Tegen de klassenoorlog van Macron en Borne

actieplan om iedereen te mobiliseren!

De bevolking van onderaf organiseren en mobiliseren achter de syndicale bastions

Op 1 mei is er de 13de actiedag van stakingen en betogingen tegen Macron en zijn pensioenhervorming. Wordt het opnieuw een historische actiedag die een mensenzee op de been brengt? Dat is goed mogelijk. Elke peiling bevestigt het verzet tegen de aanval op de pensioenen en de steun aan de protestbeweging. Om te winnen, is een eenvoudige opeenvolging van los met elkaar verbonden betogingen en krachtmetingen – de strategie van de zogenaamde ‘sprongsgewijze’ mobilisaties – onvoldoende. 

dossier door Nicolas Croes uit maandblad De Linkse Socialist

De monumentale beweging zet druk op de regering en de president. Een anoniem regeringslid zei hierover in de Journal du Dimanche van 8 april: “Er is te veel onrust in onze reactie. We moeten andere kwesties in de aandacht brengen, zoals migratie of iets anders. Anders zullen we er nooit in slagen om de pensioenen aan te pakken.” En dat is natuurlijk wat de prioriteit van de president is tussen nu en 14 juli, de nationale feestdag. Op de presidentiële agenda staan “krachtige aankondigingen” tegen delinquentie en “alle sociale en fiscale fraude.” De president belooft “de controle op illegale migratie te versterken.” Minister van Economie en Financiën Bruno Le Maire verklaarde: “Onze landgenoten hebben genoeg van fraude. Ze hebben er genoeg van om te zien dat mensen zomaar steun krijgen en dat geld opsturen naar Noord-Afrika of elders, terwijl ze er geen recht op hebben.” 

De strijd stoppen is echt geen optie. We moeten Macron, zijn regering en het volledige asociale beleid van tafel vegen. 

Grootste sociale beweging sinds mei ‘68

Vaak wordt gezegd dat mensen niet bereid zijn om voor verandering op te komen. Dat argument wordt in Frankrijk weerlegd. En hoe! Tijdens de eerste twaalf actiedagen met betogingen en stakingen was er protest in meer dan 300 steden en gemeenten, in sommige ervan kon men zich niet herinneren van wanneer dit geleden was. Het record van het aantal betogers in de moderne geschiedenis werd niet één, maar twee keer gebroken. Op  7 maart en 23 maart waren er telkens 3,5 miljoen betogers! De situatie zat sinds 1995 en mei ‘68 “nooit zo volledig vast op sociaal en politiek vlak,” aldus Guy Groux, een specialist inzake sociale conflicten.

De steun voor de strijd wordt zelfs nog groter. In januari genoot het protest de steun van 59% van de bevolking, dit steeg tot 66% en vervolgens 72%. Met elke poging van de regering om de maatregel pedagogisch uit te leggen, wint de beweging aan populariteit. De gevestigde media benadrukten de ‘overlast’ van de stakingen en blokkades, maar het gewenste effect bleef uit. Een peiling van Le Point gaf op 19 maart aan dat 74% van de Fransen voorstander was van een parlementaire motie van wantrouwen om de regering ten val te brengen. Toen het gemeenschappelijk vakbondsfront sprak over het “blokkeren van het land”, vond 67% dat dit een terecht en goed voorstel was. Een week na het gebruik van artikel 49.3 van de grondwet (waarmee het parlement buitenspel gezet werd) was 62% van de Fransen van mening dat de beweging verder moest worden versterkt. Dit geeft meteen aan dat er potentieel is voor nog veel groter protest dan de reeds gemobiliseerde 3,5 miljoen betogers.  

Geen vertrouwen in institutionele ‘oplossingen’

In feite is er een beweging met verschillende snelheden, met enerzijds de arbeidersbastions die van 7 maart tot de tweede helft van april voortdurend of met tussenpozen staakten, en anderzijds sectoren die enkel gemobiliseerd werden tijdens de actiedagen van het gemeenschappelijk vakbondsfront. Verder zijn er werkplaatsen en lagen van de samenleving die het protest steunen, maar zelf nog niet gemobiliseerd zijn omdat ze aarzelen of omdat ze geen kans zien door de afwezigheid van vakbonden in hun omgeving. Kortom, er is een groot potentieel dat nog niet aangesneden is. 

De impasse van “sprongsgewijze mobilisaties” wordt vandaag vrij algemeen aanvaard. De belangrijkste voorstanders van deze strategie, die gericht is op het respecteren van de instellingen van de staat en het beheersen van de sociale woede, willen de strijd nu naar de instellingen verleggen. Het is in dat kader dat de oproep voor een referendum moet gezien worden. Er is een voorstel ingediend door de linkse alliantie Nupes (Nouvelle union populaire, écologique et sociale), opgebouwd rond La France Insoumise van Mélenchon en met inbegrip van de PCF, Europe Ecologie Les Verts en de PS. Dit voorstel geniet de steun van de leiding van de vakbondsfederaties CFDT en CGT. Een eerste vraag tot referendum werd door het Grondwettelijk Hof verworpen. Op 3 mei wordt een uitspraak verwacht over een tweede vraag. Als er groen licht komt, zal een periode van negen maanden worden toegestaan om de handtekeningen van 10% van de kiezers (ongeveer 5 miljoen mensen) te verzamelen. Als die handtekeningen gevalideerd worden, volgt een periode van zes maanden onderzoek door het parlement.  

Er is niets bindend aan deze procedure. Bovendien zijn er veel achterdeurtjes voor de machthebbers. Het meest verontrustende is echter dat deze weg als voorwendsel kan ingeroepen worden om de mobilisatie op straat en de stakingen te laten vallen. Macron en de gevestigde media zouden dit meteen aangrijpen om hun campagne van racisme en andere vormen van verdeeldheid op te voeren. Uitstel van de strijd zonder ernstig perspectief is een ideaal recept voor een toename van cynisme en fatalisme. 

De weg van de institutionalisering van de woede wordt niet door iedereen gevolgd. In La France Insoumise leeft er ook een oprecht verlangen om de strijd te versterken. Jean-Luc Mélenchon benadrukte dat het “de strijd is die telt.” Hij riep eerder het gemeenschappelijk vakbondsfront op om van 6 april een algemene staking te maken, zoals in mei 1968, zodat de strijd zeker niet zou verzwakken. “Het zou verenigend zijn en kracht tonen,” zei hij terecht. Dat is een groot verschil met de rest van de NUPES en met name de PCF, waarvan secretaris-generaal Fabien Roussel nu “met heel links wil praten,” zelfs met Bernard Cazeneuve, voormalig premier onder François Hollande en voorvechter van regeren bij volmacht! 

De beste manier om een algemene staking op te bouwen is door de basis te organiseren en zich niet te richten op de leiders. De terughoudendheid van de top is het belangrijkste probleem voor de beweging. Langs de andere kant hangt het succes van een algemene staking af van de maximale betrokkenheid in de strijd. We hebben iedereen nodig. Ook in dat kader was de aanpak van de affaire-Quatennens door La France Insoumise problematisch. Quatennens is een parlementslid die veroordeeld werd wegens intrafamiliaal geweld, maar desondanks niet uit de parlementaire groep van La France Insoumise werd gezet. Een dergelijke benadering is een obstakel om vrouwen actief te betrekken in de strijd. 

Een algemene staking opbouwen die door de basis elke dag wordt hernieuwd 

Ter linkerzijde en daarbuiten is er geen gebrek aan stemmen die oproepen tot een dagelijks te hernieuwen algemene staking. Dit gebeurt echter vaak op een abstracte manier, met oproepen die meer wijzen op wishfull thinking. Het gaat van het vriendelijk vragen aan het gemeenschappelijk vakbondsfront om zo’n staking uit te roepen tot de meest brutale publieke aanvallen op dat front. Het klopt dat we in een andere situatie zouden zitten indien het vakbondsfront een andere strategie had gevolgd. Anderzijds moet opgemerkt worden dat dit gemeenschappelijk vakbondsfront, het eerste sinds de strijd tegen de pensioenhervorming van 2010, zo lang verenigd blijft omdat de mobilisatie van onderuit haar hiertoe dwingt. Macron is woedend dat de CFDT deel blijft uitmaken van het vakbondsfront en haalde publiekelijk uit naar CFDT-topman Laurent Berger, die hij halsstarrige koppigheid verweet. Het vakbondsfront hield ook stand nadat de wet was uitgevaardigd, wat ongezien is. Het is de mobilisatie van onderuit die maakt dat het vakbondsfront niet gebroken wordt.  

Er was al een reeks gebeurtenissen, zowel grote als kleine, die de vakbondsleiders waarschuwden voor de risico’s als ze de strijd verraden. Destijds toonde de beweging van gele hesjes op haar manier het ongeduld en de frustraties over een vakbeweging zonder ambities. Deze kritiek vond zijn weg naar de vakbondsorganisaties. Dit bleek op het recente congres van de CGT, waar de opvolging van algemeen-secretaris Philippe Martinez bijzonder chaotisch verliep. Voor het eerst moest de door de aftredende leiding aangeduide kandidaat plaatsmaken voor een andere kandidaat. Het vertrouwen in de vakbonden en het aantal leden zijn sinds het begin van de huidige protestbeweging toegenomen, dat is zeker. Maar de kritische blik op de afgelopen decennia van syndicale strijd blijft eveneens bestaan. 

In deze strijd waren er al verschillende hernieuwbare stakingen in onder meer de energiesector, de petrochemie en de afvalophaling en -verwerking. De meeste van die hernieuwbare stakingen zijn nu beëindigd, wat niet betekent dat ze geen nieuw leven kunnen ingeblazen worden zodra de werkenden op adem gekomen zijn. Bij de afvalophaling waren er bijvoorbeeld al nieuwe stakingen. Maar het feit is dat een dergelijke dagelijks hernieuwbare staking onmogelijk op lange termijn kan standhouden zonder uitbreiding. 

De bastions van de arbeidersbeweging zijn vandaag zwakker dan in vorige decennia, maar blijven de sleutel voor een succesvolle beweging. In 2019 waren het de spoorwegarbeiders die het voortouw namen (en we moeten analyseren waarom dat nu niet opnieuw het geval was), vandaag zijn het de arbeiders van de raffinaderijen in de nasleep van een beweging voor hogere lonen afgelopen najaar. Die beweging diende in meer dan één opzicht als generale repetitie voor het pensioenprotest. In al deze bastions speelt de CGT een centrale rol. 

Door brede democratische stakerscomités op te bouwen, is het mogelijk om collega’s die niet tot een vakbondsdelegatie behoren te betrekken bij de reflectie, de besluitvorming en de organisatie van het protest. In 2016 waren slechts 11% van de Franse werkenden aangesloten bij een vakbond en slechts 6,9% nam deel aan de staking tegen de arbeidswet in datzelfde jaar. Tegelijk namen 43% van de werkenden deel aan de laatste sociale verkiezingen. Dat is des te indrukwekkender omdat veel velen niet kunnen stemmen omdat er op hun werkplaats geen verkiezingen zijn. Het toont het potentieel dat aangeboord kan worden om de beweging te versterken. Dat kan niet benut worden door gewoon op te roepen om bij de CGT aan te sluiten. 

Op heel wat werkplaatsen, scholen en campussen is er een traditie van algemene vergaderingen. Dergelijke bijeenkomsten zijn cruciaal. De discussie over onze strijd mag niet beperkt blijven tot externe communicatie. Het moet eerst en vooral een debat zijn over het programma, de strategie en de tactieken van onze strijd, gericht op de opbouw van een hernieuwbare algemene staking.

Dat is waarom wij in de beweging steeds pleiten voor het opzetten van democratische stakerscomités tegen Macron, om zoveel mogelijk collega’s op de werkplek bijeen te brengen, of ze nu lid zijn van de vakbond of niet, en om hetzelfde te doen op de scholen, campussen en in de wijken of appartementsblokken. 

Een belangrijke kwestie voor dergelijke comités is de uitbreiding van de dynamiek van de stakerskassen. Stakerscomités kunnen grote evenementen organiseren om steun op te halen. Er kunnen activiteiten opgezet worden waar vertegenwoordigers van de bastions van de huidige strijd spreken om het protest elders te versterken. Dit alles kan ertoe bijdragen dat de discussie over de volgende stappen en uitbreiding en verdieping van de stakingsbeweging in heel de samenleving gevoerd wordt. Dat zou meteen een stimulans zijn om de betrokkenheid bij elk onderdeel van de strijd te versterken.  

In Parijs haalde een queer solidariteitsfonds meer dan 50.000 euro op in de LGBTQIA+ gemeenschap. In het noorden van Frankrijk zijn er solidariteitsfondsen opgezet door bakkers en andere zelfstandigen. De ontevredenheid is immers erg breed. Als de arbeidersklasse in beweging komt, kan ze andere lagen van de samenleving meetrekken en zich opwerpen als de echte leider van de natie. Uit een IFOP-enquête blijkt dat 62% van de bedrijfsleiders van zeer kleine ondernemingen (VSE’s) tegen de hervorming is en de beweging steunt. 

Er moet ook aandacht worden besteed aan het betrekken van de minder gemobiliseerde sectoren en lagen, en in het bijzonder de jongeren. Er is een grote deelname van jongeren, maar nog niet op het niveau van de dynamiek van de strijd in 2006 tegen het CPE (Contrat Première Embauche, een slechter statuut voor jonge werkenden), de laatste sociale mobilisatie die een regeringsproject onderuit haalde. Naast de mobilisatie naar betogingen en bezettingen van scholen en campussen, trokken jongeren nu onder meer naar blokkades van verbrandingsovens. Dat liet stakers toe om op adem te komen zonder dat de site terug werd opgestart. Waar kunnen we betere hoofdkwartieren van onze strijd vinden om de lokale initiatieven bijeen te brengen en te coördineren dan op onze werkplaatsen? 

Een belangrijke en interessante actiemethode was die van stroomonderbrekingen en heraansluitingen onder de noemer ‘Robin Hood-acties’. De energiebevoorrading van financiële instellingen en grote bedrijven werd afgesloten. Scholen, ziekenhuizen, openbare sportcentra of verenigingen van openbaar belang kregen gratis energie. De distributie aan gebruikers die waren afgesloten wegens onbetaalde facturen werd hersteld. Kleine handelaars kregen een verlaagd tarief op een ogenblik dat de regering hen weigerde te helpen toen de prijzen stegen. Deze acties waren relatief kleinschalig, maar bieden een belangrijk inzicht in de wijze waarop de door arbeiders geproduceerde rijkdom in een democratische socialistische samenleving kan worden beheerd.

Een samenleving van en voor de werkende klasse

Het ontbreekt niet aan pamfletten en teksten die eindigen met de noodzaak om een einde te maken aan “Macron en zijn wereld.” Maar wat betekent dit? Het einde van de regering? Van het presidentschap van Macron? Van het kapitalisme? En wat wordt er in de plaats gesteld? Deze vragen zijn te belangrijk om er niet op te antwoorden. We gaan efficiënter vooruit als we weten waar we naartoe gaan.

De opbouw van een hernieuwbare staking is een cruciale fase, maar slechts één fase in de confrontatie met het kapitalistische regime. Het perspectief van een ‘miljoenenmars’ op het Elysée vanuit de regio’s, bijgestaan door een vermenigvuldiging van ‘Robin Hood-acties’, zou de verankering ervan versterken. De inzet van de strijd gaat veel verder dan de pensioenen: het gaat om de val van Macron-Borne en van het volledige besparingsbeleid.

De Vijfde Republiek werkt alleen voor de rijken. De meerderheid zijn wij! Door de dagelijks te hernieuwen staking aan de basis te organiseren, zouden we vervolgens een echte democratische revolutionaire grondwetgevende vergadering kunnen vormen op basis van de gekozen afgevaardigden van de lokale strijdcomités als een noodzakelijke stap naar een echt democratische regering van arbeiders en alle onderdrukten. Alleen dan kunnen we een samenleving hebben die de ontwikkeling van iedereen garandeert op basis van de rijkdom die WIJ produceren en die van ons wordt gestolen!

We zitten nog niet op het niveau van mei ’68 in Frankrijk, een revolutionaire ervaring die het perspectief van socialistische revolutie zeer reëel maakte. De overwinning van de Franse arbeidersklasse had kunnen leiden tot een domino-effect met de val van kapitalistische regeringen in heel Europa. Het potentieel voor uitbreiding van de strijd is ook vandaag reëel, met alle ogen gericht op Frankrijk in de context van een samenleving waar het kapitalisme zich van de ene crisis in de andere vastrijdt. 

We kunnen een einde maken aan Macron en zijn regering. Dat is een reële mogelijkheid. We zullen hierna niet noodzakelijk meteen een arbeidersregering krijgen. Maar welke regering er ook volgt, ze zal moeite hebben om een asociaal programma door te voeren tegenover een zelfverzekerde arbeidersklasse met een numeriek en kwalitatief versterkte voorhoede en brede lagen die net door de ervaring gegaan zijn van een krachtige strijdbeweging tegen onderdrukking en uitbuiting.

Een programma om te winnen!

  1. Pensioen op 60 jaar.
  2. Voor een minimumpensioen dat is afgestemd op een minimumloon dat wordt verhoogd tot 2000 euro netto.
  3. Voor een onmiddellijke verhoging met 10% van alle lonen en de terugkeer van de glijdende loonschaal. Breng de laagbetaalde sectoren onder overheidscontrole om een echt statuut voor het personeel te garanderen, met goede lonen en arbeidsvoorwaarden.
  4. Gegarandeerde jobs en tijd om te leven: voor een collectieve arbeidstijdverkorting, zonder loonsverlaging, met compenserende aanwerving en verlaging van het werktempo. Voor de economische onafhankelijkheid van vrouwen en een einde aan onzeker werk.
  5. Voor een massaal publiek investeringsplan in zorg, onderwijs, sociale huisvesting, duurzaam openbaar vervoer en klimaatbeschermingsmaatregelen. Openbare diensten moeten voorzien in de behoeften; ze moeten van hoge kwaliteit zijn, toegankelijk voor iedereen, binnen 30 minuten van hun woonplaats.
  6. Onteigening en inbeslagname van het vermogen van miljardairs en herinvoering van de vermogensbelasting.
  7. Nationalisatie van de energie- en banksector onder democratische controle en beheer van de arbeidersklasse.
  8. De 5e Republiek is een republiek gebleken die alleen voor de rijken werkt, voor de oprichting van een echte democratische revolutionaire grondwetgevende vergadering gebaseerd op verkozen afgevaardigden van strijdcomités in de wijken, op de werkplaatsen, op de universiteiten en op de scholen als een noodzakelijke stap naar een echte democratische arbeidersregering die werkt volgens de behoeften van allen en niet volgens de winsten van enkelen.
  9. We hebben een economie nodig die in democratisch bezit is en ecologisch gepland, met echte democratische controle door de arbeiders in de bedrijven en de samenleving als geheel om miljoenen duurzame, goed betaalde jobs te scheppen en een nieuwe groene economie op te bouwen.
  10. Naar een democratische socialistische samenleving gebaseerd op de behoeften van de arbeidersklasse, de jongeren, de onderdrukten en de planeet.

Bron: LSP

Personeel UGent in verzet tegen besparingen

Personeel UGent in verzet tegen besparingen

Interview.

“Op 13 oktober zal het budget voor dit jaar op zijn. Daarom komen we die dag massaal op straat”

Op donderdagmiddag 20 april verzamelden meer dan 600 personeelsleden van de Universiteit Gent op een personeelsvergadering. Van hun vakbondsvertegenwoordigers kregen ze uitleg over de besparingsplannen van het universiteitsbestuur. Maar vooral werd een reactie daarop besproken en een actieplan goedgekeurd. We spraken met Lorenzo Eecloo en Tim Joosen van ACOD UGent. 

Interview door Bart Vandersteene uit maandblad De Linkse Socialist

De personeelsvergadering is net achter de rug. De opkomst was groot en voor de tweede keer op een jaar tijd zijn jullie genoodzaakt om actie te voeren tegen besparingen. Wat is er gaande? 

Lorenzo: Vorig jaar voerden we inderdaad al grote acties en organiseerden we een betoging tegen een besparingsplan dat heel gericht groepen werknemers raakte. Nu gaat het bestuur nog een grote stap verder en wil het structureel snijden in het personeelsbestand.  

Tim: Dit was de grootste personeelsvergadering in lange tijd. Veel personeelsleden vrezen terecht voor hun job. Het idee dat het rectoraat het beste voor heeft met de universiteit, personeel en studenten, is ondertussen echt voorbij. 

Wat moeten we ons voorstellen bij dit besparingsplan? 

Tim: Het is drie keer zo groot als dat van vorig jaar toen de universiteit 11 miljoen wilde besparen. Een aantal maatregelen hebben we toen kunnen stoppen. Zo behield het personeel in de kinderdagverblijven hun statuut als UGent personeel. Nu wil de universiteit het drievoudige besparen. Dat zal leiden tot groot jobverlies, zowel bij contractuelen als statutairen. In de centrale administratie staat één op de vijf jobs op de helling.

Lorenzo: Dat gebeurt in een situatie waarbij de werkdruk op heel veel plaatsen al als onhoudbaar wordt ervaren. Er is dus terecht een grote bezorgdheid over de impact van dit plan. Met nog minder personeel hetzelfde werk blijven doen, is volstrekt onmogelijk. 

Tim: De werkdruk zal nog toenemen. Maar het is een illusie te denken dat de dienstverlening er niet onder zal leiden. En bepaalde taken zullen worden doorgeschoven naar andere diensten, dat kan niet anders, waardoor ook daar de werkdruk zal toenemen. 

Hoe was de sfeer op de personeelsvergadering en wat werd er beslist? 

Lorenzo: Het was een heel belangrijk moment. We hebben er de goedkeuring gevraagd voor het alternatief van het vakbondsfront. Volgens ons moet dit plan volledig worden ingetrokken. De budgettaire voorspellingen van het bestuur waren de voorbije jaren altijd veel negatiever dan de realiteit. Als er al moet gesneden worden dan willen wij dat het bestuur elk jaar in het sociaal overleg met een plan en argumentatie komt en dat wij alternatieven kunnen voorstellen. We kregen een volmondig akkoord van de aanwezigen op de personeelsvergadering. En er is een grote actiebereidheid voor de actieweek die we voorstelden in de week van 2 tot 5 mei. 

Tim: We voerden al twee acties de voorbije weken. Maar blijkbaar is het universiteitsbestuur nog niet bereid om te luisteren. Zo’n personeelsvergadering is heel belangrijk om te antwoorden op de soms valse informatie die wordt verspreid, maar ook om duidelijk te maken dat we samen kunnen reageren. Als individu kan je soms angst hebben om tot actie over te gaan. Als je weet dat quasi al je collega’s meedoen, dan kan die angst veranderen in vastberadenheid. Het bestuur schuwt trouwens niet om vuile methodes te gebruiken. Ze ontnamen de vakbonden de mogelijkheid om rechtstreeks berichten te kunnen sturen naar het personeel. Wij kregen al verschillende procedures en blamen voor ons syndicaal werk. Ze proberen het ons zo moeilijk als mogelijk te maken. 

Lorenzo: In 2008 werd een nieuw financieringsdecreet opgesteld door de Vlaamse Regering. De regels die daarin werden opgesteld worden gewoon niet gevolgd. Er zijn onder andere regels voor het verhogen van het budget wanneer de studentenaantallen toenemen, met een kliksysteem. Er zijn regels met betrekking tot de indexering van budgetten. Ondertussen weet iedereen hoe belangrijk een indexering is. De UGent loopt jaarlijks een bedrag tussen de 80 en 100 miljoen euro mis door het systematisch niet naleven van het financieringsdecreet. Over heel het hoger onderwijs gaat het over een bedrag tussen 460 miljoen en 590 miljoen, dat jaarlijks zou moeten worden voorzien bovenop het huidige budget van 2,55 miljard euro. 

Tim: Gedurende vijftien jaar ondertussen is er geen correcte toepassing van het financieringsdecreet. Het begon 15 jaar geleden al met minister Vandenbroucke, de auteur van het financieringsdecreet. Dat ging door onder minister Pascal Smet, ging een versnelling hoger onder Hilde Crevits en nu is er hetzelfde beleid onder Ben Weyts. Hilde Crevits ging ook over tot een verhoging van de inschrijvingsgelden en dat zit er nu ook opnieuw aan te komen. Het staat trouwens expliciet vermeld in het plan van de Gentse rector dat deze piste in de toekomst zal moeten worden bewandeld. 

Komen er op het niveau van het Vlaamse hoger onderwijs acties? 

Lorenzo: Ja, die komen er aan. Die waren er de voorbije jaren ook al vanuit de vakbonden, maar deze kregen op dat moment eerder tegenwerking dan steun vanuit de universiteitsbesturen. Er is dringend nood aan één front van personeel en studenten en besturen van alle hoger onderwijsinstellingen om het geld dat nodig is voor kwalitatief hoger onderwijs op te eisen. Op 13 oktober komt er een grote betoging in Brussel. We kozen die datum symbolisch omdat die dag de budgetten van het hoger onderwijs in feite op zijn. 

Tim: We horen het aan alle universiteiten en hogescholen: ‘het gaat niet meer’. Volgend jaar is een ideaal moment om van ons te laten horen. Er komen verkiezingen en we moeten vaststellen dat op alle bevoegdheden van de Vlaamse regering de problemen torenhoog zijn en zijn toegenomen de voorbije jaren. Het rapport van de Vlaamse Regering is gitzwart. Op alle niveaus van het onderwijs, op vlak van welzijn, jeugd en cultuur, op vlak van openbaar vervoer en sociale huisvesting is de situatie dramatisch slecht en achteruit gegaan. Geen wonder dat de N-VA vandaag graag de discussie over ‘woke’ willen hebben in plaats van over het bilan van haar beleid. De regeringspartijen zullen er alles aan doen om de aandacht af te leiden van de drama’s die ze veroorzaken. Het is dan net aan ons om via sociale actie wel de aandacht te vestigen op de essentie. 

De UGent en het hoger onderwijs staan niet gekend als bastion van strijdsyndicalisme. Maar jullie voerden veel actie de voorbije jaren en kwamen veel in het nieuws. 

Lorenzo: Juist, we kozen met ACOD UGent heel bewust voor een offensieve aanpak en actie. Enkele jaren geleden streden we voor een hoger minimumloon aan de UGent en we wonnen die strijd. Dat was een belangrijk moment waar we met een actieve campagne en mobilisatie toonden wat een vakbond kan betekenen. 

Tim: We bouwen aan een vakbondswerking die de ambitie heeft om de werknemers van de UGent veel directer te betrekken, met een militante benadering, maar ook via regelmatige acties en personeelsvergaderingen. Meer en meer personeelsleden voelen zich daardoor echt aangesproken.

Bron: LSP

‘Zelfs wie werkt moet zich ernstig zorgen maken’

Toespraak – Marc Leemans

Vandaag (23/05) zakten zo’n 20.000 betogers af naar Brussel om op te komen voor het stakingsrecht en tegen verkapte vormen van sociale dumping zoals de vakbond vreest voor de werknemers van de 128 Delhaize-winkels die aan zelfstandige uitbaters verkocht dreigen te worden. ‘Met deze manifestatie tonen wij dat we ons niet laten intimideren’, klonk het bij ACV-voorzitter Marc Leemans.

Lees hier de volledige speech van Marc Leemans:

Beste vrienden en vriendinnen, dank om deel te nemen aan deze manifestatie.

Politici roepen om ‘jobs, jobs, jobs’ en dat ‘werken meer moet lonen dan niet werken’. Blauwe politici willen dat realiseren met geknip in de loon- en arbeidsvoorwaarden en in de uitkeringen die nu al onder de armoedegrens zitten. Wie wordt daar beter van? Lonen stijgen niet als men een zieke of werkloze wat dieper kopje onder duwt. Lonen stijgen niet als men werkvolk verplaatst naar een goedkoper paritair comité. Als werken méér moet lonen is duidelijk wat écht moet gebeuren.

Eén, de lonen moeten simpelweg stijgen. Maar dat kan nu niet door de loonnormwet en alle sjoemelsoftware die erin zit. Dus politici, als je wil dat werken loont, voer dan de loonnormwet af. Daar is ruimte voor. Veel bedrijven hebben in het laatste jaar hun winstmarges nog hoger gemaakt. Graaiflatie, het is een nieuw woord maar ook een feit.

Twee, de regering moet snel fiscaal hervormen. De rijken en het werkgeversfront voelen fiscale nattigheid. Ze beginnen te vertragen om dit naar een volgende, voor hen hopelijk rechtsere, regering te versassen. Maar een euro is een euro. Maak ons vermolmd belastingsysteem rechtvaardig! Nu!

Drie, maak regels voor faire concurrentie. Zelfs wie werkt, moet zich ernstig zorgen maken. De medewerkers van Delhaize en van Total Energies werden ooit bejubeld als helden van de corona-crisis. Nu moeten ze verplicht hun lot van sociale dumping ondergaan. De financiële en commerciële belangen van hun directies gaan voor. Ondanks de hoge winsten worden hun werkers behandeld als gereedschap dat in een andere en goedkopere werkkoffer wordt gegooid. En o wee als ze zich beroepen op hun mensenrecht om zich te verzetten. Dan krijgen ze deurwaarders en dwangsommen op hun dak. Omdat ze verenigd protesteren. Verenigd in hun vakbond.

Dus wordt de vakbond een rechts doelwit omdat de elite beslist heeft dat we allemaal langer, harder en goedkoper moeten werken. In hun kerk van harder werken is geen plaats voor protestanten. Dus wil men het recht om te protesteren tegen onrecht bemoeilijken en voorzien ze méér en hardere straffen. Met deze manifestatie tonen wij dat we ons niet laten intimideren. Mensen hebben mensenrechten. Wij eisen respect voor elke werknemer: waardig loon, werkbaar werk, correct overleg, recht op protest! Bij Delhaize, bij Total Energies, bij elke werkgever.

Bron: Dewereldmorgen.be

“Het stakingsrecht is een grondrecht dat vandaag in dit land in gevaar is”

Toespraak – Thierry Bodson

Zo’n 20.000 betogers zakten op maandag 22 mei af naar Brussel om op te komen voor het stakingsrecht en tegen sociale dumping zoals werknemers van Delhaize te wachten staat. Voor ABVV-voorzitter Thierry Bodson was dit een historische betoging, een betoging voor democratie.

Lees hier de volledige speech van Thierry Bodson:

Beste kameraden, beste vrienden,

Het is geweldig dat we vandaag zoveel mensen hebben kunnen mobiliseren, want deze betoging is historisch, laten we niet bang zijn voor woorden.

Laten we er niet omheen draaien. Het gaat om het stakingsrecht, een grondrecht dat vandaag in dit land in gevaar is.

Het is het recht om te staken, te betogen, de openbare ruimte te bezetten, te vergaderen, piketten te organiseren, of filterblokkades op te werpen… Dit is wat er op het spel staat in de betoging van vandaag.

En in feite zitten we bij Delhaize al twee maanden in een vreselijke situatie. Zij hebben systematisch deurwaarders naar ons gestuurd. Die komen met dwangsommen van 1000 euro. 1000 euro per arbeider, 1000 euro per piket, 1000 euro per klant!

We bevinden ons in een land waar men het recht om te gaan winkelen of te consumeren inzet tegen een fundamenteel recht als het stakingsrecht. Tegen fundamentele rechten die verdedigd worden door de werknemers van Delhaize!

Wij kunnen niet aanvaarden dat het recht op handel en het recht om de belangen van de werknemers te verdedigen op gelijke voet worden geplaatst.

En als we in beroep gaan tegen deze beslissingen, tegen de komst van de deurwaarders, krijgen we vonnissen die zeggen “ja, de vrijheid van handel is belangrijker dan de vrijheid om de sociale rechten van werknemers te verdedigen”. Maar, kameraden, we mogen niet vergeten dat staken de economische belangen van bedrijven schaadt. Staken is ervoor zorgen dat bedrijven geld verliezen.

Laten we bepaalde rechters en politici eraan herinneren dat er internationale regels en verdragen zijn: de Internationale Arbeidsorganisatie en haar verdrag 87 bepalen dat het stakingsrecht een grondrecht is, en dat piketten en wegblokkades deel uitmaken van het stakingsrecht.

Het stakingsrecht is een grondrecht. Winst maken is dat niet. Het moet keer op keer worden herinnerd.

En helaas is er de realiteit van wat de werknemers van Delhaize en elders ook meemaken. Vlak naast mij staat Nadia, een afgevaardigde van Vers Baudet in Rijsel. Ze voeren al negen weken strijd. Ook zij worden in Frankrijk begroet door brandweerauto’s. Afgevaardigden worden geboeid.

Het is een fundamentele trend die we in ons land zien, maar helaas ook in buurlanden als Frankrijk. Zij krijgen al onze steun.

Alsof dat nog niet genoeg is, hebben we een vonnis dat ons verbiedt om gedurende de hele maand mei overal op Belgisch grondgebied vóór Delhaize-winkels piketten te vormen, ook al is het via een filter. Dit betekent dat we preventief verhinderd worden om de staking te organiseren. Dit alles, laten we dat niet vergeten, omdat we een baas tegenover ons hebben die niet wil discussiëren en die de Renault-wetgeving wil omzeilen om de rechten van de arbeiders te stelen.

We beleven een echte verschuiving. Andere vonnissen zullen worden uitgesproken tegen kameraden van het ACOD (CGSP), van de gevangenis van Lantin, die ook in juni het risico lopen te worden veroordeeld om redenen die verband houden met de organisatie van een piket.

Alsof dat nog niet genoeg is, komt de regering met een wetsvoorstel van Van Quickenborne. Een regering, niet een minister! Een hele regering, inclusief de roden, de groenen en de blauwen. Ze komen allemaal met een wetsvoorstel dat het juridische arsenaal en het arsenaal van repressie tegen stakers en piketten verder zal vergroten.[1]

Beste kameraden, de regering zegt ons: “Nee, wat denk je, het slaat niet op jullie, het is alleen voor relschoppers bedoeld”. Weet je, toen veertig jaar geleden het strafrecht werd gewijzigd en het begrip ‘kwaadwillige belemmering van het verkeer’ werd ingevoerd, werd ons gezegd: “dat zal nooit van toepassing zijn op een vakbondsman”.

Beste kameraden, ik kreeg op basis van dit artikel een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, die nooit bedoeld was voor vakbondsleden. We kunnen ze niet geloven. Het zal ook ons treffen.

De betoging van vandaag is historisch, zoals ik al zei. We sturen een laatste boodschap naar de politici. Die luidt als volgt: jullie die de leiding hebben, jullie die niet begrepen hebben dat er een belangrijke strijd wordt gevoerd door de arbeiders van Delhaize, jullie moeten één ding begrijpen. In een democratie is er macht en tegenmacht. En als ze ons kapot maken, zoals ze proberen te doen, is het de democratie die aangevallen wordt.

Dit is een betoging voor democratie en voor het recht om te staken.

Note:

[1] Het gaat om de zogenaamde ‘anti-relschopperswet’ die is aangevraagd door de burgemeesters van Brussel en Luik. Daarbij kan een demonstratieverbod van drie jaar worden uitgevaardigd tegen zogenaamde ‘relschoppers’. Door de ruime en vage definitie van de wet zal hij ook kunnen ingezet worden tegen vakbondsleden en actievoerders bij stakingen en betogingen, of milieuactivisten die op verboden terrein komen (nvdr.).

Bron: Dewereldmorgen.be

OKRA pleit voor behoud huidig goedkoop treintarief voor senioren

De grootste Vlaamse ouderenvereniging OKRA pleit met een petitie voor het behoud van het voordelige seniorentarief voor 65-plussers. Daarmee protesteert ze tegen de plannen van de NMBS om onder meer het goedkoop tarief voor senioren te vervangen door een duurder en minder soepel tarief.

Tussen de federale regering De Croo en de nationale treinmaatschappij NMBS werd op 1 januari 2023 een nieuw beheerscontract afgesloten voor de komende 10 jaar. Daarin is werd onder meer vastgelegd hoeveel geld de NMBS de volgende 10 jaar krijgt en wat daarvoor de tegenprestatie moet zijn.

In dit akkoord staat tevens dat de NMBS tegen ten laatste 1 maart 2025 een nieuw tariefsysteem moet uitwerken. Het akkoord vermeldt specifiek drie categorieën personen die ‘zeer aantrekkelijke tarieven’ moeten krijgen: jongeren, senioren en kinderen’.

Voor een aantal categorieën worden nu reeds gratis tarieven vastgelegd: journalisten, parlementsleden, kinderen jonger dan 12 (wanneer ze vergezeld zijn van een volwassen begeleider) en de slachtoffers van de terreuraanslagen van 2016.

Voor 65-plussers preciseert het beheerscontract een korting van 40 procent op een standaard 2de klas ticket. Daarbovenop kan nog een korting komen tijdens de daluren, voor groepstickets en de mogelijkheid wordt opengelaten om goedkoper tarief aan te bieden wie heel frequent met de trein rijdt.

Het huidige seniorentarief is zeer eenvoudig en gebruiksvriendelijk. Een 65-plusser betaalt 7,80 euro om het hele land te doorreizen, heen en terug, op dezelfde dag, met als enige beperking dat hij/zij moet vertrekken na het spitsuur vanaf 9 uur ‘s morgens. Deze beperking geldt niet voor de avondspits en valt helemaal weg tijdens weekends en feestdagen.

De vervanging van dit seniorenticket door een aan de afstandsgebonden tarief met zo’n 40 procent korting maakt de prijs voor langere treinritten tot 3 keer duurder. De NMBS heeft de intentie uitgesproken voor het seniorenticket een bovengrens vast te leggen. Hoe hoog dat prijsplafond zal zijn, werd echter niet vastgelegd en de vraag van OKRA om hierover overleg te plegen bleef tot nu onbeantwoord.

OKRA wijst op een aantal onmiskenbare algemene maatschappelijke voordelen voor een goedkoop seniorentarief:

  • Een betere bezetting van de treinen buiten de piekuren
  • De trein is veel veiliger dan de wagen
  • Meer treingebruik betekent minder verkeersdrukte op de wegen
  • De trein is veel klimaatvriendelijker dan de auto en het vliegtuig

Bovendien wijst OKRA ook op positieve effecten voor de senioren zelf, want het moedigt senioren aan:

  • Om de deur uit te gaan en buiten te komen
  • Om te genieten van de stad, terrasjes, restaurants, winkels
  • Om sociale contacten te leggen en te onderhouden
  • Om aan culturele activiteiten deel te nemen
  • Om de familie te bezoeken
  • Om met de kleinkinderen op stap te gaan (en terwijl de ouders wat rust te gunnen)
  • Omdat het goedkoop reizen toelaat voor wie het niet al te breed heeft, vooral zij die het met een klein pensioen moeten stellen

OKRA eist een seniorentarief dat duidelijk en gebruiksvriendelijk is, en stimulerend om de stap naar de trein te zetten. Het komt er op neer dat het bestaande 65-plusserstarief behouden moet blijven in zijn huidige vorm.

De ouderenvereniging ziet het bovendien breder dan alleen maar de trein en vraagt de uitbreiding van dit systeem naar bus, tram en metro in heel het land. Bovendien kan het aanbod van goedkope tarieven enkel aantrekkelijk zijn als terug in het openbare vervoer wordt geïnvesteerd met meer en betere spreiding van opstapplaatsen, met toegankelijke en comfortabele treinstations en betere faciliteiten voor personen die minder goed ter been zijn.

OKRA (Open, Kristelijk, Respectvol en Actief) is de grootste vereniging van 55+ers in Vlaanderen en Brussel met 1.100 trefpunten, 18.000 vrijwilligers en 130.000 leden. Door een sterk aanbod van culturele, sociale en sportieve activiteiten samen met een sterke belangenbehartiging, streeft OKRA naar rechtvaardigheid, verbondenheid en aandacht voor de 55+ers in de maatschappij.

Bron: De Wereld Morgen