by admin | jun 5, 2022 | Varia
Steeds meer bedrijven beginnen hun producten te labelen om de klimaatimpact ervan te laten zien. Maar hebben consumenten – en vooral het klimaat – daar een boodschap aan?
Voedingswaardetabellen, fairtradelabels, recycling-info … en nu een etiket dat de klimaatimpact van een product aangeeft.
Wereldwijd zien consumenten steeds vaker nieuwe informatie verschijnen op hun producten. Het gaat om cijfers en tabellen die aangeven hoeveel broeikasgassen er worden uitgestoten bij het maken van de artikelen die ze kopen.
Deze pogingen tot het labelen van de koolstofvoetafdruk van producten, wordt door sommigen geprezen als een hulpmiddel voor consumenten, om bij te dragen aan een oplossing voor de klimaatproblematiek. Critici noemen die inspanningen op zijn best verwarrend en in het slechtste geval greenwashing.
Tijdrovend proces
Danielle Nierenberg is medeoprichter van de in de VS gevestigde denktank Food Tank. Volgens hem is een klimaatlabel voor voeding al een tijdje in de maak, maar hadden bedrijven tijd nodig om het goed te onderzoeken. “Daarom zien we het nu pas”, aldus Nierenberg.
Numi Organic Tea gebruikt in zijn productie 130 ingrediënten uit 26 landen. Hoewel het Californische bedrijf de uitstoot in zijn hele toeleveringsketen al sinds 2015 heeft bijgehouden, kan het pas deze zomer voor het eerst koolstoflabels op zijn thee gaan plakken.
Om de ecologische voetafdruk van de thee te bepalen moesten landbouwpraktijken, verwerkingsapparatuur, energieverbruik en meer worden bestudeerd, zegt Jane Franch, verantwoordelijke binnen het bedrijf voor strategische inkoop en duurzaamheid.
“Dat was de eerste stap in onze reis – nauwkeurig nagaan wat de totale impact is van onze toeleveringsketen en kijken waar die beperkt kan worden”, legt ze uit. In dat kader werden theefabrieken gestimuleerd om schonere energie en energiezuinigere apparatuur te gebruiken, aldus Franch.
Numi-verpakkingen zullen binnenkort een label dragen met één productspecifiek cijfer: het aantal kilogram kooldioxide-equivalent per theezakje. Daarnaast zal ook worden duidelijk gemaakt welk aandeel de ingrediënten, de verpakking, het transport en zelfs het kookwater van de theedrinker heeft in dat cijfer.
“De tijd is rijp, de interesse van consumenten is gewekt”, vindt Franch. “Zelfs als ze niet weten wat een gram koolstof betekent, is het een aanzet naar de ontwikkeling van koolstofgeletterdheid bij consumenten en de samenleving.”
“Eén label voor iedereen”
Numi voegt zich bij een groeiende groep bedrijven die zijn begonnen met klimaatlabels – met name in de Verenigde Staten en Europa. Merken als de plantaardige vleesproducent Quorn, elektronicamaker Logitech en huishoudelijke artikelengigant Unilever zijn op de kar gesprongen.
Er zijn ook bredere inspanningen, zoals een wereldwijde campagne die in februari werd aangekondigd voor de cosmetica-industrie, waaronder Estee Lauder Companies, Johnson & Johnson Consumer Health, L’Oréal Group en 33 anderen.
Er wordt zelfs gepleit voor een systeem dat voor iedereen verplicht is.
“Het publiceren van de klimaatimpact van voedselproducten zou verplicht en gestandaardiseerd moeten zijn, net als bij voedingswaardetabellen”, zegt een woordvoerder van Oatly. De Zweedse havermelkproducent legt een petitie voor over deze kwestie aan de Duitse regering.
Denemarken en Frankrijk overwegen al om hun eigen klimaatlabels voor consumenten te creëren. De Europese Unie streeft ernaar om tegen 2024 met een ontwerp voor een breder ecologisch label te komen.
Gezien haar enorme impact op het klimaat staat de voedings- en drankenindustrie centraal in de strijd voor koolstofetikettering, Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) is het wereldwijde voedselsysteem verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de CO2-uitstoot.
Maar tot voor kort waren de meeste inspanningen om voedselgerelateerde emissies te verminderen gericht op productie, zegt Edwina Hughes, hoofd van de Cool Food Pledge bij het World Resources Institute (WRI).
“We hebben de afgelopen 50 jaar veel vooruitgang geboekt, maar we hebben te weinig naar de consumptie gekeken. Dat is behoorlijk belangrijk, als diëten wereldwijd niet veranderen kom je niet waar je moet zijn in termen van het terugdringen van klimaatverandering”, legt ze uit.
Enkele eenvoudige ingrepen blijken een groot potentieel te bieden.
Het toevoegen van berichten aan de bovenkant van restaurantmenu’s verdubbelde bijna het aantal klanten dat plantaardige gerechten koos. Dat blijkt uit een WRI-onderzoek dat in februari werd gepubliceerd.
Het Cool Food-programma promoot een label specifiek voor restaurantgerechten. Schotels die het dragen, voldoen aan de voedingsnormen en hebben een kleinere ecologische voetafdruk dan volgens onderzoekers nodig is om belangrijke klimaatdoelen te bereiken.
De Amerikaanse lunchketen Panera Bread was in 2020 de eerste restaurantketen die het label in in gebruik nam. Het bedrijf had zijn ecologische voetafdruk sinds 2016 gemeten, maar die informatie bereikte de consument niet, zegt afdelingschef duurzaamheid Sara Burnett.
“Niet langer een niche”
“We weten dat deze medaille twee kanten heeft: wat we op het menu zetten en hoe we eraan komen. Maar de andere kant zijn de consumenten, zij kunnen echt wegen op ons bedrijf door de keuzes die ze maken.”
Ongeveer de helft van Panera’s online menu-opties draagt het label, met als doel om dat te verhogen tot 60 procent in 2025. De lunchketen wil zijn toeleveringsketen verduurzamen en innovatieve producten ontwikkelen die in dat plaatje passen.
“Het zijn niet langer enkel de groene nicheconsumenten die op zoek zijn naar verantwoord ingekochte en gekweekte producten”, aldus Burnett. “Ook voor de alledaagse consument is dat tegenwoordig belangrijk.”
En consumenten beginnen het op te merken, zegt Carmen Castillo, assistent-general manager bij MOM’s Organic Market. “Het is een nieuwer label en het zorgt voor conversatie – mensen willen weten wat het betekent, of het echt is en hoe het hen beïnvloedt”, voegt ze eraan toe.
Door de bomen het bos niet meer zien
Er is echter nog maar weinig bekend over hoe consumenten reageren op klimaatlabels. Bij één onderzoek uit 2021 door milieuadviesbureau Carbon Trust gaf 54 procent van de respondenten aan dat ze eerder een product met een dergelijk label zouden kiezen dan een vergelijkbaar product zonder.
Burnett zegt dat de maaltijden met het Cool Food-label tot bijzonder positieve reacties op sociale media hebben geleid.
Toch maken sommigen zich zorgen dat consumenten door de brede waaier aan inspanningen door de bomen het bos niet meer zien. “Dit is een verwarrende tijd voor consumenten omdat er zo veel verschillende labels zijn”, zegt Nierenberg van Food Tank.
De veelheid aan labels en certificeringen legt te veel verantwoordelijkheid bij de consumenten, om te begrijpen en te handelen, legt ze uit. Ze waarschuwt voor een verhoogd risico op greenwashing of ‘climate washing’.
Volgens de Europese Commissie zijn er momenteel wereldwijd meer dan 450 ecologische labels in gebruik, waarvan er ongeveer 80 verwijzen naar rapportage van koolstofemissies. “Sommige daarvan … zijn betrouwbaar, andere niet”, staat in een online beleidsdocument. Ook merken uiten hun bezorgdheid.
“Wat we nodig hebben, is de goedkeuring van een geharmoniseerde, wereldwijde norm voor ecolabels, zodat mensen geen overload aan informatie krijgen”, zegt Archana Jagannathan, directeur duurzaamheid bij PepsiCo Europe.
Het bedrijf maakt deel uit van een belangrijk initiatief van vzw Foundation Earth om een Europees systeem te creëren voor het plaatsen van ecologische scores – inclusief koolstofemissies – op voedselverpakkingen.
Niet enkel consumenten zetten druk
Maar door te veel focus op hoe etikettering het koopgedrag vormt, gaat het concept misschien aan haar doel voorbij, waarschuwt Michael P. Vandenbergh. Hij is directeur van het Climate Change Research Network aan de Vanderbilt Law School in Nashville.
Nu koolstofetikettering wereldwijd een aanzienlijke groei doormaakt, komt er steeds meer bewijs naar voren dat het werkt. “Zelfs als de reacties van de consument beperkt zijn”, merkt hij op.
Te midden van toenemende druk van investeerders, overheden, werknemers én klanten, kan het hebben van een label bedrijven ertoe aanzetten om verbeteringen door te voeren die hun ecologische voetafdruk verkleinen, legt hij uit.
Reeds 80 procent van de grootste bedrijven in zeven van de grootste wereldwijde sectoren – waaronder retail, autofabricage en houtproductie – stelt milieueisen in hun contracten met toeleveranciers, voegt hij eraan toe.
“Klimaatlabels zijn geen wondermiddel”, aldus Vandenbergh. “Maar het is een onderdeel van een veel groter systeem dat kan functioneren, zelfs als het nationale overheidsbeleid ontoereikend is – wat het ook is”, besluit hij.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | jun 5, 2022 | Varia
De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (‘intercommunales’) worden steeds belangrijker. Ze beschikken vandaag over meer dan 20 miljard euro. CD&V stelt daarom een concreet plan voor om de democratische en financiële controle op hen te verscherpen. “Bijna niemand weet nog wat die intercommunales vandaag allemaal doen. Ze worden bij niet gecontroleerd. We willen de gemeenteraadsleden, schepenen en burgemeesters opnieuw het roer in handen geven”, zegt Vlaams parlementslid Brecht Warnez.
Om hun opdrachten efficiënt te organiseren, kiezen heel wat gemeenten en steden ervoor om gemeentelijke taken over te dragen aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, ook wel intercommunales genoemd. Op dit ogenblik zijn er zo’n 152 intercommunales actief met tal van dochterbedrijven of informele partnerschappen.
“Die intercommunales doen in de meeste gevallen goed werk”, zegt Brecht Warnez. “Het is logisch dat een gemeente samenwerkt om bv. het huisvuil op te halen of om de riolen te beheren.”
Niemand weet nog wat ze allemaal doen
Toch loopt er volgens CD&V wat fout. De partij verwijst daarbij bv. naar de recente investeringen van Fluxys in Braziliaanse aardgasnetten (TBG) en naar de in 2016 op het nippertje vermeden participatie van ons elektriciteitsnet door het Chinese State Grid Co.
“De intercommunales leiden vandaag hun eigen leven. Er worden beslissingen genomen waar de lokale besturen zelf niet of onvoldoende van op de hoogte zijn. Dat kan niet meer”, zegt Warnez. “Wat enkele jaren geleden in Wallonië gebeurde bij het Publifin-schandaal kan vandaag ook in Vlaanderen.”
Democratische controle
CD&V stelt daarom een aantal concrete maatregelen voor om de democratische controle te versterken. Zo wil de partij de structuren vereenvoudigen en stelt ze – zoals in Nederland – voor dat er een centraal openbaar register komt met alle samenwerkingsverbanden. Op die manier hebben gemeenteraadsleden meer inzicht.
Verder wil de partij een actieve communicatieplicht aan de intercommunales opleggen. De agenda’s en verslagen van de raden van bestuur moeten uit eigen initiatief naar die gemeenteraden en schepencolleges worden gecommuniceerd. Twee keer per jaar moet de intercommunale ook toelichting geven aan de gemeenteraden over hun jaarverslag en jaaractieplan. Tot slot krijgen gemeenteraadsleden ook de mogelijkheid om rechtstreeks schriftelijke vragen te stellen aan de intercommunale.
De afgelopen jaren werden al verschillende pogingen ondernomen om de democratische controle te versterken maar die waren zonder succes. “Het helpt niet om gemeenteraadsleden het recht te geven om inzage te krijgen, als men hen dan laat verdrinken in stapels documenten. Als de gemeenteraad al betrokken wordt, dan gebeurt dat vandaag pas als alles beslist is. Met onze voorstellen willen we dat veranderen”, zegt Warnez.
De schuldenberg groeit tot 10 miljard euro
Dat de intercommunales meer en meer macht krijgen, blijkt ook uit de financiële cijfers. In 2018 bedroeg het totaal van hun activa al meer dan 20 miljard euro wat een stijging betekent met 31% de afgelopen tien jaar. De schulden groeiden in tien jaar sterker aan met maar liefst 54%, tot ruim 10 miljard euro en stegen zo uit boven de totaalschulden van alle Vlaamse steden en gemeenten samen (9,8 miljard euro). Ook de winst van het boekjaar daalde van 790 naar 289 miljoen euro.
De partij wil daarom de intercommunales onderwerpen aan het publieke boekhoudingssysteem ‘Beleids- en beheerscyclus’ waar ook de gemeenten zich moeten aan houden. “Die intercommunales zijn nog steeds publieke spelers en geen commerciële. Het is logisch dat zij geen onverantwoorde financiële risico’s mogen nemen. In tegenstelling tot een gewone boekhouding heeft de beleids- en beheerscyclus hendels om er voor ze zorgen dat overheden niet failliet zullen gaan. Ze plannen ook meer op lange termijn en geven inzicht in het beleid door aan concrete beleidsdoelstellingen, ook op lange termijn, budget te koppelen”, zegt Warnez.
Tot slot wil CD&V meer controle van Audit Vlaanderen op de lokale besturen. “Vandaag controleert Audit Vlaanderen de steden en gemeenten op hun gewone werking en rapporteert die aan de gemeenteraad. Ook bij fraude komt Audit Vlaanderen tussen. Het is maar normaal dat dit voor intercommunales ook zou gebeuren”, sluit Warnez af.
Bron: CD&V
by admin | jun 5, 2022 | Economie
De inval in Oekraïne is een verschrikking en kostte al aan duizenden mensen het leven. Maar dit conflict kan ook miljoenen mensenlevens verwoesten ver van het slagveld. De oorlog is namelijk bijzonder nadelig voor het wereldwijde voedselsysteem, dat al zo verzwakt is door COVID-19, de klimaatverandering en de hoge energieprijzen. Als deze oorlog blijft aanhouden stevenen we af op een echte voedselcatastrofe.
Ernst van de situatie
Op 18 mei trok António Guterres, de secretaris-generaal van de VN, aan de alarmbel. Voor hem doemt “het spookbeeld op van een wereldwijd voedseltekort” en hij vreest “dat deze gevaarlijke situatie kan omslaan in een catastrofe”. “Tientallen miljoenen mensen dreigen in voedselonzekerheid terecht te komen, gevolgd door ondervoeding en massale hongersnood, in een crisis die jaren zou kunnen duren.”
Zes dagen voor de inval had David Beasley, directeur van het Wereld Voedselprogramma (WPF), al gewaarschuwd voor een nakende voedselramp: “Als we de situatie niet onmiddellijk aanpakken, zullen we de komende negen maanden hongersnood, destabilisatie van landen en massale migratie zien. Als we niets doen, zullen we een hoge prijs betalen.”
Hij had het op dat moment over 45 miljoen mensen die op de rand van hongersnood balanceerden. Door de oorlog kunnen er daar nog eens tientallen miljoenen bijkomen. Deze situatie zal net zoals in 2011 in heel wat landen politieke onrust veroorzaken. “Als we mensen niet voeden, dan voeden we conflicten”, aldus Guterres.
Pandemie en klimaat
Vóór de invasie was de voedselsituatie in de wereld al precair. Daar zit de klimaatverandering voor veel tussen. Het toenemend aantal extreme weerfenomenen is nadelig voor de landbouw en de voedselproductie. In het afgelopen decennium zijn 1,7 miljard mensen getroffen door extreme weersomstandigheden en klimaatgerelateerde rampen.
Enkele voorbeelden. Door de overstromingen van vorig jaar zou de wintertarweoogst in China de slechtste in de geschiedenis kunnen zijn. De recente hittegolf in India zal ook heel nadelig zijn voor de tarweoogst daar. Omwille van een droogte in de graangordel van de VS is 40 procent van de tarwe in slechte tot zeer slechte staat (normaal is dat maar 15 tot 20 procent). In Europa zal de tarweproductie omwille van de weinige regenval bijna zeker alarmerend laag zijn.
COVID-19 was en is ook een belangrijke spelbreker. De pandemie veroorzaakte een economische schok. Daardoor daalde de koopkracht van de bevolking in heel wat landen en werden toeleveringsketens ontwricht. Zoals Sri Lanka vandaag zitten veel landen van het Zuiden op de rand van het faillissement en is hun toegang tot de financiële markten beperkt.
Er waren nog andere gevolgen. De heropleving van de economie na de pandemie veroorzaakte stijgende energie- en transportprijzen. De energiefactuur stijgt ook door toenemende CO2-heffingen. Die prijsstijgingen maken dat voedselproducten een pak duurder worden.
Al die factoren ondermijnen de voedselzekerheid bij grote delen van de wereldbevolking. Dat is vooral het geval in het Globale Zuiden, maar ook bij ons, denk maar aan het nooit gezien aantal mensen dat een beroep doet op een voedselbank. Vóór de pandemie waren er over heel de wereld 135 miljoen mensen met ernstige voedselonzekerheid. In twee jaar tijd is dat aantal verdubbeld tot 276 miljoen.
De oorlog en de sancties
Rusland en Oekraïne spelen een vooraanstaande rol in de wereldwijde voedselproductie. Ze zijn samen goed voor meer dan een derde van de wereldexport van granen en iets meer dan de helft van de export van zonnebloemolie. Rusland is ook de grootste producent van meststoffen.
Bijna 50 landen zijn afhankelijk van Rusland en Oekraïne voor ten minste 30 procent van hun tarwe-invoer. Bij 26 landen is dat zelfs meer dan 50 procent. Samen leveren de twee landen 12 procent van de calorieën die wereldwijd verhandeld worden en in totaal zijn ongeveer 800 miljoen mensen voor hun voedsel afhankelijk van hen.
De oorlog en de sancties tegen Rusland hebben een schadelijk effect op zowel de productie als de export van het voedsel in beide landen. Vooral in Oekraïne is dat het geval.
Door het militair geweld, een gebrek aan meststoffen en pesticiden en door hogere dieselprijzen zal wellicht 30 tot 50 procent van de voorjaarstarwevelden in Oekraïne niet kunnen worden beplant.
Maar vooral de export ligt zo goed als plat. Tot voor kort werd 98 procent van het Oekraïens graan via de Zwarte Zee vervoerd. Maar die uitvoer is helemaal stil gevallen omdat Oekraïne zeemijnen heeft aangebracht en Rusland alle Oekraïense havens heeft geblokkeerd. Omwille van een aantal problemen[1] is het vervoer via het spoor of vrachtvervoer geen echt alternatief.
Geëscorteerde zee-konvooien zijn een mogelijkheid, maar de Oekraïense marine is daar te klein voor en dat zou dus moeten gebeuren met de steun van NAVO-landen. Gezien de sterkte van de Russische vloot zou dat een meer dan riskante onderneming zijn en het zou bovendien kunnen leiden tot een gevaarlijke escalatie van het conflict.
Wat er ook van zij, tenzij de export via de Zwarte Zee weer op gang komt, zullen miljoenen tonnen graan gewoon wegrotten in de Oekraïense silo’s.
Bij Rusland liggen de problemen elders. Omwille van de sancties zullen Russische boeren of landbouwbedrijven wellicht een tekort hebben aan zaaigoed en pesticiden.[2] Dat zal een belangrijke weerslag hebben op de volgende oogst.
Verstoorde wereldmarkt
Het is weinig waarschijnlijk dat boeren elders in de wereld de dalende graanexport vanuit Oekraïne en Rusland kunnen compenseren. Voor boeren zijn meststoffen en energie de belangrijkste kostenposten bij het telen van graan. Beide markten zijn verstoord door sancties en de stormloop op aardgas.
Als boeren op kunstmest bezuinigen, zullen de oogsten minder opbrengen. Bovendien zullen boeren in plaats van graan of maïs te planten overwegen om over te schakelen op gewassen met lagere inputkosten.[3]
De markt wordt verder verstoord doordat de laatste maanden niet minder dan 35 landen landen, uit schrik voor de eigen voedselzekerheid, strenge beperkingen opleggen op de uitvoer van voedsel. In veel gevallen gaat het zelfs om een totaalverbod.
Zo’n verstoring van de wereldmarkt jaagt de voedselprijzen sterk de hoogte in. Als gevolg van de oorlog hebben de voedselprijzen het hoogste niveau bereikt dat ooit door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties is geregistreerd. Vandaag zijn de voedselprijzen gemiddeld 34 procent hoger dan een jaar geleden. Bij graan is die stijging zelfs 81 procent.
Voor heel wat bevolkingsgroepen wordt dat meer en meer onbetaalbaar, vooral dan in de landen van het Zuiden. Daar besteden gezinnen tot een kwart van hun inkomen aan voedsel. In Sub-Sahara Afrika is dat zelfs 40 procent. Bovendien maakt graan daar een groter deel uit van het budget dan in rijkere streken.
En dan is er nog een ander pervers effect voor die landen. Door de inflatie gaan de rentevoeten bij ons omhoog. Dat maakt de dollar en de euro aantrekkelijker waardoor hun koers stijgt. Maar dat maakt voor de landen van het Zuiden de voedselimport (vaak in dollars) duurder, alsook de afbetaling van de buitenlandse schuld.
Wat moet er gebeuren?
Hoe langer de oorlog aansleept, hoe groter de voedselschaarste, hoe hoger de prijzen en hoe erger de voedselcrisis zal zijn. De strategische optie van de VS om ‘tot de laatste Oekraïner’ te vechten zal niet alleen het aantal slachtoffers op het slagveld doen toenemen. Ver weg zullen als gevolg daarvan honderdduizenden tot misschien miljoenen mensen sterven door hongersnood.
Wat moet er gebeuren om die catastrofe te vermijden?
Vooreerst moet de blokkade van de Zwarte Zee zo snel mogelijk ongedaan gemaakt worden. Dat kan enkel in het kader van vredesonderhandelingen en een staakt-het-vuren. Dat veronderstelt de-escalatie van de oorlogsinspanningen i.p.v. het oorlogsgestook dat we nu zien gebeuren. Volgens Westerse diplomaten valt het in elk geval niet te verwachten dat de Oekraïense havens de eerste zes maanden zullen opengaan.
Daarnaast moeten alle economische sancties t.a.v. Rusland die te maken hebben met de voedselproductie, geschrapt worden.
Ten derde moet het voedselprotectionisme stoppen. In de woorden van António Guterres: “Er mogen geen uitvoerbeperkingen worden opgelegd en de overschotten moeten ter beschikking worden gesteld van de meest behoeftigen.”
Ten slotte is er dringend financiële hulp nodig voor de landen van het Zuiden, zowel om de voedselzekerheid te garanderen als om een nakende schuldencrisis af te wenden. In oktober berekende het Wereld Voedselprogramma dat er jaarlijks 6,6 miljard dollar nodig is om de honger in de wereld op te lossen.[4]
Dat is niet eens zoveel. Alleen al voor deze oorlog heeft Biden 24 miljard dollar extra uitgetrokken aan bewapening en militaire steun. Het militair budget van de Europese landen zal de komen jaren ook met tientallen miljarden toenemen. Voor het voeren van oorlog is er blijkbaar altijd geld, voor de bestrijding van honger daarentegen … Het toont de waanzin aan van de wereld waarin we leven.
Notes:
[1] Aan de grenzen zijn er ernstige knelpunten omdat de EU-buren van Oekraïne verschillende spoorbreedtes gebruiken. Het wegvervoer wordt gehinderd door tekorten aan vrachtwagens, chauffeurs, brandstof en douanebeambten.
[2] Zowel het zaaigoed als de pesticiden koopt Rusland voornamelijk in de Europese Unie. Door de sancties is bankfinanciering moeilijk geworden en zijn er minder Europese bedrijven bereid om die goederen te leveren. Daarnaast hebben de meeste grote Westerse zaad- en chemiebedrijven zich uit Rusland teruggetrokken of zijn bezig dat te doen.
[3] In maart bleek bijvoorbeeld uit een onderzoek van het ministerie van landbouw in de VS dat telers in dat land dit seizoen van plan zijn over te schakelen van maïs op sojabonen.
[4] Het bedrag is berekend om 45 miljoen mensen van de hongerdood te redden. Met de huidige oorlog zal dat kostenplaatje uiteraard stijgen, maar het zal nooit boven het dubbele van dit bedrag uitkomen.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | jun 5, 2022 | Sectoren
De onderhandelingen tussen de werkgevers en werknemers in de dienstenchequesector zitten muurvast. Na 9 maanden is het overleg zelfs afgesprongen. Vlaams parlementslid Caroline Gennez eist oplossingen voor onze huishoudhulpen.
“We hebben het al vaak gehad over het respect dat we hebben voor de 155.000 huishoudhulpen die bij 750.00 gezinnen thuis poetsen. En dat aan een gemiddeld maandloon van 1.000 euro. De stijgende prijzen voor energie, aan de pomp en in de winkelkar maken dit voor hen rampzalig”, zegt Caroline.
Huishoudhulpen moeten betalen om te mogen werken
De eisen van de huishoudhulpen zijn duidelijk, noodzakelijk en zelfs bescheiden: een loonsverhoging van 0,4%, dat komt neer op 0,05 cent per uur en verplaatsingsonkosten om hun werk te kunnen doen.
“De huishoudhulpen zijn de enige werknemers op de Vlaamse arbeidsmarkt die moeten betalen om te mogen werken”, gaat Caroline verder. “De Vlaamse regering en Federgon, de koepelorganisatie van poetsbedrijven, delen die bezorgdheden. Toch verandert er niets concreet omdat onderhandelingen al meer dan 9 maanden muurvast zitten.”
Zorg nu voor hogere lonen
De Vlaamse regering heeft op voorstel van Vooruit 41 miljoen euro voorzien om tegemoet te komen aan de eisen van de huishoudhulpen.
“Blijkbaar zijn de werkgevers niet in die bijkomende middelen geïnteresseerd. Daar zijn 115.000 huishoudhulpen het slachtoffer van. Voor ons is het duidelijk: zorg nu voor hogere lonen voor de huishoudhulpen”, besluit Caroline.
Bron: Vooruit
by admin | jun 5, 2022 | Economie
Het is weer van dat: politieke spelletjes. Een lek in de krant over een advies van de belastinghervorming, felle reacties en mensen die zich afvragen: komt die grote belastinghervorming nog wel?
“Ik begrijp de ongerustheid”, begint federaal parlementslid Joris Vandenbroucke. Ons belastingsysteem is 1 van de fundamenten van onze welvaartsstaat. Het moet weerspiegelen waarvoor wij staan. “Wie betaalt wat? Doet iedereen zijn deel? Dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten? Dat blijft onduidelijk. Want ons belastingsysteem is totaal scheefgegroeid. Het is te complex en onrechtvaardig.”
Er is nog steeds nood aan een grondige hervorming. “Te veel mensen betalen te veel belastingen. Enkel en alleen omdat anderen hun deel niet doen. Dat moet anders. Als iedereen zijn deel doet, versterken we onze welvaartsstaat én loont al het harde werk.
Niemand heeft iets aan speculaties, discussies en gelekte documenten. Daar winnen alleen de extremen bij. We moeten nu echt knopen doorhakken zodat het belastingsysteem eenvoudiger en rechtvaardiger wordt. Tijd voor actie.”
Bron: Vooruit