Als je slachtoffer van phishing bent, is het essentieel dat je zo snel mogelijk contact opneemt met de fraudedienst van jouw bank. Het is ook belangrijk dat je aangifte doet bij de politie, zodat oplichters opgespoord en vervolgd kunnen worden. Ontdek hier een stappenplan van wat je als slachtoffer moet doen én hoe je kan proberen jouw bank alles te laten terugbetalen wanneer die dat onterecht weigert.
Banken moeten slachtoffers van phishing altijd meteen voorlopig terugbetalen, tenzij ze die betaling zelf hebben uitgevoerd of toegestaan. Dat heeft de kortgedingrechter in Antwerpen eerder deze week bevestigd in zijn uitspraak.
Alleen als een bank daarna kan bewijzen dat je als klant zelf grof nalatig bent geweest, mogen ze dat geld terugvragen. Intussen moeten ze dus wel eerst betalen, maar in de praktijk gebeurt dat zelden.
Wat moet je doen als je slachtoffer wordt van phishing? En hoe kan je je bank zover krijgen om toch terug te betalen? Hieronder vind je een stappenplan.
1. Contacteer je bank zo snel mogelijk
Het is erg belangrijk dat je je bank zo snel mogelijk contacteert wanneer je het slachtoffer bent geworden of dreigt te worden van oplichters. Snel reageren is essentieel en soms kunnen banken er nog in slagen om bepaalde betalingen tegen te houden. Elke bank heeft verplicht een eigen phishing-telefoonnummer waarop ze 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 telefonisch bereikbaar moeten zijn.
Het is ook belangrijk dat je je bank zo snel mogelijk op de hoogte stelt zodat zij jouw bankapp of toegang tot jouw rekeningen kunnen blokkeren. Ook Card Stop kan je meteen helpen bij het blokkeren van jouw bankkaarten. Deze dienst kan je bereiken op 078 170 170. De bank moet ook een dossier opstellen over de phishing en proberen te achterhalen wat er is gebeurd.
Stel dat er na de melding aan de bank toch nog geld van je rekening verdwijnt, dan zal de bank die bedragen integraal moeten vergoeden. Daarbij speelt het dan geen rol meer of je grof nalatig bent geweest of niet.
Ben je toch grof nalatig geweest, maar verdwijnt er nog geld van je rekening nadat je hebt gemeld aan de bank dat je bent opgelicht: dan moet de bank dat bedrag toch aan je terugbetalen. Let op: wel enkel op voorwaarde dat het om een niet-toegestane betaling gaat. Time is dus soms letterlijk money.
2. Doe aangifte bij de politie
Het is belangrijk dat je altijd aangifte gaat doen bij de politie wanneer je bent opgelicht. Voor veel mensen is dat helaas een mentale drempel. Daardoor bestaat zoiets als een “dark number”. Dat betekent dat het aantal geregistreerde klachten wellicht een grove onderschatting is van het echte aantal mensen dat slachtoffer wordt van phishing.
Wanneer je klacht neerlegt bij de politie, wordt allereerst een proces-verbaal opgesteld door de agent die jou verder helpt. Daarin kan je je hele verhaal doen en kan je best meteen alle nuttige info delen die de politie kan helpen. Zoals screenshots, e-mails, gegevens, rekeningnummers etc.
Je klacht wordt daarna naar het parket verstuurd. Het is dan aan de procureur om te beslissen of er opsporingsonderzoek komt of niet. Jammer genoeg worden dossiers vaak geseponeerd. Dat wil zeggen dat het gerecht verder niets met je klacht zal doen.
Soms omdat er te weinig bewijsmateriaal is of omdat de daders ongrijpbaar zijn geworden omdat ze in het verre buitenland zitten. Misschien wel de pijnlijkste boodschap die je als slachtoffer kunt krijgen, is dat je dossier geseponeerd wordt omdat het bedrag dat werd gestolen te laag is om er verder iets mee te doen.
Er bestaat nog een andere manier om een gerechtelijk onderzoek af te dwingen. Als je bij de onderzoeksrechter een klacht indient met burgerlijkepartijstelling, dan is die verplicht om een onderzoek te voeren.
Helaas moet je als particulier wel een borgsom voor de gerechtskosten betalen. Dat kan een drempel zijn voor veel mensen. Die bedraagt 500 euro, maar kan je bij een veroordeling in jouw voordeel wel achteraf recupereren. Je hebt trouwens geen advocaat nodig (en maakt dus geen kosten bij een advocaat) wanneer je een klacht indient bij de onderzoeksrechter.
3. Dien klacht in bij Ombudsfin
Ombudsfin is de ombudsman voor financiële diensten in ons land. Bij deze dienst kan je om te beginnen terecht voor gratis advies en hulp wanneer je slachtoffer wordt van phishing.
Een andere belangrijke taak van de ombudsdienst is bemiddelen tussen banken en klanten wanneer ze onderling niet tot een oplossing komen voor een geschil. Het gebeurt vaak dat banken een onderzoek openen naar de phishing en dat je daar dan maandenlang niets over hoort. Of dat de bank je laat weten dat zij oordelen dat je grof nalatig bent geweest (soms zonder al te veel argumenten, laat staan bewijzen) en dat daarmee de kous af is. Als jouw bank onterecht weigert om jou het gestolen bedrag terug te betalen, dan kan je aan de ombudsman vragen om te bemiddelen.
Het oordeel van de ombudsdienst is niet bindend en ze kan niemand verplichten om mee te werken. In gemiddeld de helft van de bemiddeling slaagt Ombudsfin erin om tot een onderling akkoord te komen. Weet ook dat rechters vaak veel waarde hechten aan de inschatting van de ombudsman. Oordeelt die dat je wel degelijk recht hebt op een terugbetaling van de bank, dan bestaat de kans dat een rechter hem daar later in zal volgen.
4. Stel de bank in gebreke
Als je erover nadenkt om naar de rechter te stappen, dan kan je ervoor kiezen om de bank eerst nog eens de mogelijkheid te geven om je toch te betalen voor het zover moet komen.
Dan kan je ervoor kiezen om de bank in gebreke te stellen. Een ingebrekestelling is een juridische manier om bijvoorbeeld een bedrijf te laten weten dat het jou nog iets verschuldigd is. In dit geval de terugbetaling van jouw gestolen geld.
Soms kan dat voldoende zijn om toch tot een akkoord te komen, buiten de rechtbank om. Je hebt daar ook geen advocaat voor nodig, een ingebrekestelling kan je gewoon zelf versturen.
Er bestaat geen vaste manier waarop je iemand in gebreke moet stellen. Je mag dus helemaal zelf kiezen hoe je dat precies doet, maar je kiest best altijd voor een schriftelijke manier. Alleen zo kan je achteraf bewijzen dat de ingebrekestelling effectief is verstuurd en aangekomen. Een aangetekende zending (met ontvangstbewijs) is daarom de meest veilige optie.
Zodra je de bank een ingebrekestelling hebt gestuurd, beginnen ook intresten te lopen. Dat betekent dat er elke dag dat de bank niet betaalt extra geld bijkomt.
5. Vraag de vrederechter om hulp
Je kan aan de lokale vrederechter vragen om een verzoeningspoging te doen. Dat is geen echte rechtszaak, maar is in grote lijnen vergelijkbaar met een bemiddeling door een ombudsdienst. Je zou dus kunnen vragen aan de vrederechter om te bemiddelen tussen jou en de bank. Opgelet: dat kan enkel voor bedragen tot 5.000 euro.
De verzoening is gratis, maar blijft wel vrijwillig, dus de rechter kan de bank niet verplichten om mee te werken en zelfs niet eens om op te dagen. Als het tot een akkoord komt tussen jou en de bank, na bemiddeling van een vrederechter, dan is dat akkoord wel bindend, net zoals een vonnis.
Je kan een verzoening aanvragen door een eenvoudige brief te sturen naar het vredegerecht van jouw kanton. Vermeld daarin al jouw gegevens en die van je bank. Schrijf ook een samenvatting van het probleem en geef duidelijk aan welke concrete oplossing je graag wilt bekomen. Je kan ook langsgaan bij de griffie in het vredegerecht en daar mondeling een verzoening aanvragen.
6. Wanneer loont het de moeite om naar de rechtbank te stappen?
Een rechtszaak is soms de laatste strohalm voor een slachtoffer. Zeker als het om veel geld gaat. Niemand daagt zijn eigen bank graag voor de rechter en een rechtszaak kost je naast veel tijd en stress ook altijd geld, door gerechtskosten en de factuur van je advocaat. Zelfs al win je op het einde van de rit. Dan moet je koudweg de afweging maken: wanneer is het financieel gezien de moeite om de bank voor de rechter te dagen?
Uit navraag bij advocaten moet je al gauw op een paar duizend euro rekenen. De grootste kostenpost is het uurloon van je advocaat, maar je betaalt daarnaast nog extra kosten zoals bijvoorbeeld voor de dagvaarding. Als het gestolen bedrag lager ligt dan een paar duizend euro zal het dus vaak financieel niet zinvol zijn om naar de rechter te stappen. Tenzij je een rechtsbijstandsverzekering hebt die jouw gerechtskosten als slachtoffer van phishing dekt natuurlijk.
Bron: VRT.nws
