by Frans Dams | jun 1, 2023 | Onderwijs
43 procent van de Vlaamse leerlingen uit het vierde leerjaar zegt met honger naar school te komen. Dat blijkt uit de internationale PIRLS-studie waar in Vlaanderen ruim 5.000 leerlingen aan hebben deelgenomen. Het is meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2016, toen 19 procent zei met honger naar school te komen. “Het is deels te wijten aan stijgende armoede, maar het is vaak een kwestie van tijdgebrek”, zegt onderzoekster Katrijn Denies.
Vlaamse leerlingen van het vierde leerjaar gaan niet alleen achteruit op begrijpend lezen, maar bijna de helft komt ook aan met honger op school. Dat toont de internationale PIRLS-studie die vijfjaarlijks toetsen begrijpend lezen afneemt bij meer dan 5.000 leerlingen uit het vierde leerjaar lager onderwijs.
“Qua honger zijn we in Vlaanderen bij de slechtste leerlingen van de klas. Enkel in Italië doen ze het slechter”, zegt onderzoekster Katrijn Denies. “Opvallend is de grote stijging van de afgelopen jaren. In 2016 ging het nog om 19 procent van de leerlingen, nu gaat het om bijna de helft.”
Armoede, of speelt er meer?
De stijging heeft deels te maken met armoede en de crisissen van de afgelopen jaren, maar er speelt meer mee. “Ouders moesten hoge energierekeningen en huurprijzen voor hun appartement betalen: het wordt voor sommige gezinnen steeds moeilijker voldoende voeding in huis te halen”, bevestigt Denies.
“Maar natuurlijk leeft niet 43 procent van de ouders in armoede. We vermoeden dat het vaak ook gaat om tijdsgebrek. Ouders hebben niet altijd de gewoonte om te ontbijten samen met hun kind. Het wordt tijd daarover te sensibiliseren”, vindt Denies.
Verantwoordelijkheid ouders
Daar is Vlaams minister van Onderwijs Ben Weys (N-VA) het niet volledig mee eens. “We moeten ingrijpen en zelfs sanctioneren als ouders ervoor kiezen zo onverantwoordelijk te zijn. Je kan sensibiliseren, maar welke ouder weet niet dat een kind gezond moet eten en ontbijten? Dat is toch een evidentie”, stelt hij scherp.
Scholen doen hard hun best om te sensibiliseren, merkt de minister. “Het is aan ouders om over de brug te komen. Wij als overheid moeten misschien een signaal geven dat we niet tolereren dat je enerzijds een groeipakket en schooltoeslag krijgt, maar anderzijds je als ouder je verantwoordelijkheden ontloopt.”
Concentratieproblemen
Kinderen merken zelf wat een goed ontbijt met hen doet. “Als ik niet genoeg ontbijt, heb ik concentratieproblemen”, zeggen meerdere kinderen van basisschool ’t Kofschip in Edegem. Veel van die kinderen geven aan elke dag te ontbijten, vaak samen met hun ouders, maar dat ze dan nog veel last hebben van honger. “Ik weet niet zo goed hoe dat kan, waarschijnlijk omdat we zo hard moeten opletten”, zegt leerling Xander.
Hoewel veel van de kinderen van de school in Edegem ontbijten, voelen ze ook de tijdsdruk die daarmee gepaard gaat. “Mijn ouders zijn ’s ochtends vaak gestresseerd en we moeten ons ontbijt snel-snel eten, dat is niet leuk”, zegt Xander nog. Kaan heeft zelfs geen tijd om te ontbijten. “Ik moet me vaak zo hard haasten dat ik geen tijd heb voor ontbijt. Dan heb ik heel veel honger tijdens de les.”
Wat is een gezond ontbijt?
Een gezin waar twee ouders werken, waar je kinderen op tijd klaar moet krijgen voor school: ouders vergeten vaak zelf te ontbijten. Dat geeft het foute idee aan kinderen. Hoe kunnen we toch snel een gezond ontbijt op tafel toveren? “Heel simpel”, zegt Michael Sels, hoofddiëtist van het UZ Antwerpen. “Als je groenten of fruit integreert in elke maaltijd, zit je altijd goed. ’s Ochtends kan een kom yoghurt met granen en enkele stukken fruit al een heel verschil maken.”
Wanneer aan de leerlingen van de basisschool ’t Kofschip gevraagd wordt wat een gezond ontbijt inhoudt, zijn ze heel goed op de hoogte. “Fruit, groenten, weinig suikers, havermout, een salade”, noemen ze allemaal op.
Door tijdsgebrek kiezen we vaak voor een makkelijke oplossing, die niet altijd even voedzaam is. “Het is daarom belangrijk in te zetten op voedselgeletterdheid. Ouders – maar eigenlijk iedereen – moeten meer weten wat er in voeding zit en wat het met het lichaam doet.”
Obesogene omgeving
Volgens Sels maakt de maatschappij het niet makkelijk om voor de juiste voeding te kiezen. “We leven in een obesogene omgeving, een omgeving die dik maakt. Vier facetten dragen daaraan bij: beschikbaarheid, portiegrootte, technologie en marketing.”
Hoe belangrijk het ook is dat we kiezen voor een voedzame maaltijd, zaken als marketing maken dat vaak niet mogelijk. “Koffiekoeken elke dag van de week in de etalage van de bakker, voetballers die reclame maken voor fastfoodketens: je kunt er bijna niet naast kijken. Het wordt tijd dat we ingrijpen in de omgeving en op de plekken waar kinderen schoollopen.”
Bron: VRT NWS
by Frans Dams | jun 1, 2023 | Onderwijs
Plaatstekort in B-stroom middelbaar onderwijs groeit
In het buitengewoon onderwijs en in de B-stroom groeit het plaatstekort. Dat blijkt nadat de voorbije week een heleboel ouders in Vlaanderen te horen kregen in welke middelbare school hun kind volgend jaar terechtkan. De Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten trekt aan de alarmbel en vraagt zo snel mogelijk overleg tussen de onderwijspartners om extra plaatsen te creëren.
De voorbije week kregen veel ouders te horen waar hun kind volgend schooljaar het middelbaar kan aanvatten. Voor de meesten was dat goed nieuws: in Gent kan bijvoorbeeld 98 procent van de leerlingen naar een school van voorkeur, in Antwerpen 94 procent.
Maar het loopt niet voor iedereen zo vlot: in de B-stroom in Antwerpen kreeg slechts driekwart van de leerlingen die zich hadden aangemeld, al een school toegewezen. Er is dus een kwart, bijna 500 leerlingen, waarvoor nog geen plaats is vastgelegd. Ter vergelijking: in de A-stroom is dat maar bij 6 procent het geval.
A-stroom en B-stroom uitgelegd
In het gewoon middelbaar onderwijs start je in de A-stroom of B-stroom. De A-stroom is een brede, gemeenschappelijke opleiding die leerlingen voorbereidt om verder te studeren of een beroep van technische aard te leren. De B-stroom is er voor leerlingen die geen getuigschrift hebben behaald in het basisonderwijs, bijvoorbeeld omdat ze het zesde leerjaar niet hebben doorlopen of uit het buitengewoon basisonderwijs komen. Het geeft hen de kans hun leerachterstand in te halen en vanaf het derde jaar te kiezen voor het leren van een beroep of aan te sluiten bij de A-stroom.
Dat kan deels verklaard worden doordat de ouders van sommige leerlingen maar één school of twee scholen van keuze hebben opgegeven. Maar dat is niet het hele verhaal.
Interesse groeit sneller dan aantal plaatsen
Er is ook een nijpend tekort aan (geschikte) plaatsen en niet alleen in Antwerpen. Volgens Evita Willaert, onderwijsschepen van Gent, steeg het aantal leerlingen dat een plaats zoekt in de B-stroom met 10 procent tegenover vorig jaar. Ook over regio’s heen stijgt de vraag: tegenover 2016 steeg het aantal leerlingen in de B-stroom bijna dubbel zo snel als in het secundair onderwijs in zijn geheel.
De scholen kunnen die stijgende vraag niet volgen, zegt Walentina Cools, directeur van de Onderwijsvereniging Steden en Gemeenten (OVSG). “We merken dat scholen niet zo gemakkelijk de stap zetten om meer capaciteit voor de B-stroom te voorzien”. Dat vraagt namelijk meer investeringen van scholen, met aangepaste gebouwen en specifieke opleidingen om leerkrachten voor te bereiden om met deze doelgroep te werken. Ook schepen Willaert merkt dat de scholen niet de nodige middelen hebben om een aanpak op maat te voorzien voor deze groeiende groep leerlingen.
De OVSG maakt zich dan ook grote zorgen over de gevolgen op de studieloopbaan van leerlingen. “Soms blijven leerlingen een jaar langer in het basisonderwijs omdat er geen plaats is in de B-stroom”, zo klinkt het.
Bovendien komen leerlingen voor wie er wél plaats is, soms toch niet op de juiste plek terecht. Vanaf het derde jaar kunnen leerlingen een beroep kiezen om al doende te leren, maar het aanbod hangt af van de school. Sommige leerlingen in de B-stroom kunnen daardoor niet doorstromen naar de studierichting die ze verkiezen. Zo komen ze bijvoorbeeld in een richting metaal terecht, terwijl ze liever een zorgberoep willen uitoefenen.
“Bij een verkeerde oriëntatie verdwijnt de motivatie van de leerlingen snel, waardoor het risico op gedragsproblemen groter wordt”, zegt Cools. Volgens de OVSG zouden de scholen dan ook steeds meer orde- en tuchtdossiers opstarten; tijd die verloren gaat om aan het onderwijs zelf te besteden.
Kortom, volgens Cools gaat er door het plaatsgebrek een pak talent verloren. “Je hebt een grote groep leerlingen die heel graag een beroep aanleert en daar heel goed in is, en waarvan je nu de toestroom naar de opleiding om dat beroep te leren bemoeilijkt en zelfs verhindert”.
Ze heeft dan ook een duidelijke oproep: “We moeten met alle onderwijsverstrekkers aan tafel gaan zitten om te kijken hoe we extra plaatsen kunnen creëren in die B-stroom. En hoe we in elke regio een aanbod kunnen voorzien in verschillende studierichtingen zodat een leerling kan kiezen voor het beroep waar hij voor wil gaan”.
Bron: VRT NWS
by Frans Dams | jun 1, 2023 | Onderwijs
Ruim 3.000 vacatures in ons onderwijs, toch werken 2.500 Vlaamse leraren in Nederland: wat kunnen we daarvan leren?
Meer dan 3.000 openstaande vacatures in ons onderwijs en toch werken er zo’n 2.500 Vlaamse leerkrachten in Nederland. Dat blijkt uit cijfers van de Pensioendienst in Nederland. Terwijl de druk op leraren hier alsmaar groter wordt door het lerarentekort, blijkt dat we heel wat leerkrachten door onze vingers laten glippen. Moet ons onderwijs in de leer bij de noorderburen?
Eind april waren er volgens VDAB 3.116 openstaande vacatures in het onderwijs. Dat is een stijging ten opzichte van het jaar en de maand ervoor. Het lerarentekort blijft een groot probleem. Sterker nog nu blijkt dat we jaarlijks heel wat leerkrachten verliezen aan de scholen van onze noorderburen.
Volgens de meest recente cijfers (uit 2021) blijkt dat zo’n 2.500 Vlaamse leerkrachten aan de slag zijn over de grens in Nederland. Wat maakt dan dat de leerkrachten toch beslissen om de grens over te trekken?
Sneller zekerheid en vast contract
In Nederland een vast contract krijgen voor een voltijdse benoeming zou makkelijker zijn dan bij ons in Vlaanderen. Zo werkte juf Nele op bijna vijf scholen per schooljaar in Vlaanderen, voor ze de overstap maakte. “Elke keer werd ik enkel ingezet voor korte vervangingen en mocht ik daarna toch niet blijven, omdat de leerkracht in kwestie terugkwam.”
Toen er op haar laatste school bleek dat de positie vrij bleef, moest ze alsnog haar spullen pakken. “Door al die vervangingen op verschillende scholen, had ik nog geen anciënniteit opgebouwd, dus hadden er andere leerkrachten weer voorrang.”
Voor juf Endrica voelt het onderwijs in Vlaanderen aan als gaatjes vullen als je niet vastbenoemd bent. “Je kunt hier en daar een paar vervangingen doen, maar als je niet vastbenoemd bent, moet je echt regelmatig opnieuw beginnen”, zucht de leerkracht.
Een tekort aan ondersteunend personeel
Daarnaast is het tekort aan ondersteunend personeel voor Vlaamse leerkrachten vaak zwaar. Hoewel er in alle scholen wel zorgleerkrachten aanwezig zijn, valt die ondersteuning door het lerarentekort al gauw weg. Zo sta je er als leerkracht toch nog alleen voor.
Onbegrijpelijk voor juf Nele die heel wat ondersteuning ervaart in haar school in Nederland. Onder meer via onderwijsassistentes. Een functie die bij ons niet bestaat, maar in Nederland in het leven is geroepen, specifiek voor de ondersteuning van leerlingen en zo dus ook leerkrachten. “Zelfs bij onze kleuters, krijgen we dat extra paar handen in de klas.” Een maatregel waar het Katholiek Onderwijs hier in Vlaanderen al langer voor pleit.
Hoger loon
Wat voor Nele en Endrica ook opvallend was, was de verhoging op hun loonbrief. “Als ik dat vergelijk met vriendinnen in Vlaanderen die al even lang lesgeven, vind ik dat gek dat zij zoveel minder verdienen”, vertelt Endrica. Ook juf Nele verdient een pak meer dan toen ze hier lesgaf. “Mijn loon is nu zelfs hoger dan toen ik in Vlaanderen voltijds voor de klas stond.”
Uitkijken naar meer personeel
Volgens Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) hebben er nog nooit zoveel mensen voor de klas gestaan als nu. En toch zitten we nog steeds met een lerarentekort. Weyts organiseerde gisteren nog de allereerste editie van de Open Scholendag, waarbij 700 geïnteresseerden welkom waren in scholen om het beroep te ontdekken.
De hoop van de scholen is dan ook dat ze genoeg nieuwe mensen kunnen aantrekken om het lerarentekort op te vullen. Ook Nederland vult dat tekort maar al te graag op, met Nederlandse of Vlaamse leerkrachten, zo blijkt.
Bron: VRT NWS
by Frans Dams | jun 1, 2023 | Onderwijs
Voor alle vakken moeilijk leerkrachten te vinden
Voor alle vakken in het secundair onderwijs is het moeilijk geworden om leraren te vinden. En dat niet alleen meer in de grote steden. Dat blijkt uit de meest recente knelpuntanalyse van de VDAB. “Daarom hebben we nu de job van leraar secundair onderwijs op de lijst van knelpuntberoepen gezet”, zegt Joke van Bommel van de VDAB.
Het afgelopen jaar kwamen er bij de VDAB 15.000 vacatures binnen voor de job van leraar secundair onderwijs. Eind vorige maand stonden er nog altijd 1.900 open. “Het is nu voor alle vakken moeilijk om leraren te vinden”, zegt Joke van Bommel van de VDAB.
“Het knelt vooral voor de technische vakken, wiskunde, Frans en Nederlands, zoals dat ook in de voorgaande jaren het geval was. Maar ook bij de vakken Latijn, biologie, aardrijkskunde, chemie, gezondheidsopvoeding of levensbeschouwing ondervinden we moeilijkheden.”
Daarom heeft de VDAB de lijst van knelpuntberoepen uitgebreid: ook leerkracht secundair onderwijs valt voortaan onder die categorie. Eerder zette de VDAB ook het beroep van kleuter- en lager onderwijs op de lijst van knelpuntberoepen.
Een tekort over heel Vlaanderen
Niet alleen in de centrum- en grootsteden is het zoeken naar leerkrachten een hele uitdaging. “Ondertussen zien we dat het ook in meer landelijke gebieden stroef gaat”, weet van Bommel.
De lijst met knelpuntvakken
Het is belangrijk dat de VDAB knelpuntvakken erkent – die de regering goedkeurt, want dat heeft gevolgen voor werkzoekenden die een opleiding volgen bij de VDAB. Als het vak waarvoor je een opleiding wil volgen een officiëel knelpuntvak is, krijg je een financiële tegemoetkoming. Maar op die lijst staan vandaag niet alle vakken uit het secundair onderwijs: lichamelijke opvoeding en geschiedenis behoren bijvoorbeeld niet tot de knelpuntvakken.
Verder heeft de lijst met knelpuntvakken ook invloed op de zij-instromers, dat zijn werknemers die hun baan in de privésector inruilen voor een job in het onderwijs. Voor knelpuntvakken kunnen zij-instromers tot tien jaar beroepservaring meetellen als anciënniteit.
Hoe ziet die lijst er vandaag uit?
Vandaag vallen volgens de officiële lijst van de VDAB de volgende vakken onder knelpuntvakken: Nederlands, Nederlands voor nieuwkomers, Frans, Engels, Duits, Latijn, wiskunde, elektriciteit, mechanica, bouw, hout, aardrijkskunde, biologie, chemie, economie, fysica, informatica, natuurwetenschappen, Project Algemene Vakken, techniek, gezondheidsopvoeding, biotechnieken, en levensbeschouwelijke vakken.
Een gelijkaardige lijst wordt gebruikt voor de zij-instromers.
Hoe reageren ouders daarop?
“Ouders zijn hier heel erg bezorgd over”, zegt Hannelore Lambrechts van ouderenkoepel KOOGO. “Enerzijds over wat leerlingen al dan niet kunnen bijleren. Want als je geen vakleerkracht hebt, kan je het vak natuurlijk moeilijk leren.”
“Anderzijds maken ouders zich sterk zorgen over de continuïteit van de lessen. Scholen proberen heel erg hun best te doen om het tekort op te vangen en zo goed mogelijk de lestijden in te vullen. Toch zie je dat er soms opvang voorzien wordt door een secretariaatsmedewerker bijvoorbeeld.”
“En als er geen les is, moet dat worden ingehaald”, gaat Lambrechts verder. “Je kan niet van alle leerlingen verwachten dat zij aan zelfstudie doen. Als dat wel zo is, moeten zij goed begeleid worden. Ook daar zijn leerkrachten voor nodig.”
“Is de school dan gewoon opvang? Of wordt er nog les gegeven? Dat vragen ouders zich af. Ze willen dat hun kind zich kan ontwikkelen en daar is geen garantie meer op nu er te weinig leerkrachten zijn.”
Recht op onderwijs
Ook de Vlaamse Scholierenkoepel is bezorgd over de vele uren studie. “Elke leerling heeft recht op voldoende, gemotiveerde leerkrachten en onderwijs tout court“, zegt Mauro Michielsen van de Vlaamse Scholierenkoepel.
“Als je veel leerstof thuis zelf moet verwerken, wordt er dan nog voldaan aan het recht op onderwijs? Die leerlingen moeten op het einde van de rit dezelfde examens afleggen, ook al hebben ze die lessen niet allemaal gekregen. Dat maakt het een pak moeilijker om je diploma op het einde van het jaar te behalen.”
Bron: VRT NWS
by Frans Dams | jun 1, 2023 | Economie
De mogelijkheid van een linkse regering in Wallonië in 2024 staat al vooraan in het publieke debat. Een derde van de Walen en Brusselaars wil dat de PVDA deelneemt aan een regering. Bij de PVDA-kiezers loopt dat zelfs op tot 86%. De druk op de partij is groot om na de verkiezingen van 2024 een coalitie te vormen met de PS. Maar in welke context? In die van een terugkeer naar besparingsoperaties van 5 miljard euro per jaar volgens het kernkabinet van de Vivaldi-regering? Sociale zekerheid, pensioenen en sociale uitkeringen liggen in de vuurlinie van rechts en de werkgevers. Alle budgettaire keurslijven die tijdens de gezondheidscrisis van 2020 werden afgeworpen, worden opnieuw aangesnoerd.
Een linkse regering in Wallonië?
Een linkse regering in Wallonië mag haar programma niet beperken tot wat in de marge mogelijk is en tot symbolische maatregelen. Om een tastbare verandering teweeg te brengen in het dagelijkse leven van de bevolking, is het noodzakelijk om uit te gaan van de reële behoeften. Concreet MOET er een radicaal plan komen voor publieke investeringen. In de gezondheidszorg of hebben we een nieuwe pandemie nodig om de noodzaak te illustreren? In het onderwijs of hoeveel plafonds moeten er nog instorten in klaslokalen, zoals eind maart in Charleroi? In de crèches waar het Brusselse personeel eind april zijn woede uitschreeuwde. In gratis openbaar vervoer waar je de vervoersmiddelen vindt die na wandelen en fietsen de laagste CO2-uitstoot hebben. In de creatie van voldoende sociale woningen binnen een omvattende benadering om de stadsplanning, het grondgebruik en het rivierbeheer te herzien of zijn er echt mensen die geloven dat de overstromingen van 2021 slechts een ongeluk waren midden in een klimaatcrisis?
De ecologische, economische en sociale planning die nodig is, zal een rebelse regering vereisen die het budgettaire keurslijf verwerpt. Er zullen moedige initiatieven nodig zijn om de arbeidersbeweging te mobiliseren om een krachtsverhouding op te bouwen en tegelijk sterke banden te ontwikkelen met de arbeidersbeweging in Vlaanderen en Brussel.
Naar aanleiding van de voorstelling van het PVDA-boek ‘Doe de switch’ vergeleek Raoul Hedebouw het programma van zijn partij met de New Deal van Roosevelt (1934-38) en met de politiek van de Franse Volksfrontregering (1936-38). Dat waren programma’s om de kapitalistische economie nieuw leven in te blazen door middel van publieke investeringen (Keynesianisme). Dat wordt vandaag vertaald in het versterken van bestaande stimulusmaatregelen en het stoppen van de publiek-private samenwerkingen (PPS), een stelsel waarmee de gemeenschap de schulden op zich neemt en de private sector met de winsten gaat lopen. Raoul ging de kans uit de weg om te wijzen op de strijd van de Amerikaanse arbeidersklasse in 1934 (en de opmerkelijke rol van revolutionairen daarin) of op de krachtige golf van stakingen en bedrijfsbezettingen in Frankrijk in mei-juni 1936, die het land op de rand van een socialistische revolutie brachten. In plaats van naar de bewegingen aan de basis van de samenleving te kijken, richt de PVDA haar aandacht op de politieke ontwikkelingen aan de top. Van daaruit concludeert de partij dat het er vandaag net als toen op aankomt om “het spaargeld te mobiliseren en het geld bij de rijksten te halen.” Anders gezegd: de ‘switch’ wordt gefinancierd door een openbare bank en een vermogensbelasting.
Openbare bank of nationalisering van de sector?
“Ik ontmoet veel mensen die de ASLK missen en enthousiast zijn over het idee om een soortgelijke nieuwe entiteit op te richten,” aldus Raoul Hedebouw. Een openbare bank die op een kapitalistische markt met de private banken moet concurreren, zal snel onder zware druk staan om ook speculatieve rendementen op te leveren. Dat is overigens waarom er vandaag geen ASLK meer is. Zodra een openbare bank als een private bank functioneert, is de logische volgende stap om er gewoon een te worden.
De staatsbank Belfius heeft al gedreigd de toekomstige Waalse regering de toegang tot leningen te ontzeggen als de PVDA aan de macht komt. De bank dreigt hiermee wegens het gevaar van te grote uitgaven en het verlies van de controle over de Waalse staatsschuld. Raoul Hedebouw reageerde: “Belfius gedraagt zich precies zoals het bedrijfsleven en de bankwereld in Griekenland, waar alles in het werk werd gesteld om zelfs maar een poging tot links beleid de kop in te drukken.” Hij heeft gelijk en die dreiging moet ernstig genomen worden.
De financiële sector moet in zijn geheel uit de marktlogica worden gehaald en volledig worden genationaliseerd onder controle van de gemeenschap. Dit zou een einde maken aan de speculatie en tegelijkertijd de vele noodzakelijke overheidsinvesteringen financieren.
De uitdagingen van de miljonairstaks
LSP is voorstander van een miljonairstaks zoals voorgesteld door de PVDA. De superrijken dreigen met een kapitaalvlucht en dat is ongetwijfeld geen loos dreigement. De PVDA reageert door uit te leggen dat het fenomeen slechts marginaal zou zijn. De vermogensbelasting in Frankrijk vertegenwoordigde bijvoorbeeld slechts 2% van de fiscale opbrengsten op het ogenblik dat deze belasting door Macron werd afgeschaft. Een miljonairstaks van 8 tot 10 miljard euro per jaar in België, zoals voorgesteld door de PVDA, is dubbel zo hoog als in Frankrijk in een economie die zes keer kleiner is. Het gaat dus om een twaalfvoud van de Franse vermogensbelasting. Toen de eerste vermogensbelasting in Frankrijk in 1982 werd ingevoerd door een regering van PS en PCF, leidde dit tot een ongeziene kapitaalvlucht. Rijken staken letterlijk de Zwitserse grens over met autokoffers vol geld en goudstaven!
Het programma van die PS-PCF-regering ging overigens verder dan het huidige PVDA-programma. Het omvatte de nationalisatie van 36 banken en vijf grote industriële groepen. Mitterand en zijn regering probeerden de werkgevers te overtuigen van de voordelen van hun beleid van Keynesiaans herstel door middel van publieke investeringen. De heersende klasse vreesde echter elke linkse politiek die de arbeidersbeweging vertrouwen kon geven. De sabotage van de economie door de werkgevers en de druk van de markten deden de regering zwichten. De eerste maatregel van de ‘besparingsbocht’ in 1983 was de afschaffing van de automatische loonindexering.
Een confrontatie met het kapitaal is onvermijdelijk en men kan zich niet voorbereiden op de hevige strijd die komt door de illusie in stand te houden dat de dictatuur van de markten getemd kan worden. Kapitaalvlucht moet worden tegengegaan door de nationalisatie van de financiële sector onder democratische controle en beheer door de gemeenschap. Tegen de patronale lockouts of delokalisaties moeten we terugvechten door de werkplaatsen en het materieel op te eisen en te nationaliseren om jobs te redden. Tegen de schuldencrisis en de financiële verstikking van de markten moeten we terugvechten met de niet-betaling van de overheidsschuld, met alleen compensatie voor kleine investeerders op basis van bewezen behoeften. Stemmen op de PVDA is de beste electorale optie voor de arbeidersklasse in 2024. Maar de parallelle opbouw van een revolutionaire partij als LSP is absoluut cruciaal.
Bron: LSP