Wie het Belgische tekort wil begrijpen, moet niet alleen naar de uitgaven kijken maar ook naar de miljarden aan inkomsten die verloren gingen.
In tegenstelling tot de rest van de Eurozone is de budgettaire situatie van België sinds 2000 trendmatig verslechterd. Terwijl in 2000 de Belgische begroting in evenwicht was, kijken we nu aan tegen een tekort van meer dan 5% van het bbp. Vanwaar komt die verslechtering?
We kunnen het laatste kwarteeuw in twee periodes onderverdelen. Voor en na de financiële crisis. Voor en tijdens die crisis (2000-2012) zien we dat de uitgaven veel sterker stijgen dan de inkomsten. Dit is verantwoordelijk voor de toename in het tekort gedurende die periode. Na de crisis is het omgekeerd. Gedurende 2013-2025 daalt de trend van de uitgaven lichtjes terwijl de inkomsten sterk dalen. Die laatste daling is verantwoordelijk voor de verslechtering van de budgettaire situatie in die periode.
Terwijl in de pre-2013 periode de oorzaak van de budgettaire verslechtering te vinden is in stijgende uitgaven die onvoldoende gedekt zijn door ontvangsten, is de trendmatige verslechtering in de post-2013 periode vooral het gevolg van de trendmatige inkrimping van de belastingbasis. En noteer dat in die laatste periode, afgezien van de jaren van de Covid-crisis, voortdurend gesaneerd werd in de uitgaven zodat die ook effectief daalden (als percent van het bbp). En toch bleven de begrotingstekorten zich opstapelen. De oorzaak? De daling van de overheidsontvangsten met 3% van het bbp. Dat is zomaar even 21 miljard euro.
Inkrimping van de belastingbasis
Vanwaar komt die inkrimping van de belastingbasis?
Er is, ten eerste, de verschuiving van nogal wat Belgen met hogere inkomens uit het statuut van werknemer naar een statuut dat hen toelaat hun wedde te registreren als winst van een vennootschap. Op die manier hebben deze Belgen hun belastingen en sociale bijdragen drastisch kunnen verminderen en hebben ze geprofiteerd van een gunstigere fiscale behandeling binnen hun vennootschap.
Die tendensen hebben bijgedragen tot het merkwaardig fenomeen dat de belastingdruk in België vanaf een bepaald inkomensniveau helemaal niet meer progressief is. Die belastingdruk stijgt aanvankelijk met het inkomen. Maar vanaf de top 20% van de inkomens begint de belastingdruk te dalen. De top 10% geniet van een belastingdruk van 40%, de top 5% van 37% en, ongelooflijk maar waar, de top 1% gaat gebukt onder een belastingdruk van 23%, een belastingdruk die beduidend lichter is dan wat de groep met de laagste inkomens (0-20%) moet torsen. De Belgen met de sterkste schouders dragen de minste last dankzij het feit dat ze zich hebben kunnen onttrekken aan de normale en zware belastingdruk die de meeste Belgen wel treffen.
Er is nog een tweede factor die gezorgd heeft voor een uitholling van de belastingbasis. Die situeert zich in de indirecte belastingen en de sociale bijdragen. Beide vormen van belastingheffing zijn gedurende de laatste decennia door opeenvolgende regeringen aangewend als instrument van economisch en sociaal beleid. Zo werden btw-tarieven verlaagd voor specifieke sectoren (bouw, horeca, energie) om bepaalde beleidsdoelen te realiseren. In de sociale zekerheid werden patronale bijdragen verlaagd om tewerkstelling van doelgroepen te bevorderen of om de competitiviteit van ondernemingen te versterken.
Het resultaat van dit beleid is dat een lappendeken van speciale tarieven werd gecreëerd. Een situatie die mensen ertoe aanzet activiteiten te verplaatsen of aan te passen om van de gunstigere tarieven te genieten. Het effect van deze ontwijkingsoperaties is dat vele beleidsdoelstellingen niet worden gehaald. Wat wel vaststaat is dat ze de belastingbasis uithollen en het moeilijker maakt voor opeenvolgende regeringen om begrotingstekorten weg te werken.
Juiste diagnose graag
Het terugdringen van het Belgische begrotingstekort dringt zich op. Maar die moet gebaseerd zijn op een juiste diagnose van de oorzaken van de begrotingsontsporing sinds de financiële crisis.
De diagnose die door de regering-De Wever wordt gedaan (en die door een groot deel van de traditionele media wordt ondersteund) is dat de te hoge uitgaven de enige oorzaak zijn van het grote begrotingstekort. Dat was in grote mate het geval voor de financiële crisis. Dat is veel minder zo sinds 2013 wanneer de inkrimping van de belastingbasis meer dan de stijgende uitgaven verantwoordelijk was voor de stijgende begrotingstekorten.
De schatting die ik gemaakt heb, is dat de krimpende belastinggrondslag sinds 2013 heeft geleid tot minder inkomsten ten belope van 21 miljard euro. Het zou moeilijk te begrijpen zijn als een dergelijke grote bron van budgettaire ontsporing niet zou worden opgenomen in de begrotingsbesprekingen van de federale regering.
Het lijkt erop dat dit niet zal gebeuren, ondanks het feit dat een linkse partij deel uitmaakt van de coalitie. Het grootste deel van de inspanningen van de regering-De Wever focust op uitgavenverminderingen. Slechts weinig aandacht wordt besteed aan het opkrikken van de belastinggrondslag, vooral omdat in de coalitie bepaalde partijen een veto hebben uitgesproken tegen een verhoging van de belastingen.
Nochtans kan de belastinggrondslag opgekrikt worden zonder de belastingtarieven te verhogen. Honderdduizenden belastingbetalers, met typisch hogere inkomens, zijn gedurende de laatste decennia kunnen ontsnappen aan een belastingheffing waaraan de meeste andere Belgen zich niet kunnen onttrekken. Het volstaat de vele achterpoortjes te sluiten die door de wetgever gedurende de laatste decennia in het belasting- en sociale zekerheidsstelsel werden ingebouwd om de 10 miljard te vinden waar de regering naar op zoek is.
Bron: Sampol.be