Beweging.net neemt meer afstand van CD&V

Beweging.net, het vroegere ACW, pocht luidop hoe ze als belangenorganisatie werkt en overal “haar parlementsleden” en cabinetards heeft. En hoe ze nu zal verbreden naar Groen en Vooruit.

Wie steen en been klaagt over de particratie in België, moet tegelijk toch ook nog even naar de verzuiling kijken. Vandaag geeft Peter Wouters, voorzitter van Beweging.net, het vroegere ACW, inzage in hoe hij vanuit de coulissen op de politiek duwt. Interessant, want daarbij toont zijn zuil zich als een onvervalste powerbroker, die daar blijkbaar ook graag over pocht.
“Steun zoeken voor de politieke ideeën die ontstaan in onze organisatie, bij zoveel mogelijk partijen”, zo noemt Peeters het zelf in Het Laatste Nieuws. Daarbij bevestigt hij een evolutie die al veel langer speelt: hij wil niet meer exclusief met CD&V werken, maar ook invloed uitoefenen op Vooruit en Groen.
“We hebben onze studiedienst meer dan verdubbeld en meer mensen toegevoegd aan de parlementaire medewerkers, zodat die goed bevoorraad zijn met dossiers die op onze studiedienst zijn uitgewerkt. Sinds deze zomer zorgen we er ook voor dat onze parlementsleden een lokaal netwerk krijgen dat hen ondersteunt”, zo stelt Wouters.
Die ‘onze parlementsleden’ als terminologie, die Wouters hanteert, is daarbij veelzeggend: binnen de Kamerfractie van CD&V bijvoorbeeld, is een overgrote meerderheid van de Kamerleden begunstigd met een stempel van Beweging.net, onder meer fractieleider Servais Verherstraeten (CD&V). En bijvoorbeeld zowel vicepremier Vincent Van Peteghem (CD&V) als viceminister-president Hilde Crevits (CD&V) zijn expliciet ook ACW’ers. De kabinetschef van de vicepremier federaal, al jaren vaste man Eddy Peeters, heeft een stevig etiket van de beweging op zich.
“We hebben daar wel in geïnvesteerd, omdat we hen de laatste jaren te weinig ondersteund hebben. In ruil daarvoor hopen wij natuurlijk dat de gedachten die met hen gedeeld worden ook meegenomen worden naar de andere tafels”, zo stelt Wouters.
Die ontkent tegelijk dat zijn beweging een machtsfactor is bij CD&V. “Wij hebben nog nooit een machtsspel gespeeld binnen CD&V. Of misschien één keer, toen het kartel met N-VA gesprongen is. Maar verder heb ik daar geen weet van en dat is ook niet de bedoeling.”
Dat Wouters zoiets durft te beweren, is een beetje zoals het zonlicht ontkennen. Waarnemers die de interne werking van CD&V volgen, weten hoeveel de zuil weegt bij de lijstvorming, inhoudelijk bij regeringsbeslissingen en zelfs bij regeringsvorming.
In één dossier woog Beweging.net overigens gigantisch: Arco. Die financiële poot van de beweging ging ten onder toen Dexia implodeerde, en CD&V liep zich de benen van onder het lijf om toch maar een compensatie te krijgen voor de gedupeerden, 800.000 coöperanten. Die kwam er nooit.
Overigens moet Wouters dat even later in zijn gesprek met Het Laatste Nieuws toegeven dat zijn Beweging.net wel degelijk meespeelt bij lijstvorming binnen CD&V: “Ik weet inderdaad ook dat er op sommige plaatsen gezegd is: ‘Het zou toch niet slecht zijn als die tweede plaats door iemand van ons ingevuld kon worden. We zullen dan nog wel laten weten wie het wordt.’ Dat vind ik zelf niet de goede manier. Nu hebben we de afspraak: mensen die goed zijn, moeten kunnen doordringen tot de top van de partij. Bij anderen stopt dat.” Hoe de definitie ‘goed’ dan wordt ingevuld voor individuele politici met ambities bij CD&V, dat lijkt straks dan het enigma van de Wetstraat te worden.
Meteen is met het formaliseren van de banden met Groen en Vooruit, door het ook officieel in teksten te gieten, een brug overgestoken voor Beweging.net. De essentiële vraag is daarbij voor CD&V en zeker de niet-ACW’ers in de partij dan wel wat de rol van Beweging.net nog moet zijn: zowel invloed uitoefenen bij andere progressieve partijen, en wie weet zelfs daar ook cabinetards sturen, én tegelijk nog de lijsten samenstellen en ministers eisen bij CD&V, hoe lang is dat houdbaar? Bron: Business AM

Spaarders verliezen 10 miljard euro door de inflatie

We geven nog altijd minder geld uit dan vóór corona, en nog nooit stond er zo veel geld op de spaarboekjes. Maar tegelijk stijgt de inflatie, waardoor al dat spaargeld minder waard wordt. Dat zegt Ewald Pironet in Knack.

10 miljard euro spaargeld gaat door inflatie in rook op
‘De consumptie van de huishoudens ligt in ons land nog altijd 3 miljard euro of zo’n 5 procent lager dan in 2019, toen er nog geen sprake was van corona’, zegt Geoffrey Minne, econoom bij de Nationale Bank. ‘En wat het nog opmerkelijker maakt: van alle componenten die zorgen voor economische groei zijn de uitgaven van de gezinnen de enige die nog niet opnieuw op het niveau zitten van vóór het uitbreken van de pandemie’, vult zijn collega Raïsa Basselier aan. De twee hebben net een studie klaar. Daaruit blijkt ook dat er een recordbedrag op de Belgische spaarboekjes staat – geld dat niet meteen weer wordt uitgegeven.

U hebt het zelf gemerkt: tijdens de coronacrisis is ons consumptiegedrag grondig veranderd. ‘Winkels, kappers, restaurants, cafés, noem maar op: ze gingen voor een tijdje dicht. We konden ons geld niet of maar moeilijk uitgeven’, zegt Basselier. ‘We werden gedwongen om te sparen.’ In 2020 legden de Belgen een recordbedrag opzij, er kwam bijna 14 miljard euro bij op de spaarboekjes en 12,5 miljard op de zichtrekeningen. ‘Maar niet iedereen kon sparen’, vertelt Minne. ‘Het gros van de laagste inkomens kwam daar niet aan toe. En sommige groepen leden grote inkomensverliezen, zoals de zelfstandigen. Vooral de huishoudens met de hoogste inkomens konden meer geld opzijleggen.’

Opgekropt
Velen hadden gehoopt dat het spaargeld opnieuw zou worden uitgegeven, zodra de coronacrisis wat onder controle kwam. Niet alles natuurlijk, want u gaat niet vlug twee keer na elkaar naar de kapper omdat u een tijdje geen knipbeurt kreeg. Maar er werd toch verondersteld dat er sprake zou zijn van een ‘opgekropte vraag’ en ‘wraakconsumptie’, zodat het spaargeld gul zou rollen.

Uit de studie van Basselier en Minne blijkt dat tegen te vallen. Terwijl de bedrijven al snel opnieuw begonnen te investeren toen corona vanaf de zomer afnam, bleven de huishoudens op hun spaargeld zitten. Iets meer dan 50 procent van de gezinnen verklaarde in maart 2021 dat ze een hoger bedrag aan spaargeld dan voorheen zouden aanhouden. ‘Veel mensen zijn nog bang’, zegt Minne. ‘Mijn grootmoeder, bijvoorbeeld, durft nog altijd niet goed buiten te komen. Dat heeft natuurlijk invloed op haar uitgaven.’ Basselier: ‘Een ander element is dat vooral de meest verdienende huishouders meer konden sparen. De kans dat zij dat geld zullen gebruiken om extra te consumeren is klein. We weten dat een stijging van het inkomen bij die groep de consumptie slechts licht doet toenemen.’

Minne brengt een belangrijke kanttekening aan: ‘Het is niet zo dat de huishoudens geen geld uitgeven terwijl de ondernemingen dat wel zouden doen. Zo zwart-wit is het niet. De huishoudens stopten bijvoorbeeld meer geld in vastgoed en gaven meer uit aan renovaties.’ Basselier: ‘En ze investeerden ook meer geld in risicovollere beleggingen. In 2020 kochten ze voor 15 miljard euro aandelen of beleggingsfondsen. Maar ze gaven wel minder uit aan consumptie: min 5 procent.’

De slotsom is dat er vandaag een record van 300 miljard euro op de spaarboekjes staat, plus ook nog eens 120 miljard op de zichtrekeningen. Samen is dat 420 miljard, die de spaarders nauwelijks rente opleveren want die zit tegen de 0 procent aan. Ondertussen stijgt sinds de zomer de inflatie, het leven wordt duurder. Voor dit jaar rekent het Federaal Planbureau op een inflatie van 2,3 procent. Dat wil zeggen dat de koopkracht er dit jaar 2,3 procent op achteruitgaat: u kunt met 100 euro 2,3 procent minder kopen dan een jaar geleden. Dat betekent ook dat er dit jaar van de 420 miljard die op de spaar- en zichtrekeningen staan zo’n 10 miljard aan koopkracht in rook opgaat.

Twee elementen verzachten dat enigszins, vertellen Basselier en Minne. ‘Eén: de lonen worden geïndexeerd, ze nemen toe met de inflatie. Maar wel met enige vertraging. En bovendien worden de lagere inkomens zwaarder getroffen door de inflatie, want de fel gestegen energiekosten happen een veel groter deel uit hun budget. Twee, de werkloosheid is heel laag. Zeker in Vlaanderen is er veel vraag naar werknemers, en in de strijd om personeel bieden werkgevers soms hogere lonen en meer voordelen. Ook dat verzacht de inflatiepil.’

Dat neemt niet weg dat de inflatie vreet aan het vele spaargeld dat tegenwoordig op de zicht- en spaarrekening is geparkeerd, en dat daar volgens de studie van de Nationale Bank wellicht nog een hele tijd zal staan. Voor volgend jaar wordt uitgegaan van een inflatie van 3,3 procent, wat zou betekenen dat over 2021 en 2022 van al dat zuurverdiende spaargeld zelfs bijna 25 miljard aan koopkracht verdwijnt. Dat komt overeen met zowat één tiende van het totale bedrag dat alle overheden in een jaar in ons land spenderen. Sommigen noemen dat waardeverlies een ‘sluipende onteigening’. In elk geval raakt ze vooral de middenklasse, want de armen hebben weinig of geen spaargeld en de rijken plaatsen hun fortuin niet op een spaar- of zichtrekening. Vooral de brave spaarder is het slachtoffer. Bron: Knack

De inflatie is in België gestegen tot 5,6 procent

De inflatie is in België gestegen tot 5,6 procent

De inflatie is in België opgelopen tot 5,6 procent, het hoogste peil in dertien jaar. De werkgevers worden zenuwachtig, want door de automatische loonindexering zullen de loonkosten in België opnieuw sneller stijgen dan in de buurlanden. Dat tast de concurrentiepositie aan en schrikt investeerders af. Lange tijd was de automatische loonindexering geen probleem, maar nu wordt die zwakke pijler van het Belgische sociaal-economische bouwwerk opnieuw zichtbaar.

Alain Mouton vraagt zich in Trends af of het systeem van de Belgische loonvorming een rol heeft gespeeld bij de keuze van de plaats voor de batterijfabriek van Volvo die in Gent zou komen, maar het uiteindelijk niet haalde.
Maar het kan. In België onderschatten we nog altijd dat ons systeem van automatische loonindexering de buitenlandse hoofdkwartieren van multinationals nerveus maakt. De voorbije jaren en zelfs decennia hoorde je van de CEO van een Belgische vestiging van een multinational vaak hetzelfde verhaal: “Wanneer ik naar het hoofdkwartier ga, moet ik uitleggen dat er in België brutosalarisverhogingen worden toegekend waarover niet eens is onderhandeld, door de automatische loonindexering.”

De lage inflatie van de voorbije jaren maakte dat dat systeem van loonvorming lange tijd geen bron van ergernis was voor multinationals. Maar dat zou weleens snel kunnen veranderen. Als gevolg van de stijging van voornamelijk de gas- en de elektriciteitsprijzen is de inflatie al opgelopen tot 5,6 procent, het hoogste peil in meer dan dertien jaar (5,9% in juli 2008). Het ziet er niet naar uit dat het inflatiecijfer snel zal dalen. De wereldwijde handel wordt nog altijd verstoord door stokkende aanvoerlijnen, een gevolg van de coronapandemie. De aanbodproblemen hebben eveneens een opwaarts prijzeneffect.

In België betekent een hogere inflatie dat de lonen door de automatische loonindexering sneller aan de stijgende levensduurte worden aangepast dan in de buurlanden. Daar moet over alle aspecten van de loonvorming worden onderhandeld en dus ook over de verrekening van de stijgende levensduurte. Het Belgische systeem brengt de concurrentiepositie van de bedrijven in gevaar en schrikt ook investeerders af. België is één van de weinige landen waar het systeem van automatische loonindexering nog bestaat. Voor de vakbonden is dat een garantie voor sociale vrede, maar volgens de werkgevers blijkt het nu opnieuw een zwakke pijler van het Belgische sociaal-economische bouwwerk te zijn.

Loonnormwet corrigeert onvoldoende
In België worden de brutolonen aangepast op basis van de gezondheidsindex, die geen rekening houdt met de prijzen van benzine, diesel, alcohol en tabak. De gezondheidsindex steeg het voorbije jaar met 4,81 procent. Dat bijna het dubbele van de voorspelde indexering van 2,8 procent in het loonakkoord voor 2021-2022. Daar komt nog een reële loonstijging van 0,4 procent bij.

Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) trok deze week aan de alarmbel. “De bedrijven zullen de lonen in enkele maanden moeten verhogen met 4,5 tot 5 procent, terwijl voor de jaren 2021 en 2022 in de context van de loonwet van 1996 maar was gerekend op een verhoging van 2,8 procent. Dat zijn, gemiddeld genomen, twee indexeringen in zes maanden tijd”, stelt Edward Roosens, hoofdeconoom van het VBO.

In de wet op de loonnorm is in een correctiemechanisme voorzien van 0,5 procent, maar dat is onvoldoende om de oplopende indexering op te vangen. De conclusie van het VBO: we stevenen af op een onmiddellijke verslechtering van de kostencompetitiviteit van de Belgische ondernemingen met meerdere procentpunten, met alle gevolgen van dien voor onze exportmarktaandelen en de werkgelegenheid.

De stringente loonnormwet heeft er de voorbije jaren toe geleid dat de Belgische loonkostenhandicap die sinds 1996 was opgebouwd ten opzichte van de buurlanden, was weggewerkt. Met de snellere loonaanpassingen in België dreigt die loonkostenhandicap opnieuw op te lopen. De loonkosten zijn slechts één van de elementen die een rol spelen bij de competitiviteit van een land of regio. De aanwezigheid van voldoende geschoolde werkkrachten en veel aandacht voor onderzoek en ontwikkeling zijn ook van belang. Maar men kan er niet omheen dat een open economie als de Belgische gevoeliger is voor kostencompetitiviteit.

Het zal dus een kwestie van tijd zijn vooraleer de werkgevers aankloppen bij de federale regering om concurrentie-bevorderende maatregelen te nemen. De vraag is of ze daar een luisterend oor krijgen. De werkgevers zullen waarschijnlijk weer een indexsprong willen. Een indexsprong is voor een door linkse partijen gedomineerde regering taboe. Via de liberalen en CD&V kan er misschien sprake zijn van loonkostenverlagingen, maar gezien de precaire budgettaire situatie is daar evenmin veel marge. Daarnaast moet CD&V er op letten om niet nog meer kiezers te verliezen. Maar ook Vooruit en Groen zullen moeten opletten om geen kiezers te verliezen als ze voor een indexsprong zijn. Idem voor de Waalse partijen zoals Ecolo of de PS. Want PTB/PVDA zet zijn groei gestaag verder.

Dit verandert op 1  december  2021

Dit verandert op 1 december 2021

Een nieuwe maand, nieuwe regels.

Bij gebrek aan belangrijke wetswijzigingen geven we een overzicht van de stand van zaken in de Covidsituatie:

Wat zijn de huidige Covidmaatregelen?

Om het coronavirus te stoppen zijn er verschillende regels. Deze regels zijn belangrijk voor de gezondheid van iedereen. Zo word jij niet ziek of kan je niemand ziek maken. Dankjewel om ze te volgen. Samen stoppen we het coronavirus.

Dit heeft het Overlegcomité beslist:

SOCIALE CONTACTEN

De sociale bubbels worden niet opnieuw ingevoerd, ondanks de vraag van adviesgroep GEMS om dat te doen. Wel beveelt de regering ten sterkste aan om onze contacten zoveel als mogelijk te beperken. “En als we contacten hebben, laat dat dan op een zo voorzichtig mogelijke manier gebeuren”, zei De Croo op de persconferentie. “Als je mensen ontmoet, gebruik dan een zelftest.”
MONDMASKERS

De mondmaskerplicht gaat voortaan gelden vanaf de leeftijd van 6 jaar. waar die vandaag al geldt. Dat is dus in alle publieke gebouwen, winkels en zo meer. Ook op school is dat het geval.
EVENEMENTEN

Grote evenement¬en mogen niet meer doorgaan. Publieke evenementen, congressen en culturele voorstellingen binnen met meer dan 200 aanwezigen worden verboden vanaf maandag. Dit weekend kunnen grote binnenevenementen wel nog, op voorwaarde dat er maximum 4.000 mensen aanwezig zijn. Vrijdagavond gelden die beperkingen nog niet. Het staat gouverneurs en lokale overheden wel vrij om in te grijpen waar zij dat nodig achten.
Kleine evenementen, met minder dan 200 aanwezigen, kunnen wel nog doorgaan. Maar wel alleen met een zittend publiek en mits het gebruik van mondmaskers en het Covid Safe Ticket (CST). Een uitzondering geldt ook voor activiteiten thuis, huwelijken en begrafenissen.
Evenementen buiten mogen wel doorgaan, maar daar moet streng toegezien worden op veilige omstandigheden. Het gaat dan onder meer om het gebruik van de coronapas.
Musea mogen open blijven, net als bioscopen. Bij die laatste wordt wel een maximum van 200 mensen per zaal ingevoerd en moet anderhalve meter afstand tussen de gezelschappen gegarandeerd worden.
HORECA

Aan de regels in de horeca verandert niets. Het sluitingsuur blijft, ondanks de vraag van de experts om het te vervroegen naar 20 uur, behouden op 23 uur, en per tafel mogen er maximum zes personen zitten (tenzij het gaat om mensen die deel uitmaken van hetzelfde huishouden). Er mag alleen zittend geconsumeerd worden. Ook daar is het CST vereist om binnen te mogen en moet het mondmasker gedragen worden wanneer iemand de tafel verlaat.
ONDERWIJS

De kerstvakantie in het basisonderwijs wordt verlengd en begint al op 18 december, een week vroeger dan gepland. Het Overlegcomité spreekt daar van een “kerstpauze” om de cijfers onder controle te krijgen. Scholen zullen in die week wellicht ook opvang moeten organiseren voor ouders die hun kinderen niet kunnen opvangen.
Tot aan die vervroegde kerstvakantie, die binnen drie weken aanvangt, wordt op school het dragen van een mondmasker verplicht voor alle kinderen vanaf 6 jaar.
Klassen zullen in quarantaine moeten vanaf twee besmettingen per klas. Tot nu toe was dat drie besmettingen per klas.
Buitenschoolse activiteiten worden verboden. Het is nog niet duidelijk of het hier alleen gaat over buitenschoolse activiteiten binnen de schoolomgeving, zoals schoolreizen, of dat het ook om buitenschoolse activiteiten van de kinderen gaat bij pakweg de jeugdbeweging.
De ouders krijgen de raad mee hun kinderen geregeld te (zelf)testen.
Klassen moeten een CO2-meter installeren. Geeft die een waarde boven de 900 PPM aan, dan moet actie ondernomen worden. Gaat die boven 1.200, dan moet de klas verlaten worden.
Het secundair onderwijs moet in hybride vorm georganiseerd worden. Dat betekent dat nog maximum 50 procent van de lessen fysiek gegeven mag worden. Dat geldt niet voor de examens: die vinden allemaal fysiek plaats.
LEES OOK. “Zij nemen maatregelen die wij niet nemen”: wat doen andere landen om besmettingen in onderwijs te beperken?

SPORT

De experts hadden er in hun advies voor gepleit om het publiek bij alle sportwedstrijden, en dus ook in het voetbal, te verbieden. Het Overlegcomité besliste dat niet te doen: het publiek blijft welkom bij voetbal en veldrijden.
Sportactiviteiten binnen mogen blijven doorgaan, weliswaar zonder publiek.
WERK

De verplichting om vier dagen per week thuis te werken blijft behouden. Teambuildingsactiviteiten en feesten binnen de werksfeer zijn verboden.
De maatregelen gaan in op zaterdag 4 december. Op 20 december zal het Overlegcomité de coronasituatie opnieuw evalueren.

Maatregelen tijdens de coronacrisis | Vlaanderen.be

Wat zijn de huidige maatregelen? | Coronavirus COVID-19 (info-coronavirus.be)

Homepagina – Crisiscentrum

Pensioenfondsen ondermijnen de kwaliteit van zorg voor ouderen

Anneleen De Bonte  in Trends

Investeringsfondsen prijzen enthousiast de veilige investering van zorgvastgoed aan. Maar dat heilige huisje van de goede huisvader-belegger is minder heilig dan gedacht.

Gaan millennials anders met geld om dan babyboomers? We laten hen graag zelf aan het woord. Anneleen De Bonte was 10 jaar huisarts en is projectmanager bij Blenders, een incubator voor innovatieprojecten met een positieve maatschappelijke impact. Tussen 2016 en 2019 werkte ze bij Fairfin aan een duurzaam pensioen voor zelfstandige zorgverleners.

‘Woonzorgcentra zijn de melkkoe van grote vastgoedspelers’ kopten meerdere media onlangs. De Pano-reportage van 2017, undercover gedraaid in een commercieel woon-zorgcentrum (neen, we scheren ze niet allemaal over één kam), kwam me pijnlijk levendig weer voor de geest. Een budget van 3,50 euro per dag moet volstaan voor drie maaltijden. Hebben mensen vervolgens tekenen van ondervoeding en vitaminetekorten, dan krijgen ze eiwitdrankjes. Die kunnen dankzij hun status van medisch supplement op de factuur, die vervolgens de pan uit rijst van 2500 tot boven 7000 euro per maand.

Genoeg om in voldoende zorgkundigen te voorzien, zou je denken. Maar neen: de wettelijke minimumnorm zegt twee per vijftig bewoners. Elke extra zorgkundige knabbelt aan het rendement van de aandeelhouders, en dus kiezen de commerciële spelers meestal voor dat wettelijke minimum. Investeringsfondsen in zorgvastgoed prijzen enthousiast die veilige investering aan. Ze biedt een aantrekkelijk nettorendement, dankzij onder meer het verlaagde btw-tarief – want ja, ook de overheid vindt zorg belangrijk. De vergrijzing belooft nog lang een betrouwbare appel voor de dorst op te leveren voor de rustige goede huisvader-belegger.

Hoe pervers is het dat uitgerekend pensioenfondsen de kwaliteit van zorg voor ouderen ondermijnen?

De motivatie om voor mijn pensioen te investeren in de zorg bekoelde danig van die verhalen. Het idee klinkt goed: laten we pensioengeld investeren in al wat gezondheid en welzijn bevordert. Of, breder gesteld: laten we vanaf nu alle langetermijninvesteringen richten op het realiseren van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de Verenigde Naties. Een investeringskloof aan de ene kant (wereldwijd 3.200 miljard dollar per jaar, zegt de OESO) en een hoop geld dat een zinvolle bestemming zoekt aan de andere kant (bijna 300 miljard op Belgische spaarboekjes en nog eens 150 miljard dat voor ons pensioen geïnvesteerd wordt). Zo moeilijk kan dat toch niet zijn?

Middel boven doel

Het voorbeeld van het zorgvastgoed toont dat de investeringsdynamiek heel vaak de andere kant op stuurt, en menig SDG aan diggelen slaat. De reden is zo simpel en zo afgezaagd dat ik aarzel ze te herhalen: de financiële meerwaarde primeert boven al het andere. Erger nog is dat veel goede huisvaders die pensioengeld beheren, niet meer stilstaan bij het weinig zorgzame effect van die rendementsdruk. Doordat die bovendien wettelijk bepaald is, staat hij niet ter discussie. Het geld voor het aanvullend pensioen moet en zal 1,75 procent opbrengen.

Nochtans schieten we onszelf collectief in voet, wanneer we ‘middel boven doel’ normaal vinden. Redeneer even mee. Wat hebben we gewonnen, als precies de privatisering van de zorg leidt tot een minderwaardige dienst, die voor steeds meer mensen onbetaalbaar wordt? Hoe absurd is het dat uitgerekend pensioenfondsen, die een flinke brok in vastgoed hebben uitstaan, mee die kant op duwen? Hoe pervers is het dat het meest centrale aspect van goede zorg, namelijk de betrokken omgang van mensen met elkaar, onder druk staat van een economische logica die geld moet opleveren voor… pensioenen?

Vrijemarktsamenleving

Dat dilemma toont de grenzen van de vrije markt. Het illustreert wat Harvard-professor Michael Sandel zegt: we hebben niet enkel een vrijemarkteconomie, we hebben inmiddels een vrijemarktsamenleving. Het belangrijkste kenmerk daarvan is dat we onze waarden, zoals zorg dragen voor wie kwetsbaar is, laten uithollen door het middel dat, met andere keuzes, kan dienen om precies diezelfde waarden te realiseren: geld.

In een vrijemarktsamenleving waarin alles te koop is, zijn maar bepaalde investeringen in gezondheidszorg interessant genoeg, want rendabel voor de fondsbeheerders: technologische oplossingen (scanners, apps, robots) die personeelskosten uitsparen en gigantisch schaalbaar zijn, infrastructuur (ziekenhuizen, woon-zorgvoorzieningen) die bij opstart veel kapitaal in één keer vergt en dan vele jaren een betrouwbaar rendement oplevert.

In de top tien van factoren die een lang en gezond leven voorspellen, staat op nummer één: een betrouwbaar sociaal netwerk. Dat heeft meer invloed op de gezondheid dan niet roken of geregeld sporten. Net dat sociale weefsel speelt de vrijemarktsamenleving zeer efficiënt uit verband. Want de tijd besteed aan buren, vrienden, ouderen en kinderen telt niet mee in het smalle begrip van waardecreatie dat de vrije markt hanteert.

Tegengewicht

Hoe krijgen we het dan wel voor elkaar, zo’n pensioen met een fijne plek om te wonen in een gezonde groene buurt, met aangenaam gezelschap vlakbij en goede zorg binnen handbereik? Hoe verzekeren we dat voor iedereen het menselijke minimum daarvan een basisrecht is? Als financiële markten dat niet vanzelf realiseren, wie dan wel?

Het antwoord lijkt een open deur, maar is dat in de praktijk steeds minder: de overheid. Het pensioen is een basisrecht en de overheid moet de eerste verdediger van basisrechten voor alle burgers zijn. De realiteit is dat de eerste pijler, het wettelijk pensioen, met de jaren steeds verder afkalfde ten voordele van de tweede en de derde pijler, die worden opgebouwd door kapitalisatie. Anders gezegd: door met beleggingen een spaarpot op te bouwen voor later. Daar zijn ze dus weer, de financiële markten.

Om bij te sturen richting SDG’s geeft de OESO een aanbeveling: “Die verschuiving vereist dat regeringen de markt begeleiden en een beter beleid voeren voor een beter financieel systeem. Dat kan bijvoorbeeld door de regels met betrekking tot het rapporteren of beoordelen van niet-financiële prestaties te harmoniseren en marktfalen te verhelpen.”

Illusie van machteloosheid

Dat de overheid een tegenwicht moet bieden tegen de krachten van de vrije markt, opdat het algemeen belang gediend wordt, is geen nieuw idee. Dat lukt in Europa behoorlijk. Toch vind ik het even belangrijk dat alle goed bedoelende pensioenspaarders beseffen hoe de machtsverhoudingen liggen bij het bepalen van de nieuwe spelregels voor een duurzamer Europees financieel systeem. De lobby van financiële instellingen spendeert 30 keer meer geld aan politieke beïnvloeding in Brussel en Straatsburg dan ngo’s en andere belangengroepen.

We denken dat onze mogelijkheden en ons gedrag beperkt zijn door de bestaande structuren, maar mensen zijn evengoed in staat om structuren af te breken, toe te voegen of te veranderen.

Dat klinkt hopelozer dan het is. De professor transitiekunde Jan Rotmans benadrukt dat mensen meer veranderkracht hebben dan ze zelf denken. We moeten breken met wat hij noemt de ‘illusie van machteloosheid’. We denken dat onze mogelijkheden en ons gedrag beperkt zijn door de bestaande structuren, maar mensen zijn evengoed in staat om structuren af te breken, toe te voegen of te veranderen. Ik zie het bijvoorbeeld in onlineplatformen die in geen tijd enorme petities met de bijbehorende fondsenwerving rond krijgen, om politieke besluitvorming te beïnvloeden in het algemeen belang.

Precies in tijden van crisis, waarin gevestigde structuren kraken en wankelen, is fundamentele beweging mogelijk. Op voorwaarde dat we de moed hebben om heilige/veilige huisjes ter discussie te stellen en een alternatieve bestemming te zoeken voor de som die we hadden belegd in zorgvastgoed.  Bron: Trends