Een op de vijf arbeidsongevallen gebeurt op weg van en naar het werk. Op de werkvloer komen ernstige ongevallen almaar minder vaak voor.
Het aantal ernstige arbeidsongevallen op de werkvloer is gezakt naar een laagterecord. Het aantal ongevallen tijdens woon-werkverkeer klimt daarentegen snel. Experts wijzen op het groeiende belang van de fiets voor pendelaars en de toenemende verkeersdrukte.
Het aantal ongevallen op de werkvloer is vorig jaar in de privésector gezakt naar het laagste niveau ooit, op het covidjaar 2020 na. Dat blijkt uit pas gepubliceerde cijfers van Fedris, het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s, die De Tijd analyseerde.
De essentie
- Het aantal ernstige ongevallen op de werkvloer is vorig jaar verder gedaald. Ten opzichte van het aantal werknemers gaat het om het laagste cijfer ooit.
- Daarentegen zijn er meer ongevallen op weg van en naar het werk. Een op de vijf arbeidsongevallen gebeurt onderweg, een recordcijfer.
- Opvallend: verzekeraars weigeren almaar vaker tussen te komen. Bijna een op de zes dossiers wordt geweigerd.
In 2023 deden zich in de private sector 100.797 ongevallen op de werkvloer voor. Daarvan waren er 8.173 ‘ernstig’ of ‘bijzonder ernstig’, waarbij de werknemer ofwel overleed, ofwel blijvende of specifiek opgelijste tijdelijke letsels zoals botbreuken of brandwonden opliep.
Op 2020 na lag het aantal ernstige arbeidsplaatsongevallen nooit lager. Ook duikt het cijfer pas voor de derde keer onder 8.500. In verhouding tot het totale aantal werkenden staat 2023 zelfs voor het laagste cijfer ooit.
Enkel tijdens corona minder ernstige arbeidsongevallen op de werkvloer dan vorig jaar
Maar het beeld van de ongevallen op weg van en naar het werk oogt helemaal anders. Met 24.770 zulke arbeidsongevallen in de private sector tekent 2023 voor het op twee na hoogste cijfer ooit, na 2010 en 2019. Bijna een op de vijf arbeidsongevallen in 2023 deed zich onderweg voor, een record.
Dat komt door een toename van de arbeidswegongevallen enerzijds en een daling van het aantal incidenten op het werk anderzijds. ‘Meer aandacht voor preventie, maar ook automatisering en technische optimalisatie van bedrijfsprocessen hebben op de werkvloer al tot voelbare verbetering geleid’, zegt Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde (KU Leuven) en topman bij Idewe, een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
Slechts twee keer eerder deden zich meer arbeidsongevallen op weg van en naar het werk voor dan in 2023
Voor de toename van het aantal ongevallen onderweg naar of van het werk verwijst Godderis naar de toenemende verkeersdrukte en het groeiende belang van de fiets in het woon-werkverkeer. ‘We zien vooral een stijging van het aantal fietsongevallen, zeker met elektrische fietsen en speedpedelecs. Dat heeft te maken met onaangepast rijgedrag – zowel van fietsers als andere weggebruikers – maar ook met de infrastructuur die daar onvoldoende op afgestemd is.’
Volgens Godderis worstelen veel bedrijven met die woon-werkverkeersongevallen. ‘Je kan wel campagnes opzetten rond veiligheid of zichtbaarheid, maar op de infrastructuur heb je geen directe impact. Op de eigen werkvloer kan je veel sneller en gerichter ingrijpen.’
Bijna vier op de tien van de ongevallen zijn het gevolg van het verlies van controle over het stuur van een fiets, auto of bestelwagen. Bij mannen ligt dat aandeel net iets hoger dan bij vrouwen. In zo’n 8 procent van de gevallen werd de persoon in kwestie ‘aangereden, gegrepen of meegesleept door een voertuig of voorwerp’. Studiewerk van AG Insurance vorig jaar leert dat het risico gevoelig hoger ligt in de wintermaanden.
Minder dodelijke ongevallen
Goed nieuws is dat het aantal dodelijke arbeidswegongevallen wel verder daalt. Bij zulke ongevallen lieten 34 mensen het leven in 2023, het laagste cijfer ooit. Ter vergelijking: in de jaren 90 ging het om 90 à 100 mensen per jaar. De voorbije tien jaar schommelde het aantal dodelijke incidenten op de weg rond 45 à 50 op jaarbasis.
Ook het aantal ongevallen dat aanleiding gaf tot een blijvende of langdurige arbeidsongeschiktheid – langer dan zes maanden – is gevoelig gedaald, tegenover 2022 met bijna 13 procent. De toename zit dus vooral bij de lichte ongevallen onderweg. Het aantal ongevallen dat leidde tot een arbeidsongeschiktheid van maximaal zes maanden nam met 6 procent toe tot ruim 23.500. Het aantal ongevallen zonder noemenswaardige gevolgen steeg jaar op jaar met 8 procent tot 9.910.
Verzekeraars weigeren vaker
Opvallend is dat het aantal dossiers en aangiftes van arbeidsongevallen dat verzekeringsmaatschappijen weigeren in sneltempo toeneemt. In 16,2 procent van alle aangegeven ongevallen in de private sector weigeren verzekeraars financieel tussen te komen. Dat is een record.
Bijna één op de zes aangiftes van arbeidsongeval wordt geweigerd door verzekeraars
Aandeel geweigerde arbeidsongevallendossiers in private sector
In minder dan twintig jaar is dat aandeel ruim verdubbeld. In 2023 ging het voor de privésector alleen al voor het eerst om meer dan 24.000 dossiers. In de publieke sector ligt het weigeringspercentage gevoelig lager: daar weigeren verzekeraars in amper 7,3 procent van de gevallen tussen te komen (3.312 op 45.180 aangiftes).
Vooral betwistingen over de definitie van wat wanneer een arbeidsongeval is en wanneer een privégebeurtenis, liggen aan de basis van die stijging. Alleen ‘een plotse gebeurtenis die tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst of op weg van of naar het werk gebeurt’ én ‘schade oplevert’, komt daarvoor in aanmerking. Een ongeval op een thuiswerkdag bijvoorbeeld is een typevoorbeeld van een betwist dossier. Het is de verzekeraar van de werkgever die een incident als arbeidsongeval kan erkennen. Als die erkenning er niet komt, dan valt het slachtoffer terug op het ziekenfonds, met een lagere tussenkomst als gevolg.
Steekproefcontroles van Fedris leerden in 2021 dat in een op de vijf dossiers van ernstige arbeidsongevallen de weigering onterecht bleek. Sinds dit jaar stapt de overheidsdienst in zulke gevallen altijd naar de rechtbank, in plaats van alleen bij principiële of probleemdossiers. Daardoor moeten de afgewezen patiënten zelf geen – vaak lange en dure – procedure bij de arbeidsrechtbank opstarten. Hoe vaak dat in de loop van dit jaar is gebeurd, kon Fedris niet meegeven.
Bron: de Tijd