by admin | mei 1, 2026 | Sectoren
De ministerraad heeft vandaag groen licht gegeven voor de uitbreiding van flexi-jobs naar alle sectoren. Dat meldt minister van Werk David Clarinval (MR). Voor de zomer legt hij de tekst voor aan het parlement.
Het systeem van flexi-jobs bestaat sinds 2015. Ze werden ingevoerd om mensen die al aan het werk waren of gepensioneerd waren, te laten bijklussen in de horecasector.
Sindsdien werd het regime uitgebreid naar heel wat andere sectoren en bijgeschaafd. Nu volgt dus een uitbreiding naar alle sectoren, zoals al voorzien was in het regeerakkoord.
Volgens minister Clarinval gaat het om “een belangrijke stap vooruit” voor iedereen die meer wil werken om meer te verdienen. “Het is ook een belangrijke hefboom voor onze bedrijven, die gemakkelijker kunnen inspelen op activiteitspieken door tijdelijk een beroep te doen op werknemers. Dit versterkt hun concurrentievermogen”, luidt het.
Unizo reageert tevreden
“We zijn tevreden dat er schot in de zaak is gekomen. Belangrijk is nu dat de beslissing rond de flexi-jobs snel door het parlement geraakt zodat ze deze zomer, toch het flexiseizoen, al van kracht is”, reageert UNIZO op de goedkeuring door de ministerraad.
Het gaat om “twee belangrijke maatregelen die rechtstreeks inspelen op de noden van ondernemers en hen de ruimte geven om hun zaak meer werkbaar en rendabel te organiseren”, zegt de werkgeversorganisatie.
Bron: HLN.be
by admin | mei 1, 2026 | Varia
Het monumentale Thermae Palace op de Oostendse zeedijk wordt binnenkort met publieke middelen gerenoveerd. Nadien kan de Oostendse vastgoedfamilie Vanmoerkerke, die het pand vandaag huurt, het hotel kopen. Dat alles ondanks hun jarenlange verwaarlozing van het monument.
Het was Leopold II die begin vorige eeuw de opdracht gaf om gaanderijen op de Oostendse zeedijk te bouwen. Vanaf 1909 kon de koninklijke familie met haar gevolg op droge voeten en in de schaduw tussen de naburige Koninklijke Villa en de Wellingtonrenbaan flaneren. In de jaren 30 opende Leopolds opvolger Albert I het aanpalende kuuroord Thermaal Instituut, het huidige Thermae Palace.
Thermae Palace ontvangt nog steeds gasten, maar moet dat doen in opgelapte ruimtes, omdat het gebouw lange tijd verwaarloosd is. Twee telgen uit de familie Vanmoerkerke, politiek goed geconnecteerde vastgoedontwikkelaars en vroegere Sunair-oprichters, baten het complex sinds 2013 uit via hun vennootschap Restotel. Ze betwisten al meer dan een decennium de onderhouds- en renovatieverplichtingen, net als de vorige huurders Apollo Hotels en de familie Desimpel.
Het huurcontract van 1998, dat nog steeds loopt, is nochtans helder. De huurder moet “zonder enig voorbehoud noch beperking, gedurende de gehele duur van zijn huur op zijn kosten instaan voor alle herstellingen, zowel huurders- als eigenaarsherstellingen, elke vernieuwing en alle onderhoud van het gehele complex”.
Tegenover die zware onderhouds- en renovatieverplichting staat een jaarlijkse bescheiden huurprijs van (geïndexeerd) ruim 188.000 euro voor het hele complex. Maar Restotel weigert op eigen kosten te renoveren. Het bedrijf verwijst naar een plattegrond in een bijlage van de huurovereenkomst waarin de contouren van het gebouw met een blauwe stift omlijnd zijn aan de binnenkant. Daardoor willen de huurders enkel de binnenkant van het gebouw onderhouden. In een getekende bijlage van het huurcontract staat nochtans een gedetailleerde reeks renovatiewerken opgesomd, ook aan de buitenkant. Dit document maakt ook duidelijk dat het niet aan de stad of Vlaanderen is om zomaar tussen te komen.
Om van het sluimerende conflict rond de renovatieverplichtingen af te zijn, proberen het stadsbestuur en de Vlaamse overheid Restotel al jaren gedienstig te zijn met een deal. Het bedrijf heeft de stad in de tang, want niemand wil nog langer bijkomend verval.
Het hotel, zowel het gebouw als de inboedel, krijgt binnenkort een gesubsidieerde make-over via een projectvennootschap met de familie Vanmoerkerke als meerderheidsaandeelhouder (50% + 1 aandeel), Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) via de Erfgoedkluis (45%) en de stad Oostende. De samenwerkingsovereenkomst uit 2023 die dat mogelijk maakt, lijkt vooral op handjeklap tussen overheden en de private uitbater. Oostendse burgerbewegingen uitten al langer kritiek op de manier waarop het stadsbestuur de hoteluitbater uit de wind zet en een verkoop van het monument voorbereidde. Apache bekeek een stapel publieke documenten en zag ook vertrouwelijke stukken waaruit blijkt dat de actiegroepen wel degelijk een punt hebben.
8 miljoen schadevergoeding
Het thermencomplex was in Oostende een terugkerend onderwerp tijdens de voorbije gemeenteraadsverkiezingen, die bits verliepen. Om de renovatie voor de private partner Restotel ‘haalbaar’ te maken, stelden toenmalig burgemeester Bart Tommelein (Anders) en toenmalig schepen Björn Anseeuw (N-VA) eerder dat jaar voor om een zeventien verdiepingen tellende woontoren met een vloeroppervlakte van ruim 15.000 vierkante meter op de parking van het monument toe te staan. De stadsadministratie kreeg meteen de opdracht om een ruimtelijk uitvoeringsplan voor te bereiden. Tegelijk werd ook met Vlaanderen onderhandeld om het museum MuZee in een vleugel van het complex onder te brengen. Dat zou Restotel jaarlijks 1,2 miljoen euro huur opleveren.
Oostendenaars roerden zich. Actiegroep Dement verzamelde net voor de verkiezingen meer dan 10.000 handtekeningen en Tommelein bond in “bij gebrek aan draagvlak”. De ondertussen uitgetreden politicus lanceerde wel een oproep aan de Vlaamse overheid om 30 miljoen euro voor het monument op te hoesten. Toenmalig erfgoedminister Matthias Diependaele (N-VA) reageerde afwijzend, maar in het Vlaamse regeerakkoord haalden de nieuwbakken Oostendse coalitiepartners N-VA en Vooruit hun slag wel thuis. Het lokaal renovatiedossier haalde namelijk de regeringsonderhandelingen.
“Na de verkiezingen van juni (2024, red.) zijn Jeroen Soete (Vooruit-kamerlid, red.) en ikzelf direct beginnen spreken met de Vlaamse onderhandelaars over extra middelen voor het Thermae Palace”, schrijft burgemeester John Crombez op de website van Vooruit Oostende. “Parlementslid Charlotte Verkeyn (N-VA-Kamerlid en eerste schepen in Oostende, red.) deed hetzelfde met haar onderhandelaars. Dat heeft Oostende en dit iconische gebouw duidelijk op de radar gezet bij de Vlaamse formatie. We zijn dan ook bijzonder erkentelijk dat formateur en beoogd minister-president Matthias Diependaele en de andere onderhandelaars van het Vlaamse regeerakkoord voorzien in deze nodige middelen. Zo zorgen ze er mee voor dat Thermae Palace terug zal kunnen schitteren én dit zonder dat er op de Parc Royal-site gebouwen moeten worden neergezet.”
De Vlaamse Regering besliste om de projectvennootschap met Restotel maar liefst 30 miljoen euro toe te stoppen om het hotelcomplex te renoveren, uit te breiden én in te richten. De toegezegde steun komt bovenop 12 miljoen euro voor de renovatie van de gaanderijen links en rechts van het gebouw. Die werken zijn na de zomer van 2025 gestart en uit de samenwerkingsovereenkomst gelicht, een zorg minder voor Restotel en een kost meer voor de stad, op voorwaarde dat de gaanderijen publiek blijven.
In de samenwerkingsovereenkomst zetten de stad Oostende en PMV alles in stelling om het complex nadien te verkopen aan de private partner. Om inzicht te krijgen in die constructie moeten we terug naar de vorige legislatuur.
Sluipende besluitvorming
Crombez haalde het geld binnen, maar het was voormalig burgemeester Bart Tommelein die de kiem legde voor de miljoenensubsidie. Hij bereidde al in 2019 ook de sluipende privatisering van het complex voor. En keek daarvoor naar Vlaanderen.
Om de renovatie van het thermencomplex mogelijk te maken, besliste de Vlaamse overheid toen om de Participatiemaatschappij Vlaanderen in te schakelen. PMV moest haar investeringsrol – via het fonds De Erfgoedkluis – en de herwaardering van de site onderzoeken. De participatiemaatschappij werkte vijf scenario’s uit. Een daarvan – “een participatieve structuur en heronderhandeling huurcontract met huidige exploitant” – kwam uit de bus “als meest optimale oplossing voor alle partners”.
Voor dat scenario moest een projectvennootschap opgericht worden met drie bestuurders voorgedragen door Restotel, twee bestuurders voorgedragen door PMV en een waarnemer aangeduid door de stad. Die waarnemer mag de vergaderingen van de raad van bestuur bijwonen, maar de stad heeft dus geen bestuurder. Daardoor heeft de private partner – op dat moment een gewone huurder – een doorslaggevende stem in het bestuursorgaan.
Vrijstelling herstelverplichting
Het basisdocument dat de verkoop uitstippelt is tot op heden slechts een intentieverklaring. Eind 2023 keurden de coalitiepartners (Open Vld, N-VA, Groen en CD&V) in de Oostendse gemeenteraad de samenwerkingsovereenkomst goed. Tegelijk keurde de gemeenteraad ook een addendum aan de oude huurovereenkomst goed. Daarin staat dat Restotel voortaan vrijgesteld wordt van alle herstelverplichtingen. Dat laatste is opmerkelijk, aangezien het bedrijf al langer huurdersverplichtingen negeert. De vrijstelling is meer dan waarschijnlijk een geste om het dossier te deblokkeren.
Voormalig Vooruit-schepen Yves Miroir – die in 2018 overstapte naar Groen en daar in september 2023 aan de deur werd gezet – stemde toen als enige tegen de samenwerkingsovereenkomst. Vooruit, met huidig burgemeester John Crombez op de oppositiebanken, onthield zich, samen met Vlaams Belang.
In een bijlage van de samenwerkingsovereenkomst wordt duidelijk waar Miroir zich vooral druk over maakte: de verborgen privatisering. In de bijlage staat dat er “nood is aan een aangepaste beheers- en eigendomsstructuur”. Volgens het document moeten de “oude en onduidelijke juridische eigendomstitels” verduidelijkt worden “om toekomstige investeringen mogelijk te maken”.
De grond en gebouwen zelf blijken amper iets waard. Een Oostendse landmeter schatte in oktober 2023 dat de gebouwen van het thermencomplex bij een normale verkoop onder marktconforme voorwaarden ruim 26 miljoen euro kunnen opbrengen. Na aftrek van de renovatiekost kwam ze evenwel tot de conclusie dat er geen restwaarde is. Vastgoeddienst CBRE komt – na een uitgebreidere analyse – tot een gelijkaardige conclusie. De grond en de gebouwen zijn elk 1 euro waard.
In de geheime ‘termsheet’, een nota die de basisprincipes van de toekomstige statuten en de aandeelhoudersovereenkomst vastlegt, komt de aap uit de mouw. Daarin staan mogelijkheden om de grond en gebouwen aan de private partner te verkopen. “Een eventuele exit door de stad Oostende en PMV zal plaatsvinden onder de vorm van een verkoop van aandelen van de projectvennootschap. Wat de waardering van de aandelen betreft, zal gebruikgemaakt worden van een waarderingsformule.”
Vanaf het derde jaar tot en met de dag voor de zevende verjaardag van de voorlopige oplevering, heeft Restotel een zogenaamde ‘call optie’. Restotel kan alle aandelen van de stad Oostende en PMV overkopen “tegen de hierna vermelde uitoefenprijs”. De berekening zelf is verborgen in bijlagen die het publiek niet kan zien.
Vanaf de achtste verjaardag na de voorlopige oplevering heeft Restotel die call optie elk jaar. Op de oneven jaren heeft PMV een ‘put optie’, waarbij zij Restotel en/of de stad Oostende kan uitkopen. Die afspraken gelden twintig jaar en worden telkens stilzwijgend verlengd voor een nieuwe termijn van vijf jaar. Hoewel de projectvennootschap zelf nog niet is opgericht, werd het verkoopscenario heel duidelijk uitgewerkt.
Volgens een financieel plan dat bij de termsheet hoort, pompt Restotel 6,3 miljoen euro in het projectvennootschap, PMV 5,6 miljoen euro en het stadsbestuur 457.000 euro. De rest van de middelen wordt via leningen en subsidies opgehaald. Voor de totale renovatiekost variëren de schattingen naargelang de bron tussen 94 en 156 miljoen euro.
Dubbelspel
De hele renovatie zal begeleid worden door een projectmanager uit de stal van Kaizer, een vennootschap rond William Vanmoerkerke, een van de twee zaakvoerders van Restotel. Op 12 december 2023, tussen de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst door het schepencollege en de bespreking op de gemeenteraad, pompte Vanmoerkerke 600.000 euro in de vennootschap. Die onthulling van voormalig schepen en op dat moment Groen-gemeenteraadslid Yves Miroir zorgde voor ophef op de gemeenteraad. Vragen of de (goedbetaalde) projectmanager wel neutraal genoeg is, beantwoordde het stadsbestuur met de mededeling dat er juridisch geen probleem is.
Later blijkt dat het ‘strategisch communicatiebureau’ Growth Inc. de communicatie voor het renovatieproject zal doen. Voormalig burgemeester Bart Tommelein, die na de verkiezingen de overstap maakte naar Growth Inc., haastte zich erbij te vertellen “dat hij zich niet met het dossier zal inlaten”.
“Geen probleem”
Halfweg 2024 trekt actiegroep Dement ook naar de vrederechter. Die liet het stadsbestuur en uitbater Restotel oproepen voor een verzoeningsprocedure. De actiegroep verwijst in het gesprek naar het fameuze artikel 4 van de huurovereenkomst met Restotel. Als huurdersverplichtingen niet nageleefd worden, dan moet de huurovereenkomst ontbonden worden, zo is de redenering. De vrederechter ontvangt een verrassend antwoord. Volgens Tommelein en Vanmoerkerke is er geen discussie over het naleven van de onderhouds- en renovatieverplichtingen. “Er is geen probleem”, schrijven ze in een gezamenlijk ondertekende brief op papier met hoofding van de stadsadministratie.
Het nu onbestaande geschil was een half jaar eerder net het argument voor het oprichten van een projectvennootschap die het complex moest renoveren. “Het complex verkeert helaas in slechte staat en de benutting van het Thermae Palace Complex is niet optimaal”, zo staat in het raadsbesluit. “Het bestaan van een nog langlopende handelshuur op het pand, een sluimerend geschil over de onderhoudsverplichtingen van Restotel of de stad, de dwingende restauratie-eisen vanuit erfgoedperspectief en de verknochting met de Oostendse identiteit maken een succesvolle herontwikkeling een bijzonder moeilijke oefening, getuige hiervan de jarenlange stilstand in dit dossier.”
Het stadsbestuur stuurde tussen 2010 en 2017 ook vier aanmaningen naar Restotel, telkens zonder verder gevolg.
Koninklijke Gaanderijen afgesplitst
Vlaanderen investeert niet alleen 30 miljoen in de renovatie van het hotel. Er worden ook nog eens ruim 12 miljoen euro publieke middelen vrijgemaakt om de oostelijke en westelijke gaanderijen te renoveren. De 400 meter lange gaanderijen worden sinds 2017 gestut, omdat gevels afbrokkelen door waterinsijpeling.
Eind september 2025 passen het stadsbestuur, PMV en Restotel hun afsprakenkader van 2023 terug aan. Ze lichten de gaanderijen en de koppen (de ruimtes aan de uiteinden) uit het grote renovatiedossier. Dat blijkt uit het document ‘Principes op de hoofdlijnen’, dat in tegenstelling tot wat de titel laat uitschijnen, bij momenten heel gedetailleerde afspraken maakt over onder meer wc’s en vloertegels.
Door twee derde van de gaanderijen uit de publiek-private samenwerking te halen, moet Restotel niet bijdragen aan de renovatie. Het geld voor de subsidies komt uit het Europees coronaherstelfonds en die middelen moeten tegen eind 2026 opgebruikt zijn. De stad zoekt uit of eventuele overschotten van de subsidies naar de projectvennootschap kunnen. Ook het toekomstige onderhoud zal bij de stad liggen.
In het document ‘Principes op de hoofdlijnen’ wordt verder ook afgesproken dat het hotel zijn capaciteit quasi kan verdubbelen van 116 naar 210 kamers. Aangezien er geen toren komt op de parking, is het onduidelijk waar die kamers dan ingericht zullen worden.
De ruimte voor kamers met hotelfunctie komt allicht ‘vrij’ omdat het Oostendse Museum voor Moderne Kunst, MuZee, dan toch niet zal verhuizen naar de thermen. In de aanvulling op de samenwerkingsovereenkomst in 2025, gaan de partijen uit de projectvennootschap ervan uit dat Toerisme Vlaanderen nog 15 miljoen euro in de site investeert. Dat geld werd eerder toegezegd voor de inrichting van MuZee. De projectpartners schrijven in de aanvulling dat Vlaanderen het geld zal ‘heralloceren’ wegens de “bijkomende aantrekkelijkheid van het Hotel Plus voor zakelijk toerisme in erfgoedlocaties”.
Inclusief luxueuze binnenafwerking
Uit dit document blijkt tot slot dat het renovatiedossier niet alleen draait om de ruwbouw of een casco-afwerking. De projectvennootschap zorgt ook voor de afwerking en de binneninrichting, zowel van de gemeenschappelijke delen als de luxekamers, inclusief meubilair en apparatuur.
De projectvennootschap is nog niet officieel opgericht, maar de werken aan Thermae Palace starten allicht in 2027. De renovatie zal drie jaar duren en ingrijpend zijn: het gebouw wordt gestript en heropgebouwd aan de binnenkant. Voor een honderdjarig monument kan dat lastig zijn. In een aanvulling op de samenwerkingsovereenkomst gaan de stad, PMV en Restotel echter uit van “een beperkte lijst van waardevolle erfgoedelementen”.
Tijdens een werfbezoek in maart 2025 beloofde erfgoedminister Ben Weyts (N-VA) alvast “soepel om te springen met de erfgoedwaarde van het gebouw”. Na de renovatie zal de projectvennootschap het complex voor 99 jaar in erfpacht geven aan Restotel. Op papier, want drie jaar na de voorlopige oplevering kan de huidige huurder het monument kopen. En dat terwijl Vlaanderen tientallen miljoenen investeert in een publiek-privaat project en Restotel nog steeds een lopende huurovereenkomst met renovatieverplichting heeft.
Bron: APACHE.be
by admin | mei 1, 2026 | Onderwijs
Een omstreden aanbesteding die het kabinet van Zuhal Demir (N-VA) liet uitschrijven, was op het lijf geschreven van het Expertisecentrum Onderwijs en Leren (Excel) van Thomas More. Toen bleek dat Excel-directeur Tim Surma enkel geïnteresseerd was in structurele miljoenenfinanciering, overtuigde Demir de Vlaamse Regering ervan een subsidie van 8,2 miljoen aan Excel toe te kennen.
In maart 2025, op de terugweg van een inspiratiereis naar Londen, beloofde onderwijsminister Demir onderwijsdeskundige Tim Surma volgens verschillende bronnen 10 miljoen euro voor een nieuw expertisecentrum voor ‘inspiratiescholen’. Op 13 juni 2025 keurde de Vlaamse Regering een subsidie van 9.316.800 euro goed aan Leerpunt voor “de aanstelling van een Expertisecentrum Inspiratiescholen voor de periode van 16 juni 2025 tot en met 31 augustus 2030”. Met dat subsidiegeld als ‘onderpand’ stuurde Leerpunt op 1 juli 2025 een ‘Overheidsopdracht Expertisecentrum Inspiratiescholen’ de academische wereld in. Geïnteresseerde hogescholen en universiteiten kregen tot 6 oktober om hun offertes in te dienen voor “de aanstelling van een expertisecentrum ter professionalisering en begeleiding van inspiratiescholen in het kader van de implementatie van nieuwe minimumdoelen in het Vlaamse basisonderwijs”.
Wie de openbare aanbesteding won, kreeg uitzicht op bijna 9,3 miljoen euro (inclusief BTW). Een voorwaarde voor deelname was dat “het aan te stellen expertisecentrum moet bestaan uit een samenwerkingsverband van minstens twee verschillende hogeronderwijsinstellingen”. Die voorwaarde was door de Vlaamse Regering expliciet aan Leerpunt opgelegd “om monopolievorming te voorkomen”. Alle hogescholen rond de universiteiten van Gent en Antwerpen vormden samen een consortium om op de overheidsopdracht in te schrijven. De KU Leuven deed hetzelfde en vormde een consortium met katholieke hogescholen.
Stroomlijnen
Volgens verschillende bronnen dicht bij het dossier was de overheidsopdracht of ‘call’ met de focus op “effectieve didactiek, kennisrijk curriculum en leerondersteunende vaardigheden” van bij de start op het lijf geschreven van Tim Surma’s Expertisecentrum Onderwijs en Leren (Excel) aan de Thomas More-hogeschool. Een bron merkt op dat Bart Maes, regeringscommissaris in de raad van bestuur van Leerpunt, ook de pet draagt van ‘raadgever onderwijs’ op het kabinet van Zuhal Demir, “wat het stroomlijnen van die call tussen de Vlaamse Regering en Leerpunt vergemakkelijkte“.
Een goedgeplaatste bron laat Apache weten dat op het kabinet van de minister van Onderwijs de verbazing dan ook groot was toen bleek dat Thomas More-hogeschool níet wou intekenen. Vanuit het kabinet werd meermaals aan Surma’s mouw getrokken om toch in te schrijven; de aanbesteding was immers eerst en vooral voor hem bedoeld. Tim Surma zou aan het kabinet Onderwijs uiteenlopende redenen hebben gegeven waarom hij niet wilde deelnemen. De ene keer klonk het dat hij er de capaciteit niet voor had. De andere keer dat hij de opdracht niet volgens de voorwaarden van het bestek kon uitvoeren.
Verschillende mensen werden ingeschakeld om met de directeur van Excel te gaan praten, waaronder volgens de bron ook Bruno Vanobbergen, hoofd van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Tegenover Apache ontkent Vanobbergen dat het kabinet hem dat ooit vroeg. “Ik overleg af en toe met Tim Surma in het kader van de implementatie van ons nieuwe leerplan basisonderwijs”, zegt hij, “maar dat gebeurt altijd op mijn initiatief.”
Een nieuw scenario
In juli 2025 werd op het onderwijskabinet een vergadering over de overheidsopdracht belegd met Tim Surma en diens rechterhand Machteld Verbruggen. Van 2012 tot 2020 was Verbruggen algemeen directeur van Thomas More-hogeschool. Vandaag is ze ‘expert onderwijsbeleid’ bij Excel. De vergadering werd ook bijgewoond door Bert Van Weerdt, kabinetschef Onderwijs.
Aan Surma werd gevraagd waarom hij niet op de call van Leerpunt wilde intekenen. Volgens onze bron antwoordde hij eerst: “Ik geloof niet in bottom-up, maar wel in een totaalaanpak.” Gevolgd door: “Ik hoef dit niet te doen; mijn orderboekje zit vol.” Tot de aap uit de mouw kwam en de mensen van Excel de verzuchting uitten: “Anderen krijgen geld, waarom kunnen wij dat dan óók niet krijgen?”
Met ‘anderen’ bedoelden Surma en Verbruggen volgens de bron de pedagogische begeleidingsdiensten en Leerpunt. Een andere bron bevestigt: “Excel wilde een structurele financiering van ongeveer 10 miljoen euro, los van alle regelgeving. Ze kregen uiteindelijk ook hun zin.”
In de luwte werd er een nieuw scenario uitgetekend. Thomas More-hogeschool zou in zijn eentje en zonder iemand in te lichten een subsidie-aanvraag indienen voor “de aanstelling van een Expertisecentrum Inspiratiescholen”. Terwijl de consortia rond de universiteiten en zich een zomer lang de pleuris werkten om de door Leerpunt uitgeschreven overheidsopdracht binnen te halen, copy-paste Thomas More diezelfde opdracht voor zijn subsidieaanvraag.
In augustus 2025 lichtte Thomas More de consortia in dat de hogeschool geen interesse meer had in de overheidsopdracht voor de inspiratiescholen. Over de plannen voor een nakende subsidieaanvraag werd met geen woord gerept.
Apache onthulde eerder al hoe Zuhal Demirs voormalige adjunct-kabinetschef het handjeklap tussen zijn onderwijsminister en Thomas More niet langer kon aanzien. In oktober nam hij eerst ontslag om daarna klacht tegen zijn minister in te dienen bij Audit Vlaanderen. Eind december liet Audit Vlaanderen weten: “Zoals eerder gecommuniceerd is Audit Vlaanderen niet bevoegd voor private stichtingen (in dit geval Leerpunt) en kan Audit Vlaanderen niet op eigen initiatief een onderzoek starten bij een kabinet.”
“Geen goed beleid”
Op 15 november diende de Thomas More-hogeschool ogenschijnlijk out of the blue zijn subsidieaanvraag in. Die kreeg een paar dagen later, op 18 november, een negatief advies van de Inspectie van Financiën: “Dit dossier is geen teken van goed beleid.” Een week later, op 25 november, werd dat negatieve advies plots ‘gunstig’, al bleef de Inspectie erbij dat “in het geheel van dit dossier geen goed beleid werd gevoerd”.
Een dag later kondigde Zuhal Demir in het Vlaams Parlement in volle plenaire vergadering aan dat ze de openbare aanbesteding naar een nieuw expertisecentrum op ‘pauze’ had gezet. “Volgens sommigen deed ik dat omdat de winnaar mij niet aanstond”, zei ze. “Dat is natuurlijk nonsens, want er is geen winnaar. Er is geen gunning. Ik heb de pauzeknop ingedrukt. Is het dan omdat mijn favoriet, Thomas More, moet winnen? Dan denk ik dat ik nog heel lang kan wachten, want ik heb begrepen dat ze niet hebben ingediend.” Over de ingediende subsidieaanvraag van Thomas More zweeg ze in alle talen.
Op vrijdag 19 december 2025 kende de Vlaamse Regering op vraag van Zuhal Demir een subsidie toe van “max. 8.244.347,26 euro aan Thomas More – Expertisecentrum Onderwijs en Leren (Tim Surma) voor de begeleiding van inspiratiescholen”. De subsidie aan Leerpunt van 9.316.800 euro werd verlaagd naar 70.000 euro voor “de gemaakte kosten voor de overheidsopdracht”. Die beslissingen werden die dag doelbewust niet geregistreerd op de website Vlaanderen.be; de documenten werden niet openbaar gemaakt.
Een insider schat het reële totaal van die prestaties op 2 miljoen euro in plaats van 8,24 miljoen euro. “Niemand twijfelt aan het belang van herwaardering van kennis in het onderwijs”, stelt hij. “Alleen groeide het in het geval van Tim Surma’s Excel uit tot een USP, een Unique Selling Proposition. Het ‘commerciële denken’ sloeg helemaal door. De directie van Thomas More is nu wellicht heel blij met al die overheidsmiddelen die dankzij Excel naar de hogeschool vloeien via de Vlaamse Regering en via het Antwerpse én Mechelse stadsbestuur.”
In datzelfde ‘commerciële denken’ passen de vele inspiratiereizen aan scholen in Engeland die Excel de laatste jaren voor politici en bewindslui uit het onderwijs organiseerde. Vaak worden er dan journalisten meegenomen, waardoor zo’n werkbezoek het karakter van een promoreis krijgt.
In juni 2025 trokken zo ook alle Vlaamse parlementairen van de commissie Onderwijs op inspiratiereis naar Londen. Ze werden er verwelkomd door het Britse conservatieve Hogerhuislid Amanda Spielman. Een bron laat aan Apache weten dat Vlaams volksvertegenwoordiger Loes Vandromme (CD&V) bij toeval een lijstje van Spielman onder ogen kreeg waarop de deelnemende parlementairen gelabeld stonden als voor- of tegenstanders van het ‘constructivisme’ of ervaringsgericht onderwijs. ‘Constructivisten’ moesten volgens dat lijstje gewantrouwd worden. Vandromme zag ook naast haar eigen naam ‘constructivist’ staan en maakte zich daar erg boos over.
Aan Apache bevestigt ze het incident. “Ik was vooral verontwaardigd dat men ons als parlementslid zo in ‘hokjes’ duwde”, zegt ze. “Ik vroeg me ook af op basis van welke informatie we dat label kregen. Voor alle duidelijkheid: ik ben geen ‘constructivist’.”
Kwam Vandromme ooit te weten wie Spielman de ‘constructivisme-labels’ had ingefluisterd? “Nee. Ik heb dat intussen losgelaten, maar het maakt wel duidelijk hoe eng de visie op onderwijs is van degene die dat lijstje bezorgde.”
Amanda Spielman werd in januari 2017 door de toenmalige conservatieve minister van Onderwijs Nicky Morgan tot hoofd benoemd van de Britse onderwijsinspectie Ofsted. Een jaar later stelde Spielman de in België geboren en getogen, maar al lang in Groot-Brittannië wonende Daniel Muijs aan tot hoofd van de onderzoeksafdeling van Ofsted. Apache berichtte eerder hoe hoofdinspecteur Amanda Spielman onder vuur kwam nadat ze scholen met een ‘kennisrijk curriculum’ bevoordeeld zou hebben. Eind december 2023 nam ze afscheid van Ofsted, waarna ze voor de Conservatieve Partij ging zetelen in het Hogerhuis. Op 21 december 2024 kondigde Demir in een interview met De Morgen aan dat ze Daniel Muijs de leiding zou geven over het uitwerken van nieuwe minimumdoelen voor het kleuter- en basisonderwijs. Voor zijn minimumdoelencommissie rekruteerde Muijs onder anderen Amanda Spielman.
Alfa en omega
Als go-between tussen Tim Surma’s Excel en het kabinet van Zuhal Demir wijst een bron naar cabinetard Caroline Van Driessche. Volgens haar Linkedin-account was zij van september 2009 tot juni 2025 deeltijds algemeen directeur van de katholieke basisscholengemeenschap van Oudenaarde. Meteen nadat Zuhal Demir op 30 september 2024 Vlaams minister van Onderwijs werd, verwelkomde ze Van Driessche op haar kabinet als deeltijds ‘raadgever onderwijs’. Volgens de bron haalde Demir zo een sympathisant van Surma binnen, waarna diens ‘kennisrijk curriculum’, ‘evidence informed pedagogy’ en ‘effectieve didactiek’ op haar kabinet uitgroeiden tot alfa en omega. Meningen of adviezen van andere onderwijsprofessionals werden niet meer geraadpleegd. Sterker nog: “Onderwijsexperts met andere meningen waren voortaan persona non grata.” In het interview met De Morgen van eind december 2024 zei Zuhal Demir: “Aan de pedagogen die willen tegenpruttelen – ik hoor en lees ze natuurlijk ook – zeg ik: jullie mogen efkes zwijgen. Jullie beurt is gepasseerd. Het is aan andere mensen.”
Begin maart 2024 reisden journalisten van De Standaard en VRT NWS mee op inspiratiereis naar een kleuter- en basisschool in een achterstandswijk in de Engelse stad Birmingham. Reisleider Tim Surma liet “een twintigtal Vlaamse schooldirecteurs, lerarenopleiders en andere onderwijsprofessionals” kennismaken met de ‘sterk sturende didactiek’ en het ‘kennisrijk lesgeven’ aan St Matthew’s C.E. Primary School, een van de 32 ‘research schools’ van de Education Endowment Foundation (EEF). Die Britse private stichting werd in 2011 uit de grond gestampt door de neoconservatieve minister van Onderwijs Michael Gove en geldt als ‘grote broer’ van Leerpunt.
Zowel De Standaard als VRT NWS tekenden in St Matthew’s enthousiaste citaten op van Caroline Van Driessche, “algemeen directeur van vijftien katholieke basisscholen in Oudenaarde”. “We snakken naar een kennisrijk curriculum dat hoge verwachtingen combineert met een sterkere focus op gedrag”, zei ze tegen De Standaard. Aan VRT NWS vertrouwde ze toe: “Het gaat om wetenschappelijk onderbouwde inzichten waarvan we weten dat ze werken. Maar heel wat leerkrachten zijn opgeleid met het idee dat kleuters vooral moeten ontdekken en ervaringsgericht moeten leren. Leerkrachten denken dat ze eerst aan het welbevinden van hun klas moeten werken, maar hier zien we dat leren ook tot gelukkige kinderen leidt.”
Volgens haar Linkedin-account was Caroline Van Driessche van september 2023 tot februari 2025 ook deeltijds algemeen directeur van Vrije Leersteuncentra Oost-Vlaanderen. In die functie organiseerde ze samen met Excel van Thomas More op 29 november 2024 in het Gentse ICC het congres Onderwijskwaliteit voor iedereen. De keynote-spreker voor meer dan 1.000 leerkrachten uit zowel het basis- als het secundair onderwijs was Tim Surma. Achteraf dankte hij op zijn Linkedin-pagina Van Driessche voor “de puike organisatie”. Ze werkte toen al bijna twee maanden als onderwijsadviseur bij Zuhal Demir.
Staatssteun
Op donderdag 12 maart 2026 vond in het Vlaams Parlement een hoorzitting plaats over de omstreden subsidie van 8,24 miljoen euro aan Thomas More-hogeschool. De oppositiepartijen hadden op de hoorzitting graag de stem gehoord van de twee consortia die wél hadden ingetekend. Ze wilden ook Thomas More, Leerpunt en de onderwijskoepels horen, maar al die verzoeken werden resoluut afgeblokt door de partijen van de meerderheid.
Op de hoorzitting spraken uiteindelijk twee experts: professor publiek recht Frederik Vandendriessche (UGent) en de in overheidsopdrachten gespecialiseerde advocaat Ann-Sofie Custers. “Absoluut een grijze zone”, oordeelde Vandendriessche over de hele procedure. Custers verwees naar het Europees recht, waarin overheden uitdrukkelijk gewaarschuwd worden om aanbestedingen niet kunstmatig te omzeilen via subsidies. Ze stelde pertinente vragen, zoals: waarom werd de overgang van overheidsopdracht naar subsidie amper gemotiveerd? Was er bij Thomas More sprake van voorkennis? Kregen alle partners een gelijke behandeling?
Custers wees er ook op dat de subsidie van 8,24 miljoen euro aan Thomas More verdacht sterk leek op staatssteun. Ze voldeed volgens haar aan zowat alle volgens de Europese wetgever voorziene ‘cumulatieve voorwaarden’. “De eerste voorwaarde is dat het moet gaan over ‘staatsmiddelen toerekenbaar aan de staat’”, zei de advocaat. “Daar is geen discussie over mogelijk, want het gaat hier over een subsidie gefinancierd vanuit de begroting van de Vlaamse overheid. De tweede voorwaarde is dat er een economisch voordeel moet zijn. Ook daar is weinig discussie over mogelijk: het gaat hier over een eenzijdige toekenning van overheidsmiddelen voor het dekken van personeels- en werkingskosten die een onderneming in normale omstandigheden niet zou krijgen. De derde voorwaarde ‘selectiviteit’ lijkt ook voldaan: het geld is enkel toegekend aan Thomas More.”
Ook de twee laatste voorwaarden, een onderneming met een economische activiteit en beïnvloeding van handelsverkeer en mededinging, konden volgens Custers worden afgevinkt. “Het gaat hier niet strikt over ‘onderwijs’, maar over ondersteunende afgeleide activiteiten waarin andere marktspelers actief zijn.”
Staatssteun moét vooraf aan de Europese Commissie gemeld worden. Zij zal vervolgens toetsen of die steun de markt verstoort. Een overheid mag pas staatssteun geven als de Commissie daarmee akkoord is. Als de staatssteun niet of te laat gemeld wordt, kan de Commissie beslissen dat de steun terug opgeëist moet worden, inclusief rente. De Vlaamse Regering meldde de subsidie van 8,24 miljoen euro niet als staatssteun aan.
Vriendendienst?
Volgens de website van de federale overheidsdienst Justitie is er sprake van corruptie als “iemand in een machtspositie ongeoorloofde gunsten verleent in ruil voor wederdiensten of als vriendendienst”. Toch viel het woord ‘corruptie’ niet tijdens de hoorzitting.
Op de dag van de hoorzitting onthulde Knack dat de verliezende consortia geen juridische stappen durfden te ondernemen tegen de beslissing van de minister. Nochtans hadden ze volgens insiders veel kans om te winnen. “Er wordt gevreesd dat Demir het de onderwijsinstellingen niet in dank zal afnemen als ze naar de Raad van State zouden stappen”, schreef het blad. “Er staan in de komende beleidsperiode nog subsidies én wellicht besparingen op stapel. Gerechtelijke stappen zouden de relatie tussen de partijen en de minister verzuren.” Knack citeerde een bron die zei voor het hele Vlaamse onderwijsveld te spreken: “Niemand durft minister Demir in het harnas te jagen.”
Bron: APACHE.be
by admin | mei 1, 2026 | Sectoren
Je kunt veel zeuren over de VRT. Vaak terecht, overigens. Maar het moment is gekomen om een barricade op te werpen rond de VRT-toren. De aanvallen van N-VA op de VRT − na de uitstekende reportage van Pano over de schimmige aankopen van een anti-droneschild − zijn alarmerend. Theo Francken en Bart De Wever volgen een trumpiaanse handleiding om de openbare omroep in diskrediet te brengen.
Eén fragment, dinsdagavond 21 april in Terzake op de VRT, zegt alles over de gespannen relatie tussen de politiek (en dan vooral de grootste partij van het land, N-VA) en de openbare omroep. Je ziet premier Bart De Wever (N-VA) door een gang wandelen met een map documenten onder zijn arm. Microfoons van VTM en VRT priemen in zijn gezicht. De journalisten willen weten waar hij het geld denkt te halen om de stijgende energieprijzen te compenseren. Na een kregelig antwoord, stapt hij resoluut verder tot VRT-journalist Yves Borms hem vraagt of hij zoekt naar 50 miljoen euro. De Wever draait zich om en zegt met een onvervalst Antwerpse tongval: “Ik denk dat er oep de VRT nog kan bespaard weurren.”
Studiogast Wouter Verschelden, ex-hoofdredacteur van De Morgen die nu zijn eigen Wetstraat-nieuwsbrief (W16) publiceert, reageert laconiek op de emotionele reactie van de premier. “Het is een beetje de grumpy-versie van Bart De Wever”, zegt hij aan VRT-journalist Annelies Beck. Of bedoelde hij trumpy? Wat zeker is, is dat de manier waarop de VRT de voorbije week werd gebasht niet anders dan trumpiaans kan worden genoemd.
Waar zijn de drones?
Het begon met de weigering van minister van Defensie Theo Francken (N-VA) om te antwoorden op vragen van de Pano-redactie. Onderzoeksjournalisten Wim Van den Eynde, Mieke Fauconnier en Jan Konings visten wekenlang naar een reactie op hun reportage Waar zijn de drones?. De minister weigerde echter elke medewerking en dus bleven de bevindingen van de journalisten zonder weerwoord. Die onthullingen waren nochtans niet min. Theo Francken heeft beelden gelekt aan Het Laatste Nieuws waarop drones te zien zouden zijn die boven Zaventem cirkelen. Hij heeft ook vernietigende adviezen van de Inspectie van Financiën en waarschuwingen van de aankoopdienst van het leger naast zich neergelegd om via een spoedprocedure (zonder openbare aanbesteding) 50 miljoen uit te geven aan firma’s die een anti-droneschild zouden kunnen uitbouwen.
Een van die firma’s wordt geleid door een ex-onderzoeker van Vito, Steven Krekels, die al een tijdje onderzoek deed naar geo-intelligence (de captatie van waarnemingsdata) en die kennis stopte in een bedrijf (Senhive) dat nu geld krijgt van Defensie om een systeem uit te werken om drones te detecteren. Senhive kreeg dat contract zonder te moeten intekenen op een openbare aanbesteding. De regering gebruikte een spoedprocedure die het mogelijk maakt om contracten toe te wijzen zonder prijsvergelijking. De reden: de drone-dreiging die de vitale infrastructuur van België (Zaventem, militaire installaties) bedreigt. Omdat België niet beschikt over een afdoend anti-droneschild, moest er in sneltempo een worden gebouwd.
Senhive was maar een van de bedrijven die zonder aanbesteding geld kregen toegestopt van de regering. Een andere uitverkorene, Cobbs, gaat zelfs systemen aankopen in Letland, alsof er geen Vlaamse bedrijven zouden zijn die dit materiaal kunnen leveren … Pano deed grondig journalistiek speurwerk en toonde aan dat de Inspectie van Financiën grote bezwaren had tegen het contract. De regering legde die adviezen naast zich neer.
“Heksenjacht”
Francken wilde niet meewerken met Pano, omdat er volgens hem “een vijandige sfeer” heerste tussen hem en de journalisten. Nadat de reportage was uitgezonden, weigerde hij nog steeds te reageren. Toen hij in het parlement dan toch uitleg moest geven (en toegaf dat hij de beelden had gelekt aan HLN; beelden die achteraf gewoon van een rondvliegende helikopter bleken te zijn), sommeerde hij HLN om zijn reactie te komen filmen. Hij speelde de vermoorde onschuld en profileerde zich als slachtoffer van een heksenjacht. Andere ‘bevriende’ journalisten en media werden ingeschakeld om de VRT aan te vallen. Zo mocht de minister zelf de microfoon van PAL (het platform van ’t Pallieterke) vasthouden om de Pano-redactie de mantel uit te vegen. Joren Vermeersch, de speechschrijver van Theo Francken, kon niet wachten tot zijn wekelijkse column in De Standaard om op Facebook in zijn pen te kruipen en de Pano-reportage als een “absoluut dieptepunt qua journalistieke ethiek” te bestempelen.
Het nieuws dat het Brusselse parket een vooronderzoek is gestart om na te gaan of alle regels zijn gevolgd bij het toewijzen van de drone-contracten, duwde Francken nog meer in het defensief. Als voor het gerecht de aantijgingen van Pano ernstig genoeg zijn om ze te onderzoeken, zullen ze wel meer zijn dan losse flodders.
“Walgelijke reportage”
In de Kamercommissie Landsverdediging kreeg Francken de volle laag van de oppositie, maar ook meerderheidspartijen Vooruit en CD&V vroegen tekst en uitleg. Die kwam er in de vorm van een algemene ontkenning én een frontale aanval. Francken betreurde wel dat achteraf bleek dat de drones op de video die hij lekte naar HLN helikopters waren, maar voor het overige hield hij een scheldtirade tegen de ‘walgelijke’ reportage van Pano. In een passage die weinig aan de verbeelding overliet, en een echo leek van de sneer van Bart De Wever. “Duiding is belangrijk. De openbare omroep is belangrijk”, begon hij, om dan fijntjes op te merken dat de VRT 200 miljoen euro per jaar kost. “Als je dan met insinuaties komt, moet je met bewijzen komen.” Hoeveel bewijzen moeten er nog zijn, als je over officiële documenten van de Inspectie van Financiën en van de aankoopdienst van het leger beschikt?
Als je de Vlaamse media leest, lijkt hiermee de kous af. Het hele verhaal was voor de Vlaamse nieuwsredacties amper een paar dagen nieuwswaardig. Geen enkele redactie heeft ondertussen eigen onderzoekswerk gepubliceerd. In Franstalig België bleven die ook uit, maar daar verschenen wel kritische artikels (in Le Soir en op de RTBF) waarin geconcludeerd werd dat Franckens verdediging allesbehalve overtuigend is.
Dat is ook zo. Zo zit hij duidelijk verveeld met een verwijzing naar een post op X van 14 januari 2025 (toen hij nog geen minister was), een selfie met Steven Krekels. Die is volgens hem totaal onschuldig omdat Krekels toen nog niet voor Senhive werkte. Een zwakke reactie als je leest wat Francken toen zelf bij de foto schreef: “We leven in geopolitiek instabiele tijden. We moeten dringend onze weerbaarheid opkrikken. Defensie moet maximaal gebruik maken van de fantastische technologie en de O&O (onderzoek en ontwikkeling, red.) die we zelf in huis hebben. De volgende regering zal hiervan een prioriteit maken.” Het is alsof Bart De Wever na het verjaardagsetentje van zijn vriend Erik Van der Paal in ’t Fornuis, dat destijds door Apache met verborgen camera werd gefilmd, zou hebben getweet dat Land Invest Group dé geknipte kandidaat was om de Slachthuissite in Antwerpen te ontwikkelen.
Francken heeft ook de onhebbelijke neiging om te veel van zich af te bijten als hij onder vuur ligt. Het oude spreekwoord “wie geschoren wordt, moet blijven zitten; anders snijdt hij zichzelf”, is hem duidelijk onbekend. Zo stelde hij dat de Inspectie van Financiën geen opmerkingen maakte over het contract met de firma Cobbs. De alerte Pano-redactie sloeg meteen terug met een grondig artikel waarin die bewering wordt ontkracht. De Inspectie van Financiën was wel degelijk erg kritisch, maar vooral de quote van de dienst prijzencontrole van Defensie dat ze “niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor mogelijke lacunes of onvolledige informatie in het rapport”, is vernietigend.
De voorbije dagen bracht Francken zonder schroom de top van het leger in stelling om zijn gelijk te bewijzen. Het leger, dat vroeger la grande muette werd genoemd, ontpopte zich zo tot de buikspreekpop van de minister. In een opvallende mededeling wordt onomwonden geschreven dat “de verwerving van het materiaal correct verlopen” is. De terughoudendheid die de dienst prijzencontrole van het leger in interne documenten uitte, is in het persbericht niet terug te vinden.
VRT in zwaar weer
Kritiek hebben op de openbare omroep is een nationale sport. Iedereen heeft wel een reden om te klagen en wellicht denken ze aan de Reyerslaan dat zolang de kritiek uit alle hoeken komt, ze goed bezig zijn. Toch kan niet meer worden ontkend dat de nieuwsdienst van de VRT in zwaar weer vertoeft.
Ex-journalisten van de VRT, Johan Depoortere en Walter Zinzen, verwoordden deze week in Humo wat steeds meer kijkers ook ventileren; in familiekring, onder vrienden, in hun professionele omgeving of zelf aan de ombudsman van de VRT. Dat het nieuws bulkt van de faits divers en de sportverslaggeving, dat belangrijk nieuws kort wordt gebracht om kijkers niet af te schrikken, dat de duiding in De Afspraak steeds meer op het entertainment in De Tafel van Gert begint te gelijken − maar dan met minder bekwame presentatoren − en dat N-VA met Frederik Delaplace een ceo heeft gekregen die voor het eerst in de geschiedenis een besparingsplan met naakte ontslagen heeft uitgerold. De strafste quote in het interview kwam van Walter Zinzen, die zei dat Frederik Delaplace destijds niet als beste uit de selectie was gekomen. Dat zou ex-hoofdredacteur van De Standaard Peter Vandermeersch zijn geweest. Volgens Zinzen heeft Bart De Wever hoogstpersoonlijk zijn veto tegen hem gesteld.
Dat verdient toch een beetje aandacht. Apache vernam uit verschillende bevoegde bronnen dat Peter Vandermeersch in 2020 inderdaad als eerste uit het assessment van rekruteringsbureau Hudson was gekomen. Koen Clement (ex-Persgroep, ex-WPG, ex-Europalia en nu Studio 100) werd als tweede gerangschikt en Frederik Delaplace (ex-De Tijd) als derde. De ultieme beslissing lag bij het kernkabinet van de Vlaamse regering-Jambon. De drie kandidaten werden op een vrijdagochtend een voor een uitgenodigd voor een kort gesprek waarbij naar verluidt de helft van de ministers ongeïnteresseerd op hun smartphone zat te tokkelen. “Het was allemaal al beslist”, zegt een van hen. “Dit gesprek was alleen maar pro forma.”
De VRT weigert alle commentaar op de selectie van de ceo. Minister van Media Cieltje Van Achter (N-VA) geeft geen teken van leven na herhaalde vragen van Apache.
Dat Peter Vandermeersch ondanks zijn beste score geen kans maakte, werd destijds al geschreven door Wouter Verschelden, die goed geconnecteerd is met de N-VA-top. N-VA zou hem niet hebben gewild. Minister van Media Benjamin Dalle (CD&V) kon dan handig zijn ‘wit konijn’ (Delaplace) uit zijn hoed halen. Koen Clement werd immers te veel gezien als een vertrouweling van DPG Media-baas Christian Van Thillo. Feit is dat Frederik Delaplace nadien zonder morren de besparingen doorvoerde die onder zijn voorganger Paul Lembrechts niet mogelijk waren.
Het lijkt erg waarschijnlijk dat de ceo van de VRT (die al jarenlang elk interview weigert met Apache, overigens) de voorbije week bestookt werd met telefoontjes vanuit N-VA-kabinetten en -hoofdkwartieren. De voorzitter van de openbare omroep, N-VA-coryfee Frieda Brepoels, kreeg wellicht ook al de volle laag.
En kijk. Alle kritiek over handjeklap tussen N-VA en de VRT-top ten spijt: de VRT heeft zich deze week moedig gedragen. De Pano-ploeg werd perfect begeleid en juridisch is alles waterdicht. Minister Francken zal van ver moeten komen om – bijvoorbeeld bij de Raad van de Journalistiek – zijn kritiek op Pano hard te maken. Het enige wat ontbreekt in de documentaire is een wederwoord, maar dat weigerde Francken zelf te geven.
Ook toen de minister alle zeilen bijzette om de openbare omroep in een hoek te duwen en als vooringenomen te bestempelen, bewaarde de VRT de kalmte. De Pano-redactie publiceerde zelfs nog een tweede luik van het onderzoek waarin foute beweringen en ongefundeerde beschuldigingen van Francken glashelder werden gecounterd. Daarna bleef het wel stil. Alsof de VRT zelf de handrem heeft opgetrokken. Zo reageerden noch de ceo noch de voorzitter van de raad van bestuur op het nauwelijks verholen dreigement van De Wever en Francken om de geldkraan dicht te draaien voor de openbare omroep.
Is hiermee het blazoen van de VRT helemaal opgepoetst? Natuurlijk niet. Waarom legt de nieuwsredactie (of de redactie van De Afspraak of Terzake) de coalitiepartners van N-VA niet het vuur aan de schenen? Vooruit en CD&V hebben de beslissing van de regering mee goedgekeurd. Op welke gegevens baseerden ze zich? Wat was het advies van de minister van Begroting (Vincent Van Peteghem, CD&V) en wat moet Frank Vandenbroucke, de veteraan uit het Agusta-schandaal, denken van dit schouwspel? Die voelt zich, zo vernam Apache, al een tijd heel ongemakkelijk met de snelheid waarmee Theo Francken legeraankopen doet zonder afdoende garanties. En waarom heeft VRT-journalist Jens Franssen (die boeken schrijft met een generaal van het leger) destijds klakkeloos de paniekerige analyse van Francken en de legertop gevolgd dat de drone-dreiging vanuit Rusland kwam? Daarvoor is geen enkel bewijs gevonden, hoe plausibel de verklaring ook lijkt. Werd Franssen daarvoor ooit op het matje geroepen?
Dat de zaak politiek nog niet van de baan is, bleek gisteren toen Vooruit-voorzitter Conner Rousseau in De Afspraak op Vrijdag zei dat zijn partij geen legeraankopen meer zal goedkeuren voor de interne audit die Theo Francken besteld heeft is afgerond.
N-VA heeft tijdens de regeringsonderhandelingen verkregen dat de VRT drastisch moet besparen. Benieuwd welke voorstellen de partij, na de confrontatie met de Pano-redactie, op tafel zal leggen bij de volgende begrotingscontrole?
Dat de VRT nog steeds een onafhankelijk public interest medium is, is de voorbije week gebleken. Wie zich een verdediger van de democratie en de persvrijheid noemt, doet er goed aan de barricades te bemannen om de bestorming van de VRT-toren door N-VA en haar acolieten te counteren. Vlaanderen heeft de VRT broodnodig, hoe onvolmaakt de openbare omroep ook is.
Bron: APACHE.be
by admin | mei 1, 2026 | Sectoren
Rugpijn, spier- en gewrichtspijn, nek- en schouderklachten: door zwaar fysiek werk krijgen huishoudhulpen vaak te maken met gezondheidsproblemen. Toch wordt een groot deel daarvan niet erkend als beroepsziekte, daarom voerden ze vandaag actie aan de arbeidsrechtbank in Brussel.
Voor de arbeidsrechtbank in Brussel organiseren ACV Voeding en Diensten samen met Geneeskunde voor het Volk een actie voor de erkenning van beroepsziekten bij huishoudhulpen. Groene hartjes met zinnen erop als “onze gezondheid is een recht, geen luxe” worden voor de rechtbank omhooggehouden. Net als in de sector beslaat de groep uit bijna enkel vrouwen.
“Huishoudhulpen worden al heel laag betaald, wanneer hun gezondheidsklachten die door het werk worden veroorzaakt niet als beroepsziekten worden erkend, verliezen ze bij ziekte een groot deel van hun loon”, vertelt een woordvoerder van ACV Voeding en Diensten. Dat is precies waar deze mensen vandaag tegen strijden.
ACV heeft zeven dossiers ingediend bij de arbeidsrechtbank om een aantal beslissingen van Fedris, het federaal agentschap voor beroepsrisico’s, aan te vechten. In deze dossiers weigert Fedris om ernstige musculoskeletale aandoeningen (MSA) bij huishoudhulpen te erkennen als beroepsziekte.
Gezondheidsproblemen dubbel zo hoog
“Veel van ons hebben rug- of nekklachten, maar we werken door met ontstekingsremmers of andere medicijnen omdat we anders op 60 procent van ons loon moeten terugvallen”, vertelt Rosa, een huishoudhulp die aanwezig is op de actie. “En dat is heel weinig.”
Poetswerk wordt volgens Kris Vanautgaerden, nationaal secretaris van ACV Voeding en Diensten flink onderschat. “Mensen denken dat iedereen kan poetsen omdat ze het zelf ook doen, maar het grote verschil is dat ze het niet elke dag doen.”
De cijfers onderbouwen het harde werk van huishoudhulpen. Van de meer dan 140.000 huishoudhulpen heeft 68 procent last van rugpijn, 67 procent heeft spier- en gewrichtspijn en 62 procent heeft nek- en schouderklachten.
Daardoor zijn dagelijks een op de vijf huishoudhulpen afwezig op het werk wegens ziekte. Voor de langdurig arbeidsongeschikten ligt het cijfer ook hoog: een op de tien is langdurig arbeidsongeschikt. Dat zijn cijfers die meer dan dubbel zo hoog liggen als in andere sectoren.
“Toch moeten we zelf opdraaien voor de kosten van onze klachten, die duidelijk verbonden zijn aan onze job,” zegt Rosa. “Naast dat ons loon naar 60 procent daalt, moeten we ook bijvoorbeeld de kosten van kine betalen. Dat vinden wij onrechtvaardig.”
Het probleem overstijgt individuele dossiers. Huishoudhulpen, bijna uitsluitend vrouwen, blijven ondervertegenwoordigd in de erkenningen van beroepsziekten, hoewel zij sterk oververtegenwoordigd zijn in de ziektecijfers.
Erken beroepslasten
Op 4 december 2024 werden 112 dossiers ingediend bij Fedris voor de erkenning van werkgerelateerde MSA-klachten (wegens schouder-, elleboog- of polstendinitis of het carpaal tunnelsyndroom). De meerderheid van deze dossiers werd geweigerd, ondanks duidelijke werkgerelateerde risicofactoren (repetitieve bewegingen, tillen, werken in ongemakkelijke houdingen).
Voor zeven dossiers die Fedris heeft geweigerd stapt de ACV nu dus naar de arbeidsrechtbank. Fedris erkent slechts uitzonderlijk aanvragen, maar wanneer weigeringen voor de arbeidsrechtbank worden betwist, krijgen ze volgens ACV vaak wel een goedkeuring.
Bron: DeWereldMorgen.be