N-VA wil takenpakket ziekenfondsen grondig hervormen

Gepubliceerd op donderdag 11 december 2025

De N-VA wil de rol en het takenpakket van de ziekenfondsen grondig herbekijken. Aanleiding zijn recente berichten, die aantonen dat verschillende ziekenfondsen stevige winsten boeken. “Nu blijkt dat ziekenfondsen bijzonder winstgevende bedrijven zijn die ver afgedreven zijn van hun kerntaken, is het tijd om in te grijpen. Belangenvermenging loert immers om de hoek”, stelt Kamerlid Frieda Gijbels in Villa Politica.

Dubbele rol onder vuur

Ziekenfondsen beheren vandaag publieke middelen van de verplichte ziekteverzekering, maar bieden tegelijk privéproducten aan zoals hospitalisatie- en tandverzekeringen. Volgens de N-VA werkt die combinatie risico’s in de hand. “Dit leidt tot belangenverstrengeling, zeker wanneer ze mee beslissen over de verdeling van RIZIV-budgetten”, stelt Gijbels.

Ze schuift daarom een structurele hervorming naar voren: de uitbetalingstaak van de verplichte ziekteverzekering zou op termijn volledig onder het RIZIV moeten vallen. Dit betekent ook dat de ziekenfondsen verdwijnen uit de beheersorganen van het RIZIV. “Waarom zouden ze bijvoorbeeld pleiten voor een betere terugbetaling van tandzorg als ze ook een eigen pakket kunnen verkopen aan hun leden?”, aldus Gijbels.

Ziekenfondsen kunnen wel actief blijven als aanbieder van vrijwillige verzekeringen en als loket voor advies of doorverwijzing. “Die verzekeringen moeten natuurlijk wel aan dezelfde fiscale voorwaarden voldoen als andere verzekeringsmaatschappijen”, zegt Gijbels.

Ook hun aanwezigheid in andere organen die beslissen over de aanwending van het RIZIV-budget roept vragen op bij Gijbels, zeker omdat sommige fondsen eigen ziekenhuizen of apotheken uitbaten: “Gezien het risico op belangenvermenging hebben ze geen plaats in de akkoordencommissies van het RIZIV.”

Ook de adviserend artsen van de ziekenfondsen zouden beter ondergebracht worden in het RIZIV, vindt het Kamerlid: “Nu controleren ze hun eigen leden en hebben ze absoluut geen baat bij een te strenge beoordeling van de klant, die ook naar een ander ziekenfonds kan overstappen.”

Verplichte aanvullende verzekering betwist

Elk ziekenfonds vraagt van zijn leden een verplichte bijdrage voor de verplichte aanvullende verzekering. Die verplichte aansluiting en het lidgeld jaagt de ziekenfondsleden onnodig op kosten, terwijl de opbrengsten vooral de ziekenfondsen ten goede komen: ze halen jaar na jaar winst uit deze verplichte aanvullende verzekering.

De N-VA pleit er daarom voor om die verplichting te schrappen. Tegelijk wil Gijbels dat de overheid meer bekendheid geeft aan de Hulpkas voor Ziekte en Invaliditeit, die dezelfde wettelijke dekking biedt zonder bijkomend lidgeld.

Strenger toezicht en hogere boetes

Ook het responsabiliseringssysteem komt in beeld. De regering besliste eerder al dat ziekenfondsen zelf moeten opdraaien voor foutief uitgekeerde bedragen. Maar volgens de N-VA blijven de sancties veel te laag. Boetes van vaak slechts 125 euro staan niet in verhouding tot de verliezen die onze sociale zekerheid leidt als de ziekenfondsen hun taken niet naar behoren uitvoeren.

Ten slotte pleit de N-VA voor de afschaffing van de vrijstelling die de ziekenfondsen kunnen ontvangen van het RIZIV, indien ze kunnen aantonen dat het niet kunnen terugvorderen van onverschuldigde bedragen niet hun eigen schuld is. “Dit behoort immers tot de risico’s van het beheer waarvoor ze al royaal vergoed worden.

Daarbovenop ontvangen de ziekenfondsen ook nog eens een – veel hogere – bonus voor de onverschuldigde bedragen die ze wél kunnen terugvorderen”, besluit Gijbels.   Bron: N-VA

Wie niet wil aansluiten bij een ziekenfonds kan ook lid worden bij de ‘Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeits-verzekering‘ (HZIV). Als je zelf geen ziekenfonds kiest, dan sluit het OCMW je automatisch aan bij het HZIV. Welk  is het goedkoopste ziekenfonds?   Ziekenfondsen vergelijken? – Zo gebeurd! – Mijnvergelijker.be

Zwangere kleuterjuffen krijgen geen verlof meer

Directeurs moeten verplicht zinvolle taken zoeken in plaats van zwangere kleuterjuffen verlof te geven: “Nu verliezen scholen twee keer”

Kleuterjuffen zullen niet langer bijna automatisch verlof krijgen wanneer ze zwanger zijn. Nu gebeurt dat om het risico op ziektes als CMV te vermijden. Directeurs moeten verplicht zinvolle andere taken voor die juffen zoeken.

Volgens de laatste cijfers van de onderwijsadministratie kregen in schooljaar 2024-2025 precies 1.895 juffen die zwanger waren of borstvoeding gaven, verlof. Het gaat niet over het moederschapsverlof zoals we dat allemaal kennen, maar om een speciale regeling die zwangere juffen beschermt tegen mogelijke gezondheidsrisico’s. Het gaat bijvoorbeeld over het tillen van kleuters, maar ook over de blootstelling aan infectieziekten zoals het cytomegalovirus (CMV). Een besmetting met dat virus tijdens de zwangerschap kan leiden tot onder meer gehoor- of gezichtsstoornissen of een mentale achterstand bij de baby. Ook in het buitengewoon onderwijs wordt de regeling vaak toegepast, vooral omwille van mogelijk agressief gedrag van kinderen.

Nu al moeten directeurs in principe de werkomstandigheden van de zwangere juffen aanpassen of een andere opdracht geven, maar in de praktijk gebeurt dat zelden. “In de huidige tijden van krapte op de arbeidsmarkt en het lerarentekort waarbij heel wat scholen er niet in slagen vacatures in te vullen, is het onverantwoord om dergelijk potentieel aan arbeidskrachten onbenut te laten”, staat in een nieuw decreet dat vlak voor de kerstvakantie een eerste keer is goedgekeurd door de Vlaamse regering.

En dus moeten scholen vanaf 1 september verplicht op zoek naar andere taken “die toelaatbaar zijn in haar toestand” voor die zwangere juffen. De woordvoerder van onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) zegt dat ze bijvoorbeeld aan de slag kunnen in de ‘taalheldklassen’, aparte klassen voor anderstalige nieuwkomers in de lagere school. Maar het kan ook gaan over co-teaching in een ander leerjaar of leerlingen begeleiden bij technisch lezen. De juffen behouden ondertussen hun salaris en kunnen na het verlof terugkeren naar hun oude job. Ook in het huidige systeem behouden juffen hun loon als ze verlof krijgen.

In één beweging maakt Demir 1,2 miljoen euro vrij om de zwangere juffen te vervangen in hun oorspronkelijke job. “Er waren nu geen budgetten om tijdelijke leerkrachten aan te stellen”, zegt haar woordvoerder. “In de huidige situatie verliezen scholen twee keer: de juf gaat met verlof én ze kunnen die niet vervangen.” De woordvoerder benadrukt dat er nog altijd situaties zullen zijn waarbij de juf echt niet meer aan de slag kan. Het voorlopige decreet moet nu nog besproken worden met de koepels en de vakbonden. De christelijke vakbond COV, de grootste in het kleuter- en lager onderwijs, wijst de plannen alleszins niet af. “Als zowel de bescherming van de zwangerschap als de vervanging van het zwangere personeelslid in de klas is gegarandeerd, dan is het COV zeker bereid om tijdens het sociaal overleg de verdere uitwerking van vervangende taken binnen de school te bekijken”, zegt algemeen secretaris Marianne Coopman. 

Bron: GVA

Minder zorg of meer belastingen?

De betaalbaarheid van de sociale zekerheid staat onder druk en dat is volgens econoom en voormalig nationaal politicus John Crombez (Vooruit) geen kwestie meer van politieke keuze, maar van draagkracht. ‘We hebben dat altijd gefinancierd gekregen, maar de dag zal aanbreken waarbij de politiek de keuze moet maken voor minder zorg of voor meer belastingen.’

De besparingsdruk op het RIZIV, de explosie van het aantal langdurig zieken en de oplopende zorgkosten zetten de sociale zekerheid onder hoogspanning. Volgens Crombez is de tijd voor fundamentele keuzes aangebroken. In zijn boek Hou België gezond pleit hij samen met medeauteur Eric Mortier, voormalig gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent, voor een grondige hervorming van de gezondheidszorg, met meer aandacht voor preventie, data en verantwoordelijkheid. ‘Het klinkt misschien tegen mijn eigen winkel, maar het sociaal overleg zoals we dat vandaag kennen, heeft de voorbije 25 jaar te weinig opgeleverd’, zegt hij.

Hervormingen die blijven steken

Volgens Crombez ligt de kern van het probleem niet bij ontsporende uitgaven, maar bij een systeem dat blijft functioneren alsof de demografie, de ziektepatronen en de arbeidsmarkt niet zijn veranderd. Vooral de gezondheidszorg, na de pensioenen de grootste uitgavenpost binnen de sociale zekerheid, stevent af op een scherpe kostenstijging.

Dat hervormingen nodig zijn, wordt al jaren erkend. Alleen blijven echte doorbraken uit. ‘Er zijn een paar pogingen tot hervorming geweest, maar het komt altijd op hetzelfde neer: onderweg naar de meet wordt aan ambitie ingeboet’, zegt Crombez. Zo was de uitbouw van ziekenhuisnetwerken volgens hem een van de betere initiatieven. Die moet ziekenhuizen laten samenwerken binnen een regio, taken verdelen en zorg efficiënter organiseren. ‘Maar tegen dat het ingevoerd werd, had de sector dat al links en rechts laten verwateren’, meent Crombez. Daardoor bleef het eindresultaat weinig bruikbaar voor een echte hervorming en bleef het systeem onvoldoende aangepast aan de werkelijke kostendrijvers in de zorg.

Ik vind dat de oudere generatie van artsen, specialisten en mutualiteiten misschien niet de correcte vertegenwoordiger is van de bevolking

De reden waarom zulke ingrepen uitblijven, heeft volgens de econoom veel te maken met het overlegmodel en de gevestigde belangen. ‘Iedereen weet dat er hervormingen nodig zijn, maar er zijn een aantal groepen die niet bereid zijn om ze te doen.’ Hij wijst daarbij onder meer naar oudere vertegenwoordigers binnen de sector. ‘Ik vind dat de oudere generatie van artsen, specialisten en mutualiteiten misschien niet de correcte vertegenwoordiger is van de bevolking’, voegt hij eraan toe. ‘Zij houden liever alles bij het oude. Terwijl het nét de jongere artsen en patiënten zijn die met deze kosten zullen moeten leven’.

Chronische aandoeningen

Nochtans is de uitdaging duidelijk: steeds meer mensen lijden op oudere leeftijd aan meerdere chronische aandoeningen tegelijk, volgens de auteur dé oorzaak van de stijgende zorgkosten. ‘Als we daar geen oplossing voor vinden, dan kraakt het hele systeem: woonzorgcentra, thuiszorg, alles.’

Volgens Crombez zou het zorgsysteem zich veel sterker rond dat probleem moeten organiseren, maar dat vraagt duidelijke structuren en meetbaarheid, iets wat vandaag ontbreekt. België beschikt nochtans over een enorme hoeveelheid gezondheidsdata. Het probleem is volgens de econoom dat ze nauwelijks worden gebruikt. De coronapandemie toonde nochtans dat het anders kan. ‘Bij het begin van corona zijn we het enige land dat een strategie ontwikkeld en uitgevoerd heeft om databanken te koppelen’, vertelt hij. ‘Corona is voorbij en het gaat weer niet meer. Maar het zegt wel veel’.

Genezen loont, gezond blijven niet

Die data zouden vooral moeten dienen om het systeem te verschuiven van genezen naar gezond houden. Vandaag wordt bijna uitsluitend betaald voor behandelingen, niet voor preventie. ‘We genezen zeer goed in België’, zegt Crombez. ‘Daar mogen we trots op zijn. Maar we betalen bijna niets om te vermijden dat mensen ziek worden’. Dat leidt volgens hem tot een pervers effect: hoe meer patiënten, hoe beter het systeem draait. ‘Terwijl het doel net het omgekeerde zou moeten zijn’.

Een gezondheidssysteem dat ervoor zorgt dat mensen langer gezond blijven werken, mag geld kosten

Preventie wordt volgens Crombez amper beloond, terwijl net daar grote gezondheids- en economische winsten te boeken vallen. ‘Een gezondheidssysteem dat ervoor zorgt dat mensen langer gezond blijven werken, mag geld kosten, want het betaalt zichzelf terug’, meent Crombez. Bovendien heeft dat volgens hem een directe impact op de arbeidsmarkt: België wil dat mensen langer werken, maar een toenemend deel van de bevolking haalt de pensioenleeftijd niet meer in gezonde toestand. ‘En dan zit je met een probleem’, concludeert hij.

Langdurig zieken als alarmsignaal

Een van de meest zichtbare symptomen van de druk op het systeem is de sterke stijging van het aantal langdurig zieken. Sinds 2006 is dat aantal meer dan verdubbeld en zij vormen vandaag de grootste groep inactieven. ‘We zijn van 200.000 naar meer dan 500.000 gegaan’, benadrukt Crombez. Vooral de stijging bij jonge mensen baart hem zorgen. ‘Sinds 2014 zie je in heel de westerse wereld een sterke toename bij jonge vrouwen’, zegt hij. Een sluitende verklaring is er volgens hem niet, al wint chronische stress steeds meer terrein. ‘Acute stress is gezond. Chronische stress is een sluipmoordenaar.’

De huidige regering wil het aantal langdurig zieken terugdringen, maar Crombez twijfelt of de genomen maatregelen volstaan. ‘Je moet eerst begrijpen waarom mensen uitvallen’, vindt hij. ‘Pas daarna kan je hen duurzaam activeren.’ Dat vergt volgens de econoom aangepast werk en een actieve rol van werkgevers.

Vandaag nog gezond

Ook het debat over profiteurs duikt geregeld op. Crombez noemt zich daarin ‘de grootste tegenstander van profitariaat in de sociale zekerheid’, precies omdat dat het draagvlak van het systeem ondergraaft. Tegelijk wijst hij erop dat België technisch perfect in staat is om misbruik gerichter aan te pakken. ‘We moeten eigenlijk alle data in real time monitoren, gewoon om de red flags eruit te halen’, zegt hij.

Dat idee geraakt voorlopig niet voorbij het parlement. ‘Omwille van privacy en GDPR’, aldus Crombez. ‘Maar waarom zouden we dat niet doen? We hebben geld tekort én we kunnen het technisch. Het gaat om het detecteren van rode vlaggen, niet om automatische veroordelingen.’ Door de band genomen blijft Crombez voorzichtig optimistisch. ‘België is vandaag nog gezond, maar als we in de komende vijf jaar geen echte hervormingen in gang zetten, dan is het gewoon te laat’, zegt hij. ‘Dan stijgen de uitgaven naar een nieuw niveau dat politiek, economisch en sociaal niet meer te dragen is.’ Volgens Crombez is de vraag dus niet wat we moeten doen, maar wie de verantwoordelijkheid durft te nemen.

Bron: Doorbraak

Wat is een centenindex?

De regering is van plan de indexaanpassingen te vervangen door centenindexen.

In 2026 en 2028 wordt een ‘centenindex’ ingevoerd. Wanneer er in deze jaren een overschrijding van de spilindex plaatsvindt, beperkt de centenindex de automatische loonindexering voor lonen boven 4.000 euro bruto.

Dit houdt in:

Brutolonen onder 4.000 euro worden op de gebruikelijke manier geïndexeerd, namelijk via een procentuele index. Voorbeeld: een index van 2% bij het overschrijden van de spilindex.

Vanaf 4.000 euro bruto exering wordt de centenindex toegepast. Dat betekent dat op het loon boven 4.000 euro geen procentuele indmeer wordt berekend, maar een vast bedrag. De centenindex wordt enkel in 2026 en 2028 toegepast.

Meerwaardebelasting

Meerwaardebelasting

De meerwaardebelasting op financiële activa in België is op dit moment nog niet definitief goedgekeurd, maar staat gepland om in werking te treden op 1 januari 2026. De wetgeving is nog in voorbereiding en moet nog door het parlement worden gestemd. De grote lijnen van de maatregel zijn wel al bekendgemaakt. De belasting zal daarom met terugwerkende kracht geïnd worden.

Huidige stand van zaken:

1. De belasting is aangekondigd maar nog niet definitief goedgekeurd. Het gaat om een wetsontwerp dat nog parlementaire behandeling moet doorlopen. 

2. De geplande startdatum is 1 januari 2026. Dit blijft onder voorbehoud van goedkeuring. 

3. Banken en verzekeraars hebben uitstel gekregen tot 30 juni 2026 om hun systemen aan te passen. Dit verandert niets aan de juridische startdatum, maar wel aan de praktische verwerking.

Wat houdt de maatregel in?

  • Er komt een belasting van 10 procent op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa. 
  • De eerste 10.000 euro meerwaarde per jaar wordt vrijgesteld. 
  • Beleggingen die langer dan tien jaar worden aangehouden, zouden volledig vrijgesteld worden, behalve bij grote participaties. 
  • Voor participaties van meer dan 20 procent komen er zwaardere tarieven. 
  • Minderwaarden kunnen in bepaalde gevallen worden verrekend, maar de exacte regels zijn nog niet definitief vastgelegd.

Waarom wordt dit soms een vermogensbelasting genoemd?

Hoewel het geen klassieke belasting op het totale vermogen is, treft deze maatregel vooral mensen met grotere financiële portefeuilles. Het is een belasting op de groei van dat vermogen, waardoor het in het publieke debat vaak als een vorm van vermogensbelasting wordt gezien.

Samenvatting:

  • De wet is nog niet gestemd. 
  • De geplande startdatum is 1 januari 2026. 
  • Het tarief bedraagt 10 procent op meerwaarden. 
  • Er zijn vrijstellingen voorzien, zoals 10.000 euro per jaar en een vrijstelling na tien jaar bezit. 
  • Grote participaties worden zwaarder belast. 
  • De praktische invoering bij banken loopt tot 30 juni 2026.

Vincent Van Dessel, voormalig CEO van Euronext Brussel schreef een opiniestuk waarin hij de meerwaardetaks  omschrijft als administratief onhaalbaar, complex en schadelijk voor het vertrouwen.

Hij schreef op 1 juli 2025 een opiniestuk  met de titel:
“Meerwaardebelasting: een oneerlijke nieuwe belasting met grote gevolgen”

In dat artikel noemt hij de maatregel onder meer:

  • administratief extreem complex
  • praktisch moeilijk uitvoerbaar
  • schadelijk voor het vertrouwen van beleggers
  • economisch riskant

Waarom wordt dit artikel vaak aangehaald?

Omdat het een van de meest uitgesproken kritieken is op de haalbaarheid van de meerwaardebelasting.
Van Dessel stelt dat:

  • meer dan 1 miljoen Belgische beleggers  administratieve problemen zullen ondervinden
  • de overheid de maatregel niet efficiënt kan uitvoeren
  • de belasting structureel te ingewikkeld is om correct te innen

Neutr-On sluit zich in grote lijnen aan bij zijn visie, en blijft streven naar een vermogensbelasting van 2% voor vermogens vanaf 2 miljoen euro. Dat is veel gemakkelijker te innen, veel minder administratieve rompslomp, het remt de economie en het beleggen niet af, treft de kleine beleggers niet, en is een belangrijke maatregel tegen corruptie.