Waarom is er een tekort aan sociaal werkers? En hoe lossen we dat tekort op? In het rapport ‘Arbeidskrapte Sociaal Werk’ zoeken onderzoekers Veerle Van Gestel en Andy De Brabander, in opdracht van het Departement Zorg en Sterk Sociaal Werk, naar antwoorden. “Als je bespaart op sociaal werk, ga je uiteindelijk juist meer sociaal werkers nodig hebben om de problemen terug op te lossen.”

Van knelpuntberoep naar oplossingen

Sociaal werk is een knelpuntberoep. Vacatures blijven openstaan en sociaalwerkorganisaties worstelen met het vinden van kandidaten. Hoe lossen we dat op? Op vraag van het Departement Zorg en het Vlaams Platform Sterk Sociaal Werk gingen Veerle Van Gestel (Karel de Grote Hogeschool) en Andy De Brabander (Howest) met deze uitdaging aan de slag.

Ze zochten niet alleen naar verklaringen voor het tekort, maar gingen ook in gesprek met organisaties over de mogelijke oplossingen. In het lijvige rapport komen administratieve werkdruk, het tekort aan stageplaatsen, HR-tips en nog veel meer aan bod. Ik ontmoet hen voor een even lijvig gesprek, waarin ze hun bevindingen koppelen aan de actualiteit.

Sociaal werk is sinds 2022 een knelpuntberoep. Wat zijn daar de oorzaken van?

Andy: “Deel van het probleem is dat de instroom van nieuwe studenten in de bacheloropleidingen Sociaal Werk de laatste jaren daalt. En dat terwijl het totale aantal studenten in het hoger onderwijs stijgt. Tegelijk zien we dat het aantal sociaalwerkjobs de afgelopen tien jaar met 36 procent is gestegen.”

Veerle: “Studenten kiezen er ook steeds vaker voor om door te studeren en een masteropleiding te volgen. Zo stromen ze dus later in op de arbeidsmarkt. Bovendien worden ze dan vaak geen praktijkwerker maar stafmedewerker, bijvoorbeeld. Ze kiezen ook niet allemaal voor een master Sociaal Werk, waardoor ze wegvloeien naar een andere sector.”

“Een misvatting die ik wil ontkrachten is dat de krapte zou komen doordat sociaal werkers uitvallen of een andere job zoeken. Mensen zijn juist zeer trouw aan de sector. En sociaal werk is een zware job, maar sociaal werkers zijn niet vaker ziek dan andere werknemers.”

Dus het tekort komt niet doordat sociaal werkers uitvallen vanwege de hoge werkdruk?

Veerle: “Nee. Burn-out en stress zijn wel sterk toegenomen de voorbije jaren. Maar waar de stress hoger ligt dan het gemiddelde op de Vlaamse arbeidsmarkt, ligt het percentage sociaal werkersAangezien er geen specifieke cijfers bestaan voor de sector ‘sociaal werk’, gaat het hier om cijfers uit de Werkbaarheidsmonitor waarbij de sectoren jeugdbijstand, handicap en welzijnswerk geselecteerd werden. die risico lopen een burn-out te krijgen lager. Binnen het sociaal werk gaat dat om 14,2 procent van de werknemers, gemiddeld ligt dat op 30 procent.”

“De werkdruk neemt wel toe, onder andere door de krapte op de arbeidsmarkt. Het aantal dossiers dat maatschappelijk werkers moeten beheren, loopt op. Dat moeten we dus goed in het oog houden. En die cijfers nemen niet weg dat sociaal werk een emotioneel belastend beroep kan zijn. Werkgevers moeten daar aandacht voor hebben.”

Speelt ook de hoge administratieve last geen rol?

Veerle: “Dat is iets waar ook minister Caroline Gennez vaak op hamert. Ik zou dus zeggen: als je goede ideeën hebt, bezorg ze aan haar. We zien ook steeds meer interessante voorbeelden van het gebruik van AI op de werkvloer om die administratieve last te verlichten. Natuurlijk moet AI altijd op een verantwoordelijke manier gebruikt worden, met respect voor privacy en in afgeschermde databanken.”

Er zijn de laatste jaren steeds meer jobs voor sociaal werkers bij gekomen. Veel van de factoren die dat verklaren, zoals de vergrijzing, laten zich ook in andere sectoren voelen. Wat maakt het tekort aan sociaal werkers dan zo prangend?

Veerle: “De werkdruk stijgt overal, maar als we te weinig sociaal werkers hebben, zijn het de cliënten die daar het slachtoffer van worden. Dat maakt het een dringend probleem.”

“In andere sectoren is het volgens mij eenvoudiger om mensen aan te werven die een ander diploma hebben. Sociaal werk is echt heel specifiek: er zijn juridische en ethische competenties die mensen met een ander diploma vaak niet met zich meedragen.”

Andy: “Sociaal werkers werken veel meer met de context, met de maatschappij. We bekijken problemen niet alleen op niveau van de cliënt, maar ook op niveau van de omgeving en het beleid.”

“En het is ook die context die maakt dat er meer nood is aan sociaal werkers. Want de samenleving wordt steeds complexer. Dat maakt dat er meer mensen zijn die hulp vragen en dat de hulpvragen zwaarder worden. Mensen vinden hun weg niet meer in de maatschappij. Er is meer nodig dan een individualistische, psychologiserende blik op mensen hun problemen.”

Veerle: “Dat wil niet zeggen dat mensen met een ander diploma dat helemaal niet kunnen leren, natuurlijk. Maar uit gesprekken met organisaties die breed wierven, kwam vaak naar voren dat dat toch niet zo simpel is. Mensen hebben meer tijd nodig om de job in de vingers te krijgen en stoppen er ook sneller weer mee.”

Het is niet simpel om sociaal werkers aan te werven. Maar nu de OCMW’s plots heel wat nieuwe medewerkers nodig hebben, lijkt dat toch vrij vlot te gaan.

Veerle: “Ik weet niet hoe vlot de werving ging of welke profielen men aannam, maar het zou kunnen komen door de aandacht in de media voor het belang van het OCMW of doordat sociaal werkers wisselden van job.”

“We hebben ook al signalen gekregen van ziekenfondsen die de laatste jaren moeilijk mensen vonden en nu plots veel kandidaten hebben. Ik denk dat mensen in tijden van besparingen op zoek gaan naar zekerheid. De OCMW’s en ziekenfondsen zijn werkgevers die meer vastigheid kunnen bieden dan een kleine vzw die afhankelijk is van tijdelijke projectfinanciering.”

Het voordeel van de stempel ‘knelpuntberoep’ was dat werkzoekenden zich konden laten omscholen met behoud van hun uitkering. Dat voordeel verdwijnt met de beperking van de werkloosheid in de tijd tot maximaal twee jaar. Hoe kijken jullie daarnaar?

Veerle: “Dat is zeer spijtig. Want alle opleidingen zijn het erover eens dat deze zij-instromers sterke studenten zijn. Dat zijn echt aanwinsten voor de sector. Veel werkzoekenden gaan dat nu niet meer kunnen doen, omdat het financieel niet haalbaar is om enkele jaren zonder inkomen te studeren.”

Andy: “Een graduaatsopleiding kun je wel binnen de twee jaar voltooien. Maar het graduaat Sociaal Werk telt niet als knelpuntberoepsopleiding. Dat komt doordat organisaties in vacatures voor sociaal werkers vaak vragen naar mensen met een bachelordiploma. We willen organisaties daarom oproepen om ook explicieter open te staan voor graduaten, want voor veel functies zijn zij ook geschikte kandidaten.”

Naast zij-instromers, zoeken jullie ook naar manieren om jongeren voor een studie Sociaal Werk te laten kiezen. Deel van het probleem, schrijven jullie, is dat het beroep onvoldoende maatschappelijk gewaardeerd wordt. Hoe komt dat?

Veerle: “Het brede werkveld is een troef en een nadeel voor de beeldvorming. Mensen denken dat sociaal werk maar wat praten is. Ze weten niet dat je er gespecialiseerde kennis en vaardigheden voor nodig hebt.”

Andy: “Dat komt ook doordat sociaal werk niet zomaar snelle resultaten oplevert. Je gaat een duurzame relatie aan met een cliënt, je kunt iemands leven niet plots veranderen. Bovendien hangen problemen waar mensen op botsen allemaal samen: huisvesting, werk… Dat is een complexe puzzel en niet makkelijk uit te leggen aan iemand die zelf geen sociaal werker is.”

Veerle: “Onderzoek uit Nederland heeft dat wel heel helder gesteld: met de inzet van 1 sociaal werker heb je ruim 3,5 zorgmedewerkers minder nodig. Doordat een sociaal werker ook preventief werkt, zijn mensen minder ziek, hebben ze zinvolle vrije tijd, zijn ze minder eenzaam, heb je minder rellen op oudjaar… Als je bespaart op sociaal werk, ga je uiteindelijk dus juist meer sociaal werkers of ander zorgpersoneel nodig hebben om de problemen terug op te lossen.”

Hoe sturen we dat beeld bij?

Andy: “Sociaal werkers mogen fierder zijn op wat ze doen. Op het verschil dat ze maken. Dat mogen we meer uitdragen, daar zijn we nog niet zo goed in.”

Veerle: “Wat sociaal werkers doen, mag meer onder de aandacht worden gebracht. De laatste tijd komen sociaal werkers meer in het nieuws, bijvoorbeeld met succesvolle verhalen van activering of het mooie programma ‘Zorgen voor mama’. Helaas ook door triest nieuws, zoals het overlijden van Erik Boone, die deze zomer om het leven werd gebracht. Het was een mooie erkenning dat Knack hem tot ‘Mens van het jaar’ uitgeroepen heeft.”

“Sociaal werkers mogen zelf meer initiatief nemen om deel te nemen aan het publieke debat, vind ik. Als er besparingen of hervormingen in het onderwijs zijn, dan staan de kranten vol met opiniestukken van leerkrachten. Wij doen dat te weinig.”

“Jullie columniste Michelle Ginée doet dat wel heel goed. Ze gaat altijd met mensen in gesprek, ook als ze het niet met hen eens is. Ze is scherp, maar constructief. Straf dat ze dat naast haar job vrijwillig oppakt.”

Sommige organisaties bekijken de optie om diplomavereisten te laten varen. Ze hopen op die manier meer kandidaten te vinden. Zo werd ook de diplomavereiste voor OCMW-maatschappelijk werkers versoepeld. Hoe kijken jullie daarnaar?

Veerle: “Ik denk dat het een oplossing kan zijn als je goed weet wat je zoekt en er heel bewust voor kiest om hen te professionaliseren. Maar denken: ‘We hebben meer mensen nodig, dus laten we het breder openstellen’, dat is te simpel. Zo werf je mensen aan die sneller uitvallen en niet lang blijven. Ook de sociaal werkers die al voor je werken, raken sneller overbelast, omdat zij de nieuwe collega’s moeten ondersteunen.”

Andy: “We kunnen de diplomaversoepeling niet tegenhouden. Dus als sociaalwerkopleidingen moeten we bekijken hoe we organisaties kunnen ondersteunen die mensen met andere diploma’s aanwerven. Bijvoorbeeld door bijscholing te voorzien. Dat moet volgens mij echt maatwerk zijn, met de steunpunten en sociaalwerkopleidingen die per deelsector en provincie bekijken welke bijscholing er nodig is.”

Het rapport bevat veel HR-tips voor sociaalwerkorganisaties. Zijn zij nog zo weinig mee in goed personeelsbeleid? Is er zoveel ruimte voor verbetering?

Andy: “Ze hebben daar gewoon minder tijd en ruimte voor dan andere organisaties. Vooral binnen kleinere vzw’s zie je dat leidinggevenden alles zelf moeten doen. Terwijl HR ook echt een stiel is.”

“Er wordt steeds vaker samengewerkt op dat vlak. Organisaties rekruteren bijvoorbeeld samen, en organiseren samen de eerste fase van aanwerven. Dat doen ze door als koepelorganisatie naar buiten te treden, die herkenbaarder is voor sollicitanten dan een kleine vzw. Ik stel ook vast dat HR-medewerkers van verschillende gemeentes regelmatig samenkomen om kennis uit te wisselen.”

Veerle: “Tijdsgebrek is hier echt een probleem, ook op andere vlakken. We zien bijvoorbeeld dat organisaties die inclusie in hun DNA hebben veel makkelijker personeel vinden. Maar werken aan inclusie is een lang proces, het is veel meer dan een visietekst schrijven of een werkgroepje samenstellen.”

Nog een pijnpunt is het gebrek aan stageplaatsen. In jullie gesprekken met sociaalwerkorganisaties bleek dat organisaties de waarde van stages wel zien, maar geen tijd kunnen vrijmaken om stagiairs goed te begeleiden.

Veerle: “Studenten vinden moeilijk een stageplek. Dat is jammer, want we zien ook dat organisaties die sterk inzetten op stages vaak makkelijker personeel vinden.”

“Ik zag recent het verhaal van een graduaatsstudente in Limburg voorbijkomen. Ze had al vijftig organisaties aangeschreven en vond nog geen stageplek. Eigenlijk vind ik dat we een stageplaats vinden niet aan de studenten mogen overlaten. Je loopt de kans hen te ontmoedigen, zeker studenten die geen netwerk hebben. En je overlaadt organisaties met mails voor stage-aanvragen.”

Andy: “Jammer, want goede stagiairs kunnen vaak doorstromen tot medewerker. Ik denk dat organisaties zich daar soms te weinig van bewust zijn. Maar het moet wel werkbaar zijn voor hen. Een mogelijke oplossing die het iedereen makkelijker zou kunnen maken, is door te werken met een stagedatabank: een website waarop organisaties hun stages publiceren en waar studenten dan op kunnen solliciteren.”

Vorig jaar heeft de Vlaamse Zorg- en Welzijnsambassadeur een stagecharter voorgesteld. Ze hoopt daarmee meer jongeren naar zorg en welzijn te trekken. Is dat geen begin?

Veerle: “Dat is positief, maar het blijft een intentieverklaring waar het sociaal werk weinig bij betrokken was. Het is nu aan de onderwijsinstellingen en het werkveld om samen concrete stappen te zetten en elkaar niet te beconcurreren. ”

Dan: we kunnen het niet over het tekort aan sociaal werkers hebben, zonder het over loon- en arbeidsvoorwaarden te hebben. Wat zegt jullie onderzoek daarover?

Veerle: “Daar staat niet veel over in ons rapport. Niet omdat we denken dat sociaal werk een ‘roeping’ is en je het uit overtuiging moet doen. Het is een job en daarvoor moet je deftig betaald worden.”

“Maar we wilden concrete acties aanreiken die een duidelijke impact hebben op het tekort aan sociaal werkers. En we vonden geen direct verband tussen lonen en dat tekort. We spraken organisaties met zeer goede arbeidsvoorwaarden die vacatures niet ingevuld kregen, en organisaties met mindere voorwaarden die niet met een tekort kampten.”

Jullie eindigen jullie rapport met een reeks aanbevelingen voor het beleid, opleidingen, organisaties en sociaal werkers zelf. Wat kunnen sociaal werkers doen?

Andy: “Wees een fiere ambassadeur van het sociaal werk. Durf benadrukken wat jou uniek maakt als sociaal werker.”

Veerle: “Ambassadeur klinkt misschien groot. We bedoelen vooral dat je de impact die jij maakt in beeld kan brengen, dat je je uit kan spreken, misschien eens in je pen kan kruipen… En vertel aan jonge mensen over je job. Ga over je werk spreken op je oude secundaire school. Op scholen wordt namelijk wel voorlichting gegeven over jobs in de zorg, maar het sociaal werk komt daar weinig aan bod.”

Andy: “En vier World Social Work Day op 17 maart, zou ik zeggen!”

Lees het rapport ‘Arbeidskrapte Sociaal Werk’

Benieuwd naar alle bevindingen en aanbevelingen? Het volledige rapport kun je lezen op de website van Sterk Sociaal Werk.

In Limburg (11 februari) en West-Vlaanderen (24 en 27 februari) kun je in het rapport duiken op een van de studienamiddagen van de regionale platforms Sterk Sociaal Werk.

Bron: sociaal.net