by admin | dec 6, 2021 | Onderwijs
Ben je een van je studiebewijzen kwijt, dan kan je een vervangend attest opvragen bij de school waar je het behaald hebt.
Scholen moeten hun archieven 30 jaar bewaren. Sinds september 2019 moeten scholen de documenten 50 jaar bewaren. De archieven van gesloten scholen worden altijd overgedragen naar een andere school of het schoolbestuur.
Bestaat je school niet meer? Vraag welke school de archieven van jouw school beheert met het formulier: Aanvraagformulier archief school..
Alle verdere info via: Diploma secundair onderwijs verloren – voor ouders (vlaanderen.be)
by admin | dec 6, 2021 | Antipestteam
Tumult moedigt jonge mensen aan om elkaar te ontmoeten, over de grenzen van verschillen heen. We leren jongeren op een constructieve manier omgaan met conflict door te vertrekken vanuit wat gemeenschappelijk is.
We stimuleren hen om kritisch in de samenleving te staan. Tumult geeft als jeugdwerkorganisatie zo vorm aan een vredevolle en geweldloze samenleving, samen met kinderen en jongeren.
De algemene Tumult-visie?
Bekijk onze visietekst.
Of bekijk de getekende voorstellingen van onze visie, in posterformaat:
Doe-de-test: welke Tumult-waarde past het best bij jou?
Waarom pas jij zo goed bij Tumult? Ontdek of jij een bruggenbouwer, doener of wereldverbeteraar bent?
Of misschien hoor je wel bij de groepsdieren of de talentenspotters?
Visie op onze inhoudelijke thema’s:
by admin | dec 6, 2021 | Onderwijs
Via een zogenaamde Robin-pas wil Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts 20.000 leerlingen dit schooljaar de mogelijkheid geven om schoolmateriaal te kopen via een afbetalingsplan. Hij geeft daarvoor een subsidie van 100.000 euro aan Stichting Robin.
Ook het Netwerk tegen Armoede noemt dit “een lovenswaardig initiatief”, maar vraagt “structurele oplossingen”.
“Stichting Robin is een lovenswaardig initiatief, maar armoedebeleid kan niet enkel een kwestie zijn van solidariteit. We blijven op onze honger zitten als het gaat over structurele oplossingen. Om schoolkosten betaalbaar te houden, moeten ze in de eerste plaats beheersbaar gemaakt worden. Daarom blijven we bijvoorbeeld streven naar beleidsmaatregelen als een verhoging van de schooltoelage en een maximumfactuur in het secundair onderwijs”, aldus Nicolas Van Praet, waarnemend algemeen coördinator van het Netwerk tegen Armoede.
“Er bestaan nog andere systemen van kansenpassen. Deze werken pas goed als ze een combinatie vormen van structurele maatregelen én tegelijk een kortingssysteem dat preventief werkt. Het is daarbij een grote uitdaging dat deze niet stigmatiserend werken. Een mooi voorbeeld daarvan is de UiTPAS, die ontwikkeld is samen met mensen in armoede. Door met hen in dialoog te gaan, kom je immers te weten wat voor hen het beste werkt.”
Voor verdere info, zie Hoe werkt het? – Stichting Robin of FAQ – Stichting Robin
by admin | dec 6, 2021 | Economie
Door Julien Desiderio, Beleidsmedewerker fiscale en sociale rechtvaardigheid bij Oxfam België.
De G20 keurde de hoofdlijnen van de internationale belastinghervorming goedgekeurd. Sommigen beschouwen deze overeenkomst als historisch . Maar om nu victorie te kraaien is voorbarig, schrijft Julien Desiderio. ‘De internationale belastinghervorming die vorm krijgt, blijft immers grotendeels ontoereikend en zeer ongelijk. Het is een pleister op een houten been.’
‘Waarom de wereldwijde minimumbelasting een pleister op een houten been is’
Om te weten waar we heen willen, moeten we weten waar we vandaan komen. In de jaren negentig bedroeg het theoretische belastingtarief voor multinationals ongeveer 40 procent. Vandaag is het reële belastingtarief in de Europese Unie gedaald tot ongeveer 14 procent. Dit kan enerzijds worden verklaard door het doorsluizen van winsten van multinationals naar belastingparadijzen en anderzijds door praktijken van bepaalde landen die belastingoptimalisering aanmoedigen. En dit terwijl, zo herinnert econoom Gabriel Zucman ons, in vele rijke landen belastingbetalers nu meer dan 40 procent op hun inkomen worden belast.
De status quo leidt tot een groot verlies aan inkomsten voor overheden, dat wereldwijd wordt geschat op enkele honderden miljarden dollars per jaar. Middenin de pandemie, nu de rijksten de grote winnaars van de crisis zijn en miljoenen mensen in armoede vervallen, zouden deze financiële middelen kunnen worden ingezet in de strijd tegen de groeiende onzekerheid en ongelijkheid. Laten we niet vergeten dat in België de inkomstenderving als gevolg van belastingontwijking wordt becijferd op bijna 10 procent van het budget voor onze gezondheidszorg.
Een stap vooruit, twee stappen achteruit
De hervorming die in de OESO werd besproken (en die in twee pijlers uiteenvalt) was dan ook meer dan noodzakelijk. Maar voldoet het echt aan de eisen van deze tijd?
Pijler 1 wil de rechten op belasting herverdelen door een fractie van de winsten van bepaalde multinationals op uniforme wijze te belasten. De marktlanden (die waar de verkoop plaatsvindt) zouden aldus het recht hebben multinationals te belasten. In theorie zou België Facebook dus kunnen belasten. Deze maatregel is absoluut noodzakelijk om in te spelen op de uitdagingen van de digitalisering van de economie, dus het principe is een grote stap vooruit.
Waarom de wereldwijde minimumbelasting een pleister op een houten been is.
Maar de realiteit is dat de regels rond de eerste pijler ontstellend zwak zijn. De maatregel zal slechts een klein deel van de winsten van 78 multinationals treffen. Bovendien zal de financiële sector de facto van het toepassingsgebied worden uitgesloten (waardoor de te herverdelen winsten met de helft worden verminderd). Landen als de Democratische Republiek Congo zouden zelfs als te ‘rijk’ kunnen worden beschouwd om bepaalde bedrijven te mogen belasten. Een aberratie. Hoewel sommigen vrezen dat bedrijven als Amazon buiten de werkingssfeer van de maatregel zouden kunnen vallen (ook al is dat niet de bedoeling), is de toegang tot de eerste pijler afhankelijk van het louter en alleen achterwege laten van alle nationale belastingen op digitale diensten. Onder deze omstandigheden is het moeilijk om tevreden te zijn. We kunnen belastingontduiking enkel bestrijden met ambitieuze en solide maatregelen.
Pijler 2 is nog emblematischer. Het is de bedoeling de winsten van multinationals te belasten op basis van een wereldwijde minimumbelasting. Economen als Stiglitz, Piketty en Zucman pleiten voor een tarief van ten minste 25 procent, wat ook het standpunt van Oxfam is. De regering-Biden was daarentegen voorstander van een tarief van 21 procent.
Uiteindelijk werd een percentage van amper 15 procent gevalideerd. Piketty’s reactie hierop laat weinig ruimte voor interpretatie: ‘Dit is niets minder dan de officialisering van een echte license to defraud voor de machtigste actoren’. Dit tarief is immers bijna gelijk aan dat in belastingparadijzen zoals Ierland of Singapore. Dit tarief zal de race to the bottom dus nog verscherpen. Bovendien is een aantal uitzonderingen ontworpen zodat het werkelijke tarief in feite nog lager zou kunnen zijn.
Het gebrek aan ambitie is niet het enige slechte aan pijler 2, de verdeling van de inkomsten is ook zeer ongelijk. De rijke landen zullen meer dan 65 procent van het geld in hun portefeuille hebben, terwijl de armste landen ter wereld minder dan 3 procent zullen krijgen, hoewel zij meer dan een derde van de wereldbevolking herbergen.
We moeten de suggesties van kwetsbare landen opvolgen
Om dit recht te zetten, roept Oxfam dringend op te luisteren naar de suggesties die kwetsbare landen tijdens de onderhandelingen hebben gedaan.
Wil de eerste pijler effectief zijn, dan moet de werkingssfeer ervan worden uitgebreid tot alle multinationals, over een groter deel van de winst en op basis van een eerlijker verdeling die de minder welvarende landen niet benadeelt.
In het kader van de tweede pijler moeten uitzonderingen tot een minimum worden beperkt en moet een minimumtarief van 25 procent worden ingevoerd. Dit zou de 38 armste landen bijna 17 miljard dollar per jaar meer opleveren, genoeg om 80 procent van hun bevolking te vaccineren.
Er moet ook aan herinnerd worden dat het tarief van 15 procent een minimumtarief blijft. Elk land zal zijn tarief unilateraal kunnen verhogen. In België schat het Europees Waarnemingscentrum voor belastingen dat een belastingtarief van 15 procent 10,5 miljard euro per jaar zou opleveren. Maar een tarief van 21 procent, zoals verdedigd door de Verenigde Staten, zou 15,5 miljard euro opleveren, dus 50 procent meer inkomsten om de door de crisis getroffen sectoren te helpen.
by admin | dec 6, 2021 | Sectoren
Een te hoge werkdruk, slechte relaties met leidinggevenden of collega’s of fysiek zwaar werk: meer dan de helft van de mensen die door ziekte of een ongeval langdurig thuis zijn*, ziet de oorzaak minstens deels in de job zelf. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van CM Gezondheidsfonds. ‘Het is hoogtijd om veel meer aandacht te hebben voor welzijn op de werkvloer’, zegt CM-voorzitter Luc Van Gorp in De WereldMorgen.
In 2020 telde ons land 470.000 mensen die al langer dan een jaar buiten strijd zijn. Op vijftien jaar tijd is hun aantal meer dan verdubbeld. Reken je er ook de mensen bij die minder dan een jaar arbeidsongeschikt zijn, dan bedroegen de uitgaven voor de ziekte-uitkeringen in 2019 al 8,6 miljard euro. In 2010 was dat nog 4,7 miljard euro, ofwel een toename met bijna zeven procent per jaar. Met de zware impact van de coronacrisis ziet het er niet naar uit dat die trend snel zal keren. ‘Het zou alle alarmbellen af moeten doen gaan, maar fundamentele oplossingen blijven voorlopig uit.’
Want achter de verontrustende cijfers zitten verhalen waar we vandaag minder goed zicht op hebben. CM Gezondheidsfonds vroeg het aan de mensen die arbeidsongeschikt zijn zelf. 4.350 CM-leden namen deel aan het onderzoek, dat plaatsvond net voor de coronapandemie. CM peilde daarbij naar hun problemen, noden en verwachtingen voor, tijdens en na de periode van arbeidsongeschiktheid.
Frappant: maar liefst 56 procent van de bevraagden is van mening dat hun werk (deels) mee verantwoordelijk is voor het feit dat ze uitgevallen zijn. Dat is vooral het geval voor mensen die kampen met een burn-out (90 procent) of een psychische aandoening (69 procent). Zij geven vooral de hoge werkdruk en slechte relaties met leidinggevenden op als reden voor hun afwezigheid. Ook mensen met ziekten van bewegingsstelsel of bindweefsel (bijvoorbeeld rugpijn) kijken vaak (64 procent) in de richting van hun job, al ligt bij hen de oorzaak vaker in de fysieke belasting. Algemeen is er ook een verband met de autonomie die iemand ervaart op de werkvloer. Wie zelf kan beslissen hoe hij zijn taken uitvoert, zal minder snel zijn werksituatie aanduiden als oorzaak van arbeidsongeschiktheid.
Ook al verschijnt iemand door ziekte of een ongeval niet meer op de werkvloer, toch kan ook dan de werkgever een rol spelen in het herstelproces. Langdurig zieken geven vooral aan dat het belangrijk is om de tijd te krijgen om te herstellen. Ook de steun van leidinggevenden en collega’s kan een verschil maken. Toch zegt niet eens de helft van de respondenten zich gesteund te voelen door collega’s. Maar vier op de tien ervaart steun van leidinggevenden.
De jongste jaren is er meer aandacht voor, maar toch botst ook wie het werk hervat, nog altijd op obstakels. Wie vraagt om minder uren te werken, een aangepaste job uit te oefenen of van flexibeler uren te genieten, kan die aanpassingen in veertig procent van de gevallen niet krijgen. En als de werknemer al minder kan presteren, voelt een op de vijf daarvoor geen begrip op de werkvloer.
‘We mogen niet met de vinger wijzen. Heel wat bedrijven en organisaties leveren vandaag stevige inspanningen om het werk werkbaar te houden’, verduidelijkt Luc Van Gorp. ‘Maar we kunnen niet om de feiten heen: als 470.000 mensen langdurig ziek zijn, dan is er wel degelijk meer aan de hand. Het zal een totaal-aanpak vergen om deze immense maatschappelijke uitdaging aan te gaan. Re-integratie op werkvloer is één kant van het verhaal, maar er zal veel meer nodig zijn. Wij moeten in eerste instantie voorkomen dat mensen arbeidsongeschikt worden en meer dan ooit inzetten op welzijn op de werkvloer. Mensen werken niet enkel om geld te verdienen. Een job geeft ook zin aan het leven, biedt mensen een sociaal netwerk om op terug te vallen en geeft de voldoening zich nuttig te kunnen maken voor de samenleving. Maar we moeten er dan wel alles aan doen om het werk leefbaar te houden. In plaats van ziek te maken, moet een job gezond houden.’
*De ziekteverzekering maakt officieel een onderscheid tussen primaire arbeidsongeschiktheid (minder dan een jaar buiten strijd door ziekte of een ongeval) en invaliditeit(meer dan een jaar buiten strijd). In de studie zijn beide groepen opgenomen.