zowel het gewoon als het buitengewoon onderwijs krijgt extra middelen om leerlingen te helpen bij specifieke behoeften als leerlingbegeleiding en zorg. Om dat te verwezenlijken krijgen meer dan 3.000 ondersteuners een vast ambt en statuut.
Bron: VRTnws