Bij het afstammingscentrum zijn al zeker 16 nieuwe vragen binnengelopen sinds het nieuws dat het misliep met een donor van een spermabank in Denemarken. Omdat dit Vlaams aanspreekpunt voor vragen over afstamming en verwantschap te weinig mensen en middelen heeft, komen mensen meteen op een wachtlijst van ruim een jaar terecht.

“In de app zie ik al 16 nieuwe meldingen en dan moet ik de mailbox nog openen.” Ankie Vandekerckhove, coördinator van het afstammingscentrum, verwacht nog meer nieuwe meldingen.

Nu met het nieuws over een donor uit Denemarken met een genetisch defect duidelijk is dat de wet om maximaal 6 moeders te bevruchten met het zaad van 1 donor niet altijd zorgvuldig is gevolgd, zitten meer mensen met vragen over hun afstamming. “Helaas moeten wij hen slecht nieuws geven: ze komen meteen terecht op een wachtlijst van meer dan een jaar.”

Met elk schandaal meer vragen

Het afstammingscentrum ontstond uit de vraag van metissen (kinderen van een Afrikaanse moeder en een Belgische koloniale vader), adoptiekinderen en dus ook donorkinderen. “We zijn 4 jaar bezig. De overheid had gemiddeld 120 vragen per jaar voor ogen. Maar het zijn er merkelijk meer”, zegt Vandekerckhove. “Vorig jaar kregen we opeens al 421 nieuwe meldingen.”

“Dat brengt ons op een totaal van 1.400 meldingen op dit moment. Daardoor kunnen we mensen niet meteen voor een intakegesprek uitnodigen. Dat is pijnlijk: ze zijn al lang aan het wachten, en dan krijgen ze opnieuw te horen dat ze niet geholpen kunnen worden.”

“Telkens een soortgelijk verhaal in de media komt, zien we het aantal aanmeldingen stijgen. Dat zijn niet allemaal afstammings- en zoekvragen, maar ook gewoon mensen die op zoek zijn naar info. We proberen iedereen verder te helpen, maar krijgen de aanvragen niet meer gebolwerkt.” 

Zonder verlenging van tijdelijke medewerkers, gaat alle kennis verloren

Momenteel werkt het centrum aan het Vlaams adoptieonderzoek. Na dat schandaal waren er sowieso al meer meldingen. Het werk van de trajectbegeleiders is zeer tijds- en arbeidsintensief en niet in een paar dagen opgelost.

Donorkinderen krijgen de vraag zich te registreren met een speeksel- en DNA-staal bij een commerciële databank. Vervolgens krijgen ze hulp met het interpreteren van de resultaten en tips hoe ze verder kunnen zoeken in hun stamboom.

Als mensen hun donor zelf hebben gevonden, kan het centrum bemiddeling starten. Ook voor de zaken waarin niets te vinden is, waken ze erover dat mensen niet alleen komen te staan. “We zorgen voor ondersteuning en psychosociale begeleiding. Dat is echt de meerwaarde van ons centrum.”

“We werken met slechts 2,5 voltijdse medewerkers. In totaal zijn we met 10 collega’s, maar dat zijn bijna allemaal tijdelijke medewerkers. Als hun contract eind dit jaar niet verlengd kan worden, gaat alle kennis verloren en lopen we nog meer achterstand op.”

De wensgezinnen gaan nu de prijs betalen

Wat nu naar boven komt is dramatisch, maar helaas geen uitzondering vreest Vandekerckhove. “Spermabanken zijn commerciële organisaties. Hun product moet opbrengen. Nochtans is de wet van 2007 duidelijk: 6 vrouwen per donor. Tot de registratieplicht in januari 2024 was er geen controle. Dat is niet ernstig. En al zeker voor 2007: van alles wat daarvoor gebeurd is, zijn geen sporen te vinden.”

“In 30 jaar tijd verjaart een dossier en wordt het vernietigd. Wie nu de prijs gaat betalen, zijn de wensgezinnen. Voor hun legitieme kinderwens is materiaal gebruikt op een manier die wettelijk niet koosjer was. De gezinnen zelf gaan hier nu de gevolgen van moeten dragen, emotioneel en financieel, mochten ze willen procederen.”

Misschien maken dergelijke schandalen duidelijk dat meer ondersteuning nodig is voor dit soort afstammingsvragen. Vandekerckhove: “Is het niet tijd om de manier van doneren minder evident te maken en eindelijk duidelijkheid te geven over: wie is de donor? Hoeveel kinderen zijn hier al mee gemaakt geweest?”

“De eerste 50 jaar van ivf- en donorconceptie hebben de vragen en rechten van wensouders en donoren doorgewogen. Nu moeten de rechten van de donorkinderen centraal komen. Zij waren geen betrokken partij, hebben niet gevraagd om er te komen, maar staan wel alleen met alle gevolgen.”

Donoren kunnen zich vrijwillig melden met een DNA-staal

Donoren kunnen zich vanaf nu ook vrijwillig bij het afstammingscentrum melden. In samenwerking met het centrum menselijke erfelijkheid van UZ Leuven zorgen ze voor een onmiddellijke screening van hun DNA-staal. “Zo kunnen we hopelijk in de toekomst sneller en makkelijker donoren en kinderen aan elkaar linken.”

Het afstammingscentrum valt onder het kenniscentrum van Pleegzorg Vlaanderen, dus onder Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Armoedebestrijding Caroline Gennez (Vooruit). In haar beleidsverklaring tekent ze op dat ‘wordt ingezet op verdere versterking en professionalisering van het afstammingscentrum.’ Maar over de concrete uitwerking kan de minister op dit moment nog niet meer zeggen. 

Bron: vrt.nws