Volgens Vooruit maakt de meerwaardebelasting de belastingen in België eerlijker. “Eindelijk betalen ook de superrijken hun deel,” klinkt het. Maar dat klopt niet. De superrijken beheren hun aandelen doorgaans niet op eigen naam, maar via een vennootschap. En die vennootschappen vallen niet onder de meerwaardebelasting. 

Waarom de superrijken de meerwaardebelasting zullen ontlopen

Volgens Vooruit maakt de meerwaardebelasting de belastingen in België eerlijker. “Eindelijk betalen ook de superrijken hun deel,” klinkt het. Maar dat klopt niet. De superrijken beheren hun aandelen doorgaans niet op eigen naam, maar via een vennootschap. En die vennootschappen vallen niet onder de meerwaardebelasting. 

Professor fiscaal recht Michel Maus zei het onlangs duidelijk in TerZake: “De allerrijksten hebben hun vermogen al lang ondergebracht in vennootschappen. En die vallen buiten deze belasting.” Ook Bruno Colmant, voormalig kabinetschef van Didier Reynders, is kritisch: “De meerwaardebelasting van Arizona zal niet opbrengen wat men ervan verwacht. Ze raakt de allerrijksten niet, want die verkopen hun aandelen niet. Ze geven ze gewoon door aan hun kinderen.”

De belasting geldt niet voor vennootschappen

En dat is precies het punt. De meerwaardebelasting geldt alleen als een persoon aandelen verkoopt. Maar de rijkste Belgen beheren hun geld zelden als particulier. Ze gebruiken vennootschappen en investeringsvehikels, zoals family offices, om te beleggen en aandelen aan te houden.

En wat blijkt? Die vennootschappen hoeven die belasting helemaal niet betalen.

Sterker nog, er bestaat een wettelijk “achterpoortje” dat zó groot is, dat je je kan afvragen of de voordeur niet gewoon openstaat. Dat is de zogenaamde DBI-vrijstelling. Simpel gezegd: als je genoeg geld hebt om minstens 10% of 2,5 miljoen euro van een bedrijf te kopen, hoef je helemaal geen belasting te betalen op de winst die je later maakt bij verkoop.

Een voorbeeld van 620 miljoen euro belastingvrij

Neem het voorbeeld van de familie De Spoelberch, een van de families achter AB InBev. In 2022 verkochten zij via hun investeringsvennootschap Cobepa een Duits bedrijf met een winst van 620 miljoen euro. Ze betaalden daar nul euro belasting op. En dat zal onder het huidige voorstel van Arizona niet veranderen.

Dus hoewel Vooruit zegt dat mensen “bakken geld verdienen op de beurs zonder belastingen te betalen”, is dat ook onder hun voorstel nog steeds mogelijk.

Volgens een studie van PVDA lopen we via deze constructies elk jaar al ongeveer vier miljard euro aan belastingen mis, wat al veel meer is dan de beloofde 500 miljoen die de Arizonaregering met de meerwaardebelasting hoopt op te halen. Hoe kan je dan beweren dat dit een belasting is “zonder achterpoortjes”, als net de rijksten via de vennootschapsroute netjes langs de belasting kunnen wandelen?

Is het waar dat vooral de rijkste 1% de meerwaardebelasting zal betalen? In theorie misschien, in de praktijk helemaal niet.

Vooruit beweert dat de nieuwe meerwaardebelasting vooral de rijkste 1% zal treffen. Ze baseren zich hiervoor op een studie van de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën. Volgens vicepremier Frank Vandenbroucke komt zelfs 60% van de opbrengst van die belasting van de rijkste één procent.

Maar dat is een te eenzijdige lezing van die studie.

Wat die studie wél aantoont, is dat de rijkste 1% het grootste deel van de goed presterende financiële beleggingen (zoals aandelen) bezit. Dat klopt: zij bezitten bijna 40% van die activa. Het is dan ook logisch dat zij, in theorie, het grootste deel van de meerwaardebelasting zouden betalen.

Maar: de studie gaat niet na hoe mensen in de praktijk belastingen proberen te vermijden. En laat dat nu net zijn waar de rijksten vaak het beste in zijn.

De studie houdt geen rekening met belastingontwijking van de top 1%

De studie doet alsof iedereen – rijk of minder rijk – op dezelfde manier belastingen ontwijkt. Maar dat klopt niet. Iemand die een paar duizend euro winst maakt op aandelen, heeft veel minder mogelijkheden om daar belasting op te vermijden dan iemand die miljoenen euro’s winst maakt via vennootschappen of buitenlandse structuren.

Rijken kunnen bijvoorbeeld hun aandelen vasthouden via hun investeringsvennootschap, waardoor ze geen meerwaardebelasting betalen, zelfs als de waarde van hun aandelen fors stijgt. En zolang ze de aandelen van hun eigen investeringsvennootschap niet verkopen, moeten ze ook niks afdragen. Dat is voor gewone beleggers anders: zij hebben pas iets aan hun winst als ze effectief verkopen – en dan komt de belasting wel. 

Dit fenomeen is in de internationale literatuur uitvoerig besproken, zoals hier door het team van Franse professor Gabriel Zucman1. Het dient als belangrijke reden waarom meerwaardebelastingen, die in vele landen courant zijn, de allerrijksten niet raken. Ook met dit mechanisme houdt de studie van de FOD Financiën geen rekening.

De enige manier om de rijken écht te doen bijdragen, is een vermogensbelasting

De enige manier om de top 1 procent te raken zonder achterpoortjes is door naar hun volledige vermogen te kijken. Dan maakt het niet uit of ze aandelen hebben in bedrijven, of op eigen naam. Een eenvoudige vermogensbelasting vanaf 5 miljoen euro is de beste garantie dat de één procent ook echt bijdraagt.

Bron; PVDA.BE