by Frans Dams | jun 1, 2023 | Sectoren
Heel de samenleving mobiliseren om het franchiseplan te stoppen
De handelssector ligt al enkele jaren onder vuur met steeds nieuwe aanvallen op arbeidsvoorwaarden en lonen, franchisering, flexibele uren en contracten, automatisering, e-commerce … Dit komt niet uit de lucht gevallen: het is een bewuste strategie van de werkgevers.
door een vakbondsverantwoordelijke in de sector
Franchisering bij Delhaize
Franchisering is een zakenmodel waarmee een bedrijf zijn netwerk uitbreidt door licenties te verkopen aan franchisezaken. De zelfstandige beheerders van die winkels zijn verplicht om vergoedingen te betalen aan het moederbedrijf, waardoor hun aandeel in de winst kleiner wordt. Ze profiteren dus niet ten volle van hun investering, terwijl het moederbedrijf gemakkelijke winsten boekt. Het moederbedrijf neemt alle belangrijke beslissingen over het merk (prijzen, marketingbeleid …). Er is onvermijdelijk een onevenwichtige machtsverhouding. De franchisenemers hebben in de praktijk geen controle over hun eigen zaak. Het zijn eigenlijk schijnzelfstandigen.
Vandaag zitten 40% van de franchisenemers in België in de problemen. Onder de franchisenemers bevinden zich niet enkel kleine zelfstandigen die één winkel beheren. Er zijn ook bedrijven die meerdere winkels bezitten, zoals Peeters-Govers dat 15 winkels van Albert Heijn uitbaat.
Voor de grote ketens is franchisering een manier van sociale afbraak waarbij ze de omzet verhogen zonder het nodige personeel in te zetten en dus tegen veel lagere kosten. De vakbonden klagen aan dat 6.200 van de 9.000 personeelsleden van Delhaize die door de franchisering geraakt worden, niet dezelfde arbeidsvoorwaarden zullen hebben. Een manager van een Delhaize-franchise in Brussel verklaarde in de media: “Als zelfstandigen kunnen wij niet de lonen betalen die Delhaize geeft aan het personeel van de supermarkten in eigen beheer. Als we de rode lijn van 10% loonkosten (inclusief onze eigen vergoeding) overschrijden, stevenen we regelrecht op een faillissement af. Dat zou niet voorkomen worden met krediet van de franchisegever. Wat ik hier vertel, kan je in onze boekhouding nakijken.” (Le Soir, 17 mei). Ahold Delhaize behaalde in het eerste kwartaal van dit jaar een omzet van 21,6 miljard euro, een forse stijging tegenover vorig jaar. Maar voor de aandeelhouders is dat niet genoeg.
Het franchisestelsel is een perfect voorbeeld van de concentratie van macht, ongelijkheid en werkonzekerheid die inherent zijn aan het kapitalisme. Het is een logisch gevolg van de concurrentie en het privaat bezit van de productie- en ruilmiddelen.
De uitdagingen van de sector en van de vakbondsstrijd
In 2021 telden de grote ketens uit de voedingssector 3.814 winkels in ons land. Dat is 8% meer dan 2015 en goed voor één winkel voor ongeveer 3.000 consumenten. Delhaize telt 800 winkels waarvan 128 in eigen beheer. De rest zijn in handen van zelfstandige franchisenemers.
Een van de voordelen van deze opdeling in kleine entiteiten is dat het aantal werknemers dat nodig is om een vakbondsafvaardiging en echt sociaal overleg op te richten, niet wordt bereikt. In bedrijven waar de werknemers geen enkele rol spelen in de besluitvorming, dicteert het kapitaal op nog brutalere manier.
Comeos, de werkgeversorganisatie voor de handel, sprong meteen op de kar en verklaarde dat andere ketens klaar zijn om het franchisestelsel te veralgemenen. Mestdagh-Intermarché wil de komende weken nogmaals 50 winkels aan franchisenemers overlaten.
De Colruyt-groep is tegen dit franchisesysteem, omdat het tot oneerlijke concurrentie tussen ketens leidt. De groep pleit daarom voor een hervorming van de vijf paritaire comités van de levensmiddelenhandel (202, 201, 311, 202.01 en 212.01). Colruyt wil die comités harmoniseren… maar dan wel naar beneden. Geoffroy Gersdorff, CEO van Carrefour, stelde in De Tijd: “Vandaag heb ik geen plannen om winkels over te hevelen naar zelfstandigen.” Hij voegde er echter meteen aan toe: “De situatie is moeilijk in onze geïntegreerde winkels. Het moet absoluut beter. Het is problematisch dat onze hypermarkten in paritair comité 312 zitten. Er moet een oplossing komen, want het status quo is geen optie.” Over het basisprincipe zijn alle werkgevers uit de sector het eens: de lonen moeten omlaag. Als we hen laten doen, zelfs zo laag dat geen enkele supermarktmedewerker het zich nog kan permitteren om in de eigen winkel inkopen te doen. Aldi en Lidl zullen daarbij uiteraard evenmin werkloos toekijken.
Voor een antwoord op deze crisis is er volgens de vakbondsleiders nood aan een hernieuwd gemeenschappelijk vakbondsfront waarmee de werkgeversorganisaties aan de onderhandelingstafel gedwongen worden om een hervorming van de paritaire comités te bespreken.
De directie van Delhaize geeft echter niets om het sociaal overleg. Voor de directie is het de franchisering en niets anders. Ze weigert zelfs het minimum, zoals de toepassing van de wet-Renault (die voorziet in een periode van sociaal overleg bij collectief ontslag) of een soepele eindeloopbaanregeling voor ouder personeel. Elke dialoog zit muurvast en wordt verder vergiftigd door dwangsommen, arrestaties en andere patronale provocaties die enkel mogelijk zijn door de actieve medeplichtigheid van de overheden en het gerecht. Er is voor het personeel geen andere weg dan die van een strijd van de hele sector.
De nationale betoging van 22 mei was een goed initiatief, maar kwam wel erg laat. De staking en strijd van het Delhaize-personeel is al sinds 7 maart bezig en is historisch. Er is een brede steun onder de bevolking. Dit bleek ook met de twee regionale betogingen in Luik (7 april) en Brussel (17 april), de personeelsvergaderingen, de stakersposten, de solidariteitsacties, de blokkades aan de depots in Zellik, de opiniestukken en de duizenden handtekeningen voor een online petitie.
De oproep voor de betoging van 22 mei werd drie weken op voorhand gelanceerd om de hele handelssector en het personeel van andere sectoren te bereiken. Het doel was een brede mobilisatie in solidariteit met het personeel van Delhaize, maar ook tegen de repressie en de aanvallen op de syndicale rechten.
Perspectieven voor de beweging
Binnen het gemeenschappelijk vakbondsfront is er een intens debat over de te volgen strategie. BBTK, de bediendenbond van het ABVV, benadrukt de noodzaak van een visie op de duurzaamheid van de sector. Het betekent dat de franchisering wordt aanvaard, mits garanties voor de huidige werknemers. De CNE, de Franstalige bediendenbond van het ACV, wil het behoud van alle jobs en de bestaande arbeidsvoorwaarden.
De directie van Delhaize verstopt zich achter de toepassing van de cao 32bis, die een overnemer verplicht om het bestaande personeel aan de huidige arbeidsvoorwaarden over te nemen. Dit is een valstrik, want de cao voorziet in een reeks uitzonderingen die jobs in gevaar brengen in het geval van franchisering.
De CNE is tegen het franchiseplan en wil de onderhandelingen verplaatsen naar het niveau van de sector. Zo hoopt de CNE de verdeeldheid in het kamp van de werkgevers te gebruiken voor een opwaartse harmonisatie van de paritaire comités.
Het cruciale punt is echter om vanuit de betoging van 22 mei een krachtsverhouding op te bouwen om de sector en de hele samenleving te mobiliseren om de franchiseplannen van tafel te krijgen.
LSP koppelt dit aan de noodzaak van een bredere discussie over de organisatie van de productie, de wijze waarop prijzen worden bepaald, de verdediging van het stakingsrecht en de syndicale aanwezigheid in de bedrijven, ook in de kleine. Dit zou de weg vrijmaken voor een grotere eenheid van consumenten en werkenden in deze en andere sectoren, en dus voor de eenheid van heel de werkende klasse. Om aan de reële noden van de bevolking te voldoen, is er nood aan een ander productiemodel. Een eerste stap daartoe is het stoppen van de neerwaartse spiraal voor de lonen en arbeidsvoorwaarden.
De solidariteit met het personeel van Delhaize is indrukwekkend. Het ontbreekt echter aan een strategie om te winnen. In Brussel is er een solidariteitscomité met de stakers van Delhaize opgezet, een initiatief waaraan LSP deelneemt. Dit helpt om van passieve steun naar actieve betrokkenheid te gaan. Het is een goede stap om de strijd te verbreden.
Voor volgende stappen is de solidariteit in de hele sector en daarbuiten fundamenteel. Dit kan versterkt worden door syndicalisten van Delhaize of van de sector uit te nodigen op personeelsvergaderingen, zoals dit gebeurde op initiatief van ACOD LRB in het Brugmann ziekenhuis in Brussel. Dergelijke vergaderingen zijn ideaal om de solidariteit te organiseren, maar ook om samen te discussiëren over volgende stappen en de strategie voor de strijd.
Hoe winnen? De mobilisatie is sterker als er een duidelijk perspectief is. Een escalerend actieplan om de intrekking van het hele franchiseringplan af te dwingen, is absoluut noodzakelijk om deze strijd te winnen. Lokale initiatieven en de betoging van 22 mei kunnen de basis leggen voor een grote staking in de hele handelssector, met de mogelijkheid voor werkenden uit andere sectoren om zich daarbij aan te sluiten.
De malaise in de supermarktsector vestigt opnieuw de aandacht op wie de samenleving doet draaien. Het zijn de werkenden die de rijkdom produceren, terwijl de eigenaars van de productiemiddelen profiteren en leven van het zweet van anderen. Als Delhaize volhardt in zijn franchiseproject, moeten we strijden voor de onteigening en nationalisering van het bedrijf, zonder compensatie voor de aandeelhouders en onder publieke controle en beheer, als eerste stap naar een volledig publieke detailhandel en een rationele en democratische planning van de economie.
Bron: LSP
by Frans Dams | jun 1, 2023 | Varia
Door Geert Cool
Terwijl de Nationale Bank erkent dat de ongelijkheid in ons land groter is dan voorheen aangenomen werd en de Europese Centrale Bank toegeeft dat de prijsstijgingen grotendeels veroorzaakt zijn door de winsten van grote bedrijven, kampen werkenden op hun werkplaats en in hun leven met steeds meer tekorten. Koop met de huidige rentevoeten en prijzen maar eens een eigen huis of appartement! Openbare diensten zijn kapot bespaard. Het water staat aan de lippen van het personeel van de kinderopvang, het onderwijs, de zorg, de brandweer, de OCMW’s, het openbaar vervoer … Er wordt betoogd en gestaakt. Signalen geven en oproepen om gehoord te worden, volstaan duidelijk niet.
Budgettair keurslijf wordt aangetrokken
Wie hoopt op verandering na de verkiezingen van 2024, kan serieus bedrogen uitkomen. Alle pro-kapitalistische partijen stappen mee in de terugkeer van het budgettaire keurslijf dat in heel Europa hersteld wordt. Dit keurslijf werd tijdens de pandemie losgelaten. Met stimulusmaatregelen werd de economie, en vooral de winsten, overeind gehouden. Nog voor de geldkranen van deze maatregelen terug dichtgedraaid zijn, wordt alles in stelling gebracht om opnieuw fors te besparen. Alle regeringen in België gaan daarin mee. En moest dat niet het geval zijn, zal desnoods het resterende Europese stimulusgeld als chantagemiddel gebruikt worden om dit budgettaire keurslijf op te leggen.
Alle pro-kapitalistische partijen aanvaarden de ‘noodzaak’ om de begroting op orde te zetten. In een context van enorme tekorten, maar ook het duurder worden van krediet, betekent dit een bewuste keuze voor de verderzetting en uitdieping van sociale ellende voor de meerderheid van de bevolking. De meningsverschillen over hoe de begroting op orde moet gesteld worden, in het bijzonder tussen de PS en de liberalen, worden breed uitgesmeerd en zijn reëel. Deze meningsverschillen blijven evenwel binnen de krijtlijnen van dat keurslijf en bevatten bijgevolg nog geen begin van antwoord op onze noden.
Vanaf 2024 moet er jaarlijks 5 miljard euro gevonden worden om aan de Europese begrotingsnormen te voldoen. Dermagne van de PS wil dit geld voor een derde bij de uitgaven, een derde bij de inkomsten en een derde bij diverse posten zoeken. De rechterzijde wil vooral de uitgaven verminderen, onder meer door te besparen op werklozen en zieken. Het pleidooi van Conner Rouseau voor ‘basisbanen’, wat de deur opent voor een beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, kreeg applaus van de werkgevers, De Wever, Lachaert en Bouchez.
De PS pleit voor een verdubbeling van de effectentaks en een belasting op de meerwaarde op aandelen. Zo wil de sociaaldemocratie de besparingen op onze levensstandaard ‘evenwichtig’ laten overkomen en het budgettair keurslijf verkocht krijgen. Bij de begrotingscontrole eerder dit jaar stemde de PS in met het schrappen van de verhoging van het minimumpensioen en van de minima van andere uitkeringen.
Het beperken van de uitgaven gebeurt dus nu al. Op de extra inkomsten vanuit de grote vermogens blijft het daarentegen grotendeels wachten. Het is bovendien weinig waarschijnlijk dat het onderdeel zal zijn van de grote fiscale hervorming die CD&V nog wil realiseren met minister Van Peteghem, een hervorming die wellicht zal botsen op de tegenstellingen tussen liberalen en PS. De PVDA merkte daarnaast terecht op dat geen enkele van de 37 Belgische miljardairs vandaag geraakt wordt door de bestaande effectentaks.
Verandering zal strijd vergen
De budgettaire dwangbuis heeft een impact op alle beleidsniveaus en wordt versterkt door de stijgende rentevoeten waardoor schulden duurder worden. Dit beperkt de ruimte voor een links beleid dat vertrekt van de noden, zowel op federaal, regionaal als lokaal vlak. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2024 dreigt ook een verdere aanval op het personeel en de diensten van de gemeenten. Elke verandering in het belang van de werkende klasse zal een stevige strijd met een massabeweging vergen.
Die vaststelling is ook essentieel om in het kader van de enorme ongelijkheid en de vele tekorten de superrijken effectief te laten bijdragen. Wij verdedigen de eis om de grootste vermogens te belasten. We benadrukken de noodzaak van een breed gedragen massabeweging om die eis effectief te winnen. Het is niet gewoon een kwestie van een miljonairstaks te stemmen, zoals Raoul Hedebouw op 1 mei verklaarde. Om te winnen, moeten we al onze krachten organiseren, politiseren, mobiliseren en voorbereiden op de volgende stappen.
In dat kader is de eis van de nationalisatie van de financiële sector en andere sleutelsectoren van de economie geen overbodige luxe. Enkel zo kunnen we een stap voor zijn op de onvermijdelijke pogingen tot sabotage door het kapitaal. Het is bovendien belangrijk omdat het de vraag opwerpt wie de controle over de beschikbare middelen zou moeten hebben: een klein groepje superrijken dat desnoods met publieke middelen overeind gehouden wordt als het gokken verkeerd loopt (zoals de falende banken in de VS aantonen) of de overgrote meerderheid van de bevolking. Wat de gemeenschap niet bezit, kan ze niet controleren.
Geen enkele sociale verworvenheid is bekomen door het gewoon te vragen. Dit gebeurde telkens door sociale strijd, doorgaans op zodanig intensieve wijze dat de burgerij vreesde voor revolutionaire omwentelingen. Zo bouwen we aan een krachtsverhouding.
Het is logisch dat het protest vandaag naar de verkiezingen kijkt. Ook wij zullen in 2024 enthousiast voor de PVDA stemmen omdat dit de positie van de werkende klasse versterkt. Geduldig afwachten op een onzeker resultaat in 2024 is echter geen optie als je kijkt naar de tekorten en de aanvallen op onder meer het supermarktpersoneel. Het actief mobiliseren van alle steun en het mobiliseren en betrekken van wie dat vandaag nog niet is, kortom het uitbreiden en verdiepen van strijd is de manier waarop in de zorg, het onderwijs of het openbaar vervoer overwinningen geboekt kunnen worden. De burgerij zal pas extra middelen toekennen als ze het mes op de keel gezet wordt. Een dergelijke strijdbenadering zou er bovendien voor zorgen dat in de verkiezingscampagnes van 2024 niet de verdelende haat van rechts en extreemrechts centraal staan, zeker in Vlaanderen, maar onze eisen.
Dit is onderdeel van onze revolutionaire benadering gericht op socialistische maatschappijverandering. We nemen geen genoegen met oppervlakkige veranderingen van de oude samenleving, we willen een nieuwe. Die zullen we bekomen op de manier dat de werkende klasse eerder overwinningen behaalde: door georganiseerd, massaal en vastberaden op een duidelijk omschreven en breed bediscussieerd doel af te gaan. Dan wordt wat velen vandaag onmogelijk achten mogelijk.
Bron: LSP
by Frans Dams | jun 1, 2023 | Sectoren
- Voor massale publieke investeringen in zorg en onderwijs
- Voor een 30-urenweek met behoud van loon en bijkomende aanwervingen
“We gaan van een zorgcrisis naar een implosie.” Dat is de dramatische, maar spijtig genoeg al te realistische, conclusie van een verpleegkundige die we in deze krant aan het woord laten (zie pagina’s 8-9). Het onderwijs kampt met dezelfde horror! Dat gebeurt op een moment dat de vraag naar zorg en onderwijs, aangepast aan de nieuwe noden en veranderende maatschappelijke ontwikkelingen (zoals de vergrijzing maar ook de mentale gezondheidscrisis), exponentieel toeneemt. Het systeem faalt volledig.
door Els Deschoemacker
Decennialange onderinvesteringen in alle levensnoodzakelijke openbare diensten hebben geleid tot een chronisch gebrek aan middelen en tot personeel dat massaal uitvalt door een combinatie van te hoge werkdruk, te lage lonen en te hoge levenskost. Het is de facto een situatie waarin de balans tussen werken en leven gewoon niet meer bol te werken is, wat de epidemie van burnouts en de uittocht van personeel verklaart.
De situatie is niet minder dramatisch in de privésector. Aangespoord door de concurrentieslag en winsthonger van de aandeelhouders heeft de directie van Delhaize een offensief ingezet. Het wil via franchisering de lonen en arbeidscondities van het personeel, en hun capaciteit tot vakbondsorganisatie, aan banden leggen. Dit geeft aan wat we op alle werkplaatsen kunnen verwachten indien we deze wedren niet stoppen. De wedren naar een verdere precarisering van de arbeidsmarkt versnelt, met alle gevolgen van dien.
Aan strijd hiertegen ontbreekt het niet. De werknemers in de zorg kwamen eind januari met meer dan 20.000 op straat en bereiden een nieuwe massale betoging voor op 13 juni. Het Franstalig onderwijs mobiliseerde de afgelopen maanden vijf grote actiedagen met telkens ettelijke duizenden leerkrachten en andere personeelsleden. Sinds 7 maart waren er stakingen, piketten, betogingen en blokkades door het personeel van Delhaize. De nood aan actie en organisatie is reëel maar heeft de steun van de hele samenleving nodig. Zij vechten niet alleen voor hun job, maar voor die van ons allemaal.
De nationale staking van de distributiesector gesteund door de interprofessionele solidariteitsbetoging tegen sociale dumping en voor de verdediging van ons recht op staken was daarom zo belangrijk. Niet in het minst als een stap om op te bouwen naar een meer veralgemeend tegenoffensief van de arbeidersbeweging. Tegen de werkgevers en de rechtbanken, die met deurwaarders en arrestaties een preventief verbod op stakersposten op alle winkels en distributiecentra met brute kracht wilden handhaven. Maar ook tegen de regering die met nieuwe wetgeving het recht op betogen en staken verder aan banden wil leggen!
De uitdagingen zijn niet minnetjes en we moeten onze wapens smeden. Een jaar voor de verkiezingen moet ook de arbeidersbeweging een bilan opmaken en concluderen dat de vele signalen van de afgelopen jaren niet volstonden. De pro-kapitalistische media en politieke partijen, binnen en buiten de regering, bleven doof voor onze noden en bereidden duidelijk een nieuw offensief voor met een terugkeer naar het budgettaire keurslijf.
Wachten met actie tot na de verkiezingen is gewoon geen optie! Op 30 mei gaan alle Brusselse IRIS-ziekenhuizen in staking, als springplank naar de betoging van het zorgpersoneel op 13 juni. In het najaar moet een nieuw actieplan in het onderwijs, zowel aan Nederlandstalige als Franstalige kant, de krachten bundelen. Er is alvast een oproep vanuit het Nederlandstalig hoger onderwijs om te betogen op 12 oktober. Andere werkplaatsen en sectoren moeten volgen. En wat nog afgedwongen wordt voor de verkiezingen, zal ons erna versterken.
Een uitbreiding van de vakbondsdemocratie, door op alle werkplekken een eisenbundel te bespreken en te stemmen en daarrond een actieplan te ontwikkelen, kan het woord geven aan de miljoenen werkenden en hun gezinnen en tegelijk duidelijk maken dat het voor ons genoeg geweest is! De ruimte voor extreemrechts en rechts zou drastisch ingeperkt worden als we met de arbeidersbeweging al onze krachten inzetten om het publieke debat te laten gaan over wat nodig is voor ons, de werkende klasse, de meerderheid van de bevolking en voortbrenger van alle rijkdom.
De noden zijn zo groot dat enkel een plan van massale publieke investeringen en uitbreiding van onze publieke diensten, gekoppeld aan een algemene arbeidsduurvermindering, kan antwoorden op de dringende noden in zowel de zorg als het onderwijs. Een rijkentaks, zoals voorgesteld door de PVDA, zou al heel wat middelen vrijmaken. De noden zijn echter groter. Een revolutionair socialistisch programma dat de eis voor een rijkentaks koppelt aan een strijd van de hele arbeiderswereld, om de door ons geproduceerde rijkdom rechtstreeks te gaan halen door de sleutelsectoren van de economie, waar de meeste rijkdom gegenereerd en geconcentreerd wordt, te nationaliseren, kan soelaas brengen.
Bron: LSP
by Frans Dams | jun 1, 2023 | Sectoren
Het wordt steeds moeilijker om binnen een redelijke termijn bij een tandarts op consultatie te kunnen gaan. ‘Dus beginnen we met z’n allen dure achterpoortjes te nemen’, schrijft Knack-redactrice Ann Peuteman in haar wekelijkse column De Zoetzure Dinsdag. ‘Maar zo wordt de situatie nóg erger.’
Vorige week brak een stukje van een van mijn kiezen af. Dus belde ik naar mijn vaste tandarts. Met mijn agenda in de aanslag vroeg ik wanneer ik kon langskomen. ‘Op 21 augustus’, antwoordde de secretaresse. Eerst dacht ik nog dat ik het niet goed had gehoord. Maar ze zei het echt: ten vroegste over drie maanden kan die kies worden hersteld. Of ik dan niet bij een andere tandarts in de praktijk terechtkon, vroeg ik nog. Maar dat zou nóg langer duren. Gelaten liet ik me dan maar op de wachtlijst zetten. Zegt iemand een afspraak af, dan zullen ze mij bellen. Nadat ze de tientallen mensen die voor me op de wachtlijst staan hebben gecontacteerd.
De voorbije paar jaar heb ik al ervaren dat de wachttijden bij sommige specialisten enorm oplopen, maar altijd weer vond ik een oplossing. Dan betaalde ik een stevig ereloonsupplement om sneller te kunnen worden geholpen, of ik reed een paar steden verder om op consultatie te gaan bij een dokter die wel tijd had. Maar dit keer is er geen alternatief. Zo goed als elke tandarts heeft een patiëntenstop afgekondigd of heeft toch ellenlange wachtlijsten. Niet alleen in de streek waar ik woon, maar in heel Vlaanderen.
Een vriend suggereerde dat ik naar een commerciële mondzorgpraktijk kon stappen. Zelf had hij dat ook gedaan. Na wel tien vergeefse telefoontjes naar ‘gewone’ tandartsen in zijn buurt, was hij terechtgekomen bij een praktijk die niet-terugbetaalde esthetische behandelingen aanbiedt. Daar waren ze bereid om hem binnen de week van zijn tandpijn af te helpen. Kostprijs: meer dan 400 euro. Uit principe begin ik daar niet aan. Ik heb in de loop der jaren al heel wat aan de sociale zekerheid bijgedragen en daar wil ik graag degelijke, terugbetaalde basistandzorg voor terug. Bovendien zijn dat soort winstgevende privépraktijken deel van het probleem, want ze vergroten het tekort in de reguliere tandzorg nog. En aangezien ik voorlopig geen pijn heb, kan ik het me ook veroorloven om principieel te zijn. Maar wat als de tand straks verder afbrokkelt? Om te beginnen is de kans groot dat ik dan wél pijn krijg. Bovendien zullen de uiteindelijke herstellingswerkzaamheden in dat geval niet alleen ingrijpender maar ook veel duurder worden. Zowel voor mij als voor de ziekteverzekering.
In mijn vriendenkring hebben we het de laatste tijd wel vaker over tandzorg. Een vriendin, die begin vorig jaar van Limburg naar Antwerpen is verhuisd, zoekt nog altijd naar een vaste tandarts voor haarzelf en haar twee kinderen. Bij tandpijn rijdt ze noodgedwongen helemaal naar haar oude woonplaats. 200 kilometer heen en terug. Een andere vriendin krijgt nu minder terugbetaald doordat ze niet binnen het jaar bij de tandarts op controle is gegaan. Dat wou ze wel, maar ze moest vijf maanden op een afspraak wachten. Zij is lang niet de enige.
Nu verdienen zowel mijn vrienden als ikzelf genoeg om – als de nood het hoogst is – wat meer in ons gebit te investeren. Net zoals we ons een aanvullende tandverzekering kunnen veroorloven of voor een implantaat kunnen sparen. Maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen. Wie het niet breed heeft, kan doorgaans niet helemaal naar de andere kant van Vlaanderen rijden voor een tandartsbezoek. Laat staan dat hij een paar honderd euro extra zou kunnen betalen om toch maar binnen een redelijke termijn geholpen te worden. We stevenen dus niet op een (tand)zorg op twee snelheden af, het is vandaag al zover: heel wat mensen kunnen zich in de praktijk geen tandartsafspraak meer veroorloven.
Blijft die situatie voortduren, dan zal dat op den duur aan hun gebit te zien zijn. En dat is niet zonder gevolgen. Niet alleen kunnen slecht onderhouden tanden voor een heleboel gezondheidsproblemen zorgen, ze hebben ook grote impact op je zelfbeeld en zelfs op je kansen op de arbeidsmarkt.
Door met z’n allen (dure) achterpoortjes te gebruiken, werken we dus mee aan een systeem waarbij alleen wie een degelijk loon heeft snel goede tandzorg kan krijgen. Daarom probeer ik – helemaal tegen mijn aard in – zo geduldig mogelijk mijn beurt af te wachten. Nu nog een manier vinden om niet om de twintig seconden met mijn tong over de scherpe randen van die afgebroken kies te schuren, en die drie maanden zijn zo voorbij.
Bron: Knack