Sociale huurders en kandidaat-huurders die kunnen werken, maar dat niet doen, moeten zich vanaf 2028 laten begeleiden door de VDAB richting werk. Wie dat weigert, moet meer huur betalen. Bovendien zullen huurders ook een betere kennis van het Nederlands moeten kunnen aantonen. Het Vlaams Huurdersplatform reageert kritisch. “Dit lijkt op de omgekeerde wereld.”
Momenteel moeten sociale huurders enkel ingeschreven zijn bij de VDAB. Vanaf 2028 zullen ze ook actief moeten deelnemen aan een begeleidingstraject naar werk. De maatregel wordt vanaf dan ook uitgebreid naar kandidaat-huurders.
“We zijn ervan overtuigd dat als we als samenleving miljarden investeren in sociale woningen, er ook inspanningen nodig zijn om mensen aan het werk te krijgen en Nederlands te laten spreken, zodat sociale wijken leefbaar blijven”, kondigt Vlaams minister van Wonen Hans Bonte (Vooruit) aan.
Wie weigert, moet meer huur betalen
De regering voorziet ook een stok achter de deur. Wie na verschillende aanmaningen weigert deel te nemen aan het begeleidingstraject, riskeert een hogere huurprijs.
Het gaat om een bedrag tussen 50 en 150 euro per maand extra, afhankelijk van het inkomen. Dat is niet definitief: wie zich later inschrijft en 6 maanden het traject volgt, moet opnieuw minder huur betalen.
Ook kunnen huurders vanaf 2028 voorrang krijgen bij sociale woningen in de gemeente waar ze werken. Volgens de regering moet dat de afstand tussen woon- en werkplaats verkleinen en de combinatie van werk en privéleven vergemakkelijken.
De nieuwe maatregel geldt vanaf 1 januari 2028 voor sociale huurders en mensen op de wachtlijst voor een sociale woning.
Wie een werkloosheidsuitkering of leefloon ontvangt, volgt doorgaans al een traject naar werk en valt daarom niet onder de nieuwe verplichting. Ook gepensioneerden, mensen met een invaliditeitsuitkering en mensen die minstens halftijds werken zijn vrijgesteld.
Hoger niveau Nederlands vereist
Daarnaast moeten sociale huurders in de toekomst een betere kennis van het Nederlands aantonen. Het vereiste taalniveau stijgt van A2 naar B1 voor mondelinge vaardigheden. Dat betekent dat huurders zich vlotter mondeling moeten kunnen uitdrukken in het Nederlands.
Daarvoor worden “betaalbare lessen” voorzien, benadrukt Bonte. “Kennis van het Nederlands is bijzonder belangrijk. Om met je buren een praatje te slaan, vlotte communicatie te hebben met de woonmaatschappij en actief deel te nemen.”
Huurders die het vereiste niveau niet halen, riskeren net als vandaag een eenmalige boete. Over het exacte bedrag is nog geen beslissing genomen. Momenteel bedraagt zo’n boete standaard 100 euro, wat verlaagd kan worden naar 50 euro.
Wanneer de nieuwe taalvereisten ingaan, is nog niet duidelijk. Ook is nog niet beslist tegen wanneer huurders het niveau B1 moeten halen.
“Omgekeerde wereld”, reageert Huurdersplatform
Het Vlaams Huurdersplatform reageert kritisch op de nieuwe maatregelen. “Het is een beetje de omgekeerde wereld”, stelt coördinator Joy Verstichele. “We zien vaak dat mensen eerst nood hebben aan rust en stabiliteit, vooraleer ze kunnen beginnen met werk te zoeken of een taal te leren.”
Volgens Verstichele zou de minister beter eerst inzetten op een stabiele woonoplossing, om daarna mensen te ondersteunen bij het leren van Nederlands en de zoektocht naar werk. “Op het moment dat mensen zich inschrijven voor een sociale woning, bevinden ze zich net in een onzekere woonsituatie. Dan is er vaak weinig ruimte om met andere zaken bezig te zijn.”
Ook de uitbreiding naar kandidaat-huurders roept vragen op bij het Vlaams Huurdersplatform. “We zien dat mensen vaak jarenlang op een wachtlijst staan en uiteindelijk nooit in een sociale woning gaan wonen.”
“Het duurt namelijk heel lang voor je een woning krijgt, waardoor je noden en situatie soms veranderd zijn. We zien dus dat er heel veel verwachtingen bij hen worden gelegd, voordat er iets in ruil komt”, aldus Verstichele.
Bron: VRT.nws
