Vlaamse regering bespaart op armoedebestrijding in het onderwijs

Minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) wil alle subsidies van vzw Krijt en Stichting Robin schrappen, in totaal zo’n 400.000 euro. “Vzw Krijt en Stichting Robin leveren essentieel werk om kansarmoede op school aan te pakken. Dat is een groot probleem in het onderwijs, zeker nu de schoolfactuur steeds duurder wordt door de hoge kosten voor schoolboeken en laptops”, reageert Line De Witte, volksvertegenwoordiger van de PVDA in het Vlaams Parlement. “In plaats van de hoge ongelijkheid en dure schoolfacturen aan te pakken, bespaart de Vlaamse Regering liever op de organisaties die daar iets aan doen. Dat is de wereld op zijn kop. Wij dienen met de PVDA een voorstel in om deze asociale besparingen niet door te voeren.” 

Vzw Krijt helpt scholen om kostenbewust te werken. Stichting Robin is de organisatie achter de Robin-pas, die kortingen regelt en gespreide betaling van schoolkosten mogelijk maakt voor ouders in armoede. “Dat is belangrijk, omdat de ongelijkheid in ons onderwijs enorm hoog is. Uit de resultaten van de laatste Gezinsbarometer van de Gezinsbond blijkt dat een op de zeven gezinnen de schoolkosten niet kan betalen”, weet Line De Witte. “En ook voor vele andere is school echt een serieuze hap uit het budget: schoolboeken kosten al gauw 300 euro, een laptop 600 euro. Gelukkig zijn er nog organisaties als Krijt vzw en Stichting Robin die gezinnen helpen met de hoge facturen.” 

“Maar voor de Vlaamse Regering is betaalbaar onderwijs blijkbaar geen prioriteit”, gaat Line De Witte verder. “Eerder besloten ze al om de schoolbonus, een deel van het kindergeld dat ouders helpt om de dure septembermaand door te komen, af te schaffen voor de meeste gezinnen. Ze bespaarden bovendien op de laptops voor elk kind en nemen geen maatregelen tegen de commercie die schoolboeken aan peperdure prijzen verkoopt”, zegt Line De Witte. “En nu besluit de Vlaamse Regering ook nog om de subsidies af te pakken van de organisaties die ouders helpen met die hoge schoolfacturen.” 

De PVDA vraagt om de besparingen niet door te voeren. “Wij gaan een amendement op de begroting indienen om niet te besparen op vzw Krijt en Stichting Robin”, kondigt Line De Witte aan. “Daarnaast vragen we de regering om iets te doen aan de hoge schoolfacturen door een maximumfactuur in het secundair onderwijs in te voeren, in plaats van te besparen op de organisaties die ouders helpen met de hoge schoolkosten.” 

Minister Demir (N-VA) bespaart overigens niet enkel op armoedebestrijding. Ook subsidies voor onder andere studiebegeleiding, lesmateriaal voor leerlingen met een leer- of ontwikkelingsstoornis en voor het Steunpunt Inclusief Onderwijs worden verminderd of geschrapt. “De minister gaat met een grove borstel door alle mooie organisaties en initiatieven die mensen ondersteunen in het onderwijs. Op deze manier gaat ze ons onderwijs alleen maar verder kapot maken.” 

Bron: pvda.be

Nationale manifestatie tegen geweld tegen vrouwen: 3 redenen om mee op te stappen

Zondag 23 november trekt de nationale manifestatie tegen geweld tegen vrouwen door de straten van Brussel. Deze jaarlijkse manifestatie, georganiseerd door het Mirabal-platform, brengt duizenden mensen op de been om het vele geweld tegen vrouwen aan te kaarten én om een daadkrachtige aanpak te eisen. Met de PVDA en onze vrouwenorganisatie Zelle stappen we mee op. 

“Wij roepen iedereen op om mee te betogen want geweld tegen vrouwen is een structureel probleem in onze samenleving. Bovendien zullen de geplande maatregelen van de regering-De Wever-Rousseau de kwetsbaarheid van vrouwen, ook voor geweld, verder vergroten. Daarnaast blijft het wachten op een echte daadkrachtige aanpak van geweld voorzien van voldoende middelen en handen”, zegt Maartje De Vries, voorzitster van Zelle. 

1. Geweld tegen vrouwen zit diep ingebed in de samenleving

Elke dag opnieuw worden vrouwen geconfronteerd met geweld: in hun relaties, op straat, in de sportclub, op school, op het werk. Een op de drie vrouwen wordt in haar leven slachtoffer van seksueel geweld. In België wordt elke twee weken een vrouw het slachtoffer van femicide. 

De cijfers zijn alarmerend maar tegelijk slechts het topje van de ijsberg, want de meerderheid van de slachtoffers doet geen aangifte en komt dus niet officieel in de cijfers.

De onveiligheid voor vrouwen neemt toe. Een factor die daaraan bijdraagt, is de invloed van extreem- en conservatief rechts, die traditionele rollen benadrukken. Denk maar aan sommige populaire influencers zoals Andrew Tate. Dat versterkt seksisme en haat tegenover vrouwen.

Geweld tegen vrouwen is geen individueel probleem, het is een maatschappelijk probleem. Het zit in het DNA van onze samenleving. Het houdt de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in stand en verdiept ze. Dat heeft verontrustende gevolgen voor de gelijkheid, veiligheid, gezondheid en kansen van vrouwen en meisjes. Er is dan ook een maatschappijbrede aanpak nodig om dit geweld aan te pakken.

2. De Arizona-regering vergroot de kwetsbaarheid

De plannen die de regering-De Wever-Rousseau op tafel heeft liggen, zullen een grote impact hebben op de sociaal-economische situatie van vrouwen. 

De pensioenmalus zal een op de twee vrouwen treffen die met vervroegd pensioen gaan. Pensioenhervormingen, zoals het snijden in het aantal gelijkgestelde periodes of het hervormen van het overlevingspensioen, treffen voornamelijk vrouwen. 

Er is ook een loonkloof van bijna twintig procent. Omdat vrouwen vaker deeltijds werken én omdat sectoren waar voornamelijk vrouwen werken, vaak lage lonen hebben. Als de Arizona-regering beslist om te snoeien in de premies, om de loonblokkering aan te houden enz. dan zullen vrouwen dit hard in hun portemonnee voelen. 

Dat is nog niet alles. De Wever en Rousseau openen de jacht op werklozen en langdurig zieken. Van die laatste groep is 60 procent vrouw.

Al deze maatregelen hakken in op de economische onafhankelijkheid van een grote groep vrouwen die meer en meer afhankelijk zullen worden van anderen. Dit alleen al is een vorm van economisch geweld. Tegelijk maakt het vrouwen kwetsbaarder, ook voor fysiek geweld.

Diezelfde regering duwt vrouwen niet enkel in de armoede door te snoeien in het inkomen, ze maakt het hen ook moeilijker op de arbeidsmarkt. Tal van maatregelen moeten de arbeidsmarkt ‘versoepelen’: meer ‘vrijwillige’ overuren, de annualisatie van de arbeidstijd, een toename van de flexi-contracten en zelfs contracten van minder dan een derde van een voltijdse betrekking. 

Vrouwen werken nu al vaker in onzekere, zeer flexibele, laagbetaalde jobs — in de zorg, schoonmaak of de verkoop. Door nog meer flexibiliteit te eisen, wordt het nóg moeilijker voor vrouwen om werk en privé te combineren. 

Bovendien verzwakt de toename van precaire contracten en arbeidsomstandigheden vrouwen op de arbeidsmarkt waardoor ze meer risico lopen op mistoestanden en op grensoverschrijdend gedrag. Wie afhankelijk is van een tijdelijk contract of onregelmatige uren, heeft minder verweer. 

3. We willen een echt plan tegen geweld

Geweld tegen vrouwen zit diepgeworteld in onze samenleving. Tegelijkertijd blijft het wachten op een brede, structurele aanpak vanuit het beleid, voorzien van voldoende middelen én handen. 

Zo’n brede aanpak betekent investeren in opvang voor en bescherming van slachtoffers, een betere opvolging van daders, meer én gespecialiseerd personeel bij politie en justitie, in preventie. Het betekent justitie en politie versterken zodat slachtoffers gehoord en klachten snel behandeld kunnen worden. En het betekent een beleid voeren dat economische ongelijkheid en onzekerheid terugdringt.

We hebben nood aan een nationaal actieplan tegen geweld op vrouwen met concrete doelstellingen, budgetten en verantwoordelijkheden. Niet enkel op papier, maar beleid dat vrouwen effectief beschermt — thuis, op het werk en op straat.

Samen op straat op 23 november

Zelle en de PVDA sluiten zich aan bij de oproep van het Mirabalplatform voor een nationale manifestatie tegen geweld tegen vrouwen. 

Wij zeggen ‘stop’ tegen de afbraakmaatregelen van de regering-De Wever-Rousseau die vrouwen kwetsbaarder maken. Wij komen op straat voor een daadkrachtige aanpak van geweld voorzien van voldoende budget en handen. Wij komen op straat omdat geweld tegen vrouwen geen natuurwet is. De aanpak of het uitblijven ervan is het gevolg van politieke keuzes.

Loop daarom mee in het blok van Zelle en de PVDA:
➡️ Zaterdag 23 november, om 14 uur, Poelaertplein, Brussel
➡️ Betoging tegen geweld op vrouwen, georganiseerd door het Mirabalplatform.

Bron: pvda.be

Raoul over de regeringscrisis: “Uitstel of niet … er is gewoon geen draagvlak voor hun beleid”

“Dat er na weken van deadlines en best-and-final-offers geen akkoord is, is geen toeval. Het is het rechtstreekse gevolg van het sociaal verzet en de betoging van 140.000 mensen op 14 oktober. Zelfs het zogenaamde ‘zomerakkoord’ blijft onvoltooid. Daardoor worden de pensioenmalus en al de asociale maatregelen tegen de gepensioneerden, tegen de nachtpremies… uitgesteld. Duizenden mensen verliezen hierdoor geen geld. Dat alles dankzij de groeiende beweging die de regering zwaar onder druk zet”, zegt onze voorzitter Raoul Hedebouw.

“Onze pensioenen stelen, nachtpremies afschaffen, langdurige zieken aanvallen, de btw verhogen …  de plannen van de regering hebben gewoon geen draagvlak bij de bevolking. De Arizona-partijen voelen dat en dat ligt aan de basis van deze crisis. Hun plannen uitstellen tot eind december zal daar niets aan veranderen. De sociale afbraak moet stoppen, niet gewoon wat later uitgevoerd”, zegt Raoul.

Er zijn alternatieven voor de afbraakpolitiek van deze regering door de superrijken en de multinationals te doen betalen. Wij roepen op om verder te mobiliseren om de druk op de regering op te voeren. 

“Niemand kan naast de boodschap van de straat op 14 oktober”, zegt Raoul. “140.000 mensen uit alle lagen van de bevolking – arbeiders, zorgverleners, jongeren, gezinnen – kwamen met één stem naar buiten. Zij stuurden een duidelijke boodschap aan de regering: stop dit asociaal beleid. De vakbonden kondigen een sterk vervolg aan met de geplande stakingen op 24, 25 en 26 november. Niemand kan ontkennen dat dit de regering zwaar onder druk zet.”

Wij steunen de acties van de vakbonden en verwerpen het discours van Bart De Wever als zou er “geen alternatief zijn”. Er is géén gebrek aan alternatieven, maar er dienen andere politieke keuzes gemaakt te worden. 

“Er liggen perfect haalbare voorstellen klaar die miljarden kunnen vrijmaken voor echte sociale noden. Ten eerste: de miljardensubsidies en fiscale cadeaus aan de grote bedrijven aanpakken. Ten tweede: maatregelen nemen tegen de superrijken – te beginnen met een echte miljonairstaks die de welvaart eerlijker verdeelt. En ten derde: stoppen met de aankoop van nieuwe peperdure F-35’s en ander offensief militair materieel dat ons niet dichter bij vrede brengt”, aldus Raoul.

“Niemand stemde voor het huidige afbraakplan van de regering. Integendeel, de Arizona-partijen beloofden dat werken meer zou gaan lonen. Dat is exact het omgekeerde van wat ze nu doen”, vervolgt Raoul. “Wij eisen dat de regering haar plannen voor sociale afbraak intrekt en luistert naar de eisen van de mensen op straat: geen pensioendiefstal maar rechtvaardige belastingen, bescherming van sociale rechten en investeringen in zorg, onderwijs en duurzame jobs.”

Wij steunen de sociale beweging, de vakbonden en alle democratische krachten die de druk hoog houden.

“Als de afbraakplannen van De Wever en Rousseau er vandaag niet door raken, dan is dat het resultaat van de collectieve actie. Nu spreekt men over een akkoord tegen Kerstmis. Als wij volhouden – op straat en in de politieke strijd – en als de beweging nog in kracht toeneemt, kunnen we deze regering doen terugkrabbelen en echte alternatieven afdwingen”, besluit Raoul.

Bron: pvda.be

Mamdani: hoe grote groep georganiseerde mensen wint van massa georganiseerd geld

Zohran Mamdani won als eerste moslim én democratisch socialist de verkiezing tot burgemeester van New York City. Zijn strafste wapen tot dit succes: de overtuiging dat een grote, goed georganiseerde groep mensen kan winnen van een kleine elite met een massa georganiseerd geld.

Zohran Mamdani schreef geschiedenis met zijn verkiezing als burgemeester van New York City, het economische hart van de VS. Hij zal als eerste moslim én als democratisch socialist die positie bekleden. Veel factoren droegen bij aan zijn succesverhaal, maar Mamdani’s strafste wapen blijft onderbelicht in de berichtgeving hier: de overtuiging dat een grote groep, goed georganiseerde mensen kan winnen van een kleine elite met een massa georganiseerd geld.

Mamdani’s politieke agenda, verankerd in de noden van de gewone New Yorker, jaagde zowat het hele politieke establishment en bijna alle miljardairs tegen hem in het harnas. Die tegenstanders voerden vooral een klassieke campagne: met videoadvertenties, vaak doorspekt met valse claims en verdachtmakingen, die erop gericht waren Mamdani te beschadigen. Hij zou een jonge, onervaren snaak zijn, “de economie kapot maken met zijn marxistische ideeën” en zelfs “terroristen steunen”. 

Hoe ga je de strijd aan met een constante stroom aan dat soort advertenties? Het team van Mamdani deed het met klasse. Ja, de man zelf is charismatisch en een onmiskenbaar politiek en retorisch talent. Hij werd ook omringd met een straf, creatief communicatieteam dat via de sociale mediakanalen van de campagne een beeld van de man en zijn ideeën schetste dat radicaal anders was dan het beeld in de georkestreerde aanvallen.

Toch werd het verschil vooral gemaakt op straat, door in te zetten op de principes van community organizing. Opvallend: zowel Barack Obama als Zohran Mamdani hebben allebei een achtergrond als ‘organizer’

De zeer hoge vrijwilligerscijfers zijn typerend voor wat men big organizing noemt. Dit is een snel opschaalbare versie van community organizing, die gebruik maakt van digitale tools om afstand te overbruggen en coördinatie van en communicatie met grotere groepen makkelijker te maken. 

De recepten hiervoor kwamen voor het eerst onder de aandacht tijdens de eerste presidentscampagne van Barack Obama. Niet Joe Biden of Kamala Harris, maar wel Bernie Sanders heeft nadien zijn onverwacht sterke campagnes op dezelfde manier georganiseerd: door enorme aantallen vrijwilligers op de been brengen. 

Ook typerend voor big organizing: een focus op het werven van een massa aan kleine donaties, eerder dan op het verzamelen van middelen bij enkele zeer grote geldschieters. Op die manier weten kiezers ook dat de kandidaat voor hen allen opkomt en niet ‘gekocht’ is door rijken of bedrijfsleiders die daar nadien iets voor terug willen. 

De principes van big organizing werden beschreven in het boek Rules for Revolutionaries: How Big Organizing Can Change Everything van Becky Bond en Zack Exley, beiden betrokken bij het ontwerpen van de presidentscampagne van Sanders. De kunst van het wervend organiseren wordt steeds verder verfijnd, zo ook bij de campagne van Mamdani. 

Zonder de grassroots-campagne had hij nooit gewonnen met de hoogste opkomstcijfers sinds 1969 én met meer dan 50 procent van de uitgebrachte stemmen. Hij behaalde uiteindelijk dus meer stemmen dan een drievoudige voormalige gouverneur van de staat New York, Andrew Cuomo, en de republikeinse kandidaat Sliwa samen. 

Nochtans haalde Mamdani in februari van dit jaar met moeite 1 procent in de peilingen. Hij was voor de wereld én voor New Yorkers nog een nobele onbekende. 

Lessen in wervend organiseren

Er zijn vijf lessen die we kunnen leren uit Mamdani’s masterclass in wervend organiseren, een manier om de slagkracht van je campagne snel en effectief op te schalen. Het zijn lessen die niet alleen relevant zijn voor progressieve partijen, maar ook voor middenveldorganisaties die draagvlak en macht willen opbouwen rond een agenda die breed gedeeld en diep gevoeld wordt.

Luister voor je gaat praten

Mamdani’s eerste campagnevideo’s illustreerden al dat deze campagne geen klassieke verkiezingscampagne was. Hij ging niet meteen de straat op met een verkiezingsprogramma, maar je zag hoe hij het gesprek aanging. En vooral: dat hij luisterde. Hij bevroeg mensen op straat, taxichauffeurs, arbeiders, kleine zelfstandigen en ga zo maar door. 

New York heeft 8,5 miljoen inwoners en is het economische hart van de VS. De kosten om er te leven zijn ontzettend hoog en blijven oplopen. Mamdani hoorde New Yorkers hun frustraties delen. En nee, die bleken niet te gaan over de vraag of Israël een Joodse staat moet blijven (het stokpaardje van die andere kandidaat, Cuomo) of over ‘hoe woke het onderwijs mag zijn’.

Enkele thema’s keren telkens terug in de vaak pijnlijke verhalen van inwoners. De huurprijzen stijgen razendsnel, en wie in de stad werkt, moet steeds vaker verhuizen omdat wonen onbetaalbaar wordt.

Ook het openbaar vervoer is duur, onveilig en onbetrouwbaar, waardoor pendelaars van buiten de stad het nog zwaarder hebben. Tel daar de hoge kosten voor boodschappen en kinderopvang bij, en veel New Yorkers zien geen andere uitweg dan de stad te verlaten of in armoede te belanden.

Biedt antwoord op breed gedeelde pijn

Maak daaropvolgend dat je politieke agenda een antwoord biedt op een breed gedeelde en diepgevoelde pijn bij mensen. In een organizing-campagne is luisteren geen schijnvertoon. Het is niet doen alsof je luistert om dan zo snel mogelijk je punt te maken. Het gaat écht om luisteren in functie van het in kaart brengen van gedeelde noden, waarop je een gedeelde strijd – of in dit geval een verkiezingsprogramma – kan bouwen. 

Het programma van Mamdani is niet gebaseerd op het werk van een denktank of het resultaat van getouwtrek van lobbygroepen. Zijn centrale eisen en beleidsvoorstellen komen voort uit de pijn die New Yorkers deelden tijdens de gesprekken die hij en zijn medestanders voerden aan het begin van de campagne. 

De meest zichtbare verkiezingsbelofte: betaalbaar wonen door het bevriezen van de huurbedragen. Maar Mamdani zet ook sterk in op extra investeringen in gratis, veiliger en snel openbaar vervoer en op het aanbieden van betaalbaar voedsel via kruidenierszaken die door de stad zelf worden ingericht. 

Dat zijn enkele van de strijdpunten die stuk voor stuk het verschil hebben gemaakt. Mamdani herhaalde de beloftes opnieuw tijdens zijn overwinningsspeech op de avond van de verkiezingen. Een speech waarin de gewone New Yorker opnieuw centraal stond: “We will fight for you, because we are you.”

Op de verkiezingsdag bleek dat de Mamdani-campagne mensen echt iets gaf om vóór te stemmen. Uit de exitpoll van CNN meteen na de verkiezingen bleek dat bij 86 procent van Mamdani’s stemmers hun stem duidelijk vóór Mamdani en zijn beleidsvoorstellen was, eerder dan tégen een andere kandidaat. Bij Cuomo stemde slechts 46 procent voor de kandidaat omwille van wie hij was of zijn programma. 

Dezelfde exitpoll polste ook naar de kwaliteiten die er uitsprongen bij de kandidaten, aldus hun kiezers. Bij Mamdani: “Hij brengt broodnodige verandering” (41 procent) en “hij zet zich in voor mensen zoals ik” (29 procent). Cuomo moest het vooral hebben van zijn ervaring (50 procent), want slechts 10 procent van de kiezers gelooft dat hij zich zou inzetten voor mensen als zij.

Werf supporters en geef ze een rol

In aanloop naar de democratische voorverkiezingen in juni, kon Mamdani al rekenen op 50.000 vrijwilligers. Een aanvankelijk kleine, maar goed geoliede campagnemachine bracht ze in goed een half jaar bijeen.

Die vrijwilligers werden ingeschakeld voor activiteiten zoals canvassen, waarbij ze in een wijk van deur tot deur gaan om te luisteren naar de pijn en frustraties van mensen en die te koppelen aan de agenda van hun kandidaat. Tegen de voorverkiezing in juni werd er aangeklopt aan maar liefst 1,6 miljoen deuren. Het team van Mamdani zette ook in op telefonisch campagne voeren, waarbij ook supporters van buiten New York hun steentje konden bijdragen.

In de laatste week van de campagne was het aantal actieve supporters opgelopen tot ruim 100.000 vrijwilligers. Uiteindelijk werd door die ongekende inspanning op de allerlaatste dag voor de verkiezingen nog een record gevestigd: 3 miljoen keer werd uiteindelijk aan een deur geklopt. 

Ongezien bij burgemeestersverkiezingen in de stad. Het cijfer van het aantal telefoontjes is niet minder spectaculair: tijdens de volledige campagne werd uiteindelijk 4,4 miljoen keer gebeld naar potentiële kiezers.

Versterk grassroots-leiderschap

Alleen je basis verbreden is niet voldoende. Want hoe organiseer je in godsnaam ruim 100.000 vrijwilligers? Met een groot kader aan aansturende betaalde krachten? Vergeet het maar. Toch niet als je de progressieve kandidaat bent. Uiteraard zijn er betaalde krachten in zo’n campagne. Maar dat zijn er enkele tientallen, geen honderden.

Leiderschapsontwikkeling is het kloppende hart van alle organizing campagnes. Het gaat niet om klassiek, top-down leiderschap. Het is een aanpak die inzet op het leiderschap van toegewijde vrijwilligers: met minimale training door een klein kernteam gaan zij zelf aan de slag en worden ze aangemoedigd om een grotere rol op te nemen, inclusief de verantwoordelijkheid voor een volgende lichting vrijwilligers.

Tascha van Auken, de organizing directeur van Mamdani’s campagne, omschreef het zo: “Leadership is not about having all of the answers, it’s about the willingness to step into the unknown and inspire others to imagine something better.”

Eén van de voornaamste vormen van “grassroots-leiderschap” in deze campagne werd uitgeoefend door de “field leads” die andere vrijwilligers klaarstoomden en coördineerden als er in een buurt van deur tot deur werd gegaan. Veel van deze leads deden een shift per week. Aan het eind van de campagne waren ze met 700 van die super-vrijwilligers die samen de ruggengraat van de campagne op straat vormden.

Slimme allianties en betrek ook hun achterban

Mamdani en zijn dichtste medestanders van het DSA (Democratic Socialists of America) trokken lessen uit vorige onsuccesvolle pogingen of succesvolle campagnes op kleinere schaal. Ze leerden dat je niet alleen kan winnen tegen dergelijk machtige tegenstanders.

Daarom ging Mamdani een alliantie aan met een andere kandidaat-burgemeester, Lander, die zelf een Joodse achtergrond heeft. Dat was niet onbelangrijk, gezien zijn uitgesproken steun voor de Palestijnse zaak hem een doelwit maakte van ongefundeerde beschuldigingen van antisemitisme.

In de voorverkiezingen in New York geldt een systeem van ‘ranked choice voting’ waarbij je ook een tweede en derde voorkeur opgeeft en je stem dus nog steeds impact heeft als jouw kandidaat afvalt. De alliantie met Lander betekende dat zowel Mamdani als Lander hun supporters vroegen om de andere op plaats 2 te zetten.

Belangrijke anti-zionistische Joodse actiegroepen zoals Jewish Voice For Peace hebben mee de campagne en het leiderschap van Mamdani onderschreven. Ook zij zetten teams op die van deur tot deur gingen om, met een focus op buurten met een sterke Joodse aanwezigheid, gericht New Yorkers aan te spreken en de strijd aan te gaan met de desinformatie gevoed door de campagnes van Cuomo en anderen.

De alliantievorming bleef echter niet beperkt tot andere progressieve kandidaten of Joodse actiegroepen. Ook de lokale afdeling van de jongerenklimaatbeweging Sunrise Movement en de invloedrijke Working Families Party sloten zich graag aan. Die laatste mobiliseerde naar aanleiding van de voorverkiezingen alleen al meer dan 1.000 vrijwilligers.

Daarnaast spraken verschillende vakbondseenheden hun steun uit voor Mamdani. Bij de voorverkiezing bleef het nog bij enkele van de meest progressieve afdelingen. Maar na de voorverkiezingen, toen men echt ging geloven in de kansen van Mamdani, bleef hij bouwen aan een sterkere alliantie, waarbij meer vakbonden zijn campagne onderschreven. Zelfs minder progressieve democraten zagen zich na de voorverkiezingen gedwongen om hun steun uit te spreken. 

Campagnesucces niet uit het niets

De succesvolle campagne van Mamdani komt dus niet uit het niets. Hij bleef overeind en leek onvermoeibaar in het afslaan van politieke aanvallen en het herhalen van zijn programma, waarin zoveel New Yorkers zich kunnen herkennen. Hij schetste een verhaal van hoop dat aan Obama’s eerste campagne deed denken, maar dan met een inhoud die veel progressiever was. Steeds met een glimlach, steeds met volle overtuiging. 

Maar het zou een pijnlijke vergissing zijn om zijn campagnesucces alleen daaraan toe te schrijven. Waar Andrew Cuomo zijn campagne baseerde op de kracht van het georganiseerde geld, daar lag de kracht van Mamdani in georganiseerde mensen. Dat werd ook meermaals benadrukt door zowel hemzelf als andere sprekers uit het campagneteam op de overwinningsbijeenkomst. 

Zowel Mamdani, als het DSA, hebben jarenlang ervaring opgebouwd in het wervend organiseren. Het is niet de snelste weg naar succes, maar wel eentje die keer op keer zijn effect bewijst. Niet alleen voor politieke partijen maar ook voor middenveldorganisaties. 

Zo was het een sleutel tot ongezien succes voor de militante huurdersbond KC Tenants in de strijd met grote verhuurfirma’s. De methode liet het ook toe dat de jongerenklimaatorganisatie Sunrise Movement in een mum van tijd krachtige afdelingen wist uit te bouwen in het hele land én dat Jewish Voice for Peace voor het eerst een vuist kon maken tegen het dominante Zionisme in de Amerikaanse politiek. 

Het moderne community organizing is veel geëvolueerd sinds de tijd waarin het inspiratie gaf aan het vroege opbouwwerk bij ons vanaf de jaren 70. Stilaan worden de recepten ook bij ons herontdekt en opnieuw aangeleerd: op zoek naar sterkere campagnes, gedragen door een groeiende achterban.

Wanneer eindigt een krachtige organizing-strategie? Wel, als je het slim aanpakt, dan nooit. Elke campagne biedt je een kans om de fundamenten te leggen voor volgende, meer ambitieuze overwinningen. Wie slim organiseert en volhoudt, die kan ook een verlieservaring gebruiken om de basis te versterken door de mensen die die in beweging bracht verder aan zich te binden. 

Intussen verfijn je de recepten. “Never a failure, always a lesson”, vatten organizers dat soms samen. 

Het feit dat Obama zijn organizing-afdeling heeft opgedoekt na zijn eerste verkiezingsoverwinning, was misschien wel zijn grootste fout. Hij verloor de georganiseerde steun van mensen om zijn meer ambitieuze doelstellingen met steun van buitenaf door te drukken. Het campagneteam van Mamdani heeft ook deze les geleerd en was op de verkiezingsavond duidelijk: deze keer zal er niet gedemobiliseerd worden.

Bron: dewereldmorgen.be

BASF-Antwerpen schrapt 600 banen, maar keert wel miljarden dividenden uit

BASF-Antwerpen schrapt 600 banen, maar keert wel miljarden dividenden uit

Bij BASF vloeien de dividenden even rijkelijk als de ontslagbrieven. Onder het mom van ‘kostenbesparing’ worden superwinsten opgepompt en de werkdruk verhoogd, en mag het publiek het paniekverhaal slikken.

Op 23 oktober kondigde BASF-Antwerpen aan dat er 600 banen verdwijnen tegen 2028. Hiermee wil het bedrijf 150 miljoen euro aan vaste kosten besparen. Volgens het bedrijf bestaan de vaste kosten grotendeels uit personeelskosten en dus moeten er 600 van de 3.600 banen verdwijnen. Een zesde van het personeelsbestand. Zo’n zware ingreep roept het vermoeden op dat het bedrijf in zwaar stormweer zit. 

Maar hoezo heeft BASF het moeilijk? In 2024 maakte BASF-Antwerpen een nettowinst van 500 miljoen euro. Van deze 500 miljoen euro keerde het bedrijf prompt 375 miljoen euro aan dividenden[1] uit. 

En er is meer. In maart 2024 voerde BASF-Antwerpen een kapitaalsvermindering door van 1,5 miljard euro. Geld dat rechtstreek naar het moederbedrijf in Duitsland ging. Dit kwam bovenop de 7,9 miljard euro aan dividenden die BASF-Antwerpen uitkeerde aan het moederbedrijf in 2023 en 2022. 

Alles bij elkaar gaat het over het hallucinante bedrag van 9,8 miljard euro dat in drie jaar tijd van de vestiging in Antwerpen naar het hoofdkantoor in Ludwigshafen aan de Rijn vloeide. Rijkdom die geproduceerd werd door de werknemers. En als beloning worden diezelfde werknemers bedankt met een verlies van 600 banen en een verhoging van de werkdruk voor degenen die hun werk behouden.

Barmhartig?

BASF toont zich bij deze herstructurering zogezegd van zijn “barmhartigste kant”. Het bedrijf zet hiervoor zelf constructies op, waarover zelfs de vakbonden zich verbazen. 

“Werknemers gaan er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om enkele maanden thuis te zitten met behoud van een groot deel van hun loon, om rustig te zoeken naar een andere job. (…) Personeelsleden zullen zelfs de mogelijkheid krijgen om tijdelijk voor een andere werkgever te werken, terwijl ze toch nog een contract hebben bij BASF. (…) Ik heb dit in mijn lange loopbaan eerlijk gezegd nog nooit meegemaakt”, zegt Jan Vlegels, hoofdafgevaardigde van de socialistische vakbond ABVV bij BASF voor de arbeiders. 

Het bedrijf wil blijkbaar kost wat kost elke sociale strijd vermijden. Ondanks al deze misplaatste barmhartigheid zal de druk op de werkvloer verder oplopen, aldus Jan Vlegels. “Tegen eind 2028 verdwijnt 17 procent van het personeel, maar we moeten wel dezelfde omzet halen. Het is een illusie om te denken dat dit zonder extra werkdruk kan.”

Investeren of opsouperen?

Op een beleggers-dag in Antwerpen kondigde BASF-Duitsland aan dat het overwoog om “een geplande aandeleninkoop van minstens 4 miljard euro vroeger dan voorzien te starten. (…) Door eigen aandelen terug te kopen, vermindert het aantal uitstaande stukken en stijgt de winst per aandeel, terwijl de extra vraag de koers kan ondersteunen.” 

Het moederbedrijf wil tegen 2028, als groep, opnieuw een bruto bedrijfswinst realiseren van 10 tot 12 miljard euro met een rendement van 10 procent op geïnvesteerd vermogen. “De aandeelhouders mogen rekenen op een jaarlijks dividend van minstens 2,25 euro per aandeel.” Kortom de dividenden zullen gebruikt worden om het rendement van de aandeelhouders te doen stijgen.

Tegelijkertijd verantwoordt BASF-Antwerpen de besparing op jobs door onder meer te verwijzen naar de hoge elektriciteitsprijzen. In plaats van hierover, tot vervelens toe, te klagen had BASF-Antwerpen een belangrijk deel van die 10 miljard kunnen investeren in eigen goedkope elektriciteitsproductie. Het volstond het fabrieksterrein vol te zetten met windmolens en de daken van alle gebouwen vol te leggen met zonnepanelen. 

Op die manier had de fabriek zelf een heel belangrijke bijdrage kunnen leveren aan haar elektriciteitshandicap en aan het klimaat. 

Paniekzaaierij

De aankondiging van het verlies van 600 banen dient, naast een besparing van 150 miljoen euro op personeelskosten, ook om paniek te zaaien. BASF-Antwerpen en de hele chemiesector bespelen al maanden de publieke opinie door paniekberichten de wereld in te sturen met als doel: meer staatssteun. Daarvoor kennen ze geen schaamte. 

Op 13 juni 2025 verklaarde Jim Ratcliffe, de eigenaar en voorzitter van het Britse chemiebedrijf Ineos (met een vestiging in Antwerpen): “Binnen tien jaar is de helft van de industrie hier weg”. Op 10 oktober herhaalde hij dat de chemiesector in Europa ”met uitsterven bedreigd is”. 

De sectorfederatie van de Belgische chemie kondigde op 31 oktober aan dat in de chemiebedrijven dit jaar 1.210 jobs zouden verloren gaan. Het chemiepatronaat geeft drie grote redenen daarvoor. 

Vooreerst zijn de energiekosten te hoog. De Belgische bedrijven betalen een veelvoud voor hun energie in vergelijking met de VS en China. 

Ten tweede wordt de Europese markt overspoeld met goedkopere producten uit China en andere Aziatische landen. Deze landen kunnen immers minder verkopen in de VS gezien de hoge handelstarieven van Trump en richten hun export meer en meer op Europa. 

En ten slotte legt Europa te veel (klimaat)regels en handelsbelemmeringen op aan bedrijven. Met als gevolg dat de Europese bedrijven competitiviteit verliezen en weggeconcurreerd worden in hun eigen regio.

Nieuw Marshallplan

Koen Laenen van Essentia verklaarde een week eerder, op 25 oktober, op ATV: “We hebben in Antwerpen de beste chemie in de wereld. We hebben competente werknemers, performante installaties, perfecte infrastructuur. Alle nodige kennis is aanwezig. Alles is in huis om de Tadej Pogačar[2] te zijn van de chemie wereldwijd. Maar we winnen niet, omdat onze fiets niet te vergelijken is met de fietsen van de rest van het peloton.” 

“De energiekost is een huizenhoog probleem. We hebben staatsinterventie nodig om dat op te lossen. Na de Tweede Wereldoorlog hadden we een Marshallplan. Dat heeft ervoor gezorgd dat de industriële ontwikkeling in Europa opnieuw kon opleven. Vandaag zitten we op een gelijkaardig historisch kantelpunt. Er is opnieuw een soortgelijk investeringsplan nodig om ervoor te zorgen dat we de industrie hier houden.”

Ratcliffe van Ineos doet daar een schepje bovenop: “De sector staat op een kantelpunt en alleen dringende maatregelen kunnen deze nog redden. Ik roep de politici op om in te grijpen voor het te laat is.”

De sector (ook de andere maakbedrijven) wil massale staatsinterventie om hun concurrentiepositie te behouden. Daar draait het om. Dat is de echte inzet van al die paniekzaaierij en die aankondigingsgolf van afdankingen.

Superwinsten

Net zoals bij BASF-Antwerpen is het zinvol om ook naar de winsten in de hele sector te kijken. Koen De Kinder, secretaris van de christelijke vakbond ACV, zegt hierover: 

“Het gaat niet zo slecht in de chemiesector als de werkgevers beweren. Vorig jaar hebben alle Belgische chemiebedrijven samen voor 25 miljard euro aan dividenden uitgekeerd. Dat is een record en bijna dubbel zoveel als het jaar ervoor. De totale brutowinst in de sector bedroeg vorig jaar 21 miljard euro. Er zijn dus nog meer dividenden uitgekeerd dan de hele winst vorig jaar. Dat wijst erop dat ook een deel van de reserves bij de aandeelhouders is beland.” 

En dan durfde Koen Laenen van Essentia op ATV te klagen dat er geen geld is om te investeren en dat bijgevolg de overheid moet inspringen met een nieuw Marshallplan “om de overgangsfase te overbruggen”. 

Economisch systeem dringend aan verandering toe

De chemiesector moet zijn eigen winsten aanspreken om zijn competitiviteitproblemen op te lossen. Als winstgevende bedrijven en sectoren door de concurrentie bedreigd worden en gered moeten worden door massale staatssteun, verliezen ze hun bestaansrecht. 

Het kan niet dat grote privébedrijven de winsten opstrijken als het goed gaat, maar bij tegenslag door de belastingbetaler worden gered. Ze socialiseren de risico’s en verliezen, en zodra de storm is gaan liggen, privatiseren ze doodleuk opnieuw de winsten.

Als ons systeem zo in elkaar steekt, wordt het tijd voor een nieuw systeem waar de economische activiteiten in blijvend publiek bezit zijn. De opbrengst vloeit dan terug naar iedereen die bijdraagt aan het creëren van die welvaart.

In afwachting van het moment waarop de krachtsverhoudingen dit toelaten, blijven we opkomen voor de belangen van de werkende klasse. In die zin is de stakingsaanzegging in de chemiesector tegen elk jobverlies en voor een bruto loonsverhoging, eindeloopbaanmaatregelen vanaf 55 jaar en een vervroegd vertrek voor mensen die ploegen- of nachtarbeid doen, volledig gerechtvaardigd. 

Hetzelfde geldt voor de komende strijd tegen de besparingsronde van de regering-De Wever. De concurrentiepositie is een zaak van de werkgevers, niet van de vakbonden.

Joris Van Gorp heeft bij BASF gewerkt in de jaren 70-80.

Bron: dewereldmorgen.be