by Frans Dams | okt 2, 2023 | Economie
Strijd opbouwen voor controle van de werkende klasse over de rijkdom
“Tax the rich!” Activisten scanderen het terwijl ze golfterreinen van de rijken bezetten. De PVDA populariseert #taxtherich in de aanloop naar de verkiezingen. Zelfs in de pagina’s van rechtse media, zoals de Financial Times, duiken stemmen op die duiden dat de onrechtvaardige belastingsystemen niet volgehouden kunnen worden. Zeggen dat het idee dat de rijken ook eens belastingen mogen betalen populair is, is een understatement. Een belangrijk instrument in de verschuiving van belastingdruk naar de rijken is telkens een ‘miljonairstaks’ (zoals de PVDA ze noemt) of vermogensbelasting (een belasting, niet op wat iemand verdient of koopt, maar op wat iemand bezit). In België is 75% tot 85% van de bevolking gewonnen voor zo’n ‘rijkenbelasting’.
door Jeroen (Gent) uit maandblad De Linkse Socialist
Het idee van een vermogensbelasting is niet nieuw. In Europa hebben drie landen – Spanje, Noorwegen en Zwitserland – een vorm van vermogensbelasting. In Frankrijk bestond er één tot 2018. Dat het niet alle problemen van de werkende klasse zal oplossen, is dus duidelijk. Ook in de landen waar er één bestaat, bleven problemen zoals de torenhoge levensduurte, de structurele onderfinanciering van openbare diensten of de hoge belastingdruk voor werkenden bestaan.
Als het establishment al verplicht is om na te denken over een vermogensbelasting, dan kan dat voor hen alleen maar als de last ervan bijna niet gevoeld wordt. Ze stellen microscopisch lage belastingen voor of eisen de afschaffing van andere belastingen ter compensatie. Zo werd in Zwitserland wel een belasting op vermogen ingevoerd, maar werd de erfbelasting afgevoerd. Zwitserland haalt ongeveer 4% van haar budget uit een vermogensbelasting, wereldwijd is dat het hoogste percentage.
Dat de verwachtingen hoog gespannen zijn, komt vooral door decennia van neoliberaal beleid dat de belastingdruk stap voor stap van de sterkste schouders heeft gehaald, maar die bij de werkenden mooi liet liggen. Een poetsdame in een fabriek betaalt vandaag soms meer belastingen dan haar multinationale werkgever. En dat is volledig legaal. Een bonte verzameling van consultancybedrijven en boekhoudkantoren loodsen bedrijven en vermogenden vlotjes naar alle achterpoortjes zodat de meesten amper belastingen betalen. Voor wat legaal niet lukt, zijn er andere oplossingen te vinden. Zo blijkt uit Luxleaks, Panama papers, Paradise papers … De daling aan belastinginkomsten compenseerden de politici met steeds verregaander besparingen op openbare diensten.
Samen heeft dit wereldwijd de meest ongelijke verdeling van rijkdom in de geschiedenis van de mensheid in de hand gewerkt. Het blijft een schatting, want in België bestaat er geen vermogenskadaster (een lijst met alles wat iedereen bezit). Volgens de World Inequality Database is tussen 2000 en 2020 de waarde van alle opgespaarde rijkdom gestegen van ongeveer 3,7 keer het nationaal inkomen (alles dat als inkomen verdiend wordt door alle Belgen) naar meer dan 5,5 keer! Veel meer rijkdom dus, maar in steeds minder handen. De rijkste 10% in België bezit ongeveer 60% van al het vermogen, de armste 50% minder dan 8%.
Zelfs als onze ambitie alleen nog maar is om de toegenomen ongelijkheid van de laatste paar decennia terug te draaien, zal niet alleen een échte vermogensbelasting nodig zijn, maar moeten ook alle achterpoortjes, uitzonderingen en alle georganiseerde belastingontduiking van de rijken en bedrijven op de schop. Elke maatregel die echt raakt aan hun opgespaarde fortuinen zal door de rijken steeds met alle middelen bestreden worden. Alleen al het idee van een vermogenskadaster om bezit efficiënt te kunnen belasten, wordt al tientallen jaren bot geblokkeerd door de neoliberale politiekers.
Zoals we recent ook zagen in de strijd tegen de verhoging van de pensioensleeftijd in Frankrijk, waar 80% van de bevolking zich uitsprak ertegen, volstaat het niet dat een meerderheid van de bevolking overtuigd is van iets. Enkel via massale druk kunnen we hervormingen afdwingen. Die druk moet in eerste instantie opgebouwd worden op straat en dan vooral vanuit die sectoren – onderwijs, kinderopvang, pensioenen, openbare diensten… – waarop jaren is bespaard om de korting op de belasting van de rijken te betalen. Zo zullen we ook alleen via de actieve participatie van een brede beweging op straat in staat zijn om te reageren op alle chantage en tegenreacties van de 1% en daar escalerende maatregelen, inclusief onteigeningen en nationalisaties, tegenover plaatsen om hen te dwingen een deel van hun opgepotte rijkdom uit handen te geven.
Bron: Socialisme.be
by Frans Dams | okt 2, 2023 | Economie
Minister-president Jambon leek oprecht blij. Niet zozeer voor de bevolking, maar voor zichzelf en zijn regering. Deze keer was hij immers zonder veel horten en stoten tot een akkoord gekomen en dat is al een prestatie op zich. Dit was mogelijk omdat het explosieve stikstofdossier voorlopig enkel stof blijft verzamelen en omdat er door creatieve rekenkunde hier en daar extraatjes uit te delen waren. Helaas voor Jambon haalt de realiteit het creatieve cijferwerk snel in. De kruimels voor kinderopvang blijken gefinancierd te worden door de besparing op het groeipakket, net zoals de extra middelen voor de lerarenopleiding bijlange niet compenseren voor de jarenlange besparing op hoger onderwijs door de niet correcte toepassing van het financieringsdecreet. De gaten als gevolg van jarenlange besparingen worden niet gevuld door enkele kruimels.
Het meest in het oog springende is de verhoging van het budget voor kinderopvang met 270 miljoen euro. Zowel Jambon als bevoegd minister Crevits zijn er erg trots op, zelfs indien het minder is dan de door CD&V gevraagde 330 miljoen euro. Deze extra middelen zijn effectief een stap vooruit voor een sector die al jarenlang door tekorten wordt geplaagd. ACV Puls merkte op: “De investeringen van deze regering in de kinderopvang (en andere zorgsectoren) zijn aanzienlijk maar een noodzakelijke inhaalbeweging na de besparingen en de stilstand in het verleden. Er zullen in de toekomst nog investeringen nodig zijn in zorg, welzijn en cultuur willen we nieuwe crisissen vermijden.”
Dat de extra investering niet met de volle goesting gebeurde, maakte Mathias Diependaele (N-VA) duidelijk in de aanloop naar de besprekingen. Voor extra middelen, moet er elders bespaard worden, klonk het. De efficiëntie van extra middelen voor kinderopvang werd in vraag gesteld. Het feit dat ouders met hun kinderen tot in het parlement zelf actie gingen voeren en de enorme steun die ze hiervoor kregen in de publieke opinie gaven ongetwijfeld de doorslag. Na de rampen van de afgelopen jaren, zowel in de ouderenzorg als de kinderopvang, moest de Vlaamse regering wel iets doen. Het vertrek van Wouter Beke als gevolg van die rampen is in de regeringskringen ongetwijfeld nog niet vergeten.
De vakbonden hebben bedenkingen bij de keuzes die de regering maakt over de kinderopvang. Zo is er een probleem met de zekerheid en waardering van het personeel. Het overstappen van het statuut van onthaalouder naar dat van werknemer biedt meer financiële en sociale zekerheid. De regering voorziet slechts in budget voor de overstap van 350 onthaalouders (in termen van voltijdse jobs). Daarnaast wil de regering het personeelstekort aanpakken door flexijobs in te voeren. Nog lagere lonen invoeren getuigt niet bepaald van respect voor het personeel in de sector! De eerste stap richting een verlaging van het aantal kinderen per begeleider is uiteraard positief, het staat ook al lang centraal in de eisen van het personeel in de sector. In het belang van zowel het personeel als de kinderen gebeurt die verlaging natuurlijk het best door meer goed betaalde en opgeleide collega’s in te zetten. Zo zou werken in de sector meteen ook aantrekkelijker worden. Voor topmanagers, recent was er nog discussie over de nieuwe manager van Bpost, zijn er steeds hogere lonen omdat deze nu eenmaal ‘concurrentieel’ moeten zijn. Voor essentieel zorgpersoneel geldt blijkbaar een omgekeerde redenering: concurrentieel betekent voor hen druk op de lonen.
Een ander belangrijk punt van kritiek door de vakbonden uit de zorg- en welzijnssector is dat de Vlaamse regering wel erg stil blijft over andere delen van de sector. Amper een week geleden raakte bekend dat Joke Mariman een einde aan haar leven maakte omdat haar financiële en medische situatie uitzichtloos was. Dit is schokkend, maar blijkbaar niet voor de heren en dames van de Vlaamse regering?! Een beleid van wachtlijsten en tekorten richt een sociale ravage aan. De regering heeft niet eens een begin van antwoord hierop.
BBTK stelde: “Over de ouderenzorg, gezins-en bejaardenhulp, gehandicapten- en jeugdsector, socioculturele sectoren bleef het vanuit de Vlaamse Regering opnieuw oorverdovend stil. Die sectoren staan blijkbaar lager op het regeringslijstje dan investeren in elektrische wagens en het mee subsidiëren van de verkeersknoop. Zo blijkt eens te meer dat het voor onze zorg- en welzijnssectoren nog steeds bij de krapte herverdelen blijft. En we wachten met een bang hart drama’s in die sectoren af, vooraleer de beleidsmakers wakker schieten.”
Dat er voor de extra middelen in de kinderzorg elders bespaard is, zoals geëist door de N-VA, blijkt ondertussen ook. Het groeipakket, de vroegere kinderbijslag, volgt de index niet meer. De index zorgde ervoor dat onze lonen en uitkeringen aan de snel stijgende prijzen werden aangepast. De kinderbijslag, het eerste onderdeel van de sociale zekerheid dat geregionaliseerd werd, volgt echter niet. Het groeipakket kent een vaste indexatie van 2%. Dat ligt ver onder de inflatie, waardoor gezinnen dus inleveren. Volgens de Gezinsbond bespaart de Vlaamse regering dit jaar 335 miljoen euro op deze manier. Het stelt de 270 miljoen euro extra voor kinderopvang meteen in perspectief…
Terwijl er subsidies voor elektrische wagens komen, moeten het personeel en de reizigers van De Lijn het zonder extra middelen doen. Nochtans is er stilaan een samenloop van problemen en tekorten die het openbaar vervoer in een diepe impasse storten. Niet genoeg bussen, te weinig personeel, gebrek aan middelen voor onderhoud, hertekening van het aanbod waarbij mensen het zonder dienstverlening moeten doen, aanhoudende problemen met schoolvervoer … Daar wordt dus niets aan gedaan. Liever subsidies geven aan elektrische wagens.
De tekorten in het onderwijs of nog inzake sociale huisvesting worden evenmin aangepakt. 176.000 mensen op een wachtlijst voor een sociale woning, maar de minister besteedt niet eens het volledige budget! Extra middelen voor de lerarenopleiding zijn welkom, maar blijven erg beperkt in verhouding tot de noden. Het niet toepassen van het financieringsdecreet voor het hoger onderwijs heeft geleid tot een besparing van ruim 600 miljoen euro. Kortom, ook de extra middelen voor onder meer de lerarenopleiding zijn betaald door besparingen op het hoger onderwijs. Personeel en studenten uit het hoger onderwijs plannen een betoging op 11 oktober om meer middelen te eisen.
Verder is er de verhoging van de jobbonus voor werkenden met een laag inkomen. Straks zullen 1 miljoen werkenden in Vlaanderen deze jobbonus van maximaal 700 euro krijgen. In De Standaard merkt Marc Reynebeau op: “In feite zijn het niet zozeer de werkenden die met de jobbonus worden beloond. Hij functioneert eigenlijk als een loonsubsidie voor bedrijven, die worden ontlast van de prikkel om hun personeel fatsoenlijkere lonen te betalen. Die lonen worden immers toch met belastinggeld bijgepast.”
De extra middelen voor onder meer kinderopvang zijn positief, maar blijven beperkt tot wat kruimels die van tafel vallen. Bovendien zijn het kruimels waarvoor we zelf betalen door besparingen, zoals op het groeipakket of het (hoger) onderwijs. Ondertussen blijft het oorverdovend stil omtrent de vele tekorten die nu al tot rampen leiden. Deze Vlaamse regering vertrekt niet van de noden van de werkenden en hun gezinnen. Deze regering is asociaal en verzet ertegen is noodzakelijk. De betoging van het hoger onderwijs op 11 oktober is een goede eerste aanzet. Afspraak om 13u aan Brussel-Noord.
Bron: Socialisme.be
by Frans Dams | okt 2, 2023 | Boeken
Wetenschap & Religie biedt een kritische en verhelderende kijk op een van de meest fascinerende kwesties die mensen van oudsher heeft beziggehouden: hoe kunnen religie, zingeving en geloof zich verhouden ten aanzien van kennis, rede en wetenschap? De interessantste thema’s en de meest spannende momenten uit de geschiedenis van dit debat komen aan bod: de relatie tussen filosofie en christendom, de discussie over mirakels en de almacht van God, het debat over geloof en wetenschap in de islam, de veroordeling van Galilei en de enorme uitdaging van Darwins evolutietheorie.
Patrick Loobuyck zoekt de nuance in de geschiedenis en zet de verschillende hedendaagse standpunten op scherp. Hij gaat zowel in op de visies van gelovigen als op die van atheïsten. Ook de recente inzichten inzake de evolutionaire oorsprong van moraal en religie worden in rekening gebracht. Met zijn benadering zet Loobuyck de lezer aan om geïnformeerd, open en vrij over de relatie tussen religie en wetenschap na te denken.
by Frans Dams | okt 2, 2023 | Economie
Dringende energietransitie in ademnood
“We doen niet genoeg tegen de opwarming van de aarde, er moet meer gebeuren.” Zo bevestigt een nieuw VN-klimaatrapport wat iedereen weet. Maar die oproep gaat voorbij aan de zware moeilijkheden bij het uitrollen van hernieuwbare energie: zelfs grote vergunde en gestarte windparken worden stopgezet.
Het is geen verrassing als een nieuw rapport (zie hiernaast) van de Verenigde Naties op 8 september 2023 waarschuwt dat de wereld lang niet op koers zit om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te realiseren:
“De kans om de opwarming tot anderhalve graad te beperken, verkleint snel.”
“Op alle onderzochte terreinen, van het voorkómen van nog meer opwarming tot de aanpak van verlies en schade, is veel meer actie nodig”.
Energietransitie goed
voor 74% minder uitstoot?
In zulke dramatische context is het zaak zich te concentreren op de allerbelangrijkste uitdagingen, daar waar het meest resultaat te boeken valt.
Eén vaststelling in het rapport springt eruit, pagina 20. De transitie van fossiele naar hernieuwbare energie “kan zorgen voor 74 procent van de vermindering die nodig is om de mondiale uitstoot van broeikasgassen op nul te brengen”.
Wat een geluk dus dat net de energietransitie “verst gevorderd” is, zoals Pala al vaststelde vanaf 2016… meestal met de toevoeging dat ze “nog niet snel genoeg verloopt”.
Die vaststelling maakt dus ook de VN: “Er zijn jaarlijks drie tot zesmaal meer investeringen nodig om de opwarming tot twee of anderhalve graad te beperken”.
De hete aardappel: energietransitie in zwaar onweer
Van een organisatie waarvan de algemeen secretaris zelf terecht de alarmklok luidt, mag verwacht worden dat ze de hete aardappels niet uit de weg gaat in haar rapporten. Nochtans mankeert de ongetwijfeld heetste aardappel: die snelst vorderende energietransitie is namelijk in heel zwaar weer terechtgekomen.
Vattenfall stopt in juli de bouw van een gigantisch windpark in Groot-Brittannië.
Commonwealth Wind gevolgd door SouthCoast Wind eind augustus, betalen tientallen miljoenen schadevergoeding om hun windparken in de VS niet te moeten bouwen.
Zelfs Orsted, ‘s werelds grootste uitbater van offshore windenergie, laat begin september horen dat het windprojecten in de VS wil opgeven als ze niet langer rendabel zijn.
Nog andere energiebedrijven dringen aan om de voorwaarden voor windparken te herzien en waarschuwen voor verloren jobs en investeringen.
Kostenexplosie
Natuurlijk zoeken privéconcerns winst en is het wijs om hun zakelijke plaatje altijd diepgaand onder de loep te leggen. Maar dat hun kosten stijgen, verzinnen ze niet. De redenen zijn niet ver te zoeken.
Pandemie, oorlog, inflatie, rente
Vooreerst raken vanaf 2020 de aanvoerketens verstoord door de pandemie, meest van al door de Chinese lockdowns.
Dat jaagt de kosten omhoog. Sterk oplopende inflatie en vervolgens de oorlog in Oekraïne vuren ze verder aan.
Exploderende rentetarieven maken alles erger, zeker in een sector die zoveel kapitaal nodig heeft.
Tot overmaat van ramp kampen de grote windmolenfabrikanten Vestas en Siemens Gamesa (Siemens Energy) met kwaliteitsproblemen, nog meer onzekerheid dus.
Rampzalig geldbeleid: flater na flater
Wat ontbreekt in de VN-analyse maar niet onder de mat mag geveegd blijven, is het rampzalige geldbeleid van de nationale banken. Eerst veroorzaken ze de inflatie door goedkoop geld te blijven uitgooien terwijl een pandemie-economie dat niet langer kan verteren; dan weigeren ze die inflatie uiterst lang te zien; vervolgens bestrijden ze veel te laat hun eigen flater met een onverteerbaar snelle rente-ommezwaai richting peperduur geld, een nieuwe flater die de economie zwaar treft, niet in het minst de duurzame economie die we allemaal zo hard nodig hebben.
Vertaal dit naar de problemen van de hernieuwbare energiebedrijven. Hun kostenstijgingen zijn in het geval van inflatie grotendeels veroorzaakt door nationale banken; en de hogere rentes die ze moeten betalen, zijn volledig de schuld van die nationale banken.
Manke publiek-private samenwerking
In de energiesector daalt het belang van publieke bedrijven al lang. Anders dan bv. voor spoorvervoer betrouwen vele samenlevingen voor de energietransitie vooral op privébedrijven. Net omdat die omslag maatschappelijk onvoorstelbaar belangrijk is, dringt zich een goede publiek-private samenwerking op.
Tekortschietende overheden
Maar die verloopt heel slecht. Overheden hebben de stommiteiten van hun nationale banken niet voorkomen. Nochtans hadden die nooit een mandaat om torenhoge inflatie te veroorzaken, laat staan om vervolgens de reële economie te torpederen met ontwrichtend duur geld dat de uitbouw van een groene economie verhindert.
Rest dus een overheidsaanpak van subsidies. Ze moeten hernieuwbare energie stimuleren en zo de opwarming bestrijden. Maar wat ooit misschien te royale subsidiëring was, riskeert nu onvoldoende te zijn. Een overheid die te weinig wendbaar is in snel wijzigende omstandigheden, dreigt dan vooral een onbetrouwbare partner te worden in de ogen van privébedrijven. Omgekeerd kunnen overheden de indruk krijgen dat bedrijven hen als melkkoe zien of chanteren met jobs en investeringen.
Resultaat is dat de manke publiek-private samenwerking nog verslechtert en de levensbelangrijke energietransitie vertraagt. Dan blijft het een onbeantwoorde vraag of het niet verstandiger en efficiënter is om ook dynamische en efficiënte publieke energiebedrijven te hebben. Zij zouden door overheden opgehaald spaargeld heel zinvol kunnen investeren.
Burgerinitiatief meer dan welkom…
Maar opletten voor naïef enthousiasme
Intussen opent zich bv. in België de mogelijkheid van publiekciviele samenwerking, waarbij ook burgers via hun coöperaties kunnen investeren in windenergie op zee. Dat is om vele redenen toe te juichen, maar een stevige waarschuwing voor al te naïef enthousiasme dringt zich op.
Coöperatief initiatief ontwikkelen tussen de ‘groten’ van economie, politiek en geld is uiterst risicovol. Zeker in crisistijd blijkt dit een omgeving van vaak al te onbetrouwbare, weinig wendbare overheden en al te veel privéconcerns die gehaaid zijn in het schuiven van risico’s en verliezen richting zwakste partners.
Een geloofwaardig, succesvol coöperatief initiatief om te participeren in windparken op zee moet zich meester tonen in het verwerven van zowel sterke maatschappelijke en economische posities als harde politieke en financiële zekerheden.
Dirk Barrez
Hoofdredacteur Pala.be en auteur van TRANSITIE. Onze welvaart van morgen en 11 politieke dwaasheden. 50 jaar schuldig verzuim van onze politici
Vind dit artikel met links naar bronnen en andere artikels op Pala.be
Lees hiernaast in rechterkolom bovenaan ook: ‘Kans om klimaatdoelen te bereiken snel kleiner, waarschuwt VN-rapport’
Uw doordachte reacties zijn welkom op het emailadres info@Tpala.be
by Frans Dams | okt 2, 2023 | Economie
Als het om duurzaam vervoer gaat, is het spoor veruit te verkiezen boven snelwegen of luchthavens. Hoe 30 Europese landen presteren, lijkt dan een interessante studie… tot ze uitgerekend België meest positief beoordeelt. Dat is zowel lachwekkend, om te huilen als leerzaam.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen van een door Greenpeace bestelde studie (1) over investeringen in vervoer?
“De 27 EU-landen, Noorwegen, Verenigd Koninkrijk en Zwitserland gaven tussen 1995 en 2018 gezamenlijk zesenzestig procent meer uit aan snelwegen dan aan spoorwegen.
Recenter, in de jaren 2018-2021 verkleint de kloof tot vierendertig procent meer geld voor snelwegen. Zeven landen besteden nu zelfs meer aan het spoor: België, Denemarken, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Oostenrijk en Verenigd Koninkrijk.
In de hele periode 1995-2020 groeide het snelwegennet meest in Ierland, Polen en Roemenië en minst in Litouwen, Letland en België.”
De bal zwaar misgeslagen
Dat België als enige van 30 landen tweemaal opduikt in wat deze studie impliciet als positief te waarderen hoofdtrends beschouwt m.b.t. de relatie spoorwegen-snelwegen doet meer dan de wenkbrauwen fronsen…
Deze studie mist compleet de resultaten
Het is al uiterst vreemd dat de grootte van de investeringen minder belangrijk wordt geacht. Want hoe relevant is het dat een land meer investeert in sporen dan in wegen als het in beide gevallen onverantwoord en zelfs ridicuul weinig is? Zoals in België waar verwaarlozing overal heerst.
Maar wat deze studie compleet mist, zijn de resultaten van het uitgegeven geld. Hoeveel mensen nemen de trein? Hoeveel vracht verloopt via het spoor?
De Europese koploper
In Europa slagen de Zwitserse spoorwegen erin om twintig procent van het personenvervoer voor hun rekening te nemen in 2019 (laatste jaar voor de pandemie). Dat is ver voor alle andere Europese landen. Oostenrijk is tweede met 14 procent, vervolgens Zweden met 12, Nederland met 11, verder o.a. Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Pas dan valt ook België te ontdekken met iets meer dan 8 procent, bijna tweeëneenhalve maal minder goed dan Zwitserland.
Goederentransport verloopt in Zwitserland nog veel meer via het spoor, vierendertig procent in 2021. Daarmee belandt het Europees op de vierde plaats na Litouwen, Letland en Estland. De kloof met West-Europese landen is enorm. Duitsland haalt net meer dan de helft van Zwitserland met 19 procent treintransport, België haalt 12 procent (bijna 3 keer minder), Frankrijk 11 procent, Verenigd Koninkrijk minder dan 10 en Nederland amper 6. (2)
Irrelevant, zelfs irritant
Hoe relevant is een studie over Europees vervoer – en de duurzaamheid daarvan – als ze compleet voorbijgaat aan het feit dat de Zwitserse spoorwegen zowel voor hun aandeel in het personenverkeer als voor hun aandeel in vracht zowat tweeëneenhalve maal beter doen dan de Belgische?
Hoe irritant wordt een studie als ze zich enkel concentreert op de verhouding tussen investeringen in spoor en in snelwegen en vervolgens in haar sleutelbevindingen België positief evalueert en de echte Europese koploper spoorloos is. Dat is gewoonweg nonsens.
Want zelfs als Zwitserland meer investeert in wegen, dan investeert het tegelijk nog altijd immens veel meer in het spoor dan België… Nog belangrijker, de Zwitsers genieten daardoor werkelijk van een veel beter aanbod, én ze maken er gebruik van.
Helemaal frustrerend voor Belgen, is dat Zwitsers én veel meer investeren in wegen, én veel meer investeren in spoorwegen, én toch veel minder belastingen betalen, én veel minder overheidsschuld hebben… Als er, terzijde, één studie dringend nodig lijkt, dan wel hoe landen op al die terreinen zo verschillend kunnen presteren.
“Gidslanden”
Het moet zijn dat ze zich alvast bij Greenpeace België van één en ander bewust zijn. Want anders dan de bestelde studie vermelden ze bij de voorstelling ervan Zwitserland en Oostenrijk expliciet als gidslanden inzake treinverkeer voor België.
Organisaties en hun studies
Voor alle organisaties die politiek en samenleving tot duurzaamheid willen stimuleren op basis van studies valt hieruit wel iets te onthouden. Ze moeten altijd een scherpe dialoog aangaan met de onderzoekers lang vóór de publicatie ervan, al vanaf het prilste begin.
Want de minimale basisvoorwaarden zijn in elk geval dat studies relevant en feitelijk juist moeten zijn. Lachwekkende bevindingen alsof België de minst slechte leerling van de Europese spoorklas zou zijn, die horen daar echt niet onder.
Voor wie op zoek is naar gegevens over wat bv. spoorwegen presteren, kan o.a. terecht in het Pala woordenboek onder het trefwoord vervoer, zie ook hiernaast.
Dirk Barrez
Hoofdredacteur Pala.be en auteur van TRANSITIE. Onze welvaart van morgen en 11 politieke dwaasheden. 50 jaar schuldig verzuim van onze politici
Uw doordachte reacties zijn welkom op het emailadres infoATpala.be