by admin | apr 12, 2025 | Economie
Een op de vijf arbeidsongevallen gebeurt op weg van en naar het werk. Op de werkvloer komen ernstige ongevallen almaar minder vaak voor.
Het aantal ernstige arbeidsongevallen op de werkvloer is gezakt naar een laagterecord. Het aantal ongevallen tijdens woon-werkverkeer klimt daarentegen snel. Experts wijzen op het groeiende belang van de fiets voor pendelaars en de toenemende verkeersdrukte.
Het aantal ongevallen op de werkvloer is vorig jaar in de privésector gezakt naar het laagste niveau ooit, op het covidjaar 2020 na. Dat blijkt uit pas gepubliceerde cijfers van Fedris, het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s, die De Tijd analyseerde.
De essentie
- Het aantal ernstige ongevallen op de werkvloer is vorig jaar verder gedaald. Ten opzichte van het aantal werknemers gaat het om het laagste cijfer ooit.
- Daarentegen zijn er meer ongevallen op weg van en naar het werk. Een op de vijf arbeidsongevallen gebeurt onderweg, een recordcijfer.
- Opvallend: verzekeraars weigeren almaar vaker tussen te komen. Bijna een op de zes dossiers wordt geweigerd.
In 2023 deden zich in de private sector 100.797 ongevallen op de werkvloer voor. Daarvan waren er 8.173 ‘ernstig’ of ‘bijzonder ernstig’, waarbij de werknemer ofwel overleed, ofwel blijvende of specifiek opgelijste tijdelijke letsels zoals botbreuken of brandwonden opliep.
Op 2020 na lag het aantal ernstige arbeidsplaatsongevallen nooit lager. Ook duikt het cijfer pas voor de derde keer onder 8.500. In verhouding tot het totale aantal werkenden staat 2023 zelfs voor het laagste cijfer ooit.
Enkel tijdens corona minder ernstige arbeidsongevallen op de werkvloer dan vorig jaar
Maar het beeld van de ongevallen op weg van en naar het werk oogt helemaal anders. Met 24.770 zulke arbeidsongevallen in de private sector tekent 2023 voor het op twee na hoogste cijfer ooit, na 2010 en 2019. Bijna een op de vijf arbeidsongevallen in 2023 deed zich onderweg voor, een record.
Dat komt door een toename van de arbeidswegongevallen enerzijds en een daling van het aantal incidenten op het werk anderzijds. ‘Meer aandacht voor preventie, maar ook automatisering en technische optimalisatie van bedrijfsprocessen hebben op de werkvloer al tot voelbare verbetering geleid’, zegt Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde (KU Leuven) en topman bij Idewe, een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
Slechts twee keer eerder deden zich meer arbeidsongevallen op weg van en naar het werk voor dan in 2023
Voor de toename van het aantal ongevallen onderweg naar of van het werk verwijst Godderis naar de toenemende verkeersdrukte en het groeiende belang van de fiets in het woon-werkverkeer. ‘We zien vooral een stijging van het aantal fietsongevallen, zeker met elektrische fietsen en speedpedelecs. Dat heeft te maken met onaangepast rijgedrag – zowel van fietsers als andere weggebruikers – maar ook met de infrastructuur die daar onvoldoende op afgestemd is.’
Volgens Godderis worstelen veel bedrijven met die woon-werkverkeersongevallen. ‘Je kan wel campagnes opzetten rond veiligheid of zichtbaarheid, maar op de infrastructuur heb je geen directe impact. Op de eigen werkvloer kan je veel sneller en gerichter ingrijpen.’
Bijna vier op de tien van de ongevallen zijn het gevolg van het verlies van controle over het stuur van een fiets, auto of bestelwagen. Bij mannen ligt dat aandeel net iets hoger dan bij vrouwen. In zo’n 8 procent van de gevallen werd de persoon in kwestie ‘aangereden, gegrepen of meegesleept door een voertuig of voorwerp’. Studiewerk van AG Insurance vorig jaar leert dat het risico gevoelig hoger ligt in de wintermaanden.
Minder dodelijke ongevallen
Goed nieuws is dat het aantal dodelijke arbeidswegongevallen wel verder daalt. Bij zulke ongevallen lieten 34 mensen het leven in 2023, het laagste cijfer ooit. Ter vergelijking: in de jaren 90 ging het om 90 à 100 mensen per jaar. De voorbije tien jaar schommelde het aantal dodelijke incidenten op de weg rond 45 à 50 op jaarbasis.
Ook het aantal ongevallen dat aanleiding gaf tot een blijvende of langdurige arbeidsongeschiktheid – langer dan zes maanden – is gevoelig gedaald, tegenover 2022 met bijna 13 procent. De toename zit dus vooral bij de lichte ongevallen onderweg. Het aantal ongevallen dat leidde tot een arbeidsongeschiktheid van maximaal zes maanden nam met 6 procent toe tot ruim 23.500. Het aantal ongevallen zonder noemenswaardige gevolgen steeg jaar op jaar met 8 procent tot 9.910.
Verzekeraars weigeren vaker
Opvallend is dat het aantal dossiers en aangiftes van arbeidsongevallen dat verzekeringsmaatschappijen weigeren in sneltempo toeneemt. In 16,2 procent van alle aangegeven ongevallen in de private sector weigeren verzekeraars financieel tussen te komen. Dat is een record.
Bijna één op de zes aangiftes van arbeidsongeval wordt geweigerd door verzekeraars
Aandeel geweigerde arbeidsongevallendossiers in private sector
In minder dan twintig jaar is dat aandeel ruim verdubbeld. In 2023 ging het voor de privésector alleen al voor het eerst om meer dan 24.000 dossiers. In de publieke sector ligt het weigeringspercentage gevoelig lager: daar weigeren verzekeraars in amper 7,3 procent van de gevallen tussen te komen (3.312 op 45.180 aangiftes).
Vooral betwistingen over de definitie van wat wanneer een arbeidsongeval is en wanneer een privégebeurtenis, liggen aan de basis van die stijging. Alleen ‘een plotse gebeurtenis die tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst of op weg van of naar het werk gebeurt’ én ‘schade oplevert’, komt daarvoor in aanmerking. Een ongeval op een thuiswerkdag bijvoorbeeld is een typevoorbeeld van een betwist dossier. Het is de verzekeraar van de werkgever die een incident als arbeidsongeval kan erkennen. Als die erkenning er niet komt, dan valt het slachtoffer terug op het ziekenfonds, met een lagere tussenkomst als gevolg.
Steekproefcontroles van Fedris leerden in 2021 dat in een op de vijf dossiers van ernstige arbeidsongevallen de weigering onterecht bleek. Sinds dit jaar stapt de overheidsdienst in zulke gevallen altijd naar de rechtbank, in plaats van alleen bij principiële of probleemdossiers. Daardoor moeten de afgewezen patiënten zelf geen – vaak lange en dure – procedure bij de arbeidsrechtbank opstarten. Hoe vaak dat in de loop van dit jaar is gebeurd, kon Fedris niet meegeven.
Bron: de Tijd
by admin | apr 12, 2025 | Economie
Wie nu al studeert voor een knelpuntberoep zal de uitkering toch langer dan 2 jaar kunnen houden, dat zegt N-Va in haar berichten. Studenten die nu al een opleiding volgen tot een knelpuntberoep en die een werkloosheidsuitkering krijgen, zullen die uitkering ook kunnen houden als hun opleiding langer dan 2 jaar duurt. Dat zegt de N-VA. Maar volgens andere regeringspartijen is er nog geen akkoord: vooral over studenten die nog aan hun opleiding moeten beginnen, blijft er onenigheid binnen de regering.
Eerder werd beweerd dat wie studeert voor een knelpuntberoep na 2 jaar zijn uitkering zou verliezen, terwijl sommige opleidingen drie jaar duren. “Zonder dat extra jaar kan ik de opleiding niet afmaken”, zei een studerende die naar verpleegster wou omscholen.
Regeringspartijen CD&V en Vooruit drongen aan op een uitzondering voor studenten die een opleiding voor een knelpuntberoep volgen. Maar N-VA en de Franstalige liberalen van de MR stonden op de rem.
De N-VA pleitte er eerst voor om het regeerakkoord “tot op de letter” uit te voeren. “Ook voor mensen die een knelpuntopleiding volgen”, zei N-VA-fractieleider Axel Ronse. De werkloosheidsuitkering “dient er niet voor” om die te krijgen tijdens een opleiding tot een knelpuntberoep, aldus Ronse. Maar nu zou er toch een bereidheid zijn om 3 jaar uitkering toe te laten.
Volgens de N-VA komt er nu toch een uitzondering, maar enkel voor studenten die al begonnen zijn aan hun opleiding. “Wie in zo’n opleiding zit, aan die mensen hun rechten zullen we niet tornen”, zegt Axel Ronse. “Zij zullen hun opleiding dus kunnen afwerken met een werkloosheidsuitkering.”
Andere partijen binnen de regering spreken dat niet tegen, maar wijzen erop dat er nog geen definitief akkoord is. Vooral voor studenten die nog moeten beginnen aan een opleiding voor een knelpuntberoep is er minder duidelijkheid.
Tot heden zouden volgens de N-VA nieuwe studenten in zo’n opleiding maximaal 2 jaar een uitkering kunnen krijgen. “Eigenlijk is 2 jaar een lange periode”, aldus Ronse.”Bij opleidingen die langer duren, moeten we kijken naar betaalde stages of opleidingen die betaald worden door een werkgever. Een werkloosheidsuitkering is geen studiebeurs”, klinkt het. Bij coalitiepartners Vooruit, CD&V en MR is te horen dat daarover nog geen akkoord is. “De besprekingen zijn nog bezig in de regering”, klinkt het bij Vooruit. Vrijdag 11 april zouden verdere gesprekken plaatsvinden binnen de federale regering.
by admin | apr 6, 2025 | Economie
De Vlaamse en federale overheden zetten in op een maximale tewerkstellingsgraad. Zo veel mogelijk mensen moeten de weg vinden naar werk. Hulpverleners temperen de ambitie door te wijzen op een wooncrisis die stokken in de wielen steekt: “Hoe kan iemand werk zoeken als de zoektocht naar een dak boven het hoofd alle energie opslokt?”
Wooncrisis is complex
Wanneer mensen denken aan huisvestingsproblemen, denken ze vaak aan dakloosheid: geen idee hebben waar je ‘s avonds zult slapen. Maar de huidige wooncrisis in Vlaanderen is veel complexer. Het gaat over mensen die uit hun woning dreigen gezet te worden en geen alternatief vinden, omdat de vraag naar betaalbare woningen het aanbod ver overstijgt. Over gezinnen die noodgedwongen in ongezonde huizen wonen, waar kinderen chronisch ziek worden en dokters het advies geven te verhuizen.
Het gaat over mensen die recht hebben op een leefloon en geen enkele huisbaas kunnen overtuigen om aan hen te verhuren. Over zij die van zorginstelling naar tijdelijke opvang moeten verhuizen, zonder zicht op een gezonde en betaalbare woning. En ja, het gaat ook over wie vannacht in een noodopvang verblijft of, bij gebrek daaraan, op straat slaapt.
Gevolgen voor de arbeidsmarkt
De gevolgen van de wooncrisis zijn groot, ook voor de arbeidsmarkt. Die schrijnende situatie zien wij binnen de Lokale Partnerschappen van dichtbij, bij de ondersteuning van mensen met complexe problemen. We gaan met hen aan de slag om hun weerbaarheid te vergroten, te werken aan hun maatschappelijke integratie en om hen eventueel te begeleiden naar werk.
De Lokale Partnerschappen worden gefinancierd door Europa Werk en Sociale Economie (Europa WSE). Elk partnerschap is samengesteld op basis van een grondige analyse van de specifieke noden in de regio. Lokale overheden krijgen de regie om de juiste organisaties te betrekken.
Ambitieuze overheid
Op vlak van werk is de Vlaamse overheid ambitieus: er wordt gemikt op een werkzaamheidsgraad van 80 procent. De vraag is hoe realistisch dat cijfer is, wetende dat je de kern van niet-werkzaamheid niet aanpakt.
Zo merken wij steeds vaker dat een hardnekkig huisvestingsprobleem mensen verhindert om stappen vooruit te zetten. Zonder stabiele huisvesting kan je niet inzetten op het recht op werken. Mensen met huisvestingsproblemen ervaren talloze obstakels. Hoe kun je solliciteren zonder een rustige plek om je voor te bereiden of om ervoor te zorgen dat je er netjes uitziet?
Daarbij komt dat onzekerheid over huisvesting kan leiden tot chronische stress en gezondheidsproblemen. Dit maakt het lastig om energie te steken in opleiding of werk. Voor wie dagelijks vecht om te overleven, voelt het nastreven van duurzame tewerkstelling als een onhaalbare luxe. Daardoor komen zij vaak in aanraking met ongezonde overlevingsmechanismen. Dit bemoeilijkt opnieuw de zoektocht naar een woning.
Veilige thuisbasis als fundament
Zonder een veilige thuisbasis ontbreekt het fundament om andere problemen aan te pakken. Hoe kan iemand werk zoeken, opleidingen volgen of persoonlijke doelen nastreven, als de zoektocht naar een dak boven het hoofd alle energie opslokt?
En dit gaat niet alleen om de mensen die wij begeleiden. Tal van anderen, die niet in beeld komen bij hulpinstanties, vallen door de mazen van het net. De verborgen omvang van het probleem maakt de urgentie nog groter.
De Vlaamse regering hamert erop dat werk de sleutel is tot maatschappelijke integratie. En dat klopt: werk biedt kansen op stabiliteit en zelfontplooiing. Maar werk kan pas stabiliteit bieden als er ook een stabiele thuisbasis is. Het Housing First-principe, een bewezen aanpak wereldwijd, bevestigt dit: mensen kunnen pas echt vooruitgang boeken wanneer ze verzekerd zijn van een veilige plek om te wonen.
Structurele oplossingen nodig
Toch blijft de situatie in Vlaanderen nijpend. De wachttijden voor sociale woningen zijn historisch lang. Tegelijkertijd stijgen de huurprijzen op de private markt tot een onbetaalbaar niveau. In de eerste helft van 2024 werden maar liefst een derde minder huurcontracten afgesloten, terwijl de vraag blijft toenemen. Kwetsbare groepen raken gevangen in een vicieuze cirkel: noodopvang, couchsurfen of slechte huisvesting versterken hun stress en ondermijnen hun veerkracht.
De wooncrisis is geen tijdelijk probleem, maar een structureel vraagstuk. Omdat er geen passende antwoorden volgen, lopen veel mensen vast. Bovendien bieden deze omstandigheden een vruchtbare bodem voor huisjesmelkers, die profiteren van de kwetsbaarheid van mensen.
Onze dagelijkse praktijk weerspiegelt deze harde realiteit. Uit een recente bevraging van de Lokale Partnerschappen bleek dat in sommige regio’s meer dan de helft van onze deelnemers kampt met ernstige huisvestingsproblemen. Zonder structurele oplossingen blijven deze mensen in onzekerheid leven.
Tijd voor actie
Er wordt vaak van ons verwacht dat we oplossingen aandragen, maar hoe kunnen we structurele problemen aanpakken zonder de juiste middelen? Lokale overheden proberen te helpen, maar ook zij botsen op grenzen. De gebrekkige communicatie tussen verschillende beleidsniveaus maakt een gecoördineerde aanpak lastig.
De signalen zijn alarmerend. Recente daklozentellingen, het Woonrapport van De Morgen en wetenschappelijk onderzoek, tonen aan hoe ernstig de situatie is. Toch blijft een daadkrachtige, structurele aanpak uit.
Hopelijk kunnen we in de toekomst samen bouwen aan een samenleving waarin iedereen verzekerd is van een stabiele thuis. Een toekomst waarin huisvesting geen belemmering meer vormt, maar een stevige basis biedt om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Dat kunnen we realiseren door onze krachten te bundelen en te blijven pleiten voor structurele verandering. De Lokale Partnerschappen in Vlaanderen slaan alvast de handen in elkaar om een duidelijke boodschap te geven.
Bron: Sociaal.net
by admin | apr 6, 2025 | Antipestteam
“Stop de straffeloosheid”. Duizenden studenten in Gent en Leuven gingen donderdagavond 3 april de straat op tegen seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag. Deze betoging is een reactie op de uitspraak van de correctionele rechtbank van Leuven over de student gynaecologie die schuldig werd bevonden aan verkrachting. Zijn straf werd opgeschort vanwege zijn “gunstige persoonlijkheid”.
Het is voor de Gentse studenten het derde verhaal over grensoverschrijdend gedrag in een paar weken tijd. Vorige week kwam de UGent in opspraak vanwege de vermeende aanranding door Carl Devos.
Anderhalve week eerder kwam felle kritiek op de uitspraak van de tuchtraad van de UGent over een professor aan de faculteit bio-ingenieurswetenschappen. Die werd schuldig bevonden aan grensoverschrijdend gedrag en kreeg van de tuchtcommissie als straf “slechts” een verlaging in graad. Hij kan dus aan de universiteit blijven werken, in dezelfde vakgroep. Hij werd door de rector tijdelijk op non-actief gezet.
Studenten zijn niet veilig
“Er heerst een cultuur van straffeloosheid voor daders van seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag. Dit is de zoveelste keer dat een verkrachter vrijuit gaat”, zegt Manar Kharrazi, één van de initiatiefneemsters van de actie. “Studenten zijn niet veilig bij het uitgaan en we zijn niet veilig aan de unief of hogeschool. Er gebeurt bijna niks om ons te beschermen.”
Vier Gentse studenten kondigden de actie in Gent van donderdag 3 april van tevoren aan op Instagram. Op een paar uur tijd haalde hun post meer dan duizend likes. “Dit toont dat heel veel studenten kwaad zijn”, zegt Deborah Bauwens, mede-initiatiefneemster en masterstudente criminologie.
“Iedereen weet dat vrouwen constant worden lastiggevallen, betast en aangerand bij het uitgaan. Wij vragen al jaren voor een Paars Punt in de uitgangsbuurten.
Dat bestaat in Spanje. Dat is een zichtbare plek voor preventie en hulp bij grensoverschrijdend gedrag. De stad moet daar eindelijk werk van maken.” Naast Manar en Deborah werd de actie gelanceerd door medestudenten Jutte Dessein en Ines Mahieu.
Er klinkt ook kritiek op de UGent. Deborah: “We willen dat de UGent de procedures rond grensoverschrijdend gedrag herziet. De laatste jaren veranderden er een aantal zaken onder druk van studenten en personeel, maar het gaat te traag en het is lang niet genoeg. Er is nog steeds een cultuur van proffen die elkaar beschermen, zeker als de dader veel geld binnenbrengt voor de unief.”
1.000 studenten in Leuven
Op hetzelfde moment vond in Leuven een gelijkaardige actie plaats. Meer dan 1.000 studenten verzamelden op het Herbert Hooverplein. Ook zij riepen op tot strengere straffen, meer gerechtigheid voor slachtoffers en de oprichting van een Paars punt in elke stad om hen te ondersteunen.
Het protest in Leuven verliep ook vreedzaam, met toespraken van activisten en slachtoffers die hun verhaal deelden. De organisatoren benadrukten dat seksueel geweld nooit zonder gevolgen mag blijven en dat structurele veranderingen nodig zijn.
Op vrijdagavond 4 april zijn ook studenten de straat op gegaan op de Groenplaats in Antwerpen.
“We pikken de straffeloosheid voor daders van seksueel misbruik niet meer,” vertelt Manar van de actie in Gent nog. “Slachtoffers dragen de schaamte en de pijn heel hun leven mee. Daders moeten consequenties voor hun daden zien. Tijd dat de schaamte verandert van kamp.”
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | apr 6, 2025 | Antipestteam
Opinie – Dries Dulsster, Sofie De Graeve, Furia vzw .
Een student in Leuven is veroordeeld voor verkrachting, maar hij krijgt geen straf omdat hij “getalenteerd” zou zijn. We zien hoe het profiel van de dader zwaarder lijkt te wegen dan de ernst van het misdrijf. De maatschappelijke boodschap hierbij is gevaarlijk: ben je jong, langgeschoold en heb je potentieel, dan is verkrachting te relativeren.
In Leuven is een student veroordeeld voor verkrachting. De rechter oordeelde dat er “seksuele betrekkingen hebben plaatsgevonden, terwijl de dame onmogelijk in een toestand was om daarmee in te stemmen.” De feiten werden bestempeld als “ernstig en onaanvaardbaar.” Een terechte kwalificatie.
Maar de straf? Geen. Geen gevangenisstraf, geen voorwaarden, geen vermelding op het strafblad. Het slachtoffer vroeg een schadevergoeding, maar krijgt slechts een derde. Ze vroeg een contactverbod, maar ook dat werd geweigerd. Waarom? Omdat de dader jong is, geen strafblad heeft, en — zo klonk het — “professioneel en privé een getalenteerd en geëngageerd persoon is.”
Opnieuw zien we hoe het profiel van de dader zwaarder lijkt te wegen dan de ernst van het misdrijf. De maatschappelijke boodschap die hiervan uitgaat, is gevaarlijk: ben je jong, langgeschoold en heb je potentieel, dan is verkrachting blijkbaar te relativeren.
Wat met beloftevolle toekomst slachtoffer?
De uitspraak roept onvermijdelijk herinneringen op aan de zaak van Brock Turner, de Amerikaanse student die een bewusteloze vrouw verkrachtte achter een vuilniscontainer. Hij kreeg zes maanden cel. Zijn vader protesteerde dat dit “een hoge prijs was voor twintig minuten actie in zijn meer dan twintig jaar durende leven.”
De rechter hield rekening met Brocks veelbelovende toekomst. Wat die “twintig minuten” betekenden voor het verdere leven van het slachtoffer, Chanel Miller, leek van minder belang. Wat met haar beloftevolle toekomst?
Zij schreef later: “Je nam mijn waarde, mijn privacy, mijn energie, mijn tijd, mijn veiligheid, mijn intimiteit, mijn zelfvertrouwen, mijn eigen stem van me af, tot vandaag.” Haar volledige slachtofferverklaring is online beschikbaar, en het lezen meer dan waard.
Ze stelt daarin terecht dat sociale klasse geen verzachtende omstandigheid mag zijn: “Het feit dat Brock een topsporter was aan een prestigieuze universiteit mag niet gezien worden als een recht op mildheid, maar als een kans om een krachtig cultureel signaal af te geven dat seksueel geweld strafbaar is, ongeacht sociale klasse.”
In Californië leidde de publieke verontwaardiging tot wetswijzigingen. Zo is sindsdien een gevangenisstraf verplicht voor wie een bewusteloos slachtoffer verkracht. De rechter werd uiteindelijk uit zijn ambt gezet.
Verkrachting niet op strafblad
In Leuven echter belandt zo’n misdrijf zelfs niet op het strafblad. Hoe kunnen we dat als samenleving aanvaarden?
Stel dat uw arts veroordeeld is voor dergelijke feiten, zou u dat niet graag weten? Zou u zich daar nog veilig voelen als patiënt? Zou u vertrouwen hebben in een ziekenhuis die mensen die verkrachten aannemen? Ik alleszins niet. Iemand die zich schuldig maakt aan seksueel geweld hoort niet thuis in een context waar mensen dagelijks over de vloer komen, in zeer kwetsbare situaties.
Tot slot, nog een suggestie aan de rechter: Wat u beschreef als “seksuele betrekkingen waarbij de vrouw onmogelijk kon instemmen,” heet in gewone mensentaal verkrachting. Het is duidelijk, ondubbelzinnig en zegt precies waar het over gaat. Van seksuele betrekkingen was hier hoegenaamd geen sprake.
Dries Dulsster is klinisch psycholoog en psychotherapeut en onderwijsbegeleider aan de UGent aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, waar hij Genderstudies en Seksuologie doceert
Sofie De Graeve is beleidsmedewerker bij Furia vzw
Bron: DeWereldMorgen.be