Hoewel het cadeau vroeger symbool stond voor de band van gever en ontvanger, is die betekenis in het kapitalisme verschoven. Het is een dwingende sociale norm geworden: een kant-en-klaar, onpersoonlijk cadeau dat je koopt omdat het hoort.
Het is 24 december en ik loop door de schemerende winkelstraten van Brussel. Samen met massa’s andere mensen zijn we op zoek naar cadeaus: ‘nog iets voor je schoonmoeder’, ‘iets voor je tante’, en ‘nog iets voor je broertje’.
De kerstversiering leidt ons door de straten heen: bungelende kitsch kerstballen, rode cadeautjes met een strik. Uithangborden en posters schreeuwen om aandacht en proberen ons naar binnen te lokken. Hier kerstkorting, daar winterkorting!
Bij een zeepboetiek blijf ik staan. Misschien kan ik hier wel iets voor iedereen vinden, denk ik, en ik zucht. Ik kom net van werk, ik heb hoofdpijn, ik ben moe. Ik heb helemaal geen zin om geld en energie uit te geven aan een cadeau dat voor niemand iets speciaals betekent. Toch loop ik naar binnen.
Hebben hebben hebben
Ja, ik moet toegeven: toen ik jarig was als kind waren cadeaus hetgene waar ik het meest naar uitkeek. Wat ging je van je ouders krijgen? Wat van je vriendjes en vriendinnetjes? Wat van je opa en oma? De kleurige verpakkingen, het uitstallen, het tintelende gevoel in je borst van ‘hebben hebben hebben’.
En dan word je ouder, en krijg je elk jaar dezelfde vraag: laat je nog even weten wat je wil hebben voor je verjaardag? Je moet er steeds langer over nadenken.
En je moet het ook steeds vaker bedenken voor anderen. Voor al die vrienden die elk jaar weer jarig zijn, voor je moeder, je nichtje, voor het Sinterklaasfeest, voor Kerst. ‘Wat zou diegene willen hebben’, denk je steeds, als je voor de zoveelste keer door die drukke winkelstraat loopt – met precies dezelfde winkels, met precies dezelfde stuntacties – ‘wat zou diegene willen hebben?’
Ik vraag me af waarom we telkens maar nog meer willen hebben. Hebben we dan niet al genoeg?
Ja, we hebben al heel lang genoeg
Het antwoord is ja. We hebben genoeg, we hebben al heel lang genoeg. Onderzoek laat zien dat we haast omkomen in spullen. Zo bezitten Belgische huishoudens gemiddeld 106 elektronische toestellen, waarvan we er heel veel niet meer gebruiken: ongeveer 55 miljoen toestellen liggen in totaal ongebruikt bij ons thuis.
Ook onze kledingkasten zitten vol: de Vlaming bezit gemiddeld zo’n 200 kledingstukken, en ongeveer een vierde daarvan wordt niet gedragen, blijkt uit onderzoek van KU Leuven.
Onderzoek van Oxfam in Groot-Brittannië gaat zelfs specifiek over kerstcadeaus. 40 procent krijgt met kerst tussen 1 en 5 cadeaus die ze eigenlijk liever niet hadden. 31 procent zegt die cadeaus uit het zicht op te bergen, en 14 procent haalt ze alleen tevoorschijn als de gever langskomt. Tien procent van de mensen gooit ongewenste cadeaus weg.
Hup, zo belandt nog een item op de afvalberg die steeds groter wordt: in 2023 produceerde een Belgische inwoner gemiddeld 700 kilo gemeentelijk afval.
In een wereld waar we zoveel hebben dat we niet meer weten wat we ermee moeten, waar spullen verdwijnen in kasten, lades en uiteindelijk op de afvalhoop. Waarom moeten we elkaar in godsnaam nog extra spullen geven?
De geschiedenis van het cadeau
De geschiedenis van cadeaus is mooier dan dat, schrijft Emy Demkes in De Correspondent. Als we terugkijken in de tijd zien we dat geschenken vroeger bijna altijd een diepere betekenis droegen. Ze noemt een voorbeeld uit de Bijbel: Jakob schenkt zijn broer Esau een groot aantal dieren om vergiffenis te vragen en hun verstoorde relatie te herstellen.
Die diepere betekenis kon van alles zijn: vriendschap, diplomatie, symboliek, verzoening, emotie.
Demkes haalt ook de Franse socioloog, antropoloog en etnoloog Marcel Mauss aan, die stelde dat geschenken een manier zijn om sociale banden te onderhouden, en daarmee fundamenteel zijn voor het menselijk samenleven.
Tja, als je het zo zegt klinkt het hartstikke mooi, dat geschenk. Alleen: zo bescheiden is het geven van cadeaus allang niet meer. Het heeft een massaal, bijna verplicht karakter gekregen dezer dagen.
Hoe kapitalisme het cadeau veranderde
Het was pas in de negentiende en twintigste eeuw dat verjaardagscadeaus in West-Europa en Noord-Amerika steeds meer een sociale norm werden. Dat had alles te maken met massaproductie, stijgende inkomens, en de opkomst van warenhuizen en reclames die verjaardagen (en cadeaus) actief gingen promoten, schrijft Demkes.
Waar Kerstmis als religieuze feestdag lang draaide om spirituele reflectie, kerkdiensten en samenzijn, verschoof het zwaartepunt in de negentiende eeuw. Kerst werd steeds meer een huiselijk familiefeest, en in prenten en commerciële illustraties verscheen de Kerstman steeds prominenter.
En zo werd ook Kerstmis vanaf de twintigste eeuw steeds commerciëler, beschrijft Demkes: winkeliers speelden daar gretig op in door speelgoed, kleding en andere consumptiegoederen aan te prijzen.
Het cadeau heeft niks meer te maken met gever en ontvanger
Het geschenk symboliseerde in traditionele samenlevingen de relaties tussen mensen: het bracht persoonlijke, sociale én materiële waarden samen, schrijft de sociaal-antropoloog James G. Carrier in Gifts and Commodities. Maar in de kapitalistische samenleving is die betekenis verschoven.
Waar mensen hun geschenk vroeger vaker zelf maakten, koop je het vandaag kant-en-klaar in de winkel, schrijft Demkes. Iemand een cadeau geven betekende ooit dat je je op een persoonlijke en langdurige manier met diegene verbond. Hier, nu, in het kapitalisme zien we het cadeau juist vaak als een “op zichzelf staand object”, schrijft Demkes: iets dat loskomt van de relatie tussen gever en ontvanger.
Zoals die lekkere zeepjes die ik voor al mijn familieleden wilde kopen: handig, veilig, voor iedereen wel oké – maar het cadeau heeft eigenlijk niets te maken met de persoon die het ontvangt, of met de relatie die ik met hen heb. En dan kunnen we dat wel verpakken in mooi papier, en het zo wat specialer maken. Het laat zien hoe erg we proberen te verbergen wat het object eigenlijk is: een massaobject die overal en altijd voor iedereen te koop is.
Het ergste cadeau
Ach, het zeepjescadeau: een klassiek ‘ik kan niet met lege handen aankomen’-cadeau. Het zijn spullen waarvan je alles behalve de persoonlijke band voelt, integendeel. Je voelt de haast waarmee het gekocht is, de luiheid waarmee het bedacht is. Je ziet de schuldige lach van degene die het je overhandigt die verraadt: ja, ik kwam net van werk en had haast. Ja, ik was moe en ik had hoofdpijn. Ja, ik ben in de stuntdeal getrapt.
Al dit zag ik voor me toen ik de zeepwinkel binnenliep, toen de geuren van slechte cadeaus mijn neus binnendrongen. Ik hield een roosgeurige variant in mijn handen en dacht: ik maak of koop volgend jaar wel iets persoonlijks – en nu even helemaal niks.
Bron: dewereldmorgen.be
