De Vlaamse regering heeft een nieuw digitaal beleid goedgekeurd voor het onderwijs. Met het zogenaamde Digiplan wil minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) de digitalisering in het lager en secundair onderwijs stroomlijnen. Het plan maakt komaf met het idee van een eigen laptop voor elk kind in het basisonderwijs, maar garandeert wél dat iedere leerling toegang krijgt tot digitale leermiddelen, via uitleendiensten of gedeeld gebruik, wanneer dat pedagogisch nodig is.
Scholen investeren voortaan in gemeenschappelijke ICT-infrastructuur: computerklassen, laptopkarren of uitleendiensten, zoals die ook in Nederland en Engeland al ingeburgerd zijn. In het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs ligt de nadruk op gedeeld gebruik. Vanaf het derde middelbaar krijgen scholen meer vrijheid en kunnen ze kiezen voor individuele laptops, bijvoorbeeld in STEM-richtingen.
In totaal investeert de Vlaamse overheid 325 miljoen euro over vijf jaar. Ook leerkrachten krijgen gegarandeerd toegang tot een laptop.
De overheid trekt ook middelen uit voor stabiele wifi-netwerken, snelle servers en bruikbare softwarepakketten. Alleen scholen die een doordacht ICT-beleid voorleggen, komen in aanmerking voor financiering. Dat beleid moet niet alleen pedagogisch verantwoord zijn, maar ook inzetten op duurzaamheid (zoals langere onderhoudscontracten en recycleerbare toestellen) én kostenefficiëntie via meer concurrentie tussen leveranciers.
Wat betekent dat voor de ouders?
Een belangrijk punt van discussie de voorbije maanden was de kostprijs voor ouders. In het verleden liepen de jaarlijkse gebruikersvergoedingen voor laptops soms op tot 150 euro of meer per leerling. Dat leidde tot politieke druk, onder meer vanuit Vooruit, die pleitte voor een “maximumfactuur” voor digitale toestellen, naar analogie met de regeling in het lager onderwijs.
Geen maximumfactuur, wel referentieprijzen
Hoewel de N-VA zich fel verzette tegen het gebruik van die term – voormalig minister Ben Weyts noemde het eerder “een communistisch recept” – lijkt het principe toch in aangepaste vorm in het Digiplan te zijn geslopen. Minister Demir spreekt niet over een maximumfactuur, maar wel over “referentieprijzen”: richtbedragen die scholen moeten respecteren.
Het klachtenformulier en meldpunt worden nog opgericht. Daarnaast benadrukt de minister dat de overheid jaarlijks zal evalueren of de kosten voor ouders beheersbaar blijven.
“Waken over pedagogische kwaliteit”
De overheid wil tegelijk waken over pedagogische kwaliteit. Demir wijst op wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit van Trondheim, in Noorwegen, waaruit blijkt dat overmatig schermgebruik leerprestaties en concentratie kan schaden, terwijl schrijven met pen en papier net het brein activeert. Het gebruik van laptops in de klas moet dus doordacht en wetenschappelijk onderbouwd gebeuren.
Vooruit: “Kinderen moeten kunnen studeren op basis van talenten, niet op basis van centen”
Vooruit, die al langer pleitte om laptops voortaan in het bezit van de school te houden, reageert tevreden op de beslissing van haar coalitiepartner. “Geen privé-laptops laten aankopen, geen valse beloftes over zogenaamd ‘gratis’ laptops maar een eerlijk en betaalbaar systeem dat zorgt dat elke leerling morgen een laptop kan gebruiken waar dat nuttig is”, reageert Hannelore Goeman van Vooruit.
“Op die betaalbare prijzen gaan we heel streng controleren. Kinderen moeten kunnen studeren op basis van talenten, niet op basis van centen”, aldus Goeman.
BRON: HLN.be