Al maandenlang regent het berichten over ontslagen in de Belgische industrie. Zowel in de textielindustrie, de chemie- en de staalsector sneuvelden het afgelopen jaar duizenden banen. Onze producten kunnen niet langer concurreren met goedkopere invoer. Is het allemaal de schuld van China, of speelt er meer? De VRT NWS-podcast China voorbij de Muur onderzoekt of er nog toekomst is voor ‘Made in Europe’.
Er gaat geen dag voorbij of China zit in het nieuws. Maar kennen we het land echt? Begrijpen we hoe de Chinezen denken, wat ze willen, hoe het eraan toegaat in de Chinese samenleving én welke invloed dat heeft op ons leven? VRT NWS-experten Tom Van de Weghe en Veerle De Vos zoeken het uit in de maandelijkse podcast ‘China voorbij de muur’.
Het regende het afgelopen jaar collectieve ontslagen: textielbedrijven die sloten of verkasten naar het buitenland, honderden ontslagen in de chemie, problemen in de staalsector en dan was er nog de sluiting van Audi in Vorst. Volgens cijfers van de FOD werkgelegenheid verdwenen er alleen al in de eerste 9 maanden van dit jaar bijna 7.000 banen in de industrie.
Er zijn verschillende redenen waarom de industriesector het moeilijk heeft: hoge loonkosten worden vaak genoemd én hoge energiekosten. Die liggen zelfs hoger dan in onze buurlanden, wat het moeilijk maakt voor onze bedrijven om concurrentieel te blijven. Maar er is nog een factor die vaak terugkomt en dat is China.
Sinds de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog zou dat land nog meer dan vroeger zijn producten onder de kostprijs op onze markt dumpen met alle gevolgen van dien. Waar het 15 jaar geleden vooral ging om ‘goedkope’ spullen zoals speelgoed en textiel gaat het nu om hoogtechnologische producten zoals zonnepanelen en elektrische auto’s.
Subsidies met een controlesysteem
De reden daarvoor is het feit dat China een heel ander economisch systeem heeft, legt Victor De Decker uit, bij het Egmontinstituut in Brussel: “China was altijd al een investeringsgeleide economie. Tegelijkertijd zijn er de kapitaalcontroles: Chinese winsten mogen niet zomaar naar het buitenland worden versluisd. Dat geld wordt massaal geïnvesteerd in infrastructuur, in vastgoed, maar ook in industrie. De laatste jaren gaan er miljarden en miljarden naar zonnepanelen, elektrische wagens, artificiële intelligentie en halfgeleiders.”
China ontkent dat het het spel niet eerlijk zou spelen, dat zegt ook Jun Jiang, een onderneemster die met haar bedrijf China Connect bruggen bouwt tussen China en Europa. “China begint altijd met een heel duidelijk beleid. Welke sectoren zijn strategisch belangrijk, welke technologieën moeten groeien? Daarna investeert de overheid massaal in infrastructuur zodat bedrijven een sterke basis hebben. Subsidies zijn er ook, maar altijd met een controlesysteem. Als bedrijven hun doelen niet halen, stopt de steun ook direct.”
Maar sinds het einde van de Covid-pandemie hapert het consumentenvertrouwen bij de Chinese burgers. Met het aantreden van de Amerikaanse president Trump gelden er in de VS strenge handelsbeperkingen voor Chinese producten. Het gevolg is dat er meer dan ooit Chinese producten onze richting uitkomen, afgewerkte producten, maar ook onderdelen zoals batterijen, chemische stoffen en staal.
Een van de sectoren die het al jarenlang moeilijk heeft, is de textielsector. Maar recent is het nog verergerd, zegt Karla Basselier, CEO van belangenorganisatie Fedustria. “Wegens de lage loonkosten in China kwam Chinees textiel vanaf de jaren 2000 massaal aan dumpingprijzen op onze Europese markt. Dat geldt trouwens ook voor de meubelsector als het gaat om plaatmateriaal. En die dumping is eigenlijk alleen maar verhoogd de laatste jaren, zelfs het laatste jaar”.
Hand achter de rug
Intussen is de Europese Unie -behoorlijk laat- wakker geschoten. Zo kondigde de Europese Commissie in oktober maatregelen af voor de staalsector: de invoertarieven op Chinees staal worden verdubbeld en de invoerquota worden met de helft verminderd. Volgens staalreus Arcelor Mittal “broodnodige zuurstof” voor de Europese industrie.
Maar volgens Karla Basselier komen veel Europese maatregelen te laat of werken ze zelfs contraproductief. “Een voorbeeld is de heffing op synthetische garens uit China. Voor de textielindustrie is dat een grondstof. Maar de productie van die garens is al jaren geleden verhuisd naar China.”
“Door de Europese heffingen verliezen onze bedrijven 2 keer: een keer omdat ze zelf die heffingen moeten betalen en een tweede keer omdat concurrenten buiten de EU -bijvoorbeeld Turkije- die invoerheffing niet moeten betalen.”
Victor De Decker van het Egmontinstituut ziet hoe de Europese Unie met een hand achter de rug gebonden moet werken. “Je kan als handelsblok niet zomaar een tarief opleggen – dat moet voldoende worden gelegitimeerd op basis van regels over subsidiëring en antidumping. Dat werkt natuurlijk enkel heel specifiek, terwijl het probleem met de Chinese export niet beperkt blijft tot één enkele sector”.
Volgens Jun Jiang is China de beschuldingen moe. “Voor veel Chinezen klinkt het zo: zolang je zwak bent, mag je meedoen, maar zodra je wint, speel je vals. We hebben 40 jaar de regels gevolgd die jullie geschreven hebben. Toen China de fabriek van de wereld was, was dat oké. Zodra Chinese bedrijven innovatie en schaal combineren, veranderen de regels ineens. Dat is geen kritiek, dat is een dubbele standaard.”
Slim textiel en recyclage
Is er dan nog een toekomst voor de Europese industrie? Karla Basselier denkt van wel, zelfs in een zwaar getroffen sector als textiel. “We moeten evolueren van een arbeidsintensieve sector naar een kapitaalintensieve sector die inzet op innovatie. Een goed voorbeeld is het zogenaamde ‘slim textiel’. Dat zijn doeken die gebruikt worden in de agro-industrie, in de medische sector en zelfs in de offshore windmolenparken. Op dit moment is dat al goed voor de helft van onze totale omzet.”
Ook Victor De Decker blijft optimistisch: “Er zijn nog altijd enkele industrieën waar Europa heel sterk in staat. Extreem ultraviolette lithografie van ASML – de halfgeleiderprinters. In de commerciële luchtvaart is er nog altijd geen Chinese evenknie voor Airbus. Medische technologie. Het komt er in eerste instantie op aan om de meubelen te redden waar ze nog te redden vallen. De sterkte van Europa blijft innovatiecapaciteit en kwaliteit.
En er is nog iets wat we kunnen doen om minder afhankelijk te worden van China als het gaat om grondstoffen en dat is inzetten op recyclage. Karla Basselier: “We hebben gigantisch veel textielafval in Europa, dat is een perfecte grondstof voor dat technische textiel. Maar daarvoor moeten we die recyclage technologie opschalen en daar moet de Europese Unie ons bij helpen”.
Nog zo’n sector waar recyclage een oplossing kan bieden is de batterijproductie. Sommige bedrijven kunnen tot 95 procent van de zeldzame aardmetalen uit batterijen terugwinnen, bijvoorbeeld uit onze smartphones.
Zowel het geld als de technologie is in Europa voorhanden om een antwoord te bieden op China, meent Victor De Decker. “Het probleem is dat het geld zo verspreid ligt over allerlei lidstaten, versplinterd tussen pensioenfondsen en banken. We hebben een duurzame, verenigde Europese aanpak nodig. Dat is de manier waarop China het doet.”
Bron: vrt.nws
