Vertel ik mijn collega’s en baas dat ik uitkijk naar een andere job?

Vertel ik mijn collega’s en baas dat ik uitkijk naar een andere job?

“Ruim vijf jaar geleden werd ik aangeworven bij een multinational, om er voor de Belgische markt de marketingafdeling te professionaliseren”, vertelt Bram*. “Ik zette campagnes op, verzamelde een team, werkte processen uit … Maar eenmaal alles op punt stond, veranderde de job. Minder hands-on, minder contacten, meer meetings. Mijn persoonlijke groei, waar ik veel belang aan hecht, werd vlakker. Ik vreesde in een gouden kooi te belanden.”

Ondertussen heeft Bram een andere job, maar aan die stap gingen maanden van zoeken en solliciteren vooraf. “Mijn collega’s en leidinggevende wisten van niets. Dat was ook geen probleem. Sommige gesprekken of opdrachten kon ik ’s avonds organiseren; voor andere nam ik een halve dag verlof. Pas toen ik mijn nieuwe overeenkomst getekend had, heb ik mijn werkgever ingelicht.”

“Bram deed niets verkeerd.” Eline D’Hooge, legal consultant bij SD Worx, is stellig. “Je cv online plaatsen, aangeven dat je ‘open to work’ bent op sociale media en solliciteren: dat valt allemaal onder het recht van privacy van de werknemer. Er is geen wettelijke meldingsplicht. Werkgevers mogen ook niet screenen naar berichten over sollicitaties op private kanalen. Als ze er toevallig op uitkomen, is het geen grond voor ontslag.”

Belangrijke nuance: de jobzoektocht moet volledig buiten je job gebeuren. “Word je betrapt op het zoeken naar een job of solliciteren tijdens de werkuren, dan schend je de algemene regels rond het te goeder trouw uitvoeren van de arbeidsovereenkomst.” Ook mag je in het sollicitatieproces je huidige werkgever niet schaden. Zo mag je uiteraard geen klantenlijsten of bedrijfsgeheimen op straat gooien, maar ook voor een sollicitatie een e-mailadres gebruiken dat verbonden is aan je werkgever kan tot een sanctie leiden.

Burn-out

De regels zijn helder, maar wat als je op zoek wil naar een andere job tijdens een periode van betaald verlof? “Toen ik zwanger was van mijn tweede kindje, voelde ik dat het woon-werkverkeer naar mijn toenmalige job niet langer haalbaar zou zijn met mijn gezin”, vertelt Romy*. Ze werkte toen ruim tien jaar voor een groot consultancybedrijf. “Tijdens mijn zwangerschapsverlof heb ik de knoop doorgehakt en ben ik – met succes – op zoek gegaan naar een job dichter bij huis.

D’Hooge: “Juridisch gezien mag je zeker solliciteren tijdens zwangerschapsverlof of tijdens ziekte en burn-out. Die tijd geldt als private tijd. Maar er zijn wel aandachtspunten. Bij ziekte moet je de voorwaarden van de arbeidsongeschiktheid respecteren en vermijden dat je je herstel ondergraaft. Blijkt een sollicitatie in strijd met jouw ziektebeeld en komt je werkgever erop uit? Dan kan het in uitzonderlijke gevallen zelfs leiden tot een ontslag om dwingende reden.”

Haar advies: overleg je sollicitatieplannen met de adviserende arts van het ziekenfonds. “Het Riziv staat niet alleen in voor de uitkeringen, maar ook voor de regels rond toegelaten activiteiten. Uitkijken naar een andere werkgever kan deel uitmaken van het re-integratietraject, maar dat is voor iedereen anders.”

Schuldgevoelens

Los van wat juridisch moet, kun je natuurlijk ook gewoon open kaart spelen met je werkgever. Jobcoach Charlotte De Mey ziet het bij een minderheid gebeuren, maar moedigt het aan. “Als de reden voor een jobwissel buiten de relatie werkgever-werknemer valt, zoals een kans om voor je droom te gaan of dichter bij huis te werken, reageren de meeste werkgevers begripvol. Voor veel mensen valt na zo’n gesprek een gewicht van hun schouders: ze hebben niet langer een verborgen agenda, de stress dat een collega of leidinggevende op hun jobzoektocht zou uitkomen, valt weg.”

Ook D’Hooge nuanceert het taboe op eerlijkheid hierover. “Veel werknemers voelen een zekere angst om het te bespreken. Ze vrezen negatieve reacties, wantrouwen of verslechtering van de werkrelaties. In de meeste gevallen blijkt die angst ongegrond; het kan net een constructieve dialoog op gang brengen. En intussen verwachten de meeste organisaties niet langer dat je jouw hele carrière bij één bedrijf doorbrengt. Die flexibiliteit wordt steeds beter begrepen.”

De Mey ziet wel een voorwaarde. “Ga alleen de dialoog aan als je een psychologisch veilige relatie hebt met je werkgever.” Concreet: heb je het soort relatie met je leidinggevende waarin je kunt aangeven dat je niet akkoord bent, dat je een fout hebt gemaakt of de werklast te hoog ligt? Dan kun je ook eerlijk communiceren over je wens naar een andere jobinvulling.

Zo’n gesprek bereid je best wat voor, meent De Mey. “Zeker wanneer er een gelaagdheid van gevoelens speelt, zoals schuldgevoelens bij een uitval of frustraties over de bedrijfscultuur.” Haar tip? “Zorg dat je voor jezelf goed weet waarom je precies op zoek wil naar iets anders. Maak het vervolgens zo concreet mogelijk. Stel bijvoorbeeld dat je botst met een leidinggevende. Wanneer je zegt: ‘Ze geeft me geen kansen’, dan is je werkgever daar weinig mee. Geef concrete situaties, hou het feitelijk. Dan kan een werkgever daarmee aan de slag.”

Sollicitatieverlof

Tijdig het gesprek met je werkgever aangaan, kan meer voordelen opleveren dan het gevoel dat je niets stiekem hoeft te doen. De Mey: “Eerlijk zijn over ambities of worstelingen opent soms deuren. Misschien stelt je werkgever opportuniteiten voor waarvan je zelf niet wist dat ze er waren: een nieuwe functie, meer flexibiliteit. Wanneer je zo’n gesprek begint met een getekend contract, zet je de ander eigenlijk al voor het blok, terwijl je bij een vroeg gesprek de werkgever de kans geeft om samen de mogelijkheden te verkennen. Het is zoals met een liefdesrelatie. Wanneer je al een ander hebt, verloopt het uitmaken doorgaans wat stroever.”

Zowel bij Bram als Romy verliep het uiteindelijke afscheidsgesprek positief. Bram: “Ik had al laten vallen dat ik openstond voor een horizontale of verticale kans, maar dat was niet evident. Toen ik uiteindelijk vertrok, was dat met veel wederzijdse erkenning. Ik had een opzegtermijn van 13 weken, maar daar hebben we in onderling overleg een paar weken van afgedaan. Ik heb ook elke week een dag sollicitatieverlof genomen (daar heeft elke werknemer recht op na een ontslag, ook als je al een andere job vond, red.)

Romy wachtte niet tot het laatste moment van haar zwangerschapsverlof om haar werkgever in te lichten. “Dat deed ik bewust, omdat ik hun extra tijd wou geven om iemand nieuw te zoeken.” Die beslissing werd erg geapprecieerd. “Mijn opzegperiode van 13 weken heb ik niet meer moeten doen. Ik kreeg betaald verlof, met alle bijkomende voordelen, tot mijn startdatum. We zijn in schoonheid uit elkaar gegaan.”

*Bram en Romy zijn schuilnamen. Volledige namen zijn bekend bij de redactie.

In ‘Op de werkvloer’ houdt De Standaard prangende vragen tegen het licht die leven bij werknemers.

Bron: DS.be

Minister Vandenbroucke wil korting bij doktersbezoek afschaffen voor wie meer dan 57.000 euro op zijn spaarrekening heeft

Minister Vandenbroucke wil korting bij doktersbezoek afschaffen voor wie meer dan 57.000 euro op zijn spaarrekening heeft

De demarche van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) komt er na de zware kritiek van de N-VA en de MR op de groei van het aantal mensen dat geniet van een verhoogde tegemoetkoming voor hun gezondheidskosten en dus korting krijgt bij een doktersbezoek. Dat zijn er nu al 2,4 miljoen, een groei met ongeveer 400.000 mensen sinds 2020.

“Terwijl het armoederisico op 10,5 procent ligt, heeft 21 procent van de bevolking recht op een verhoogde tegemoetkoming”, rekende N-VA-voorzitster Valerie Van Peel afgelopen weekend voor. Om haar punt kracht bij te zetten, zei ze ook nog dat “sommige mensen op de Cogels-Osylei” (een van de rijkste buurten van Antwerpen) voor 1 euro naar de dokter kunnen”. Als die groep in lijn wordt gebracht met het aandeel inwoners dat onder de armoedegrens leeft, zou grofweg 1,5 miljard euro bespaard kunnen worden, meent de N-VA. Ook MR-Kamerlid Daniel Bacquelaine zei onlangs dat het “niet normaal” is “om hetzelfde voordeel te geven aan een huishouden dat beschikt over een vermogen of inkomen waardoor het eigenlijk goed voor zichzelf kan zorgen”. 

Van Peel wil dat eventuele begunstigden vooral zelf bewijzen dat ze recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming en wil het huidige grensbedrag (een bruto gezinsinkomen van 28.054 euro bruto) naar beneden. De socialisten van Vooruit grepen die uitlatingen meteen aan om te pleiten voor een betere screening van het vermogen van de begunstigden, in de Cogels-Osylei en daarbuiten.

Bij de toekenning van de verhoogde tegemoetkoming wordt nu al een onderzoek gedaan naar het gezinsinkomen. Maar er kan amper of geen rekening worden gehouden met het vermogen of met bepaalde (on)roerende inkomens, erkent het kabinet- Vandenbroucke. “Vooral roerende inkomens zijn een blinde vlek. Iemand kan in theorie 100.000 euro aan dividenden ontvangen of 100.000 euro als meerwaarde op cryptomunten realiseren en toch recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming. Dat kan niet de bedoeling zijn en dat moeten we aanpakken”, zegt Vandenbroucke.

Laag pensioen, toch tweede verblijf in Knokke

Het heropent het debat over de nood aan een vermogenskadaster. Aan de vooravond van 1 mei legt Vandenbroucke verschillende pistes voor om alle roerende, onroerende inkomsten en vermogens beter in rekening te brengen. “De privacy van de betrokkenen wordt hierbij maximaal gegarandeerd”, klinkt het.

Wat roerend vermogen betreft, wil Vandenbroucke iedereen die meer dan 57.325,38 euro bezit aan beleggingen of spaartegoeden uitsluiten dat is tweemaal de huidige inkomensgrens. Voor samenwonenden komt daar 5.306,25 euro bij. De ziekenfondsen zouden een signaal krijgen van de CAP-databank (met daarop de saldi van de bankrekeningen, red.) als deze grens overschreden is, zonder zicht te krijgen op de totale omvang van het vermogen.

Gezinnen die volledig eigenaar zijn van een andere woning of bouwgrond dan de eigen woning, worden ook uitgesloten. Het kabinet-Vandenbroucke geeft als voorbeeld een gepensioneerde met een laag pensioen, die wel een woning in Brasschaat heeft, en een tweede verblijf in Knokke.

Wat vermogensinkomsten betreft, stelt Vandenbroucke voor om alle (on)roerende inkomsten mee te nemen – zoals dividenden. Bij de toekenning zou ook rekening worden gehouden met het vermogen van een vennootschap waarin de aanvrager een belang van minstens 25 procent heeft. Tenslotte worden ook inkomsten die niet systematisch aangegeven moeten worden of vrijgesteld zijn van personenbelasting meegerekend, zoals inkomens uit flexi-jobs of een doctoraatsbeurs.

Wat doet Jambon?

Het kabinet-Vandenbroucke wil daarover snel praten in een interkabinettenwerkgroep. Die versnelling heeft ook te maken met frustratie omdat eerdere vragen tot samenwerking met minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) volgens Vooruit onbeantwoord bleven. En dat terwijl Jambons partijvoorzitter van deze kwestie net een speerpunt maakt en er zelfs 1,5 miljard euro hoopt te besparen, iets waarvan men bij Vooruit niet meteen overtuigd is.

Bron: DS.be

Inflatiecijfer niet gepubliceerd wegens onenigheid in Indexcommissie

Inflatiecijfer niet gepubliceerd wegens onenigheid in Indexcommissie

De Belgische Consumptieprijsindex (CPI) van april 2026 en het bijhorende maandelijkse Belgische inflatiecijfer worden voorlopig niet gepubliceerd. Tijdens de vergadering van de Indexcommissie van deze maand kon geen consensus worden bereikt. De leden die de sociale partners (werkgevers en vakbonden) vertegenwoordigen, wilden een nieuwe meetmethode toepassen. Het gaat om een manier om de pieken in de energiekosten af te vlakken. Deze indexaanpassing werd eerder gepresenteerd als een alternatief voor de centenindex. De sociale partners gingen niet akkoord met het cijfer dat Statbel nog volgens de oude methode had berekend. De indexcommissie bestaat uit vertegenwoordigers van de sociale partners, maar ook uit experts en vertegenwoordigers van het Federaal Planbureau en Statbel. Werkgevers, werknemers en experts vullen telkens een derde van de zetels.

Enkele leden van de commissie vonden dat de aanpassing van de meetmethode er niet kan komen zonder dat de regering daarbij betrokken wordt. “Een consensus is belangrijk, omdat de index wordt gebruikt voor allerlei contracten, zoals de lonen en de huren. We vinden dat alle leden daarover akkoord moeten zijn”, zegt voorzitter Luc Denayer.

Statbel heeft wel een cijfer berekend, maar dat wordt dus niet gepubliceerd. De bal ligt nu in het kamp van minister van Economie David Clarinval (MR). Hij moet het cijfer goedkeuren. Dat moet vandaag of morgen gebeuren, om de loonaanpassingen op tijd te kunnen doorvoeren. Het is niet de eerste keer dat de indexcommissie niet tot een consensus komt. Sinds de eeuwwisseling is het al twee keer eerder voorgevallen.

Statbel maakte wel de inflatie bekend zoals die volgens de Europese meetmethode wordt berekend. Dat cijfer bedraagt volgens een voorlopige raming 4,3 procent voor april. In maart bedroeg dit cijfer 2,2 procent. Het is dus duidelijk dat de inflatie in april min of meer verdubbeld is. Ook het Planbureau ging daarvan uit in zijn inflatieverwachtingen. Voor april verwachtte het Planbureau een inflatie volgens de klassieke definitie van 3,16 procent.

Bron: DS.be

1 mei

1 mei

Bouchez verdedigt 1 mei-event op mijnsite: “Ben zelf ook kleinzoon van een mijnwerker”

MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez heeft ongeveer 2.000 partijmilitanten toegesproken tijdens zijn 1 mei-toespraak op de mijnsite van Blegny.  Die locatiekeuze schoot bij de PS in het verkeerde keelgat

“Een politieke parade in de mijn waar mijn vader twintig jaar lang heeft gewerkt”, stelde het Brusselse kopstuk Ahmed Laaouej. “Ik heb herinneringen van moedige arbeiders, gebroken lichamen en arbeidsongevallen in Blegny. En van iets waar rechts niet mee bezig is: arbeid, in zware omstandigheden en zonder afdoende loon, tast de gezondheid aan.”

Bouchez weerlegde die kritiek in zijn speech. “Sommigen zeggen dat de geschiedenis van deze site niet de onze is. Een socialistisch parlementslid legde uit – bijna met tranen in de ogen – dat zijn grootvader mijnwerker was. Wel, dat komt goed uit, want ik ben ook de kleinzoon van een mijnwerker“, klonk het.

De partij nam haar voorzorgen, want Bouchez werd in het verleden meermaals het slachtoffer van bierdouches, middelvingers en zelfs fysiek geweld door boze activisten. De site in Blegny was enkel toegankelijk met een pas en deelnemers moesten drie politiecontroles passeren. Manifestanten waren er deze keer niet. 

In zijn toespraak riep Bouchez op tot “optimisme”. “Dat ontbreekt nu in de samenleving.”

Zijn discours was vooral opgebouwd rond energie en koopkracht. De MR-voorzitter blokkeerde de afgelopen weken nog het regeringswerk omdat hij een inspanning wilde voor werkenden die getroffen worden door de hoge brandstofprijzen. “Ik begrijp het ongeduld van de mensen”, zei hij. “Maar de belofte dat wie werkt er 500 euro op vooruitgaat, zullen we waarmaken. De fiscale hervorming gaat in de loop van de komende weken naar het parlement.”

Daarnaast maakt zijn partij werk van een ‘big deal’ voor economische groei. Hiervoor zullen binnenkort teksten neergelegd worden. Meer details gaf Bouchez niet, al benadrukte hij wel dat de overheidsuitgaven naar beneden moeten.

De MR-voorzitter gaf tot slot toe dat de federale regering er op veertien maanden tijd nog niet in geslaagd is alles op te lossen. “Maar we hebben nog 36 maanden. In voetbaltermen zijn we in de dertigste minuut van de match. Er zijn er nog zestig en misschien enkele stilstaande fases.”

Magnette: “PS zal alles heropbouwen wat rechts afgebroken heeft”

“De PS komt groter en sterker terug. En ik beloof het plechtig: de PS zal alles heropbouwen wat rechts heeft afgebroken.” Dat heeft partijvoorzitter Paul Magnette gezegd in zijn 1 mei-toespraak in Charleroi.

De PS zit op Brussel na overal in de oppositie sinds ze in 2024 de verkiezingen verloor van haar rechtse concurrent MR. Maar de Franstalige socialisten hebben volgens de peilingen de wind in de zeilen. En dus kijkt Magnette al naar de toekomst.

Hij nam in zijn speech vooral de Franstalige regeringspartijen MR en Les Engagés op de korrel. “De ingenieurs bleken bedriegers en amateurs te zijn“, klonk het. “Men zet de werknemers onder druk, men onderdrukt de gepensioneerden en ondertussen worden de mensen aan de top gespaard. Dat is onhoudbaar, en het werkt niet: het tekort zal verdubbelen, de schuld zal exploderen. En ondertussen is er geen groei en worden er geen jobs gecreëerd.”

Rousseau: “De toverstaf van Hedebouw bestaat volgens mij niet”

1 mei is gevierd met een grote optocht doorheen het centrum van Sint-Niklaas. Vooruit-voorzitter Conner Rousseau was op de afspraak in zijn thuisstad. 

Bij VTM NIEUWS reageerde hij op het voorstel van PVDA-voorzitter Raoul Hedebouw om de pensioenmalus niet mee te stemmen. “Vanaf de zijlijn alles beloven, is natuurlijk heel goedkoop. We moeten moeilijke dingen doen, maar is er iemand op aarde die beweert dat het vandaag allemaal makkelijk kan? Dit is plat populisme van een partij, of moet ik eerder sekte zeggen? Hedebouw beweert een toverstaf te hebben die pief poef paf doet, maar volgens mij bestaat die niet.”

Vandenbroucke haalt tijdens 1 mei-toespraak uit naar Trump: “Hij haat de welvaartsstaten die wij in Europa opgebouwd hebben”

Op de Dag van de Arbeid verzamelen de socialisten traditioneel op het Martelarenplein in Leuven. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) haalde uit naar de Amerikaanse president Donald Trump.

“Hij is niet gewoon een tegenstander van Europa, hij haat de welvaartsstaten die wij hier opgebouwd hebben. Trump haat de manier waarop we in Europa met elkaar samenwerken en hoe wij denken over democratie en solidariteit.”

“Het blijft niet bij straffe uitspraken. De manier waarop wij in Europa – en zeker in België – omgaan met geneesmiddelen en ziekteverzekeringen… Dat model moet voor de regering-Trump weg. “

“De regering-Trump vindt dat wij in Europa te weinig betalen aan de farma voor nieuwe geneesmiddelen. Ze vinden dat geneesmiddelen bij ons duurder moeten worden, zogezegd om ze goedkoper te kunnen maken in de Verenigde Staten. Als wij in België beslissen om een geneesmiddel terug te betalen, dan is dat voor iedereen terugbetaald. Zowel voor arme als voor rijke mensen. Daarom onderhandelen we ook keihard met de farma om hun prijzen laag te houden.”

Onder luid applaus stelde Vandenbroucke dat alles uit de kast moet worden gehaald om ons solidaire systeem in stand te houden. Tegelijk klonk het wel dat de regering “de komende weken en maanden voor moeilijke keuzes staat”.

“We kunnen vandaag niet de slechtste begroting van Europa hebben en morgen toch de beste, meest solidaire welvaartsstaat van Europa willen garanderen. Als we willen blijven investeren in solidaire gezondheidszorg, dan moet die begroting op orde worden gebracht.” 

“De meerwaardebelasting is een buitengewoon belangrijke principiële overwinning, een echte voet tussen de deur. Maar dat volstaat niet. De miljonairstaks die wij voorstellen, is robuust omdat ze eenvoudig is. Als men de inspanningen eerlijk wil verdelen, dan moet dat op tafel komen. Ook de verhoogde tegemoetkoming willen wij hervormen om ze meer solidair te maken.”

Hedebouw: “Vooruit, CD&V en Les Engagés kunnen pensioenhervorming nog tegenhouden”

PVDA-voorzitter Raoul Hedebouw roept regeringspartijen Vooruit, CD&V en Les Engagés op om niet mee te stemmen met de pensioenhervorming van de federale regering. Dat deed hij in een 1 mei-boodschap vanop het Anneessensplein in Brussel.

De pensioenhervorming van minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) kreeg afgelopen week al groen licht in de bevoegde Kamercommissie. De plenaire vergadering moet de tekst echter nog goedkeuren en dus is er nog tijd om de hervorming terug te draaien, zei Hedebouw. Hij verzet zich vooral tegen de pensioenmalus, waardoor mensen die voor de wettelijke leeftijd op pensioen vertrekken een lager pensioenbedrag riskeren.

“Vooruit, CD&V en Les Engagés – de linksere regeringspartijen – mogen die hervorming plenair niet goedkeuren”, vindt Hedebouw.” Als ze dat wel doen, hebben ze gelogen in hun partijprogramma’s.” Volgens de PVDA-voorzitter kan het middenveld extra druk zetten tijdens de nationale betoging op 12 mei.

PS-kopstuk Ahmed Laaouej ergert zich: “MR houdt politieke parade in mijn waar mijn vader twintig jaar lang werkte”

MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez heeft zijn 1 mei-toespraak gehouden in Blegny-Mine, een oude koolmijnsite in de buurt van Luik. Niet gepast, vindt PS-kopstuk en Brussels minister van Sociale Actie Ahmed Laaouej.

“Een politieke parade in de mijn waar mijn vader twintig jaar lang heeft gewerkt”, reageerde hij in zijn eigen 1 mei-toespraak in Brussel. “Ik heb herinneringen van moedige arbeiders, gebroken lichamen en arbeidsongevallen in Blegny. En van iets waar rechts niet mee bezig is: arbeid, in zware omstandigheden en zonder afdoende loon, tast de gezondheid aan.”  

De Brusselse PS-baas haalde ook uit naar de Arizona-regering. “Een machine die mensen verplettert“, noemde hij die. “Alles stijgt: de prijs van water en gas, kinderdagverblijven, schoolmaaltijden en inschrijvingsgeld, maar niet de lonen.” 

“Met Arizona zal het niet 500 euro netto meer zijn, maar net 500 euro minder. Nochtans is er ruimte om de lonen te verhogen met de 163 miljard euro winst die de bedrijven in 2024 hebben geboekt.” De pensioenhervorming die de federale regering doorvoert, noemde Laaouej “brutaal”.

Rousseau gaat op 1 mei vol voor miljonairstaks: “Sommigen van dat selecte clubje vragen er zelf om”

Vooruit-voorzitter Conner Rousseau gaat in zijn toespraak aan de vooravond van 1 mei opnieuw vol voor een miljonairstaks. Wie het echt meent met de begroting, zal niet anders kunnen, zei hij aan de Koninklijke Bibliotheek. MR liet deze week echter al verstaan dat het regeerakkoord weinig ruimte laat voor extra belastingen. Opvallende afwezige in de speech: de energiemaatregelen die Vlaams minister Hans Bonte al twee keer tevergeefs door de ministerraad trachtte te loodsen.

De Vlaamse socialisten blazen net als vorig jaar verzamelen in het centrum van Brussel, voor speeches van de Vooruit-voorzitter, de topman van ABVV en de algemeen secretaris van Solidaris.

Rousseau klopt zich tegenover enkele honderden leden op de borst met de bescherming van de automatische index. “Honderd jaar geleden gebouwd door socialisten en honderd jaar later gered door socialisten.” De huidige federale regering waar Vooruit in zetelt, behield wel degelijk de index maar wil hem wel afvlakken voor de hogere lonen. “De tijden veranderen, maar één ding zal nooit veranderen. Ik zal niet toestaan dat ze die index afpakken. Niet vandaag, niet morgen, nooit”, aldus Rousseau.

Om de begroting te redden, ziet de voorzitter op de Dag van de Arbeid enkele andere oplossingen. Om te beginnen moet de verhoogde tegemoetkoming opnieuw terechtkomen bij wie ze nodig heeft. Vooruit ijvert al enkele dagen opnieuw voor een uitgebreide vermogenstoets, iets dat onder meer N-VA niet ziet zitten.

Daarnaast wil Rousseau een miljonairstaks. “Een bijdrage van een klein select clubje. Een bijdrage waar sommigen van die club zelf om vragen.” Anders komt het volgens hem niet meer goed met de federale begroting. “Gewone mensen betalen vandaag te veel omdat een kleine groep te weinig betaalt. Dat kan je alleen oplossen met een miljonairstaks. Alleen zo betalen gewone werkmensen minder, houden ze netto meer over en krijgen we ons land op orde.”

Rousseau houdt ook een pleidooi voor meer Europa, dat zijn eigen lot in handen moet nemen. De socialisten stelden eerder dit jaar al voor om enkel nog bedrijfswagens van Europese makelij fiscaal aftrekbaar te maken. Nu pleit de voorzitter voor “één Europese toekomst”. “Met eigen energie, eigen industrie en eigen technologie.”

Morgen neemt Rousseau deel aan de optocht in thuisstad Sint-Niklaas en geeft hij een speech in Zelzate.

Bron: HLN.be

Afschaffing Senaat zet deur open voor unitaristische hervorming: “Met Senaat hebben Vlaams-nationalisten vetorecht, zonder niet”

Afschaffing Senaat zet deur open voor unitaristische hervorming: “Met Senaat hebben Vlaams-nationalisten vetorecht, zonder niet”

Het lijkt Georges-Louis Bouchez menens om bij de volgende Kamerverkiezingen MR-lijsten in te dienen in Vlaanderen. Alvast in West-Vlaanderen heeft hij mogelijk al een prominente kandidaat: mijn neef Wout Maddens. Hij is eerste schepen in Kortrijk en stapte vorig jaar over naar de MR, uit onvrede over de te makke ideologische koers van Open VLD. Maar waar zal Bouchez de andere kandidaten halen?

Op het eerste gezicht is het een haast onmogelijke organisatorische klus voor een partij om volledige kandidatenlijsten in te dienen aan de overkant van de taalgrens. In werkelijkheid is dat een fluitje van een cent. Dat komt omdat kandidaten niet gedomicilieerd hoeven te zijn in de kieskring waar ze opkomen. Bouchez kan zijn Vlaamse lijsten dus vullen met Waalse of Brusselse liberalen. Het volstaat ook dat de voordracht van de kandidaten wordt ondertekend door drie uittredende Kamerleden, die niet in de betrokken kieskring verkozen moeten zijn. Handtekeningen van kiezers verzamelen in Vlaanderen (normaal 400 of 500 al naargelang de grootte van de kieskring), zal Bouchez dus niet hoeven te doen.

N-VA geeft het voorbeeld

Juist omdat dit zo gemakkelijk is kon de N-VA bij de vorige verkiezingen probleemloos (bijna) volledige lijsten neerleggen in de vijf Waalse kieskringen. Van de 77 kandidaten op die lijsten waren er slechts tien gedomicilieerd in Wallonië. De rest waren allemaal Vlaamse N-VA-militanten of politici die zich hadden opgeofferd om te figureren op die Waalse lijsten. Ik vermoed dat de meesten daarvan tijdens de campagne nooit een voet aan de grond gezet hebben in ‘hun’ kieskring. In elk geval hebben ze amper geïnvesteerd in de campagne. Slechts elf kandidaten hebben verkiezingsuitgaven gedaan. In totaal gaven die 95.418 euro uit, waarvan 94.272 euro betaald door de partij.

Met die voor het overgrote deel Vlaamse kandidaten die nauwelijks campagne voerden, heeft de N-VA toch een niet onaardig resultaat neergezet. De partij haalde in heel Wallonië 1,9 procent, dit is maar iets minder dan Défi (2,4 procent). En dat terwijl alle Défi-kandidaten échte Walen waren, de partij al sinds 2014 voet aan de grond probeert te krijgen in Wallonië (vroeger als FDF) en daar ook effectief campagne voert.

Geen windeieren

Bemerk dat dit zowel voor Défi als voor de N-VA een zeer lucratieve operatie was. Ook al behaalden geen van beide zetels, de in Wallonië behaalde stemmen tellen wel mee voor het berekenen van de partijdotatie. De 40.716 Waalse N-VA stemmen leveren de partij jaarlijks 200.730 euro op, voor de hele legislatuur is dat dus 1.003.650 euro. Tegenover de investering van 94.272 euro is dat een ‘return on investment’ om u tegen te zeggen. Al zijn dit voor een partij als de N-VA natuurlijk maar kruimeltjes. De inkomsten uit de operatie Wallonië zijn goed voor slechts 1,6 procent van alle overheidsinkomsten van de partij.

Met andere woorden, niet alleen is het voor een partij zeer gemakkelijk om lijsten in te dienen aan de overkant van de taalgrens, het is ook financieel interessant. Het Vlaams Belang weet dit al lang, en diende in Wallonië zowel in 2003, 2007 als 2019 lijsten in. In 2024 was dat niet het geval, omdat de partij hoopte op een doorbraak van het Waalse Chez Nous. Nu die partij een flop is gebleken, lijkt de kans reëel dat Vlaams Belang in 2029 opnieuw lijsten neerlegt in Wallonië.

Als in 2029 zowel N-VA als Vlaams Belang lijsten indienen in Wallonië, én de MR lijsten indient in Vlaanderen, dan zullen alle Belgen kunnen stemmen voor een van de vier grootste partijen van het land (de PVDA is de vierde grootste). Dat zou alvast als voordeel hebben dat de door de belgicisten grijsgedraaide plaat van de federale kieskring mag worden opgeborgen.

Handtekeningen ronselen

Of flaminganten gelukkig kunnen zijn met die situatie, is een andere vraag. Duidelijk is in elk geval dat de taalgrens voor wat betreft de Kamerverkiezingen heel poreus is. Het kiessysteem voor de Kamer kent eigenlijk geen taalgrens. Dat is op zich niet onlogisch omdat het tenslotte de verkiezing betreft van een ‘nationaal’ parlement. Volgens de Grondwet vertegenwoordigen alle Kamerleden ‘de natie’, dus even goed de burgers aan de overkant van de taalgrens. Anderzijds zou men het taalgrens-hoppen van de partijen wel kunnen bemoeilijken, door te bepalen dat een lijstvoordracht door uittredende Kamerleden enkel kan gebeuren door Kamerleden van de betrokken kieskring. In dat geval zou de MR wél handtekeningen moeten ronselen in Vlaanderen en de N-VA en het Vlaams Belang in Wallonië.

De kans dat de wet in die zin wordt gewijzigd, lijkt me echter klein. Dit wordt niet als een groot probleem gezien door de partijen. Tot nu toe had het indienen van lijsten aan de overkant van de taalgrens inderdaad iets weg van electorale folklore. Het was een stunt zonder politieke gevolgen.

Maar het is niet gezegd dat dit altijd zo zal zijn. Stel dat Georges-Louis Bouchez effectief zetels haalt in Vlaanderen. Dan zou er een heel vreemde situatie ontstaan. Dan krijg je Kamerleden die onder het gezag staan van een Franstalige partijvoorzitter maar anderzijds wel tot de Nederlandse taalgroep behoren. Of er in die taalgroep al dan niet een meerderheid is voor een staatshervorming, zal dan mee worden bepaald door een Franstalige partij. Bouchez zou de meer Belgischgezinde partijen in Vlaanderen (Open VLD, Groen, PVDA, Vooruit) bijvoorbeeld aan een meerderheid kunnen helpen voor een unitaristische hervorming.

Zo een Franstalige ‘inbraak’ is veel moeilijker in het Vlaams Parlement. Daarvoor zou de MR wel kandidaten moeten vinden die in Vlaanderen gedomicilieerd zijn. De partij zou ook handtekeningen moeten ronselen. Anders gezegd, het Vlaamse gehalte van de volksvertegenwoordiging in het Vlaams Parlement is beter beschermd dan dat van de Nederlandse taalgroep in de Kamer.

Vetorecht verdwijnt

Dit werpt een interessant licht op de discussie over de afschaffing van de Senaat. Die bestaat momenteel voor het overgrote deel uit parlementsleden van de deelstaten. Dankzij de Senaat hebben de deelstaten een vetorecht over institutionele hervormingen. Als Bouchez zijn Vlaamse zetels in de Kamer zou gebruiken om een belgicistische hervorming door te duwen, dan zou dit allicht op het verzet stuiten van een meerderheid in het Vlaams Parlement, en dus ook van een meerderheid van Nederlandstalige Senatoren. Tenzij de Senaat niet meer bestaat.

Ook meer in het algemeen moet men er rekening mee houden dat de samenstelling van het Vlaams Parlement en de Nederlandse taalgroep van de Kamer kan divergeren in de toekomst. Dat zou bijvoorbeeld kunnen als de Kamerverkiezing moet worden vervroegd door een regeringscrisis en niet meer samenvalt met de regionale verkiezingen. In andere federale landen zien we dat regionalisten of separatisten doorgaans sterker staan in de deelstaatparlementen dan in het federale parlement. De Vlaams-nationalisten zullen in de toekomst allicht meer kans hebben om een meerderheid te halen in het Vlaams Parlement dan in de Nederlandse taalgroep van de Kamer.

Tussen haakjes: vandaag is het al zo dat de sterke positie van de Vlaams-nationalisten in het Vlaams Parlement (met precies de helft van de zetels) zich vertaalt in een absolute meerderheid in de Nederlandse taalgroep van de Senaat (18 van de 35 zetels). Met andere woorden, de Vlaams-nationalisten kunnen een herziening van de bijzondere wetten blokkeren. In de Kamer is die blokkeringsmeerderheid er momenteel niet. De Vlaams-nationalisten (Jean-Marie Dedecker inbegrepen) hebben slechts 44 van de 90 zetels in de Nederlandse taalgroep.

Anders gezegd, met de Senaat hebben de Vlaams-nationalisten een vetorecht over een staatshervorming, zonder de Senaat niet. De afschaffing van de Senaat is symbolisch misschien een mooie trofee voor de N-VA, in werkelijkheid is het een domme en kortzichtige maatregel.

Bron: PAL.be