De prijs van wortelen is volgens Testaankoop op twee jaar tijd met 65% gestegen, terwijl fish sticks 21% duurder werden en diepvriesfrieten 64%. Het Belgische statistiekbureau geeft aan dat de prijs van alle voedingsmiddelen samen op twee jaar tijd met 24% gestegen is (Statbel, 2023). De oorlog in Oekraïne, droogtes en de energiecrisis speelden een rol. Maar die gebeurtenissen alleen kunnen de volledige prijsstijging niet verklaren. Bedrijven profiteerden van de algemene prijsstijgingen en konden uitzonderlijk hoge winsten maken. Dit artikel wil de winsten in de voedingssector onder de aandacht brengen. Voor wie zijn de prijsstijgingen aan de kassa geen probleem, maar eerder een meevaller?
Supermarkten
De supermarkten zijn de laatste schakel in de voedselketen. In 2022 werden ze geconfronteerd met stijgende productiekosten, waarna ze hun verkoopprijzen optrokken. Tegelijkertijd, of als gevolg daarvan, kochten de klanten kleinere hoeveelheden. Volgens Eurostat namen de verkochte hoeveelheden in de Belgische voedingshandel af met 7,5% in 2022. Konden de supermarkten in die omstandigheden hun winsten behouden door de prijsstijgingen, of konden ze hun winsten zelfs opdrijven?
Om daarop een antwoord te krijgen, moeten we de winsten van de supermarkten analyseren. Daarvoor nemen we hun jaarrekeningen onder de loep, die beschikbaar zijn bij de Nationale Bank. Figuur 1 toont die gegevens. Wat zien we? Het lijkt erop dat de supermarkten niet geprofiteerd hebben van de prijsstijgingen. Integendeel zelfs: in 2022 lag hun winst lager dan tijdens een normaal jaar.
Achter de gemiddelde daling van de winsten gaan echter tal van uiteenlopende situaties schuil. Eerst en vooral lijken de ‘Andere handelszaken’, dat wil zeggen de kleinere handelszaken, weinig impact te ondervinden. Figuur 1 laat zien dat hun winsten in 2022 hoger lagen dan tijdens de pre-coronaperiode. Kijken we naar de supermarkten, dan doen sommige het beter dan andere. Colruyt en Aldi presteren het best. Aan de andere kant vinden we Cora, Match en Mestdagh die tientallen miljoenen euro’s verlies maken. Merk op dat die drie bedrijven al jarenlang verlies lijden en dat hun situatie slechts beperkt terug te voeren is op de actualiteit.
Hoewel het erop lijkt dat de supermarkten niet geprofiteerd hebben van de inflatie in 2022, is het echter waarschijnlijk dat ze vanaf 2023 hun prijzen optrekken om zo opnieuw aan te knopen met de winsten van vóór de crisis. Zo kondigde de Colruyt-groep op 12 december 2023 aan dat zijn bedrijfsopbrengst op één jaar tijd van 108 miljoen tot 246 miljoen euro gestegen is (+128,1%). Voor de andere bedrijven moeten we nog minstens wachten tot juli 2024 vooraleer ze hun jaarrekening 2023 publiceren. We zullen dus misschien een vertraagd effect zien. We merken tot slot op dat figuur 1 de detailhandel betreft, d.w.z. de verkoop aan klanten. De (voedings)groothandel, d.w.z. de handel tussen bedrijven onderling, laat goede resultaten zien in 2021 en 2022, in het bijzonder omdat er meer geleverd werd aan de horeca.
Ondanks de grote onderlinge verschillen lijkt het erop dat de supermarkten geen profijt gehaald hebben uit de prijsstijgingen in 2022. Dat wil dus zeggen dat de supermarkten de hogere prijzen die ze zelf moeten betalen wel doorrekenen, maar dat de prijsstijgingen van elders komen. Laten we nog een keer de boekhoudkundige gegevens erbij nemen om te bepalen waar de prijsstijgingen hun oorsprong vinden. Tabel 1 geeft voor alle supermarkten de stijging van de inkomsten en de kosten weer per categorie tussen 2021 en 2022, na neutralisatie van de lagere verkoopvolumes. We zien welke categorieën het sterkst stijgen.
Tabel 1 laat zien dat de hogere verkoopprijzen aan de klanten in 2022 de supermarkten 2,3 miljard euro hebben opgeleverd. Met dat geld konden heel wat kostenstijgingen betaald worden. Meer bepaald diende meer dan driekwart van dat bedrag (1,9 miljard euro) om de hogere aankoopprijzen van de handelsgoederen te bekostigen. Dat zijn de producten die bij leveranciers gekocht worden en in de winkelrekken belanden. Daarnaast stegen de werkingskosten (energie, transport, huur, marketing …) met 349 miljoen euro en de personeelskosten met slechts 213 miljoen euro.
Als we willen begrijpen wie baat heeft gehad van de prijsstijgingen, moeten we dus teruggaan in de keten en de leveranciers aan de supermarkten nader bestuderen.
Voedingsnijverheid
De producten die we in de supermarkten vinden, zoals koekjes, lasagnes of voorverpakte salades, worden meestal aangeleverd door bedrijven die vallen onder de voedingsnijverheid. Het gaat dan om bekende merken zoals Danone, Unilever of Ferrero, of bij het brede publiek iets minder bekende merken zoals de gigant Greenyard (groenten en fruit), Clarebout (aardappelen) of de producent van bereide maaltijden What’s Cooking (Come a Casa). Hebben die bedrijven geprofiteerd van de prijsstijgingen?
Laten we opnieuw de boekhouding van de betrokken bedrijven erbij nemen. Figuur 2 geeft de bedrijfswinst weer van de Belgische bedrijven uit de voedingsnijverheid en maakt een opdeling volgens bedrijfsgrootte. De Belgische filialen van buitenlandse multinationals die in België produceren zitten in die cijfers vervat; de buitenlandse merken die rechtstreeks aan de supermarkten verkopen zonder in België te produceren niet. We zien in Figuur 2 dat de winst in de sector stijgt met 33,2% in 2022 (+662 miljoen euro) en zelfs met 78,2% (+618 miljoen euro) als we ons beperken tot de grootste bedrijven (200 werknemers en meer). De situatie is dus helemaal anders dan bij de voedingshandel.
Als we kijken naar de rentabiliteit t.o.v. het geïnvesteerde kapitaal, dan zien we een gelijkaardige tendens: de operationele rentabiliteit bedroeg 3,9% over de periode 2018-2021 (4,1% over de periode 2015-2021), tegenover 4,9% in 2022, wat een stijging betekent met 26%.
Kunnen we ervan uitgaan dat de hogere winsten te maken hebben met de hogere prijzen die we zien in de supermarkten? Ten eerste moeten we opmerken dat ongeveer de helft (46,5%) van de productie van de Belgische bedrijven uit de voedingsnijverheid geëxporteerd wordt, voornamelijk naar de buurlanden (CCE, 2023). We stippen ook aan dat de prijsstijgingen betrekking hebben op de gehele productie, ongeacht de bestemming ervan. Volgens Eurostat nam de afzetprijsindex van de Belgische bedrijven uit de voedingsnijverheid met 22% toe voor de binnenlandse markt en met 26% voor de export. Aangezien de uitgevoerde productie iets lager ligt dan de productie voor binnenlands gebruik, kunnen we besluiten dat bijna de helft van de extra winst van de voedingsnijverheid in het buitenland gerealiseerd wordt.
Vervolgens moeten we de hypothese kunnen uitsluiten die stelt dat de hoge winsten te maken hebben met productiestijgingen. De cijfers van Eurostat over de verkoopvolumes zijn in dat opzicht nuttig. Ze laten zien dat in 2021 de hoeveelheden verkocht door de Belgische voedingsnijverheid (C10) toenamen met 3,7% en de afzetprijzen met 6%. Voor 2022 laten de cijfers zien dat de verkochte hoeveelheden met slechts 0,4% toenamen voor een prijsstijging van 24%. Die cijfers doen vermoeden dat de extra winst in 2022 voornamelijk voortkomt uit een stijging van de prijzen, aangezien de productie nauwelijks schommelde.
Niet alle prijsstijgingen zorgen voor hogere winsten. Zoals ook het geval is voor de supermarkten, wordt een deel van de inkomsten uit prijsstijgingen gebruikt om hogere kosten op te vangen (van grondstoffen, energie enz.). In tegenstelling tot bij de supermarkten zijn de extra inkomsten in de voedingsnijverheid echter groter dan de extra kosten. Zo zien we in Figuur 2 dat de winst met 33,2% toeneemt. Op basis van voorgaande elementen is het dus aannemelijk om te stellen dat de Belgische voedingsindustrie haar prijzen gemiddeld genomen meer dan nodig heeft opgetrokken en dat ze profijt haalt uit de crisis.
Bedrijfswinst en winst na belastingen
De bedrijfswinst komt overeen met de winst die voortspruit uit de productieactiviteit van het bedrijf (handel, voedingsproductie …), d.w.z. de winst vóór het financiële resultaat en de belastingen op de winst. Het financiële resultaat komt overeen met de financiële verrichtingen van de bedrijven, zoals betaalde of ontvangen bankinteresten, winst en verlies door schommelingen in de wisselkoers, ontvangen dividenden enz.
Om hun winst na belasting te bekomen, moeten de bedrijven dus het financiële resultaat in rekening brengen, net als de belasting op de winst. Wanneer we het financiële resultaat in 2022 van de bedrijven uit de voedingsnijverheid samenvoegen, dan komen we op een positief financieel resultaat van 503 miljoen euro (tegen 258 miljoen in 2021), wat de winst vóór belastingen van de sector van 2,66 naar 3,16 miljard uro tilt. Wanneer we op deze manier de financiële resultaten op sectorniveau samenvoegen, geven we echter heel veel gewicht aan de internationale financiële activiteiten van sommige holdings, in vergelijking met de financieringsactiviteiten van de meeste voedingsbedrijven. Bovendien kunnen er dubbeltellingen zijn, met name van dividenden. Zonder in detail te treden, blijkt daaruit dat het geaggregeerde financieel resultaat geen voldoende adequate maatstaf is om uitspraken te doen over de winsten.
Als we kijken naar de belastingen, dan hebben in 2022 de Belgische bedrijven uit de voedingsnijverheid 589 miljoen euro belastingen betaald op de winst (tegen 395 miljoen in 2021). Na toevoeging van het financiële resultaat en na betaling van belastingen bedraagt de geaggregeerde winst na belasting van de bedrijven uit de voedingsnijverheid dus 2,57 miljard euro in 2022, tegen 2,66 miljard bedrijfswinst. Maar door de methodologische problemen i.v.m. het financiële resultaat is het gepaster om de bedrijfswinst als indicator te gebruiken om zo de dynamieken binnen de sector op het vlak van winst te analyseren.
Als we de sector meer in detail bekijken, dan stellen we vast dat de hogere winsten geen fenomeen zijn dat geldt voor alle voedingsbedrijven. 46% van de bedrijven laten in 2022 meer winst optekenen dan in 2021, 35% realiseert in 2022 een winst die de helft hoger ligt dan in 2021. Figuur 2 doet bovendien veronderstellen dat dat fenomeen zich voornamelijk voordoet bij de grote bedrijven (200 werknemers en meer).
Zeven Belgische bedrijven met recordwinsten
We hebben gezien dat de winst van de Belgische voedingsbedrijven, en dan vooral van de grootste, sterk toeneemt. Zoomen we nog meer in op de best presterende bedrijven, dan zien we dat een handvol spelers uiterst hoge winststijgingen laat noteren. Tabel 2 toont zeven bedrijven die recordwinsten optekenden in 2022 of in 2022/2023 voor de bedrijven met gebroken boekjaar. We merken op dat de voorgestelde cijfers enkel betrekking hebben op de Belgische entiteiten van die bedrijven.
De bedrijfswinst van die zeven bedrijven samen verzesvoudigde in 2022 (de ratio is dezelfde voor de winst na belasting). Wat ze gemeenschappelijk hebben, is dat ze koplopers zijn binnen hun sector. Cargill is het grootste voedingsbedrijf ter wereld. Het is een van oorsprong Amerikaans bedrijf, gespecialiseerd in de toelevering van voedingsingrediënten en in de groothandel in grondstoffen. Er worden weinig voedingsmiddelen verkocht onder de merknaam Cargill, maar veel voedingsmiddelen bevatten wel ingrediënten van het bedrijf (bloem, vlees enz.). In België heeft het bedrijf meerdere sites waar zoetstoffen, zetmeel, ingrediënten die zorgen voor consistentie en textuur enz. geproduceerd worden, of die graanproducten en oliehoudende producten verkopen. Clarebout, Agristo en Lutosa zijn veruit de drie grootste Belgische bedrijven van aardappelen en frieten. Samen met twee kleinere concurrenten zijn ze goed voor negentig procent van het verwerkte volume in België (Antier et al., 2019). Tereos is een Belgische afdeling van een Franse multinational die dezelfde naam draagt en die de nummer 2 is van de suikerproductie wereldwijd. Het Belgische filiaal produceert zetmeel, glucose en ethanol. De Tiense Suikerraffinaderij is bekend om Tiense suiker, gemaakt van suikerbieten. Het bedrijf is een van de twee Belgische suikerfabrieken en is een filiaal van de Duitse groep Südzucker, het grootste suikerbedrijf ter wereld. Soubry is de grootste pastafabrikant van België en bevoorraadt veertig procent van de binnenlandse markt.
Bij al die bedrijven is de productiekost gestegen doordat de grondstoffen duurder geworden zijn. Maar de inkomsten namen nog meer toe, en het is dat verschil dat de winsten deed stijgen, zoals we kunnen zien in tabel 3.
Meer bepaald nemen de gecumuleerde bedrijfsinkomsten van die bedrijven toe met 5,1 miljard euro in 2022 (+40,2%), terwijl de bedrijfskosten slechts met 4,4 miljard euro toenemen (+34,8%). Het is dat verschil van 5,7 procentpunt dat een extra bedrijfswinst van 733 miljoen euro oplevert.
We merken op dat we ook hier moeten bekijken of de winsttoename komt door prijsstijgingen, doordat de verkochte volumes toenamen of door beide. In het geval van Agristo werden de cijfers openbaar gemaakt. Het bedrijf geeft aan dat zijn productie met 6,3% toenam in 2022. Aangezien de inkomsten uit de verkoop met 56,2% toenamen, wijst dat op een prijsstijging van ongeveer 50%, wat beduidend meer is dan nodig om de stijgende uitgaven te dekken. De Tiense Suikerraffinaderij meldde een productie van 630 000 ton suiker in 2022, wat volgens de directeur van het bedrijf overeenkomt ‘met een gemiddeld volume dat in lijn ligt met het volume van andere jaren’. De winsttoenames in 2021 en 2022 komen dus logischerwijs voort uit prijsstijgingen.
De andere bedrijven hebben geen cijfers gepubliceerd over hun volumes. Zonder inzage in die cijfers kunnen we niet uitmaken wat aan de basis ligt van de hogere winsten. We kunnen daarbij echter twee kanttekeningen maken. Ten eerste is het waarschijnlijk dat prijsstijgingen minstens gedeeltelijk een verklaring vormen voor de hogere winsten. Voor het tegenovergestelde zouden namelijk toegenomen verkopen nodig zijn, of grote, nooit geziene operationele wijzigingen die een dergelijke winstgroei op korte tijd kunnen verklaren. Ten tweede kunnen een aantal elementen wel indicaties geven over de evolutie van de volumes. Zo tonen sectorgegevens aan dat de Belgische productie van oliën (waarin Cargill deels actief is), zetmeelhoudende producten (Tereos) en suiker (Tiense Suikerraffinaderij) afnam in 2022 (CCE, 2023). De sectorcijfers laten daarentegen een productiestijging zien in de sector van de aardappelverwerking (Clarebout, Agristo en Lutosa). In tabel 2 zien we ook dat de werkgelegenheid (uitzendarbeid inbegrepen) stagneert of slechts licht toeneemt in het merendeel van de voornoemde bedrijven (behalve bij Agristo, waar de werkgelegenheid stijgt met 13,4%). Dat doet vermoeden dat er geen aanzienlijke productiestijgingen waren waarvoor meer werknemers nodig waren (maar dat sluit niet uit dat de productiecapaciteit beter benut werd of dat er nieuwe technologieën ingezet werden). Kortom, het is waarschijnlijk dat prijsstijgingen minstens gedeeltelijk de winststijgingen verklaren, al kunnen we dat bij gebrek aan gegevens over de volumes niet bewijzen.
Over het algemeen heeft de Belgische voedingsnijverheid dus van de situatie geprofiteerd om zijn gemiddelde winst met 33,2% op te drijven. Voor sommige bedrijven was dat zelfs nog veel meer. We merken op dat enkele andere Belgische voedingsreuzen, zoals What’s Cooking (Come a Casa), La Lorraine (industrieel brood), Greenyard (groenten en fruit voor supermarkten) of The Pork Group (vlees) niet terug te vinden zijn in Tabel 2. Of er al dan niet winststijgingen opgetekend worden, hangt af van de deelsector van de voedingsnijverheid, zoals brood, olie, groenten enz., en sommige van die sectoren hebben geen goed jaar achter de rug. Het is ook mogelijk dat bedrijven die geen uitzonderlijk hoge winsten maakten in 2022 er wel maakten in 2023, maar die boekhoudkundige gegevens zijn vaak nog niet beschikbaar. Het Belgisch-Zwitserse bedrijf Barry Callebaut, het grootste chocoladebedrijf ter wereld, heeft al cijfers gepubliceerd die de eerste acht maanden van 2023 omvatten. Het bedrijf laat een winststijging zien van 26%, terwijl de verkochte volumes met 1% afnamen. Het is waarschijnlijk dat andere bedrijven in deze situatie zitten in 2023: winsttoenames doordat de consumenten hogere prijzen betalen.
Internationale groothandelaars
Veel voedingsmiddelen die in België verkocht worden, worden elders geproduceerd. Bovendien komt een deel van de ingrediënten, ook voor de voedingsmiddelen die in België geproduceerd worden, uit het buitenland. De prijsstijgingen hebben dus een uitgesproken internationale dimensie. Het is niet eenvoudig om de evolutie van de voedingswinsten op internationaal niveau te analyseren, want de databases zijn minder volledig dan in België. Dit artikel zal zich bijgevolg beperken tot twee elementen m.b.t. de internationale dimensie van de prijsstijgingen.
Ten eerste dienen we aan te stippen dat de wereldmarkt van grondstoffen voor voedingsmiddelen gedomineerd wordt door vier grote spelers: Archer-Daniels-Midland (ADM), Bunge, Cargill en Louis Dreyfus. Op grond van hun initialen worden ze ook de ‘ABCD’ genoemd. Ze controleren tussen zeventig en negentig procent van de wereldmarkt voor granen en dus van de productiebasis voor brood, pasta en gebak (Clapp en Howard, 2023). Ze zijn ook erg actief in olie, suiker, koffie, maïs, en soja, net als in de voedingsnijverheid en -transport. Volgens de VN-Conferentie inzake Handel en Ontwikkeling (UNCTAD, 2023) en Hietland (2024) verdubbelde de winst van die ondernemingen in 2022 tot 13 miljard dollar. Met die stijging dragen ze dus bij aan de stijgende supermarktprijzen in 2022.
Andere multinationals zagen hun winst ook aanzienlijk stijgen. Het Amerikaanse Mondelez, dat o.a. de koekjes Lu en Oreo en Côte d’Or produceert, zag zijn winst na belasting tot 4 miljard dollar stijgen in september 2023. Dat is een stijging van 18% op één jaar tijd, terwijl de volumes toenamen met 2,4% en de prijzen stegen met 14,6%. Unilever, het bedrijf achter de Magnum-ijsjes, de soepjes van Knorr en de producten van Dove, zag zijn winst over de eerste jaarhelft van 2023 tot 3,9 miljard dollar stijgen. Dat komt overeen met een stijging van 20,7% tegenover dezelfde periode van een jaar eerder, terwijl de verkochte volumes min of meer stabiel bleven (-0,2%) en de prijzen toenamen met 9,4%. De fabrikanten van meststoffen zagen eveneens hun winsten toenemen, wat deels verantwoordelijk is voor de prijsstijgingen van grondstoffen (Van Huellen en Ferrando, 2024). Geïnteresseerde lezers kunnen zich wenden tot de teksten van Hayes en Jung (2023) of van Gelin (2023) voor andere voorbeelden.
We merken vervolgens op dat er recent heel veel gespeculeerd werd. Verschillende spelers anticipeerden op de stijgende voedselprijzen en kochten voedingsmiddelen aan om ze later aan een hogere prijs door te verkopen. Op die manier hebben ze de algemene prijsstijging nog verder opgedreven. Een consortium van journalisten heeft de schommelingen geanalyseerd van de Trend Index, die gepubliceerd wordt door de Franse commerciële bank Société Générale. Ze berekenden dat een groep van tien speculatiefondsen naar schatting 1,9 miljard dollar winst gemaakt heeft door graan, maïs en soja te verhandelen toen de voedselprijzen plots de hoogte in gingen bij de start van de oorlog in Oekraïne. Een jaar eerder hadden de tien fondsen tijdens dezelfde periode nog zware verliezen geleden op diezelfde grondstoffen voor voedingsmiddelen.
Over het algemeen is de speculatie op voedingsmiddelen de laatste tijd toegenomen. Azoulai et al. (2023) werpen op dat op de beurs van Parijs de graanaankopen door financiële spelers meer dan verdubbeld zijn tussen januari 2020 en september 2022. Op dat moment waren zeven op de tien kopers van termijncontracten van graan speculerende financiële ondernemingen. Midden 2023 was dat al bijna acht op tien (Van Huellen en Ferrando, 2024).
Speculanten in voedingsmiddelen zijn trouwens niet enkel financiële spelers, zoals banken of pensioenfondsen. Volgens de UNCTAD (2023) hebben grote voedingsbedrijven, met name de ‘ABCD’-bedrijven, het laatste decennium filialen opgericht die zich specifiek bezighouden met speculatie. Zij profiteren dus twee keer van de situatie. Enerzijds door de prijzen op te trekken van de verwerkte producten die ze verkopen. Anderzijds door te speculeren op de aan- en verkoop van voedingsmiddelen zonder onderworpen te zijn aan de regulering van de financiële sector.
De volgende figuur laat die twee fenomenen zien. De gele, groene en blauwe lijnen laten een stijging zien van het mediane operationele resultaat van de vijftien belangrijkste internationale groothandelaars in voeding in 2022 (EBITDA, bruto winst en operationele inkomsten). Die lijnen hebben dus betrekking op de verwerkings- of groothandelactiviteiten. De rode lijn laat dan weer de evolutie zien van de winst vóór belasting, die ook de puur financiële verrichtingen omvat. We zien dat door speculatie de winst vóór belasting meer toeneemt dan het operationeel resultaat. Volgens de UNCTAD weerspiegelt dat de disproportionele rol die de niet-operationele activiteiten (speculatie) spelen in het huidige tijdperk van superwinsten (UNCTAD, 2023).
Uiteindelijk hebben dus ook de speculanten, of ze nu behoren tot de financiële sector of tot de voedingssector, bijgedragen aan de prijsstijgingen en er profijt uit gehaald.
Besluit
Bovenstaande analyse toont aan dat er aanzienlijke winsten gemaakt werden in de voedingssector in 2021 en vooral in 2022. Het zijn niet de supermarkten die die winsten opstreken; de winsten werden gerealiseerd tijdens het transformatieproces (voedingsnijverheid), bij de handel in grondstoffen of door speculatie. Meer bepaald in België dreef de Belgische voedingsnijverheid zijn gemiddelde winst met 33,2% op tussen 2021 en 2022, voornamelijk via prijsstijgingen. De winstgroei bedraagt zelfs 78% voor de grote voedingsbedrijven (200 werknemers en meer). Anders gezegd: wanneer de consumenten hogere prijzen betalen, dan worden sommige bedrijven daar direct beter van en met hen ook hun eigenaars.
Een meer globale analyse toont aan dat veel internationale spelers eveneens profijt gehaald hebben uit de prijsstijgingen van voeding. Het gaat over grote voedselverwerkende bedrijven, maar ook over groothandelaars in voedingsmiddelen of over speculanten.
Welke aanbevelingen kunnen we doen voor de politiek? UNCTAD (2023) stelt voor om speculatie op voedingsproducten meer te reglementeren en reikt een aantal pistes aan om de transparantie te bevorderen of om sommige praktijken in te dammen. De Belgische staat, die momenteel op zoek is naar geld, zou ook de uitzonderlijke winsten die gemaakt werden meer kunnen belasten. Dat was trouwens in zekere zin al het geval voor de energie- en de banksector.
[1] In de figuur vinden we alle bedrijven terug die bij Belfirst vermeld staan onder NACE-code 4711: Detailhandel in niet-gespecialiseerde winkels waarbij voedingsmiddelen overheersen. Het gaat over 10 711 bedrijven. Worden beschouwd als supermarkten: Colruyt Group, Okay, Bio-Planet, Delhaize/Delhome, Aldi, Match, Smatch, Profi, Mestdagh, Carrefour, Cora, Spar, Jumbo, Albert Hein, Louis Delhaize. Lidl wordt uitgesloten, want dat bedrijf heeft geen Belgische juridische entiteit. De rubriek ‘andere handel’ bevat de bedrijven met NACE-code 4711 die niet beschouwd worden als supermarkten. Een bedrijf met een gebroken boekjaar wordt ondergebracht bij het kalenderjaar waarin de meeste maanden van het gebroken boekjaar vallen.
[3] Kosten van diensten en diverse goederen in boekhoudjargon.
[4] In de figuur vinden we alle bedrijven terug die bij Belfirst vermeld staan onder NACE-code C10 voedingsnijverheid (C10). Het gaat over 7 987 bedrijven. Een bedrijf met een gebroken boekjaar wordt ondergebracht bij het kalenderjaar waarin de meeste maanden van het gebroken boekjaar vallen.
[5] De afgewerkte producten nemen toe van 800 000 naar 850 000 ton in 2022 (Agristo Annual Report & Website)
[7] We merken ook op dat de sector van de drankenproductie, die we hier niet bestuderen, zich in een veel minder gunstige positie bevindt. Dat verklaart met name waarom de geaggregeerde cijfers C10-C11 niet tot hetzelfde resultaat leiden als beschreven in dit artikel.
Agarwal K, Win T and Gibbs M (2022). Betting on hunger: Market speculation is contributing to global food insecurity. The Wire. 6 May.
Antier, C., Petel, T., & Baret, P. (2019). Etat des lieux et scénarios à horizon 2050 de la filière des pommes de terre en Région wallonne. Earth and Life Institute, UCLouvain, 62.
Het gebruik van chemicaliën met PFAS is in tien jaar tijd enorm toegenomen in de EU, waardoor consumenten ook via hun voeding steeds vaker blootgesteld worden aan PFAS. Dat blijkt uit onderzoek van groenten en fruit. België hoort bij de landen met de hoogste concentraties.
Onderzoek door verschillende organisaties vond in totaal residues van 31 verschillende PFAS-pesticiden aangetroffen in groenten en fruit. Het aantal groenten en fruit dat restanten van minstens één PFAS-bestrijdingsmiddel bevat, is in de voorbije tien jaar verdrievoudigd.
België en Nederland
Van het fruit dat in de EU is geteeld, bevat 20 procent restmateriaal van minstens één PFAS-pesticide. Aardbeien, perziken en abrikozen scoren het slechtst, met cocktails van drie tot vier verschillende PFAS in één vrucht zaten. Groenten doen het gemiddeld beter, met 12 procent, maar witlof (42 procent), komkommer (30 procent) en paprika’s (27 procent) tonen uitschieters.
België blijkt een van de belangrijkste producenten van met PFAS besmet voedsel, samen met Nederland, Oostenrijk, Spanje, Portugal en Griekenland. Buiten Europa zijn dat landen als Costa Rica, India en Zuid-Afrika.
Forever chemicals
Per- en polyfluoralkylstoffen of PFAS staan bekend als “eeuwige chemicaliën” vanwege hun uitzonderlijke persistentie. Daardoor worden ze gezien als een van de grootste chemische risico’s voor mens en milieu. Door de persistentie hopen ze zich op in het water en de bodem, en via voedselgewassen ook in de mens. Recent onderzoek brengt de stoffen in verband met risico’s voor ongeboren kinderen, hersenbeschadiging, verstoring van het endocriene systeem en kanker.
Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat ook de Europese landbouw bijdraagt aan die toenemende blootstelling. De boer is zich er meestal niet van bewust want het staat niet vermeld op het etiket, zegt PAN Europa, een pesticidenwaakhond die het onderzoek leidde.
PAN Europe erkent dat de meeste residuen die werden aangetroffen onder de wettelijke normen bleven, maar dat neemt de zorgen niet weg, zegt de ngo. De huidige normen richten zich immers op elk pesticide afzonderlijk, maar houd en geen rekening met de “cocktaileffecten” uit de gecombineerde blootstelling aan chemische stoffen.
In 2020 al heeft de EU zich voorgenomen om alle “onnodige” PFAS in Europa te verbieden, maar PFAS-pesticiden werden buiten dat voorstel gehouden. Er werd namelijk verondersteld dat ze al voldoende gereguleerd zouden zijn onder de Europese pesticidenwet.
“PFAS zijn absoluut niet nodig om gewassen te telen, en de pesticiden zijn een gemakkelijk te vermijden bron van PFAS-vervuiling”, zegt Salomé Roynel van PAN Europe. “Zolang de PFAS-pesticiden toegelaten blijven in de EU, blijven burgers dag na dag opzettelijk blootgesteld worden aan PFAS-restanten, ondanks de oproepen van de medische gemeenschap tot een volledige uitfasering.”
Er is een grote kans dat Donald Trump eind dit jaar opnieuw verkozen wordt als president van de Verenigde Staten. Ja, Donald Trump kampt met een aantal rechtszaken, maar hij blijft zich wentelen in een slachtofferrol. Met zijn mogelijke herverkiezing staat ‘America first’ voluit voorop in de Amerikaanse aanpak. Welke zijn de gevolgen? Globaal en voor Europa?
De wereld zal er totaal anders uitzien.
Als Donald Trump wordt verkozen, worden de internationale relaties van de Verenigde Staten nog louter geregeld op basis van de Amerikaanse economische belangen en de hoogstpersoonlijke ideeën van een grootsprakerige en eigengereide president.
De Verenigde Staten zullen internationaal worden beschouwd als een onberekenbare en onbetrouwbare partner. Wie in de wereld kijkt nog op naar een land waar de president het zo bont maakt? De ambitie van de Verenigde Staten om een baken te zijn van democratische waarden, verliest daarmee iedere geloofwaardigheid.
Een drastische vermindering van de bijdragen van de Verenigde Staten voor de financiering van de UNO-organisaties staat in de sterren geschreven. Meer onzekerheid en onveiligheid in de wereld is het resultaat.
Internationale akkoorden inzake klimaat gaan wat de Verenigde Staten betreft, de vuilbak in.
Twee zeer directe gevolgen voor Europa
De herverkiezing van Donald Trump in 2024 zal, naast het verlies van de geopolitieke rol van het Westen, voor Europa twee zeer directe gevolgen hebben: Europa moet zelf instaan voor zijn defensie, en de economische verhoudingen tussen Europa en de Verenigde Staten komen in een totaal andere situatie.
Het wordt het einde van de lange periode van relatieve vrede die we in Europa kennen als de ‘Pax Americana’ met de Atlantische Alliantie als een van de bouwstenen voor onze welvaart en defensie.
De jongste verklaringen van Donald Trump zijn uiteraard desastreus voor de geloofwaardigheid van de NAVO. Uiteraard wil Donald Trump Europese landen onder druk zetten om meer militair materiaal te kopen bij de Verenigde Staten. Toch is er meer aan de hand. Er zijn voldoende signalen dat Donald Trump effectief van plan is om de Verenigde Staten uit de NAVO terug te trekken.
Defensie-uitgaven kunnen dan wel van belang zijn voor de externe veiligheid, het zijn geen productieve bestedingen. Ze vergroten de welvaart van de bevolking niet. Naarmate defensie-uitgaven toenemen, vermindert dit de beleidsmarge van overheden op andere vlakken. Er rest dus minder marge om onze welvaart en welzijn te financieren.
Sommigen voeren aan dat een verhoging van de defensiebudgetten tot 2 procent van het bbp niet nodig is. Dat meer moet worden ingezet op diplomatie. Dit is ongetwijfeld zeer terecht. Maar politiek gezien is de evolutie van de defensie-uitgaven tot 2 procent bbp een afspraak. Er zal niet worden aan getornd, zeker niet als de Verenigde Staten de geloofwaardigheid van de NAVO ondergraven.
Zelfs mochten alle Europese partners voldoen aan de 2 procent bbp norm, dan staat Europa voortaan volledig bloot aan permanente politiek-economische chantage. Want vandaag houden we rekening met die 2 procent norm. Maar volgend jaar orakelt Donald Trump misschien dat alle bondgenoten 2,5 procent, 3 procent of 3,5 procent bbp defensie-uitgaven moeten doen.
‘Moet niet iedereen in het bondgenootschap dezelfde financiële inspanning doen als de Verenigde Staten zich getroosten?’, zo zal hij ongetwijfeld opperen. Waarom zou hij zelfs niet aanvoeren dat de Europese landen net meer moeten doen, vermits zij in het verleden te weinig deden? Volgens Donald Trump zijn de Europese landen de Verenigde Staten zelfs geld schuldig!
Het is zonneklaar: Europa moet zich op vlak van defensie volledig anders organiseren dan vandaag het geval is.
De verhoging van de defensiebudgetten in alle EU-landen van de NAVO tot 2 procent van het bbp kwam in 2023 neer op een nog te realiseren financiële inspanning van gemiddeld ongeveer 0,5 procent van het bbp van de EU.
Voor een aantal landen, zoals België, is de verhoging stevig hoger dan dit gemiddelde. België moet rekening houden 0,87 procent bbp of ongeveer 5 miljard € minder beleidsruimte voor andere domeinen. In Nederland stijgt de begroting voor Defensie in 2024 naar € 21,4 miljard € of 1,95 procent van het bbp. Duitsland heeft aangekondigd dat het in 2024 de 2 procent bbp norm zal halen.
Handelsoorlog VS-EU in het verschiet?
De Europese Unie exporteert duidelijk meer goederen naar de Verenigde Staten dan ze invoert. Donald Trump beschouwt dit als een groot probleem. We voeren weliswaar meer diensten in uit de Verenigde Staten, maar voor de nieuwe president volstaat dit niet. Hij wil dat Europa veel meer producten afneemt van de Verenigde Staten en zo de Amerikaanse economie ondersteunt.
Donald Trump heeft er een heuse handelsoorlog met de Europeanen voor over. Hij zal dit doen door handelsbelemmeringen op te werpen voor Europese goederen en diensten, door Amerikaanse ondernemingen te ondersteunen en door bedrijven ertoe aan te zetten hun investeringen in de Verenigde Staten te doen i.p.v. in Europa (of elders in de wereld).
Als de export-import verhouding tussen de EU en de VS hierdoor met bijvoorbeeld 200 miljard $ zou verschuiven in het nadeel van de EU, dan komt dit neer op een welvaartsverlies voor de EU met ongeveer 1,5 procent bbp.
Hoe aanpakken?
De geopolitieke wereld zal er door de verkiezing van Donald Trump totaal anders uitzien.
Het zal allemaal wel zo een vaart niet lopen, lijkt men in Europa te denken. Tot het hard ontwaken is. Want door de verkiezing van Donald Trump moet Europa rekening houden met een verlies in welvaart van vlot 2 procent bbp (0,5 procent voor nog te realiseren defensie-uitgaven om de 2 procent bbp norm te halen en 1,5 procent door handelsconflicten).
Voor de afzonderlijke landen zal de impact variëren naargelang de omvang van de te realiseren inspanning voor defensie en de afhankelijkheid van de handel met de Verenigde Staten. Voor België zal de impact dus groter zijn dan dit Europees gemiddelde. Sommige landen, zoals België, staan er daarenboven slecht voor omwille van het hoog overheidsdeficit (tekort ongeveer 5 procent bbp, tegenover het in 2031 te halen doel van maximum 1,5 procent bbp).
Die harde realiteit komt in sneltreinvaart op ons af. We zijn hier helemaal niet op voorbereid. Maar kan dat wel?
Hoe zal het in die omstandigheden met Europa vergaan?
In ‘Het einde van de Pax Americana’, schetst Luc Hamelinck drie mogelijke scenario’s voor Europa. Het essay nodigt uit om na te denken over de evolutie die we moeten inslaan. Leiderschap wordt daarbij cruciaal.
Migratie blijkt het belangrijkste politieke thema te zijn voor de Vlaming. Wat maakt dit thema zo giftig en explosief? Waarom is het de springplank voor extreemrechts en hoe kunnen we die dreiging tackelen?
Migratie en de sociaaleconomische situatie (koopkracht) zijn de belangrijkste politieke thema’s voor de Vlaming. Dat blijkt uit De Stemming, een peiling in opdracht van VRT NWS en De Standaard. Voor 22 procent van de ondervraagden is migratie het belangrijkste thema, nipt gevolgd door koopkracht met 20 procent.
Op de derde plaats komt politieke vertegenwoordiging met 14 procent. De rest ligt onder de 10 procent.
Migratie is bij uitstek het thema waar Vlaams Belang een unique selling point heeft. Op dat thema scoort het ‘beter’ dan gelijk welke andere partij. Daarom hoeft het niet te verwonderen dat de partij van Van Grieken voorop ligt in de peilingen.
Lastig dilemma
Migratie is een bijzonder gevoelige maar ook complexe en tegenstrijdige kwestie. Bij een deel van de bevolking veroorzaakt het onzekerheid en onrust als gevolg van de gewijzigde samenstelling van de bevolking.
De afgelopen halve eeuw is ons land geëvolueerd van een grotendeels mono-etnische samenleving naar een samenleving waarin 35 procent van de bevolking een buitenlandse achtergrond heeft of niet-Belg is. Zo’n evolutie brengt logischerwijze spanningen en uitdagingen met zich mee.
Tegelijk is migratie niet tegen te houden. Migratie is nuttig en zelfs nodig.
Als gevolg van oorlogen, grote armoede en klimaatopwarming trekken mensen uit het Zuiden naar het Noorden. Omwille van onze centrale ligging in de Schengenzone is het onmogelijk om migratie buiten onze grenzen te houden. We kunnen wel bepalen wie al dan niet een verblijfsvergunning krijgt en mensen sneller proberen uit te wijzen, maar het is een illusie om een volledige greep te willen krijgen op de instroom.
Zelfs het extreemrechts beleid van Italië kon niet verhinderen dat er vorig jaar de helft meer mensen ‘illegaal’ het land binnenkwamen in vergelijking met het jaar daarvoor.
Migratie is ook nuttig. “Economieën die veel migranten verwelkomen, profiteren daar op de lange termijn doorgaans van” schrijft The Economist, niet direct een links tijdschrift. Vandaag geraken heel wat knelpunt beroepen niet ingevuld en omwille van de vergrijzing is er hoe langer hoe meer nood aan arbeidsmigratie. Wie zal je verzorgen in het rusthuis? Hoe zullen we voldoende personeel vinden voor onze ziekenhuizen?
Duitsland bijvoorbeeld heeft jaarlijks 400.000 geschoolde immigranten nodig omdat de vergrijzende beroepsbevolking krimpt. In België is de situatie niet anders. Om het nijpend tekort aan geschoolde arbeidskrachten op te lossen heeft het Duitse parlement in januari een wet aangenomen die het voor buitenlanders gemakkelijker maakt om het staatsburgerschap te verwerven.
“Zonder de arbeidsmigranten komen we er niet”, zegt de werkgeversorganisatie VOKA. Daarom organiseert ze ‘talentenmissies’ in Mexico, India, Brazilië, de Filipijnen en Maleisië.
Ook rechtse regeringen, die een harde retoriek tegen migratie ontwikkelen, worden met de noden en uitdagingen van de huidige arbeidsmarkt geconfronteerd. Zo heeft de Griekse regering eind vorig jaar 300.000 migranten geregulariseerd om het hoofd te bieden aan de toenemende tekorten op de arbeidsmarkt.
Zelfs de extreemrechtse regering van Italië wil dit en volgend jaar 425.000 werkvergunningen afgeven aan niet-EU-onderdanen om gaten op de arbeidsmarkt op te vullen. En al even opvallend, in de congresteksten van het Vlaams Belang is van een expliciete migratiestop geen sprake.
Dit benadrukt het vervelend dilemma waarmee (extreem)rechtse regeringen of partijen worden geconfronteerd wanneer ze proberen de zogenaamde illegale aankomsten te beteugelen. Maar het bewijst ook dat ze dit thema desondanks electoraal weten uit te buiten.
Explosieve cocktail
Wat maakt het migratiethema nu zo giftig en explosief? In Canada is het percentage mensen met een buitenlandse origine een pak hoger dan bij ons maar toch hebben Canadezen daar veel minder problemen mee dan wij.
Het ligt dus niet zozeer aan de aantallen nieuwkomers of allochtonen. Ons land is echt niet vol en we stevenen heus niet af op een ‘omvolking’, maar, en het is een belangrijke maar, er zijn wel echte knelpunten op het gebied van huisvesting en sociale zekerheid. En daar moet de oorzaak gezocht worden van het zogenaamde ‘migratieprobleem’.
Veertig jaar neoliberaal beleid heeft schaarste veroorzaakt in sociale voorzieningen en middelen. Dat wakkert een perverse concurrentie aan tussen mensen die er op aangewezen zijn. Het lokt de foute maar begrijpelijke vraag uit wie er al dan niet recht op heeft. De ‘ander’ of de ‘buitenstander’ wordt dan al rap gezien als een bedreiging voor de eigen welvaart.
De afbraak van de welvaartsstaat leidt dus bijna vanzelf tot sociaal protectionisme en welvaartschauvinisme. Het zaait verdeeldheid en zet mensen tegen elkaar op. Het is de ideale voedingsbodem voor de slogan ‘eigen volk eerst’. Het combineren van besparingen en arbeidsmigratie is een perfect recept voor vreemdelingenhaat.
De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de traditionele partijen, maar het is wel extreemrechts die er de vruchten van plukt. Zolang er te weinig sociale woningen zijn en de sociale dienstverlening in gebreke blijft zal extreemrechts kunnen doorgaan met de publieke woede verkeerd te richten op de ‘buitenlander’ en hen tot zondebok te maken van alle miserie en achteruitstelling.
Nieuw sociaal contract
De traditionele partijen gooien nog eens olie op het vuur in plaats van de sociaaleconomische oorzaken aan te pakken en de toxische sfeer te counteren. In een poging om stemmen af te snoepen van extreemrechts nemen ze een deel van hun retoriek en voorstellen over.
Denk maar aan de uitspraken van Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert: “Vol is vol”, aan die van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau: “Als ik door Molenbeek rijd, voel ik me niet in België”, of aan de beslissing van Nicole De Moor om opvang aan alleenstaande mannelijke asielzoekers tijdelijk op te schorten.
Maar dat is een falende strategie, zoals elders in Europa al gebleken is. Op die manier normaliseren de traditionele partijen extreemrechts en maken ze het alleen maar sterker. De kiezer verkiest het origineel boven de kopie.
Op die manier zal extreemrechts zijn electoraat gestaag weten uit te breiden en zal Europa afstevenen op extreemrechtse regeringen, zoals we nu al kennen in Hongarije en Italië en wellicht binnenkort in Nederland en mogelijk ook in Frankrijk, Vlaanderen en andere landen of regio’s.
De verrotting ga je niet stoppen door asielzoekers harder aan te pakken of door toe te geven aan racisme of vreemdelingenhaat. Het eerste wat we moeten doen is het migratievraagstuk herleiden tot zijn juiste proporties. Het is heus niet de grootste uitdaging van de 21ste eeuw.
Daarnaast en nog veel belangrijker is het sluiten van een nieuw sociaal contract. Er zijn publieke investeringen nodig in huisvesting, onderwijs en sociale diensten. Dat zijn cruciale factoren voor het bevorderen van sociale integratie en het voorkomen van toenemende spanningen binnen de samenleving.
Door te investeren in deze sectoren kunnen we niet alleen de integratie van migranten bevorderen, maar ook de sociale cohesie versterken en de welvaart van ons land op lange termijn veiligstellen.
Dat veronderstelt dat we het neoliberale dogma van besparingen definitief achter ons laten. Maar dat is nu net het omgekeerde van wat op dit moment gebeurt.
Zopas heeft minister van Financiën Van Peteghem een akkoord onderhandeld over nieuwe Europese begrotingsregels die voor België zullen neerkomen op drastische besparingen. Dit akkoord legt een bom onder de volgende regeringsonderhandelingen en zal extreemrechts een nieuwe boost geven.
Zoals elders in Europa slaagt de politiek er niet in om het tij te doen keren en maken ze het alleen maar erger. Om tot een nieuw sociaal contract te komen zal er druk nodig zijn vanuit het middenveld met hierin een cruciale rol voor vakbonden. Er staat veel op het spel.
Dit artikel van Saana Taussi (van onze Ierse zusterorganisatie) bespreekt de werking van Zhenotdel, de vrouwenafdeling van het centraal comité van de Russische Communistische Partij, en de lessen die we kunnen trekken uit hun werk in de strijd tegen onderdrukking vandaag.
Zhenotdel werd opgericht door bolsjewistische vrouwen, zoals Alexandra Kollontaj en Inessa Armand. Dit gebeurde in Rusland na de revolutie van 1917. De afdeling werd opgericht om de volledige deelname van vrouwen aan de Sovjetmaatschappij te garanderen. Ondanks de uitzonderlijke inspanningen van de Zhenotdel om vrouwen uit de arbeidersklasse en de boeren bij het sociale en politieke leven te betrekken, is dit unieke werk vandaag niet algemeen bekend.
De positie van vrouwen in de aanloop naar de revolutie
Zoals in landen over de hele wereld waren vrouwen in het Rusland van voor de revolutie het slachtoffer van onderdrukking. De bolsjewieken – de revolutionaire partij die in de Oktoberrevolutie de controle over de regering zou nemen – noemden de specifieke last die vrouwen uit de arbeidersklasse droegen een dubbele onderdrukking in de maatschappij. Dit verwijst naar een onderdrukking die geworteld is in zowel het kapitalisme als het boerenpatriarchaat. Arbeidersvrouwen werden beperkt door klasse, maar ook door het ’traditionele gezin’, dat vrouwen beperkte tot de rol van moeder en echtgenote. Het Russische Rijk was semi-feodaal, met een heersende klasse van landheren en een machtige kerkelijke hiërarchie. Beperkt tot specifieke rollen, hadden vrouwen weinig mogelijkheden om economische onafhankelijkheid na te streven en vaak geen toegang tot onderwijs of zelfs de mogelijkheid om te lezen en schrijven. Deze factoren, naast het ingebakken seksisme in de samenleving, vormden enorme belemmeringen voor de betrokkenheid van vrouwen bij de politiek, om nog maar te zwijgen van andere basisrechten zoals toegang tot abortus of echtscheiding. Hoewel de onderdrukking van vrouwen meer uitgesproken was in het tsaristische Rusland, was het niet anders dan het onderdrukkende patriarchaat dat we vandaag ervaren en dat nog steeds de vrijheid van vrouwen en mensen in het algemeen beperkt. Dit is vooral duidelijk in bijvoorbeeld de recente aanvallen op onze lichamelijke autonomie, zoals het ongedaan maken van Roe V Wade in de Verenigde Staten, en in de welig tierende rechtse aanvallen op trans-rechten wereldwijd.
In de samenleving van voor de revolutie waren ook werkende vrouwen zeer ontevreden en in de jaren daarvoor waren ze vaak gemarginaliseerd binnen vakbonden. Werkende vrouwen bleven echter zoeken naar collectieve oplossingen voor hun uitbuiting en het aantal werkende vrouwen nam sterk toe doordat mannen werden uitgezonden om te vechten in de Eerste Wereldoorlog. De Februarirevolutie van 1917 werd geleid door het initiatief van vrouwen, die op Internationale Vrouwendag de straat op gingen. In de meeste fabrieken en werkplaatsen werd een staking uitgeroepen en op de eerste dag sloten ongeveer 900.000 arbeiders zich aan bij de stakende vrouwen. Deze revolutionaire geest bestond niet alleen onder vrouwelijke arbeidsters, maar ook onder vrouwen die in de rij stonden voor brood en brandstof. In de zomer na de Februarirevolutie maakten vrouwen deel uit van een grote stakingsgolf die een breed scala aan werknemers in de dienstensector omvatte. Hoewel de Februarirevolutie uiteindelijk achterbleef bij wat volgde in oktober, was het belang van vrouwen voor de revolutie duidelijk voor de bolsjewieken en ze deden hun uiterste best om de strijdende en radicaliserende vrouwen te bereiken. Vrouwelijke kaders van de bolsjewieken richtten bijvoorbeeld studiekringen op voor vrouwelijke stakers om hen te helpen hun strijd te politiseren.
Onder bolsjewieken bestond het besef dat de bevrijding van vrouwen essentieel was voor het bereiken van een socialistische samenleving, zoals bijvoorbeeld Lenin en Engels decennialang in de aanloop naar de revolutie hadden benadrukt. Voor marxisten vandaag is dit punt nog duidelijker. De onderdrukking van vrouwen heeft altijd deel uitgemaakt van klassen- en ongelijk verdeelde samenlevingen. Het verlangen om eigendom en politieke macht binnen de familielijn te houden, leidt tot een paranoïde controle over de lichamen van vrouwen. Onder het kapitalisme speelt de onbetaalde, niet erkende arbeid van vrouwen in de huishouding, het baren van kinderen en de zorg voor kinderen een rol in de reproductie van de beroepsbevolking van het kapitalisme. Waar de kapitalistische staat faalt in het leveren van diensten en de bazen falen in het leveren van voldoende inkomen, wordt er door de maatschappij verwacht dat ‘het gezin’, dat wil zeggen vrouwen, het werk overneemt. Anders dan in het tsaristische Rusland werken de meeste vrouwen vandaag, maar ze doen nog steeds veel meer dan hun deel van het huishouden en de zorg voor kinderen. Op de werkvloer zijn vrouwen geconcentreerd in uiterst belangrijke maar onderbetaalde sectoren van de economie zoals kinderopvang, verpleging, schoonmaak en textiel. Hier komen werkgevers door seksistische stereotypen weg met superuitbuiting. Deze punten worden onderstreept door de inspirerende rol van vrouwelijke textielarbeidsters bij de revolutionaire gebeurtenissen in Myanmar in 2021.
Niet alleen is onderdrukking uiteindelijk geworteld in de klassenmaatschappij waartegen we vechten, maar een strijd voor de rechten van vrouwen is ook een strijd tegen de staat en de heersende klasse. Wanneer socialisten en de arbeidersbeweging de strijd uitbreiden naar andere bevrijdingsbewegingen, dan blijkt dat, in de woorden van Clara Zetkin, “een sterke steunpilaar” te zijn. Stakingen tegen seksuele intimidatie en transfobie herinneren ons eraan dat er geen barrière is tussen verschillende gevechten tegen onderdrukking en uitbuiting.
Ook binnen de bolsjewistische partij bekleedden vrouwelijke kameraden leidinggevende functies op zowel nationaal als lokaal niveau. Toen de voorlopige regering in oktober 1917 werd omvergeworpen, waren er vrouwen bij om het Winterpaleis te bestormen.
Post-revolutie en de vorming van de Zhenotdel
Nadat de bolsjewieken er in 1917 in slaagden om het kapitalisme en het landherendom van de Russische heersende klasse en het tsaristische regime omver te werpen, ontstonden er ongekende mogelijkheden voor radicale veranderingen in de maatschappij, zoals we die vandaag niet meer kennen. Dit leidde tot de snelle invoering van enkele van de belangrijkste en meest fundamentele rechten voor vrouwen, zoals de afschaffing van het religieuze huwelijk en de legalisering van gemakkelijk toegankelijke echtscheidingen.
Kort na de revolutie brak er een burgeroorlog uit, waardoor de samenleving nog steeds in beroering was en de stappen in de richting van een socialistische samenleving onder enorme druk stonden. Hoewel de mannelijke bolsjewieken de bevrijding van vrouwen steunden, was vrouwenemancipatie voor sommigen van hen nu ondergeschikt aan de economische en militaire uitdagingen waar de staat voor stond (ook al vochten er duizenden vrouwen letterlijk voor de revolutie, onder andere als guerrillaleiders en bij het gebruik van machinegeweren). Dit is misschien deels te wijten aan het feit dat het materiaal over vrouwenemancipatie binnen de partij enigszins marginaal was vóór 1917. Lenin bekritiseerde het gebrek aan geavanceerde ontwikkeling van de mannelijke kameraden als het ging om hun begrip van de positie van de vrouw.
Kameraden als Kollontaj, Armand en enkele andere leden van de leiding stelden op hun beurt dat het mobiliseren van vrouwen om de revolutie te verdedigen een centrale manier was om de crises waarmee de nieuwe Sovjetrepubliek geconfronteerd werd, te bestrijden. Om dit te kunnen doen, moesten vrouwen de revolutie identificeren als een bevrijdende kracht, en velen stelden dat dit in elk onderdeel van het partijwerk moest worden opgenomen. Om van de revolutie een bevrijdende kracht te maken, werd de Zhenotdel opgericht. In november 1918 organiseerden Kollontaj en Armand de eerste geheel Russische conferentie van werkende vrouwen, waaraan meer dan duizend vrouwen deelnamen. Hun boodschap was dat vrouwenemancipatie hand in hand ging met de opbouw van het socialisme.
Nieuwe initiatieven en vrouwenemancipatie
Omdat het nucleaire gezinsmodel vrouwen vaak gevangen hield en hen gelijkstelde aan bezit, lanceerde de Zhenotdel een aantal initiatieven en projecten om vrouwen te bevrijden van de beperkingen van hun huishouden. Ze organiseerden de opening van kantines, wasserijen en kinderdagverblijven en organiseerden programma’s om vrouwen op gelijke voet met mannen aan een baan te helpen. Ze zetten fabrieks- en werkplaatsinspecties op om de naleving van wetten ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van werkende vrouwen af te dwingen en buiten de werkplek organiseerden ze werkloze vrouwen en richtten ze coöperaties op. De arbeidswetgeving werd vernieuwd om betaald zwangerschapsverlof voor en na de geboorte en toegang tot borstvoedingsruimten op de werkplek mogelijk te maken. De Zhenotdel slaagden er ook in om in 1920, als eerste land ooit, abortus gratis beschikbaar te maken in Sovjetziekenhuizen. Dit duurde tot 1936 toen Stalin het weer verbood.
Door vrouwen beter in staat te stellen deel te nemen aan de arbeidsmarkt en het leven buitenshuis, kon de vrouwenemancipatie beginnen. De Zhenotdel probeerde vrouwen actief te ondersteunen in het voeren van actie, bijvoorbeeld door het opzetten van afgevaardigdenvergaderingen om vrouwen uit de arbeidersklasse te vertegenwoordigen op hun werkplek en in hun gemeenschap, en door stageprogramma’s om vrouwen op te leiden voor nieuwe rollen in fabrieken en overheidsdepartementen. Vrouwen werden buiten de Communistische Partij om in de afgevaardigdenvergaderingen gekozen, hoewel velen uiteindelijk actief lid zouden worden.
De Zhenotdel in Sovjet-Centraal-Azië
De Zhenotdel lanceerde ook de Communistische Vrouwen Internationale en deed politiek werk in heel Sovjet-Centraal-Azië om de deelname van vrouwen aan het sociale en politieke leven te bevorderen.
De Russische Revolutie was niet alleen Russisch, maar omvatte vele nationaliteiten die door de tsaar werden onderdrukt. Centraal-Azië had een zeer diverse bevolking, waaronder veel gemeenschappen die volledig gedomineerd werden door landheren en moslimgeestelijken. Oezbekistan was een van de landen waar de Zhenotdel hun werk deden. De gemeenschap daar was sterk verdeeld volgens traditionele opvattingen over genderrollen, waarbij vrouwen zich afzonderden, gesluierd waren en geen contact mochten hebben met mannen buiten de directe familie. De Zhenotdel was vindingrijk en cultureel gevoelig in het betrekken van vrouwen bij sociale en economische participatie door het oprichten van vrouwenclubs en -coöperaties, met kinderopvang, medische consulten en culturele activiteiten die daaromheen georganiseerd werden. Omdat de ruimten alleen voor vrouwen waren, konden vrouwen ze bezoeken zonder in conflict te komen met hun echtgenoten en andere mannelijke familieleden. In een artikel in Kommunistka beschreef Kollontaj dit als “scholen waar vrouwen door hun eigen zelfwerkzaamheid worden aangetrokken tot het Sovjetproject en de geest van het communisme in zichzelf beginnen te cultiveren.” (zoals geciteerd in McShane, 2019).
In Oezbekistan werd de deelname van vrouwen aan de economie aangemoedigd door het opzetten van winkels voor alleen vrouwen, waar vrouwen hun producten rechtstreeks aan andere vrouwen konden verkopen in plaats van afhankelijk te zijn van de belangrijkste coöperaties om hen te helpen. In deze winkels waren er voorzieningen voor kinderopvang, discussies en alfabetiseringscursussen. Het aantal Oezbeekse vrouwen in producenten-consumentencoöperaties steeg van 225 in 1925 tot 1.500 het jaar daarop. Hoewel de aantallen relatief gezien niet enorm waren, toonde het aan dat er potentieel was om vrouwen op een cultureel gevoelige manier economische onafhankelijkheid te bieden. Het was belangrijk om vrouwen de weg naar het beroepsleven te wijzen, omdat ze dan meer economische onafhankelijkheid zouden krijgen en zichzelf als gelijkwaardige leden van de maatschappij zouden zien door er actief aan deel te nemen.
Clara Zetkin bracht in 1924 verslag uit van een moslimvrouwenclub in Tblisi, Georgië. De club verkondigde de volledige gelijkheid van vrouwen op alle sociale gebieden en de vrouwen binnen de club wilden graag deelnemen aan de transformatie van de maatschappij die sinds de revolutie was begonnen. De club was in 1923 opgericht met veertig leden en een jaar later waren het er meer dan 200, een aantal dat snel toenam. Zetkin citeert een van de vrouwen die spreekt over het lijden en de onderdrukking die ze hebben doorstaan onder het patriarchaat, en hoe er nu hoop is op verbetering: “Nu, mijn lieve zusters, hoe alles veranderd is! De revolutie is aangekomen als een machtig onweer. Ze heeft onrecht en slavernij verpletterd. Ze heeft gerechtigheid en vrijheid gebracht aan de armen en onderdrukten. Onze vader kan ons niet meer meenemen als we jong zijn en ons op het bed van een vreemde echtgenoot dwingen. We zijn in staat om onze echtgenoot uit te kiezen en hij mag nooit meer onze meester worden; in plaats daarvan zal hij onze vriend en kameraad zijn. We willen naast hem werken en vechten en meehelpen aan de opbouw van een nieuwe maatschappij.” (Zetkin, 1984, p.161).
Hoe het socialisme genderonderdrukking bestrijdt
Sovjet-Centraal-Azië biedt ook een rijk voorbeeld van hoe we alleen met socialistische veranderingen een begin kunnen maken met het beëindigen van genderonderdrukking. De Sovjet-Unie vertegenwoordigde een poging om socialisme op te bouwen in een geïsoleerde en semi-feodale samenleving, die werd gekaapt door een moorddadige en incompetente bureaucratische kaste tijdens de contrarevolutie onder leiding van Stalin – onder wiens heerschappij de volkeren van Centraal-Azië veel soorten onderdrukking en geweld leden.
Toch kunnen we nog veel buitengewone voordelen voor mensen in het algemeen en voor vrouwen in het bijzonder aanhalen. In een interview uit 1990 sprak de Central Asian Service van de BBC met een oudere lerares die in haar leven gebruik had gemaakt van gratis gezondheidszorg voor kinderen, twee jaar zwangerschapsverlof met behoud van loon en een gegarandeerde kinderopvangplaats voor haar kinderen.
Ze wees op de rol van de Oktoberrevolutie voor deze verandering. “Ik voelde me het gelukkigste meisje in de hele wereld. Mijn overgrootmoeder was als een slavin, opgesloten in haar huis. Mijn moeder was analfabeet. Ze had dertien kinderen en zag er haar hele leven oud uit. Voor mij was het verleden donker en afschuwelijk, en wat iemand ook zegt over de Sovjet-Unie, zo was het voor mij.” (Dilip Hiro, Inside Central Asia, p 56)
Wat maakte de weg vrij voor deze sociale verworvenheden? Het belang van directe politieke interventie in de vorm van Zhenotdel is duidelijk. Maar ze waren ook het gevolg van de omverwerping van de landheren en geestelijken. Een egalitaire planeconomie met uitgebreide welvaart biedt enorme nieuwe mogelijkheden voor vrouwen en andere onderdrukte groepen, waaronder de arbeidersklasse en arme mensen in het algemeen. Dit alleen maakt geen einde aan seksisme of genderonderdrukking. Maar ten eerste schept de ervaring van gemeenschappelijke strijd een diepe band van solidariteit. Ten tweede gaat de strijd voor de rechten van vrouwen en de queer-gemeenschap, in een dergelijke samenleving niet tegen de stroom in, maar kan het met de stroom mee snelle vooruitgang boeken.
Hujum en het einde van Zhenotdel
Het politieke potentieel in arbeidersvrouwen, zelfs in de meest afgezonderde omstandigheden, was niet zo moeilijk aan te wakkeren, ze moesten alleen de middelen krijgen om hun emancipatieproces uit te voeren. In tegenstelling tot deze ongelooflijke vooruitgang die de Zhenotdel hadden geboekt in de Sovjet-Unie en in Centraal-Azië, werd in 1927 een cultureel ontwrichtende campagne genaamd ‘Hujum’ geïmplementeerd.
Hujum was een campagne die beweerde de emancipatie van moslimvrouwen af te dwingen met een sterke en massale oproep om de hoofddoek af te doen. De campagne werd voorgesteld door diegenen in de Sovjet-Unie die zich naar het stalinisme hadden gekeerd. Het Eerste Al-Russische Congres van Moslimvrouwen was overeengekomen dat het dragen van de hoofddoek niet verplicht mocht zijn, naast andere rechten voor vrouwen. Nu kwam er echter een campagne die vrouwen verplichtte om hun hoofddoek af te doen. De Zhenotdel kreeg de opdracht om hier prioriteit aan te geven, omdat het zogenaamd ging om de emancipatie van vrouwen. De Zhenotdel heeft nooit aangezet tot een massale ontsluiering, omdat ze begrepen dat zo’n actie alleen maar vijandigheid tegen hun werk zou oproepen bij de lokale gemeenschappen en de veilige ruimtes die ze voor vrouwen hadden gecreëerd in gevaar zou brengen. En dat is precies wat er gebeurde – terwijl tienduizenden gedwongen de hoofddoek afnamen, werden veel activisten van de Zhenotdel en vrouwen die deelnamen aan hun projecten fysiek aangevallen en zelfs vermoord. Deze vrouwen werden martelaren voor een zaak die zogenaamd voor hun bevrijding was, terwijl ze in werkelijkheid beroofd werden van de zeggenschap die ze zo kort daarvoor voor zichzelf hadden bereikt.
In de daaropvolgende jaren werd de Hujum sterk veroordeeld door de Zhenotdel en door andere kameraden. Dit was echter al het begin van het einde voor de afdeling. Er was geen plaats voor de Zhenotdel in het autoritaire regime van het stalinisme. Tegen 1930 werd beweerd dat er geen aparte vrouwenafdeling nodig was, en de Zhenotdel werd gesloten.
Hoewel de Zhenotdel ten onder ging, samen met de oprechte pogingen om het socialisme te bereiken die aan het stalinisme voorafgingen, zijn er veel lessen te trekken uit het werk van deze vrouwenwerking. Sommige historici hebben de Zhenotdel beschreven als een van de meest ambitieuze pogingen van een regering om vrouwen te emanciperen. De aanpak van de Zhenotdel bestond uit het actief en praktisch veranderen van de materiële omstandigheden waarin vrouwen leefden – door hen uit huis te brengen, door de lasten van de kinderverzorging te verdelen, door discussies en alfabetisering, en door economische participatie. Dit stelde vrouwen in staat om collectief oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen en hun zelfvertrouwen op te bouwen – en uiteindelijk een beter leven na te durven streven. Bevrijding is niet iets dat aan mensen kan worden opgelegd door middel van dwangmaatregelen zoals het uitdoen van de hoofddoek – we zien hier vandaag overigens een verderfelijke versie van in het verachtelijke islamofobe beleid van de Franse staat. Bevrijding vereist dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Dat is precies waarom socialistisch feminisme revolutionair is en moet zijn – het gaat over zelfemancipatie, de onderdrukte en uitgebuite massa’s die opstaan en de macht in eigen handen nemen.
Het geval van de Zhenotdel leert ons ook dat onderdrukking, of het nu van vrouwen is van de arbeidersklasse, van mensen met een migratie-achtergrond of van de queer gemeenschap, diep begrepen moet worden door ons als socialisten die proberen een einde te maken aan alle onderdrukking. We moeten serieus de taak op ons nemen om een gezamenlijk begrip van deze kwesties op te bouwen en daardoor solidariteit op te bouwen tussen ons allen die onderdrukt en uitgebuit worden. Want in solidariteit kunnen we vechten voor blijvende verandering en voor bevrijding voor iedereen. Met de genocide in Gaza, de ecologische ineenstorting, de antifeministische en anti-trans backlash en de dreiging van extreemrechts, is de behoefte aan een revolutionaire socialistische strijd en een alternatief dringender dan ooit. De revolutionaire en inspirerende lessen van de Zhenotdel moeten worden opgenomen en als een rode draad door onze inspanningen in dit opzicht lopen.
Verwijzingen
Cox, J. (2017). The Women’s Revolution: Russia 1905–1917. Haymarket Books.
Engels, F. (1884). The Origin of the Family, Private Property, and the State (4th ed). Pantianos Classics.
Hiro, Dilip. (2011) Inside Central Asia. Overlook Duckworth.
Lenin, V. (1977). On the emancipation of Women. Progress Publishers.
Marxist Internet Archive. (n.d.). Baku Congress of the Peoples of the East, Seventh Session September 7 1920. https://www.marxists.org/history/international/comintern/baku/ch07.htm#women.
McShane, A. (2019). Women at the Heart of the Revolution. Jacobin. https://jacobin.com/2019/08/alexandra-Kollontaj-soviet-womens-rights-revolution-zhenotdel-uzbekistan
Taber, M. & Dyakonova, D. (Eds.). (2023). The Communist Women’s Movement, 1920-1922, Proceedings, Resolutions, and Reports. Brill.
Zetkin, C. (1984). Clara Zetkin Selected Writings. Foner, P., S. (Eds.). Haymarket Books.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.