De Vlaamse Opleidingen Sociaal Werk reageren op twee recente Sociaal.Net-artikels waarin kritiek wordt gegeven op de opleidingen. Eén over neoliberalisme dat de opleiding binnensijpelt en een andere over gebrekkige aandacht voor ouderen binnen het sociaal werk. “We willen nuanceren, weerleggen en laten zien hoe wij vandaag werken en opleiden.”

Kritische bijdragen

Recent  verschenen op Sociaal.Net kritische bijdragen over de sociaalwerkopleidingen door Bart Van Bouchaute over neoliberalisme in het sociaal werk en de opleidingen en Guido Cuyvers over de manier waarop het sociaal werk met ouderen omgaat.

Ze benoemen reële zorgen: werkdruk, de invloed van neoliberale logica, het zorgdiscours dat ouderen vaak herleidt tot ‘kwetsbare individuen’. Als opleidingen sociaal werk gaan we graag in dialoog. We willen tegelijk nuanceren, weerleggen en laten zien hoe wij vandaag werken en opleiden, met de vijf krachtlijnen van Sterk Sociaal Werk als fundament.

Neoliberalisme als containerbegrip

We delen de zorg van Bart Van Bouchaute dat neoliberale logica’s hun weg vinden naar het onderwijs- en welzijnslandschap. Ook onze lectoren voelen de impact van financieringsdruk, managerialisme en de student als consument. Tegelijk is het voor ons cruciaal om precies te blijven in onze analyses.

Kritische stemmen, zoals Bart Van Bouchaute, lezen neoliberalisme als méér dan economisch beleid. Het is een alomvattende rationaliteit die burgers herleidt tot homo economicus: zelfsturend, competitief, ondernemend.

Dat perspectief is prikkelend en legitiem. Het toont hoe marktlogica doordringt in domeinen die hier ooit immuun voor leken. Maar het risico bestaat dat neoliberalisme wordt opgevoerd als allesverklaring, waardoor nuance en context verdwijnen.

Belang van context

Een sociaalwerkopleiding is het resultaat van dominante posities en meningen in opleidingsteams en daarbuiten, maar is ook een gevolg van de specifieke omgeving. Elke opleiding is gesitueerd in een andere (stedelijke) context, met verschillende noden, beleid en politieke constellatie (er zijn in Vlaanderen veertien graduaatsopleidingen, elf bacheloropleidingen en drie masteropleidingen).

Het is jammer dat hier te weinig wordt bij stil gestaan. In onze curricula besteden we namelijk veel aandacht aan een kritische analyse van deze mechanismen: de historische context en hoe marktlogica doorwerkt in beleid en in het sociaal werk. Studenten leren dit niet enkel theoretisch, maar zien het ook in de praktijk van ondermeer grootstedelijke contexten waar ongelijkheid, voorwaardelijkheid, commercialisering en individualisering zichtbaar zijn.

Dat we daarbij instrumenten gebruiken zoals portfolio’s of peer assessment, betekent niet dat we studenten in een neoliberaal keurslijf duwen. De vraag is steeds: hoe zetten we methodieken in? Vanuit meten en controleren, of vanuit reflectie, eigenaarschap en mensenrechten? Die keuze maken we bewust.

Kritisch-reflectieve sociaal werkers

Tegelijk moeten we scherp zijn: sociaalwerkopleidingen bestaan niet om het neoliberalisme te bekampen. We missen een alternatief voor wat sociaal werk dan wél moet zijn.

Wie alleen neoliberalisme aanwijst, zegt niets over de eigen finaliteit van het sociaal werk. Die finaliteit is helder: we leiden kritisch-reflectieve sociaalwerkprofessionals op die hun relatie met mensen, doelgroepen en de samenleving bevragen.

Dat unieke dubbelperspectief krijgt concreet gestalte in de vijf krachtlijnen van Sterk Sociaal Werk: nabijheid, politiserend werken, procesmatig werken, generalistisch werken en verbindend werken. Daar ligt ons kompas. Niet in een defensieve strijd tegen een systeembegrip, maar in de positieve opbouw van een onderwijspraktijk.

Sociaal werk en sociaalwerkonderwijs zijn geen producten, maar praktijken van kritische reflectie, mensenrechten en sociale verandering. Dit komt expliciet terug in onze leerlijnen en in vakken als Politiserend Sociaal Werk.

Studenten leren zowel relationeel als structureel te kijken, machtsverhoudingen te analyseren en sociale verandering mee vorm te geven. Ook sociaal ondernemen benaderen we niet vanuit een marktlogica, maar als een manier om vanuit solidariteit en creativiteit vernieuwende antwoorden te bieden op complexe maatschappelijke uitdagingen.

Financiering en structuur van het hoger onderwijs

We herkennen de analyse dat het hogeschoollandschap zelf deels functioneert vanuit neoliberale logica’s. De financieringsmechanismen zetten opleidingen onder druk en beïnvloeden werkdruk en organisatie. Dat is een realiteit die wij niet ontkennen.

Maar: dit bepaalt niet onze inhoudelijke keuzes. Onze opleidingen blijven stevig verankerd in de waarden van sociaal werk en de krachtlijnen van Sterk Sociaal Werk. Vanuit VOSW geven we ook signalen aan het beleid om dit scherp te houden.

Ouderen in het sociaal werk

Ook het artikel van Guido Cuyvers doet de werkbrauwen fronsen. We zijn het niet eens met de stelling dat sociaalwerkopleidingen ouderen en vergrijzing onvoldoende aandacht geven. Onze insteek is generalistisch: studenten worden voorbereid op werken met alle doelgroepen, met aandacht voor mensbeelden in al hun diversiteit.

Concreet zien we vandaag zelfs meer studenten dan vroeger kiezen voor stages en werkplekleren in woonzorgcentra, bestrijden we ageisme als een vorm van discriminatie, en worden globale uitdagingen en kansen van vergrijzing behandeld. Studenten leren ouderen niet te reduceren tot zorgobjecten, maar te zien als volwaardige burgers met rechten, netwerken en beleidsimpact.

We erkennen wel het punt dat het zorgdiscours maatschappelijk dominant is en dat andere disciplines soms taken opnemen die sociaal werk vanuit een ander perspectief zou benaderen. Precies daarom leggen wij in de opleiding nadruk op de beleids- en maatschappijanalyse die sociaal werk uniek maakt.

Samen in dialoog

We hebben nood aan open debat en onderzoek dat de relatie tussen opleiding en werkveld voortdurend kritisch bevraagt. We kijken dan ook uit naar de empirische onderbouwing van de theoretische claims die in de bijdragen geformuleerd worden. Net die wisselwerking tussen theorie en empirie kan het sociaal werk en de opleidingen sterker maken.

Het sociaal werk heeft impact, de uitdagingen zijn reëel. Wij discussiëren dagelijks binnen onze opleidingen en zoveel mogelijk met de praktijk hoe we studenten daarop het best voorbereiden. Studenten zijn veelal tevreden over de kritische inzichten die ze aangereikt krijgen. We nodigen iedereen uit om dit gesprek verder te voeren, met respect voor nuance en context. Niet door te vervallen in etiketten, wel door scherp te benoemen wat beter kan en te versterken wat vandaag al stevig aanwezig is.

Veerle Van Gestel schreef dit artikel als voorzitter van en in naam van de Vlaamse Opleidingen Sociaal Werk.

We vroegen Bart Van Bouchaute en Guido Cuyvers om reactie, omdat in dit artikel direct op hun teksten gereageerd wordt.

Reactie Guido Cuyvers

Ik waardeer de reactie van de sociaalwerkopleidingen en erken dat er in curricula en stages enige aandacht is voor ouderen en vergrijzing. Dat studenten leren ouderen niet te reduceren tot zorgobjecten maar te zien als burgers met rechten en netwerken, sluit aan bij mijn ideaalbeeld.

Maar mijn kritiek gaat over iets fundamentelers. Het probleem zit niet alleen in de opleiding, maar vooral in de manier waarop sociaal werk zich maatschappelijk positioneert. In het publieke debat blijft het dominante zorgframe overeind: ouderen worden nog altijd voorgesteld als kostenposten en kwetsbare last. En precies daar laat sociaal werk kansen liggen. Het toont zich te vaak als individuele begeleider, terwijl de stem die het meest nodig is – de maatschappijkritische stem die dit schadelijke narratief doorbreekt – nauwelijks gehoord wordt.

Dat er studenten kiezen voor woonzorgcentra of dat beleidsanalyse in het curriculum zit, verandert weinig aan die vaststelling. Waar was sociaal werk toen ouderen in het regeerakkoord vooral als financiële uitdaging werden neergezet? Waar was de verontwaardiging toen media vergrijzing opnieuw als bedreiging framen?

Mijn oproep is helder: erken de inspanningen, maar durf verder te gaan. Sociaal werk moet de stilte doorbreken, het negatieve narratief uitdagen en ouderen eindelijk krachtig positioneren als volwaardige burgers.

Reactie Bart Van Bouchaute

In dit korte bestek kan ik niet grondig ingaan op deze interessante repliek. Daarom beperk ik me tot een paar algemene reacties:

  • Ik benader neoliberalisme inderdaad als een rationaliteit, eerder als termieten die opleidingen van binnenuit ondermijnen dan als de leeuw buiten aan de poort. In internationaal onderzoek zien we die rationaliteit duidelijk aan het werk in het discours, het overheidsbeleid, de praktijk van onderwijs en onderzoek en ook in de subjectvorming van studenten en docenten. Die tendensen van neoliberalisering vinden we, uiteraard altijd in wisselende mate afhankelijk van de context, ook terug in onze opleidingen sociaal werk. Dit is dus geen allesverklaring. Er zijn (gelukkig) ook andere waarden en praktijken in opleidingen. En er is altijd de optie van individueel of collectief verzet.
  • Concepten als ‘talenten’ of ‘persoonlijke veerkracht’, waarden als ‘ondernemerschap’ en technieken als ‘persoonlijke ontwikkelingsplannen’, ‘portfolio’s’ of ‘peer assessment’ zijn niet neutraal, maar zijn precies technieken van self-governance binnen een neoliberale rationaliteit. Ze verdienen dus een meer kritische benadering in de opleidingen.
  • Opleidingen kunnen niet volhouden dat ze toewerken naar finaliteiten als democratie, mensenrechten of sociale rechtvaardigheid als ze niet tegelijk kritisch afstand nemen van een neoliberale rationaliteit die dergelijke finaliteiten radicaal ondermijnt. Als sociaalwerkopleidingen “het neoliberalisme bekampen” dan houden ze minstens de mogelijkheid voor een eigen finaliteit van sociaal werk (opleidingen) open.

Om deze noodzakelijke discussie met meer nuance verder te voeren ga ik graag in gesprek met lectoren en teams in de opleidingen. Wie neemt deze warme uitnodiging aan?

Bron: sociaal.net