by admin | mei 1, 2026 | Economie
Ik wou het even hebben over de nieuwe tarieven van Telenet. 20 euro per maand erbij voor de laagste tariefformules. Daarvan zou je kunnen zeggen dat dit een bedrijf zijn goed recht is in de vrije markt. De klanten kunnen altijd naar een ander gaan. Dat zou juist zijn, tenminste als er concurrentie is. In zo’n geval hoeft de overheid zich daar niet mee te bemoeien.
Het probleem is natuurlijk dat die vrije markt verstoord is. Het is geen echte vrije markt. Het is een oligopolie van Proximus, Orange en Telenet, met nauwelijks noemenswaardige andere spelers. Telenet zit sowieso met de kabeldistributie. Ondanks het ongenoegen bij consumenten kiezen nog maar weinig mensen voor kabelknippen. De televisiedistributie is dus een manier om mensen aan Telenet te binden.
Voetbal op het internet?!
Hoe erg dit is, merk je wanneer de voetbaluitzendingen plots via internet gaan in plaats van via Proximus of Telenet. Dan ontstaat er onrust in de Wetstraat en beginnen politici te schreeuwen dat het een schande is en dat de voetbalbond de rechtmatige eigenaar van de voetbalrechten moet dwingen.
Bovendien hebben operatoren zoals Telenet contracten met een zogenaamde lock-in. Klanten gaan overeenkomsten aan voor een jaar en kunnen pas na een bepaalde tijd uitstappen. Dat is bij elke telecomoperator zo, en daar zit een logica achter. Hetzelfde bestaat bij huurcontracten van bedrijven: die moet men ook betalen tot een bepaalde termijn als men vertrekt.
Privatisering verprutst
Het probleem is dat de privatisering van de telecommunicatie in België van het begin af aan is verprutst door de politiek. Er waren heel mooie cases in het buitenland, maar men heeft daar nooit naar gekeken. Men heeft dezelfde fouten gemaakt als op veel andere plaatsen. Men had een schoonheidswedstrijd kunnen organiseren met businessplannen van ondernemers. Dat heeft men niet gedaan.
De Vlaamse politiek heeft de intercommunales en de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen (GIMV) een cadeau gedaan. Om de boel te financieren zocht de Vlaamse regering een aantal grote marktpartijen, zoals KBC (een bank), holdings zoals Cobepa en Telindus (een Vlaamse leverancier en een groot Belgisch beursgenoteerd bedrijf). In andere gevallen, zoals bij Proximus (toen nog Belgacom), Orange (toen nog France Telecom) en Base, zocht men buitenlandse operatoren zoals France Telecom en het Nederlandse KPN. Van origine buitenlandse staatsbedrijven en ex-monopolisten. Die kregen allemaal een vet cadeau.
De Vlaamse en Belgische regeringen deden dit op een manier die eigenlijk absurd is. De overheid heeft die licenties zogezegd geveild. Dat wil zeggen dat wie op voorhand het meeste geld gaf aan de overheid een oligopolist mocht gaan uitbaten. Zogezegd een concurrent die de prijzen en de kwaliteit van de dienstverlening zou verbeteren. Het zou allemaal goedkoper worden voor de burgers.
Enkel oude krokodillen
Op die manier krijg je geen nieuwe spelers op de markt, maar alleen oude, bestaande spelers van elders. De zogenaamde incumbents, de staatsmonopolisten uit andere landen.
Die gingen natuurlijk onmiddellijk proberen om in hun tarieven die gigantische investering terug te verdienen. Dat betekent dat de tarieven van bij het begin veel te hoog waren voor wat eigenlijk geleverd wordt.
Enkel en alleen omdat de overheid eigenlijk een belasting had geheven op de toekomstige winsten met het verbruik van internet, van telefonie enzovoort. Zo werkt het altijd, denk maar aan Fluvius.
In die constellatie kan je niet over “de vrije markt” praten. Dan moet je praten over de overheid die cadeaus doet aan de gevestigde belangen. Financiële groepen, multinationals en voormalige staatsbedrijven. Tel de intercommunales voor teledistributie en de GIMV daar gerust bij. Het was dus ook een cadeautje aan het eigen netwerk van lokale politici.
Dit is gewoon van bij het begin het scenario geweest, ten koste van de consument. Wanneer men kijkt naar andere landen, ziet men dat het ook anders kon. In de VS heeft men de nationale operator voor telefonie AT&T, bijgenaamd Ma Bell, opgesplitst in stukken en die stukken verkocht. Die stukken moesten met elkaar gaan concurreren. Idem met de kabelmaatschappijen die sowieso al in privéhanden waren. In de loop van de tijd ontstond een zeer competitieve markt met wereldspelers. Die kochten hier de boel op, zoals de huidige eigenaar van Telenet. Die melken al jaren de Belgische en Nederlandse klanten als een cashkoe.
Crony Capitalism
Die Amerikaanse operatoren moesten naar de beurs. Zij moesten dus aandeelhouders zoeken. Bij ons zochten ze eerst vriendjes zoals KBC, Cobepa en Telindus. Die staken er geld in om nadien op de Brusselse beurs hun exit te krijgen en eens lekker te cashen, over de rug van de consument die in veel gevallen ook nog die aandelen kocht als belegging.
Zoiets is geen vrije markt. Dat is crony capitalism: vriendjeskapitalisme en netwerkcorruptie. Of dacht je dat Telenet tientallen politici tienduizenden euro’s gaf om in allerlei adviesraden te zitten voor niks? Crony capitalism is een vieze vorm van machtsmisbruik. Het heeft niets te maken met de vrije markt of concurrentie.
Daarom is het een goede zaak dat minister Beenders nu optreedt. Het probleem is dat dit symptoombestrijding blijft. Men moet het probleem bij de wortel aanpakken. Dat wil zeggen: de hele telecommarkt in België hervormen op een manier die eerlijke concurrentie mogelijk maakt.
Vincent Van Quickenborne riep Beenders op X trouwens op dit te doen, in plaats van wat hij communiceerde. Het hele systeem is fout opgebouwd. Ofwel grijpt men eindelijk zeer rigoureus in, ofwel legt de politiek zich erbij neer dat ze een probleem heeft gecreëerd dat, ondanks de perverse kantjes, niet meer recht te breien valt. In dat geval zal de ellende blijven voortduren.
Bron: PAL.be
by admin | mei 1, 2026 | Economie
Tijdens het vragenuurtje in de Kamer op donderdag kwamen van alle politieke partijen vragen over de intentie van de federale regering om de nucleaire activiteiten van Engie over te nemen. Het bizarre is dat, hoewel er zeer pertinente vragen kwamen, er niks over de grond van de zaken werd gevraagd of verteld. Waarom? En vooral waarom nu?
Inhoudelijk weten we zo goed als niets. We weten dat de federale regering de ontmanteling onmiddellijk stopzet en dat ze een onafhankelijke studie bestelt. Dat zei premier Bart De Wever (N-VA) als antwoord op de gebundelde vragen.
Hij gaf tevens een korte uitleg over het waarom. De regering gaat ervan uit dat Engie een beslissing heeft genomen. Ze hebben een businessmodel gekozen. Vervolgens voegde hij er fijntjes aan toe dat Engie geen betrouwbare partner is. Zoiets is natuurlijk een enorm belangrijke mededeling. Wanneer Bart De Wever zegt dat hij Engie geen betrouwbare partner vindt, dan blaast hij feitelijk de contracten op.
“Een krankzinnig contract”
Die contracten zijn de oorzaak van het zeer lastig parket waarin De Wever zich bevindt. De vorige regering, met Alexander De Croo en Tinne Van Der sloot een contract van 1000 pagina’s. Een krankzinnig contract om het met vragensteller Jean-Marie Dedecker zijn woorden te zeggen.
In een kort gesprek met PAL.be zei Dedecker dat in het contract zaken stonden zoals het verplicht afbreken van Tihange 1 en op die site zou Engie dan een gascentrale krijgen. “Daar moest de Belgische staat vervolgens 900 miljoen euro voor betalen”, aldus Dedecker. Indien het niet door zou gaan, moest de staat een schadevergoeding betalen. Met dat soort clausules stond het contract vol.
Volgens wel ingelichte kringen had Bart De Wever de totale kost voor de schatkist ongeveer beraamd op 100 miljard euro. Een ramp en dat stak in een wurgcontract. De intentieverklaring is met andere woorden de aanzet tot het vernietigen van dat wurgcontract.
Bron: PAL.be
by admin | mei 1, 2026 | Economie
Het leek een communicatiestunt van de N-VA en de MR, om net voor een lang weekend in volle energiecrisis uitpakken met de belofte dat ze de kerncentrales gaan kopen van Engie.
Wat ze niet zeggen is dat ze die kerncentrales willen kopen omdat premier Bart De Wever (N-VA) vreest dat de deal die zijn voorganger Alexander De Croo (Anders) en Tinne Van der Straeten (Groen) sloten met Engie voor de verlenging van enkele kernreactoren, minstens 100 miljard euro dreigt te gaan kosten aan de schatkist. Daarom was het opvallend dat Groen in de Kamer interpelleerde over de (toekomstige) Engie-deal.
Aankondigingspolitiek
De onderhandelingen om de nucleaire activiteiten van Engie over te nemen worden door de regering-De Wever gepresenteerd als zijnde een belangrijke beslissing. VOKA bejubelde bij monde van haar gedelegeerd bestuurder Frank Beckx de aankondiging.
Want een aankondiging, dat is het: niets meer dan een intentieverklaring. Die aankondiging stond al jaren in de sterren geschreven. Engie plande dit al zeer lang geleden.
De timing om te verkopen is immers ideaal. Dat weten ze bij Engie. Alle kerncentrales liggen stil en brengen dus geen cent op, terwijl de kosten doorlopen. De publieke opinie, overheden en bedrijven schreeuwen om kernenergie door de energiecrisis. Dat maakt dat voor het eerst in jaren het geen buyer’s market meer is. De koper zal de beste prijs in de geschiedenis betalen in de huidige context. Ideaal dus voor verkopers die op iets zitten dat geld kost, niet rendeert en waar ze vanaf willen. Tijd om te cashen.
Minister die geen knopen doorhakt
Op zo’n moment beslist de Belgische regering om te beginnen aan onderhandelingen om de kerncentrales te kopen. Bovendien is de minister van Energie Mathieu Bihet (MR) bevoegd. Die maakte als lid van de Kamercommissie Energie niet bepaald een onvergetelijke indruk. Als kersvers minister van Energie maakte hij de ene uitschuiver na de andere en debiteerde dezelfde onzin als zijn voorgangster Tinne Van der Straeten (Groen). Hij hakte geen knopen door en deed buiten veel uitspraken over kernenergie eigenlijk niets en bleef geld stoppen in groene luchtkastelen.
De man vertelt gewoon wat de administratie of zijn kabinet hem oplepelt. Dat hij geen verstand heeft van energievraagstukken en economie, is niet onlogisch. Bihet is een jurist die nooit werkte als advocaat en als specialist publiek recht vooral een beroepspoliticus uit Luik blijkt die op mandaten en postjes jaagt. Hij staat bovendien niet bepaald bekend als een harde werker.
Straffe onderhandelaar
Die minister treedt nu dus in het strijdtoneel met Thierry Saegeman van Engie. De vroegere topman uit België en nu vicevoorzitter in Parijs. Een topper in veel opzichten. En iemand die al decennia onderhandelt met de Belgische staat en iedereen weet hoe dat telkens afgelopen is.
Saegeman is burgerlijk ingenieur met vervolgopleidingen economie. Een Vlerick-boy zoals ze zeggen. De crème de la crème van het Belgische onderwijssysteem. Gepokt en gemazeld bij Tractebel, Electrabel en Engie waar hij CEO was. En een specialist in de uitbating van kerncentrales.
Dealmaking
Dit belooft een zeer ongelijke strijd te worden. Een regering met veredelde amateurs tegen ervaren professionals. Gehaaide onderhandelaars bovendien met budgetten waar de regering slechts van kan dromen. Tegenstanders die niet naar postjes hengelen tijdens de onderhandelingen. Die geen nood hebben aan een gouden parachutes of een vriendendienst.
Het is allesbehalve het sympathiekste bedrijf, maar Engie gaat de federale regering eens een lesje in dealmaking geven. En de federale regering moet onder een wurgcontract uit waarvan premier Bart De Wever gezegd zou hebben dat de overeenkomst van Alexander De Croo en Tinne Van der Straeten met Engie minstens 100 miljard euro gaat kosten aan de Belgische staat. Dat is meer dan het volledige jaarbudget van de pensioen- of de gezondheidszorgen in België.
Bron: PAL.be
by admin | mei 1, 2026 | Sectoren
“Wat de minister van asiel en migratie doet, is haast tekstboek antidemocraten: uitspraken en rechterlijke bevelen negeren, rechten uithollen en kwetsbare mensen gebruiken als politiek decor.” Zo sprak Bert Engelaar, voorzitter van het ABVV, op het 1 mei feest.
Kameraden, vrienden,
1 mei, Dag van de Arbeid. Onze dag. Onze dag gaat over meer dan arbeid alleen. Onze dag gaat over de samenleving die we willen zijn. Over macht en tegenmacht. Over rechtvaardigheid en hypocrisie. Over solidariteit. Over zekerheid. Over wie betaalt, wie beschermd wordt en wie kopje onder gaat.
Er wordt ons al jaren hetzelfde riedeltje verteld. Belastingen zouden het probleem zijn. Te veel. Te zwaar. De overheid zou per definitie inefficiënt zijn. Te log. Te groot. Doe rijken eerlijker bijdragen, en ze vertrekken met hun koffers, hun aandelen en hun gekwetste gevoelens. Te gewiekst. Te snel.
Het is een handig verhaal. Alleen geen waar verhaal. Het is een fabel.
Laat ons beginnen bij het klassieke argument: de overheid zal uw geld toch niet goed besteden. Alsof we democratie zouden moeten wantrouwen en daarom ongelijkheid maar laten verdergroeien.
Wie bijdraagt, is een politieke keuze. Hoe middelen worden ingezet, is een andere politieke keuze. Beide horen thuis in het democratische debat. Burgers betalen belastingen en verwachten verantwoording. Terecht. Het verplicht regeringen om keuzes uit te leggen. Het geeft burgers de macht om hen daarop af te rekenen. Terecht.
Wantrouwen in de overheid mag nooit dienen als schild voor wie geen bijdrage wil leveren. Wantrouwen moet een reden zijn om de democratie sterker, transparanter en eerlijker te maken. Dat verdienen de mensen. Dat moeten we waarmaken.
Een rechtvaardige vermogensbelasting begint waar echte rijkdom begint. Ze treft grote vermogens. Ze behandelt gelijk.
Ze sluit achterpoortjes. Ze vraagt meer van wie meer heeft. Precies zoals een beschaafde samenleving hoort te doen. We zijn dit aan onszelf verplicht, kameraden. Niet later. Nu!
Feiten op een rij
Laten we naar de feiten kijken.
De rijkste groepen zien hun aandeel in de welvaart groeien. Jaar na jaar. Onderaan blijft men vechten om rond te komen. Jaar na jaar. Ongelijkheid. Dat is het. Ongelijkheid. Minder kansen, ongezonder leven, minder opklimmen en een brozer vertrouwen in de democratie.
Ongelijkheid schaadt. Ongelijkheid schaadt mens en economie. Een samenleving groeit niet wanneer steeds meer mensen achterblijven. Dat moeten we aanpakken, kameraden. Iedereen moet mee aan boord.
Conservatieven bedienen zich van het schrikbeeld: de rijken zullen vertrekken. Dat klinkt dramatisch, maar het is een mythe. De mythe van de fiscale exodus. Politiek nuttig, maar feitelijk mager.
Na het schrikbeeld volgt de emotie. “Er wordt al kapot belast. De rijken betalen al veel.” Sommigen betalen veel. Dat klopt. In absolute cijfers. Daar gaat het niet om. De echte vraag is verhouding. Wie leeft van arbeid betaalt zwaarder dan wie leeft van vermogen.
Een bijeengezweet loon wordt sneller en zichtbaarder belast dan een fortuin dat groeit via aandelen, vastgoed of constructies. Dat is geen natuurwet. Dat is wetgeving. En wetgeving, die schrijven we samen.
Regeltjes zijn noodzakelijk. Met selectieve, vrijwillige liefdadigheid komen we er niet. Rechtvaardige belastingen zijn sterker dan willekeurige gulheid. De echte vraag, beste vrienden, de echte vraag is niet óf het kan. De echte vraag is: wie houdt het tegen?
Er is een alternatief
Binnenkort volgt een begrotingsconclaaf. We kennen het ritueel. Eerst ballonnetjes oplaten. Dan ernstige gezichten. Daarna gelekte tabellen. Vervolgens de boodschap dat iedereen inspanningen moet leveren.
Tenslotte blijkt die “iedereen” te bestaan uit werknemers, gepensioneerden, zieken, mensen aangewezen op een uitkeringen en openbare diensten.
Maar het begint sterk te ruiken naar een ruildeal. Een ruildeal waarbij men eindelijk een stap richting fiscale rechtvaardigheid zet om tegelijk af te slaan richting verder snijden in de sociale zekerheid en openbare diensten.
Zit daar het geld? Bij mensen die ziek worden? Bij wie een pensioen verdiend heeft? Bij wie tijdelijk zonder werk valt? Bij leerkrachten, buschauffeurs, sociaal werkers? Gaan we mensen die het land dragen uit evenwicht brengen, terwijl grote vermogens dankbaar applaudisseren voor hun symbolische bijdrage? Neen!
Er is een alternatief. Dat zegt ook het ABVV, constructief. Het ligt er, een menu van concrete voorstellen. Op tafel. Behapbaar. Verteerbaar voor iedereen. Een menu dat de begroting versterkt. Zonder brute besparingen in sociale bescherming en bij overheidsdiensten. Een menu van zo’n 21 miljard euro. Geen toverkunst. Wel eerlijke ingrediënten.
Hervorm de personenbelasting zodat alle inkomsten meetellen: arbeid, vermogen en vastgoed. Een euro is een euro. Pak uitzonderingsregimes en managementvennootschappen aan die vooral creatief blijken in het ontwijken van solidariteit. Herbekijk kritisch subsidies en kortingen waarvan niemand nog ernstig kan aantonen dat ze doen wat ze beloven. Dring fiscale cadeaus terug die al jaren automatisch worden verlengd alsof ze in de grondwet staan.
Ze zijn dus wel te vinden, kameraden, die vele miljarden. Daarom lanceer ik nog maar eens m’n oproep: geef ons menu een eerlijke plaats op de kaart. Bekijk onze voorstellen. Kom mee aan tafel. Het is daar aan de onderhandelingstafel, dat akkoorden worden gesloten. Evenwichtig. Weloverwogen.
Wanneer vakbonden én werkgevers, daar aan die onderhandelingstafel, voor het eerst sinds jaren op hoog niveau een akkoord sluiten, moet een regering daar ernstig mee omgaan.
Ja, het gaat om de index. De index, de enige ex die je in je leven wilt. Onze index. De beste garantie op koopkracht. Voor iedereen. Puur Belgisch vakmanschap. Dat vakmanschap moeten we niet alleen koesteren, vrienden. We moeten het in ere houden. We moeten het duurzaam verankeren.
En dat doen we. Mét een akkoord tussen vakbonden én werkgevers. Wanneer zij die elke dag op het terrein staan, over die index een akkoord sluiten, moet een regering luisteren. Wij verwachten van de regering dat ze de sociale partners respecteert. Wij verwachten van de regering dat ze haar verantwoordelijkheid opneemt.
Wij verwachten van de regering, dat ze als werkgever, net zoals de werkgevers in de privé, de indexering veiligstelt. Voor al het overheidspersoneel. Volledig. Volwaardig. De index, kameraden, is en blijft een rode lijn.
1 mei gaat ook over waarden
Ziedaar het echte debat. Niet hoe diep men nog kan snijden in bescherming. Wel hoe men eerlijk middelen kan ophalen. Niet hoeveel mensen men nog extra onzeker kan maken. Wel hoe men rijkdom correct laat bijdragen. 1 mei gaat vandaag niet alleen over eerlijke bijdragen en sterke schouders.
1 mei gaat ook over waarden. België profileert zich graag als verdediger van mensenrechten. Soms gebeurt dat ook echt, onder druk van burgers. Steun voor internationale rechtsinstellingen. Stappen om wapentransfers naar Israël stop te zetten. Maar tussen aankondiging en uitvoering gaapt vaak politieke leegte.
De beslissing om producten uit illegaal bezet gebied te weren, wacht op uitvoering. Intussen worden plannen gesmeed om regels rond wapenexport te versoepelen. Ook dat is een klassieker van onze tijd: plechtig spreken over principes, om daarna in de kleine lettertjes uitzonderingen te organiseren.
Mensenrechten zijn geen decorstuk voor buitenlandse toespraken, kameraden. Ze beginnen thuis. Daar wordt het ongemakkelijk. Wat de minister van asiel en migratie doet, is haast tekstboek antidemocraten: uitspraken en rechterlijke bevelen negeren, rechten uithollen en kwetsbare mensen gebruiken als politiek decor.
Ik ben gelukkig niet de enige die dat durft te zeggen. Een samenleving die zichzelf ernstig neemt, laat kinderen niet slapen op straat en noemt dat kordaat beleid. Een samenleving waarin de macht zelf kiest wanneer regels tellen en wanneer niet, leidt tot extreem gevaarlijke toestanden. En dat kameraden, nooit meer! Nooit meer.
Wij verwachten meer
Ik heb, vrienden, helaas nog pijnlijke voorbeelden. In onze gevangenissen blijft de toestand schrijnend. Overbevolkt. Mensen slapen op de grond. Men spreekt over een noodwet, alsof een nieuwe titel op een oud dossier plots matrassen uit het plafond tovert.
Er is meer. Vreedzame betogingen worden te vaak kwaadwillig belemmerd. Hervormingen rond abortus blijven geblokkeerd. Fossiele sectoren ontvangen nog steeds gunsten en subsidies terwijl burgers korter moeten douchen en moreel moeten consumeren.
Daarom, vrienden: wij verwachten meer. Minder stoerdoenerij. Minder volgzaamheid tegenover Donald Trump en zijn grillen. Minder schoothondengedrag. Meer diplomatieke druk. Meer initiatief. Meer ruggengraat.
Een regering toont haar waarden niet in verklaringen, maar in daden. Een samenleving die grote vermogens ontziet maar kwetsbare mensen viseert, maakt keuzes. Een regering die rijkdom spaart maar rechten relativeert, maakt keuzes. Een politiek die streng is voor beneden en soepel voor boven, maakt keuzes.
Op 1 mei moeten wij die keuzes benoemen. Wij vragen geen afgunst. Wij vragen geen strafexpeditie tegen succes.
Wij vragen rechtvaardigheid. Wij vragen dat arbeid niet langer zwaarder belast wordt dan kapitaal. Wij vragen dat mensenrechten ook gelden wanneer ze politiek ongemakkelijk worden. Wij vragen dat democratie meer is dan communicatie. Wij vragen dat solidariteit geen slogan blijft, maar beleid wordt.
De rijkdom is er. De middelen zijn er. De kennis is er. De oplossingen zijn er. Wat ontbreekt, is politieke moed. Laat ons die moed tonen. Op straat. In het parlement. In vakbonden en verenigingen. In elke buurt. Niet morgen. Niet ooit. Vandaag.
Leve 1 mei.
Leve de solidariteit.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | mei 1, 2026 | Sectoren
“De commerciële verzekeraars laten deze mensen fors extra betalen of sluiten ze uit. Wij, Solidaris sluiten deze mensen in onze armen, zonder meerprijs. Dat geeft goed weer wat voor ons telt: iedereen mee.” Zo sprak Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris op de 1 mei viering.
Kameraden, beste vrienden,
Galileo Galilei is de Italiaanse wetenschapper die in de 17e eeuw voor de Inquisitie terecht stond omdat hij beweerde dat de aarde om de zon draait, en niet andersom. Hij werd daarvoor veroordeeld, zijn boeken werden verboden en hij werd gedwongen zijn ideeën publiekelijk te herroepen. Waarna hij gemompeld zou hebben: “En toch draait ze”, verwijzend naar de aarde.
Zijn woorden staan symbool voor het verzet met kennis van zaken, tegen foute standpunten van de regerende klasse. Ze staan ook symbool voor de overtuiging dat wetenschappelijke waarheid niet kan worden onderdrukt.
Galileo werd veroordeeld, maar één ding wist hij zeker, de wereld draait en vandaag zou hij gezegd hebben “De wereld draait door!” En of die doordraait.
We leven in tijden waarin oorlogen lichtzinnig worden gestart zonder dat men weet wat men wil bereiken, waarin economische crisissen bewust worden uitgelokt, en de veiligheid van mensen roekeloos op het spel wordt gezet met als enige aanwijsbare drijfveren de geldhonger, de machtswellust van miljardairs. Een wereld in handen van onverantwoordelijke wereldleiders die Stratego, Monopoly of dokter Bibber spelen. Het zijn de gewone mensen die bibberen van angst, van onzekerheid en steeds vaker van honger.
Wij hoeven nog niet meteen bommen te vrezen. Wij kunnen onze zorgen niet vergelijken met die van mensen in Oekraïne of Gaza. Maar wie de wereld bekijkt, beseft dat wij hier voorlopig veel geluk hebben. Velen van u beseffen nu ook dat ons geluk kwetsbaar is, heel kwetsbaar.
En dat besef moet ons verenigen. Hoe kunnen wij, samen, zorgen voor welvaart en welzijn, voor gezondheid en veiligheid, voor redelijkheid in deze wereld die op zoveel plekken ontspoort en mensen verplettert. En die uitdaging moeten we opnemen, in een context waar budgettaire krapte onderwerp nummer 1 is.
Ideologische strijd
Kameraden, tegelijk bevinden wij ons vandaag midden in een ideologische strijd. Kiezen we voor ieder voor zich en de wet van de sterkste? Of kiezen we voor gemeenschap, voor verantwoordelijkheid, voor solidariteit zodat eenieder, de zwakke zowel als de sterke, een kans heeft op een goed en gezond leven? Die keuze staat vandaag weer op scherp.
Die strijd tussen die twee maatschappijvisies wordt vandaag spijtig genoeg gevoerd met een politiek debat waarin wetenschappelijke waarheden vervangen worden door gratuite meningen, ongefundeerde beweringen, halve waarheden en glasharde leugens.
De politieke partijen die zich hieraan bezondigen en zeker degenen die beleidsverantwoordelijkheid dragen, zouden moeten beseffen dat deze tijden om ernst vragen en dat er geen plaats is voor dat soort flauwekul en demagogie. Dat dient tot niets.
Vorig jaar maakte ik al duidelijk dat sociale vooruitgang, actieve en voortdurende vernieuwing vereist. Wie het systeem wil afbouwen vindt ons op zijn weg als tegenstander: wie het wil verbeteren, het kostenefficiënter wil maken, dus niet bot of destructief besparen, kan op ons rekenen als partner.
Dan kan je ook de kennis en de ervaring van de mutualiteiten best gebruiken. Wij zijn bereid onze schouders te zetten onder elke welgemeende poging om in deze budgettair moeilijke tijden toch zoveel mogelijk te doen voor de gezondheid en het welzijn van iedereen.
Verbeteren kan perfect in het systeem met de ziekenfondsen die daarin hun verantwoordelijkheid nemen, die het overleg met de andere partners en met de minister genegen zijn, die de kennis hebben om het systeem kostenefficiënter te maken, zonder de gezondheid en het welzijn van de mensen te raken. Het betekent wel: gerichter ingrijpen zowel wat nieuwe maatregelen betreft, als wat de doelmatigheid van de bestaande regelgeving betreft. De middelen en financiële inspanningen moeten terechtkomen bij wie ze echt nodig heeft.
Ik begrijp op dat vlak de harde taal van onze vrienden van de vakbond. Zij krijgen weinig gelegenheid tot dialoog. De minister van Arbeid maakt van overleg weinig of geen werk.
Dat overleg, intensief overleg met de sector, bestaat gelukkig nog wel in de ziekteverzekering. Met succes! Het is niet voor niets dat Frank Vandenbroucke ervoor heeft gezorgd dat ziektedagen, ouderschapsverlof en zorgverloven nog wel zullen meetellen voor het pensioen, dat vrouwen tot 30 jaar beschermd zullen worden tegen het virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt en dat patiënten met een voorkeurtarief beschermd blijven tegen voor hen onbetaalbare supplementen.
Dat is, vrienden, een historische overwinning voor de toegankelijkheid van de gezondheidszorg en dat in moeilijke tijden. Een historische overwinning om iedereen die ooit in een kwetsbare situatie terecht zou komen, aan boord te houden in een steeds duurder wordende geneeskunde. Een historische overwinning vóór maar ook ván de solidariteit.
Er zijn er nochtans die daar anders over denken.
De N-VA schreef in haar ledenblad dat onze gezondheidszorg geen mutualiteiten nodig heeft. Dat de verplichte ziekteverzekering een opdracht voor de overheid is. Ze verkondigt dat nu ook publiek. De maskers vallen af.
Weg van het Amerikaanse model
Kameraden, het zal u niet verbazen dat ik als socialist niet tegen een sterke overheid ben. Maar ik wil er de pleitbezorgers van dat overheidsmodel wel aan herinneren dat wij in dit land een verleden hebben, een geschiedenis en dat we in dat verleden een andere weg hebben gekozen.
Er is gekozen voor een verplicht verzekeringssysteem, solidair gefinancierd, dat ver weg wil blijven van het Amerikaanse model waarin miljoenen mensen niet of onderverzekerd zijn. Waar geen bescherming is voorzien voor de oude dag, wanneer je getroffen wordt door werkloosheid, ziekte, of een ongeval.
In België is 99 procent van de bevolking gedekt door ons verplichte ziekte- en invaliditeitssysteem. En dat heeft alles te maken met het feit dat ziekenfondsen een controlerende en beschermende rol hebben kunnen opnemen.
Dat model dat ten dienste staat van de mensen is vatbaar voor verbetering uiteraard, en wij zijn altijd bereid naar verbetering te streven. Maar wij waarschuwen, kijk naar de geschiedenis! Wat gebeurt er als mensen willen breken met het verleden, alles willen wissen, opnieuw willen beginnen. Doorgaans eindigt dat in gruwel. Het verleden van de Vlamingen en de Belgen is er niet om weg te smijten. Het is iets om trots op te zijn, te koesteren en voortdurend te verbeteren. En wie dat wil doen, vindt in ons een loyale partner.
Inquisitie ten aanzien van de ziekenfondsen
Nochtans is de inquisitie ten aanzien van de ziekenfondsen eind vorig jaar ingezet, en nu voor de begrotingsbesprekingen extra opgedreven. Zij gebruikt cijfers en beweringen die langs alle kanten rammelen, die bewust misleidend zijn, niet verhelderend.
Ziekenfondsen zouden het recht op voorkeurtarief te pas en te onpas uitdelen, onder meer aan zelfstandige gepensioneerden die daar niet om hebben gevraagd.
Vooreerst: men zou fier moeten zijn dat ziekenfondsen op een proactieve manier de rechten van de mensen onderzoeken en toekennen aan mensen die er recht op hebben. En geloof me, ziekenfondsen doen dat meer dan wie ook: bij het toekennen van het MAF- statuut, bij de toekenning van het statuut chronisch zieken en ja ook bij de automatische toekenning van het voorkeurtarief.
Sommigen catalogeren dat onder onkunde, wanbeheer. Wij noemen dat kwaliteitsvolle dienstverlening. Vanuit onze 259 kantoren in Vlaanderen. Dit lijkt misschien oubollig. Dat is rekening houden met de noden van de mensen. Zorgen dat mensen die digitaal niet onderlegd zijn of uit vrees voor phishing nog ergens terecht kunnen.
Ik hoor van bepaalde politieke partijen constant dat “langdurig zieken aan het werk moeten worden gezet”. Laat het voor eens en altijd duidelijk zijn. Wij zetten geen zieke mensen aan het werk! Ziek is ziek. Wanneer men ons vraagt de kettingzaag, as cold as Ice, boven te halen om de groep langdurig zieken uit te dunnen, dan zal men ons op zijn weg vinden. Dan zal het inderdaad over ons lijk zijn.
Voor de adviserend artsen is een langdurig zieke geen cijfer maar een mens die zij benaderen, leren kennen en als dat zinvol is gaan zij proberen die persoon, ik benadruk die persoon, niet dat cijfer, terug begeleiden naar werk.
Ik wil hier de adviserend artsen een hart onder de riem steken die zich samen met de medisch-sociale teams elke dag te pletter werken, met gevaar soms voor de eigen gezondheid en veiligheid, om de arbeidsongeschikte te controleren en te adviseren. Zij beslissen onafhankelijk op basis van hun medische kennis en de situatie van de patiënt of die al dan niet aan het werk kan en/of moet.
Het is laag bij de grond en betreurenswaardig de integriteit van artsen zo in vraag te stellen en ze als “saboteurs” te bestempelen. Het is de schaamte voorbij en excuses zouden hier echt op hun plaats zijn.
Met cijfers en valse beweringen tracht men de publieke opinie te misleiden. Zieltjes ronselen op kap van artsen, adviserend artsen, patiënten en medewerkers met als doel de sociale bescherming af te bouwen.
Wij verwachten dat die verdachtmakingen stoppen, dat er respect is, voor de patiënten, voor onze leden, voor onze medewerkers. Wie heeft er nu baat bij om onder deze moeilijke omstandigheden, met demagogie en halve waarheden misvattingen in het leven te roepen, te streven naar verdeeldheid. Ik herhaal het nogmaals: wij zijn bereid tot constructieve samenwerking. Maar er zijn rode lijnen.
Laten we daarom onder deze moeilijke omstandigheden waarin het land verkeert, waarin Europa verkeert, in deze onrustige wereld, laten we ophouden met leugens en verdachtmakingen. Laten we een toon vinden waarop we kunnen praten, elkaar begrijpen en samenwerken, samenwerken voor de gezondheid en het welzijn van de mensen.
Iedereen mee
En daarbij bestaan wel degelijk verschillen tussen sociale en commerciële spelers.
Ingrid, 25 jaar, ooit kankerpatiënt, vandaag studente met toekomstplannen. Luis, 60 jaar, nog in behandeling voor kanker. Yara, 19 jaar en zwanger. En Farid, 75 jaar oud.
Het zijn mensen, patiënten met een medische voorgeschiedenis die vandaag bij ons, bij Solidaris komen aankloppen. Dit zijn geen uitzonderingen. Dit is dagelijkse realiteit.
Voor commerciële verzekeraars zijn deze mensen rode vlaggen. Ze zijn commerciële verliesposten wanneer zij zich willen verzekeren.
Waarom denken jullie?
De schadelast van verzekerden met een medische voorgeschiedenis ligt bijna dubbel zo hoog dan bij verzekerden zonder zo’n vooraf bestaande aandoening.
In 2025 was 35 procent van onze nieuwe aansluitingen leden met een bestaande aandoening.
De commerciële verzekeraars laten deze mensen fors extra betalen. Of sluiten ze uit. Wij, Solidaris sluiten deze mensen in onze armen, zonder meerprijs. Dat geeft goed weer wat voor ons telt: iedereen mee.
Dat kameraden, is wat solidariteit inhoudt! Dit is waar sociale bescherming voor staat, dat is wat menselijkheid betekent. Waar de pure winstlogica enkel dorheid veroorzaakt en mensen achterlaat, zorgt solidariteit voor bloeiende welvaart.
Vandaag, blikken we vooruit, op 1 mei, niet zomaar een vrije dag. We vieren de dag waarop gewone mensen – mensen zoals u en ik – beseffen dat solidariteit geen gunst is, maar een strijd, en omdat we succesrijk hebben gestreden is het een recht geworden. Rechten komen niet uit de lucht vallen. Daarom zullen we voor die rechten blijven strijden.
Met de Galileo in ons die zal blijven zeggen: “En toch draait ze!”
Een samenleving gaat pas echt vooruit als niemand achterblijft.
En dat doen we samen. Samen, verenigd. Samen vrienden. Samen Vooruit!
Bron: DeWereldMorgen.be