In 2023 had slechts 52 procent van de 65-plussers een contact met de tandarts. Bij ouderen in een woonzorgcentrum gaat het zelfs om minder dan 25 procent. Dat blijkt uit een studie van de Christelijke Mutualiteit (CM) bij haar leden. In de studie kwamen ook huisartsbezoeken en geneesmiddelengebruik aan bod.
Niet alle 65-plussers vinden hun weg naar de tandarts. Volgens CM-voozitter Luc Van Gorp zijn daar verschillende verklaringen voor. “Er is een tekort aan geconventioneerde tandartsen. En daarbovenop zijn ze niet altijd betaalbaar of toegankelijk. Er heerst bij ouderen het idee dat naar de tandarts gaan heel duur is. Of ze stellen de zorg uit omdat ze niet mobiel zijn.”
“Maar een deel heeft ook te maken met gezondheidsopvoeding. Mensen weten niet altijd dat ze naar de tandarts moeten gaan. Het is nochtans belangrijk: slechte mondhygiëne zorgt voor een slechte gezondheid in het algemeen. Mensen gaan minder goed praten en minder goed eten.”
Een rol voor mondhygiënisten
Hoe maken we tandzorg voor ouderen dan toegankelijker? Volgens Van Gorp zal er een inspanning nodig zijn. “We moeten een zorgplan opstellen, mensen informeren en inzetten op betaalbaarheid. Veralgemening van de derdebetalersregeling en betere vergoedingen van parodontale zorg – want die wordt niet altijd terugbetaald bij ouderen – zouden al een goede stap vooruit zijn.”
Ouderen hebben steeds vaker een eigen gebit, en dat vraagt een ander soort zorg
Luc Van Gorp, voorzitter van de Christelijke Mutualiteit
Ook mondhygiënisten kunnen volgens Van Gorp een grotere rol spelen. Dat zijn mensen die opgeleid zijn om de tandarts bij te staan. Zij kunnen de halfjaarlijkse controles doen, reinigen en poetsadvies bieden.
“Je zou hen bijvoorbeeld naar de mensen thuis kunnen laten gaan, met een uitgerust busje. Ouderen hebben steeds vaker een eigen gebit, en dat vraagt een ander soort zorg dan een kunstgebit. Daar kunnen die mondhygiënisten perfect bij helpen.”
9 keer per jaar naar de huisarts
In tegenstelling tot de tandarts vinden 65-plussers hun weg wél makkelijk naar de huisarts. 94 procent zag zijn of haar huisarts minstens 1 keer. En gemiddeld bezoeken ouderen hun huisarts zo’n 9 keer per jaar. Hoe ouder, hoe meer contact er is met de huisarts. “Je ziet dat huisartsen toegankelijker zijn. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met de derdebetalersregeling.”
Tegelijkertijd daalde het aantal huisbezoeken tussen 2016 en 2023. “Daar kijk ik toch kritisch naar. Huisbezoeken zijn een belangrijke toegangspoort naar de huisarts voor mensen met een beperkte mobiliteit die geen naaste familieleden hebben om hen naar een consultatie te vervoeren, of voor mensen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer”, zegt Van Gorp.
Onaangepaste geneesmiddelen
Uit de studie bleek ook dat 68 procent van de 65-plussers in 2023 1 of meerdere geneesmiddelen nam die als potentieel onaangepast worden beschouwd. Voor wie in een zorgvoorziening woont, ging het zelfs om 83 procent. Dat zijn geneesmiddelen die bij ouderen best vermeden worden, omdat er bijvoorbeeld meer risico’s dan voordelen aan verbonden zijn of er veiligere alternatieven bestaan.
En er wordt ook wel wat gecombineerd bij 65-plussers. 4 op de 10 zou minstens 5 verschillende geneesmiddelen per jaar nemen voor een lange tijd. In woonzorgcentra gaat het zelfs om 1 op de 2.
Volgens Luc Van Gorp roepen die cijfers op tot ongerustheid. “Hoe meer geneesmiddelen je neemt, hoe groter echter de kans op bijwerkingen en interacties tussen de geneesmiddelen. Ik vind dat een dramatisch cijfer. We moeten dat kritisch gaan bekijken. De apotheek zou daar een grotere rol kunnen spelen.”
Bron: VRT.NWS
