Belgische inflatie op 4,14 procent

Na enkele maanden van daling, is de Belgische inflatie in juli gestabiliseerd op 4,14 procent. Het verschil met het inflatiecijfer van juni (4,15 procent) is minimaal,  blijkt vrijdag uit cijfers van Statbel, het Belgische statistiekbureau.

In oktober vorig jaar piekte de inflatie nog op 12,27 procent. Sindsdien vindt een duidelijk dalende trend plaats, met enkel in maart nog een beperkte stijging van de levensduurte.

Deze maand werden de belangrijkste prijsstijgingen opgetekend voor elektriciteit, aardgas, groenten, brandverzekeringen en vis en zeevruchten. In deze vakantiemaand werden ook vliegtuigtickets, hotelkamers, pakketreizen in België en de restaurants en cafés duurder. Alcoholische dranken en vloeibare brandstoffen daalden dan weer in prijs.

Op jaarbasis blijft wel sprake van een forse stijging van de voedingsprijzen. De inflatie voor voeding (inclusief alcoholische dranken) komt in juli nog altijd uit op 13,23 procent (14,43 procent in juni). Op het vlak van energie is er een negatieve inflatie van -24,11 procent, (-25,82 procent vorige maand). De terugval van de inflatie de afgelopen maanden kan dan ook vooral worden toegeschreven aan de daling van de energieprijzen.

De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedroeg in juli 7,88 procent, tegenover 8,14 procent in juni.  Bron: Knack

Wat verandert er op 1 augustus 2023?

Wat verandert er op 1 augustus 2023?

Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz.

Hierbij een kort overzicht.

•             Nieuw parkeerbeleid in Antwerpen gaat van start

Het nieuwe parkeerbeleid in Antwerpen treedt op 1 augustus in werking. De belangrijkste wijziging is dat bezoekers nog nauwelijks op straat zullen kunnen parkeren in de binnenstad, grosso modo tussen de Leien en Scheldekaaien. Die zone wordt grotendeels voorbehouden voor bewoners en vergunninghouders.

Het doel van het nieuwe beleid is om bijvoorbeeld toeristen in de richting van de parkeergebouwen en ondergrondse parkeergarages te sturen. Dat moet er volgens het stadsbestuur voor zorgen dat het hart van de stad leefbaarder wordt, en dat er minder bezoekers blijven rondrijden op zoek naar een parkeerplaats.

De traditionele automaten waar je kan betalen voor een parkeerplaats zullen verdwijnen, en ook op parkeerapps zal je je wagen niet meer als bezoeker kunnen registreren. Er zijn wel uitzonderingen voor zorgverleners, ondernemers en personen met een handicap. Bewoners zullen een ‘bezoekerspas’ kunnen aanvragen.

•             Meer brillenglazen komen in aanmerking voor terugbetaling

Vanaf 1 augustus komen meer brillenglazen in aanmerking voor terugbetaling door de ziekteverzekering. Op jaarbasis zal het Riziv zo voor ruim tienduizend meer mensen brilglazen kunnen terugbetalen. De brilsterkte die voor een betere tussenkomst in aanmerking komt, wordt naar 7,00 verlaagd.

“Wie een bril nodig heeft, moet die ook kunnen betalen”, vindt minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit). “We verlaagden de drempel voor terugbetaling al een eerste keer in 2021. Nu doen we dat opnieuw. Ook volgend jaar moet de drempel verder naar beneden. Een goed zicht moet evident zijn voor iedereen.”

De dioptriedrempel voor terugbetaling werd eind 2021 al verlaagd naar 7,75 voor de leeftijdsgroep 18-65. Vanaf 1 augustus ligt de drempel op 7,00.

Voor kinderen jonger dan 18 worden brillenglazen al terugbetaald vanaf 0,00 dioptrie. Voor 65-plussers kunnen multifocale brillenglazen al worden terugbetaald vanaf een dioptrie van 4,25.

Enkel erkende opticiens kunnen de brillenglazen voorschrijven en afleveren. Het gaat om een volledige terugbetaling voor mensen zonder voorkeursregeling bij een geconventioneerde opticien en voor mensen met voorkeursregeling bij een (geconventioneerde of niet geconventioneerde) opticien. De terugbetaling zonder voorkeursregeling bij een niet-geconventioneerde opticien is 75 procent.

•             BNP Paribas Fortis, KBC, ING en Beobank verhogen spaarrente

Grootbanken BNP Paribas Fortis, KBC en ING verhogen op 1 augustus de rente op spaarrekeningen. Ook bij het kleinere Beobank is er een verhoging van de spaarrente.

Bij Fortis gaat de basisrente van de gewone spaarrekening omhoog van 0,15 naar 0,25 procent, en de getrouwheidspremie stijgt van 0,10 naar 0,25 procent. Op de spaarrekening Plus van Fortis is de stijging van de rente iets sterker: de basisrente blijft op 0,50 procent liggen, maar de getrouwheidspremie gaat omhoog naar 1 procent. Die spaarrekening is beperkt tot maximaal 100.000 euro. Ook Fortis-dochters Fintro en Hello bank! bieden die spaarrekening Plus aan.

KBC biedt de klanten vanaf augustus op gewone spaarboekjes een basisrente en een getrouwheidspremie aan van telkens 0,45 procent. De totale rente gaat zo van 0,60 procent naar 0,90 procent. Start2Save-rekeningen brengen meer op (1,50 procent), maar klanten kunnen er maximaal 500 euro per maand op storten.

In de loop van juli kondigde ook ING als laatste van de grootbanken een renteverhoging aan. De basisrente op de ING Spaarrekening stijgt van 0,35 procent naar 0,45 procent. De getrouwheidspremie stijgt naar 1,05 procent.

Bij ING Tempo Sparen (maximaal 500 euro per maand) gaat de rente fors de hoogte in: de basisrente stijgt van 0,70 procent naar 0,75 procent en de getrouwheidspremie naar 1,50 procent. Samen is dat 2,25 procent.

ING-klanten die nog een oude spaarrekening hebben bij ING blijven achter met een lagere vergoeding. De basisrente stijgt van 0,40 naar 0,55 procent en de getrouwheidspremie naar 0,15 procent.

Bij Beobank, tot slot, gaat de basisrentevoet op de klassieke spaarrekening van 0,30 procent naar 0,45 procent. De getrouwheidspremie op die rekening springt naar 0,45 procent.

De banken staan onder druk om hun rentes te verhogen. Een hele resem banken heeft de afgelopen tijd renteverhogingen doorgevoerd. Enkele kleinere banken bieden intussen meer dan 2 procent rente op spaarrekeningen zonder extra voorwaarden.

•             Zwitsers wegenvignet kan online aangekocht worden

En nog een tip voor wie deze zomer nog op vakantie trekt naar Zwitserland: het wegenvignet voor dat land kunt u vanaf 1 augustus ook online aankopen. Het vignet is niet gekoppeld aan een voertuig, maar aan de nummerplaat. “Die oplossing is voordelig voor wie rondrijdt met verwisselbare nummerplaten en voor wie in de loop van het jaar een nieuwe auto koopt”, laat de Zwitserse regering weten. Ook buitenlandse auto’s die de Zwitserse snelwegen gebruiken, moeten over zo’n vignet beschikken.

Via vignetteswitzerland.com kunnen automobilisten het nieuwe e-vignet aankopen. Net zoals het traditionele vignet, dat achteraan de voorruit wordt gekleefd, zal ook het e-vignet 40 Zwitserse frank (ongeveer 42,5 euro) kosten.

Het vignet is 14 maanden geldig, van 1 december van het voorgaande jaar tot eind januari van het jaar erop.

Het traditionele en het elektronische vignet zullen in eerste instantie naast elkaar gebruikt kunnen worden. De Zwitserse regering is van plan de vignettensticker af te schaffen zodra die minder dan 10 procent uitmaakt van alle verkochte vignetten.  Bron:  GVA

Inflatie in juli blijft nagenoeg stabiel op 4,14 procent: voedingsprijzen blijven boosdoener

Inflatie in juli blijft nagenoeg stabiel op 4,14 procent: voedingsprijzen blijven boosdoener

De levensduurte in ons land is juli nog nauwelijks gedaald. Het Belgische inflatiecijfer klokt nu af op 4,14 procent. De voedingsprijzen stijgen nog altijd fors, maar de snelheid van die stijging neemt wel gestaag af.

De Belgische inflatie – de algemene stijging van het prijspeil – is in juli nagenoeg stabiel gebleven. Dat blijkt uit cijfers van Statbel, de statistische dienst van de federale overheid. Waar de prijzen in juni met 4,15 procent gestegen waren tegenover vorig jaar, is dat deze maand 4,14 procent. De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijzen van energie en onbewerkte voedingsmiddelen, daalt wel iets forser.

De grootste aanjager van de inflatie is al enkele maanden de voeding. Deze maand zijn de prijzen daar met 13,23 procent gestegen, vergeleken met juli vorig jaar. Wel neemt de snelheid van die stijging de laatste maanden, traag maar gestaag, af.

Vooral de inflatie van oliën, vis, zuivelproducten, brood en granen en vlees is in het afgelopen jaar sterk gestegen. Zo zijn de prijzen voor oliën met 14,8 procent gestegen. Voor vis is de inflatie nu 12,1 procent, voor zuivel 17,8 procent en voor brood en granen 14,2 procent. Vlees is tegenover juli vorig jaar 10,5 procent duurder geworden.

Het goede nieuws zit nog altijd bij energie. De energieprijzen zijn een vierde (24,11 procent) goedkoper dan een jaar geleden. Elektriciteit is 27,1 procent goedkoper, aardgas zelfs 62,4 procent. In vergelijking met vorige maand stegen de aardgas- en elektriciteitsprijzen wel, maar in beide gevallen is dat het gevolg van het einde van de verlenging van het sociale tarief en van de verhoging van de accijnzen.

‘België is op? Wel integendeel’

‘Hebben de staatshervormingen tot een beter beleid geleid?’, vraagt Emmanuel van Innis zich af. ‘Een nieuwe staatshervorming moet dan ook als doel hebben ons land efficiënter en kostenbesparend te maken.’

‘België is op.’ Dagelijks worden we met die slogan geconfronteerd op sociale media. De propagandisten van die mantra juichen dit eerder toe alsof ons land, België, een waardeloos misbaksel is zonder verleden noch toekomst dat zo snel mogelijk in de vergeetput van de geschiedenis moet. De verketters geven geen positieve voorstellen om ons land beter te doen werken, behalve het separatisme of het mysterieuze confederalisme – wat op hetzelfde neerkomt, met zachtere woorden naar hetzelfde einddoel.

De bedoeling is niet om alles goed te praten en om de werking van alle regeringen van dit land te bewieroken, maar laat ons eerlijk zijn: het rapport van de regionale regeringen is zeker niet beter dan die van de federale regering. Maar één zaak is de werking of de resultaten van een regering te bekritiseren, iets anders is het om het kind met het badwater weg te smijten.

De vorige staatshervormingen kwamen erop neer bevoegdheden en financiële middelen over te hevelen van het nationaal niveau naar de nieuwe gewesten en gemeenschappen. Na zes staatshervormingen zou men zich tot de twee volgende vragen moeten stellen:

Heeft dit alles tot een beter beleid geleid? En welk kosteneffect of besparend effect heeft deze merkwaardige decentralisatie teweeggebracht?

Het antwoord is zeker niet evident en het valt te noteren dat noch het Rekenhof noch de Nationale Bank zich gewaagd hebben aan dusdanige studies, wat toch de moeite waard zou geweest zijn, eenvoudigweg om de burger te informeren. Diezelfde burger die nooit geraadpleegd werd over deze staatshervormingen.

Ter attentie van de mensen die het Zwitsers model promoten (dat misschien wel als model kan gelden): iedere wijziging van de Zwitserse Grondwet vereist een dubbele meerderheid: van alle burgers die per referendum worden geraadpleegd, en van de 26 cantons of deelstaten die Zwitserland rijk is.

België breekt alle records qua aantal regeringen, parlementen, aantal publieke mandatarissen en noem maar op. De bevoegdheidsversnippering en splitsingobsessie gaat gepaard met een steeds stijgend overheidsbeslag. Hoe zou het anders kunnen?

We evolueren meer en meer van een parlementaire democratie naar een geldverslindende particratie met nationale partijen noch federale kieskring, waardoor elke partij zich slechts moet verantwoorden tot een deel van de bevolking. En dan verwonderd zijn dat het federaal niveau het bijzonder moeilijk heeft om iedereen te bevredigen. Eigenaardig genoeg moeten wij vaststellen dat die particratie ook de regionale regeringen besmet.

200 jaar België

Een nieuwe staatshervorming moet dan ook als doel hebben ons land efficiënter en kostenbesparend te maken, en de gebreken van de zes voorgaande staatshervormingen te corrigeren, niet het verder ontmantelen van de federatie en het versnipperen van bevoegdheden.

Is België nu werkelijk ‘op’? De laatste jaren zijn heel moeilijk geweest voor vele landen. De pandemie, de inflatie, de energiecrisis, de dreigende recessie, de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de nieuwe migratiestromen zijn uiteraard zorgwekkend en brengen enorme kosten met zich mee. Wel, het kleine België is zeker niet de laatste in de klas en ziet er voorlopig beter uit dat wat we hadden kunnen vrezen en zelfs beter dan wat we in vele andere landen kunnen constateren. Onze koopkracht is verbeterd en onze economische groei is beter dan verwacht.

Het hoofd bieden aan al deze crisissen is nochtans voor het grootste deel federale bevoegdheid. Merkwaardig voor een land dat niet werkt.

We stellen vast dat ons land successen boekt en er ook een wil bestaat om samen te werken en om de meerwaarde van België duidelijk te maken. Een overzicht.

  • De samenwerking tussen VDAB, Forem en Actiris bestaat, alsook de wil om gezamenlijk de activering van werklozen te bevorderen,
  • idem qua mobiliteit waar NMBS, MIVB , de LIJN en TEC samenwerken om de mobiliteit in en rond Brussel te bevorderen,
  • economische successen zoals IMEC in Vlaams Brabant en ODOO in Waals Brabant,
  • de ambitie om van België een wereldspeler te maken op gebied van energietransitie,
  • het aantal successtories van startups en bedrijven overal in het land (ook in Wallonië) met internationale uitstraling,
  • de competentie, meertaligheid, expertise en gastvrijheid van de Belgen overal ter wereld,
  • de samenwerking van universiteiten op gebied van research and development,
  • om maar te zwijgen over de kunstwereld , de sport, de gastronomie, enzovoort, waar het merk Belgium de grootste waarde heeft,
  • en ook de wil en de wens van de overgrote meerderheid der Belgen om samen te blijven en beter samen te werken.

Wij vieren weldra 200 jaar België. Wij mogen absoluut fier zijn over dit verleden. België, dit klein en arm land bij zijn geboorte, is uitgegroeid tot een van de rijkste landen ter wereld, een bakermat van cultuur, innovatie, gezondheidszorg, sociale vooruitgang en zelfs sport. België weerstond twee wereldoorlogen en stond aan de oorsprong van Europa en tal van internationale instanties. Wij scoren opmerkelijk veel beter dan onze geografische grootte en ons bevolkingsaantal. Niet mis voor een land dat zogezegd ‘op’ is.

Bron: Knack

‘Na de Oost-Vlaamse ophef: provinciale plannen beperken ruimte voor wonen en voorzien geen alternatieven’

‘De miljarden die we volgens de provinciale beleidsplannen moeten uitgeven om beperkingen op wonen op te leggen, kunnen beter rechtstreeks in de klimaatuitdaging worden geïnvesteerd’, schrijft Marc Dillen van Embuild Vlaanderen.

Als we de provinciale beleidsplannen ruimte realiseren zoals die nu voorliggen, dan wordt het bijna onmogelijk om nog nieuwe huizen te realiseren buiten de grotere kernen en steden. De provincie Oost-Vlaanderen kondigde op 20 juli aan haar beleidsplanin te trekken. Maar de provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant gaan onverstoord verder met hun beleidsplan. Nochtans gaat het om dezelfde elementen die in Oost-Vlaanderen zoveel ophef hebben veroorzaakt.

In alle Vlaamse provincies stellen de beleidsplannen ruimte dat de bijkomende bebouwing buiten de grotere kernen en steden sterk afgeremd moet worden. Telkens schuiven die plannen concrete doelstellingen en maatregelen naar voren. Maar wat ontbreekt is een even concrete doelstelling om in stedelijke centra en kernen voldoende en valabele alternatieven te voorzien voor de vele extra huishoudens in de komende jaren. 

Want het is cruciaal dat het realiseren van kwaliteitsvolle verdichting voorafgaat aan het beperken van de voorziene ruimte voor wonen elders. Bovendien voorspelt Statistiek Vlaanderen dat het aantal huishoudens zal toenemen met bijna 330.000 huishoudens tussen 2020 en 2040.

Eigenaars vergoeden

Slechts in een beperkt aantal kernen zal extra mogen verdicht worden. Deze steden en gemeenten krijgen de buitenproportionele taak om de toename van 330.000 huishoudens op te vangen. Het is allesbehalve duidelijk of deze steden en gemeenten klaar zijn voor deze opdracht, of zelfs maar bereid zijn hieraan mee te werken.

Een verdichting op dergelijke schaal kan enkel goed verlopen indien de gemeente een toereikende langetermijnsinvesteringstrategie hanteert. Zo vergt kwaliteitsvolle verdichting extra investeringen in de publieke ruimte, mobiliteit, nutsvoorzieningen, waterbeheersing, tegengaan van het hitte-eilandeffect enzovoort.

De provinciale beleidsplannen voorzien geen bijkomende middelen om gemeenten te helpen verdichten. Bovendien moeten gemeenten eigenaars vergoeden voor waardeverlies in het geval zij hun bouwgrond omzetten naar een zachte bestemming zoals landbouw of natuur. Gemeenten worden hierin slechts deels ondersteund door de Vlaamse overheid en krijgen bijgevolg een dubbele rekening gepresenteerd om de provinciale beleidsplannen te realiseren.

Netto klimaatimpact niet positief

De provinciale beleidsplannen worden vaak voorgesteld als noodzakelijk om de klimaatdoelstellingen te halen. Het omgekeerde is echter waar. De beleidsplannen maken wonen onnodig duur waardoor de gezinnen niet meer over de middelen zullen beschikken om nog energetisch te renoveren. Meer nog, het creëert onnodige onzekerheid bij de huidige eigenaars over de toekomstige waarde van hun woning. Dat zet een extra rem op de hoogdringende en noodzakelijke renovatie van energieverslindende woningen.

Het overgrote deel van de woningen die er zullen staan in 2040, zijn er vandaag al. De bestaande lintbebouwing en verspreide bebouwing blijven ongewijzigd. De miljarden die we volgens de provinciale beleidsplannen moeten uitgeven om beperkingen op wonen op te leggen, kunnen beter rechtstreeks in de klimaatuitdaging worden geïnvesteerd zoals in een versnelde renovatie van het gebouwenpark of in de vergroening van mobiliteit.

Enkel als we beleidsplannen maken die woningeigenaars verzekeren dat zij de waarde van hun eigendom kunnen verhogen, zullen zij bereid zijn mee te investeren in hoogdringende energierenovaties, een betere waterhuishouding, meer biodiversiteit op percelen en veel meer.

Bron: Knack