Wordt Bart De Wever na 9 juni curator van de failliete welvaartsstaat?

Wordt Bart De Wever na 9 juni curator van de failliete welvaartsstaat?

Analyse – Walter De Smedt

De belofte van de N-VA voor de verkiezingen van 9 juni 2024 is de identieke belofte van de vorige verkiezingen in 2019. “Voor Vlaamse Welvaart” betekent volgens Walter De Smedt in werkelijkheid de verdere afbraak van de sociale welvaartsstaat zoals die door de Vlaamse regering nu al wordt uitgevoerd. Hij confronteert in deze analyse de belofte met de realiteit van het beleid.

Curator is Latijns voor ‘verzorger’. In zijn juridische betekenis is de curator een persoon die door een rechter wordt aangewezen om bezittingen en schulden van een persoon of een ‘rechtspersoon’ (een bedrijf) te beheren in uitvoering van een rechterlijk vonnis, zoals bij het uitgesproken faillissement van een bedrijf. De curator moet dan voorrang geven aan de uitbetaling van schulden met de overblijvende middelen van het bedrijf. De redding van het bedrijf behoort niet tot de opdracht van de curator (nvdr).

“Voor Vlaamse welvaart” is de kernboodschap waarmee de N-VA op 9 juni naar de kiezer trekt. “Want uw welvaart wordt dé inzet van de verkiezingen in 2024.” Dit is dezelfde belofte als die van 2019. Voor zij die willen is niets onmogelijk, of zoals De Wever zegt “Nil Volentibus Arduum” (afgekort N-V-A).

Daar heeft hij sinds 2004 als N-VA-partijvoorzitter ruim de kans voor gehad. De geconsolideerde Vlaamse schuld is nu 36,5 miljard euro. Over welke welvaart heeft De Wever het dan? Voor wie is die bedoeld? De antwoorden staan in zijn verkiezingsfolder “Vlaanderen staat sterk”.

“Vlaanderen is een unieke regio dankzij een combinatie van gerenommeerde zeehavens, een uitgebreid spoor- en wegennet, een productieve en hoogopgeleide bevolking, een uitstekende gezondheidszorg en een O&O-vriendelijke omgeving1.”

Gerenommeerde zeehavens?

Wat wil De Wever met zijn gerenommeerde zeehaven doen? Er moet een nieuw havendok komen, het Saeftinghedok, en de containercapaciteit moet verdubbeld worden met 7,1 miljoen containers. Waarom moet dat? “De Antwerpse Haven behandelt 200 miljoen ton op een oppervlakte van 13.057 hectare, de haven van Rotterdam 450 miljoen ton op een oppervlakte van … 12.426 hectare”.

Als men een complete streek op de schop wil nemen (dit gaat om véél meer dan het dorp Doel alleen) – 3000 voetbalvelden groot – die bovendien van uitzonderlijke historische waarde is (zie daarvoor het laatste nummer van de overheidsuitgave Monumenten en Landschappen) en honderden mensen wil verjagen, dan moet men over stevige economische argumenten beschikken.

Die argumenten zijn er niet. De komst van een bijkomend containerdok dreigt bovendien het Waasland helemaal te verstikken. De noden van Rederij MSC2 – want het gaat alleen dààrom – zijn perfect op te vangen binnen de bestaande capaciteit. Het is trouwens ook niet te begrijpen waarom Vlaanderen zou betalen voor een nieuw megadok als er in Zeebrugge twee containerterminals komen leeg te liggen (Persmededeling Doel 2020, 5 mei 2015).

Verdere verstikking komt er ook door de 7,1 miljoen bijkomende containers. Om die 7,1 miljoen bijkomende vrachtwagens op de Antwerpse Ring te kunnen verwerken worden de 7 miljard euro kostende Oosterweelwerken uitgevoerd. Erg dure vrachtwagens zijn dat en die worden niet door de bevrachter betaald. En de Ring … die blijft oververzadigd.

Een uitgebreid spoor- en wegennet?

Het spoor- en wegennet dan? Het spoornet is een federale bevoegdheid. “In 2022 wordt 49,5% van de banen bezet door pendelaars, tegenover 50,6% in 2021. Met andere woorden, ongeveer één baan op twee wordt bezet door iemand die in een ander gewest dan Brussel woont.” Die komen ook vanuit Vlaanderen en ook met het spoor.

Günther Blauwens, voorzitter ACOD Spoor, daarover: ”De realiteit van vandaag en het verleden bevestigt dat dergelijke reorganisaties vooral bewijzen dat het management de toestand op het terrein niet kent en dat men dit puur vanuit budgettaire overwegingen uittekent.

Er is geen enkele operationele meerwaarde ten gunste van de reizigers. Meer nog, dit gaat leiden tot een nog slechtere stiptheid, nog minder dienstverlening en zeker geen vermindering van afgeschafte treinen. De huidige toestand bij het spoor hebben we trouwens als vakbond tot in detail voorspeld. We spreken dus uit ervaring”(persmededeling ACOD Spoor, 4 januari 2024).

De staat van het Vlaamse wegennet behoeft voor de gebruiker geen becijfering. Voor wie het toch wil is er het PMS-rapport 2022 ‘Onderhoudsprogramma Autosnelwegen’: “Uit het budgetscenario 2 “technisch optimum” kan afgeleid worden dat de onderhoudsachterstand 220,1 miljoen euro bedraagt. Geëxtrapoleerd naar 1.800 km (2 x 900 km) is dit 224,4 miljoen euro. Dit is een stijging met 22,3 % in vergelijking met 2021.”

Productieve en hoogopgeleide bevolking?

In het Vlaams Gewest is het studieniveau van de totale bevolking (25 tot 64 jaar) de voorbije vijftien jaar sterk toegenomen. Terwijl in 2008 nog 28,4% kortgeschoold was, is dit aandeel in 2022 gezakt naar 14,6%. Het aandeel kortgeschoolden in de Vlaamse bevolking is dus tussen 2008 en 2022 met bijna 14 procentpunten gedaald, een forse afname van ongeveer 443 000 personen.

Een jaar later, in 2023, is er opnieuw sprake van een stijging tot 15,8% kortgeschoolden. Dit aandeel ligt ongeveer op dezelfde hoogte als in 2021. De totale afname sinds 2008 bedraagt dan 12,7 procentpunten. Het aandeel kortgeschoolden in de totale Vlaamse bevolking is dus sterk teruggevallen de voorbije veertien jaar.

Prognoses van het Steunpunt Werk uit 2017 tonen een mogelijke verdere daling van het aandeel kortgeschoolden (25-64 jaar) tot 10 à 12 procent in 2050 terwijl het aandeel hooggeschoolden richting 46 à 50% zou groeien (Werk.Rapport, ‘Toekomstverkenningen arbeidsmarkt 2050’).

Een nieuw onderzoek van de KU Leuven in samenwerking met Katholiek Onderwijs Vlaanderen bevestigt eerdere onderzoeken: de leerprestaties dalen, de leerachterstand stapelt zich op en ook de sterkste leerlingen gaan achteruit. Naast de coronacrisis wordt ook het nijpende lerarentekort genoemd als een belangrijke factor (Het Laatste Nieuws, 18 januari 2023).

Wat doet Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) eraan? De onafhankelijkheid van de Vlaamse onderwijsinspectie staat onder druk, zo zei topman Lieven Viaene recent. Hij neemt afscheid van zijn functie. Volgens hem werden de afgelopen jaren – onder minister Weyts – verschillende rapporten tegengehouden. Persberichten zouden dan weer herschreven zijn, zodat ze het beleid beter uitkwamen.

Vlaams parlementslid Elisabeth Meuleman (van oppositiepartij Groen) zegt op X dat wie de interviews met Viaene leest en de vrijheid van onderwijs, administratie en gedachten hoog in het vaandel draagt, “huivert”. “De jacht op ‘linkse’ leerkrachten, op kritische inspectie, rapporten achterhouden, persberichten wijzigen … We moeten vechten voor kwaliteit en vrijheid” (Zico Saerens, Belga, 29 maart 2023).

Uitstekende gezondheidszorg?

“Meest in het oog springt het voorstel van voorzitter Bart De Wever (N-VA) om de groeinorm voor de gezondheidszorg te verlagen. Nu stijgt het gezondheidsbudget met 2,5 procent bovenop de index om de toenemende zorgnood het hoofd te bieden.”

“In 2024 is die eenmalig verlaagd naar 2 procent. De N-VA wil hem nu in lijn brengen met de economische groei – ongeveer 1,5 procent. Volgens de eigen berekeningen gaat het om een besparing van 4,5 miljard tegen 2029” (Nieuwsblad, 2 mei 2024 ).

Innoveren?

Chemiebedrijf Ineos en de Vlaamse regering bereikten een akkoord over de waarborg van 250 miljoen euro voor een overbruggingslening. Dat de Vlaamse regering dat moet doen komt omdat de banken er niet staan voor te springen.

Waarom? Omdat Ineos de afdankertjes van British Petrol overkocht, hun oude petrochemie die werd afgestoten omdat het niet meer past. “ Bernard Looney, CEO van BP, heeft een goede verklaring voor de verkoop door BP aan Ineos: “Na de afgelopen drie jaar is het duidelijker dan ooit dat de wereld energie wil en nodig heeft die veilig en betaalbaar is, evenals minder koolstof – alle drie samen, wat bekend staat als het energietrilemma”.

Om dat aan te pakken is actie nodig om de transitie te versnellen. Innovatief kan je de overname van de petrochemie niet noemen. Bovendien gaat het over de verwerking van schaliegas. “In een buitenwijk van Dallas, Texas, is er geen ontsnappen aan”.

Op nog geen 150 meter van een woonwijk in Dallas wordt de ene na de andere gasput geboord. Omwonenden zijn de wanhoop nabij. “Het verpest onze gezondheid, beschadigt de fundering van onze huizen en het stopt nooit”, zegt Gail Smith, die al tientallen jaren in de wijk woont (Een Vandaag, 20 januari 2024).

”De Antwerpse haven moet ook de grootste Europese chemiecluster worden”. Als je ziet wat voor onheil die nu reeds heeft teweeggebracht – zie PFAS – wordt het meer dan zorgwekkend. Naast de laagemissiezone (LEZ) in de stad een hoogemissiezone in de nabijgelegen haven door de vervuiling van megaschepen die tevens vervuilend schaliegas aanvoeren?

Akkoorden sluiten?

“We winnen geen schoonheidsprijs, maar we sluiten tenminste akkoorden”, zei Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) onlangs op de VRT. Toch steunt amper 27 procent van de Vlamingen hem als regeringsleider en is het vertrouwen in de Vlaamse regering gedaald tot 33 procent. In de peilingen heeft zijn centrumrechtse coalitie al lang geen meerderheid meer.

Welke ministers gaan faliekant onder de lat door? En wie maakt wél nog het verschil? We sturen, de rode pen in de aanslag, de Vlaamse regering met een streng maar rechtvaardig rapport het zomerreces in (De Morgen, 3 juli 2023). Van 33 procent naar nu 20,9? Inderdaad geen schoonheidsprijs!

O&O vriendelijk?

Onderzoek en Ontwikkeling is de grondstof voor economische welvaart. Sinds 2019 heeft het Vlaamse Gewest consequent een percentage boven de 3% gehandhaafd. Met een O&O-intensiteit van 3,65% wijkt Vlaanderen niet veel af van het Waalse Gewest (3,61%). In 2022 was in het Vlaamse Gewest 8,8% van de werkende bevolking aan de slag in hoogtechnologische sectoren (bewerking Statistiek Vlaanderen op basis van Eurostat). Dat is hoger dan in België (8,7%), maar lager dan in de 27 EU-lidstaten (9,7%). Vriendelijk, maar niet beter dan aan de andere kant.

Mag het duidelijk zijn wat De Wever bedoelt wanneer hij over de Vlaamse welvaart spreekt? Dat is niet wat wij onder “de welvaartsstaat” verstaan want die is, naar verhouding, voor iedereen bedoeld.

Wie haalt er winst uit de samenwerkingsovereenkomsten met de bevriende bouwpromotoren? Wie haalt er voordeel uit het havendok en de 7,1 miljoen containers? Wie uit de megawerken aan de Ring? Wat is er innovatief aan de waarborgbesluiten voor INEOS? Waarom moest de dadingsovereenkomst met de PFAS-vervuiler 3M geheim blijven? Is dat alles voor onze welvaart of voor deze van de bouwpromotoren, van de havenbazen, en van de chemiereuzen bedoeld?

De “smoes” van De Wever herinnert aan die van Guy Verhofstadt (Open VLD). In zijn Burgermanifesten deed ook hij geloven dat de burger er wel zou bij varen. Als Baby Thatcher volgde hij echter het extreme liberalisme van de Amerikaanse cowboy Reagan en van de Britse ijzeren dame.

Heeft de kiezer de smoes begrepen? Of mag De Wever, als curator van de failliete welvaartsstaat, zorgen voor de verdere uitverkoop van wat voor ons allemaal was bedoeld?

Hij verpatste met lease-and-buy-back-constructies onze kroonjuwelen aan de privésector en de besparingen van de regeringen-Dehaene (CD&V), die ons in de eurozone brachten, werden opgesoupeerd. Zijn kompaan Johan Vande Lanotte (Vooruit) maakte van het Zilverfonds, dat onze pensioenen moest veilig stellen, een lege doos. Na drie regeringen was de kassa leeg en het geloof van de burger weg.

Is de belofte van De Wever een zelfde smoes? Hij is toch niet de opvolger van de hardliners die ooit in de beginselverklaring van de Nieuwe Vlaamse Alliantie de eis voor Vlaamse onafhankelijkheid inschreven? Voorzeker ook niet van de sociaal voelende tak binnen de ontplofte Volksunie waaruit Spirit ontstond.

En, zoals nu uiteindelijk mag blijken, evenmin van de extreemrechtse tak waaruit het Belang is ontstaan. Wat is De Wever anders dan het versterkt verlengstuk van hetzelfde extreem liberalisme? Hij deed het wel op een andere manier. Niet als premier, niet als akkoordenmaker en enkel vanop ‘het schoonverdiep’3.

Al twintig jaar kon hij het daardoor vanop afstand – en dus zonder gevaar voor sanctionering – volhouden. Heeft de kiezer nu uiteindelijk ook deze smoes begrepen? Of mag De Wever als de curator van de failliete welvaartsstaat zorgen voor de verdere uitverkoop van wat voor ons allemaal was bedoeld?

Bron: dewereldmorgen.be

Dikke Freddy aan Lydia Peeters, minister zonder wachtlijsten

Geachte mevrouw Peeters, beste Lydia,

De meeste van uw collega’s beloven van alles, maar houden zelden hun beloftes. Vervolgens zeggen ze – al naargelang de pluchen zetel waarop ze zitten – dat het ofwel de schuld is van de federale regering, ofwel die van Jan Jambon die er een janboel van zou maken.

‘Voor sukkelaars die een premie willen voor een elektrische auto komt er geen wachtlijst. Zij worden niet in de steek gelaten.’

U bent de uitzondering op de regel die nooit meedoet aan dat soort zwartepieten. U volgt lijnrecht uw lijfspreuk en u gaat de problemen “met passie en ambitie” te lijf. Wanneer te veel bussen en trams te laat komen, lost u dat krachtdadig op. U schaft met één pennentrek de helft van de bussen en trams af en het te laat komen wordt met de slag met de helft verminderd. Uw collega-ministers kunnen slechts met open mond toekijken.

Nu hebt u ze andermaal het nakijken gegeven. U had een premie van 5.000 euro beloofd aan alle sukkelaars die, omdat ze geen bushalte meer voor hun deur hebben en hun kinderen niet meer op school geraken, verplicht worden om een elektrische auto te kopen. Die maatregel was zo succesvol dat de miljoenen die er dit jaar voor werden uitgetrokken half april al op waren.

‘Ik wil de truc kennen om geld uit te geven dat er niet is. Ik heb namelijk dringend nieuwe schoenen nodig.’

Elke andere collega in uw Vlaamse regering zou in zo’n geval, naar aloude gewoonte, een wachtlijst aanleggen. Minister Diependaele pronkt in het Guiness Book of Records met zijn indrukwekkende wachtlijst voor sociale woningen. Minister Crevits zit hem op de hielen met haar wachtlijst voor mensen die recht hebben op centen omdat ze een handicap hebben. Minister Weyts lijkt zijn concurrenten binnen de kortste keren in te halen met zijn wachtlijst voor kinderen die nood hebben aan buitengewoon onderwijs. U kan het zich veroorloven om die collega’s vierkant uit te lachen. Voor sukkelaars die een premie willen om een elektrische auto te kunnen kopen komt er geen wachtlijst. Zij worden niet in de steek gelaten en kunnen op hun twee oren slapen.

Ik weet dat het niet gebruikelijk is, maar zou u uw collega’s toch eens kunnen uitleggen hoe ze het kunnen regelen om, zoals u het doet, geld uit te geven dat er niet is. Het zou voor mij, en voor velen in mijn kennissenkring, een oplossing zijn want wij staan allemaal op meerdere wachtlijsten en overal zijn er honderden of duizenden wachtenden voor ons.

Eventueel kan u mij, in het antwoord dat u ongetwijfeld gaat sturen, ook deelachtig maken aan de truc om geld uit te geven dat er niet is. Ik heb namelijk dringend nieuwe schoenen nodig en een scheermachine.

Het schiet me nu te binnen dat dat laatste ook een elektrische motor bevat. Ziet u mogelijkheden om me daarvoor ook een premie te bezorgen?

U bij voorbaat dankend, groet ik u met de meeste Hoogachting,

Frederik De Meester,
U kent mij uit eerdere briefwisseling als Dikke Freddy

Bron: sociaal.net.

‘Het is nu het moment voor grote hervormingen in zorg en welzijn’

Zorginfarct. Vergrijzing. Eindeloze wachtlijsten voor mensen met een beperking. Dure woonzorgcentra. Het lijkt wel kommer en kwel in de wereld van zorg en welzijn. En ja, er zijn grote uitdagingen. Maar voormalig Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen ziet samen met Jean-Pierre Van Baelen een momentum voor grote hervormingen. “Levenskwaliteit als ijkpunt van de organisatie van zorg en welzijn. Het kan.”

Uitzichtloze vergrijzing en onoplosbare wachtlijsten?

CM-voorzitter Luc Van Gorp zette onlangs het debat over de organisatie van onze gezondheidszorg op scherp.

“Veel ouderen zijn levensmoe. Waarom zou je zo’n leven nog per se willen rekken?” Het was de titel boven een interview in Het Nieuwsblad. Van Gorp kreeg naast heel wat media-aandacht ook een berg kritiek. Nochtans is de kwestie die hij aankaartte simpel: leveren al die middelen die we investeren in zorg en welzijn meer levenskwaliteit op?

Heel wat minder media-aandacht was er voor de aanbevelingen 2025-2029 van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). De titel van dat document: “Een kwaliteitsvol leven voor iedere persoon met een handicap in een open en toegankelijke samenleving.”

Welzijnstaal

Naast het verschil in media-aandacht, zijn er nog andere verschillen tussen beide berichten.

Luc Van Gorp spreekt vanuit de wereld van de ziekteverzekering: een budget van meer dan 37 miljard euro dat aan een razend tempo groeit. Onze gezondheidszorg is een medisch, somatisch, analytisch en erg prestatiegedreven systeem dat voor burgers de toegang regelt tot kwaliteitsvolle, betaalbare medische zorg.

Het VAPH spreekt de welzijnstaal, kan met peroonsvolgende financiering terugkijken op een recente revolutionaire hervorming en vraagt zich af hoe de wachtlijsten verder kunnen worden weggewerkt.

Over cijfers

Naast verschillen zijn er ook gelijkenissen: in het publieke debat komen meteen de cijfers en budgettaire overwegingen aan de oppervlakte.

De reacties op het statement van Van Gorp focusten vooral op de indruk dat hij euthanasie associeert met een budgettair probleem en het groot tekort aan zorgpersoneel. Ook de veel beperktere aandacht voor de VAPH-nota ging naar de budgettaire prognoses: volgens het VAPH is er 1,4 miljard euro nodig om aan alle zorg- en ondersteuningsnoden van mensen met een beperking te voldoen.

Het gaat altijd over kwaliteit van leven

Hoe belangrijk centen ook zijn, er schuilt wel degelijk nog een andere grote gemeenschappelijke kwestie in beide statements. Zorgt de organisatie van zorg en welzijn dat levenskwaliteit van mensen wordt hersteld, behouden of verbeterd?

In de aanbevelingen voor een volgende Vlaamse regering kijkt het VAPH daarvoor eerst terug naar de uitvoering van het Perspectiefplan 2020. Met dit plan mikte de Vlaamse overheid voor alle mensen met een beperking op “zorg op maat in een maximaal inclusieve samenleving”.

Aan de uitvoering van dit eerste perspectiefplan werd meer dan tien jaar gewerkt. De focus stond op zorggarantie voor personen met een handicap met de grootste ondersteuningsnood, aangevuld met geïnformeerde gebruikers, vraaggestuurde zorg en persoonlijke assistentie in een inclusieve samenleving.

De implementatie van het plan was een hele omwenteling. Voortaan bepaalt de meerderjarige persoon met een beperking die een budget toegekend krijgt, zelf of via zijn vertegenwoordiger, hoe de toegekende middelen worden ingezet.

Door een nieuw prioriteringssysteem en extra geld werd de wachttijd voor een persoonsvolgend budget weggewerkt, toch voor de mensen die dit het meest urgent nodig hebben (prioriteitengroep 1).

Kortom: meer mensen hebben een persoonsvolgend budget en steeds minder mensen hebben geen ondersteuning. Alleen doet dit de wachtlijst niet afnemen. Dit komt door een groeiende doelgroep, de grotere diversiteit in het hulpaanbod en het feit dat ondersteuningstrajecten langer worden.

Een gedeelde lange termijnvisie

Het VAPH, met in zijn raadgevend comité alle stakeholders die zich engageren in de ondersteuning van personen met een beperking, pleit voor een nieuw perspectiefplan tegen 2040.

Eén van de aanbevelingen uit dit plan is de ambitie om voor alle personen met een handicap en hun gezin kwaliteitsvol leven te realiseren. Dit moet iedereen die strijdt voor levenskwaliteit en tegen wachtlijsten aanspreken. Alleen kan die hooggegrepen ambitie enkel gerealiseerd worden als alle beleidssectoren hun verantwoordelijkheid nemen. En dan hebben we het niet alleen over welzijn maar ook over zorg, wonen, werk, onderwijs, mobiliteit…

Het streven naar levenskwaliteit voor kwetsbare mensen – ook kinderen, ouderen, chronisch zieken, mensen met een psyshcische kwetsbaarheid –  is niet de verantwoordelijkheid van één vakminister. Het is een gevoeligheid die er moet zijn in alle beleidsdomeinen en op alle bestuurslagen.

Maar er is meer. Het is daarbij essentieel dat de overheid voor het gehele welzijns- en gezondheidsbeleid een gezamenlijke, generalistische langetermijnvisie hanteert. Alleen zo is een geïntegreerde ondersteuning die vertrekt vanuit de persoon met zijn kwetsbaarheid mogelijk.

Levenskwaliteit als zinvol beleidsinstrument

Wij zijn ervan overtuigd dat het concept ‘levenskwaliteit’ een bouwsteen kan zijn voor dit toekomstig beleid.

Kwaliteit van leven is een bestaand universeel toepasbaar concept dat ontwikkeld werd door de Amerikaanse psycholoog Robert Schalock. Het is internationaal aanvaard als richtinggevend voor de wijze waarop wij ons als samenleving kunnen organiseren, ook in functie van participatie van kwetsbare mensen.

Het model is toepasbaar op micro-, meso- en macroniveau. Allereerst is het een kader voor de analyse van de individuele kwaliteit van bestaan. Daarnaast is het op mesoniveau bruikbaar voor zorgaanbieders. Het geeft richting aan de zorgpraktijk en werkt inspirerend voor kwaliteitsverbetering. Op macroniveau kan het de overheid houvast bieden als criterium voor het beoordelen van hoe effectief middelen worden ingezet. Bovendien is het concept inzetbaar om strategieën te ontwikkelen om een inclusieve samenleving te bereiken.

Universele behoeften

Het hele model omvattend beschrijven, zou ons te ver leiden. We beperken ons tot drie universele behoeften, Schalock telde er zelf acht.

De eerste behoefte is dat we allemaal een bepaalde mate van onafhankelijkheid of autonomie nodig hebben. Twee: sociale participatie, de mens is nu eenmaal een sociaal wezen. Welke kans hebben we om persoonlijke relaties te ontwikkelen en vriendschappen te beleven? Kunnen we in de samenleving een betekenisvolle rol opnemen die bijdraagt tot onze eigenwaarde? Een derde universele behoefte is het emotioneel, fysiek, spiritueel als materieel welbevinden.

Een systemische kwestie

Die invullingen van universele behoeften zijn geen academische oefening.

Als we van levenskwaliteit echt de centrale ambitie willen maken, dan moeten overheden en welzijns- en gezondheidsactoren de kwaliteit van leven van burgers definiëren als doel. Dit collectief gedragen kader zal alle burgers responsabiliseren. Bovendien zal het betekenis verlenen aan informele zorgdragers en bijdragen aan meer vermaatschappelijking van zorg.

De laatste jaren is op federaal en Vlaams niveau zeker al geïnvesteerd in die visievorming. Het interfederaal plan geïntegreerde zorg, dat alle bevoegde ministers uit het land onderschreven, spreekt een zeer abstracte beleidstaal, maar bouwt voorzichtig ook een kader uit voor meer geïntegreerde zorg en ondersteuning. In Vlaanderen heeft de Vlaamse sociale bescherming ‘levenskwaliteit’ uitdrukkelijk als doel. Het begrip wordt er vaak als finaliteit in regelgeving gebetonneerd.

Maar het gaat ook over meer systemische kwesties zoals de vraag: kunnen de federale ziekteverzekering en de Vlaamse sociale bescherming coherent en consequent focussen op het verbeteren van levenskwaliteit? En aanvullend: kunnen we vanuit die visie ook  financieringstechnieken en beleidsinstrumenten ontwikkelen?

Concentrische cirkels

Terug naar de ondersteuning van mensen met een beperking. Bij de introductie van persoonsvolgende financiering was er voor het eerst sprake van een model dat alle ondersteuningsbronnen voor een persoon in een kwetsbare positie in kaart brengt en ordent.

Dit model van de Wereldgezondheidsorganisatie vertrekt van vijf concentrische cirkels. In het middelpunt staat de persoon met een beperking als bron van ondersteuning. Hij wordt omringd door mensen, organisaties en systemen die daarbij een rol kunnen opnemen.

De kracht van dit model zit in de interactie tussen de op elkaar voortbouwende systemen. Het biedt enorme mogelijkheden om de ‘eigen krachten’ van mensen te versterken. De mate waarin we er als samenleving in slagen om dit model van gedeelde verantwoordelijkheid effectief te realiseren, zal mee bepalen of wij in Vlaanderen met onze welzijns- en gezondheidsdiensten alle zorgvragen binnen een aanvaardbaar tijdsbestek zullen kunnen beantwoorden.

Andere overheid

Het vereist ook dat de overheid doorzet in de inspanning om sectorale regelgeving te verlaten en zichzelf in die zin te reorganiseren. Om dit kader in de praktijk te brengen moeten we naar minder verkokerde administraties, meer generieke regelgeving, de bouwstenen van financiering van de ondersteuning meer uniform definiëren en de digitale mogelijkheden benutten om samenwerking te bevorderen.

Bovendien is het in ons land ook een institutionele kwestie van bevoegdheidsverdelingen die deze beweging zullen faciliteren of verder bemoeilijken.

Geen nood aan meer van hetzelfde

Levenskwaliteit als ijkpunt van de organisatie van zorg en welzijn. Het kan. Maar het is wel meer dan simpelweg pleiten voor meer persoonsvolgende financieringssystemen en het afzweren van elke vorm van collectieve zorg en hulp. Iedereen een budget geven en er zijn plan mee laten trekken, is absoluut geen garantie voor meer levenskwaliteit.

Het zal ook niet helpen om alleen maar meer geld te investeren om meer van hetzelfde te doen. Er zijn systemische veranderingen noodzakelijk. En dat betekent ook dat het altijd zoeken zal zijn naar een evenwicht tussen respect voor individueel verworven rechten – het fameuze standstillbeginsel – en het maken van transities in de overtuiging dat dit zal leiden tot meer gezondheidswinst en levenskwaliteit op niveau van de hele bevolking.

Tussen de lijnen

En laat ons vooral alles in het juiste perspectief zetten: veruit het grootste budget zit in de federale ziekteverzekering. Terecht wordt nu nagedacht over de toekomst van de residentiële ouderenzorg en dat vanuit de kritische vraagstelling: “Biedt het woonzorgcentrum levenskwaliteit?” Maar dezelfde pertinente vraag moeten we ook stellen over bijvoorbeeld de ziekenhuizen.

In zijn interview lezen we tussen de lijnen dat die vraag ook leeft bij CM-voorzitter Luc Van Gorp. De voorbereiding van de hervorming van de financiering van de ziekenhuizen – één van de grote uitgaven in de ziekteverzekering – gebeurt nu met de kaarten tegen de borst. Maar als levenskwaliteit bevorderen het ultieme doel is, wat zegt dat dan over de rol en plaats van ziekenhuizen in de samenleving?

Transitie is noodzakelijk

We willen ons pleidooi eindigen met enkele nuanceringen. Ons zorgsysteem, onze hulpverlening en de organisatie van onze welzijnsdiensten zijn het resultaat van een historische evolutie, een sociale strijd, politieke keuzes, een geëngageerd middenveld, verschuivingen in bevoegdheden en rechtspraak.

We slagen er inderdaad nog niet in om alle nieuwe en wijzigende zorgnoden en hulpvragen op de juiste manier te beantwoorden. Toch is het ook geen verhaal van alleen maar kommer en kwel. Integendeel.

Maar de vergrijzing, het groeiend aantal chronisch zieken en de uitbreiding van het aantal personen met een beperking moeten ons bewust maken van de noodzaak aan verandering. Een gezamenlijke strategie, geïnspireerd door de collectieve ambitie om meer levenskwaliteit te bewerkstellingen, is daarvoor fundamenteel. Dit is één van de essentiële uitdagingen waarvoor de volgende regeringen staan. Enkel zo kunnen we ons door de zorgcrisis loodsen.

Bron: sociaal.net

Nieuwe farce tussen Justitie en Bpost

Na het “JustSign-dossier”, waarvoor Michael Freilich (N-VA) een strafklacht indiende, hekelt hij nu ook een “JustScan-farce” tussen justitie en Bpost.

De manier waarop de digitalisering van justitie werd aangepakt, leidt tot een nieuwe, opmerkelijke onthulling. Volgens Michael Freilich (N-VA) die recent al een strafklacht indiende in het dossier JustSign, ging justitie ook de mist in bij een opdracht voor te scannen documenten, ‘JustScan’.

Justitie vroeg tijdens de coronapandemie aan Bpost om een belangrijk aantal documenten te scannen. De te scannen documenten hadden te maken met huishoudelijk geweld en zedenfeiten, iets wat tijdens corona meer voorkwam. Bpost, dat al met justitie samenwerkte in het kader van de inning van de verkeersboetes, werd gevraagd of het een reeks dossiers kon inscannen.

Met die opdracht was 700.000 euro gemoeid. Tien medewerkers zouden op maandbasis 20.000 euro krijgen.

Volgens Freilich werd die taak nooit uitgevoerd, maar werd Bpost wel betaald. Het geld werd ook niet teruggestort. Volgens Bpost werd JustScan gelijktijdig met het JustSign-project aan Bpost opgedragen in het kader van de IT-overeenkomst tussen Bpost en de overheid. Justitie kreeg daarover een niet-bindend voorstel, maar Bpost kwam er al snel op terug. Het vond dat het niet aan medewerkers van Bpost was om gevoelige persoonsgegevens te verwerken.

Schuiven met budgetten

Bpost zegt nog dat het geld niet werd teruggestort op verzoek van justitie zelf, dat vroeg om het aan te wenden om aan andere (IT)-noden van de FOD Justitie te voldoen. Beide werkten zoals bekend al samen voor de inning van boetes.

Freilich noemt deze manier van werken onwettelijk. “Het schuiven met budgetten is illegaal. Als de Inspectie financiën een project goedkeurt, mag het geld niet voor iets anders gebruikt worden. Dat Bpost nu impliceert dat het kabinet van de minister voor deze onwettigheid verantwoordelijk was, sterkt me in de overtuiging dat er fraude en manipulatie in het spel was . Als ik dat niet had aangekaart, hadden we hier zelfs nooit weet van gehad.”

Bron: De Standaard

James Van Casteren: ‘Zolang er wachtlijsten zijn, moeten we de schaarse middelen verdelen’

James Van Casteren is als administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) de grote baas van de gehandicaptenzorg in Vlaanderen. In aanloop naar de verkiezingen ligt hij ’s nachts wel eens wakker: “Gaat er voldoende uitbreidingsbeleid zijn? En wat als we in een klap 1,4 miljard euro extra krijgen voor de ondersteuning van mensen met een beperking? Krijgen we dat geld dan uitgegeven? Binnen welzijn is er immers al een tekort aan personeel en infrastructuur.”

Topambtenaar

James Van Casteren is van opleiding architect en ruimtelijk planner. Hij werkte eerder als ambtenaar voor het Agentschap Wonen Vlaanderen. Sinds tien jaar is hij administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), zeg maar de grote baas van de gehandicaptenzorg in Vlaanderen.

Ook die zorg kampt in Vlaanderen al jaren met lange wachtlijsten. Heel wat mensen krijgen na een uitgebreide aanvraagprocedure een persoonsvolgend budget toegekend, maar het geld volgt niet bij iedereen meteen. Sommigen wachten tot meer dan vijftien jaar vooraleer ze krijgen waar ze vandaag al recht op hebben.

De andere kant van de medaille is de succesvolle invoering van diezelfde persoonsvolgende financiering. Mensen die wel een budget hebben, krijgen daardoor de regie van hun hulptraject helemaal in eigen handen. Het zorgt voor meer autonomie, onafhankelijkheid en inclusie.

“In Europa zijn we op dit vlak een voorloper”, zal de rustige en sympathieke maar voor dit interview ook erg goed voorbereide topambtenaar vertellen. “Vanuit het buitenland komen ze kijken. Nergens anders in de wereld hebben mensen met een beperking hun ondersteuning zo sterk in eigen handen.”

Dat de invoering van deze nieuwe financiering tot grote ongerustheid leidde bij sociale professionals en klassieke zorgaanbieders ontkent hij niet. “We zijn altijd open en eerlijk geweest. We hadden werkgroepen met belanghebbenden, gebruikers, vakbonden en voorzieningen. Uiteindelijk zijn alle stakeholders gesprongen. Ik dank hen daar nog altijd voor.”

Zoon met beperking

James Van Casteren krijgt op studiedagen en congressen wel eens het verwijt dat hij als administrateur-generaal niet weet hoe het is om ouder te zijn van een kind met een beperking. Die mensen hebben het fout. Van Casteren heeft een zoon met een beperking en steekt dit niet weg tijdens ons gesprek.

Zijn tattoos daarentegen steekt hij wel weg, toch voor de fotograaf. Al weten we dat Van Casteren in het weekend wel eens bij iemand een tattoo zet. Topfunctionaris en tatoeëerder, een niet-alledaagse combinatie: “Voor veel mensen is een tattoo meer dan een tekening op een lijf. Vaak zit er betekenis achter. Tijdens het tatoeëren praat je en komen emoties los. Het is een soort sociaal werk.”

Ik vond het verrassend dat je als administrateur-generaal toezegde voor dit interview, zo vlak voor de verkiezingen.

“Waarom verrassend? Het behoort tot de job van een administratie om een stand van zaken op te maken. Op dat rapport staan zeker goede punten, maar ik besef ook dat we nog een heel pak inspanningen voor de boeg hebben.”

“We hebben met het VAPH zopas een reeks aanbevelingen geformuleerd voor het volgende Vlaamse regeerakkoord. Het hele raadgevend comité, ons belangrijkste adviesorgaan, staat hierachter. Dit plan is het resultaat van co-creatie met het werkveld en stakeholders. Dat is vrij uniek. Ik wil die aanbevelingen nog eens extra in de verf te zetten.”

In dat plan kijken jullie ver vooruit: de focus ligt op 2040.

“Belangrijke transities hebben tijd nodig. We roepen Vlaanderen op om werk te maken van een nieuw Perspectiefplan 2040, met een duidelijk groeipad voor extra middelen.”

“We formuleren ook vijf ambities om tegen 2040 voor iedereen met een handicap, hun gezinnen en netwerk een kwaliteitsvol leven te realiseren. Met zorg en welzijn alleen gaan we er niet komen. Inclusie betekent dat ook beleidsdomeinen zoals wonen, werken, onderwijs en mobiliteit op de kar springen.”

Jullie berekenden ook dat 1,4 miljard euro volstaat om aan alle zorg- en ondersteuningsnoden van mensen met een handicap te voldoen.

“Klopt. Het VAPH heeft nu een budget van 2,7 miljard euro, 1,4 miljard extra is dus bijna de helft erbovenop. Met dat geld zijn de wachtlijsten helemaal weggewerkt, en houden we rekening met een jaarlijkse toename van 3 procent mensen met een handicap.”

“We hebben ons plan uitgebreid toegelicht tijdens één van de laatste vergaderingen van de Commissie Welzijn van het Vlaams parlement. Daar is de nota goed ontvangen, maar de vraag blijft natuurlijk: wat na de verkiezingen? Wat staat er in het regeerakkoord en de meerjarenbegroting? Komt er extra uitbreiding of moeten we toch besparen? Daar lig ik ’s nachts van wakker.”

Het volledig wegwerken van de wachtlijsten zou toch een mooi palmares zijn voor een volgende Vlaamse regering?

“Zo eenvoudig is dat niet. Als je vandaag in een klap 1,4 miljard euro extra investeert in de ondersteuning van mensen met een beperking dan creëren we een nieuw probleem. Je gaat het geld niet uitgegeven krijgen.”

“Binnen welzijn is er al een tekort aan personeel en infrastructuur. Er zijn onvoldoende persoonlijke assistenten. Men zal geen medewerkers vinden om nieuwe leefgroepen op te starten. Er zal onvoldoende hulpaanbod zijn voor mensen met complexe zorgnoden.”

“Vandaar de focus op 2040 en een pleidooi om dit budget gefaseerd over een aantal legislaturen uit te trekken. Bovendien zijn er flankerende maatregelen nodig. Werken in zorg en welzijn moet aantrekkelijker worden. En ook je infrastructuur moet mee groeien en evolueren.”

Waarom kiest de Vlaamse overheid net als in het onderwijs niet voor een open end-financiering. Hoe meer mensen met een handicap, hoe meer geld, werkingsmiddelen en begeleiders er zijn.

“Een open end-financiering zou alles eenvoudiger maken. Met voldoende geld moeten we geen energie steken in complexe administratieve procedures rond prioriteitengroepen, noodsituaties, spoedprocedures, maatschappelijke noodzaak en toeleidingscommissies.”

“Maar zover zijn we niet. En zolang er wachtlijsten zijn, moeten we de schaarse middelen verdelen. Daarvoor heb je administratieve procedures nodig die decretaal en juridisch zijn vastgelegd. Dat zijn je steunpilaren om beslissing A of B te verantwoorden.”

Persoonsvolgende financiering is een immense verwezenlijking. Alleen blijkt dat niet iedereen met een handicap zat te wachten op die zelfregie.

“Ik ga genuanceerd antwoorden, de diversiteit binnen de doelgroep is immers groot. Voor mensen met een handicap die goed zicht hebben op wat ze wel en niet kunnen, is persoonsvolgende financiering een schitterend systeem. Deze mensen hebben 100 procent de regie in handen. Zij kunnen doen en laten wat ze willen.”

“Daarnaast is er een groep mensen die veel ondersteuning nodig heeft maar met de juiste incentives, persoonlijke assistentie en de hulp van een actief netwerk of bijstandsorganisatie er wel in slaagt om zelfstandig te leven. Vaak in combinatie met mobiele of ambulante begeleiding van een collectieve setting. Ook voor hen is het een goed systeem.”

“Maar er is ook een groeiende groep mensen met ernstige meervoudige beperkingen, vaak in combinatie met gedragsproblemen, een psychiatrische problematiek of zware medische zorgnoden. Voor deze groep durf ik toch de vraag stellen of persoonsvolgende financiering niet te hoog gegrepen is.”

Meer dan 20.000 mensen met een beperking kozen er ook voor om in een collectieve, meer klassieke voorziening te blijven wonen en leven.

“Ik besef dat het werken met budgetten, vouchers en cash voor een groep mensen te stresserend is. Veel mensen woonden in een collectieve setting en voelden zich daar ook goed bij. Ze hebben er vrienden, een zorgende leefgroep en zijn omringd met sterke zorgmedewerkers. Waarom zou je dan iets anders willen?”

“Bij de start dachten veel zorgaanbieders dat mensen massaal zouden vertrekken. Dat is niet gebeurd. Heel wat organisaties en voorzieningen bewijzen elke dag dat ze voor een grote groep mensen met een handicap attractief blijven. Dat zegt dat de zorg in een collectieve setting toch niet zo slecht is.”

De klassieke voorzieningen zijn nu sociale ondernemers en begeven zich op de markt van zorg en welzijn.

“Een tendens die wij opmerken is dat hun ondersteuningsmix meer divers wordt, en meer op maat van mensen met een beperking. Organisaties hebben hun hulpaanbod moeten bijsturen om in dat marktgebeuren overeind te blijven.”

“Mensen die nu een budget krijgen, kiezen meer dan ooit voor een combinatie van ondersteuningsvormen. Ze willen graag alleen wonen in een studio, mits ondersteuning van thuishulp, een persoonlijke assistent en de zorg van mama en papa. Daarnaast kopen ze bij een voorziening een paar dagen dag- of weekendopvang in.” 

Hulpverlening wordt daardoor complexer. Er gaat meer geld, tijd en energie naar administratie, dossieropvolging en reclame.

“Maar is dat slecht? Uiteindelijk is het nu de persoon met een handicap die kiest en gaat zeggen welke hulp en ondersteuning hij wel of niet wil. Bovendien zijn er bijstandsorganisaties die mensen daarbij ondersteunen. Is het verkeerd dat iemand zegt dat hij niet in een naaiatelier wil werken omdat dit voor de voorziening best uitkomt, maar bijvoorbeeld liever wil paardrijden, zwemmen of film kijken? Persoonsvolgende financiering heeft dat mogelijk gemaakt.”

Bij heel wat begeleiders leeft de overtuiging dat persoonsvolgende financiering de oorzaak is van meer werkdruk, leefgroepen die sluiten en zorgmedewerkers die ermee kappen.

“Persoonsvolgende financiering is niet de grote boosdoener en voor alle duidelijkheid: het was ook geen besparingsoperatie. Vlaanderen heeft nog nooit zo veel geïnvesteerd in de ondersteuning van mensen met een beperking. De voorbije twee legislaturen is er een gigantisch uitbreidingsbeleid geweest.”

“Het klopt dat de werkingsbudgetten van organisaties al lang niet meer geïndexeerd zijn, maar dat is een generieke maatregel. Elke gesubsidieerde organisatie uit elke beleidssector van de Vlaamse overheid wordt daarmee geconfronteerd. Ik praat het niet goed en weet dat het voor organisaties uitdagend is om daarmee om te gaan. Maar kom me niet vertellen dat er kapot bespaard is door de invoering van persoonsvolgende financiering.”

Maar de hoge werkdruk is er wel.

“De hoge werkdruk komt volgens mij vooral doordat zorgvragen complexer worden. We zien dat mensen met een dubbeldiagnose, vaak licht mentale beperking of autisme, gecombineerd met een psychische en agressieproblematiek, nergens nog terecht kunnen. De psychiatrie zet meer in op ambulante en mobiele begeleiding en bouwt woonondersteuning in combinatie met therapeutische behandeling af.”

“Gevolg? Deze mensen komen terecht in voorzieningen voor mensen met een beperking die niet geschikt zijn voor mensen met een psychosegevoeligheid en agressief gedrag. Zorgtrajecten lopen daardoor mis waardoor er soms gevaarlijke situaties ontstaan, wat dan weer emotioneel belastend is voor medewerkers.”

“Ik heb respect voor zorgprofessionals die de benen van onder hun lijf lopen. Ik weet dat mensen uitvallen en dat daardoor de werkdruk voor anderen toeneemt. Maar dat is niet alleen zo in de gehandicaptenzorg. Hetzelfde fenomeen duikt op in de ouderenzorg, in de jeugdhulp en in ziekenhuizen. Hoge werkdruk is een probleem binnen de hele welzijnssector. Is persoonsvolgende financiering dan de oorzaak? In andere sectoren heeft men dezelfde problemen.”

Perspectief 2040 is ook een duidelijk pleidooi voor meer intersectoraal werken. Kan het de oplossing zijn voor die complexe situaties?

“Dat we beter moeten samenwerken rond bepaalde gezinnen en cliëntsituaties is een feit. Met de andere deelsectoren van zorg en welzijn zoals de psychiatrie, thuiszorg en ouderenzorg moeten we een gedeelde verantwoordelijkheid opnemen.”

“Ik heb een zoon met autisme. Je houdt het niet voor mogelijk tegen welke procedures, wachtlijsten en aanmeldingstoppen we als gezin zijn aangebotst en hoeveel verschillende hulpverleners en diensten er bij ons gepasseerd zijn.”

“Mijn zoon is een klassieke zorgweigeraar die zegt dat de wereld een probleem heeft, niet hij. Nu pas, hij is ondertussen 25 jaar, begint hij te beseffen dat hij moeilijk kan functioneren in de maatschappij.”

“Als vader heb ik tijdens dit hele proces een trajectbegeleider gemist. Iemand die het gezin opvolgt en niet loslaat. Iemand die de verschillende regels en procedures van al die sectoren en organisaties kent en klaarstaat als er vragen zijn. Iemand die proactief aan de slag gaat en ook oog heeft voor de andere gezinsleden. Nu pas, na tien jaar, is er een begeleidster die met ons een succesvol traject loopt.”

Als de grote baas van de gehandicaptenzorg zijn weg niet vindt, dan ziet niemand door de bomen nog het bos.

“Na tien jaar werken als administrateur-generaal weet ik dat de simplistische redenering om de verkokering tegen te gaan door alle regelgeving en administraties op een hoop te gooien, niet zal werken.”

“Alle bestaande normeringen, bijdragesystemen, klachtenprocedures, financieringsmodellen, regelgeving, cao’s, veiligheidsnormen en kwaliteitsnormen op elkaar afstemmen, is een werk van lange adem. Om intersectorale zorg als kader op te leggen heb je twee, drie legislaturen nodig, incluis een gemotiveerde minister die dat wil aanpakken en zegt: we gaan ons smijten en intersectorale zorg faciliteren waar het kan.”

“Ik weet niet of dat ooit zal lukken. Vandaar mijn pleidooi om ervoor te zorgen dat zorgverleners alvast beter samenwerken. Het lokale niveau of de eerstelijnszones zijn de uitgelezen plekken om dit waar te maken. Zorg dat hulpverleners op het terrein elkaar kennen. Zorg dat ze de verschillende sectoren en regelgeving kennen. En zorg dat een trajectbegeleider iedereen rond de tafel kan zetten om op maat van een gezin een zorgtraject uit te tekenen.”

“Wij als administratie moeten voor deze zorgverleners opleidingstrajecten voorzien. En laat die zorgverleners aangeven op welke sectorale tegenstellingen ze vastlopen zodat wij die stap voor stap kunnen wegwerken.”

Over persoonsvolgende financiering voor minderjarigen hoor je niemand meer.

“De introductie van persoonsvolgende financiering voor volwassenen was een intens traject. We weten dat persoonsvolgende financiering voor minderjarigen nog complexer en ingewikkelder is. Wie krijgt het budget? Waar start welzijn en stopt onderwijs? Als je me het eerlijk vraagt: bij de opmaak van het reflectiedocument met onze stakeholders was het niet echt een issue, ik denk dat weinigen hier nog op zitten te wachten.”

“Maar het is niet dat we niets doen. Met het VAPH ondersteunen we bijna tweeduizend kinderen met een persoonlijk assistentiebudget, waarmee ze een persoonlijke assistent kunnen inzetten. We breiden de capaciteit van de multifunctionele centra en de rechtstreeks toegankelijke hulp aanzienlijk uit. En we werken aan een actueel zorgzwaarte-instrument voor minderjarigen.”

Een samenleving mag je afrekenen op hoe er wordt omgegaan met mensen met een beperking. Juist?

“Mijn zoon heeft een onzichtbare handicap. Je ziet niet dat hij autisme heeft. Maar hij heeft het soms wel lastig als hij bijvoorbeeld naar de supermarkt gaat of politie tegenkomt. Dan zie je pas hoe hard de wereld is voor mensen met een beperking. Mensen vinden al snel dat hij zich raar gedraagt en reageren zonder veel begrip op dat gedrag.”

“Op vlak van inclusie zijn we er dus nog niet, al wil ik daar geen grootse uitspraken over doen. Inclusie botst op de grenzen van onze samenleving. Je hebt tijd nodig om die te verleggen maar ik denk dat we vanuit vele hoeken moeten blijven pushen, trekken en sleuren.”

Kan het VAPH een duw in de rug geven?

“Veel mensen die bij het VAPH werken hebben een broer, zus, ouder of kind met een handicap. Die kennen de feiten en weten waar mensen met een beperking in de samenleving tegenaanlopen.”

“Als bijvoorbeeld De Lijn zijn vervoersplannen wijzigt, heeft dat een enorme impact op mensen met een licht verstandelijke beperking. Een deel van deze groep neemt immers het openbaar vervoer naar hun dagbesteding of maatwerkbedrijf. Als haltes dan plots verdwijnen of verschuiven, of het ritnummer wijzigt en de uurregeling is anders, dan draait dat in de soep. Het is niet de bevoegdheid van het VAPH om dat vervoer te gaan regelen. Maar wij kunnen anderen wel attent maken op de impact van een maatregel op mensen met een handicap.”

“Terecht vragen medewerkers me dan: waarom kan het VAPH geen expertisecentrum zijn rond handicap? En andere administraties en sectoren mee in het inclusieverhaal trekken? Ik vind dat een goed voorstel.”

Bron: sociaal.net