Het recente Zomerakkoord van de Arizona-coalitie is een regelrechte sloopkogel voor de sociale bescherming in ons land. Dit artikel laat zien hoe de werkende bevolking het kind van de rekening wordt en hoe ook de (centrum)linkse partijen medeplichtig zijn aan deze structurele afbraak.

Het Zomerakkoord van de Arizona-coalitie is geen akkoord, maar een sociale sloopkogel. De rechten van de werkende bevolking worden er genadeloos onderuitgehaald — en dat komt niet uit de lucht vallen.

Alles stond al zwart op wit in het Regeerakkoord en werd uitvoerig besproken in het parlement. Toch klampten sommige vakbondsmensen en zogezegde experts zich vast aan de illusie dat het wel zou loslopen. Ze wilden niet geloven dat ook de zogenaamde (centrum)linkse partijen zo ver zouden gaan in het ondergraven van sociale bescherming.

Maar die hoop was ijdel. Ook deze keer leveren die partijen netjes wat het kapitaal van hen vraagt. Ze blijven de rol spelen die ze intussen tot in de puntjes beheersen: brave uitvoerders van een beleid dat stap voor stap de fundamenten van de sociale welvaartsstaat sloopt.

Hun motief is al jaren hetzelfde: “ons opofferen om erger te voorkomen.” In de praktijk komt dat neer op één ding: sociale verworvenheden waarvoor generaties hebben gevochten, worden zonder slag of stoot ingeruild — zogezegd in naam van het hogere belang van het nationale en Europese kapitalisme.

Zogenaamd links speelt al decennialang die vuile rol mee. Niet alleen met woorden, maar met daden. Ze stemmen wéér in met sociale afbraak, en krijgen daarvoor applaus van bovenaf: een vaste stoel aan de onderhandelingstafel, als brave beheerders van besparingen. Voor wie afhankelijk is van die sociale bescherming? Tja, dikke pech.

Ook nu lijkt de leuze te zijn: “Vooruit met de afbraak.” Al dekt die nog lang niet de lading. Wat hier gebeurt, is niets minder dan een doelgerichte, structurele aanval op de werkende klasse.

En zoals altijd zijn de slachtoffers bekend: gepensioneerden, werkzoekenden, mensen in onzekere jobs. Terwijl zij steeds meer moeten inleveren, krijgen werkgevers opnieuw meer vrijheid om nachtarbeid en flexjobs zonder sociale bijdragen in te zetten. De druk stijgt — de bescherming daalt.

Kwetsbare mensen worden hardhandig uit de sociale zekerheid geduwd en afgewimpeld naar armoedebemiddeling. Tegelijkertijd snoeit men alweer in de openbare diensten — alsof solidariteit een luxe is geworden.

Geplande en structurele afbraak

Wat we meemaken is geen samenloop van omstandigheden. Dit is doelbewust beleid. Het is een langlopend proces van sociale afbraak, gericht op het ontmantelen van alles wat ooit collectieve bescherming bood.

Deze afbraakpolitiek is geen ongeluk, maar het resultaat van een weloverwogen politieke keuze: het structureel terugdraaien van elk sociaal tegenwicht binnen de kapitalistische markteconomie. Waar ooit werd gestreden voor emancipatie, kiezen de huidige machthebbers nu voluit voor ongelijkheid, uitsluiting en verdeeldheid.

En om dat project vlot te laten verlopen, worden vakbonden en solidariteit stelselmatig in diskrediet gebracht. Klassenbewustzijn? Verdacht. Protest? Zinloos, zo wordt ons voorgehouden. Alles past netjes binnen de neoliberale logica: breek af, verdeel en demobiliseer — zodat niets de belangen van kapitaal nog in de weg staat.

In dat denkkader is solidariteit enkel nog iets voor de werkende klasse. Grote vermogens en bedrijven ontspringen de dans, terwijl de rest de samenleving mag blijven financieren. Ondertussen blijft men het sprookje herhalen dat “de overheid boven haar stand leeft” — een excuus dat steevast leidt tot besparingen, natuurlijk eerst op sociale rechten.

Werknemersrechten worden afgeschilderd als onbetaalbare luxe, een overblijfsel uit betere tijden. Maar de impact op de begroting? Die is verwaarloosbaar. Dit gaat dus niet over cijfers, maar over ideologie. Alles moet wijken voor de heilige vrije markt — of beter gezegd: de vrije doorgang voor kapitaal.

En al decennia lang floreren binnen dat verhaal beleidsmakers die zichzelf graag afschilderen als verantwoordelijk en matigend. In werkelijkheid voeren ze met overtuiging een harde afbraakpolitiek. Hun loyaliteit ligt niet bij de mensen, maar bij het kapitaal. De prijs wordt betaald in armoede, ongelijkheid en structurele uitbuiting.

Hoog tijd dat de werkende klasse en haar organisaties zich eindelijk afvragen: wie staat er écht nog aan onze kant? De zogenaamd sociaal-liberalen hebben hun masker al lang laten vallen — ze zijn vooral liberaal, en sociaal slechts in naam. Deze jarenlange sloop van sociale rechten spreekt boekdelen.

Wat we nu meemaken, is het beschamende eindspel van een ooit trotse arbeidersbeweging. De Belgische Werkliedenpartij, ooit een baken van strijd en solidariteit, is gereduceerd tot een schaduw van zichzelf — keurig, braaf en medeplichtig aan het afbraakbeleid.

Bron: DeWereldMorgen.be