Voor verschillende uitgaven kan je een belastingvermindering krijgen wanneer je ze invult in je aangifte. Denk maar aan pensioensparen, kinderopvang, dienstencheques of giften. Toch zijn er ook heel wat kosten waarvoor de fiscus niet tussenbeide komt. Het consumentenprogramma ‘WinWin’ op Radio2 krijgt veel vragen van luisteraars over wat ze al dan niet mogen inbrengen in hun belastingaangifte. Voor deze kosten hoef je niet te rekenen op een belastingvoordeel.
Brandverzekering, uitvaartverzekering en andere verzekeringen
Voor de meeste verzekeringen krijg je geen belastingvermindering via je aangifte. De premies voor bijvoorbeeld een familiale verzekering of een brand- en autoverzekering moet je volledig zelf betalen. Tenzij je ze nodig hebt voor het uitoefenen van je beroep als zelfstandige of wanneer je er als loontrekkende voor kiest om je werkelijke beroepskosten te bewijzen. Dan kan je een auto- of brandverzekering eventueel wel inbrengen als uitgave.
Wellicht ontstaat er soms verwarring omdat er ook uitzonderingen zijn. Er zijn een aantal verzekeringen die je altijd mag ingeven in je belastingaangifte.
Uitzondering 1: levens- en overlijdensverzekering
De bekendste verzekeringen met een fiscaal voordeel zijn de levens- of overlijdensverzekeringen. Het is een vorm van langetermijnsparen die de overheid stimuleert door een belastingvoordeel van 30 procent toe te kennen.
Een overlijdensverzekering is hoofdzakelijk bedoeld om je naasten financieel te ondersteunen wanneer je vroegtijdig zou overlijden. Een tak 21 of tak 23 levensverzekering wordt dan weer gebruikt om een aanvulling op je wettelijk pensioen op te bouwen. Er bestaan ook gemengde levensverzekeringen die beide insteken combineren.
In 2024 mocht je maximaal 2.450 euro van het geld dat je voor de verzekering stort, inbrengen in je belastingen. Daar krijg je dan maximaal 735 euro (30 procent) van terug. Hoeveel je exact mag inbrengen, hangt af van je inkomen. Wie nog van een woonbonus geniet, houdt er best rekening mee dat de kapitaalaflossingen en intresten van je woonlening diezelfde fiscale korf al opvullen. Daardoor is het mogelijk dat je geen of een kleiner belastingvoordeel krijgt voor het langetermijnsparen.
Let op: een uitvaartverzekering is – in tegenstelling tot een overlijdensverzekering – niet fiscaal aftrekbaar.
Uitzondering 2: rechtsbijstandverzekering
Een rechtsbijstandverzekering dekt geen schade, maar komt financieel tussenbeide wanneer een geschil ontstaat na een schadegeval en je daarvoor bijvoorbeeld een beroep moet doen op een advocaat of rechtbank. Bij veel soorten verzekeringen krijg je de optie om voor een relatief klein bedrag een bijkomende rechtsbijstandverzekering af te sluiten. Die verzekering kan je dan enkel aanspreken over een geschil dat samenhangt met de hoofdverzekering. De rechtsbijstandverzekering van je autoverzekering zal niet tussenbeide komen bij een geschil over schade na een overstroming in je huis. Deze premies zijn niet fiscaal aftrekbaar.
Alleen wanneer je een speciale, algemene rechtsbijstandverzekering afsluit, maak je aanspraak op een belastingvermindering, wanneer je aan alle voorwaarden voldoet. Die belastingvermindering bedraagt 40 procent van de premie die je betaald hebt, met een maximumbedrag van 320 euro. Je kan dus tot maximaal 128 euro per jaar terugkrijgen.
Tip: onderzoek de polis van de algemene rechtsbijstandverzekering eerst goed voordat je die afsluit. Zo’n polis komt op veel meer gebieden tussenbeide, maar soms zijn de dekking en de maximale kosten beperkter.
Bijdrage ziekenfonds
Het lidgeld dat je aan je ziekenfonds betaalt, is niet fiscaal aftrekbaar. Ook de Zorgpremie voor Vlaamse sociale bescherming is dat niet. Enkel als je een bijdrage voor de verplichte ziekteverzekering hebt betaald, mag je dat ingeven in je belastingen. Maar lang niet iedereen moet die bijdrage betalen. Normaal gezien krijg je daarvan in dat geval een fiscaal attest van je ziekenfonds.
Inschrijvingsgeld hoger onderwijs
Kinderen van 5 tot 18 jaar hebben in ons land leerplicht. Daarom wordt er geen inschrijvingsgeld gevraagd in het basisonderwijs of secundair onderwijs. Nadien verder studeren aan een hogeschool of universiteit is niet verplicht. Wie dat wil doen, betaalt het inschrijvingsgeld voor de opleiding uit eigen zak. Voor het inschrijvingsgeld krijg je geen belastingvermindering via je aangifte.
Wel zijn er financiële tegemoetkomingen voor beursstudenten en bijna-beursstudenten. Zij hebben – omwille van onder andere hun gezinssituatie of inkomen – recht op een vermindering van de studiekosten. Deze studenten betalen dan een beurs- of tussentarief. De Vlaamse overheid voorziet ook studietoelages.
Internaatkosten mag je wél deels ingeven
Tip: ouders van kinderen die op internaat les volgen, kunnen de kosten van het internaat wel deels invullen in de belastingaangifte. Een verblijf op een internaat wordt gezien als kinderopvang. Voor kinderopvang van kinderen tot 14 jaar (of tot 21 jaar wanneer je kind een zware handicap heeft) kan je maximaal 16,40 euro per opvangdag inbrengen. Daarvan krijg je dan 45 procent terug.
De huur van een studentenkot is dan weer niet fiscaal aftrekbaar.
Boetes
Geen enkele strafrechtelijke, administratieve of verkeersboete is fiscaal aftrekbaar. Toch kan je voor een parkeerboete soms een belastingvermindering krijgen.
Wanneer je niet betaalt in een zone waar het betalend parkeren is, krijg je soms een parkeerretributie. Dat is geen echte boete, maar je wordt verplicht om meteen voor een halve of volledige dag parkeergeld te betalen. Wanneer je die parkeerkosten hebt gemaakt tijdens het uitoefenen van je beroep kan je ze ingeven als beroepsuitgaven. Zowel als zelfstandige (in bijberoep) als wanneer je er als loontrekkende voor kiest om je werkelijke beroepskosten te bewijzen in plaats van te kiezen voor het wettelijke forfait.
Bron: vrt.nws
