De avonturen tijdens de zomervakantie vormen steevast het gespreksonderwerp van de eerste schoolweken. Voor kinderen die opgroeien in armoede is dit pijnlijk. Daarom roept Maret Dakaeva (Uit De Marge) leerkrachten op om op een andere manier met leerlingen over de zomer te praten.

Bang hart

Binnenkort zwaaien de schoolpoorten weer open. Bijna elk kind zal er deze vraag krijgen: “Wat heb jij tijdens de vakantie gedaan?”

Sommige kinderen zullen verhalen vertellen over exotische bestemmingen. Ze zullen souvenirs laten zien en lachen om hun avonturen. Andere kinderen zullen tot frustratie van hun ouders al vergeten zijn wat ze weer precies hebben gedaan.

Maar er zijn ook kinderen die dit moment met een bang hart afwachten. Hun zomervakantie speelde zich niet af in verre landen. Ze deden geen avontuurlijke kampen of spannende uitstappen.

Niet omdat ze dat niet wilden, maar omdat het niet kon. Omdat het geld al op was nog voor de vakantie begon. Of omdat de vraag naar vakantieplannen in hun gezin gewoon nooit werd gesteld.

Enige zonder vakantie-avonturen

“Als kind vond ik die eerste weken op school het minst leuk,” vertelt een van de jeugdopbouwwerkers bij Uit De Marge. “Wij konden geen vakantie betalen, dus verzon ik verhalen. Ik wilde niet de enige zijn zonder vakantie-avonturen.”

Ook Lina (15) ziet op tegen de start van het schooljaar.Lina is een pseudoniem.“In die eerste weken gaat het in bijna elke les over de vakantie”, vertelde ze me tijdens een activiteit. “Kinderen met de ‘mooiste’ verhalen komen meteen hoger op de populariteitsladder terecht. En ik moet telkens herhalen dat ik niet ben weggeweest. Dat voelt als een stempel op mijn voorhoofd.”

“Op school moesten we ooit een tekening maken van de kermis”, herinnert een andere jeugdopbouwwerker zich. “Maar ik was er nooit geweest, we hadden daar het geld niet voor. Dus wachtte ik tot de anderen begonnen te tekenen en maakte vervolgens hun tekeningen na. Het voelde alsof ik een toneelstuk speelde.”

Armoede is meer dan te weinig geld

In België loopt ongeveer één op de vijf kinderen het risico op armoede of sociale uitsluiting. Dat betekent dat er gemiddeld in elke klas vier of meer kinderen zitten voor wie op vakantie gaan of leuke uitstappen doen niet vanzelfsprekend is.

Maar armoede is meer dan te weinig geld hebben. Het is ook het ontbreken van kennis. Niet weten welke kansen er bestaan, welke rechten je hebt, dat er tal van kortingen bestaan op sociale, culturele en sportactiviteiten en welke formulieren je moet invullen om daarvan te genieten.

Het is het ontbreken van toegang. Geen auto hebben om ergens te raken, geen internettoegang om iets op te zoeken, geen sociaal netwerk dat je mee op sleeptouw neemt.

Het is het ontbreken van mogelijkheden om te experimenteren. Nooit leren surfen, skiën, of kamperen omdat je daar niet het materiaal, de begeleiding of de ruimte voor hebt.

Het is ook angst. Angst voor onvoorziene kosten en voor het onbekende. Angst om niet in een nieuwe omgeving te passen, om bekeken te worden, niet te weten hoe je je moet gedragen. Angst om door de mand te vallen.

Een oproep aan leerkrachten

Voor sommige kinderen is de eerste schooldag geen vrolijke terugblik, maar een sociale hindernis. Eén vraag kan genoeg zijn om hen wekenlang in hun schulp te doen kruipen.

Als leerkracht kan je kiezen hoe je het schooljaar begint. Mijn oproep: vraag kinderen niet waar ze op reis zijn geweest. Pols niet naar wat ze deze zomer allemaal gedaan hebben. Informeer niet naar de grootste vakantie-avonturen.

Kortom: begin niet met een klasgesprek dat onvermijdelijk uitmondt in een soort van ladder, waarop kinderen met de mooiste vakantiebestemmingen automatisch hoger belanden. Alsof op vakantie gaan iets zegt over wie je bent of wat je kan.

Het kan ook anders. We kunnen het schooljaar beginnen met vragen waar elk kind op kan antwoorden, zonder iets over de thuissituatie te verraden. Vragen als: Wat heb je deze zomer geleerd, of ontdekt? Wanneer was je trots op jezelf? Welk klein moment blijft je bij? Welke geur, kleur, of geluid hoort voor jou bij de zomer?

Zo open je een deur waar iedereen doorheen kan. Zonder ranglijst, zonder prijskaartje. Zo laat je kinderen ervaren dat hun verhaal ertoe doet, ook als het zich gewoon thuis afspeelde.

Als we willen dat scholen oefenplekken zijn om samen te leven, moeten we starten met vragen stellen die niemand uitsluiten. De eerste schooldag is de perfecte dag om hiermee te beginnen.

Bron: sociaal.net