De federale regering onder leiding van Bart De Wever moet mogelijk nog 7 miljard euro extra vinden om aan de Europese begrotingsregels te voldoen. Daarom zijn nieuwe onderhandelingen gestart over bijkomende besparingen en eventuele belastingverhogingen.
De belangrijkste pistes die op tafel liggen zijn:
• Btw-hervorming: een verhoging van bepaalde btw-tarieven of een bredere hervorming van het btw-stelsel.
• Managementvennootschappen: hogere belastingen voor bedrijfsleiders die via een vennootschap werken om fiscaal voordeliger inkomsten uit te keren.
• Gezondheidszorg: een verhoging van het remgeld voor huisarts- of specialistbezoeken en een beperking van sommige tegemoetkomingen.
• Ziekenfondsen: besparingen op hun werkingsmiddelen en een hervorming van hun rol bij de begeleiding van langdurig zieken.
• Defensie: mogelijk een vertraging van geplande militaire investeringen, hoewel daar binnen de regering verdeeldheid over bestaat.
• Bedrijfssubsidies: afbouw van bepaalde steunmaatregelen en lastenverlagingen voor ondernemingen.
• Personenbelasting: de geplande belastingverlaging tegen 2030 zou eventueel kunnen worden uitgesteld of geschrapt.
Wat betekent dit concreet?
Voor de gemiddelde werknemer zijn drie zaken relevant:

  1. Hogere btw zou iedereen voelen via duurdere aankopen.
  2. Hoger remgeld zou medische bezoeken duurder kunnen maken.
  3. Het niet doorgaan van een toekomstige belastingverlaging betekent dat werknemers minder netto zouden winnen dan eerder beloofd.
De kernvisie  is eigenlijk: de regering heeft al een reeks hervormingen doorgevoerd, maar moet mogelijk nog eens miljarden vinden. De discussie gaat nu vooral over wie de extra inspanning zal leveren: consumenten, bedrijven, gebruikers van de gezondheidszorg, of een combinatie van die groepen.

Opvallend is dat er weinig plannen zijn om de bedrijven extra te belasten op hun winsten en dat er niet gesproken wordt over een eerlijke vermogensbelasting.