by admin | dec 6, 2021 | Varia
Door LOUISE HOON
Met de lancering van het Europese Belastingobservatorium en een voorlopig akkoord over een transparantiewet voor multinationals zet de Europese Unie deze week cruciale stappen in de strijd tegen belastingontduiking door multinationals. De inzet: vele miljarden euro’s en de politieke toekomst van de EU.
Dinsdagochtend lanceerde de Commissie het Europese Belastingobservatorium, een onafhankelijke onderzoeksinstelling die belastingontduiking en agressieve belastingplanning in de EU in kaart moet brengen. Het observatorium zet de toon met een eerste studie, waaruit blijkt dat een minimumbelasting van 25 procent voor multinationals de EU 170 miljard euro kan opleveren. Het voorstel dat Joe Biden dit weekend tijdens de G7 op tafel legt, een wereldwijde belasting van 15 procent voor grote bedrijven, stelt 15 miljard in het verschiet. Geld dat geïnvesteerd kan worden in beter onderwijs, gezondheidszorg, groen publiek vervoer, enzovoort.
Volgens het observatorium is ongeveer 80 procent van de belastingontduiking toe te schrijven aan geldstromen tussen Europese rekeningen. Minstens even significant is daarom het voorlopig akkoord over country-by-country reporting. Deze transparantiewet verplicht multinationals met een omzet boven 750 miljoen euro tot het openbaar maken van hun winsten en belastingbijdragen in alle Europese lidstaten.
Dat maakt een eind aan de geheime afspraken die sommige lidstaten sluiten met grote bedrijven, waarbij aantrekkelijke belastingtarieven aangeboden worden in ruil voor de vestiging van een brievenbus of spookhoofdzetel. Rijke kenniseconomieën als Nederland en Ierland steken de kruimels van multinationals gretig in hun zakken, terwijl landen waar lonen, grondstoffen en productiekosten lager liggen, opdraaien voor de échte kosten van grootschalige bedrijvigheid. Op die rekening staan onder meer de ecologische schade, het intensief gebruik van publieke infrastructuur en de maatschappelijke kosten van precair werk.
Er is weinig nieuw aan de vaststelling dat de grote winnaars van globalisering de kosten van het proces dat hen groot maakt dumpen bij de samenleving. En bij de overheid, die met steeds beperktere middelen de crises en het ongenoegen die zij veroorzaken te lijf moet gaan. Al decennia ziet links miljarden aan potentiële publieke inkomsten verdampen, en kijkt rechts weg van oneerlijke concurrentie en monopolievorming.
Toch leek er tot voor kort weinig ruimte voor actie. Het feit dat de Europese Commissie en het Europees Parlement nu wél aan de zaak trekken, is niet enkel een kwestie van rijpende geesten. Het begint hen te dagen dat grootschalige belastingontduiking een verlammende weerslag heeft op de Europese besluitvorming en het integratieproces.
De dynamiek schemert door in de strijd over begrotingsstriktheid en zuinigheid versus economische solidariteit. Met wat ze een ‘positief vestigingsklimaat’ noemen, brengen Europese belastingparadijzen hun inkomsten en uitgaven in balans. Zwaaiend met een keurige begroting wijzen ze vervolgens iedere vorm van Europese solidariteit af als liefdadigheidstransfers.
Er is ook een verband met de tweede grote Europese splijtzwam, tussen liberale democratieën en semi-autoritaire regeringen in Centraal- en Oost-Europa. Geheimhouding rond belastingdeals en geldstromen tussen bedrijven en overheden faciliteerde de Hongaarse Victor Orbán en de Poolse Mateusz Morawiecki in het uitbouwen van een kleptocratisch netwerk, waarbij grote bedrijven vervlochten raakten met de besturende macht.
Ten slotte zijn belastingen en rechtvaardige herverdeling kernvraagstukken van de politiek, en beslissend voor de manier waarop burgers de voor- en nadelen van Europese integratie ervaren. Het zijn bij uitstek thema’s voor de democratie, niet voor een wedloop van bodemdeals achter gesloten deuren. Het openbreken van dit debat op Europees niveau biedt een kans om het nut van Europese samenwerking aan burgers te openbaren. Om hun belangen en toekomstperspectief op een positieve manier aan elkaar te verbinden. Als waakhonden voor multinationals zijn het observatorium en de transparantiewet slechts eerste stappen richting een effectief Europees belastingbeleid tegenover multinationals. Het groeiend bewustzijn over de onmisbaarheid daarvan is hoopgevend.
Dit artikel verscheen al eerder in De Morgen.
by admin | dec 6, 2021 | Economie
De Vlaamse schuld blijft de komende jaren stijgen, maar de regering slaagt er wel in die onder de 100 procent van de ontvangsten te houden. ‘Onrustwekkend is dat de schuld voor het eerst groter is dan de waarde van de Vlaamse activa.’
Terwijl het tekort op de Vlaamse begroting de komende jaren zakt, blijft de schuld stijgen. In 2026, een jaar voor de begroting in evenwicht komt, stijgt de schuld naar 53 miljard. Dat blijkt uit de jongste meerjarenraming van het departement Financiën en Begroting.
De schuld stemt zo overeen met 94 procent van de ontvangsten in 2026. Dat is aanzienlijk meer dan de schuldgraad van 70 procent in 2021. Voor de coronacrisis bedroeg die amper 43,6 procent. ‘De schuldratio stijgt de komende jaren, maar minder hard dan wat verwacht werd bij constant beleid. We blijven onder 100 procent van onze ontvangsten’, zegt minister van Financiën en Begroting Matthias Diependaele (N-VA). Ter vergelijking: in Brussel en Wallonië zit de schuldgraad al een tijdje ruim boven 100 procent van de ontvangsten.
Bij het recente begrotingsconclaaf deed de Vlaamse regering besparingen om het tekort te beperken. Dat zal daardoor in 2024 bijna 900 miljoen euro lichter uitvallen. Die inspanningen helpen de schuld te temperen. In de vorige meerjarenraming ging het departement voor 2025 nog uit van een historische schuld van 55 miljard. Dat is bijgesteld naar 51 miljard.
Diependaele wijst erop dat een deel van de schuldopbouw gebeurt door investeringen in Oosterweel, sociale huisvesting en schoolinfrastructuur, innovatie en het relanceplan. ‘Een hogere schuldpositie is niet per definitie slecht. Het is momenteel belangrijker te investeren om de economie op peil te houden, dan onze schuld te laten krimpen. Het is dus een bewuste keuze’, zegt hij.
Open VLD-parlementslid Maurits Vande Reyde ziet echter een verontrustende trend. De nettoactiefpositie van de Vlaamse overheid is in 2020 voor het eerst negatief en zal dat volgens de prognoses de komende jaren ook blijven. ‘Dat betekent dat de waarde van de bezittingen van Vlaanderen – gebouwen, scholen, leningen – voor het eerst kleiner is dan de schuld. Met andere woorden: de schuld wordt voor een groot stuk gedreven door de opeenvolgende begrotingstekorten’, zegt Vande Reyde. Pas in 2027 zal de Vlaamse begroting weer in evenwicht zijn.
Bovendien gaat tegen 2026 bijna 740 miljoen euro naar rente-uitgaven, wat de beleidsruimte verkleint. ‘Het afremmen van de schuldgroei is absoluut noodzakelijk. We moeten de uitgaven richten op de kerntaken en de subsidies aanpakken. De Vlaamse Brede Heroverweging van Diependaele is daarvoor al een belangrijke stap.’
Volgens het ratingbureau Moody’s verdient Vlaanderen niet langer een hogere rating dan België, gelet op de begrotingsvooruitzichten.
Eén jaar nadat Moody’s waarschuwde voor een slechtere score is die een feit: de kredietscore voor Vlaanderen gaat van Aa2 naar Aa3.
Voor alle duidelijkheid: dat is een score die nog altijd consistent is met het label ’topdebiteur’, zodat Vlaanderen – ook gelet op het ultrasoepele beleid van de Europese Centrale Bank – niet meteen voor een hogere rente op verse schuldemissies moet vrezen. ‘De toegang van Vlaanderen tot de kredietmarkten is onbetwistbaar, zoals de recorduitgiftes van respectievelijk 7,5 en 4 miljard in 2020 en 2021 illustreren’, stelt Moody’s-analist Matthieu Collette in een mededeling.
De verlaging weerspiegelt de langdurige impact die de coronacrisis op de Vlaamse financiën zal hebben, waardoor die niet langer een hogere rating dan de bovenliggende soevereine staat rechtvaardigen.
Maar de knip is toch symbolisch belangrijk: voor het eerst in jaren heeft Vlaanderen niet langer een betere kredietscore dan de bovenliggende ‘soevereine staat’, België dus.
Na een bloedrood 2021 – met een begrotingstekort dat volgens de ramingen van het ratingbureau 19 procent van de inkomsten zal belopen – zal Vlaanderen naar verwachting ook de komende jaren tegen een tekort van 5 à 10 procent van de inkomsten aankijken. Gevolg: een schuldenberg die tegen 2024 zo’n 85 procent van de inkomsten beloopt, nagenoeg een verdubbeling tegenover de 43 procent eind 2019.
De reden? De Vlaamse overheid leeft nu op grotere voet met structureel hogere uitgaven, terwijl de inkomsten gekoppeld zijn aan een in de komende jaren in het beste geval gezapige groei. Moody’s: ‘De economie en dus de inkomsten zullen terugkeren naar het lagere groeipotentieel, terwijl de uitgaven door hogere publieke investeringen hoger liggen.’
Wallonië
Eén relatieve troost is er nog: Vlaanderen doet beter dan Franstalig België. Moody’s verlaagt ook de rating van Wallonië en de Franstalige Gemeenschap, tot respectievelijk A3 en A2. De kredietscore van Wallonië blijft zo een stevige drie trapjes onder die van Vlaanderen.
De inschatting van de Waalse financiën is droog maar scherp: ‘Moody’s verwacht dat de Waalse schuld eind 2021 tot een ongeziene 236 procent van de inkomsten zal gestegen zijn, van 176 procent eind 2019.’
by admin | dec 6, 2021 | Economie
‘Hoe de taxshift kan gebeuren, is al volledig becijferd door de Hoge Raad van Financiën. Het volstaat dat de politiek een keuze maakt uit een menu aan kant-en-klaar uitgewerkte hervormingsscenario’s.’ Dat zegt Anton Van Zantbeek, advocaat bij Rivus en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool in een artikel in Trends.
De Belgische personenbelasting hangt met spuug en paktouw aaneen. Het is een echte koterij. Ooit was het nochtans een coherente belasting. Maar decennialang visieloos politiek gerommel en lobbyfiscaliteit hebben hun tol geëist. De zesde staatshervorming was de doodsteek. Sedertdien vindt geen kat er haar jongen in terug. Ook spant België mondiaal de kroon met de belastingdruk op arbeid. De belastingdruk op werkenden is degoutant hoog. Dat vindt eigenlijk iedereen. Iedereen schuift als oplossing een taxshift naar voren. Door voordeelregimes af te schaffen wordt budgettaire ruimte gecreëerd om de belasting op arbeid algemeen te verlagen.
De taxshift veronderstelt dus een grondige snoeibeurt in vrijstellingen en belastingverminderingen. Dat is het perfecte moment om de personenbelasting weer te kalibreren. Maar talloze heilige huisjes moeten sneuvelen. Denk aan de belasting op reële huurinkomsten, het fiscale regime voor het spaarboekje of een meerwaardebelasting. Voordeelregimes afschaffen raakt kiezers. Die gedachte werkt verlammend op onze beroepspolitici. Geld uitgeven is gemakkelijk. Voordelen afnemen blijkt bijna onmogelijk te zijn.
Hoe de taxshift kan gebeuren, is al volledig becijferd door de Hoge Raad van Financiën. Het volstaat dat de politiek een keuze maakt uit een menu aan kant-en-klaar uitgewerkte hervormingsscenario’s. Op een aantal congressen liet minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) daarover onlangs in zijn kaarten kijken. Veel blijk van ambitie geeft hij niet. Pas volgend jaar zou hij met een blauwdruk van een fiscale hervorming komen. Die zou de nieuwe fiscaliteit tegen 2030 definitief moeten regelen. Met dat ambitieloze tijdpad gooit de minister impliciet de handdoek in de ring. De blauwdrukken zijn al sinds begin 2020 klaar. Waarop wachten we? Met verkiezingen in 2024 in het achterhoofd is een loutere blauwdruk in 2022 gewoon veel te laat.
Op een betekenisvolle verlaging van de belastingdruk op arbeid hoeven we voorlopig dus niet te hopen. Intussen kunnen we ons verwachten aan een veelheid van pogingen om extra belastingen te innen. Of die pogingen succesvol zijn, hangt af van hoe het politiek wordt gespind. Het klimaat, de fiscale rechtvaardigheid en de bestrijding van misbruiken zijn veelgebruikte argumenten om belastingen te verhogen. Maar daaraan wordt geen daling van de belasting op arbeid gekoppeld. De algemene belastingdruk verhoogt gewoon. Van een taxshift is geen sprake.
Recente voorbeelden zijn legio. In november suggereerde Van Peteghem nog dat een hogere belasting op inkomsten uit de verhuur van onroerend goed geen taboe mag zijn. In oktober deed zijn partijgenoot Steven Matheï zijn duit in het zakje. Voor hem moet de anomalie van het voordeel van alle aard op tweede verblijven in vennootschappen worden aangepakt. In september vond men bij CD&V, geflankeerd door Groen en Vooruit, dat het belastingvoordeel op tweede verblijven op de schop moest. In de grote vakantie tackelde de minister in zijn actieplan tegen fraude het gebruik van auteursrechten. Intussen zal de onlangs aangenomen grote hervorming van de autofiscaliteit ongetwijfeld het klimaat ten goede komen, maar zeker ook de Belgische schatkist.
En zo doet deze regering wat alle voorgaande hebben gedaan: pappen en nathouden. De algemene belastingdruk en het overheidsbeslag sluipen daardoor langzaam maar zeker omhoog. Die perfide evolutie zal duren tot er een regering komt die vijf minuten politieke moed heeft. In Brussel, Halle en Vilvoorde weten ze dat vijf minuten heel lang kunnen duren. Bron: Moneytalk/Trends
by admin | dec 6, 2021 | Sectoren
In de Brusselse gevangenissen van Sint-Gillis, Vorst en Berkendael was er een 48-urenstaking. De vakbonden ACOD en VSOA vragen dringende maatregelen om de werkomstandigheden te verbeteren, want ‘het personeel is op’, klinkt het aan het stakingspiket aan de gevangenis in Sint-Gillis.
De vakbonden hebben enkele weken terug een twintigtal voorstellen op papier gezet die direct geïmplementeerd konden worden. De directie heeft tijd gekregen, maar de vakbonden zagen niets veranderen.
‘We vragen bijvoorbeeld om de gevangenis 30 minuten te bevriezen, zodat het personeel gezamenlijk kan eten. Na twee weken is dat nog niet in voege. Een ander voorstel is dat de vleugel waar de medische supplementen zich bevinden, wordt versterkt. Ook dat is nog niet in voege’, vertelt Joachim Vermaeren van ACOD. Naast de slechte werkomstandigheden, is er ook nog het personeelstekort en de overbevolking van de gevangenissen.
‘De gedetineerden ergens anders naartoe sturen is quasi onmogelijk. Vorige week vertelden we de directie al dat er gewoon niet genoeg materiaal is om de gevangenis te laten draaien met 900 gedetineerden’, stelt Stijn Van den Abeele, regionaal voorzitter VSOA Brussel.
Vermaeren voegt nog toe dat de toekomst voor velen onzeker oogt: ‘Volgend jaar zouden we naar Haren gaan. Daar moeten nog 200 aanwervingen gebeuren voordat die gevangenis open kan. Dat zorgt voor onzekerheid bij het personeel en dat leidt tot een toxische cocktail. We hebben 110 beambten die op een bepaalde dag naar een gevangenis dichter bij huis mogen, maar zolang er geen aanwervingen zijn, kan dat niet gebeuren’. Als het niet betert komen er waarschijnlijk nog acties.
by admin | dec 6, 2021 | Sectoren
Lode Vanoost in DeWereldMorgen
ACV en ABVV betogen op 6 december voor eerlijke lonen en voor het recht op sociale actie.
Op 6 december betogen de leden van de christelijke vakbond ACV en de socialistische vakbond ABVV samen in Brussel, voor eerlijke lonen die de koopkracht vrijwaren en voor het recht op collectieve actie, een recht dat met recente vonnissen op de helling komt te staan.
Recente berichten in de mainstreammedia hebben het over komende ‘loonstijgingen’ die niet ‘betaalbaar’ zouden zijn. Wie verder leest dan de titels merkt dat het in werkelijkheid niet over loonstijgingen gaat. In werkelijkheid komt er een indexaanpassing.
Het verschil tussen ‘indexaanpassing’ en ‘loonstijging’ is essentieel. Media die dit essentiële verschil niet duiden tonen aan welke zijde ze staan.
Indexering is bescherming koopkracht, géén loonstijging
De Belgische indexering is een statistische berekening op basis van de prijs van een aantal marktproducten die worden gemeten op meerdere plaatsen. Dit cijfer laat toe de maandelijkse veranderingen in de kostprijs van het dagelijks bestaan te berekenen. Op die manier wordt berekend hoeveel koopkracht een loon betekent. Vandaag zijn alle lonen, vervangingsinkomens, pensioenen en de huurprijzen verbonden aan wat nu de gezondheidsindex heet.
Wanneer een loon cijfermatig identiek blijft terwijl de marktprijzen stijgen wordt men met hetzelfde loon in feite armer. Daarom wordt het loon door indexering aangepast aan de stijgende levensduurte1 volgens een bepaald systeem. Dat gebeurt echter niet dagelijks, maar periodiek, wanneer de index een bepaald percentage overschrijdt.
Er komt een indexaanpassing aan, op 1 januari 2022 moeten de lonen met 3,56 procent aangepast worden om gelijke tred te houden met de stijgende prijzen van huisvesting, voeding, brandstof, energie. Volgens de werkgevers zou dat onhoudbaar zijn. Wat zij ‘vergeten’ is dat de indexaanpassingen periodiek zijn terwijl de marktprijzen dagelijks veranderen. Met andere woorden, tussen twee indexaanpassingen genieten de bedrijven extra-winst omdat hun producten duurder worden verkocht terwijl de lonen die ze uitbetalen dezelfde blijven.
België is het enige land ter wereld met een automatisch indexeringssysteem. In andere landen moet daar telkens over onderhandeld worden, waarbij het bekomen resultaat altijd lager is dan de gestegen index. Het meest extreme voorbeeld zijn de VS, waar de lonen sinds de jaren 1970 nauwelijks geïndexeerd worden. Dat daar nu betoogd wordt voor loonsverhogingen van 15 tot 20 procent is dan ook niet te verwonderen en allesbehalve onredelijk omdat de productiviteit en de winsten in diezelfde periode meer dan verdubbeld zijn.
Zelfs het Belgische indexsysteem is nog altijd voordelig voor de werkgevers. Zij stellen de indexering voor als een ‘loonsstijging’ die zij zouden ‘geven’. In werkelijkheid geven ze niets. Een echte loonsstijging betekent een verhoging van de koopkracht. Indexering houdt de koopkracht alleen maar op hetzelfde peil.
Hogere productiviteit, hogere winsten, dus hogere lonen
De werkgevers profiteren bovendien van de toegenomen productiviteit van hun werknemers, maar weigeren een redelijk deel van de grotere winsten die daar uit voortvloeien te delen met zij die de winsten hebben mogelijk gemaakt met hun arbeid, zoals de COVID-periode nog maar eens heeft aangetoond.
De organisaties die de werkende mensen vertegenwoordigen, de vakbonden, zien hun mogelijkheden ondertussen inkrimpen om te onderhandelen voor een betere koopkracht van alle werknemers (niet alleen van hun eigen leden!2). De loonnormwet van 1996 (aangepast in 2017) verbiedt immers te onderhandelen over een loonmarge die de lonen sneller laat stijgen dan in de buurlanden. Dit is een pervers antisociaal mechanisme, om de eenvoudige reden dat die omringende landen dat ook doen.
Het resultaat voelen de werkende mensen elke dag, elke maand, elk jaar. In een gemeenschappelijke verklaring verwoorden ACV en ABVV dit zo: ‘Zelfs in ondernemingen die grote winsten binnenhalen, belet de wet om over een grotere loonsverhoging te onderhandelen. Als het niet langer mogelijk is te onderhandelen, moeten vakbonden collectieve actie kunnen voeren, kunnen staken, zonder het risico te lopen gerechtelijk vervolgd te worden.’
Criminalisering van sociale actie
Het recht op sociale actie in al zijn vormen wordt erkend door in de VN-Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Dat recht wordt echter de facto uitgehold. Recente vonnissen in Antwerpen en Luik criminaliseren stakingsposten. De wetgevende macht (het parlement) en de uitvoerende macht (de regering) weigeren echter de wetten te wijzigen, zodat de derde rechterijk macht dergelijke vonnissen niet zou kunnen uitspreken.
Zelfs de OESO en het IMF, niet bepaald werknemersvriendelijke instellingen, bevestigen dat sociaal overleg goed is voor de economie, omdat het zorgt voor hogere koopkracht, voor hogere productiviteit, voor minder werkverzuim door het onderhandelen van betere werkomstandigheden.
Als dit allemaal waar is, waarom verzetten de werkgevers zich dan zo halsstarrig tegen deze sociale eisen. Omdat dit systeem van indexering en sociaal overleg de winsten weliswaar verhoogt, maar terug herverdeelt onder de werkende bevolking. Dat willen zij niet. De taart mag dan zelfs krimpen (door de dalende koopkracht van hun werknemers), zolang hun aandeel maar groter wordt. Daar gaat het over.
Neutr-On steunt de actie maar keurt alle vormen van vandalisme, brandstichting, vernielingen, geweld en agressie af.
Notes:
1 In theorie zou een indexering ook tot een lager loon kunnen leiden, waneer de levensduurte zou dalen, maar dat doet zich nooit voor. Een krimpende marktprijs gaat immers in tegen de logica van het kapitalistische marktsysteem dat eeuwige groei vergt. Die groei om de groei is de hoofdoorzaak van inflatie. Dan geraakt het systeem periodiek in de problemen, zodat de vermaledijde overheid (dwz. de belastingbetaler) moet tussenbeide komen.
2 Vakbonden komen op voor de rechten van alle werkende mensen, ook voor zij die lid zijn van een andere vakbond, ook voor zij die géén lid zijn van een vakbond, ook voor zij die hun collega’s bespotten, saboteren of de sociale acties voor betere werkvoorwaarden tegenwerken.