Klasse fileert het probleem van het lerarentekort met enkele experten. “Kúnnen we het nog oplossen of moeten we ons onderwijs anders organiseren?” Hapklare oplossingen zijn er niet.
“Een verpleger voor de kleuterklas, een sinoloog voor de kangoeroeklas en enkele ouders die de overstap naar de klas en lerarenopleiding maken. We moeten wel creatief zijn, want onze school is voortdurend op zoek naar leraren.” Jan Leenaerts, directeur organisatie en coördinatie van de basisschool Sancta Maria Leuven, ontwikkelde door de jaren extra antennes om leraren in spe te selecteren. “Ik voel met wie het gaat lukken. Maar echt kieskeurig kan ik niet zijn, ik probeer met iedereen die op een vacature reageert.”
“Starters zonder lerarendiploma brengen een frisse blik op onderwijs binnen, maar ze zijn natuurlijk nog geen leraren. Daarom geef ik ze in het begin een aangepast takenpakket, absoluut nog niet wat ik van een gekwalificeerde leraar verwacht. Ze krijgen veel coaching en starten met co-teaching om de basis van klasmanagement te leren. Dat vraagt veel van mijn team en weegt op onze school. Maar alles beter dan niemand voor de klas, toch?”
Hoe groot is het lerarentekort?
Sancta Maria Leuven is maar 1 van de vele scholen die kampen met een tekort aan leraren. Hoe groot is het probleem eigenlijk? Een duik in de cijfers. Tot voor kort hadden we jaarlijks gemiddeld 6000 nieuwkomers nodig om het stijgende aantal leerlingen en de uitstroom van leraren op te vangen.
In 2022-2023 nam dat aantal al toe tot bijna 7400 voltijdse leraren. Tegen 2027-28 daalt deze nood waarschijnlijk weer tot 6000. De afgelopen jaren vielen al grote gaten: vooral scholen in de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen krijgen hun team moeilijk compleet of vinden nauwelijks vervangers, zeker in de grootsteden. Goed nieuws voor alle sollicitanten? Zo simpel ligt het niet. Regio’s, onderwijsvormen en vakken kijken niet allemaal tegen hetzelfde tekort aan. Ondanks de grote vraag naar leraren vind je soms moeilijk een job.
Bijkomende complexiteit: niet alleen het onderwijs zoekt koortsachtig naar mensen. Door de algemene krapte op de arbeidsmarkt proberen veel sectoren – onder andere de zorg en horeca – hun jobs op te waarderen. In die war for talent gaat het hard. Er waren in 2016 nog 10 kandidaten voor een vacature in het basisonderwijs. In 2021 waren dat er nog maar 1,5. Het meest recente cijfer is 0,74. Dat betekent dat er minder dan 1 kandidaat is om een vacature in te vullen. In het secundair ging die daling zelfs nog iets sneller. En de vraag naar leraren in het basisonderwijs loopt terug door dalende geboortecijfers.
Waarom nu een lerarentekort?
Hilde Lesage van het Departement Onderwijs en Vorming ontwaart in de cijferberg 2 soorten lerarentekorten: vervangingstekort en structureel lerarentekort. “Afgelopen jaren was er vooral een vervangingstekort. In september merkten scholen traditioneel dat er minder werkzoekende leraren zijn, maar lukte het tot een paar jaar geleden meestal nog wel om de plekjes te vullen. Dan vallen in de loop van het schooljaar leraren uit en werd het steeds lastiger om vervangers te vinden. Het structurele lerarentekort overheerst duidelijk in het schooljaar 2024-2025. We moeten op zoek naar meer leraren, maar tegelijk inzetten op maatregelen om een job in het onderwijs aantrekkelijker te maken en anders te organiseren.”
Professor Geert Kelchtermans, hoofd van het Centrum voor Onderwijsvernieuwing en de Ontwikkeling van Leraar en School (KU Leuven), windt zich op over dat structurele lerarentekort. “Het is een probleem dat er niet zou mogen zijn. De afgelopen 30 jaar schreeuwt iedereen om de zoveel tijd moord en brand over het lerarentekort. Maar als je het geboortecijfer goed monitort, kan je voorspellen of en wanneer we meer leraren nodig hebben. En als alle gediplomeerde leraren ook werken als leraar, is er niet zo’n groot probleem. Leraar zijn is een complexe en veelzijdige job met een grote verantwoordelijkheid. Ze verdienen erkenning voor hun vakmanschap, maar moeten vandaag te vaak negatieve beeldvorming trotseren.”
Hilde Lesage: “Toch tonen werkzoekenden duidelijk interesse voor onderwijs, in tegenstelling tot sommige andere sectoren. Dat bewijzen de cijfers. De voorbije jaren kwamen er heel wat leraren bij: 14%. Extra mensen blijven nodig, want de samenleving verandert, de noden en omkadering bij leerlingen stijgen.”
Te weinig instroom, te veel uitstroom
Een van de redenen waarom er te weinig leraren zijn, is dat er te weinig 18-jarigen kiezen voor de lerarenopleiding. De jarenlange daling in de lerarenopleidingen lijkt gestopt, maar we zijn er nog niet. Gert Naessens, directeur van de lerarenopleiding aan Odisee, vindt bevestiging in de cijfers: “Sinds 2010 gingen we van 23.000 studenten in de lerarenopleidingen aan de Vlaamse hogescholen naar 19.700. Maar zelfs al was het aantal studenten stabiel gebleven, zouden we nog een lerarentekort hebben.”
Opmerkelijk: de zorgopleidingen trokken na de eerste corona-golven extra studenten, maar de lerarenopleiding moest het in 2021 met 5,5% minder generatiestudenten doen dan in 2020. Positief nieuws: het aantal mannelijke studenten zakt niet en het aantal zij-instromers dat via VDAB een lerarenopleiding volgt, steeg van 863 naar 1489.
Kan er nog een cijfer bij? Ongeveer 1 op de 4 afgestudeerden aan een lerarenopleiding die in het onderwijs begint, verdwijnt uit de sector binnen een periode van 5 jaar. Geert Kelchtermans: “Maar in plaats van ons blind te staren op cijfers, moeten we beter begrijpen waarom iemand uit het onderwijs stapt of tijdens de lerarenopleiding stopt, waarom iemand leraar wil worden, waarom een ‘tweedekeuzer’ het heilige vuur vindt. Dat zal ons meer helpen dan cijfers.”
Imago van het lerarenberoep
Dus: te weinig mensen willen leraar worden én te veel stoppen ermee. Hoewel leraar hoog scoort in het lijstje van beroepen waarin we vertrouwen hebben, schort er iets aan het imago en de aantrekkelijkheid. Onderwijs zou een starre sector met veel burn-outs en weinig flexibiliteit zijn, denken mensen buiten het onderwijs.
Onderwijs scoort helaas slecht op hoge en stijgende werkdruk in vergelijking met andere sectoren. Onderwijsprofessionals ervaren meer stressklachten en problemen met werk-privébalans. Nochtans staat 90% van de Vlaamse leraren gemotiveerd in de klas omdat ze het een boeiende en intrinsiek motiverende job vinden.
Geert Kelchtermans: “Er wordt te veel verwacht van de leraar. De bovengrens is bereikt. En de werkonzekerheid voor startende leraren is desastreus. Stresserende elementen zoals een moeilijke relatie met ouders kunnen een grote invloed hebben op het welbevinden van een – zelfs ervaren – leraar. Als die op zulke moeilijke momenten denkt dat hij zijn job kan kwijtraken, wordt het lerarentekort alleen maar groter. Daarom ben ik een groot verdediger van de vaste benoeming. Die afschaffen staat gelijk aan een georganiseerd lerarentekort.”
Geen simpele oplossingen
Hilde Lesage zet op een rijtje welke maatregelen al genomen zijn om het lerarentekort aan te pakken: “Het lerarenplatform is in het basisonderwijs is structureel ingevoerd, loonsverhoging, internetvergoeding, aanvangsbegeleiding, leraren die sneller een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) krijgen en dus ook vastbenoemd kunnen worden, de campagne ‘Lesgeven is alles geven’ – langetermijnacties die mensen wil aantrekken en de job wil opwaarderen –, cao’s om de onderwijskwaliteit te versterken, zij-instromers krijgen tot 15 jaar anciënniteit bij een toenemend aantal knelpuntvakken.”
“Maar helaas zijn er geen snelle oplossingen. Samen met de uitdaging om de onderwijskwaliteit te versterken vraagt het lerarentekort om fundamentele oplossingen op lange termijn. Die moeten we in overleg met alle onderwijsactoren – scholen, lerarenopleidingen, vakbonden, onderwijsverstrekkers, leraren, nascholers – samen realiseren. Het rapport van de ‘Commissie van Wijzen’ bevat heel wat aanbevelingen. In het regeerakkoord van de Vlaamse regering lezen we ook plannen om het lerarentekort aan te pakken.”
Nieuwe leraren rekruteren?
1. Meer zij-instromers
Te weinig 18-jarigen kiezen voor de lerarenopleiding, maar maakt het stijgend aantal zij-instromers niets goed? In 2021-2022 kregen we er 4279 zij-instromers bij, in het basisonderwijs een stijging van 118% en in het secundair onderwijs 85% tegenover het jaar ervoor. Helaas verliet 28% van de zij-instromers die tussen 2019 en 2021 startten een jaar later het onderwijs.
Gert Naessens, directeur lerarenopleiding: “Bij Odisee is al 1 op de 5 à 6 studenten in de lerarenopleiding een zij-instromer of niet-generatiestudent. Daar rekenen we ook de studenten bij die eerst een andere studie probeerden. Maar een tweede keuze vind ik ook een keuze en meestal zelfs een heel bewuste keuze voor het lerarenberoep.”
“De groep van zij-instromers biedt veel potentieel. Daarom investeren alle lerarenopleidingen in flexibele trajecten zoals afstandsleren of werkplektrajecten waarbij studenten werk, gezin en opleiding kunnen combineren.” In de toekomst wil Odisee graag een opleiding met betaalde stage én jobgarantie in ieders regio aanbieden. En Howest en Vives ontwikkelden met VDAB een digitaal ondersteuningsaanbod ‘Startklaar’ waar zij-instomers en herintreders hun pedagogische en didactische skills aanscherpen met opdrachten, coaching en ondersteuning op de werkvloer. Bij Thomas More kan je een extra vakbekwaamheid halen in een flexibel traject.
2. Meer diversiteit in de lerarenkamer
In de Vlaamse lerarenkamers en op de schoolbanken van de lerarenopleidingen valt weinig diversiteit te bespeuren. Tussen 2013 en 2019 zien we een stijging van 4,9 naar 6,4% van leraren met een buitenlandse herkomst. Hoe kunnen we meer studenten met migratieachtergrond aantrekken?
Gert Naessens: “We verliezen te veel studenten tijdens de opleiding. Dat zijn vaak studenten met een migratie- of armoede-achtergrond, dyslexie of bijvoorbeeld een gezichts- of gehoorbeperking. Als we meer leraren én meer diversiteit in de lerarenkamer willen, moeten we ons extra inspannen voor deze risicostudenten. We geven ze meer coaching. Zo hebben we voor bso-studenten die kleuterleraar willen worden een 4-jarig traject met meer taal- en studieondersteuning, meer werkervaring en minder studiepunten. De slaagkansen stijgen gigantisch, maar het vraagt veel van de lerarenopleiders. En ook hun draagkracht kent grenzen.”
In grootsteden lopen initiatieven als Teach for Belgium, De Baobab (Brussel) en De diverse lerarenkamer (Antwerpen). Ze willen de diversiteit in schoolteams vergroten. Teach for Belgium slaagt er al enkele jaren in om leraren in spe met migratieachtergrond aan te trekken voor knelpuntvakken. De Baobab begeleidt in Brussel anderstalige zij-instromers via een 4-jarige betaalde combi van werkplekleren en studeren naar een job in de kleuterklas. Het project De diverse lerarenkamer ondersteunt leraren en studenten met een migratieachtergrond in de lerarenopleiding of op hun school, maar mikt ook op jongeren die nog in het secundair zitten.
3. De stille reserve aanspreken
Nog zo’n nieuwe term: ‘de stille reserve’, voor mensen met een pedagogisch diploma die niet voor de klas staan tot leraren die deeltijds werken. Willen ze terug naar de job? Kunnen meer leraren fulltime werken? Of is deeltijds werken een copingstrategie om het in onderwijs vol te houden? Bovendien neemt ook in andere sectoren deeltijds werk toe.
De stille reserve aanboren kan misschien bij jonge leraren die niet voltijds werken. Ze werken bijvoorbeeld 4/5 omdat de collega die ze vervangen dat deed. In het basisonderwijs werken leraren jonger dan 30 jaar gemiddeld 74%. In een theoretische oefening waarbij ze allemaal fulltime aan de slag gaan, heb je dan 2285 leraren extra in basisonderwijs. Maar niemand weet hoeveel van die leraren voltijds kunnen of willen werken.
De zoektocht naar een school gebeurt gericht: kwijnde de kandidaat ooit weg omdat lesgeven een eenzame job is, dan zoekt de scholengroep een school die inzet op co-teaching of teamgevoel. Stappen die leraren later over naar een andere scholengroep of ander net, dan is dat ook oké. Het motto is: elke leraar die opnieuw voor onderwijs kiest, betaalt zich in honderdvoud terug aan leerwinst bij leerlingen.
4. Meer gastleraren
Scholen kunnen bij een lerarentekort een beroep doen op gastleraren. Dat zijn professionals die naast hun job ook leraar willen zijn. Een school kan met een bedrijf of organisatie een overeenkomst afsluiten waarbij de gastleraar daar werknemer blijft en zijn loon en alle voordelen behoudt. De school vergoedt dan enkel de lesopdracht. En ja, een gastleraar moet een pedagogisch bekwaamheidsbewijs hebben voor het onderwijsniveau waar die lesgeeft. Dat moet niet als een school een gastleraar aantrekt buiten een bedrijf of organisatie om.
Het project ‘Onderwijsbrug’ matcht zelfs actief onderwijsvacatures met bedrijven, werknemers, zelfstandigen. De gastleraren worden stap voor stap begeleid in samenwerking met enkele hogescholen.
Het lerarentekort mag er niet voor zorgen dat de kwaliteit van onze leraren omlaag gaatGert Naessens
directeur van de lerarenopleiding aan Odisee
Zijn die ‘slashies’ een snelle oplossing om wat lege plekjes op school in te vullen?
Hilde Lesage: “We moeten durven nadenken hoe we een andere lerarenloopbaan kunnen creëren. Niet alle leraren moeten per se op hun 18 jaar starten met de lerarenopleiding, hun hele leven in dezelfde school lesgeven en daarna met pensioen gaan. Met zo’n loopbaan is niks mis, maar het hoeft niet de enige soort leraar zijn.”
“Zeker in praktijkvakken worden leraren die nog met een voet in het bedrijfsleven staan erg gewaardeerd. Of duale leraren mee het tekort zullen vullen? Eigenlijk wil het concept ‘duale leraar’ vooral de samenwerking tussen scholen en bedrijven tijdelijk sterker maken. Maar wie proeft van lesgeven, blijft misschien in onderwijs hangen.”
5. Kwaliteit behouden
De stoel voor de klas is dan wel even ingevuld, maar heeft zo iemand genoeg pedagogische onderbouw voor de finesses van het lerarenberoep? Gert Naessens is duidelijk over het belang van een volwaardige lerarenopleiding: “De lat blijft voor iedereen dezelfde, ook voor duale leraren. Het lerarentekort mag er niet voor zorgen dat de kwaliteit van onze leraren omlaag gaat.”
Geert Kelchtermans: “Als ik door het lerarentekort moet kiezen tussen kwantiteit of kwaliteit – tussen snel snel meer leraren of op langere termijn meer en goede leraren – kies ik resoluut voor het laatste.”
En als we die nieuwe leraren niet vinden?
Alle bovenstaande wervingsingrepen verleggen voorlopig kleine steentjes. Maar nieuwe leraren rekruteren volstaat niet om het lerarentekort te op te lossen. Welke andere oplossingen kunnen helpen? En maken die op lange termijn écht het verschil?
1. De job van leraar anders verkopen
Een leraar staat al lang niet meer enkel voor de klas. Maar dat is wel het beeld dat potentiële studenten en ouders in gedachten hebben. Moeten we de job van leraar vandaag niet anders verkopen en invullen dan vroeger?
Gert Naessens: “Dat doen we zeker. Op onze website lees je dat een leraar een spilfiguur is die kan netwerken, iemand die een leven lang leert, veerkrachtig en flexibel is met aandacht voor de relatie met leerlingen. En natuurlijk zetten we in onze lerarenopleiding ook in op die aspecten. Studenten werken samen in een leergroep, in co-teaching of vakoverschrijdend lesgeven. Ze leren conflicten oplossen en creatief omgaan met onverwachte dingen.”
Geert Kelchtermans vindt dat we daarom dringend ons taalgebruik moeten aanpassen. “Zeg niet ‘lesgeven’, maar ‘leraar zijn’. Het idee dat een leraar eeuwig lesgeeft en nooit promotie maakt, klopt niet. Een leraar heeft geen vlakke, maar een flexibele loopbaan met heel wat mogelijkheden voor horizontale promotie. Zo kan je van leerjaar veranderen of je specialiseren in bijvoorbeeld moedertaal of onderpresteren. Je kan in een team ook verschillende rollen of taken opnemen zoals mentor, coördinator, specialist, beleidsondersteuner.”
“Daarnaast kunnen we leraar-leiders inschakelen. Die krijgen deeltijds en tijdelijk een opdracht die de klas overstijgt, bijvoorbeeld om collega’s te ondersteunen tijdens een vernieuwing. Ze blijven collega’s, maar krijgen en plus een duidelijk mandaat gebaseerd op hun interesse of opgebouwde expertise. En tot slot kan je variëren in de taakverdeling binnen een team: de collega met kleine kinderen en verbouwingen kan wat minder werken, terwijl een iets oudere leraar zin heeft in een extra uitdaging.”
Door de schaarste op de arbeidsmarkt moeten we scholen anders organiserenHilde Lesage
Departement Onderwijs en Vorming
2. Onderwijs anders organiseren
Hilde Lesage: “Door de globale schaarste op de arbeidsmarkt zullen we stilaan moeten leven met niet-ingevulde vacatures. Dus moeten we scholen anders organiseren. 1 leraar voor 1 klas is misschien hoe langer hoe minder de oplossing. Ik denk aan allerlei vormen van co- en teamteaching, maar ook aan zelfsturend leren, ondersteunende technologie of hybride lesgeven: met digitale instructiefilmpjes en terugkoppeling in de klas. Nu wordt een schoolopdracht in lesuren gedefinieerd, maar we kunnen via jobcrafting evolueren naar een team waar bijvoorbeeld niet iedereen op elk moment evenveel lesuren opneemt.”
Geert Kelchtermans: “Het hr-beleid van een school is ook cruciaal. Hoe kunnen we de leraren en zij-instromers die we hebben gelukkig houden? Wat is het geheim van een goed team? Daar hebben we nog te weinig zicht op. Van aanvangsbegeleiding voor starters en zij-instromers tot ervaren leraren gemotiveerd houden, de directeur speelt daar een belangrijke rol in. Hoe maak je een team sterker en laat je hen expertise delen? De interne organisatie van een school is cruciaal om leraren niet te laten opbranden.”
Hilde Lesage: “Met welke out of the box oplossingen, zoals oud-leerlingen contacteren die een andere job uitoefenen en ze gericht begeleiden, kan je het vervangingsprobleem voor volgend schooljaar vermijden? Hoe kan je een aantrekkelijk team zijn waar startende leraren graag komen én blijven werken? Hoe ver kan je differentiëren in functie en loopbaan? Hoe kan je een aantrekkelijk takenpakket en geen versnipperde ‘brokkeljobs’ aanbieden?” Onderzoek toont dat de opdracht die starters krijgen heel bepalend is voor hun blijf-kansen. Maak de lesopdracht niet te zwaar, wel motiverend en op maat. Niet de restjes, niet te eentonig, wel stabiel.”
“Als leraren en directies daarop antwoorden vinden, dringen ze het tekort in hun school terug. Daarnaast kunnen ze de ambassadeursrol opnemen. In de voetbalkantine of op familiefeesten positief over hun job vertellen. En in de klas dié leerlingen spotten die een een toekomst als leraar hebben. En hen bevestigen: ‘Jij hebt het in je. Gewoon doen!’”
Bron: Klasse.be