Hoe ga je om met oorlogsangst? ‘Mijn gepieker heeft me mijn relatie gekost’

Wat ooit als een complottheorie werd afgedaan, voelt nu als een bijna-realiteit die velen in zijn greep houdt: de angst voor een nieuwe oorlog hangt als een donkere wolk boven ons hoofd. Maar wat veroorzaakt die groeiende onrust? En belangrijker nog, hoe leer je ermee omgaan? 

Trigger warning: Dit stuk gaat over angst en mentale gezondheid. Worstel je met angst of piekergedachten? Of heb je vragen? Contacteer Tele-Onthaal via hun website of bel het nummer ‘106’.

ijn angst voor de oorlog heeft mijn leven verwoest.’ Aan het woord is Nora1 , een 35-jarige geschiedenislerares. ‘Het zaadje was geplant tijdens de pandemie: plotseling was alles wat ik als vanzelfsprekend beschouwde, overhoop gegooid. De wereld voelde als een gevangenis.’ Ondanks de uitdagende overstap naar digitaal lesgeven bood haar werk als geschiedenislerares enige houvast. ‘Ik vind het geweldig om mijn kennis over het verleden aan mijn leerlingen over te dragen. Al was het toen erg moeilijk om te negeren wat er in het heden gebeurde, zeker omdat mijn leerlingen me veel vragen stelden. Ik piekerde veel over de toekomst, maar voelde me nog niet hopeloos.’

Toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, kon Nora steeds minder goed relativeren. ‘Ik begon me af te vragen of dit slechts het begin was van iets veel ergers.’ Die zorg bleef constant in haar achterhoofd hangen. ‘Anderen deelden dezelfde bezorgdheden, maar bij mij leek het gevoel intenser. Angst was mijn metgezel. Slapeloze nachten, paniekaanvallen… het werd een dagelijkse strijd. En toch kon ik het nieuws niet negeren. Toen ik het voorbije halfjaar zag wat er ook nog eens in Palestina en Israël gebeurde, was dat de druppel,’ vertelt ze.

‘Misschien was het een opeenstapeling van alles wat ik de laatste tijd voelde, of misschien was ik al angstig en heeft dit me over de rand geduwd: maar ik kreeg een totale mentale ineenstorting. Ik ben constant bang dat een derde wereldoorlog nabij is. Niet echt handig als je les geeft aan leerlingen die regelmatig vragen stellen over de toestanden in Palestina, Oekraïne en Congo. Ik kon niet meer doen alsof alles goed ging, en deed niets anders meer dan piekeren. Het werd zo ernstig dat ik een tijdje uitviel en niet meer mijn huis wilde verlaten.’

Nora’s worsteling met angst en bezorgdheid is geen geïsoleerd incident. Uit recente inzichten van Tele-Onthaal blijkt dat mensen in ons land regelmatig kampen met angst voor de mogelijkheid van een derde wereldoorlog, of met zorgen over de toekomst van kinderen en kleinkinderen in een wereld met meervoudige crises. Ook online is die angst voelbaar. Toen Sesamstraat-figuur Elmo op X (het vroegere Twitter) vroeg hoe het met iedereen ging, kreeg hij duizenden reacties. Wat bleek? Er heerst veel angst voor de toestand van de wereld.

Ver-van-mijn-bedshow

Angst hoeft niet noodzakelijk negatief te zijn. ‘Het kan ons juist aanzetten tot actie en ons morele kompas kalibreren’, vertelt Bram Vervluit, hoofddocent psychologie aan de KU Leuven en auteur van het boek ‘Waarom we bang zijn’. ‘Het wijst op wat we belangrijk vinden en waar we ons voor willen inzetten, zoals bijvoorbeeld in het geval van klimaatverandering. Wanneer een probleem ver weg lijkt, kan dat ook angstgevoelens opbrengen, maar het lijkt dan minder urgent.’

Vervliet legt uit dat angst in drie categorieën valt. ‘Als de dreiging ver weg is, ervaren we technisch gezien “angst”. Hoewel er misschien geen direct gevaar dreigt, voelen we ons toch ongemakkelijk en blijven we alert, bijvoorbeeld door het nieuws te volgen om te zien of er iets gevaarlijks gebeurt.’

Wanneer de dreiging dichterbij komt, zoals bijvoorbeeld bij de inval van Oekraïne, spreken we technisch gezien van “vrees”. ‘Op dat moment richten we al onze aandacht op één specifiek gevaar, maar het blijft nog net buiten ons directe gezichtsveld. We moeten ons richten op het ene grote gevaar dat voor ons staat’, zegt Vervliet. De laatste fase wordt paniek genoemd. ‘Dit gebeurt wanneer we al in het gevaar zitten, zoals in een levensbedreigende situatie, bijvoorbeeld wanneer soldaten je stad binnenkomen. Technisch gezien schommelen veel mensen nu tussen angst en vrees.’

Angst kan extreem intens en plotseling zijn, maar het is ook erg vluchtig. ‘Onderzoeksinstituut Ipsos voert maandelijks wereldwijd onderzoek uit naar de angsten die mensen ervaren. Die fluctueren voortdurend, afhankelijk van wat op dat moment het meest op de voorgrond staat. In 2019 was dat klimaatverandering, in 2020 was dat corona, en in 2023 was dat een energiecrisis. Momenteel zal dat waarschijnlijk geopolitiek zijn’, klinkt het.

Eb en vloed

De vluchtigheid van angst is eigenlijk een positief teken, benadrukt crisispsycholoog Erik De Soir. ‘Dat toont aan hoe adaptief mensen zijn, vooral in crisissituaties. Na de angstaanjagende aanslagen in Brussel op 22 maart 2016, heerste er een golf van paniek en paranoia over IS en de jihad. Mensen vermeden de metro en zelfs kinderen waren angstig.’ In samenwerking met zijn partner, rouwtherapeut Lies Scaut, werden ze overspoeld met vragen van scholen over hoe ze kinderen door deze donkere periode konden loodsen. Dit resulteerde in het boekje ‘Moet ik nu bang zijn!? Kinderen begeleiden in tijden van angst en terreur’. 

Hoewel de boeken aanvankelijk als warme broodjes over de toonbank gingen, verdween de publicatie geleidelijk uit de schijnwerpers. Tot 2022. Toen brak plotseling de oorlog uit tussen Rusland en Oekraïne. ‘De angst voor een nabij conflict groeide razendsnel in ons land. Scholen worstelden opnieuw met de vraag hoe ze kinderen moesten uitleggen wat een kernbom of een wereldoorlog was.’ De Soir en Schaut, gedreven door de opkomende dreiging, brachten meteen een geactualiseerde versie van hun boekje uit: ‘Bang van de oorlog’. Maar zoals eerder, ebde de angst al snel weg. ‘Mensen passen zich snel aan aan veranderende omstandigheden en raken gewend aan de dreiging, zolang ze niet onmiddellijk geconfronteerd worden met de harde realiteit van oorlog die hun kant op komt.’

Attention please!

We worden voortdurend overspoeld door een onophoudelijke stroom van (verontrustende) informatie, legt psycholoog Bram Vervliet uit. ‘NGO’s, politieke partijen, bedrijven en individuen vechten allemaal om onze aandacht op sociale media’, voegt hij eraan toe. ‘Hoewel dit geen nieuw fenomeen is, hebben sociale media en reguliere kanalen het alleen maar verergerd. Berichten en beelden kunnen razendsnel viraal gaan, waardoor de urgentie van verschillende kwesties tegelijkertijd wordt benadrukt.’

Mensen worden overweldigd door een cascade van conflicten: geopolitieke spanningen, smeltende ijskappen, aardbevingen, anti-LGBT-wetten, anti-abortuspropaganda, racisme, migratie, inflatie, armoede… En als klap op de vuurpijl zien we steeds vaker het gebruik van de term ‘Derde Wereldoorlog’ in het discours van prominente mediabronnen zoals VRT, HLN, De Standaard en zelfs organisaties zoals de NAVO. Dit draagt bij aan een groeiende angst en massahysterie.

Zo merkte The Guardian dat de interesse in ‘doomsday-prepping’ gestaag stijgt: mensen kopen steeds vaker survivalkits om zich voor te bereiden op noodsituaties. Vorig jaar gaven Amerikanen alleen al 11 miljard dollar uit aan zo’n kits. Grote multinationals zoals Amazon en eBay spelen hier zelfs op in door speciale categorieën voor preppers aan te bieden.

Filterloos en persoonlijk

Wat ons ook raakt, is het soort inhoud dat we zien. Waar oorlogsbeelden vroeger zwaar gefilterd en gecensureerd werden op traditionele media, is dat filter volledig verdwenen op sociale media. Zo circuleren er heel wat bloederige, expliciete beelden op Instagram en TikTok. ‘Blootstelling aan dergelijke gruwelijke beelden kan niet anders dan ons mentale welzijn beïnvloeden’, merkt Vervliet op.

De verhalen raken ons bovendien persoonlijk. Neem bijvoorbeeld de journalisten Motaz Azaiza en Bisan Owda, die hun reis als ontheemde Palestijnen op Instagram en TikTok delen als een soort dagboek. ‘Als je zulke persoonlijke verhalen op sociale media ziet, kun je de gebeurtenissen bijna vanuit een eerstepersoonsperspectief ervaren. Dat kan een diepgaande impact hebben, tegenover wanneer je het bekijkt of leest vanuit een afstandelijk standpunt’, vertelt Vervliet. 

Dit komt doordat mensen van nature verhalenvertellers zijn. ‘Verhalen hebben de kracht om langer in ons geheugen te blijven hangen dan droge feiten. Daarom kunnen verhalen – die worden verteld met behulp van beelden – ons diep raken en ons perspectief op de wereld veranderen.’

Wake-up call

Op welk punt moeten we erkennen dat onze bezorgdheid over de wereld een ongezonde tol begint te eisen? Voor Nora was die grens duidelijk overschreden. ‘Het heeft me mijn relatie gekost’, zegt ze. ‘Naarmate de wereld om ons heen chaotischer werd, vertaalde zich dat ook naar ons. Mijn ex-partner, van nature optimistisch, begreep mijn angst niet. Onze eens zo stabiele relatie begon scheuren te vertonen. Ik was constant op zoek naar geruststelling en vergat hem daarbij.’ Hun ruzies werden frequenter. ‘Op een gegeven moment had mijn ex-partner er genoeg van. De emotionele tol van mijn angst en de groeiende afstand tussen ons leidden tot het pijnlijke besluit om uit elkaar te gaan.’

Dat was voor haar een wake-up call. ‘Ik zocht hulp en kreeg de diagnose gegeneraliseerde angststoornis. Ik zoek nu begeleiding bij een therapeut en ben begonnen met antidepressiva. Daarnaast heb ik mijn sociale media gedeactiveerd om niet meer overweldigd te raken en beperk mijn blootstelling aan het nieuws. Sommige dagen voelt het nog steeds alsof ik nauwelijks mijn hoofd boven water kan houden; de angst blijft altijd wel in mijn achterhoofd hangen. Maar ik denk dat ik mijn eigen copingmechanismen heb gevonden.’

Nora is ook weer begonnen met lesgeven. ‘Ik zie mijn rol als leerkracht nu anders. Het is geen last, maar mijn levenslijn. Ik zie het als mijn missie om hen door deze turbulente tijden te leiden en samen hoopvol naar de toekomst te kijken.’

Gezonde copingmechanismen

Als het gaat om copingmechanismen, bestaat er niet echt een ‘one size fits all’-oplossing. Je kunt online heel wat standaardadvies vinden – beweging, zonlicht, meditatie en zelfzorg – maar dat werkt niet voor iedereen. Ontdek hieronder enkele tips van experts.


Volgens de Oostenrijkse sociale media onderzoeker Kathrin Karsay, van de Universiteit van Wenen, is het hoe dan ook een goed idee om minder op je gsm te zitten. ‘Het wordt vaak gezegd en het is vanzelfsprekend, maar het kan echt helpen om minder tijd door te brengen op sociale media. Probeer zeker ’s avonds voor het slapen en ’s ochtends na het opstaan je smartphone te vermijden. Mensen zijn dan vatbaarder voor negatief denken. Ik beperk mezelf bijvoorbeeld tot slechts 15 minuten per dag op TikTok’, zegt ze.

‘Voor apps zoals TikTok moet je in het achterhoofd houden dat het voornamelijk een entertainment-app is. Het is dus niet bedoeld om in contact te blijven met je vrienden. Als je graag wil ontspannen is het goed om dat op andere manieren te doen. Naar buiten en je omgeving herontdekken is bijvoorbeeld geen slecht idee als je je overweldigd voelt.

Een andere manier om met angst en stress om te gaan is door je veerkracht te vergroten. Dat onder andere doen door je nervus vagus – de zenuw tussen je brein en lichaam – te trainen. Volgens Marie-Anne Vanderhasselt, hoofddocent aan de UGent ligt het geheim voor een gezond mentaal welzijn in je nervus vagus. ‘De activiteit in je nervus vagus kan toenemen en afnemen. Als het toeneemt, kan je lichaam zich sneller ontspannen en word je stressbestendiger. Als de functionaliteit van je nervus vagus vertraagt, voel je de gevolgen ook op je mentaal welzijn. Het is dus belangrijk om je nervus vagus te optimaliseren zodat je zowel fysiek als mentaal veerkrachtig en stressbestendig wordt.’ Hoe je dat precies doet, lees je in dit stuk.

Ook Tele-Onthaal benadrukt het belang van een gebalanceerde nieuws- en mediaconsumptie en biedt een luisterend oor aan mensen die hun angst willen delen. Ze creëren een veilige ruimte waar individuen zonder oordeel hun zorgen kunnen uiten en advies kunnen krijgen over het omgaan met angst en machteloosheid. Door empathie en luisteren te benadrukken, onderstreept Tele-Onthaal het belang van psychologische ondersteuning tijdens onzekere tijden.

Benieuwd naar nog meer tips om te kunnen relativeren? Lees dan zeker ook dit stuk: ‘Alles gaat slecht’: waarom verlangen we terug naar de tijd voor de pandemie?

1 Nora is een schuilnaam

Brob: Knack

Onze welvaart wordt bedreigd door een blok van N-VA en Vlaams Belang

Het is mogelijk: de veiligheid én de koopkracht beschermen. Dat was zaterdag de boodschap van Vooruit-voorzitter Melissa Depraetere op het inhoudelijke congres van de partij in aanloop naar de verkiezingen. Ze haalde uit naar ‘een blok van rechts en extreemrechts, van N-VA en Vlaams Belang’.

Veiligheid en Defensie zullen de komende maanden, naast migratie, belangrijke thema’s worden in de verkiezingscampagne. Vooruit is niet bepaald de partij die zich graag op die onderwerpen profileert, maar Depraetere is er ook niet vies van. Al mag het volgens haar in geen geval wegen op de sociale uitgaven, zoals onder meer N-VA voorstelt. 

Vooruit wil de koopkracht laten toenemen, in tijden waarin de uitgaven voor Defensie gevoelig omhoog zullen moeten gaan. Dat wil de partij doen door ‘de marktmacht van de grote bedrijven te breken’. Depraetere wil een hele reeks regels opleggen aan de grote bedrijven om hen te verplichten altijd het voordeligste tarief aan te bieden. Ze kijkt daarvoor naar banken, verzekeraars, energieleveranciers en telecombedrijven. Ze wil een minimale spaarrente, een verlengde garantietermijn en strenge regels voor de notarissen, zoals ze enkele weken geleden al opperde bij de voorstelling van het partijprogramma rond huisvesting. ‘Als we er zo in slagen de marktmacht van die grote bedrijven te breken, zal 3,4 miljard euro per jaar terugvloeien naar de mensen’, zei Depraetere zaterdag bij het slot van het congres. ‘Dat is 1.200 euro per jaar, per gezin. En dat kost dus niemand iets, behalve die machtige spelers met hun megawinsten. Je ziet, het kan wel, uw veiligheid én uw koopkracht beschermen.’

Depraetere plaatste haar boodschap expliciet tegenover twee partijen: Vlaams Belang en N-VA. ‘Onze welvaart wordt bedreigd door een blok van rechts en extreemrechts, van N-VA en Vlaams Belang. Een rechts blok dat vooral bezig is met Vlaamse meerderheden, confederalisme en de splitsing van ons land.’

Het congres werd zaterdag nochtans ietwat overschaduwd door de peiling van de VRT en De Standaard, die Vooruit op 13,7 procent inschatte. ‘Dat prikt een beetje’, was te horen bij verschillende parlementsleden. Maar de echte reality check was natuurlijk de monsterscore van Vlaams Belang. ‘Dat is dramatisch’, zei Vlaams fractieleider Hannelore Goeman. ‘Het maakt ons dubbel gemotiveerd om het over de inhoud te laten gaan.’

Dat was ook de mening van Depraetere. ‘Ik snap de frustratie van de mensen die voor Vlaams Belang kiezen’, zei ze. ‘Maar de oplossingen gaan niet uit die hoek komen, dus moeten wij die aandragen.’

Met Conner Rousseau als voorzitter neigde de partij naar 17 procent van de stemmen, maar de Oost-Vlaming bleef ook zaterdag afwezig. ‘Ik denk persoonlijk dat hij beter niet opkomt als lijstduwer, maar ik besef dat we zijn procenten kunnen gebruiken’, zei een parlementslid off the record.  ‘Ik zou persoonlijk graag hebben dat hij terugkomt, maar ik denk dat we het ook zonder hem kunnen waarmaken’, zei de voorzitter. Rousseau heeft tot tot 13 april de tijd gekregen om zijn keuze te maken.

Bron: knack

‘Strijd tegen seksueel geweld moet dringend hoger op de agenda’

Melodie Geurts van de Vrijdaggroep staat stil bij de cijfers over seksueel geweld in ons land. Ze ziet twee elementen die dringend moeten worden aangepakt als we het probleem ernstig willen nemen.

De cijfers zijn verontrustend: naar schatting 48% van de Belgen is al het slachtoffer geweest van een vorm van seksuele agressie. Een groot aantal slachtoffers van seksueel geweld doet echter geen aangifte, zodat maar liefst minder dan 10% van de gevallen wordt gemeld. In 2020 meldt Amnesty International dat in België een verbluffende 53% van de verkrachtingszaken wordt geseponeerd. Danièle Zucker, een expert op het gebied van crimineel gedragsonderzoek, met een specifieke focus op verkrachters, rapporteert dat slechts 1% van de daders werkelijk wordt veroordeeld.

Verder verklaart ze dat in België slachtoffers wel worden aangemoedigd om aangifte te doen, maar dat de veroordelingen achterblijven. Dit is verontrustend, aangezien het aanmoedigen van slachtoffers om aangifte te doen zonder adequate juridische vervolging een negatief signaal uitstuurt naar de samenleving. Het is dus essentieel om de mentaliteit op dat vlak te veranderen.

Zucker wijst terecht op deze tegenstrijdigheid: het bewustzijn over seksuele agressie begint pas recent toe te nemen, en tegelijk stuiten campagnes om aangifte te doen op problemen bij justitie die ook in andere domeinen opspelen, namelijk dat er niet altijd voldoende tijd en middelen beschikbaar zijn. Al deze zaken samen, laten zien dat onmiddellijke en ingrijpende hervormingen in het rechtssysteem noodzakelijk zijn.

Twee kritieke hindernissen moeten dringend worden aangepakt. In de eerste plaats vormt de frequente seponering van aangiftes van seksueel geweld. Daarnaast kijgen zij krijgen nog te vaak te maken met emotieloze en ongepaste ondervragingen, en daar bovenop verlengen langdurige procedures (tot wel 5 jaar!) het trauma van slachtoffers. Die combinatie leidt tot een zogenoemde dubbele bestraffing van slachtoffers. Dit kan ontmoedigend werken voor wie aangifte moet doen.

Dit kan enkel aangepakt worden met doelgerichte hervormingen. In de eerste plaats moeten de buitengewoon lange procedures verkort worden, en moet de samenwerking tussen de verschillende justitiële autoriteiten versterkt worden. Dat is iets wat vandaag nog te vaak ontbreekt, en de kwaliteit en snelheid van procedures belemmert.

Ten tweede is het cruciaal om verplichte opleidingen voor justitiële autoriteiten te intensiveren. Dat geldt dan zowel voor politieagenten, openbare aanklagers, magistraten, onderzoeksrechters en correctionele rechters. Helaas worden deze verplichte opleidingen vandaag nog vaak verwaarloosd, ook die voor psychologische experts, die de beoordelingen van daders of slachtoffers op een ongepaste manier kunnen beïnvloeden en zo een extra emotionele last voor de slachtoffers creëren.

De behandeling van seksueel geweld en de ondersteuning van slachtoffers vereisen een specifieke aanpak. Het omgaan met de emotionele reacties die gepaard gaan met dergelijke aanvallen, zoals schaamte, angst en verstarring, kan door die opleidingen aanzienlijk verbeterd worden.

Door te leren van best practices en trainingen uit andere landen, kan België meer gaan inzetten op gespecialiseerde gerechtelijke procedures, onafhankelijke meldingsmechanismen instellen en effectieve voorlichtingscampagnes.

Het leidt geen twijfel dat we in België dringend werk moeten maken van een hervorming van ons rechtsstelsel als het gaat over seksueel geweld. Die verandering moet vooral oog hebben voor ondersteuning voor de slachtoffers, een duidelijk signaal sturen dat seksueel geweld niet langer getolereerd zal worden in de Belgische samenleving, en dat onze slachtoffers niet langer in de kou zullen blijven staan.

Melodie Geurts is oprichter van Educonsent, een non-profitorganisatie die bij jongeren werk wil maken van een cultuur van consent. Ze is lid van de Vrijdaggroep.

Bron: knack

Meer schooluitval na afschaffing stelsel Leren en Werken: “Sta je daar nu van te kijken?”

Uit cijfers van het Vlaams ministerie voor Onderwijs blijkt dat het aantal vroegtijdige schoolverlaters sterk stijgt. In het beroepsonderwijs verlaat zelfs 60 procent van de leerlingen de school zonder het getuigschrift te behalen.

Eén van de oorzaken is een recente hervorming van het stelsel ‘leren en werken’. Leerlingen vanaf 16 jaar konden ervoor kiezen om een deeltijdse baan te zoeken, en daarnaast nog enkele dagen per week naar school te gaan. Het was een manier van schoollopen die vooral gericht was op leerlingen die na negatieve ervaringen schoolmoe geworden waren. Het systeem zorgde voor een klein inkomen voor de leerlingen, en in de schooluren werd de nadruk gelegd op enkele basisvaardigheden.

Dat stelsel is afgebouwd, en in de plaats kwam het systeem van duaal leren. Daarbij volgen leerlingen les in een technische of beroepsschool, maar lopen ze daarnaast stage in een bedrijf. Het systeem is erg succesvol in een aantal Europese landen zoals Duitsland. Het heeft als voordeel dat de leerlingen hun beroep leren met het modernste materiaal, dat een school niet zomaar kan betalen, en dat de bedrijven hun toekomstige werkkrachten al jong leren kennen en mee opleiden.

Dirk Kops was jarenlang directeur van het Centrum voor Leren en Werken in Mechelen. Hij kent het soort leerlingen dat voor het stelsel leren en werken koos erg goed. Hij is niet verbaasd.

“Verschiet je daar nu van? Ik vraag me af waar al die leerlingen terecht zijn gekomen die wij vroeger opvingen, en een tweede en derde kans aan gaven.”

“In Centra voor Deeltijds Onderwijs behaalde ongeveer 50 procent van de leerlingen een diploma. De rest haakte alsnog af. In grote steden was dat wat hoger, en je kon dat aantal lager krijgen als je de luxe had om met kleine groepjes te werken en de leerlingen individueel te begeleiden. Je kan dat duur of inefficiënt vinden. Maar nu worden de leerlingen niet meer opgevangen, en vind je ze allemaal in de cijfers over vroegtijdig schoolverlaten terug.”

“Voor de leerlingen die bij ons afstudeerden is er wel degelijk een arbeidsmarkt. Denk aan opleidingen voor de bouwsector. De opleidingen in het Deeltijds Onderwijs zijn weggevallen, maar de vraag naar bijvoorbeeld schilders natuurlijk niet. Dus nu valt de sector nog meer terug op buitenlandse werkkrachten. In Roemenië studeren de jongeren die in de bouw willen werken jonger af, en ze zijn zeer bekwaam.”

“Duaal leren leek ons nog niet zo slecht, zeker voor de zevendejaars. De beroepen zijn te complex geworden voor een Centrum voor Leren en Werken of voor het voltijds beroepsonderwijs. Denk maar aan de opleiding sanitair. Vandaag is dat een zware opleiding, met elektronica, en ook veel algemene vorming. De leerlingen leren ook een tweede en derde taal erbij, en hebben veel wetenschappen. Jongeren die al een afkeer van onderwijs hebben kunnen daar weinig gaan uitrichten.”

“Wij werkten ook met kinderen die thuis geen Nederlands spreken, met nieuwkomers, die worden nu niet meer opgevangen. Dat worden nu mensen zonder scholing, zonder diploma en zonder werk. Heel triest allemaal.”

Bron: dewereldmorgen.be

Zo snel verhardt Vlaanderen: gemiddeld 50.000 m² per dag

Elk jaar komt er evenveel verharding bij als op het volledige grondgebied van een stad als Mechelen. In totaal kwam er tussen 2013 en 2021 maar liefst 15.000 hectare verharding bij, of gemiddeld meer dan vijf hectare per dag. Dat zijn de harde cijfers uit het Betonrapport 2024 van Breekijzer en Natuurpunt.

Op basis van de laatst beschikbare cijfers en in samenwerking met HOGENT brachten ze de toestand en snelheid van verharding tot op gemeentelijk niveau in kaart. Om de doelstellingen van de betonstop te halen moet tot 2050 per Vlaming jaarlijks 1m² netto worden onthard. Die ambitie is realistisch, maar vergt de onmiddellijke uitrol van een langdurige inspanning met duidelijke afspraken tussen Vlaanderen en lokale besturen.

De Betonstop

De Vlaamse regering kondigde reeds in 2016 een onthardingspolitiek aan op twee sporen: in harde bestemmingen, zoals woon- en industriegebieden mag er netto geen verharding meer bij, en in zachte bestemmingen als landbouw- en natuurgebieden dient er tegen 2050 netto twintig procent te worden onthard. Beide doelen vertrekken van de verhardingssituatie in 2015 en zijn een belangrijk onderdeel van de Betonstop of Bouwshift. Maar uit het Betonrapport blijkt echter in geen van beide bestemmingen beterschap.

“Van de 5 hectare verharding die dagelijks wordt gemeten, belandt 4 ha in harde bestemming en 1 ha in zachte bestemming. Maar liefst 28 gemeenten verhardden zelfs meer in de open ruimte dan in woon- of industriegebied”, duidt Frederik Mollen, expert ruimte bij Natuurpunt. “Dat maakt dat de onthardingsopgave in deze zachte bestemmingen verder aantikt, en dat in de toekomst ook in harde bestemmingen netto onthard moet worden in plaats van dat enkel een verhardingsneutraliteit bewaakt moet worden. Anders dreigt de betonstop, een betonflop te worden”, gaat Anton Christiaens, coördinator van Breekijzer, verder. Sinds de aankondiging van de Betonstop in 2016 gaat het al over een verdubbeling van de totale opgave: van pakweg 10.000 naar 20.000 ha netto te ontharden.

1 m² per Vlaming per jaar tot 2050

20.000 ha netto ontharden komt neer op een onthardingsinspanning van 1 m² per Vlaming per jaar, en dit vol te houden tot 2050. Maar in de realiteit zien we een andere beweging. “Tussen 2013 en 2021 nam de verharding per Vlaming jaarlijks toe met iets meer dan 1 m²”, geeft Mollen aan. Van een zuiniger ruimtegebruik is dus nog steeds geen sprake. Het is belangrijk om snel verhardingsneutraal te worden, om vervolgens werk te maken van netto ontharding. “Deze ommezwaai zou heel eenvoudig kunnen, door een nieuwe vuistregel in te bouwen in het beleid: 1 m² verharden = elders 2 m² ontharden”, besluit Christiaens.

Dat deze omslag mogelijk is, bewijzen een aantal positieve trends. Zo toont het Betonrapport dat de verhardingssnelheid de laatste jaren gelukkig wat stagneert. Ook blijken 43 gemeenten er anno 2021 in geslaagd te zijn om netto te ontharden in landbouw- en natuurgebieden. Dat wil nog niet zeggen dat zij de eindmeet hebben bereikt, maar het zijn alvast positieve, inspirerende voorbeelden voor Vlaanderen en andere lokale besturen.

Tijd voor actie

In een periode dat er net veel te doen is rond grond- en bodemgebruik brengt het Betonrapport heldere cijfers over oprukkende verharding, ook in zachte bestemmingen. Landbouw en natuur zijn beide gebaat bij de betonstop, waarvan de uitrol veel te lang op zich laat wachten. Breekijzer en Natuurpunt lanceren het rapport niet toevallig in 2024: lokale en bovenlokale verkiezingen bieden een uitgelezen kans om de handen in elkaar te slaan en om de juiste acties uit te rollen. Het rapport en de fiches per gemeente bieden besturen daartoe alvast een concrete onthardingsopgave, en tal van goede voorbeelden en aanbevelingen.

Bron: dewereldmorgen.be