by admin | jul 8, 2025 | Varia
De kinderwens van mannen en vrouwen is een belangrijke voorspeller van de loop van de vruchtbaarheid. Vlamingen tussen 20 en 40 jaar oud wensen in 2014 nog steeds twee kinderen. Mannen verlangen vaker dan vrouwen slechts één kind. Een minderheid wenst helemaal geen kinderen: amper 6% van de vrouwen wil kinderloos blijven, tegenover 9% van de mannen.
Lees de publicatie
- Vlaming wil nog steeds twee kinderenVlaming wil nog steeds twee kinderen
by admin | jul 7, 2025 | Sectoren
De meer dan 134.000 huishoudhulpen in Vlaanderen en Wallonië krijgen meer loon. Vakbonden en werkgevers hebben daarover een akkoord bereikt.
Van de één euro duurdere dienstencheques gaat uiteindelijk 77 cent naar de huishoudhulpen. De verhoging geldt voorlopig enkel voor de werknemers in Vlaanderen en Wallonië, niet voor de Brusselse “wegens geen regering”, aldus de vakbonden.
Volgens de bonden komt 77 cent per uur bruto neer op een loonsverhoging van 6 procent. Voor een poetshulp die 24 uur per week werkt, zou er netto 552 euro per jaar bijkomen. De bruto-loonsverhoging telt mee voor de berekening van een hoger pensioen, vakantiegeld en de eindejaarspremie. Iedere werknemer krijgt ook een eenmalige inhaalpremie van 208 euro netto als compensatie voor het voorbije half jaar.
Bron: HLN.be
by admin | jul 7, 2025 | Economie
Volgens Vooruit maakt de meerwaardebelasting de belastingen in België eerlijker. “Eindelijk betalen ook de superrijken hun deel,” klinkt het. Maar dat klopt niet. De superrijken beheren hun aandelen doorgaans niet op eigen naam, maar via een vennootschap. En die vennootschappen vallen niet onder de meerwaardebelasting.
Waarom de superrijken de meerwaardebelasting zullen ontlopen
Volgens Vooruit maakt de meerwaardebelasting de belastingen in België eerlijker. “Eindelijk betalen ook de superrijken hun deel,” klinkt het. Maar dat klopt niet. De superrijken beheren hun aandelen doorgaans niet op eigen naam, maar via een vennootschap. En die vennootschappen vallen niet onder de meerwaardebelasting.
Professor fiscaal recht Michel Maus zei het onlangs duidelijk in TerZake: “De allerrijksten hebben hun vermogen al lang ondergebracht in vennootschappen. En die vallen buiten deze belasting.” Ook Bruno Colmant, voormalig kabinetschef van Didier Reynders, is kritisch: “De meerwaardebelasting van Arizona zal niet opbrengen wat men ervan verwacht. Ze raakt de allerrijksten niet, want die verkopen hun aandelen niet. Ze geven ze gewoon door aan hun kinderen.”
De belasting geldt niet voor vennootschappen
En dat is precies het punt. De meerwaardebelasting geldt alleen als een persoon aandelen verkoopt. Maar de rijkste Belgen beheren hun geld zelden als particulier. Ze gebruiken vennootschappen en investeringsvehikels, zoals family offices, om te beleggen en aandelen aan te houden.
En wat blijkt? Die vennootschappen hoeven die belasting helemaal niet betalen.
Sterker nog, er bestaat een wettelijk “achterpoortje” dat zó groot is, dat je je kan afvragen of de voordeur niet gewoon openstaat. Dat is de zogenaamde DBI-vrijstelling. Simpel gezegd: als je genoeg geld hebt om minstens 10% of 2,5 miljoen euro van een bedrijf te kopen, hoef je helemaal geen belasting te betalen op de winst die je later maakt bij verkoop.
Een voorbeeld van 620 miljoen euro belastingvrij
Neem het voorbeeld van de familie De Spoelberch, een van de families achter AB InBev. In 2022 verkochten zij via hun investeringsvennootschap Cobepa een Duits bedrijf met een winst van 620 miljoen euro. Ze betaalden daar nul euro belasting op. En dat zal onder het huidige voorstel van Arizona niet veranderen.
Dus hoewel Vooruit zegt dat mensen “bakken geld verdienen op de beurs zonder belastingen te betalen”, is dat ook onder hun voorstel nog steeds mogelijk.
Volgens een studie van PVDA lopen we via deze constructies elk jaar al ongeveer vier miljard euro aan belastingen mis, wat al veel meer is dan de beloofde 500 miljoen die de Arizonaregering met de meerwaardebelasting hoopt op te halen. Hoe kan je dan beweren dat dit een belasting is “zonder achterpoortjes”, als net de rijksten via de vennootschapsroute netjes langs de belasting kunnen wandelen?
Is het waar dat vooral de rijkste 1% de meerwaardebelasting zal betalen? In theorie misschien, in de praktijk helemaal niet.
Vooruit beweert dat de nieuwe meerwaardebelasting vooral de rijkste 1% zal treffen. Ze baseren zich hiervoor op een studie van de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën. Volgens vicepremier Frank Vandenbroucke komt zelfs 60% van de opbrengst van die belasting van de rijkste één procent.
Maar dat is een te eenzijdige lezing van die studie.
Wat die studie wél aantoont, is dat de rijkste 1% het grootste deel van de goed presterende financiële beleggingen (zoals aandelen) bezit. Dat klopt: zij bezitten bijna 40% van die activa. Het is dan ook logisch dat zij, in theorie, het grootste deel van de meerwaardebelasting zouden betalen.
Maar: de studie gaat niet na hoe mensen in de praktijk belastingen proberen te vermijden. En laat dat nu net zijn waar de rijksten vaak het beste in zijn.
De studie houdt geen rekening met belastingontwijking van de top 1%
De studie doet alsof iedereen – rijk of minder rijk – op dezelfde manier belastingen ontwijkt. Maar dat klopt niet. Iemand die een paar duizend euro winst maakt op aandelen, heeft veel minder mogelijkheden om daar belasting op te vermijden dan iemand die miljoenen euro’s winst maakt via vennootschappen of buitenlandse structuren.
Rijken kunnen bijvoorbeeld hun aandelen vasthouden via hun investeringsvennootschap, waardoor ze geen meerwaardebelasting betalen, zelfs als de waarde van hun aandelen fors stijgt. En zolang ze de aandelen van hun eigen investeringsvennootschap niet verkopen, moeten ze ook niks afdragen. Dat is voor gewone beleggers anders: zij hebben pas iets aan hun winst als ze effectief verkopen – en dan komt de belasting wel.
Dit fenomeen is in de internationale literatuur uitvoerig besproken, zoals hier door het team van Franse professor Gabriel Zucman1. Het dient als belangrijke reden waarom meerwaardebelastingen, die in vele landen courant zijn, de allerrijksten niet raken. Ook met dit mechanisme houdt de studie van de FOD Financiën geen rekening.
De enige manier om de rijken écht te doen bijdragen, is een vermogensbelasting
De enige manier om de top 1 procent te raken zonder achterpoortjes is door naar hun volledige vermogen te kijken. Dan maakt het niet uit of ze aandelen hebben in bedrijven, of op eigen naam. Een eenvoudige vermogensbelasting vanaf 5 miljoen euro is de beste garantie dat de één procent ook echt bijdraagt.
Bron; PVDA.BE
by admin | jul 7, 2025 | Economie
Als we de regering mogen geloven, is er nergens geld voor in dit land, maar ondertussen wil ze vele miljarden investeren in wapens. Ze denken hiermee weg te komen, maar een brede solidaire tegenstroom maakt duidelijk dat mensen niet zo dom zijn als de regering denkt dat ze zijn.
“Dit land staat voor grote uitdagingen. Onze budgettaire toestand is zorgwekkend.” Dat zijn de eerste twee zinnen van het federale regeerakkoord. De boodschap is duidelijk: er is nergens geld voor. Niet voor sociaal beleid, niet voor klimaatbeleid, niet voor cultuur.
Ondertussen is de minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot, in Den Haag om te beloven dat ons land 5 procent van het bruto binnenlands product zal gaan uitgeven aan het leger. Concreet gaat het om 3,5 procent zuiver militaire investeringen en 1,5 procent in veiligheidsinfrastructuur, wat breed geïnterpreteerd kan worden.
Op de knieën voor Donald Trump
Het stond in geen enkel verkiezingsprogramma. De voorzitters van de verschillende regeringspartijen hebben allemaal in de pers verklaard dat de 5 procent-norm waanzin is. En toch gaat onze minister van Buitenlandse Zaken die norm gewoon ondertekenen. Niet omdat de bevolking dat vraagt, maar omdat Donald Trump dat wil.
Die vijf procent komt niet voort uit een militaire analyse van hoe groot de oorlogsdreiging is. Militaire experten geven aan dat het eigenlijk niet zo zinnig is om je veiligheid te gaan afmeten aan hoeveel procent van het bbp je in het leger investeert. De vijfprocentnorm is bedacht door Donald Trump. Hij wil die norm opleggen aan alle NAVO-lidstaten, behalve de VS zelf, zij halen die norm namelijk zelf niet eens.
Niet alleen is het zo dat de wapens die Europese landen volgens die norm massaal moeten aankopen, geproduceerd worden in de VS. De militaire opbouw moet er ook voor zorgen dat de VS zich militair op een confrontatie met China kan voorbereiden. “Omdat onze bondgenoten de lasten delen, kunnen we onze focus op de Indo-Pacific vergroten, want dat is onze prioritaire theater”, zo verklaart Pete Hegseth, de minister van Defensie van Trump.
“Het was niet gemakkelijk, maar we hebben iedereen laten instemmen met 5 procent.” Dat schreef NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte in een bericht naar Donald Trump. “Europa gaat ZWAAR betalen, zoals het hoort, en het zal jouw overwinning zijn.”
“De NAVO is de machtigste militaire alliantie in de geschiedenis van de mensheid. Het is zelfs machtiger dan het Romeinse Rijk. En machtiger dan het keizerrijk van Napoleon”, zo vertelde Rutte op 4 juni aan de wereldpers. Het zegt eigenlijk alles. Trump die zichzelf ziet als een soort nieuwe Napoleon die de wereld domineert, waarbij Europese leiders op hun knieën gaan en hun eigen democratie en soevereiniteit ondergeschikt maken aan de wil van de president van de Verenigde Staten van Amerika.
Democratisch debat
Tot voor kort besteedde België 1,3 procent van haar bbp aan defensie. Dat wilde men al optrekken naar 2 procent, of zo’n 13 miljard euro per jaar. Het geld daarvoor heeft men nog niet gevonden. “We weten nog niet hoe we de extra 4 miljard voor dit jaar zullen financieren om de 2 procent te kunnen bereiken”, zo verklaarde minister Prévot in De Afspraak.
Een verhoging naar 3,5 procent zou 24 miljard zijn. Dat is acht keer meer dan we jaarlijks uitgeven aan justitie, en dan hebben we de 1,5 procent in veiligheidsinfrastructuur nog niet meegerekend. Ter vergelijking: de meerwaardebelasting waarmee Vooruit wil verzekeren dat de regering ook de sterkste schouders aanspreekt, zal ongeveer een half miljard opbrengen.
“We kunnen nu eenmaal niet anders”, zo wordt dan vaak gezegd. “We maken deel uit van de club en dit is het lidgeld dat we moeten betalen.” Je kan je natuurlijk afvragen of een club waarin we allemaal moeten luisteren naar een pestkop die zich Napoleon waant, wel een club is waar we lid van willen zijn, maar het klopt ook niet dat de 5 procent-norm juridisch bindend is.
“Als soevereine staten zijn de bondgenoten niet verplicht hun beleid ondergeschikt te maken aan de gemeenschappelijke besluitvorming”, zo staat het in het Harmelrapport uit 1967, dat aangenomen is door de NAVO. Hoeveel we uiteindelijk investeren in bewapening is en blijft met andere woorden een politieke keuze waarover democratisch debat gevoerd dient te worden. Het zijn de vakbonden die samen met het brede middenveld dit democratisch debat afdwingen.
Het lijkt erop dat de regering ons allemaal voor dom aanziet. Dat ze kan herhalen dat we geen andere keuze hebben dan te besparen, en tegelijkertijd weg kan komen met het verhaal dat we eveneens geen andere keuze hebben dan miljarden uit te geven aan Amerikaanse wapens.
Gelukkig zijn de meeste mensen niet zo dom als de regering denkt. “Er zijn hier heel veel mensen aanwezig die op één van de regeringspartijen hebben gestemd”, zo vertelt een actievoerder. “Wat ze nu allemaal beslissen, hebben ze nooit gezegd voor de verkiezingen.” Zij zullen niet toestaan dat onze democratie in hun naam stap voor stap ontmanteld wordt.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | jul 7, 2025 | Economie
Het aantal langdurig zieken is nog nooit zo hoog geweest. Daarbij pakt het Arizona-beleid de symptomen van het probleem aan in plaats van de oorzaken en staat het bol van de stigmatiserende uitspraken alsof zieken bedriegers zijn. Organisaties van het middenveld en de werknemers trekken aan de alarmbel.
526.000 langdurig zieken
Het aantal langdurig zieken, mensen die meer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn, is nog nooit zo hoog geweest. In België zijn er 526.000 mensen die als invalide zijn erkend. 1/3de ervan door ziektes die verband houden met depressie of burn-out en 1/3de door musculoskeletale aandoeningen. Twee ziektebeelden die nauw samenhangen met de steeds verslechterende arbeidsvoorwaarden.
De meeste invaliden zijn trouwens vrouwen en 55-plussers. Een onrustwekkend fenomeen dat steeds groter dreigt te worden door de maatregelen die de Arizona-regering beoogt. Als vertegenwoordigende organisaties van het middenveld en de werknemers, trekken wij aan de alarmbel.
Bezuinigingsmaatregelen contraproductief
Deze situatie is des te verontrustender gezien de huidige politieke context waarbij de federale regering een reeks bezuinigingsmaatregelen wil invoeren die de gezondheid van de werknemers verder zullen aantasten. Arizona wil tegen 2029 meer dan 23,3 miljard euro vinden om het tekort op federaal niveau onder de 3 procent van het bbp te brengen.
Hiervoor wil Arizona zo snel mogelijk en zoveel mogelijk mensen opnieuw aan de slag krijgen. Dit wil ze bereiken door de ‘restcapaciteit’ (de resterende geschiktheid om te werken) te beoordelen van de zieken, de werkloosheidsuitkeringen te beperken tot twee jaar, de ziekenfondsen te sanctioneren als zij onvoldoende ‘terug-naar-werk’-trajecten opstarten, de werkgevers aan te moedigen om werknemers snel terug aan het werk te zetten en het aantal controles op te drijven bij artsen die verdacht worden valse ziektebriefjes voor te schrijven.
Al deze maatregelen hebben slechts één doel: werklozen en arbeidsongeschikte personen activeren om tegen 2029 aan een tewerkstellingsgraad van 80 procent te komen. Dit beleid is niet enkel onmenselijk en bruut voor de zieken, maar ook onrealistisch en contraproductief. Tijdens de laatste drie maanden van 2024 telden we meer dan 526.000 invaliden tegenover 171.946 vacatures. Tel daar de 280.000 werklozen bij op en het is overduidelijk dat er onvoldoende werk is voor iedereen.
Dit beleid pakt de symptomen van het probleem aan in plaats van de oorzaken en staat bol van de stigmatiserende uitspraken die willen doen geloven dat werklozen profiteurs zijn en zieken bedriegers.
Langdurig zieken lui?
De redenering van de regering steunt op de responsabilisering van de zieken, de artsen, de werkgevers en de ziekenfondsen.
Vakbonden, ziekenfondsen, verenigingen en gezondheidsexperts leggen een duidelijk verband tussen de verslechterende arbeidsvoorwaarden en de onrustwekkende stijging van het aantal zieken.
We stellen vast dat het werktempo van de werknemers steeds hoger komt te liggen en de productiviteitsdoelen steeds scherper worden gesteld, dat het zorgpersoneel structureel onderbemand is (met de gekende gevolgen voor de kwaliteit van de geleverde zorg) en dat de middelen van de openbare diensten constant verminderen.
Dit cijfer bevestigt onze vaststellingen: 84 procent van de arbeidsartsen die door Solidaris werden bevraagd, denkt dat “er meer inspanningen van de werknemers worden gevraagd ten opzichte van vroeger en dit zowel op mentaal als op fysiek vlak” (Solidaris).
Zodra deze vaststelling wordt aanvaard, is het onmogelijk de kwestie van de langdurig zieken te benaderen vanuit de veronderstelling dat deze mensen op de een of andere manier lui zijn.
Mythe van profiteurs
Het idee dat zieken verantwoordelijk zouden zijn voor hun situatie, of zouden profiteren, is een manier om het probleem te benaderen dat niet overeenstemt met de werkelijkheid en het individu met een enorm schuldgevoel opzadelt. Als je werkt, kan je in je behoeften voorzien, ben je nuttig voor de maatschappij, geef je zin aan je leven, schep je banden.
Als het werk onder goede voorwaarden kan worden verricht, je goed wordt betaald en het je niet ziek maakt, kan het inderdaad emanciperend zijn. Daarom kiest niemand ervoor ziek te worden of te blijven om te profiteren van zogenaamd nietsdoen. Ziek worden, en dan nog door het werk, is geen luxe en is nooit comfortabel.
Het is bovendien cruciaal om het probleem van de gezondheid op het werk, vanuit een collectief oogpunt te analyseren. In de sector van de huishoudhulpen bijvoorbeeld is er elke dag één werkneemster op de vijf arbeidsongeschikt. Peesontstekingen, blootstelling aan schadelijke chemische stoffen en musculoskeletale aandoeningen zijn dagelijkse kost voor deze werknemers, die door hun uitputtende arbeidsvoorwaarden hun lichaam beschadigen.
In die sector, net als in vele andere, is elke poging om het fenomeen te individualiseren ofwel een analysefout ofwel intellectuele oneerlijkheid. Het is dankzij collectieve oplossingen zoals risicopreventie, het aanwerven van voldoende personeel en collectieve arbeidsduurvermindering dat we erin zullen slagen de arbeidsvoorwaarden en de gezondheid van zoveel mogelijk werknemers te verbeteren.
Beter voorkomen dan genezen
Op het vlak van gezondheid op het werk en met het oog op het inperken van het stijgend aantal langdurig zieken, is het noodzakelijk om nieuwe investeringen te doen voor risicopreventie, de begeleiding van zieken en het aanwerven van bijkomend personeel in knelpuntberoepen.
De drang naar “steeds meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt” waar rechts voor pleit en die als enige doel heeft de productiviteit van de ondernemingen voortdurend te verhogen, lijkt trouwens niet te verzoenen met ambitieuze gezondheidsdoelstellingen. Nachtarbeid, overuren presteren, meerdere jobs combineren: al die systemen die de winst boven de mens stellen, hebben ernstige en vaak onomkeerbare gevolgen voor de gezondheid van de werknemers.
Door middel van maatregelen die nog sterker gericht zijn op concrete oplossingen om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren, kunnen we niet alleen de werkdruk verlichten, maar ook het werk minder zwaar maken en de zieken beter begeleiden.
Arbeidswereld is ziekmakend systeem
Anders dan deze regering kiezen wij resoluut voor een beleid dat de harde realiteit onder ogen ziet. Wij durven wél politieke maatregelen voor te stellen die daadwerkelijk het hoofd bieden aan de gezondheidscrisis op de werkvloer.
Vandaag moeten we vaststellen dat werk niet langer voldoet aan de voorwaarden van zingeving en menselijke waardigheid. Daarom verwerpen wij de logica van blinde besparingen en productiviteitsdwang, die werknemers tot uitputting drijft met als enig doel de concurrentiepositie van onze bedrijven te versterken.
Aangezien oorzaken aanpakken altijd doeltreffender is gebleken dan de gevolgen behandelen, stellen we een preventieve aanpak voor om te vermijden dat mensen ziek worden door het werk. De arbeidsduur verminderen, personeel aanwerven in knelpuntberoepen, investeren in onze openbare diensten en in risicopreventie, dit zijn allemaal ambitieuze maatregelen om de toename van het aantal langdurig zieken tegen te gaan en om het ziekmakende systeem dat de arbeidswereld is geworden, te doorbreken.
Bron: DeWereldMorgen.be