Amerika tegen China.  De nieuwe Koude Oorlog?

Amerika tegen China.  De nieuwe Koude Oorlog?

Referentie: 9789462671430

Over het uitlokken van handelsconflicten en -oorlogen. Over ideologie, media, diplomatie en wapens, maar ook over de bondgenootschappen van gisteren en van morgen, en over de rol van Rusland, India, Japan en Australië.

China wordt steeds mondiger en agressiever. Het streeft economische en territoriale expansie na en de VS zijn de enige macht die niet aarzelt om daar tegen in te gaan, al dan niet met de hulp van bereidwillige bondgenoten. Zo luidt, kort samengevat, het verhaal dat we elke dag horen en lezen in de officiële berichtgeving. Maar klopt het ook? In Amerika tegen China. De nieuwe Koude Oorlog? zet historicus en China-deskundige Jude Woodward een en ander in perspectief. Ze gaat uit van de krijtlijnen die Obama uitzette en die zijn opvolger Trump heeft overgenomen: Washington moet en zal de onbetwiste leider van Azië en de rest van de wereld blijven. Met dat doel voor ogen zijn de VS bezig aan een omsingeling van China. Verbazend, zegt u? Wacht tot u Woodwards analyses over het uitlokken van handelsconflicten en -oorlogen leest. En ja, ook over de mogelijkheid van een grootschalige militaire confrontatie.

Een relaas over ideologie, media, diplomatie en wapens, maar ook over de bondgenootschappen van gisteren en van morgen, en over de rol van Rusland, India, Japan en Australië.

Oorspronkelijke titel: The US vs China: Asia’s New Cold War? Manchester University Press, 2017.

Vertaald door Tineke Jager en Dirk Nimmegeers.

Wet decriminalisering sekswerk vanaf 1 juni in voege

 “Dit is een overwinning voor de mensenrechten”

Vanaf  1 juni 2022, ging de hervorming van het seksueel strafrecht in voege, die onder meer voorziet in de stapsgewijze decriminalisering van sekswerk. België is het eerste land in Europa en het tweede land ter wereld om deze stap te zetten, na Nieuw-Zeeland.

De wet kwam er op vraag van, en na intense samenwerking met de unie van georganiseerde sekswerkers in ons land met het kabinet justitie. Ze is erop gericht meer rechten te geven aan sekswerkers en zo de kans op uitbuiting tot een minimum te herleiden.

Vanaf vandaag zijn alle derde partijen die de activiteit van zelfstandige sekswerkers ondersteunen zoals banken, verzekeraars, en verhuurders van ruimtes niet langer vervolgbaar. Een zelfstandige sekswerker zal met andere woorden gelijke rechten genieten als elke andere zelfstandige.

Tegelijk maakt de wet de weg vrij naar een arbeidskader voor sekswerkers, waardoor minimale regels kunnen opgelegd worden aan uitbaters van bordelen in het belang van de bescherming, de veiligheid en gezondheid van sekswerkers. Dit arbeidskader moet het verschil tussen uitbating en uitbuiting kristalhelder maken waardoor misstanden en mensenhandel efficiënter bestreden kunnen worden.

“Met de inwerkingtreding heeft UTSOPI haar belangrijkste doel bereikt, waarvoor sommige van haar leden al een kwarteeuw strijden”, zegt Sonia Verstappen, bekend van de recente Canvas-serie ‘sekswerkers’ en mede-oprichter en covoorzitter van de organisatie, “het is slechts een eerste stap, maar wel een essentiële. Het doel is de levens- en arbeidsomstandigheden van sekswerkers te verbeteren. Dit was onmogelijk zolang de hele sector gecriminaliseerd was.”

De wet werd op 18 maart gestemd in het federaal parlement na een jaar politieke onderhandelingen en parlementaire hoorzittingen. “De wet geeft rechten aan sekswerkers, ze zijn geen verschoppelingen meer in de ogen van de staat en zullen niet langer in een sector tewerkgesteld kunnen worden waar vaak de wetten van de jungle gelden”, zegt Daan Bauwens, directeur van de Belgische sekswerkersunie UTSOPI.

De wet kwam er op vraag van UTSOPI nadat de coronacrisis pijnlijk had aangetoond in hoeverre de bestaande strafwet sekswerkers kwetsbaar maakte. “Ineens werd voor iedereen duidelijk wat wij al jaren aanklagen”, zegt Bauwens, “de bestaande strafwet maakte de sociale bescherming van sekswerkers nagenoeg onmogelijk. Onder de verplichte sluiting herstartte een steeds groter aantal sekswerkers hun activiteit om te overleven. Maar gezien het om een illegale activiteit ging, gingen velen niet ten rade bij de politie of het dichtstbijzijnde hospitaal in het geval van geweld of aanranding.”

Het decriminaliseren van sekswerk kwam er echter niet zonder slag of stoot. Tot op de valreep bood een invloedrijke groep tegenstanders heftig weerstand met één terugkerend motief: de decriminalisering zal resulteren in een significante toename van mensenhandel en seksuele uitbuiting.

“Er bestaat geen enkele wetenschappelijke studie of ander sluitend bewijsmateriaal dat die stelling onderbouwt”, zegt Klaus Vanhoutte, directeur van Payoke, de Vlaamse organisatie voor slachtofferhulp mensenhandel. “Wat de decriminalisering zal doen, is sekswerkers voorzien in controleerbare en afdwingbare basisrechten waar elke  werkende in België recht op heeft, en dat is waar het over zou moeten gaan.”

UTSOPI bracht een brede coalitie van het middenveld op de been bestaande uit de drie nationaal erkende centra voor slachtofferhulp mensenhandel, alle socio-medische hulporganisaties aan sekswerkers in het land, de mensenrechtenliga’s aan beide zijden van de taalgrens, Dokters van de Wereld, de Federatie voor Sociale Diensten en het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid Sensoa. De nota die deze coalitie overhandigde aan het parlement zorgde ervoor dat de hervorming van het seksueel strafrecht ten goede kwam aan de rechten van sekswerkers én slachtoffers van mensenhandel.

De nieuwe wet ging vanaf 1 juni in voege, slechts enkele dagen nadat sekswerkactivisten van over de hele wereld dit weekend verzamelden in de Beursschouwburg voor het festival SNAP waarin kunst door sekswerkers centraal staat. In oktober van dit jaar verzamelen meer dan 100 sekswerkersorganisaties in Brussel voor het eerste congres van de Europese sekswerkersalliantie ESWA.

Een kleine geschiedenis van de arbeidsduurvermindering

JAAK BREPOELS

Er werden drie etappes afgelegd in de strijd voor arbeidsduurverkorting. De langste en meest ingrijpende (einde 19de eeuw tot ongeveer 1928) zag de reductie van pakweg de zestigurenweek en langer naar de achtenveertigurenweek, die uiteindelijk bereikt werd midden jaren vijftig. In de naoorlogse bloeiperiode, van midden jaren vijftig tot de jaren zeventig, kwamen de vijfdagenweek en de vijfenveertigurenweek en in de jaren zeventig de veertig- en zesendertigurenweek in het vizier. De voorlopig laatste etappe lijkt nu in gang geschoten, maar niet door de arbeidersbeweging, maar door de werkgevers.

WERKEN IN DE 19DE EEUW: 7 DAGEN IN EEN WEEK, 52 WEKEN IN EEN JAAR, ALLE JAREN VAN JE LEVEN

Tijdens het Ancien Régime of het preindustriële tijdperk kon de dagelijkse arbeidsduur variëren volgens de seizoenen, met een jaargemiddelde van ongeveer tien uur werken per dag. Vroeger werkte men om te leven, voortaan leefde men om te werken: zo zou men zonder vals sentiment de overgang van het Ancien Régime naar de negentiende eeuw kunnen typeren. Het ritme van de seizoenen en het geluid van de klokken werden bruusk doorbroken door het dwingende werkritme van de machine en de fabriekssirene. Het kapitalisme eiste maximale prestaties, iets waaraan de eerste generatie fabrieksarbeiders allerminst gewoon was.

In die eerste decennia regende het klachten over het gebrek aan discipline en inzet en over de talrijke aanleidingen die de arbeiders van het werk hielden. Wat reglementeringen en dwangmaatregelen niet vermochten, deden de lage lonen. De daling van de koopkracht in de eerste decennia van de negentiende eeuw kon slechts worden weggewerkt door langer en harder te werken, door alle gezinsleden in te schakelen of door spaarzaam om te springen met de zuurverdiende centjes. Een van de middelen om de arbeidskrachten tot meer ijver aan te sporen was de verlenging van de arbeidsduur en de vervanging van de betaling per prestatie door het uur‑ en dagloon, met als gevolg dat voortaan meer uren per dag, meer dagen per week, meer weken per jaar en meer jaren in een leven gewerkt werd. Tot 1870 was de twaalfurige werkdag de regel. En pas bij het begin van de twintigste eeuw werd de tienurige werkdag doorbroken.

DE ZONDAGSRUST: DE ZESDAGENWEEK

Het patronaat was als de dood voor arbeidsduurvermindering: vermindering van prestaties met behoud van het loon, dat vrat aan de winstmarges. Argumenten die later ook zouden opduiken bij elk debat: de verkorting van de arbeidsduur of verlof betekende een aanslag op de vrijheid van ondernemen, bracht de concurrentiepositie in gevaar en deed de productie dalen met werkloosheid tot gevolg. Het debat over de zondagsrust zette de toon. Dat op zondag weinig of niet gewerkt werd, dat was nooit anders geweest. In de loop van de negentiende eeuw kwam die rustdag onder steeds grotere druk te staan, waardoor in de praktijk zeven dagen op zeven gewerkt moest worden. Op zondag werd zonder vergoeding in de fabriek doorgebracht voor schoonmaakactiviteiten, nazicht, en onderhoud van de machines.

In 1905 keurde het parlement de zondagsrust goed. De bijna unanimiteit waarmee dat gebeurde, verheelde dat de wet een ware parlementaire lijdensweg van maar liefst tien jaar achter de rug had, met 24 Kamer- en 5 Senaatszittingen. Iedereen kon zich wel vinden in de zondagsrust, die al stevig ingeburgerd was. Dat was dus niet het probleem. Dat patroons en conservatieven jarenlang dwarslagen, had niet zozeer te maken met het principe van een wekelijkse rustdag op zich, maar wel met de wettelijk opgelegde verplichting. Eenmaal gestemd, stond niets een verdere inperking van de arbeidsduur per dag, per week of – o gruwel – een betaalde vakantie nog in de weg.

Niets doen en toch betaald worden: dat vloekte met de kapitalistische logica. Het was een discussie die zou opduiken telkens de vermindering van de arbeidsduur op de agenda stond. De vrees voor een sociale dijkbreuk was terecht: de BWP beschouwde de invoering van de zondagsrust als een principiële overwinning en een eerste stap naar de verdere arbeidsduurvermindering. De uitzonderingen op de zesdagenwerkweek, die vol achterpoortjes zat, waren echter zo talrijk dat de wet zijn doel voorbijschoot.

Lees verder via deze link

De vrouw met de gouden arm

De vrouw met de gouden arm

Een tijd met onzinnige ideeën

Anton had besloten voortaan onder de grond te leven. Het werd hem allemaal te veel. Zijn hoofd was te vol. Het leven te druk. De tijdgeest onbegrijpelijk. Hij duwde het stootkarretje door de tuin. Uit de bewoonde wereld vertrekken viel hem zwaar, de wieltjes liepen voortdurend vast in het gazon.

Een slimme man bouwt diep

Zo begint het eerste hoofdstuk De vrouw met de gouden arm van Filip Huysegems. En het bijzondere is dat alles wat in dit boek geschreven staat, ook daadwerkelijk gezegd, geschreven of gebeurd is. De bewijzen zijn legio.

Huysegems verwijst met dit citaat naar Michel Foucault: ‘Als je verder kijkt dan de titel, de eerste zinnen en het laatste punt, en verder dan de innerlijke samenhang en de autonome verschijningsvorm, dan besef je dat een werk is verweven in een systeem van verwijzingen naar andere werken, naar andere teksten, naar andermans zinnen: een boek is een knooppunt in een netwerk.’

Als je een auto in brand steekt, is dat een strafbare handeling. Als er honderden auto’s worden aangestoken, is dat een politieke actie.

Een sfeerbeeld
De eerste date: ‘De theelichtjes waren gelijkmatig verdeeld. Biowijnen fruitsap stonden klaar. Hans had lang nagedacht over knabbeltjes en meende dat hij met groentechips en een kom komkommers niks kon misdoen. Op de achtergrond zorgde Spotify voor walvis- en dolfijnmuziek.’

Na de theatervoorstelling

Bizar. Tijdens de voorstelling zat het publiek niet op stoelen, maar op skippyballen. Er was geen podium, er lag een groot tapijt waarop de acteurs stonden. Die vertelden hoe ze de dag doorkwamen en allemaal hadden ze, zo te horen, een hondenleven.

Wat vonden jullie ervan?’

‘Ik ben niet zo gauw met stomheid geslagen, maar dit had dát (scherpe knip met de vingers). Briljant, hoe Ilvy-Pepper als regisseur elke keer radicaal alle conventies doorbreekt en herdenkt.’

‘Wat je zegt, Mercy. Alleen al de opstelling van de zaal. Op een genummerde stoel zitten in het donker en naar een podium staren. Daar word je toch weggezet als consument en niet als krachtdadig individu? Nu werden de toeschouwersparticipanten. Je begint spontaan mee te denken. Wat is mijn leven? Wat zijn mijn keuzes, mijn privileges? Wat is liefde?’

Is dit een grap of om te huilen

Er zijn de laatste tijd zoveel uitzinnige ideeën over samenleving en mensen, dat de weldenkende burger zich meer en meer afvraagt of het een carnavalsgrap is, een 1-april grap of dat het werkelijk doodernstig bedoeld is. En of politici en hun beleid meegaan in de knotsgekke opvattingen?

De vrouw met de gouden arm is een satire op deze tijden, waarin fictie en non-fictie, surrealisme en realiteit nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn.

Een boek van deze tijd dus. Over ons.

De vrouw met de gouden arm is de nieuwste Doorbraakuitgave en deze week ons boek van de week, verkrijgbaar tegen een tijdelijke voordeelprijs in onze webwinkel.

Bestel hier je exemplaar.

Kiest Vandenbroucke voor de Voka-methode of voor preventie?

De ‘Terug naar Werk’-plannen van minister Vandenbroucke zijn afgeklopt: er komen sancties voor langdurig zieke werknemers. ‘Onschuldig’, klinkt het bij de regering. Vakbonden, werkgevers, mutualiteiten, patiëntenverenigingen en experts zijn echter bijzonder scherp. Maar minister Vandenbroucke houdt willens nillens het been stijf.

Sancties voor ziekgewerkte mensen op bestelling van Voka

Els is een alleenstaande mama en werkt voor een verzekeringsmaatschappij. Door zware werkdruk kampt ze met een burn-out. Familieleden moeten bijspringen om voor de kinderen te zorgen. Met controles, vragenlijsten en re-integratietrajecten wordt er op Els druk uitgeoefend om weer aan het werk te gaan.

Een medische controle weigeren kan ervoor zorgen dat ze haar uitkering verliest. Als ze vandaag een foutje maakt, een afspraak mist of mentaal niet in staat is om de procedures te doorploegen, blijft het bij een aanmaning.

Minister Vandenbroucke beslist daar nu anders over: vanaf 1 januari 2023 hangt Els een sanctie van 2,5 procent van haar uitkering boven het hoofd. Dat is 30 euro op een gemiddelde uitkering van 1.200 euro per maand. Veel geld, zeker als je de huidige levensduurte in rekening brengt.

Voor de regering zijn Els en andere langdurige zieken – bijna een half miljoen in ons land – een kostenpost. Zij zijn ‘inactieven’ die niets opbrengen en de sociale zekerheid geld kosten. Ze moeten terug aan de slag, desnoods met de stok.

Maggie De Block en Kris Peeters voerden al jaren de jacht op de langdurig zieken op. Frank Vandenbroucke zet die jacht verder. Hij is niet aan zijn proefstuk toe: ‘meester Frank’ was ook de architect van de jacht op de werklozen.

De eenzijdige focus op ‘activering’ van werklozen en zieken in de doorgedraaide zoektocht naar 80 procent werkzaamheidsgraad wordt aangevuurd door Voka. Hogere lonen en betere werkomstandigheden om de openstaande vacatures te vullen? Nee, als het van Voka afhangt legt de regering mensen sancties op om hun ziekmakend werk weer op te nemen.

Boetes voor wie?

Het effect van sancties is nochtans sterk onderschat, zo schrijft onder andere professor Arbeidsgeneeskunde Lode Godderis. Sancties kunnen zelfs contraproductief werken, waarbij werknemers mogelijks in jobs met slechtere arbeidsvoorwaarden worden geduwd. Het Vlaamse Patiëntenplatform benadrukt het stigmatiserende effect van dergelijke sancties.

Maar volgens minister Vandenbroucke moet iedereen ‘geresponsabiliseerd worden’: mutualiteiten, werkgevers en zieken. Elke stap van de langdurig zieke wordt gemonitord op straffe van sancties. Vandaag vullen vier op de 10 langdurige zieken de veelbesproken vragenlijst niet in. Zo’n 80.000 zieke werknemers lopen daardoor het risico op een sanctie.

Dat staat in schril contrast met de sancties voor de werkgevers. Die blijven buiten schot met een zogenaamd ‘knipperlichtsysteem’, waarbij aan bijzonder veel criteria moet worden voldaan vooraleer er sprake is van een sanctie. Enkel grote bedrijven die een drie keer hogere uitstroom hebben dan de privésector én twee keer hoger dan hun eigen sector kunnen uiteindelijk een boete krijgen. In de praktijk zal dat dus zo goed als nooit gebeuren.

Een preventieve aanpak is mogelijk

Vandaag stromen er jaarlijks 23.000 nieuwe zieken de invaliditeit binnen. Een derde van de langdurig zieken kampt met mentale problemen. Een ander derde heeft last van hun rug, spieren en gewrichten. De oorzaak ligt boven alles bij werkstress of jarenlange fysieke overbelasting.

Die oorzaken moeten bij de wortel aangepakt worden. De regering doet het omgekeerde: meer flexibilisering, werkdagen van tien uur, meer nachtarbeid, de pensioenleeftijd verhogen en de mogelijkheden voor vervroegd pensioen afsnijden. En dat allemaal zonder maatregelen te nemen voor mensen in een zwaar beroep.

Minister Vandenbroucke zou wel degelijk voor een andere aanpak kunnen kiezen: die van preventie. Voorkomen dat werknemers door hun job ziek worden begint bij gezondheidspreventie op het werk. Maak werkgevers verantwoordelijk voor bescherming en het promoten van gezondheid en veiligheid op het werk. Geef de vakbonden echte inspraak in dat gezondheidsbeleid. Versterk de sociale inspectie aanzienlijk om welzijn en gezondheid te waarborgen.

Met een 30-urenweek met behoud van loon kunnen we werk weer werkbaar maken. En geef werknemers het volwaardige recht op rust vanaf hun 65e en vervroegd pensioen vanaf hun 60e. Voer de sanctiewet af, minister Vandenbroucke. Kies voor preventie.

Bron: DeWereldMorgen.be